CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Beoordeling principeverzoek.

01. Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot instemmen met het principeverzoek ontwikkeling natuurbegraafplaats in Ohé en Laak.4.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jf:-

/", ~

GEMEENTE

MAASGOUW. Uw brief van: Uw kenmerk: Ons kenmerk: Z/21/015312 Documentnr: D/22/057366 Inlichtingen: Peter Janssen Telefoonnr: Onderwerp:

0475 85 25 00

Datum:

29 maart 2022

Principeverzoek natuurbegraafplaats

3 1

2022

MAART Verzenddatum: Beoordeling principeverzoek Bijlage:

111111111111111111111111111 IIIII IIIIII IIIII IIII IIIII IIIII IIII IIII

Beste mevrouw, U diende op een principeverzoek in. U verzocht om principemedewerking te verlenen aan de realisatie van een natuurbegraafplaats aan de rand van Ohé en Laak besproken. De natuurbegraafplaats is voorzien aan de achterzijde van de Dorpsstraat grenzend aan de Molenplas. Wij hebben uw verzoek behandeld in onze vergadering van 22 maart 2022. Er is besloten om: 1. Onder voorwaarden principemedewerking te verlenen aan de realisatie van een natuurbegraafplaats volgens variant 2 (Dorpsweide) of variant 3 (Dorpsplein), waarbij: • voor de realisatie van dit plan de noodzakelijk ruimtelijke procedure wordt gevolgd, waarbij wordt aangetoond dat er geen beperkingen ontstaan voor het plangebied en/ of de omgeving; • ten behoeve van de planologische procedure planschade wordt afgewenteld via een verhaalsovereenkomst; • bij de verdere uitwerking van de plannen de omgeving wordt betrokken; • ten behoeve van de planologische procedure planschade wordt afgewenteld via een verhaalsovereenkomst en initiatiefnemer een 'akkoordverklaring kosten en voorwaarden' (tevens exploitatieovereenkomst) ondertekent. 2. Module 9 Categorie 'Overige aanleg-, bouw- en gebruiksontwikkelingen' van het GKM van toepassing te verklaren en hierbij een kwaliteitsbijdrage te koppelen van €15,- per m2 verharding en €30,per m2 gebouwen.

In de bijlage treft u de beoordeling van het principeverzoek met daarin een toelichting van de randvoorwaarden aan. Vervolgtraject Op basis van deze brief en de beoordeling van uw principeverzoek kunt u contact opnemen met een stedenbouwkundig adviesbureau voor het opstellen van een (concept) voorontwerp bestemmingsplan inclusief de noodzakelijke onderzoeken. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de in de bijlage opgenomen randvoorwaarden.

-------

Markt 36, Maasbracht • Postbus 7000, 6050 AA Maasbracht T 0475 85 25 00 • F 0475 46 61 84 • !BAN NL71 BNGH0285128248 info@gemeentemaasgouw.nl • www.gemeentemaasgouw.nl

Jl:-

/', ~

GEMEENTE

MAASGOUW. Geldigheidsduur principebesluit Voor de goede orde wijzen wij u er hierbij op dat dit principebesluit een maximale geldigheidsduur heeft voor een periode van één jaar (vanaf de dagtekening van deze brief). Binnen dit jaar kan het principebesluit nog zijn geldigheid verliezen door onder meer (gewijzigd) beleid, andere of nieuwe feiten dan wel omstandigheden, veranderde inzichten et cetera. Principebesluit en gemeenteraad De gemeenteraad is het bestuursorgaan dat uiteindelijk van gemeentewege dient te besluiten omtrent het al dan niet vaststellen van een partiële herziening van het bestemmingsplan. Deze brief wordt daarom ter kennis gebracht aan de gemeenteraad. De gemeenteraad kan zo in zijn eerstvolgende vergadering de wenselijkheid van het initiatief ten principale ter discussie stellen. De gemeenteraad kan, binnen 10 werkdagen, aan het college aangeven dat het initiatief om haar moverende redenen in het geheel als onwenselijk wordt beschouwd. De in de tussentijd door u te nemen stappen zijn voor uw rekening en risico.

-

Principe-uitspraak geen besluit Tenslotte maken wij u erop attent dat in het geval van een principe-uitspraak geen sprake is van een besluit (als bedoeld in artikel 1 :3 Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Daarom staan hiertegen geen rechtsmiddelen open. Een principe-uitspraak betreft namelijk enkel een mededeling over de te verwachten besluitvorming in het geval een formele aanvraag zou worden ingediend. Kosten Verder worden voor het in behandeling nemen van uw principeverzoek (leges)kosten in rekening gebracht. Deze bedragen € 150,-. Hiervoor ontvangt u binnenkort een apart

De secretaris

--

Markt 36, Maasbracht • Postbus 7000, 6050 AA Maasbracht

T 0475 85 25 00 • F 0475 46 61 84 • IBAN NL7'1 BNGH0285128248 info@gemeentemaasgouw.nl • www.gemeentemaasgouw.nl

Z/21/015312

-

D/22/051051

Bestemmingsplan

De planlocatie ligt in het geldende bestemmingsplan "Ohé en Laak"(vastgesteld 6 oktober 2011) Ter plaatse geldt de enkel bestemming 'Agrarisch met waarden' De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijfsmatig gebruik; b. behoud en ontwikkeling van de aanwezige waarden; c. het in stand houden van de openheid in het gebied; d. onverharde wegen ten behoeve van het landbouwverkeer; e. realiseren en in stand houden van natuur- en landschapselementen zoals houtopstanden, houtwallen, houtsingels, sloten, beken, waterlopen en overige waterpartijen, water- en oevervegetaties; f. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', cultuurhistorische waarden. Een (natuur)begraafplaats is niet rechtstreeks mogelijk binnen deze bestemming Verder gelden de volgende dubbelbestemmingen: • "Waterstaat - Waterkering" De voor 'Waterstaat - Waterkering· aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken, in het bijzonder een primaire waterkering. Op en in gronden mogen uitsluitend worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, nodig voor het behoud en onderhoud van de waterkering, met een hoogte van maximaal 3 meter. Conclusie

De activiteiten zijn niet passend binnen het geldende bestemmingsplan. Daarnaast zijn in het gebied diverse beperkingen aanwezig, waardoor in beginsel bouwmogelijkheden op het perceel zijn uitgesloten. Er zal in overleg moeten worden getreden met de betreffende beheerders om de mogelijkheden te verkennen. De betreffende beheerders zijn: Rijkswaterstaat en het Waterschap.

Beleidsregels Grote Riveren

De locatie ligt in het bergend regime van de Maas. Voor het bouwen in een rivierbed is een waterwetvergunning vereist. Om te mogen bouwen in de zogeheten bergende en stroomvoerende delen van het rivierbed stelt het Barro aan bestemmingsplannen aanvullende eisen. Zo moeten resterende, blijvende effecten op de waterstand en afname van de bergingscapaciteit worden gecompenseerd. Vanwege de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan moet de financiering en tijdige realisering van die maatregelen zijn verzekerd. Dit geldt ook bij activiteiten die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren.

Pagina 1 van 9

Z/21 /015312

-

D/22/051051

Structuurvisie

In de structuurvisie is voor deze locatie het volgende opgenomen. Voor de noordkant van Ohé wordt een duidelijke zonering aangehouden. Deze bestendigt de huidige opbouw van het gebied, te weten: 1. In aansluiting op het open water van de Stevolplas ligt een zone met voornamelijk natte natuur. 2. Het landschap direct ten zuiden van de ontsluitingsweg naar de Hompesche molen heeft een open karakter. In dit weidelandschap staat agrarisch natuurbeheer voorop. Dit vormt een eenheid met de voornoemde natte natuurzone. 3. De rand van het landschap wordt gevormd door overwegend zeer diepe percelen. Enige verdichting van de landschappelijke inrichting is gewenst door: het aanbrengen van groen (boomgaarden e.d.); incidenteel toevoeging van "rode" functies, zoals een minicamping in een boomgaard. De aard moet passen in het hoogwaardig landschapsbeeld. Een en ander vraagt uiteraard om maatwerk! De natuurbegraafplaats is voorzien in het landschap met open karakter.

Open karakter van het gebied met links de Molenplas en rechts de dorpsmantel van Ohé en Laak. Behoud groene zonering overgang Stevolplas naar Ohé De groenblauwe visie biedt geen ruimte voor nieuwe, relatief omvangrijke verblijfsrecreatieve voorzieningen direct rond de Stevolplas. Deze ruimte dient, mede daar dit de entree tot de Hompesche Molen vormt, het aangegeven hoogwaardig landschappelijk karakter te behouden. Dit laat onverlet, dat recreatief medegebruik, wandelen, fietsen en/of paardrijden, mogelijk is. Het benutten van de bestaande paden langs de perceelsgrenzen van de bebouwing biedt hiervoor een uitstekend uitgangspunt. Omgevingsvisie

De planlocatie ligt in het deelgebied "Buitengebied" en meer specifiek in de groen-blauwe natuurzone. De planlocatie ligt aan de noord-loost zijde van de kern Ohé en laak. De kwaliteit van de kern Ohé en Laak wordt bepaald door rust en een fraaie landschappelijke omgeving. Het groen-blauwe netwerk van natuurgebieden, verbindingszones (beekdalen), Maas en Maasplassen is kenmerkend voor de gemeente Maasgouw en heeft om meerdere redenen een belangrijke functie. Deze natuurzones zijn van cruciaal belang om de soortenrijkdom van dieren en planten (biodiversiteit) te behouden en herstellen die in de afgelopen decennia in Nederland sterk is afgenomen. Daarnaast zorgt dit groenblauwe netwerk voor de klimaatbestendigheid door het opvangen en vasthouden van water en door het bieden van verkoeling bij hitte. Ook bieden deze natuurzones ontspanningsmogelijkheden voor bewoners en bezoekers en daarmee wordt bijdragen aan de aantrekkingskracht van Maasgouw als woongemeente en als toeristische gemeente. Wij hebben de ambitie om de kwaliteiten van de bestaande natuur te versterken

Pagina 2 van 9

Z/21/015312

-

D/2 2/ 051051

en het natuurnetwerk binnen de gemeente te completeren en aan te laten sluiten bij het Natuur Netwerk Nederland. Het is onze ambitie om de kwaliteiten van het buitengebied niet alleen te behouden maar ook te versterken. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied moeten bijdragen aan deze versterking. Een van de kwaliteiten die we willen behouden is de open ruimte, die we niet verder laten 'verstenen' door nieuwe ontwikkelingen. Maar we kunnen het buitengebied niet op slot zetten. Dat betekent dat we alleen ontwikkelingen toelaten die passen bij de doelen voor het buitengebied en tegelijkertijd de kwaliteit versterken. Om te kunnen toetsen of er sprake is van kwaliteitsverbetering in een bepaald gebied, maken we gebruik van een landschappelijk raamwerk dat we hiervoor hebben ontwikkeld. De planlocatie ligt in een herkenbare en gevarieerde kernrandzone. Deze herkenbaarheid variatie dient behouden te blijven. (zie ook onder "Landschappelijke analyse en Ruimtelijke visie"). Landschappelijke analyse en Ruimtelijke visie Door Heusschen Copier - Landschapsarchitectuur is landschappelijke analyse en Ruimtelijke visie opgesteld. In deze landschappelijke analyse en Ruimtelijke visie is vooral gekeken naar het plangebied in relatie met de kern- en omgevingskwaliteiten van de omgeving met als doel om te bepalen bij welke kernkwaliteit het plangebied het meest passend is.

Op basis van de Landschappelijke analyse en Ruimtelijke kan worden geconcludeerd dat een natuurbegraafplaats op deze locatie op het eerste oog een vreemde functie vormt in het gebied. Dit wil niet zeggen dat op voorhand het plan van een natuurbegraafplaats op deze locatie onwenselijk is Landschappelijk moet worden voorkomen dat het openkarakter in het gebied verdwijnt. Bij een nieuwe invulling van het gebied dient rekening te worden gehouden met het open karakter. Dit betekent dat poten van bomen in dit gebied niet wenselijk is. Door een teveel aan bomen verdwijnt het open karakter. Bij de invulling van de begraafplaats dient dan ook rekening te worden gehouden met de uitgangspunten uit de structuurvisie en de (ontwerp) omgevingsvisie en dient dit gebied als overgangsgebied tussen de Molenplas en de rand van de kern Ohé en laak behouden te blijven. Met toepassing van lage vegetatie met een enkele waterpartij kan de aanwezige openheid behouden blijven. Door de Natuurbegraafplaats onderdeel uit te laten maken van een van brede, open natuurzone tussen de Molenplasplas en de kern wordt voldaan aan deze uitgangspunten. Aandachtspunten zijn/blijven de situering van de gebouwen en parkeermogelijkheden. Voorkomen dient te worden dat deze functies de gewenste openheid en karakter verstoren.

In het verder uit te werken programma wordt aan, de locaties van, deze functies aandacht besteed. GKM Het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) is van toepassing op het buitengebied van de gemeente Maasgouw. Het GKM richt zich op nieuwe rode ontwikkelingen, die niet mogelijk zijn op basis van het geldende bestemmingsplan. Deze nieuwe ontwikkelingen kunnen mogelijk gemaakt worden wanneer ze ter plaatse of elders worden gecompenseerd. Voor elk initiatief moet in de eerste plaats een goede ruimtelijke en landschappelijk inpassing plaatsvinden. Op de tweede plaats dient een kwaliteitsbijdrage plaats te vinden in de vorm van een compensatie. De compensatie kan doormiddel van een kwaliteitsbijdrage of op verzoek van de initiatiefnemer een kwaliteit verbeterende maatregelen. Met kwaliteit verbeterende maatregelen worden de maatregelen bedoeld die worden genomen om een ontwikkeling landschappelijk in te passen en om het verlies aan omgevingskwaliteit, als gevolg van de ontwikkeling, te compenseren. Kwaliteit verbeterende maatregelen dienen een fysiek karakter te hebben. Nieuwe ontwikkelingen kunnen ook worden gecompenseerd met een geldelijke kwaliteitsbijdrage. Deze kwaliteitsbijdragen zijn gekoppeld aan de in het GKM opgenomen modules. Aan een aantal modules is een kwaliteitsbijdrage gekoppeld die in een fonds wordt gestort.

Met de gelden in dit fonds worden vervolgens kwaliteit verbeterende maatregelen getroffen binnen de gemeente.

Pagina 3 van 9

Z/21 /015312

-

D/22/051051

Conclusie

Onderhavige ontwikkeling is conform de GKM contourenkaart gelegen in het buitengebied van de Gemeente Maasgouw. De ontwikkeling betreft het omzetten van de bestemming 'Agrarisch met waarden' naar een maatschappelijke bestemming met de aanduiding begraafplaats. Het aanleggen van een natuurbegraafplaats is niet als een meer algemeen voorkomende categorieën van Ontwikkelingen in het GKM opgenomen. Het GKM bevat wel een module (module 9) "Overige (gebouwde) functies". Deze module is bedoeld voor minder algemeen voorkomende ontwikkelingen die op een kwalitatieve wijze dienen te worden benaderd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in commerciële voorzieningen, functieverandering (naar wonen) en overige aanleg-, bouw- en gebruiksontwikkelingen welke redenen kunnen zijn om op een meer kwalitatieve manier met bestemmingsveranderingen om te gaan. In module 9 wordt onderscheid gemaakt in commerciële voorzieningen 1, functieverandering (naar wonen) en overige aanleg-, bouw- en gebruiksontwikkelingen. Het realiseren van een natuurbegraafplaats betreft een "aanleg-, bouw- en gebruiksontwikkelingen". Een dergelijke ontwikkeling valt niet onder één van de modules 3.1.1 tot en met 3.1. 9 punt 1 en 2. Voor die aanleg-, bouw- en gebruiksontwikkelingen die niet vallen onder de modules 3.1.1 tot en met 3.1. 9 punt 1 en 2 is het GKM in beginsel niet van toepassing.

Echter het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, om middels maatwerk, de categorie 'Overige aanleg-, bouw- en gebruiksontwikkelingen' van toepassing te verklaren. Gezien de landschappelijke ligging van het plangebied wordt voorgesteld om de categorie 'Overige aanleg' bouw- en gebruiksontwikkelingen' van toepassing te verklaren en een compensatie in het kader van het GKM te eisen. Voorgesteld wordt om aan te sluiten bij module 3 uit het GKM "Recreatie en Toerisme" Hieraan is een kwaliteitsbijdrage gekoppeld van €15,- per m2 verharding en €30,- per m2 gebouwen. Cultuurhistorie Het gaat hierbij niet alleen om de begraafplaats en de inbedding hiervan, maar ook om een receptieruimte en een parkeerplaats. Vanuit cultuurhistorisch perspectief zijn hier enkele waarden in het geding. Deze behelzen de parochiekerk, die een rijksmonument is en de belendende pastorie, die eveneens een rijksmonument is. Daarbij komt dat het gehele terrein rondom de kerk, met enkele beelden, een apart monumentnummer heeft en derhalve als zodanig ook een rijksmonument is. Hieraan moet worden toegevoegd dat het zicht op de kern van Ohé en zijn parochiekerk vanuit het noorden heel authentiek is en wordt gekenmerkt door een weidse openheid (zoals ook in de memo wordt gezegd). Het gaat erom, om deze karakteristieke waarden door de voorgenomen ontwikkeling niet aan te tasten.

Vanuit dit perspectief is vooral de lokalisering en de vormgeving van de receptieruimte een uitdaging. De lokalisering van deze ruimte in de oude muur van de bestaande begraafplaats is niet aan de orde, daar deze monumentaal is en beschermd is. Een inbreuk hier is in cultuurhistorisch opzicht niet verantwoord. Geadviseerd wordt om hiervoor een andere oplossing te zoeken, die ruimtelijk en cultuurhistorisch verantwoord is. De belendingen van de parochiekerk, pastorie en begraafplaats komen hiervoor in elk geval niet in aanmerking.

1

Onder commerciële voorzieningen worden voorzieningen verstaan die op handel gericht zijn, zoals winkels, kantoren, horeca e.d. en voorzieningen voor commerciële zorgaanbieders.

Pagina 4 van 9

Z/21 /015312

-

D/22/051051

Archeologie

De aanleg van de begraafplaats brengt de nodige bodemverstoring met zich mee. In de memo wordt hierover geen nader uitsluitsel gegeven. Echter, archeologische waarden zijn er hier niet in het geding. Het plangebied is verstoord (vanwege de ontgrondingen) en het tussengebied in de richting van de kern van Ohé heeft een lage archeologische waarde. Ongeacht de mate van roering van de bodem, zo moet hier worden gesteld, is er geen archeologisch onderzoek nodig. Kwaliteitscommissie

In dit verband is er sprake van een inbedding in het landschap. Het betreft hier niet alleen de begraafplaats, maar wellicht ook een receptieruimte. Het valt aan te bevelen het plan ook voor te leggen - ter advisering - aan de kwaliteitscommissie van de Omgevingscommissie MER. Verkeer

Randvoorwaarden: Begraafplaats/crematorium 30 parkeerplaatsen per gelijktijdige begrafenis • Dubbelgebruik van parkeerplaatsen door recreanten is wenselijk maar dan moet er een veilige looproute naar het natuurgebied Stevolplas gemaakt worden • Dubbelgebruik van parkeerplaatsen betekent wel dat hier rekening mee moet worden gehouden in het aantal parkeerplaatsen. • Dubbelgebruik kan het beste gefaciliteerd worden door een deel van de parkeerplaatsen te oriënteren op het natuurgebied en een deel op het afscheidscentrum Laden en lossen op eigen terrein Aanbevelingen: Denk aan toegankelijkheid van de parkeerplaatsen, gebouwen en de begraafplaats voor gehandicapten De Wijdesteeg is erg smal, de route van de afscheidsplek bij voorkeur niet over de rijbaan laten lopen Rouwenden zijn vaak erg emotioneel, bij het arriveren en vertrekken ligt hun aandacht niet bij deelname aan het verkeer. Het verdient daarom de voorkeur niet te parkeren aan een rijbaan met doorgaand verkeer. Looproutes zoveel fysiek scheiden van verkeer, kinderen zijn vaak buiten het aandachtsgebied van ouders. Procedures: Aanvraag uitweg Bodem

Conform de Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 dient voor een bestemmingswijziging altijd een vooronderzoek conform NEN5725 uitgevoerd te worden. Indien uit dit vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is voor bodemverontreiniging kan de bodemkwaliteitskaart in combinatie met het vooronderzoek als bewijsmiddel dienen. De bodemkwaliteitskaart in combinatie met een vooronderzoek is géén geldig bewijsmiddel in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of bestemmingsplanprocedure wanneer uit het vooronderzoek conform NEN5725 blijkt dat de locatie of een gedeelte van de locatie verdacht is. Dan dient altijd minimaal een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd te worden. Luchtkwaliteit

De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 (titel 5.2) van de Wet milieubeheer (Wm). Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in besluiten (AMvB's) en ministeriële regelingen. De kern van titel 5.2 Wm bestaat uit luchtkwaliteitsnormen, gebaseerd op de Europese richtlijnen Draagt een project 'niet in betekenende mate; (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging? Dan is geen toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit nodig. Wel moet altijd sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. De uitvoeringsregels voor NIBM staan in de Algemene Maatregel van Bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op grond van de NIBM-tool is een ontwikkeling in 2022 'in betekende mate; bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met ruim 1800 per dag (met 0% aandeel vrachtverkeer) en ruim 500 per dag (met (25% aandeel vrachtverkeer) . De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een natuurbegraafplaats. De begraafplaats op zichzelf zal extra verkeersbewegingen met zich mee brengen van bezoekers, maar ook de aanleg van de begraafplaats leidt tot extra verkeer. In deze fases zal er tijdelijk sprake zijn van een toename van verkeersbewegingen. Pagina 5 van 9

Z/21 /015312

-

D/22 /051051

Uit de aanvraag blijkt niet specifiek wat het te verw achten aandeel verkeer is, maar dit zal altijd onder de 1200 zonder en 500 met vrachtverkeer per dag blijven. Daardoor leidt de ontwikkeling niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit én kan de ontwikkeling niet als 'in betekenende mate; worden gezien. Gelet op het voorgaande wordt gesteld dat nader onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Geluid

Wet geluidhinder Een natuurbegraafplaats is geen geluidgevoelige bestemming. Toetsing aan de Wet geluidhinder is niet aan de orde. Milieuzonering (geluid) Een begraafplaats heeft conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 10 meter voor het aspect geluid. De woningen aan de Dorpsstraat in Ohe en Laak zijn allemaal op meer dan 10 meter afstand van de planlocatie gelegen. Aan de Kerkstraat zijn woningen op minder dan 10 meter van de planlocatie gelegen. De natuurbegraafplaats zelf is geen milieugevoelige locatie zodat omliggende bedrijven niet belemmerd worden door de ontwikkeling. De geluidsbelasting naar de omgeving als gevolg van het gebruik van de natuurbegraafplaats zal hoofdzakelijk veroorzaakt worden door de bezoekers die van en naar de begraafplaats zullen rijden en bij de begraafplaats zullen parkeren, en het gebruik van de receptieruimte (mogelijkerwijs met een terras). Uit de verschillende ontwikkelscenario's van het plan volgt dat de receptieruimte en de parkeerplaats bij de meeste scenario's in de directe nabijheid van de Kerkstraat komt te liggen. Met name de woningen aan de Kerkstraat kunnen hier hinder van ondervinden.

Voor het plan dient dan ook de directe geluidsbelasting vanwege het parkeren van bezoekers en het gebruik van de receptieruimte (inclusief eventueel terras), en de indirecte geluidhinder als gevolg van het aan en afrijden van voertuigen van bezoekers nader onderzocht te worden. Conclusie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient voor het plan de directe geluidsbelasting vanwege het parkeren van bezoekers en het gebruik van de receptieruimte (inclusief eventueel terras), en de indirecte geluidhinder als gevolg van het aan en afrijden van voertuigen van bezoekers nader onderzocht te worden. Wet Natuurbescherming

Soortenbescherming Het plangebied (en de omgeving) zal in de toekomstige situatie intensiever gebruikt gaan worden. Denk hierbij o.a. een toename van de verkeersbewegingen, gebruik en/of bouw van gebouwen/voorzieningen, parkeren, maar ook de aanwezigheid van mensen tijdens uitvaarten en de recreatieve mogelijkheden die ontstaan/gecreëerd worden. In (en in de omgeving van) het plangebied komen diverse beschermde soorten voor. De mogelijke effecten van het toekomstige gebruik van het gebied moeten daarom onderbouwd/onderzocht worden. Dit kan in eerste instantie via bureauonderzoek. Als er dan onvoldoende gegevens zijn (of eventuele negatieve effecten zijn op voorhand niet uit te sluiten) moet een eerste veldbezoek onderdeel uitmaken van het onderzoek (quickscan flora en fauna). Gebiedsbescherming Stikstof aanleg/bouwfase: De wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) is op 1 juli 2021 in werking getreden. Hierin is een gedeeltelijke vrijstelling voor (tijdelijke en beperkte) bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase opgenomen. Er is voor het onderdeel stikstof voor de bouw/aanlegfase daarmee geen aerius-berekening nodig. Stikstof gebruiksfase: Er moet worden getoetst of de activiteiten leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000 gebieden.

De aanvraag moet daarom worden aangevuld met een stikstofberekening (gebruiksfase) met de Aerius Calculator. Hiervoor moet de meest recente versie van Aerius gebruikt worden. (https:// calculator .aerius.nl/ calculator /?locale=nl# ). Pagina 6 van 9

Z/21 /015312

-

D/22/051051

Ook de buitenlandse natura 2000 gebieden moeten worden meegenomen. Overige effecten: De mogelijke effecten van de ontwikkeling op nabijgelegen Natura 2000 gebieden zoals b.v. verstoring door geluid, moeten kort beschreven worden (https:/ /www.synbiosys.alterra.nl/bij 12/ effectenindicator.aspx).

Externe veiligheid Om het principeverzoek te beoordelen op het aspect externe veiligheid is gebruik gemaakt van de Signaleringskaart EV. Op onderstaande luchtfoto is de natuurbegraafplaats (rood vlak) en de risicobronnen weergegeven. Luchtfoto van natuurbegraafplaats en relevante risicobronnen

Het aspect externe veiligheid voor dit principeverzoek is beoordeeld. Dit geeft aanleiding tot het maken van de onderstaande opmerkingen. Opmerkingen: o een natuurbegraafplaats met ontvangstruimte wordt in het kader van het aspect externe veiligheid aangemerkt als een "kwetsbaar object"; o in de omgeving van de natuurbegraafplaats liggen de Maascorridor, autosnelweg A2, hogedruk aardgastransportleiding Z-540 en PRB-leiding; o gelet op de afstand tussen de natuurbegraafplaats en voornoemde risicobronnen ligt de natuurbegraafplaats buiten de plaatsgebonden risicocontouren (PR 10-6-contour) van de risicobronnen. Gezien deze ligging wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico; o de natuurbegraafplaats ligt buiten de belemmeringenstroken van voornoemde aardgastransportleiding en PRB-leiding; o de natuurbegraafplaats ligt binnen de invloedgebieden van de Maascorridor en de A2. Het invloedgebied van de Maascorridor heeft een omvang van 1040 meter aan weerszijden van deze waterweg. Het invloedgebied van de A2 strekt zich gelet op de gevaarlijke stoffen die over deze weg worden vervoerd uit tot meer dan 4 km aan weerszijden van de weg.

De natuurbegraafplaats ligt buiten de invloedgebieden van de hogedruk aardgastransportleiding Z-540 en PRB-leiding; o gelet op de afstand tussen de natuurbegraafplaats en de Maascorridor en de A2 dient rekening gehouden te worden met de effecten van een toxisch scenario; o gezien de afstand tussen de natuurbegraafplaats en de Maascorridor en de A2 kan gelet het bepaalde in artikel 7 van het besluit externe veiligheid transportroutes volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico; Pagina 7 van 9

Z/21 /015312

o

o

-

D/22/051051

in het kader van de verantwoording dient formeel advies gevraagd te worden aan het bestuur van de VRLN. De VRLN volstaat naar verw achting met het uitbrengen van het standaardadvies voor een toxisch scenario. Dit standaardadvies is ter informatie bijgevoegd; in de te doorlopen ruimtelijke procedure dient aandacht geschonken te worden aan het aspect externe veiligheid;

Conclusie en aanbevelingen 6 De natuurbegraafplaats met ontvangstruimte ligt buiten de plaatsgebonden risicocontouren (PR 10· -

contouren) van de Maascorridor, autosnelweg A2, hogedruk aardgastransportleiding Z-540 en PRB-leiding. Gezien deze ligging wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. De natuurbegraafplaats met ontvangstruimte ligt binnen de invloedgebieden van de Maascorridor en de A2. Daarom dient er invulling gegeven te worden aan de beperkte verantwoording van het groepsrisico zoals gesteld in het Besluit externe veiligheid transportroutes. In het kader van de verantwoordingsplicht dient het bestuur van de Veiligheidsregio Limburg Noord in de gelegenheid gesteld te worden om advies uit te brengen over het plan. De VRLN volstaat naar verwachting met het uitbrengen van het standaardadvies voor een toxisch scenario voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water. In de toelichting van het bestemmingsplan of in de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning dient aandacht geschonken te worden aan het aspect externe veiligheid. Hierin dient ook invulling gegeven te worden aan de beperkte verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Gelet op de afstand tussen de risicobronnen en de natuurbegraafplaats kan volstaan worden met een kwalitatieve beschrijving van het aspect externe veiligheid. Procedure

Medewerking op planologisch gebied vindt plaats door middel van een herziening van het bestemmingsplan ingevolge artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Procedureel verloopt een bestemmingsplanprocedure op hoofdlijnen als volgt: • het conceptvoorontwerpbestemmingsplan (inclusief alle onderzoeken) aanbieden aan uw college. Indien blijkt dat het plan haalbaar is, kan de formele procedure aangezet worden; • het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg aanbieden aan de provincie Limburg en de betrokken Rijksinstanties, alsmede publicatie ex artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening; • het ontwerpbestemmingsplan ter visie leggen (en het behandelen van eventuele ingediende zienswijzen van derden); • het aanbieden van het ontwerpbestemmingsplan aan de gemeenteraad voor vaststelling (binnen 12 weken na tervisielegging); • mogelijk beroep bij de Raad van State. Verdere zaken die van belang zijn, zijn de volgende: • De gemeenteraad is het bestuursorgaan dat uiteindelijk van gemeentewege dient te besluiten omtrent het al dan niet vaststellen van een partiële herziening van het bestemmingsplan. • De procedurele doorlooptijd van een bestemmingsplanherziening bedraagt minstens een half jaar, mits geen beroep bij de Raad van State wordt ingediend.

Met het voortraject is eveneens minstens een half jaar gemoeid, afhankelijk van de hoeveelheid uit te voeren onderzoeken en dergelijke. In totaliteit dient dus te worden uitgegaan van een doorlooptijd van een jaar tot anderhalf jaar. MER-beoordeling/m .e. r. -aanmeldnotitie

Sinds 16 mei 2017 moet voor ruimtelijke plannen in voorbereiding ook een m.e.r.-aanmeldnotitie worden gemaakt voor plannen, die onder de drempelwaarden blijven van het bepaalde in het Besluit m.e.r. (zie verder ook Hoofdstuk 7 Wet Milieubeheer). Het bevoegd gezag moet bepalen of er sprake is van "belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu", die het doorlopen van de m.e.r.-procedure wenselijk of noodzakelijk maken. Artikel 7 .16 lid 2 Wet Milieubeheer geeft de inhoudelijke eisen voor een m.e. r. -aanmeldnotitie, te weten: Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval de volgende informatie verstrekt: · a. een beschrijving van de activiteit, met in het bijzonder: Pagina 8 van 9

Z/21 /015312

-

D/22/051051

1 °. een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerken; 2 °. een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; b. een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; c. een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: 1 °. indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; 2 °. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Principebesluit en gemeenteraad Bij een positief principebesluit van uw college op een principeverzoek inhoudende een bestemmingsplanherziening, wordt de uitgaande brief aan de initiatiefnemer tevens ter kennis gebracht aan de gemeenteraad. De gemeenteraad kan zo in zijn eerstvolgende vergadering de wenselijkheid van het initiatief ten principale ter discussie stellen. De gemeenteraad is namelijk het bestuursorgaan dat uiteindelijk van gemeentewege dient te besluiten omtrent het al dan niet vaststellen van een partiële herziening van het bestemmingsplan.

De gemeenteraad kan zo nodig aan uw college aangeven dat het initiatief om haar moverende redenen in het geheel als onwenselijk wordt beschouwd. In de brief aan de initiatiefnemer zal worden opgenomen dat de in de tussentijd door hem te nemen stappen voor zijn rekening en risico zijn.

Verhaalsovereenkomst inzake planschade en "exploitatie-overeenkomst" Door de realisatie van het plan is er de mogelijkheid tot indienen van planschade door omwonenden. Alvorens de omgevingsvergunningprocedure te starten, zal tussen de gemeente Maasgouw en verzoeker een verhaalsovereenkomst inzake planschade afgesloten dienen te worden. De verhaalsovereenkomst inzake planschade vindt zijn grondslag in artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Ook moet verzoeker een akkoordverklaring kosten (tevens exploitatieovereenkomst) ondertekenen, waarmee wordt ingestemd met de voorwaarden, kosten en het opstarten van de ruimtelijke procedure.

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=cdfcb97b-080a-44a8-a75d-48ea53dc9609