Bijlage 3. Stappenplan herbestemming kerkgebouwen gemeente Maasgouw
Tekst van het document
STAPPENPLAN HERBESTEMMING KERKGEBOUWEN GEMEENTE MAASGOUW Rolverdeling Betrokken kerkbestuur: Het kerkgenootschap is juridisch eigenaar van een specifiek kerkgebouw. In die zin is het betrokken kerkbestuur leidend. Het behoud van een specifiek kerkgebouw is allereerst een zaak van het betrokken kerkbestuur. Het is aan het betrokken kerkbestuur om een besluit te nemen over een herbestemming van een specifiek kerkgebouw. Het initiatief om te komen tot een herbestemming van een specifiek kerkgebouw ligt bij het betrokken kerkbestuur. Het betrokken kerkbestuur voert de regie in het proces om te komen tot een herbestemming van een specifiek kerkgebouw. Gemeente Maasgouw: De gemeente Maasgouw heeft vooral een randvoorwaarden scheppende, faciliterende rol. Deze rol is ten opzichte van de betrokken kerkbesturen redelijk beperkt. De gemeente Maasgouw heeft overwegend een publiekrechtelijke rol. In dit kader beperkt de rol van de gemeente Maasgouw zich tot de relevante aspecten in het kader van het verlenen van de voor een herbestemming van een specifiek kerkgebouw vereiste omgevingsvergunning. Oriëntatie 1. Op verzoek van het betrokken kerkbestuur voert de gemeente Maasgouw oriënterende gesprekken met het betrokken kerkbestuur om te komen tot een eerste verkenning van de ideeën ten aanzien van een herbestemming van een specifiek kerkgebouw. Randvoorwaarden 2.
De gemeente Maasgouw onderzoekt op verzoek van het betrokken kerkbestuur de eerste randvoorwaarden van een herbestemming van een specifiek kerkgebouw door te kijken naar de reikwijdte van de monumentale status, de planologische mogelijkheden en de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten. 3. Aan de hand van deze eerste randvoorwaarden kan het betrokken kerkbestuur een quick scan uitvoeren, waarbij wordt gekeken naar de marktbehoefte, de bouwkundige staat van het kerkgebouw (waarbij inzicht wordt verkregen in eventueel achterstallig onderhoud, de restauratiebehoefte en eventueel asbest) en de eigenschappen van een specifiek kerkgebouw (waarbij inzicht wordt verkregen in de typologische eigenschappen en hiermee samenhangende mogelijke functionele inpasbaarheid). Voorwaarde herbestemmingsonderzoek 4. Een voorwaarde bij een herbestemming van een kerkgebouw is het uitvoeren van een herbestemmingsonderzoek. Dit dient te gebeuren door een ter zake deskundig adviesbureau.
*BARCODE*
Pagina 1 van 4
In een herbestemmingsonderzoek wordt onder andere inzicht gegeven in: • de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het kerkgebouw en de functies die daar het beste bij passen; • de bouwkundige staat van het kerkgebouw; • de mogelijke nieuwe functies van het kerkgebouw; • de planologische haalbaarheid van een herbestemming; • de financiële haalbaarheid van een herbestemming; • de gevolgen van een herbestemming van een kerkgebouw voor de directe omgeving. Eerste opzet herbestemming 5. Op het moment dat er een concrete herbestemming van een specifiek kerkgebouw aan de orde is, voert het betrokken kerkbestuur en/of de betrokken initiatiefnemer oriënterende gesprekken met de gemeente Maasgouw om te komen tot een eerste opzet van een herbestemming. Intaketafel 6. Deze eerste opzet wordt behandeld op de intaketafel om de wenselijkheid hiervan te beoordelen en te komen tot het bepalen van de eerste randvoorwaarden. 7. Verder wordt deze eerste opzet reeds in een vroeg stadium voor advies voorgelegd aan de Omgevingscommissie MER om een vervolgrichting te bepalen bij de verdere uitwerking. Bouwhistorie en archeologie 8. Het betrokken kerkbestuur en/of de betrokken initiatiefnemer voert een cultuur- en bouwhistorisch onderzoek uit, waarmee de (bouw)geschiedenis en de monumentale waarden van een kerkgebouw wordt vastgesteld.
Dit dient te gebeuren door een ter zake deskundig adviesbureau. 9. Het betrokken kerkbestuur en/of de betrokken initiatiefnemer geeft door het uitvoeren van een archeologische bureaustudie, eventueel gevolgd door een inventariserend archeologisch veldonderzoek inzicht in de aanwezige archeologische waarden. Dit dient te gebeuren door een ter zake deskundig adviesbureau. Dit is vooral een aandachtspunt bij kerkgebouwen die op mogelijke resten van een voorganger, dus op oude kerkterreinen, liggen. Bij een herbestemming van een kerkgebouw kunnen de verbouwingswerkzaamheden namelijk leiden tot een bodemverstoring (bijvoorbeeld bij funderingswerkzaamheden, creëren ondergrondse ruimte, aanleg van een vloerverwarming et cetera). De verwachtingswaarde van het archeologisch erfgoed dient tijdig en goed in kaart te worden gebracht, zodat hier bij het planvormingsproces rekening mee wordt gehouden. Inventaris, kunstbezit en roerend erfgoed 10. Het betrokken kerkbestuur voert een onderzoek uit waarbij de kerkelijke inventaris, het kerkelijk kunstbezit en het roerend kerkelijk erfgoed wordt geïnventariseerd, gedocumenteerd en gewaardeerd. Dit vormt de basis voor het betrokken kerkbestuur om te bepalen of wordt gekozen voor behoud in situ, voor een herbestemming in een Nederlandse of een buitenlandse kerk of kapel of voor afstoting.
De Handreiking Roerend Religieus Erfgoed (2011) en de Aanvullende richtlijnen bij de Handreiking (2023) van het Museum Catharijneconvent vormen hierbij het uitgangspunt.
Pagina 2 van 4
Schetsplan 11. De resultaten van de intaketafel, de eerste beoordeling door de Omgevingscommissie MER en het cultuur- en bouwhistorisch onderzoek (en eventueel het archeologisch bureauonderzoek) vormen de basis voor het vervaardigen van een schetsplan, waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden met de monumentale waarden zoals die zijn beschreven in het cultuur- en bouwhistorisch onderzoek. 12. Het schetsplan wordt voor advies voorgelegd aan de Omgevingscommissie MER en, als er sprake is van een Rijksmonument, aan de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Als er provinciale belangen aan de orde zijn, wordt het schetsplan ook voor advies voorgelegd aan de provincie Limburg. Definitief schetsontwerp 13. Met inachtneming van de adviezen van de Omgevingscommissie MER en, als er sprake is van een Rijksmonument, van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), kan worden gekomen tot een definitief schetsontwerp. 14. Aan de hand van het definitief schetsontwerp geeft het betrokken kerkbestuur en/of de betrokken initiatiefnemer inzicht in de exploitatieopzet en de financiering. 15. De exploitatieopzet vormt de basis voor het verkennen van eventuele subsidiemogelijkheden en/of financiering door het Nationaal Restauratiefonds. 16. Het betrokken kerkbestuur en/of de betrokken initiatiefnemer geeft inzicht in de exploitatie, het beheer en het onderhoud op de lange termijn.
Omgevingstafel 17. Het definitief schetsontwerp wordt behandeld op de omgevingstafel om de haalbaarheid hiervan te beoordelen. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de ruimtelijke inpasbaarheid, de milieueisen (zoals bodem, geluid, externe veiligheid, richtafstanden, stikstof, flora en fauna et cetera), verkeersveiligheid, parkeren, water, groen, inrichting openbaar gebied et cetera. Het traject van de omgevingstafel leidt uiteindelijk tot een volledige, ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. Omgevingsdialoog 18. Het definitief schetsontwerp vormt ook de basis voor de omgevingsdialoog. Het betrokken kerkbestuur en/of de betrokken initiatiefnemer geeft in de vorm van een communicatieplan aan hoe de omgevingsdialoog wordt vormgegeven. 19. Eventueel kan een aanpassing van het definitief schetsontwerp naar aanleiding van de omgevingsdialoog aan de orde zijn. Exploitatieovereenkomst 20. Het (al dan niet naar aanleiding van de omgevingsdialoog aangepaste) definitief schetsplan vormt de basis voor de exploitatieovereenkomst die met het betrokken kerkbestuur en/of de betrokken initiatiefnemer wordt aangegaan. Om de exploitatie, het beheer en het onderhoud op de lange termijn te garanderen zullen hierover in de exploitatieovereenkomst aanvullende afspraken worden gemaakt.
Op deze manier zijn er garanties dat de instandhouding van het kerkgebouw ook op lange termijn is gegarandeerd.
Pagina 3 van 4
Omgevingsvergunning 21. Na afronding van de omgevingsdialoog en het sluiten van de exploitatieovereenkomst kan de omgevingsvergunningaanvraag worden ingediend. 22. De omgevingsvergunningaanvraag doorloopt de gebruikelijke wettelijke procedure. Na verlening van de omgevingsvergunning kan eventueel nog bezwaar en beroep aan de orde zijn. Bescherming kernkwaliteiten en omgeving kerkgebouw 23. De gemeente Maasgouw regelt na afronding van het herbestemmingsproces in het omgevingsplan de bescherming van de kernkwaliteiten en de omgeving van een herbestemd kerkgebouw.
Pagina 4 van 4