CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Beoordeling principeverzoek.

01. Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot instemmen met het principeverzoek realisatie camperplaatsen aan de Wijde Steeg in Ohé en Laak.4.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

!f:-

/, ~

GEMEENTE

MAASGOUW. Uw brief van: Uw kenmerk: Ons kenmerk: Documentnr: Inlichtingen: Telefoonnr: Onderwerp:

29 september 2021 Z/21 /013099 D/22/053092 Peter Janssen 0475 85 25 00 Principeverzoek camperplaats Wijdesteeg Ohé en Laak 15 februari 2022

Datum: t Verzenddatum: Bijlage: Beoordeling principeverzoek

·1

rEB. 2022

1111111111111111111111111111 IIII IIIII IIIII IIIII IIIIII IIII IIII IIII

Beste heer

,

U diende op 29 september 2021 een principeverzoek in. U verzocht om principemedewerking te verlenen aan een camperplaats voor 50 campers aan de Wijdesteeg in Ohé en Laak. Wij hebben uw verzoek behandeld in onze vergadering van 15 februari 2022. Er is besloten om principemedewerking te verlenen aan het principeverzoek via een herziening van het bestemmingsplan, waarbij: • voor de realisatie van dit plan de noodzakelijk ruimtelijke procedure wordt gevolgd, waarbij wordt aangetoond dat er geen beperkingen ontstaan voor het plangebied en/of de omgeving; • de ontwikkeling binnen de Samenwerking Midden Limburg regionaal wordt afgestemd en akkoord wordt bevonden. • bij de verdere uitwerking van de plannen de omgeving wordt betrokken; • een landschappelijk inpassingsplan en verlichtingsplan als onderdeel van de landschappelijke inpassing ter goedkeuring wordt voorgelegd; • de ontwikkeling wordt gecompenseerd via de systematiek van Gemeentelijk KwaliteitsMenu; • ten behoeve van de planologische procedure planschade wordt afgewenteld via een verhaalsovereenkomst en initiatiefnemer een 'akkoordverklaring kosten en voorwaarden' (tevens exploitatieovereenkomst) ondertekent. In de bijlage treft u de beoordeling van het principeverzoek met daarin een toelichting van de randvoorwaarden aan.

Vervolgtraject Op basis van deze brief en de beoordeling van uw principeverzoek kunt u contact opnemen met een stedenbouwkundig adviesbureau voor het opstellen van een (concept) voorontwerp bestemmingsplan inclusief de noodzakelijke onderzoeken. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de in de bijlage opgenomen randvoorwaarden.

Markt 36, Maasbracht • Postbus 7000, 6050 AA Maasbracht T 0475 85 25 00 • F 0475 46 61 84 • IBAN NL71 BNGH028S 128248 info@gemeentemaasgouw.nl • www.gemeentemaasgouw.nl

}t-

l', ~ GEMEENTE MAASGOUW. Geldigheidsduur principebesluit Voor de goede orde wijzen wij u er hierbij op dat dit principebesluit een maximale geldigheidsduur heeft voor een periode van één jaar (vanaf de dagtekening van deze brief). Binnen dit jaar kan het principebesluit nog zijn geldigheid verliezen door onder meer (gewijzigd) beleid, andere of nieuwe feiten dan wel omstandigheden, veranderde inzichten et cetera.

Principebesluit en gemeenteraad De gemeenteraad is het bestuursorgaan dat uiteindelijk van gemeentewege dient te besluiten omtrent het al dan niet vaststellen van een partiële herziening van het bestemmingsplan. Deze brief wordt daarom ter kennis gebracht aan de gemeenteraad. De gemeenteraad kan zo in zijn eerstvolgende vergadering de wenselijkheid van het initiatief ten principale ter discussie stellen. De gemeenteraad kan, binnen 10 werkdagen, aan het college aangeven dat het initiatief om haar moverende redenen in het geheel als onwenselijk wordt beschouwd. De in de tussentijd door u te nemen stappen zijn voor uw rekening en risico.

-

Principe-uitspraak geen besluit Tenslotte maken wij u erop attent dat in het geval van een principe-uitspraak geen sprake is van een besluit (als bedoeld in artikel 1 :3 Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Daarom staan hiertegen geen rechtsmiddelen open. Een principe-uitspraak betreft namelijk enkel een mededeling over de te verwachten besluitvorming in het geval een formele aanvraag zou worden ingediend. Kosten Verder worden voor het in behandeling nemen van uw principeverzoek (leges)kosten in rekening gebracht. D e bedragen€ 150,-. Hiervoor ontvangt u binnenkort een aparte factuur.

De secretaris

Markt 36, Maa!>bracht • Postbus 7000, 6050 AA Maasbracht T 0475 85 25 00 • F 0475 46 61 84 • !BAN NL71BNGH0285128248

info@gemeentemaasgouw.nl • www.gemeentemaasgouw.nl

Z/21/013099

-

D/21/044287

Bestemmingsplan

De planlocatie ligt in het geldende bestemmingsplan "Ohé en Laak"(vastgesteld 6 oktober 2011) Ter plaatse geldt de enkel bestemming 'Agrarisch met waarden' De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijfsmatig gebruik; b. behoud en ontwikkeling van de aanwezige waarden; c. het in stand houden van de openheid in het gebied; d. onverharde wegen ten behoeve van het landbouwverkeer; e. realiseren en in stand houden van natuur- en landschapselementen zoals houtopstanden, houtwallen, houtsingels, sloten, beken, waterlopen en overige waterpartijen, water- en oevervegetaties; f. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', cultuurhistorische waarden. Een camperplaats is niet rechtstreeks mogelijk binnen deze bestemming. Verder gelden ter plaatse de dubbelbestemmingen: • "waarde - Landschap" De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van cultuurhistorische en landschappelijke waarden.

Indien op grond van de bouwregels van de onderliggende bestemming bouwwerken worden gebouwd, dan zijn deze op grond van de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' toegestaan, mits: • het bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn van geringe omvang, welke noodzakelijk zijn voor de instandhouding, versterking of ontwikkeling van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; • de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet meer bedraagt dan 3,50 meter; • het bouwwerk niet is gelegen op of direct nabij een op de kaart ruimtelijke karakteristiek aangegeven karakteristiek element. • "Waterstaat - Waterkering" De voor 'Waterstaat - Waterkering· aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken, in het bijzonder een primaire waterkering. Op en in gronden mogen uitsluitend worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, nodig voor het behoud en onderhoud van de waterkering, met een hoogte van maximaal 3 meter. • Waterstaat - Waterbergend rivierbed De voor 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie. Op deze gronden mag in beginsel niet worden gebouwd. Conclusie

De activiteiten zijn niet passend binnen het geldende bestemmingsplan. Daarnaast zijn in het gebied diverse beperkingen aanwezig, waardoor in beginsel bouwmogelijkheden op het perceel zijn uitgesloten. Er zal in overleg moeten worden getreden met de betreffende beheerders om de mogelijkheden te verkennen. De betreffende beheerders zijn: Rijkswaterstaat en het Waterschap. Beleidslijn grote rivieren

De locatie ligt in het bergend regime van de Maas. Voor het bouwen in een rivierbed is een waterwetvergunning vereist. Om te mogen bouwen in de zogeheten bergende en stroomvoerende delen van het rivierbed stelt het Barro aan bestemmingsplannen aanvullende eisen. Zo moeten

Pagina 1 van 7

Z/21/013099 -

D/21/044287

resterende, blijvende effecten op de waterstand en afname van de bergingscapaciteit worden gecompenseerd. Vanwege de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan moet de financiering en tijdige realisering van die maatregelen zijn verzekerd. Dit geldt ook bij activiteiten die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren. Structuurvisie Maasgouw 2030

In de structuurvisie wordt specifiek ingegaan op de camping Sangershoeve. Dit bedrijf richt zich louter op het toeristisch kamperen. Het bedrijf zoekt, mede gelet op het bedrijfseconomisch succes, naar mogelijkheden tot uitbreiding van de camping. Deze uitbreiding zou gevonden moeten worden in de vorm van een 2e zelfstandige minicamping op enige afstand van de huidige locatie. De toekomstige inrichting van de camping moet rust, natuur en hoogwaardigheid uitstralen. Er moeten dan ook ruime toerplaatsen met hoogwaardige voorzieningen komen. Gerekend wordt met 200 m2 per toerplaats. Dit zou neerkomen op een camping met een omvang van 1,5 hectare. De structuurvisie komt niet aan dit verzoek tegemoet. De lage ligging, het open karakter en de situering nabij de Molenplas maken dit zeer gevoelig voor nieuwe ontwikkelingen. Deze zijn van grote afstand waarneembaar, getuige onder meer de aanwezige stalling voor caravans in de rand van het gebied. Ook maakt dit perceel deel uit van de zone, waarbinnen landschaps- en natuurontwikkeling wordt voorgestaan. Hiermee wordt op termijn de regionale ecologische hoofdstructuur versterkt. Er bestaat wel ruimte om in de zogenaamde dorpsmantel van Ohé en Laak op een nader te bepalen locatie tot de aanleg van een 2e minicamping over te gaan. De omvang en het aantal staanplaatsen worden nader bepaald door de aard van de locatie.

Dit geldt ook voor de eventuele landschappelijke maatregelen. Het streven is er op gericht om een dergelijke minicamping op een zachte wijze in het landschap en ten opzichte van de belendende bebouwing in te passen. Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de uitbreidingen vanuit de structuurvisie niet op onoverkomelijke bezwaren stuit. Van belang is dat de uitbreidingen in of tegen de dorpsmantel aan komt te liggen. De uitbreiding van de camping is niet voorzien in de dorpsmantel zoals bedoeld in de structuurvisie. De uitbreiding sluit wel direct aan op het huidige camping. Versnippering is daarom niet aan de orde. Speciale aandacht gaat wel uit naar het op een zachte wijze inpassen van de camping in het landschap. (Ontwerp) Omgevingsvisie

De planlocatie ligt in het deelgebied "Buitengebied" en meer specifiek in de groen-blauwe natuurzone. De planlocatie ligt aan de noord-loost zijde van de kern Ohé en laak. De kwaliteit van de kern Ohé en Laak wordt bepaald door rust en een fraaie landschappelijke omgeving. Het groen-blauwe netwerk van natuurgebieden, verbindingszones (beekdalen), Maas en Maasplassen is kenmerkend voor de gemeente Maasgouw en heeft om meerdere redenen een belangrijke functie. Deze natuurzones zijn van cruciaal belang om de soortenrijkdom van dieren en planten (biodiversiteit) te behouden en herstellen die in de afgelopen decennia in Nederland sterk is afgenomen. Daarnaast zorgt dit groenblauwe netwerk voor de klimaatbestendigheid door het opvangen en vasthouden van water en door het bieden van verkoeling bij hitte. Ook bieden deze natuurzones ontspanningsmogelijkheden voor bewoners en bezoekers en daarmee wordt bijdragen aan de aantrekkingskracht van Maasgouw als woongemeente en als toeristische gemeente. Wij hebben de ambitie om de kwaliteiten van de bestaande natuur te versterken en het natuurnetwerk binnen de gemeente te completeren en aan te laten sluiten bij het Natuur Netwerk Nederland. Het is onze ambitie om de kwaliteiten van het buitengebied niet alleen te behouden maar ook te versterken. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied moeten bijdragen aan deze versterking.

Een van de kwaliteiten die we willen behouden is de open ruimte, die we niet verder laten 'verstenen' door nieuwe ontwikkelingen. Maar we kunnen het buitengebied niet op slot zetten. Dat betekent dat we alleen ontwikkelingen toelaten die passen bij de doelen voor het buitengebied en tegelijkertijd de kwaliteit versterken. Om te kunnen toetsen of er sprake is van kwaliteitsverbetering in een bepaald gebied, maken we gebruik van een landschappelijk raamwerk dat we hiervoor hebben ontwikkeld. De planlocatie ligt in een herkenbare en gevarieerde kernrandzone. Deze herkenbaarheid variatie dient behouden te blijven. (zie ook onder "Groen en Landschap").

Pagina 2 van 7

Z/21/013099 -

D/21/044287

Groen en Landschap Op basis van landschappelijke en ecologische waarden bestaat geen bezwaar tegen de aanleg van deze camperplaats. De aard en omvang van de camperplaats is dusdanig dat deze is in te passen in het landschap. Kanttekening is in dit geval wel dat dit deel van Ohé met deze camperplaats behoorlijk "vol" begint te raken. Een verdere toename van dit soort voorzieningen in dit deel van het Eiland in de Maas zal de karakteristiek en ruimtelijke kwaliteit aan kunnen gaan tasten. Voorgesteld wordt om medewerking te verlenen onder de volgende voorwaarden: 1. Landschappelijk inpassingsplan ter goedkeuring voorleggen. Inrichting afstemmen op omgeving: hoogstam fruitgaard. Met hoogstam fruitbomen (meer dan enkel het handhaven van huidige bomen) en aanplant gemengde hagen rondom en tussen de standplaatsen. In de omgeving van de sanitaire unit aanvullende aanplant. Evenals bij de entree met parkeerplaatsen. 2. Verlichtingsplan als onderdeel van de landschappelijke inpassing. Kleur licht afstemmen op natuur: oranje verlichting werkt het minst verstorende voor dieren. Materialisatie en hoogte armaturen afstemmen op omgeving. Bijvoorbeeld korte masten van hout zonder verstrooiing van licht. 3. Rijbanen uitvoeren in grasbeton zodat een zo groen mogelijke uitstraling ontstaat. GKM Het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) is van toepassing op het buitengebied van de gemeente Maasgouw.

Het GKM richt zich op nieuwe rode ontwikkelingen, die niet mogelijk zijn op basis van het geldende bestemmingsplan. Deze nieuwe ontwikkelingen kunnen mogelijk gemaakt worden wanneer ze ter plaatse of elders worden gecompenseerd. Voor elk initiatief moet in de eerste plaats een goede ruimtelijke en landschappelijk inpassing plaatsvinden. Op de tweede plaats dient een kwaliteitsbijdrage plaats te vinden in de vorm van een compensatie. De compensatie kan doormiddel van een kwaliteitsbijdrage of op verzoek van de initiatiefnemer een kwaliteit verbeterende maatregelen. Met kwaliteit verbeterende maatregelen worden de maatregelen bedoeld die worden genomen om een ontwikkeling landschappelijk in te passen en om het verlies aan omgevingskwaliteit, als gevolg van de ontwikkeling, te compenseren. Kwaliteit verbeterende maatregelen dienen een fysiek karakter te hebben. Nieuwe ontwikkelingen kunnen ook worden gecompenseerd met een geldelijke kwaliteitsbijdrage. Deze kwaliteitsbijdragen zijn gekoppeld aan de in het GKM opgenomen modules. Aan een aantal modules is een kwaliteitsbijdrage gekoppeld die in een fonds wordt gestort. Met de gelden in dit fonds worden vervolgens kwaliteit verbeterende maatregelen getroffen binnen de gemeente. Conclusie Onderhavige ontwikkeling is conform de GKM contourenkaart gelegen in het buitengebied van de Gemeente Maasgouw.

De ontwikkeling betreft het omzetten van de bestemming 'Agrarisch met waarden' naar verblijfsrecreatie. Een compensatie in het kader van het GKM is dus vereist. De ontwikkeling valt onder module 3 van het GKM, Recreatie en Toerisme. Hieraan is een kwaliteitsbijdrage gekoppeld van €15,- per m2 verharding en €30,- per m2 gebouwen. Op verzoek van de initiatiefnemer kunnen B&W ontheffing verlenen van de kwaliteitsbijdrage, tevens kan B&W op eigen initiatief besluiten toepassing te geven aan de kwaliteit verbeterende maatregel. De kwaliteitsverbetering betreft in module 3 de oppervlakte van de betreffende ontwikkeling, maal de factor 5 inrichten met groen. Aangezien de betreffende locatie binnen waterbergend rivierbed ligt, zal het toevoegen van beplanting niet zo maar mogelijk zijn. Een geldelijke bijdrage zal daarom de voorkeur hebben.

Recreatie en toerisme Vanuit toeristisch perspectief is er alle reden om ja te zeggen. Want, de ondernemers zijn onze gastheren in onze toeristische gemeente. Zonder hun kunnen we dit niet. Een dergelijk initiatief is een toevoeging aan het aanbod. Vanuit economisch perspectief kunnen we ook nog eens stellen dat een verhoging van het aanbod, zorgt voor een aanzuigende werking. Meerdere aanbieders van toeristische overnachtingen bij elkaar, zorgen samen voor meer vraag. Het is voor diezelfde toerist wel van belang dat de landschappelijke goed geregeld wordt. Een toerist wil genieten van het landschap. Een rijtje campers past niet bij de beleving van de toerist. Pagina 3 van 7

Z/21/013099

-

D/21/044287

Kanttekening • Vanuit de regio is er een afspraak over afstemming. Initiatieven waar meer dan 10 standplaatsen toegevoegd worden, moeten gemeld worden bij de regio Archeologie en cultuurhistorie Het betreft hier geen beschermd stads- of dorpsgezicht en evenmin gaat het om een locatie onmiddellijk nabij een monument. Op enige afstand is het rijksmonument Huis Geno gelegen. Dit monumentale gebouw echter oefent geen directe invloed uit op de planvorming. Vanuit cultuurhistorisch perspectief stuit het plan dan ook niet op bezwaren. Wel valt het aan te bevelen om, gezien de landschappelijke kwaliteit en de karakteristiek van de omgeving, de camperplaats te "verbergen achter "groene hagen", zodat zij zo weinig mogelijk in het oog loopt. Voor de ondergrond van de parkeerplaats valt het aan te bevelen - om dezelfde reden - om te opteren voor grastegels. In archeologisch opzicht zal de aanleg van de parkeerplaats geen archeologische lagen verstoren en zich beperken tot een diepte van ca. 30 cm. Daarbij komt, dat het gebied op de archeologische waardenkaart weliswaar gelegen is in een AMK-gebied, maar de onderliggende waarde laag is.

Op dit moment kan niet worden beschikt over dwarsdoorsnedes van de aanleg van de parkeerplaats, maar mocht de aanleg een diepte met zich meebrengen van meer dan 30 cm, dan dient dit aspect van het plan opnieuw te worden voorgelegd, om archeologisch te beoordelen. Verkeer • De heg langs De Wijde Steeg moet in verband met uitzicht op naderende verkeer omlaag naar 60cm. • De parkeerplaatsen van appartementen moeten 24u per dag toegankelijk zijn • De inrit moet rechts komen te liggen, in Nederland rijdt het verkeer aan de rechterkant van de weg, dit is te verwarrend • De slagboom voor de inrit moet minimaal 8 m uit de kant weg liggen en bij voorkeur 15m in verband met voldoende opstelruimte als men moet wachten voor het toelaten, • Er dient een vergunning voor de verandering van de uitweg te worden aangevraagd/verleend. Beheer openbare ruimte Hemelwater: Het terrein is groot genoeg en groen genoeg om het hemelwater van de enkele gebouwen op eigen terrein te verwerken. Vuilwater: Er ligt geen riolering tot aan dit perceel. Er zal dus op kosten van de initiatiefnemer een stuk riool gelegd moeten worden. In het slechtste geval tot aan de Dorpstraat. Klimaatadaptatie: Het terrein is nu helemaal groen. Er komen enkele gebouwen en ook (half)verharding. Overweeg om de gebouwen een groen dak te geven, dit heeft voordelen voor de natuur, maar ook voor de klimaatbeheersing in het gebouw.

Mogelijk dat de camperplaatsen omzoomd worden met een haag, de verloren driehoeken aan de andere kant van de haag kunnen mogelijk met planten en struiken aangeplant worden die insecten en vlinder vriendelijk zijn. Externe veiligheid De gewenste kampeerlocatie voor campers, ligt niet binnen het invloed gebied van een bedrijf met gevaarlijke stoffen. De locatie ligt wel op ongeveer 500 meter van de Maas, een transportroute voor gevaarlijke stoffen die tot het Basis net behoort. (De blauwe lijn op het kaartje geeft de 200 meter zone weer.) Het plan is daarom getoetst aan de bepalingen in het Besluit externe veiligheid transportroutes. - Het plaatsgebonden risico voldoet aan de grenswaarde; - De afstand is groter dan 200 meter en daarom zijn er geen gevolgen voor het groepsrisico; - Op grond van artikel 7 is het verplicht, om in de toelichting op het bestemmingsplan in te gaan op de mogelijkheden voor bestrijding van de effecten en voor het verbeteren van de zelfredzaamheid; - Daarvoor geldt het standaard advies van de Veiligheidsregio Limburg-Noord, dat als bijlage is toegevoegd. Conclusie: De externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan, mits het bestemmingsplan inzicht biedt in de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid

Pagina 4 van 7

Z/21/013099

-

D/21/044287

Toets geluid

Wet geluidhinder Een camperplaats is volgens de Wet geluidhinder geen geluidgevoelige bestemming. Toetsing aan de Wet geluidhinder is niet aan de orde. Milieuzonering (geluid) Conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering heeft een camperpark een richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid (vergelijkbaar met een kampeerterrein SBl-2008 code 553, 552). Het camperpark grenst direct aan de woonpercelen gelegen aan de Dorpsstraat 63a, 65, 65a, 65b en 71. Ook de woonpercelen aan de Dorpsstraat 67a en 69, de Wijdesteeg 1 zijn binnen de richtafstand van 50 meter gelegen. Aan de Wijdesteeg 2 en 4 zijn meerdere recreatieappartementen gelegen met een bedrijfswoning. Alhoewel de woningen op de percelen aan de Dorpsstraat op meer dan 50 meter afstand zijn gelegen, moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook beoordeeld worden of in de tuinen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft. Uit de luchtfoto volgt dat de camperplaatsen op nog geen 15 à 20 meter afstand van de zwembaden van de woningen aan de Dorpsstraat 63a en 65 worden gerealiseerd. De geluidsbelasting vanwege het camperpark moet dan ook in de tuinen van de aangrenzende woningen beoordeeld worden. De woningen aan de Wijdesteeg 1 en 2-4 zijn binnen de richtafstand van het camperpark gelegen. De geluidsbelasting op deze woningen dient eveneens beoordeeld te worden.

Camperplaatsen zijn voor de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit niet geluidgevoelig, zodat zij geen belemmering opleveren voor omliggende bedrijven. Indirecte hinder verkeersaantrekkende werking. Het camperpark genereert verkeersbewegingen van en naar de inrichting. In verband met een goede ruimtelijke ordening dient de indirecte hinder van deze voertuigbewegingen bij de omliggende woningen beoordeeld worden. Conclusie • In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de geluidsbelasting vanwege de activiteiten op het camperpark nader onderzocht en beoordeeld te worden in de tuinen van de aangrenzende woonpercelen en op de gevels van de woningen voor zover de tuinen en woningen binnen de milieuzonering (= 50 meter) van het camperpark zijn gelegen. • De indirecte hinder vanwege de voertuigbewegingen van en naar het camperpark op de omliggende woningen dient nader onderzocht en beoordeeld te worden Wet Natuurbescherming

Soortenbescherming Bij een ruimtelijke procedure moet het onderdeel soortenbescherming onderbouwd worden. Dit kan in eerste instantie via bureauonderzoek. Aandachtspunt hierbij zijn de mogelijke aanwezigheid van vogels, amfibieën en reptielen (effectenindicator soorten - activiteiten kampeerauto plaatsen en weg aanleggen). Als er na bureauonderzoek onvoldoende gegevens zijn (of eventuele negatieve effecten zijn op voorhand niet uit te sluiten) moet een eerste veldbezoek onderdeel uitmaken van het onderzoek (quickscan flora en fauna). Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ongeveer een kilometer van het Natura 2000 gebied Grensmaas. Daarnaast liggen net over de grens in België ook Natura 2000 gebieden. Er moet worden getoetst of de activiteiten leiden tot een stikstoftoename/depositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000 gebieden (zowel Nederland als het buitenland). Het onderdeel stikstof moet voor de gebruiksfase worden onderbouwd door middel van een stikstofberekening/onderzoek (aeriusberekening) (https:/ /calculator.aerius.nl/calculator /?locale=nl# ). Voor de bouw/aanlegfase is geen stikstofberekening nodig. Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden.

Onderdeel van deze wet is de gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, waarbij emissies tijdelijk en beperkt zijn.

Pagina 5 van 7

Z/21/013099

-

D/21/044287

Naast een onderbouwing van het aspect stikstof moeten ook de mogelijke andere effecten van de ontwikkeling op nabijgelegen Natura 2000 gebieden zoals b.v. verstoring door geluid, moeten kort beschreven worden (https://www .synbiosys.alterra.nl/bij12/ effectenindicator.aspx ). Luchtkwaliteit

De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 (titel 5.2) van de Wet milieubeheer (Wm). Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in besluiten (AMvB's) en ministeriële regelingen. De kern van titel 5.2 Wm bestaat uit luchtkwaliteitsnormen, gebaseerd op de Europese richtlijnen Draagt een project 'niet in betekenende ma tel (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging? Dan is geen toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit nodig. Wel moet altijd sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. De uitvoeringsregels voor NIBM staan in de Algemene Maatregel van Bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plan voorziet in een camperpark met 50 standplaatsen. Voor toeristische standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen op campings noemt CROWlpublicatie 317 een verkeersgeneratie van 0,4 mvt/etmaal per standplaatsen per weekdag. Voor camperplaatsen wordt aangesloten bij het kencijfer van toeristische standplaatsen. Uit het invullen van de NIBM tool berekening (ongeveer 25 vervoersbewegingen per weekdag) blijkt dat het plan NIBM is. Gelet op het voorgaande wordt gesteld dat nader onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Bodem

Met uitzondering van de voorwaarden genoemd in Module 2, paragraaf 2.4.1. van de Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 dient voor een bestemmingswijziging altijd een vooronderzoek conform NEN5725 uitgevoerd te worden. Indien uit dit vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is voor bodemverontreiniging kan de bodemkwaliteitskaart in combinatie met het vooronderzoek als bewijsmiddel dienen. De bodemkwaliteitskaart in combinatie met een vooronderzoek is géén geldig bewijsmiddel in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of bestemmingsplanprocedure wanneer uit het vooronderzoek conform NEN5725 blijkt dat de locatie of een gedeelte van de locatie verdacht is. Dan dient altijd minimaal een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd te worden Brandveilig gebruik

Er is met betrekking tot brandveiligheid geen bezwaar tegen het realiseren van een camperterrein inclusief sanitair gebouw op de bovenstaande locatie. Voor de bereikbaarheid en bluswatercapaciteit (dichtstbijzijnde brandkraan ligt op ca 150 meter van toegang tot het terrein) moet vooraf de goedkeuring van de brandweer Veiligheidsregio Limburg Noord ( risicobeheersing@vrln.nl ) worden verkregen. Het terrein en eventuele bouwwerken moeten voldoen aan de relevante (brand)veiligheidsvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012 en of het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening en overige plaatsen. Er dienen duidelijke (bouwkundige) tekeningen, die geheel voldoen aan de indieningsvereisten, ter toetsing te worden ingediend. De initiatiefnemer/ aanvrager wordt geadviseerd omeen in brandveiligheid gespecialiseerd bureau in te schakelen en vervolgens de bandveiligheidsvoorschriften te verwerken op tekening.

Procedure Medewerking op planologisch gebied vindt plaats door middel van een herziening van het bestemmingsplan ingevolge artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Procedureel verloopt een bestemmingsplanprocedure op hoofdlijnen als volgt: • het conceptvoorontwerpbestemmingsplan (inclusief alle onderzoeken) aanbieden aan uw college. Indien blijkt dat het plan haalbaar is, kan de formele procedure aangezet worden; • het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg aanbieden aan de provincie Limburg en de betrokken Rijksinstanties, alsmede publicatie ex artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening; • het ontwerpbestemmingsplan ter visie leggen (en het behandelen van eventuele ingediende zienswijzen van derden); • het aanbieden van het ontwerpbestemmingsplan aan de gemeenteraad voor vaststelling (binnen 12 weken na tervisielegging); • mogelijk beroep bij de Raad van State. Pagina 6 van 7

Z/21 /013099

-

D/21 /044287

Verdere zaken die van belang zijn, zijn de volgende: • De gemeenteraad is het bestuursorgaan dat uiteindelijk van gemeentewege dient te besluiten omtrent het al dan niet vaststellen van een partiële herziening van het bestemmingsplan. • De procedurele doorlooptijd van een bestemmingsplanherziening bedraagt minstens een half jaar, mits geen beroep bij de Raad van State wordt ingediend. Met het voortraject is eveneens minstens een half jaar gemoeid, afhankelijk van de hoeveelheid uit te voeren onderzoeken en dergelijke. In totaliteit dient dus te worden uitgegaan van een doorlooptijd van een jaar tot anderhalf jaar. MER-beoordeling/m .e. r. -aanmeldnotitie

Sinds 16 mei 2017 moet voor ruimtelijke plannen in voorbereiding ook een m.e.r.-aanmeldnotitie worden gemaakt voor plannen, die onder de drempelwaarden blijven van het bepaalde in het Besluit m.e.r. (zie verder ook Hoofdstuk 7 Wet Milieubeheer). Het bevoegd gezag moet bepalen of er sprake is van "belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu", die het doorlopen van de m.e.r.-procedure wenselijk of noodzakelijk maken. Artikel 7.16 lid 2 Wet Milieubeheer geeft de inhoudelijke eisen voor een m.e.r.-aanmeldnotitie, te weten: Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval de volgende informatie verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit, met in het bijzonder: 1 '. een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerken; 2'. een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; b. een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; c. een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: 1 '. indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; 2'.

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Principebesluit en gemeenteraad

Bij een positief principebesluit van uw college op een principeverzoek inhoudende een bestemmingsplanherziening, wordt de uitgaande brief aan de initiatiefnemer tevens ter kennis gebracht aan de gemeenteraad. De gemeenteraad kan zo in zijn eerstvolgende vergadering de wenselijkheid van het initiatief ten principale ter discussie stellen. De gemeenteraad is namelijk het bestuursorgaan dat uiteindelijk van gemeentewege dient te besluiten omtrent het al dan niet vaststellen van een partiële herziening van het bestemmingsplan. De gemeenteraad kan zo nodig aan uw college aangeven dat het initiatief om haar moverende redenen in het geheel als onwenselijk wordt beschouwd. In de brief aan de initiatiefnemer zal worden opgenomen dat de in de tussentijd door hem te nemen stappen voor zijn rekening en risico zijn. Verhaalsovereenkomst inzake planschade en "exploitatie-overeenkomst" Door de realisatie van het plan is er de mogelijkheid tot indienen van planschade door omwonenden. Alvorens de omgevingsvergunningprocedure te starten, zal tussen de gemeente Maasgouw en verzoeker een verhaalsovereenkomst inzake planschade afgesloten dienen te worden. De verhaalsovereenkomst inzake planschade vindt zijn grondslag in artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Ook moet verzoeker een akkoordverklaring kosten (tevens exploitatieovereenkomst) ondertekenen, waarmee wordt ingestemd met de voorwaarden, kosten en het opstarten van de ruimtelijke procedure.

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=8f1198c6-811d-462b-af54-af719c8f302a