Bijlage 2 Waterketenplan 2021-2025 bestuurlijke samenvatting
Tekst van het document
Bestuurlijke samenvatting
Waterketenplan 2021 - 2025 Ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord-Limburg
Natuurlijk water
Passende bescherming
Schoon water
Voldoende water
Deelnemende Deelnemende organisaties organisaties in in Waterpanel Waterpanel Noord: Noord:
Voorwoord Met trots presenteren we het eerste Waterketenplan Noord- en Midden-Limburg. Een plan waarin het waterschap, WML, WBL en vijftien gemeenten samenwerken aan een water- en klimaatbestendig omgeving. Het klimaat verandert, zoveel staat vast. De komende decennia krijgen we te maken met toenemende zware buien en langere droogteperioden. Het stedelijk gebied gaat bovendien gebukt onder hittestress. Dit heeft gevolgen voor de leefbaarheid in stad en dorp. Er ontstaat overlast door water op straat door hevige regenval en tegelijkertijd krijgen we te maken met perioden van extreme droogte. Met dit Waterketenplan geven de deelnemende partijen samen richting aan de gezamenlijke opgaven aan een water- en klimaatbestendig Noord- en Midden-Limburg. De relaties met het watersysteem, de drinkwatervoorziening en de ruimtelijke ordening waar vele raakvlakken mee zijn, zijn daarbij belangrijk.
Dit plan geeft aan wat wij als gemeenten, Waterschap Limburg, Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML) willen bereiken met de waterketen. Dit doen we samen! We geven invulling aan de toekomst van de waterketen en organiseren gezamenlijk de uitvoering. Dit alles om een hogere kwaliteit, een betere klantgerichtheid en lagere kwetsbaarheid en kosten te bereiken. Hierbij werken wij ook samen met onze inwoners, onze bedrijven, de provincie Limburg en waar nodig Rijkswaterstaat. Samen de kansen opzoeken en van de nood een deugd maken dat is de inzet voor de komende jaren.
Samen met het waterschap hebben gemeenten een belangrijke taak in het zoveel mogelijk beperken en anticiperen op de gevolgen van de klimaatverandering. Stresstesten hebben duidelijk gemaakt waar de zwakke plekken zitten in het stedelijk en landelijk gebied. Oplossingen moeten maatschappij-breed worden gezocht. De komende jaren moeten we hiermee voortvarend aan de slag. Anticiperen op klimaatsverandering is aan de orde van de dag in het stedelijk en landelijke waterbeheer. Ook de ruimtelijke ordening is aan zet om extremen zo veel mogelijk te kunnen opvangen. Zowel de effecten van ruimtelijke als economische ontwikkelingen zoals de toename van glastuinbouw, pot- en containerteelt en logistieke bedrijven vragen om adequaat handelen. Bovendien ligt er een stevige duurzaamheidsopgave in het beperken van broeikasgassen door bijvoorbeeld het terugdringen van het energieverbruik.
Paul Sanders Voorzitter Waterpanel Noord en wethouder gemeente Peel en Maas
Martijn van den Heuvel Projectwethouder Waterketenplan en wethouder gemeente Weert
Dit document is de bestuurlijke samenvatting behorende bij het rapport Waterketenplan 2021- 2025 van Waterpanel Noord.
4
Inhoudsopgave 1.
Onze prioriteiten voor 2021-2025
2.
Uitvoeringsprogramma
14
Samenwerken
19
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
3.
2.1 2.2 2.3
3.1 3.2
Algemeen Beschrijving op hoofdlijnen Prioriteit 1: Waterkwaliteit Prioriteit 2: Aanpassen aan klimaatverandering (klimaatadaptatie) Prioriteit 3: Doorwerking in kerninstrumenten van de Omgevingswet Prioriteit 4: Versterken capaciteit en verminderen kwetsbaarheid Prioriteit 5: Verhogen kwaliteit dienstverlening en uitvoering tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.
Ambities, focuspunten en acties Beschrijving acties Planning
Doel samenwerking Werkwijze en spelregels
6
6 6 8 8 12 13 13
14 14 18
19 19
5
Onze prioriteiten voor 2021-2025 1.1
Algemeen
1
Dit hoofdstuk geeft onze visie en strategische beleidsdoelen voor het Waterketenplan Waterpanel Noord. Eén van de belangrijkste aspecten die naar voren kwam bij de terugblik op de vorige planperiode was de constatering dat er in de vorige planperiode in beide deelregio’s te veel maatregelen waren geformuleerd Het gevolg hiervan was dat gegeven de beperkte uitvoeringscapaciteit veel acties en maatregelen te weinig of geen aandacht hebben gekregen. Daarom hebben we in het voorliggende waterketenplan een aantal duidelijke prioriteiten gesteld.
2.
Bij het prioriteren van de ambities voor de komende planperiode werkten wij van grof naar fijn of anders geformuleerd: van brede ambities voor water in de leefomgeving naar specifieke prioriteiten en opgaven.
Continuïteit inzameling en verwerking van afvalwater (uitvoeringskracht) 4. Wij versterken de capaciteit voor het uitvoeren van onze watertaken 5. Wij verhogen de kwaliteit van de uitvoering en dienstverlening en voeren onze watertaken uit tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.
De maatregelen en acties die voortkomen uit de prioriteiten en opgaven leest u terug in hoofdstuk 2 (uitvoeringsprogramma).
1.2
Beschrijving op hoofdlijnen
Als waterpanel Noord streven wij naar een water- en klimaatbestendig Noord-Limburg. Bij de vertaling van deze visie naar doelstellingen sluiten wij aan bij de richting die eerder is ingezet en vastgelegd in een aantal visies en beleidsdocumenten2. De partners in de regio Waterpanel Noord hebben de wens om een aantal duidelijke prioriteiten te stellen voor de komende planperiode. Deze prioriteiten vormen de basis voor de acties en maatregelen uit het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 2). Uit de brede doelstellingen van Waterpanel Noord stellen wij de volgende prioriteiten voor het waterketenplan: Gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving 1. Wij werken aan het verbeteren van de waterkwaliteit, zodat wij in 2027 kunnen voldoen aan de doelstellingen van de kaderrichtlijn water. 2) o.a. de bouwsteen water en klimaat, de visie waardevol groeien, het waterbeheerplan en het regionale deel van
6
de (ontwerp) provinciale omgevingsvisie.
Wij passen de fysieke leefomgeving aan op het veranderende klimaat, zodat 20% van onze regio in 2027 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.
Doorwerking kerninstrumenten Omgevingswet 3. Wij werken aan de implementatie van de Omgevingswet, zodat het (grond)watersysteem en de waterketen in 2027 op een goede manier zijn opgenomen in de kerninstrumenten van de Omgevingswet van de gemeenten en het waterschap.
De eerste twee prioriteiten richten zich op een gezonde en veilige fysieke leefomgeving in Noord-Limburg. De andere prioriteiten richten zich op de doorwerking van de verschillende aspecten van de waterketen in de organisatie en de uitvoeringskracht om het afvalwater structureel op de meest doelmatige wijze in te zamelen, te transporteren en te verwerken.
Doelenboom In de hierna aangegeven doelenboom hebben de prioriteiten hun plaats gekregen. Daarbij zijn ook de acties opgenomen. We laten daarmee de samenhang zien tussen dat wat we willen en dat wat we doen.
Figuur 1: Doelenboom
7
De volgende paragrafen gaan nader in op de prioriteiten (1 t/m 5) van het waterketenplan. Per prioriteit volgt een korte beschrijving van de achtergrond en context. De acties en maatregelen die volgen uit deze prioriteiten zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 2). Voor de prioriteiten waterkwaliteit (1) en klimaatadaptatie (2) geven de paragrafen 1.3 en 1.4 daarnaast een beschrijving van concrete doelstellingen en leidende principes. De prioriteit klimaatadaptatie (2) wordt hierbij het meest uitgebreid beschreven omdat dit een relatief nieuw thema is en in de voorgaande plannen nog beperkt aan bod kwam. 1.3 Prioriteit 1 Wij werken aan het verbeteren van de waterkwaliteit, zodat wij in 2027 kunnen voldoen aan de doelstellingen van de kaderrichtlijn water. ´Betrokken partijen zijn het erover eens dat negatieve effecten van afvalwater niet worden afgewenteld. We nemen hierin ieder onze verantwoordelijkheid en geven gezamenlijk invulling aan het ambitiedocument ‘Van helder naar schoon water’. Op de lange termijn vinden nagenoeg geen overstorten vanuit het riool meer plaats op oppervlaktewateren. Voor de korte en middellange termijn (tot 2027) is een ‘tussendoel’ opgesteld dat is afgestemd op de kwetsbaarheid van de aquatische levensgemeenschappen in het watersysteem.
Hiertoe worden de benodigde KRW-rioleringsmaatregelen voor 2027 gerealiseerd en verbeteren we het effluent van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s), zodat in 2027 de effluentlozingen zijn afgestemd op de doelstellingen conform de KRW en draagkracht van het ontvangende oppervlaktewater. Deze aanpak zetten we voort. Waterkwaliteit blijft ook de komende planperiode een speerpunt dat verweven is met de zorg voor de waterketen in brede zin. Wij hanteren de in onze regio ontwikkelde aanpak voor de beoordeling van riooloverstortingen, met als uitgangspunt dat het leven in kwetsbare wateren minimaal 2 jaar nodig heeft om te herstellen van een overstorting. In zeer kwetsbare wateren bedraagt de hersteltijd minimaal 5 jaar. Dat is een effectgerichte benadering. Door de uitworp uit riooloverstorten hierop af te stemmen, zorgen we dat de organismen niet definitief verdwijnen. Voor de niet kwetsbare wateren zijn als destijds de basisinspanning is gerealiseerd geen aanvullende maatregelen aan de overstort nodig.
3) Toelichting Redeneerlijn en Ecologische toets bij basisrioleringsplannen, versie 28 september 2018
8
Voor elke overstort zoeken gemeente en waterschap samen naar de meest doelmatige maatwerkoplossing, o.a. op basis van de ecologische toets. De doelstelling om in 2027 de KRW-doelen te realiseren staat centraal. De benodigde maatregelen willen we uiterlijk in 2027 realiseren. Daarbij zijn kosteneffectiviteit en betaalbaarheid erg belangrijk en vormt de redeneerlijn voor riooloverstorten3 het uitgangspunt. Goed inzicht in de werking van riolering en watersysteem in hierbij onontbeerlijk. Meten en monitoren gericht op het functioneren van de afvalwaterketen en op de waterkwaliteit is hiervoor de basis. Om een goede waterkwaliteit te realiseren hanteren wij de volgende leidende principes: • Vervuiling aanpakken bij de bron. We volgen de trits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. • Geen (nieuwe) lozingen van schadelijke stoffen in de bodem, het grond- en oppervlaktewater en de riolering. Percelen zijn aangesloten op riolering of een andere publieke of private voorziening, zoals een IBA of decentrale voorziening, die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt (risicobeperking van ziekteverwekkers). • Terugdringen van de emissies vanuit riooloverstorten, indien de waterkwaliteit hier aanleiding voor geeft en de maatregel kosteneffectief is.
Hierbij kiezen we bij voorkeur voor duurzame maatregelen zoals afkoppelen en vergroenen, omdat dit bijdraagt aan de aanpak van meerdere klimaatproblemen. • Toewerken naar emissieloze glastuinbouw door zuivering en recirculatie van bedrijfswater & overtollig gietwater en beperken gewasbeschermingsmiddelen. • Herstel hydrologische condities van natuurgebieden, zodat de natuurdoelen kunnen worden gerealiseerd. • We scheiden vuil water van schoon water. Zo blijft schoon water schoon en vinden overstorten minder vaak plaats. Ook is het water op straat bij hevige regen minder vervuild. Vuil water zuiveren we voor we het terugbrengen in het milieu. • Toepassen van het principe: de vervuiler betaalt bij kostenverhaal en -toerekening.
Bij de presentatie van het Deltaprogramma 2021 heeft de Deltacommissaris aangegeven dat water
het leidende principe moet zijn in alle ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de komende jaren is klimaatadaptatie dan ook een belangrijke prioriteit. De regio stelt begin 2021 een (operationele) regionale en lokale uitvoeringsagenda vast voor klimaatadaptatie. Dit waterketenplan vormt het gezamenlijke tactisch beleidskader klimaatadaptatie. Hierbij ligt de nadruk op de aspecten wateroverlast en droogte. Daarnaast werkt de regio aan een meer strategisch (ruimtelijk) kader vanuit de provinciale omgevingsvisie, in Midden-Limburg, onder de vlag van Samenwerking Midden-Limburg (SML), aan een landschapskader en in Noord-Limburg aan een regionale adaptatie strategie (RAS), waarin de opgaven rondom energietransitie, landbouw en klimaatadaptatie ruimtelijk samenkomen. 1.4.1 Strategie klimaatadaptatie Om de ambities voor klimaatadaptie te realiseren hanteren wij de volgende strategie: • Meekoppelen met alle fysieke veranderingen (publiek + privaat) en versnellen waar nodig bij knelpunten. • Inzetten op gebiedsgericht maatwerk, waarbij groene klimaatmaatregelen de voorkeur genieten omdat deze ook andere doelstellingen dienen (o.a. versterken biodiversiteit, beweging / gezondheid). • Samen met gebiedspartners maken we het verschil (onderzoeken, uitvoeren en communiceren met campagne Waterklaar). • Met klimaatbestendige eigen assets en dienstverlening het goede voorbeeld geven.
• Eigenaren private terreinen (inwoners, bedrijven en woningbouwcorporaties) informeren en stimuleren hun eigen verantwoordelijkheid te nemen in de aanpak van de klimaatproblematiek. Benutten fysieke veranderingen en onderhoudscycli De strategie is gebaseerd op meekoppelen met fysieke veranderingen en versnellen waar nodig. Met meekoppelen bedoelen wij het benutten van alle
relevante fysieke veranderingen in het werkgebied van Waterpanel Noord, zowel op publiek als privaat terrein. Voorbeelden van fysieke veranderingen in bestaande steden en dorpen zijn de herinrichting en herprofilering van straten en pleinen, de herinrichting van groenstroken en parken (groene klimaatoplossingen), de vervanging van riolering en andere leidingen in de openbare ruimte en (groot)onderhoud aan gebouwen en tuinen. Voor het buitengebied geldt dat gebiedsontwikkeling of functieverandering het moment is om klimaatadaptieve maatregelen uit te voeren. Naast het benutten van onderhoudscycli gaat het ook om het aansluiten bij de ruimtelijke consequenties van andere maatschappelijke opgaven, zoals bijvoorbeeld van de energietransitie, mobiliteit en het sluiten van kringlopen (circulair).
Meekoppelen met de energietransitie Nationaal is de ambitie om de afhankelijkheid van gas in productieprocessen en voor de verwarming van gebouwen te verminderen. In het landelijk energie-/klimaatakkoord en de regionale energiestrategiën zijn en worden hier afspraken over gemaakt. Bij de verwarming van gebouwen zijn de alternatieven voor gas, verwarming via warmtenetten of warmtepompen. Netbeheerders zullen samen met gemeenten een afweging maken over het al dan niet vervangen van gasleidingen en het vergroten van de capaciteit van het elektriciteitsnet. Het moment kan samenvallen met het einde van de technische levensduur van leidingen of grootschalige herstructureringen van wijken. De momenten dat leidingen worden vervangen of uitgebreid, zijn momenten dat wordt gegraven en straten open gaan. Deze momenten kunnen worden benut om straten en wijken meer klimaatadaptief in te richten. Dat geldt ook voor de gebouwen zelf. Het moment dat gebouwen worden aangepast, kan worden benut voor bijvoorbeeld de aanleg van groen-blauwe daken.
9
Nieuwe financieringsvormen De opgaven van klimaatadaptie kunnen niet alleen worden gefinancierd vanuit de rioolheffing. Klimaatadaptatie bevat immers ook niet watergerelateerde maatregelen. Nieuwe financieringsvormen zullen nodig zijn. Markt- en maatschappelijke partijen zullen een bijdrage moeten leveren in deze opgave. De meerwaarde om te investeren in klimaatadaptieve maatregelen moet inzichtelijk worden gemaakt.
Wij passen de fysieke leefomgeving aan het veranderende klimaat en werken aan een klimaatbestendige inrichting van de publieke (openbare) en private buitenruimte en het watersysteem. Hiervoor hanteren wij een aantal leidende principes: • Relevante fysieke verandering (publiek en privaat) worden benut om klimaatadaptieve maatregelen te nemen (aansluiten bij onderhoudscycli). Door hierbij te kiezen voor groene maatregelen draagt klimaatadaptatie naast het voorkomen van wateroverlast, droogte en hittestress ook bij aan een gezondere en aantrekkelijkere leefomgeving.. • In de omgang met water volgen we de trits vasthouden-bergen- (vertraagd)afvoeren. De fysieke leefomgeving richten we in op een wijze dat het (regen)water daar naar toestroomt, waar het de minste schade of overlast veroorzaakt en bijdraagt aan het tegengaan van droogte (infiltratie). Benutten van de bovengrondse infrastructuur om overtollig water te ‘parkeren’ op plaatsen waar het geen schade oplevert. • Creeëren groen blauwe structuren (aders) in de bebouwde omgeving. • Water is sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen in de boven- en ondergrond: Klimaatbestendig bouwen met ruimte voor waterberging en groen bij nieuwbouw van woningen en bedrijventerreinen en gebiedsontwikkeling.
• Integrale en gebiedsgerichte systeembenadering van grondwater, oppervlaktewater, riolering, bodem en ondergrond • Grondwater beschouwen we hierbij als een schaars goed. Grondwater is de bron voor drinkwater. De bodem en ondergrond spelen een belangrijke rol bij het afvoeren en verwerken van hemelwater. Schoon regenwater benutten en zo veel mogelijk infiltreren daar waar het kan. Daar
10
• •
•
• •
waar het kan besparen we water besparen. Zo houden we de kwaliteit goed en houden we het grondwater op peil. Beekdalen robuust en veerkrachtig inrichten. Beheer (inclusief onderhoud) draagt optimaal bij aan doelen droogte, overlast en natuurlijk water: o.a. onderhoud gemeentelijke watergangen en aanpakken plaagsoorten (invasieve soorten), inzicht door meten/monitoren/databeheer. Benutten van maatregelen voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Bij projecten openbare ruimte gaan wij uit van meervoudig ruimtegebruik, extra groen en lokale waterberging. Toepassen van het principe: de kostenveroorzaker betaalt bij kostenverhaal en -toerekening. Gezamenlijk eigenaarschap van het klimaatbestendig maken van de regio: Overheid en gemeenschap (inwoners en bedrijven).
Gebiedsgericht maatwerk Een belangrijke uitdaging bij het realiseren van opgaven op het gebied van water en klimaat is een gebiedsgerichte en integrale benadering. Een voorbeeld hiervan is de inzet op een beekdalbrede benadering van beekdalen. In de periode 20222027 strat het waterschap met 2 proefprojecten. Met deze benadering wordt een aantal doelen gediend: wateroverlast voorkomen (klimaatbuffer), droogteoverlast voorkomen (verhogen beekbodem), natuurlijke inrichting, waterkwaliteit en biodiversiteit. Deze aanpak vraagt een samenhangende aanpak van gemeenten, waterschap en provincie. Ook de inzet van instrumenten is hierbij van belang (bijvoorbeeld het anders bestemmen van gronden, negatieve ontwikkelingen voorkomen). Ook bij het formuleren van concrete doelen voor het voorkomen van wateroverlast, beperken droogte en hitte geldt een gebiedsgerichte benadering.
Daarom maken wij onderscheid naar verschillende gebiedstypologieën: • Kwetsbare en robuuste gebieden (o.a. op basis van de resultaten van de stresstesten). • Bestaande situaties in dorpen en steden en (ver) nieuwbouwsituaties. • Dichtbebouwd gebied en dun bebouwd gebied. • Bedrijventerreinen, glastuinbouw en containerteelt. • Beekdalen. Samen met coalities, zowel in de eigen organisatie als met gebiedspartners Klimaatadaptatie is een grote maatschappelijke opgave en wij kunnen deze vanuit de waterketen niet alleen oplossen. Samen werken met collega’s in de eigen organisatie, gebiedspartners en de inwoners & bedrijven in de regio is een voorwaarde. Dat vraagt om bewustwording en handelen van onszelf, onze collega’s in de eigen organisatie en onze publieke en private (gebieds)partners. Gemeenten hebben een belangrijke taak en rol bij klimaatadaptatie. Zij hebben samen met de provincies de bevoegdheid en instrumenten in het ruimtelijk domein. Water en klimaat moeten worden verankerd in de ruimtelijke plannen door vroegtijdige betrokkenheid. Ook staan gemeenten het dichtst bij de inwoners. Voor het waterschap geldt dat zij door haar functionele focus en regionale schaal zicht heeft op de samenhang van de wateropgaven. Gezamenlijk kunnen deze overheden de leefomgeving klimaatbestendig inrichten. Maar we kunnen dit zeker niet alleen.
In de bebouwde omgeving is grofweg 50% van de ruimte privaat bezit. Naast overheidspartijen spelen daarom ook de nietoverheden een belangrijke rol bij klimaatadaptatie. Het gaat hierbij o.a. om drinkwaterbedrijven, corporaties, nutsbedrijven, perceeleigenaren, inwoners, (agrarische)bedrijven en intermediairs richting bewoners en andere private partijen, zoals tuincentra, installatiebedrijven, verzekeraars, ed. Elke partij heeft hierbij een eigen wettelijk kader, belangen en eventueel financieringsmogelijkheden. Het programma Waterklaar speelt een belangrijke rol in het activeren van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.
Klimaatadaptatie is een vraagstuk dat speelt op verschillende schalen die onderling met elkaar samenhangen. Dat geldt voor de assets die gemeente en waterschap beheren (object-stelsel-systeem) en binnen de verschillende systemen van de watercyclus, te weten: drinkwatervoorziening, riolering, grondwater en oppervlaktewatersysteem. De opgaven voor klimaatadaptatie zijn gericht op zowel een gebouw en tuin, straat, wijk, gemeente, beheergebied en regio. We werken dan ook op verschillende schalen en met verschillende gebiedspartners aan klimaatadaptatie. De uitdaging is om bij het aanpassen aan klimaatverandering groot te denken in termen van tijd, systemen en onderlinge afhankelijkheden. Tegelijkertijd is het zaak om de grote opgaven klein, lokaal en concreet te maken en daarmee daadwerkelijk aan de slag te gaan. Het goede voorbeeld geven met klimaatbestendige eigen assets Een belangrijk onderdeel van een klimaatadaptief werkgebied van Waterpanel Noord is het klimaatbestendig maken van de eigen assets. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld het verder klimaatbestendig maken van eigen infrastructuur (o.a. afkoppelen openbare ruimte), gemalen, afvalwaterzuiveringen en pompen & andere assets voor drinkwater. Het klimaatbestendig maken van de eigen assets kunnen wij voor een belangrijk deel zelf. Daarmee geven wij het goed voorbeeld aan onze gebiedspartners. 1.4.2.
Meervoudige rolopvatting van de overheidspartijen Om bovenstaande te bereiken is naast het reguliere werk en assetmanagement een nieuwe manier van werken nodig. De organisaties binnen Waterpanel Noord kunnen als overheidspartij niet volstaan met alleen een rechtmatige of presterende rol. Voor het realiseren van de ambities is ook een rol als samenwerkende en faciliterende (responsieve) overheid nodig. Het effectief acteren als samenwerkende en/of responsieve overheid levert in potentie een grotere maatschappelijke doelrealisatie op dan bij het acteren als presterende overheid. Dit vraagt wel om een (door) ontwikkeling van de organisatie en medewerkers.
11
Figuur 2: Vier vormen van overheidssturing (Bron: PBL / NSOB)
Figuur 2 schetst vier mogelijke rolopvatingen van de overheid in een energieke samenleving (initiatieven van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties). Bij klimaatadaptatie werken we VOOR de inwoners, bedrijven, mede-overheden en maatschappelijke initiatieven, samen MET deze gebiedspartners en faciliteren initiatieven, zodat DOOR gebiedspartners maatregelen kunnen worden genomen. De verticale as van de figuur vertegenwoordigt het accent in de inspanningen (van de overheid). De nadruk ligt op beleid en het formuleren van de juiste doelen en kaders (onder), of vooral op het ook daadwerkelijk realiseren en leveren van de voorgenomen prestaties (boven). De horizontale as in de figuur heeft betrekking op de relatie tussen overheid en de samenleving (markt en gemeenschap). In het linkerdeel van het schema ligt het accent bij de overheid. De overheid maakt het beleid én draagt zorg voor de uitvoering. In het rechterdeel van het schema ligt het accent bij de maatschappij. De overheid volgt of sluit aan bij maatschappelijke initiatieven. Klimaatadaptatie vraagt om een meervoudige rolopvatting van de overheid.
Bij het klimaatbestendig inrichten van de stedelijke leefomgeving trekken gemeenten, waterschap en WML samen op, nemen een eigen verantwoordelijkheid, geven het goede voorbeeld en treden daar waar nodig kaderstellend (faciliterend) op bij initiatieven die een bijdrage kunnen leveren aan klimaatadaptatie. Wat vraagt dit van de organisatie en de waterprofessional? Klimaatadaptatie realiseer je samen met collega’s in de eigen organisatie en met publieke en private gebiedspartners. Daarom vraagt klimaatadaptatie naast specialistische kennis om bepaalde houdingen en vaardigheden: omgevingsbewust, samenwerkingsgericht, ondernemend en faciliterend.
12
Een professional moet veel verschillende disciplines bij elkaar kunnen brengen, mensen kunnen activeren, in kunnen spelen op initiatieven vanuit de samenleving, flexibel zijn ingesteld en opgewassen zijn tegen onvoorziene omstandigheden. Dit betekent ook dat de beleidsmedewerkers en beheerders veel meer dan nu gebruikelijk is vooraan in planprocessen van ruimtelijke ontwikkelingen actief zouden moeten zijn en inhoudelijke wensen en eisen vroegtijdig en actief inbrengen.
In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De belangrijkste consequentie van de Omgevingswet voor het stedelijk waterbeheer is dat de beleidsvrijheid van gemeenten en waterschappen verder toeneemt. Concreet krijgt dit vorm door: • Deregulering van regels voor lozingen in de riolering, bodem en op het oppervlaktewater; • Deregulering van regels voor bouwen (aansluiting op de riolering); • Het vervallen van de goedkeuringsbevoegdheid van de provincie voor de gemeentelijke zorgplicht afvalwater in het buitengebied; • Het vervallen van de wettelijke planverplichting van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Hiermee vervalt de plicht dat de gemeenteraad het rioleringsplan vaststelt .
De urgentie om in regionaal verband gezamenlijk invulling te geven aan de beleidsvrijheid rondom de gemeentelijke watertaken en de zorgplichten van het waterschap neemt hierdoor verder toe. Gemeenten en het waterschap zullen samen en met WML, Provincie en Rijkswaterstaat moeten bepalen wat wel en niet ‘geregeld’ wordt en hoe je dat dan gaat doen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgen gemeenten en waterschap (en provincies) een aantal nieuwe en vervangende instrumenten in handen, gericht op de fysieke leefomgeving. De uitdaging is om het huidige gemeentelijke rioleringsplan (GRP) de komende jaren te gaan ontvlechten en om te vormen naar een rioleringsprogramma. Een aantal onderdelen uit het huidige GRP komen dan terug in de gemeentelijke omgevingsvisie en het omgevingsplan. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 2) hebben wij acties opgenomen over de invulling van de decengtralisatie van lozingsregels en de omgang met de bruidschat. 1.6 Prioriteit 4 Wij versterken de capaciteit voor het uitvoeren van onze watertaken. Uit de evaluatie van de vorige planperiode komt naar voren dat een aantal acties niet is opgepakt. Dit komt omdat de hoeveelheid acties niet goed was afgestemd op de beschikbare capaciteit bij de aangesloten partners (met name gemeenten). Dit is niet nieuw voor de regio.
Uit verschillende individuele GRP’s komt naar voren dat de beschikbare formatie onvoldoende is voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 2) is daarom een actie opgenomen om de mogelijke kwetsbaarheid nader te analyseren en in beeld te brengen. Als partners in de regio voeren wij samen de Branchestandaard van Stichting RIONED uit. We zetten de met het vorige Waterketenplan ingezette weg voort. Bescherming van de volksgezondheid door
1.7 Prioriteit 5 Wij verhogen de kwaliteit van de uitvoering en dienstverlening en voeren onze watertaken uit tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.
inzameling en transport van stedelijk afvalwater is een basisbeginsel voor ons werk in de hele waterketen. Door effectieve en efficiente samenwerking blijft onze waterketen ook in de toekomst goed functioneren. We volgen daarbij de ontwikkelingen en passen bewezen nieuwe technieken en innovaties toe. We wisselen kennis en informatie uit. Samen zoeken we naar ’best practises’ om een zo goed mogelijke waterketen tegen zo laag mogelijke kosten te houden. Het gaat dan om beter inzicht in het functioneren van onze rioolstelsels mede in relatie tot het watersysteem (meten is weten), samenwerken op operationele taken (beheer en onderhoud assets waterketen) e.d. Op deze manier werken we samen aan de vier K’s uit de inleiding: kwaliteit(svergroting, kwetsbaarheid (svermindering), kosten(besparing) en klantgerichtheid. Buiten het samenwerkingsverband werken veel andere personen en organisaties mee aan het functioneren van de waterketen. Onze burgers en bedrijven zijn daarbij belangrijk. Soms zullen we een goed gesprek met elkaar voeren, maar we kunnen ook samenwerken aan een grote gezamenlijke investering. Ook met Rijkswaterstaat en de Provincie zijn er veel raakvlakken, zoals Deltaprogramma 2021, het Deltaprogramma Hoge Zandgronden, RO-vraagstukken en de Provinciale Omgevingsvisie (POVI).
Het is belangrijk om deze verschillende programma’s goed op elkaar en op onze eigen programma’s aan te laten sluiten. Vroege betrokkenheid en goede communicatie is daarom noodzaak.
13
2
Uitvoeringsprogramma 2.1
Ambities, focuspunten en acties
Om onze ambities dichterbij te brengen en onze samenwerking op een hoger peil te brengen, voeren we deze planperiode samen de nodige acties uit. We doen dat samen omdat het loont. Door deze acties werken we aan de vier K’s: kwaliteit, kwetsbaarheid, kosten en klantgerichtheid. Het uitvoeringsprogramma voor de komende jaren volgt uit onze ambities en de prioriteiten die we daarin hebben aangegeven. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de acties regiobreed worden opgepakt. Bij het daadwerkelijk starten van een actie wordt bekeken of dat nog steeds zo is of dat in de actie in kleinere coalitie wordt opgepakt. Bij elke actie is een eerste inschatting van de uitgaven gemaakt, bij het opstellen van gedetailleerde actieplannen zal dit verder worden ingevuld. Ook moet voor de meeste acties een projectleider/trekker worden gevonden. De programmamanager zal de voortgang van de acties bewaken en de terugkoppeling naar het bestuur verzorgen. Hiertoe heeft hij een aantal keren per jaar overleg met de projectleiders. In de doelenboom (zie pagina 7) hebben de prioriteiten hun plaats gekregen. Daarbij zijn ook de acties opgenomen. We laten daarmee de samenhang zien tussen dat wat we willen en dat wat we doen.
2.2
Beschrijving acties
Hierna worden de acties toegelicht. We maken onderscheid in lopende programma’s en acties die we oppakken vanuit dit waterketenplan. Vanuit het programma van de afgelopen jaren loopt ook nog een aantal acties die eerst worden afgerond, die worden eerst genoemd. Daarna volgen de nieuwe acties in volgorde van belangrijkheid. 2.2.1 Lopende acties 1. Waterklaar Waterklaar richt zich op een klimaatrobuuste inrichting van particuliere terreinen. De doelgroepen zijn inwoners, bedrijven en woningbouwcorporaties. Het doel van Waterklaar is om deze doelgroepen te motiveren, stimuleren en activeren om over te gaan tot een klimaatrobuuste inrichting van hun terreinen. 14
Waterklaar heeft hierbij vooral een faciliterende rol en focust zich op bewustwording en gedragsverandering, educatie, kennisuitwisseling, faciliteren d.m.v. handleidingen, stimuleringsregelingen, het verbinden c.q. bij elkaar brengen van partijen en netwerken, steeds met aandacht voor de thema’s waterkwaliteit, vergroening en ontstening. De gemeenten hebben een cruciale rol om dit ook lokaal tot uitvoering te brengen. Binnen het doorlopende communicatietraject / platform krijgen de komende planperiode de volgende onderwerpen aandacht: • De gevolgen van afkoppelen en infiltreren van regenwater voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit en de bodem. Dat kan bijvoorbeeld door het maken van een digitale folder met de ligging en betekenis van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. Daarbij sluiten wij aan op de gebiedsdossiers van de Provincie. • Beperken van de gevolgen van droogte en het handelingsperspectief van inwoners, bedrijven en woningcorporaties, bijvoorbeeld door het kiezen van de juiste beplanting. Budget Waterklaar dat ten laste van dit uitvoeringsprogramma komt is € 146.750,- . 2. Publiekscommunicatie De gezamenlijke ambitie van de samenwerkende partners van Waterpanel Noord is vastgelegd in het plan publiekscommunicatie 2018 - 2022. Het doel is bewustwording, het vergroten van kennis en aanzetten tot gedragsverandering bij alle Limburgers.
Met andere woorden inwoners informeren, faciliteren en motiveren klimaatadaptief te zijn met als einddoel klimaatbewust te handelen. Door het meten, monitoren en aansluiten bij de Limburgse leefstijlen volgens de leefstijlvlinder ‘Ons Water’ weten we doelgroepen steeds beter bereiken. Om de opgave klimaatadaptief handelen te realiseren worden jaarlijks (daar waar mogelijk in samenwerking met de andere Limburgse regio‘s) twee publiekscampagnes ontwikkeld en uitgevoerd vanuit één kanaal met het beeldmerk Waterklaar. Budget: € 104.200 per jaar.
3. Interne communicatie (concerncommunicatie) Met de ambities uit het waterketenplan en de uitvoeringsagenda klimaat wordt interne communicatie tussen en binnen de samenwerkende partners steeds belangrijker om invulling te geven aan de grote opgaven waarvoor we staan. Hiermee wordt bedoeld de communicatie tussen gemeenten, waterschap en WML onderling maar ook de procescommunicatie binnen Waterpanel Noord van bestuur naar LP-VV. Begin 2021 wordt daarvoor een intern communicatieplan opgeleverd dat in 2021 verder wordt uitgerold.
4. Oppakken uitvoeringsagenda klimaatadaptatie Tegelijkertijd met het opstellen van dit plan, loopt een paralel spoor waarin de regionale en lokale uitvoeringsagenda’s klimaat worden opgesteld. Uit de regionale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie volgen acties die we samen oppakken.
Gezamenlijk gemalenbeheer (pilot van 4 gemeenten en WBL) Vanuit Waterpanel Noord zijn er in het verleden diverse onderzoeken uitgevoerd om het gemalenbeheer samen te gaan organiseren. We zijn gestart met een onderzoek “Verdiepingsslag elektromechanische installaties” waarin het beheer en onderhoud van de gemeenten met elkaar is vergeleken. Vervolgens is er een bedrijfsvoeringsplan gemalenbeheer opgesteld waarin de uitgangspunten zijn bepaald ten aanzien van beheer en onderhoud van gemalen. Op basis daarvan hebben vijf gemeenten aangegeven samen met het WBL te onderzoeken hoe een gezamenlijke hoofdpost en onderhoudsmanagementsysteem op te zetten. Dit wordt op dit moment uitgevoerd. Mogelijk dat er in de toekomst andere gemeenten hier ook op aan gaan sluiten. Dit project wordt niet onder Waterpanel Noord uitgevoerd maar draagt wel bij aan de doelstellingen van Waterpanel Noord. Kennis en ervaring wordt ook regelmatig gedeeld.
Budget 125.000 per jaar 2021-2024.
Budget –
5. Invoering omgevingswet De invoeringswet zorgt voor allerlei veranderingen, bijvoorbeeld in processen rondom ruimtelijke ordening en het juridisch borgen van onze wensen. We kijken hier gezamenlijk naar om zoveel mogelijk een eenduidige aanpak te krijgen.
10. Gezamenlijke aanbesteding, doorlopend op operationele taken Diverse gemeenten zoeken met elkaar de samenwerking op ten aanzien van het aanbesteden van beheerwerkzaamheden. Het kan gaan over rioolinspecties, onderhoudsmaatregelen aan riolering, renovatie projecten, etc. Hierbij wordt gewerkt met wisselende coalities. Deze aanbestedingen worden uitgevoerd op basis van regie door één van de deelnemende gemeenten en valt niet rechtstreeks onder Waterpanel Noord. Echter draagt dit zeker bij aan onze doelstellingen om samen te werken aan de 4 K’s.
Budget: € 45.700
Budget: uit algemeen budget 6. Synergiekansen en onderhoud watersystemen We zoeken naar samenwerkingsmogelijkheden in het omgaan met watersystemen. Budget: uit algemeen budget 7.
Varianten heffingsgrondslag (bijvoorbeeld stimuleren verduurzaming door heffing) We onderzoeken de mogelijkheden om via de rioolheffing duurzaam gedrag te stimuleren. Budget: uit algemeen budget 8. Grondwatermeetnet fase 3. We ronden het rpoject grondwatermeetnet af. Budget: 2021 € 40.800, 2022 € 8.600.
9.
Budget: 2.2.2 Acties waterketenplan 1. Gebiedsdifferentiatie waterbergingseis De waterbergingseis uit de Keur (100 mm) wordt per gebiedstype beoordeeld op haalbaarheid. We onderscheiden hierbij verschillende gebiedstypologieen: bestaande bouw, nieuwbouw, kwetsbaar gebied, 15
-
niet-kwetsbaar gebied, binnen bebouwde kom, buiten bebouwde kom.
a. Inventarisatie hoe we regionaal invulling geven aan meten-data-rekenen. We brengen in beeld wat de wensen zijn vanuit de verschillende organisaties en vertalen dit naar plannen om meten, data en rekenen op te pakken.
Waar nodig passen we de lokale bergingseis aan. Dit is ook een vervolg en regionale uitwerking van de beslisboom afkoppelen. Gaat om de verwerking (vasthouden, bergen) van hemelwater en de uitgangspunten die we daarbij hanteren bij ruimtelijke ontwikkelingen. De uitkomst van dit proces communiceren we in bijvoorbeeld beslisbomen.
Budget: € 10.000 eenmalig. b. Meten: we onderzoeken welke meetgegevens we nodig hebben, welke apparatuur op welke plaats daarvoor nodig is en hoe we de data gaan verwerken en ontsluiten.
Budget: € 10.000 eenmalig
Budget: € 10.000 eenmalig.
2. Implementatie evaluatie stimuleringsregeling De stimuleringsregeling afkoppelen is eind 2020 geëvalueerd. Op basis van de evaluatie heeft Waterpanel Noord opdracht gegeven een vervolgregeling voor te bereiden welke medio 2021 ter besluitvorming aan alle partners wordt voorgelegd. De voorbereiding wordt bij voorkeur samen met de zuidelijke regio’s opgepakt om te komen tot een Limburgbreed vervolg op de huidige regeling. Budget: evaluatie en voorbereiden nieuwe regeling zijn gedekt via de huidige stimuleringsregeling.
c. Data: Als overheden is het streven om informatie steeds actiever openbaar te maken. Open data past bij een overheid die haar taken transparant uitvoert. Daarvoor is juistheid van informatie een randvoorwaarde. Goede data liggen ook aan de basis van elke beslissing. We zetten in op uniformering in het vastleggen van data (bijvoorbeeld conformeren aan imbor/gwsw). Budget: € 10.000 eenmalig. d. Rekenen: de verkregen data analyseren we en gebruiken we om onze theoretische berekeningen beter af te stemmen op de praktische werkelijkheid.
Budget vervolgregeling nog onbekend. 3. Kennissessies We gebruiken regelmatig onze bijeenkomsten om een kennisonderwerp uit te diepen en daar met elkaar van gedachten over te wisselen. Ook organiseren we naar behoefte kennissessies voor onze collega’s (o.a. beheerders, vergunningen, R.O. e.d.). Budget: opgenomen in de algemene kosten meerjarenbegroting. 4.
Visie en strategie omgaan met afvalwater buitengebied We ontwikkelen een gezamenlijke visie over hoe we omgaan met huishoudelijk afvalwater in het buitengebied. Sluiten we dat (weer) aan op mechanische riolering of gaan we decentraal zuiveren of op locatie (IBA)? We ontwikkelen een afwegingskader inclusief beslisbomen voor nieuwe aansluitingen en ontwikkelingen. Mogelijk is hier subsisie van STOWA mogelijk. Budget € 20.000 eenmalig 5.
16
Meten-data-rekenen In Limburg is een businesscase gemaakt die we in dit project doorvertalen naar de situatie in Waterpanel Noord. Meten-data-rekenen is een grote, maar belangrijke opgave. Daarom splitsen we deze actie in deelacties:
Budget: € 10.000 eenmalig. 6.
Afspraken lozingsroutes regenwater / beslisboom afkoppelen Per activiteit / functie uitwerken van gezamenlijke beleidskeuze voor de lozingsroutes van regenwater: op het oppervlaktewater, in de bodem en op de riolering. Hierbij maken wij onderscheid in de volgende activiteiten: • woningen (bestaand) • woningen (nieuwe) • bedrijventerrein (kantoren, loodsen ed.) • verschillende typen wegen • verschillende typen verhardingen in de openbare ruimte • .... Ook voor deze lozingsroutes maken we beslisbomen. Sluiten daarbij onder andere aan bij de Limburgbrede beslisboom afkoppelen. Budget: € 40.000 eenmalig 7. Droogte: waterbalansonderzoek Onderzoek en kennisontwikkelen naar de oorzaken van lage grondwaterstanden. Regionaal en over de grens met als doel een (regionale) aanpak te ontwikkelen. Er speelt al veel op dit vlak (onderzoek
waterbeschikbaarheid Provincie, LIWA van WL met vervolgonderzoek, waterbalansonderzoek van Riwa Maas). We kijken of en waar we bij aan kunnen sluiten. Voordat we in oplossingen kunnen denken, is het nodig om de oorzaken van de grondwaterstandsdalingen te vinden. Aspecten die hierbij een rol spelen: drainagebasis van het regionaal watersysteem (in zomer- en winter), beregening van landbouwgewassen, indrustriele grondwateronttrekkingen (bijvoorbeeld de aardappelverwerkende industrie en bierbrouwers). Het onderzoek richt zich in eerste instantie op de analyse van de oorzaken. Op basis daarvan zullen oplossingsrichtngen worden verkend, waarbij het beperken van (grond)waterverbruik, vasthouden en infiltreren van water in het gebied centraal staat. Hierbij betrekken we ook de Provincie als belangrijke stakeholder. Budget € 50.000 eenmalig. 8.
Hoe ver zijn we met de KRW, evt. optimalisatiestudie waterketen/watersysteem Onderzoek om te kijken waar we staan met het bereiken van de KRW-doelstellingen, ecologisch en chemisch. Dat doen we door het uitvoeren van de ecologische toets voor alle overstorten, waarbij we ook de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater in beeld brengen. Voor de overstorten waarvoor op basis van de ecologische toets maatregelen nodig blijken, wordt met behulpt van de zogenaamde redeneerlijn de beste oplossing in beeld gebracht. Als het nodig is om breder te kijken dan het betreffende BRP-gebied, kan een OAS nieuwe stijl worden uitgevoerd. Het gaat dan om de samenhang riolering, zuivering en watersysteem (waterkwaliteit). Aandachtspunten hierbij zijn: • Het voorkomen van achteruitgang door vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat hierbij onder andere om indirecte lozingen vanuit de containerteelt, mestverwerkers, glastuinbouw, etc.; • Gemeenten zijn bevoegd gezag voor indirecte lozingen, het WL heeft daar ook direct belang bij. • Inzicht in de kwaliteit van het influent van de zuivering en hoe dit te verbeteren. WL pakt dit in 2021 op. Samen met gemeenten en RUD wordt gezocht naar bronnen van afwijkende influentkwaliteit om zo te komen tot een bronaanpak; Budget € 240.000 (15.000 per gemeente + 15.000 WL) eenmalig. 9.
Branchestandaard gemeentelijke watertaken De beschikbare personele capactiteit staat al jaren onder druk. Maar leidt dat ook tot verwatering van
kennis en kunde? Met het branchestandaardonderzoek van stichting RIONED onderzoeken we hoe het in onze samenwerking staat met kennis en kunde, op welke kennisgebieden we sterk genoeg zijn en op welke gebieden we kunnen verbeteren en elkaar binnen de samenwerking kunnen versterken. Het is een onderzoek naar de kwalitatieve kant van de personele inzet voor de gemeentelijke watertaken. Budget € 40.000 eenmalig. 10. Lozingsroutes huishoudelijk of bedrijfsafvalwater Per type lozing en dus activiteiten werken we gezamenlijke beleidskeuzes uit voor de lozingsroutes van (bedrijfsmatig) afvalwater. Onderscheid maker naar lozen op het oppervlaktewater, in de bodem en op de riolering. Hierbij maken wij onderscheid in de volgende activiteiten: • evenementen • containerteelt • glastuinbouw • park recreatiewoningen • huisvesting seizoenarbeiders • mestverwerking • ..... Voor de lozingsroutes maken we beslisbomen die de te volgen route inzichtelijk maken. Budget: € 40.000 eenmalig 11. Afspraken lozingsroutes bronneringswater Per type bronnering (afhankelijk van debiet, duur en kwaliteit effluent) gezamenlijke beleidskeuze voor de lozingsroutes van grondwater: op het oppervlaktewater, in de bodem en op de riolering. Budget: € 40.000 eenmalig 12. Opstellen decentrale regels omgevingsplan In 2022 wordt de omgevingswet van kracht.
Veel landelijke lozingsregels vervallen en moeten lokaal in de omgevingsplannen worden opgenomen. Dit is de juridische uitwerking van de afspraken over de gedifferentieerde bergingseis en de lozingsroutes (acties 1, 6, 9 en 10). Betreft ook de implementatie handreiking klimaattoets en bouwstenen omgevingsvisies en -plannen. Budget: € 40.000 eenmalig. 13. Benaderen bedrijven buitengebied in verband met lozingen en grote waterverbruikers in verband met droogte. Onderzoek hoe we de (grotere) lozingen in het buitenbgebied kunnen aanpakken om a. waterkwaliteit te verbeteren en b. water zoveel mogelijk in het gebied kunnen houden om droogte tegen te gaan.
17
Daadwerkelijke implementatie van de aanpak.
Budget: € 150.000 eenmalig
Budget: € 10.000 eenmalig.
16. Nieuw waterketenplan 2025 In 2025 evalueren we dit waterketenplan en stellen we een nieuw plan op waarmee we onze samenwerking verder versterken en inspelen op de ontwikkelingen.
14. Gezamenlijke strategie beekdalbrede benadering We ontwikkelen op basis van de resultaten van pilots van WL samen een strategie hoe een beekdalbrede benadering kan worden gerealiseerd en wat daarvan de consequenties zijn voor ons handelen en de lokale regelgeving, zowel bij waterschap als bij gemeenten. Budget: €10.000 eenmalig. 15. Stresstest en risico-dialoog 2025 In 2025 voeren we met elkaar weer een nieuwe DPRA stresstest uit met bijbehorende risicodialogen. Doel is opnieuw de klimaatrobuustheid van onze systemen te bepalen.
18
Budget: € 100.000 eenmalig
2.3
Planning
In het hoofdrapport zijn de projecten in tijdsvolgorde weergegeven met daarbij een schatting van de kosten. De werkelijke kosten kunnen worden bepaald als een projectplan is opgesteld. Ook is het mogelijk dat er voor sommige projecten subsidie mogelijk is, bijvoorbeeld vanuit STOWA (buitengebied) of vanuit de impulsregeling klimaatadaptatie vanuit het Rijk.
Samenwerken De regionale samenwerking Waterpanel Noord is ontstaan uit de regionale samenwerking Venlo-Venray en de regionale samenwerking Limburgse Peelen. Het is een relatief nieuwe samenwerking en daarom is het goed om ervaringen en spelregels voor de samenwerking tegen het licht te houden.
3. 1
Doel samenwerking
De samenwerking Waterpanel Noord heeft als kerndoel om de kwetsbaarheid en kosten te verlagen en de kwaliteit en klantgerichtheid te vergroten. de volgende doelen dragen hieraan bij: • Informatie uitwisselen, kennis delen, door ontwikkelen en van elkaar leren. Dat maakt ons sterker en minder kwetsbaar; • Slagkracht vergroten: samen staan we sterker en maakt het makkelijker om beleid lokaal toe te passen. Dit verhoogt de kwaliteit van de besluitvorming; • Regionaal inspelen op ontwikkelingen bijvoorbeeld bij subsidietrajecten in het kader van DPRA en DHZ. • Nastreven uniformiteit in beleid waar dat mogelijk is om het werk en de doelen voor de waterketen en het watersysteem te verbeteren; • Het vergroten van je netwerk waardoor je elkaar makkelijk kunt vinden en bevragen. • Het bijdragen aan de inhoudelijke invulling van de taken van alle samenwerkingspartners. • Het waar mogelijk voor het dagelijkse werk gebruik maken van elkaars kennis, kunde en competenties. Onze ambtelijke bijeenkomsten moeten bijdragen aan deze kerndoelen. Dat uit zich in de werkwijze die we afspreken voor de komende jaren. Het bestuurlijk aanjaagteam blijft de bestuurlijke vergaderingen voorbereiden en de link tussen de ambtelijke en bestuurlijke laag.
3. 2
Werkwijze en spelregels
De succespunten van onze samenwerking tot nu toe houden we vast. We blijven regelmatig bij elkaar komen, we blijven met onze inwoners en bedrijven communiceren via Waterklaar en we blijven onze
3
bestuurders betrekken bij wat we samen willen oppakken. 3.2.1 Proces We hanteren de volgende spelregels: 1. Samenwerken biedt voordeel, materieel of immaterieel. Er moet door samenwerking voordeel te behalen zijn, of door kostenbesparing of door bijvoorbeeld het vergroten van het werkplezier of kennisniveau. 2. Projecten in gezamenlijk belang worden door iedereen gedragen, projecten met een voordeel voor een beperkte groep worden door die beperkte groep gedragen. 3. Projectleiders/trekkers komen bij voorkeur uit de eigen gelederen en worden gecompenseerd voor hun inzet; 4. Iedereen doet mee. Samenwerken lukt alleen als iedereen actief meedoet. Dat laat onverlet dat er in wisselende coalities kan worden samengewerkt als een bepaald project daarom vraagt. Samen waar het kan, in kleinere coalities als het moet. De programmamanager krijgt ondersteuning van een drietal personen vanuit de deelnemers, het kernteam. De taken van dit kernteam zijn: • Samen met de programmamanager voorbereiden van de agenda voor de (bestuurlijke) bijeenkomsten. Er wordt duidelijk onderscheid gemaakt in bespreekpunten en mededelingen. Doel is een minder volle agenda en meer verdieping in de vergaderingen. • Het afstemmen van de agenda’s van Waterpanel Noord, Provincie en Waterschap. • Meer gebruik maken van een digitaal platform voor het delen van informatie. Dat hoeft niet op de vergaderingen.
Dat geldt mogelijk ook voor sommige bestuurlijke stukken. • Het bewaken van de voortgang en implementatie van de acties. Hiertoe is er regelmatig overleg tussen de programmamanager, kernteam en de projectleiders. • Bij de projecten wordt de ‘plan-do-check-act’ (PDCA) cyclus toegepast om zo de voortgang te bevorderen en projecten ook daadwerkelijk af te ronden. 19
• Jaarlijkse evaluatie van de voortgang aan de hand van de doelenboom en geplande acties op de 4 K’s (Kwaliteit, kwetsbaarheid, kosten en klantgerichtheid) en terugkoppeling aan bestuurders, ook door projectleiders zelf. Het kernteam bestaat uit vaste mensen voor de duur van minimaal een jaar, om zo samenhang te bewerkstelligen. Ten minste eenmaal per jaar praten we de managers op hoofdlijn bij over alles wat er speelt en delen wij voortgang en resultaat per project. Dit zorgt voor meer inzicht en betrokkenheid bij de waterketen. Het management heeft in organisatites een rol als (personele) capaciteitsleverancier. Om invulling te geven aan de gestelde ambities en doelen en voor het uitvoeren van de maatregelen in dit waterketenplan, is personele capaciteit is benodigd. De bijpraatmomenten biedt de managers ook de mogelijkheid voor kennisuitwisseling en vermindering kwetsbaarheid. 3.2.2 Inhoud Inhoudelijk is afgesproken om regelmatig workshops te organiseren over actuele onderwerpen die voor een ieder belangrijk zijn. Daarnaast zal, als de COVID-19 maatregelen het weer mogelijk maken, er weer netwerklunches en andere bijeenkomsten worden georganiseerd om elkaar beter te leren kennen, vertrouwen op te bouwen en op informele wijze kennis uit te wisselen. Het uitvoeringsprogramma van dit waterketenplan is leidend voor onze activiteiten, daar hebben we onze handen vol aan.
Dat betekent overigens niet dat er geen ad hoc projecten kunnen plaatsvinden, maar dat moet altijd goed worden afgewogen. We passen daarbij op om te veel hooi op de vork te nemen. Beter minder projecten die we daadwerkelijk 20
afronden dan veel projecten die verzanden in de waan van de dag. We leggen en houden regelmatig contact met onze groen- en ruimtelijke collega’s. Dat wordt met de ruimtelijke adaptatie en ontharding steeds belangrijker. We richten een digitaal platform zo in dat ook een online forum ontstaat waarop we vragen en kennis kunnen uitwisselen. Organisaties uit Limburg en Noord-Brabant zijn bezig met de ontwikkeling van een klimaatapp om ervaringen rondom het klimaatadaptief maken van leefomgeving te delen. Wat de kostenverdeling betreft handhaven we de huidige kostenverdeelsleutels en maken afhankelijk van de samenstelling van coalities onderscheid per project.
21
Natuurlijk water 22
Passende bescherming
Schoon water
Voldoende water