CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

---------- BIJLAGE 1 Rapportage on_0110 Servicecentrum MER_Rapportage onderzoek vliegenoverlast Linne 16-06-22

01. Raadsvergadering 18 april 2023, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Rondvraag4.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Servicecentrum MER t.a.v. de heer T.H.C. van de Venne Markt 36 6051 DZ Maasbracht

Wageningen, 20 juli 2022 Ons kenmerk : KAD/2022/0110/MS/MBe Cliëntnummer : 008138 Betreft : Rapportage onderzoek d.d. 16 juni 2022

Geachte heer Van de Venne, Hierbij ontvangt u onze rapportage met betrekking tot het inspectiebezoek in de dorpskern Linne en rondom het plastic verwerkende bedrijf, gelegen aan de Maasbrachterweg 3, 6065 NL te Montfort. Het rapport omvat het onderzoek naar de vliegenoverlast die ervaren wordt in bepaalde straten te Linne en de mogelijke ontwikkelingsbronnen die hiervan de oorzaak kunnen zijn. Indien u verdere informatie wenst, kunt u rechtstreeks contact opnemen met onze adviseur de heer M. Strating (mstrating@kad.nl) of telefonisch via 0317 419 660.

Met vriendelijke groet, namens het KAD,

W.P. Keur Directeur a.i.

Rapport onderzoek 16 juni 2022

Opdrachtgever

:

Inspectielocaties :

Servicecentrum MER De heer T.H.C. van de Venne Markt 36 6051 DZ Maasbracht

meerdere straten in de dorpskern Linne Stiphout Plastics BV Maasbrachterweg 3, 6065 NL Montfort Milieustraat Montfort Maasbrachterweg 3, 6065 NN Montfort

Uitgevoerd door :

De heer M. Strating Stichting Kennis- en Adviescentrum Dierplagen Nudepark 145 6702 DZ Wageningen

Inhoudsopgave

1.

2.

Achtergrond .............................................................................................................. 1 1.1.

Opdracht ...................................................................................................................... 1

1.2.

Doel .............................................................................................................................. 1

1.3.

Inspectie ...................................................................................................................... 1

1.4.

Inspectielocaties .......................................................................................................... 2

Bevindingen .............................................................................................................. 3 2.1.

Introductiegesprek ...................................................................................................... 3

2.2.

Inspecties ..................................................................................................................... 3

2.3.

Huidig plaagdierbeheerssysteem ................................................................................ 4

3.

Conclusies ................................................................................................................. 5

4.

Aanbevelingen .......................................................................................................... 6 4.1.

5.

Oplossingsrichtingen ................................................................................................... 8

Bijlagen ................................................................................................................... 10

Bijlage 1: Foto’s .............................................................................................................. 10 Bijlage 2: Biologie en leefwijze ........................................................................................ 14 Bijlage 3: Conclusies Binapro ........................................................................................... 17 Bijlage 4: IPM en het plaagdierbeheersplan..................................................................... 18

1.

Achtergrond 1.1. Opdracht

Servicecentrum MER heeft Stichting Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek in verband met vliegenoverlast in de Kern Linne. De aanleiding tot dit onderzoek zijn meldingen van overlast door vliegen die servicecentrum MER ontvangen heeft uit verschillende straten in de Kern Linne. De overlastgevende vliegen zijn ter determinatie opgestuurd naar het KAD. Het merendeel van de aangetroffen vliegen in het monster, geregistreerd onder kenmerknummer KAD/0244/22/MB/WB betreft de kamervlieg (Musca domestica L.).

1.2. Doel Het doel van dit onderzoek is het achterhalen van de herkomst van de vliegen. Aan de hand van de bevindingen verkregen uit het onderzoek is een rapportage opgesteld. De rapportage wordt ondersteund met adviezen betreffende bestrijdings- en preventiemaatregelen op basis van Integrated Pest Management (IPM)¹ volgens de definitie: “De implementatie van de juiste, duurzame populatiebeheersmaatregelen, gebaseerd op een vooraf bepaalde drempelwaarde en de biologie en leefwijze van de betreffende plaagdieren en hun relatie met de omgeving.” ¹ Voor het volledige IPM document verwijzen wij u naar Bijlage 4. 1.3. Inspectie De inspectie op 16 juni 2022 is uitgevoerd door de heer M. Strating, werkzaam als adviseur dierplagen bij het KAD te Wageningen. Het onderzoek op locatie is uitgevoerd onder begeleiding van de heer H. Roost, werkzaam als BOA bij Servicecentrum MER. Op alle bezochte locaties is een gesprek gevoerd met omwonenden, met de eigenaar of met een werknemer van de betreffende locatie. Daarnaast zijn er inspecties uitgevoerd op het terrein van Stiphout Plastics en Milieustraat Montfort. Tijdens de inspecties is afhankelijk van de locatie, het pand en/of het buitenterrein bekeken. Daarnaast is de directe omgeving van de locaties globaal in de analyse meegenomen.

Bij het onderzoek is gelet op aanwezige vliegen en mogelijke ontwikkelingsbronnen voor vliegen (voedselbronnen, schuil- en voortplantingsgelegenheden). De inspectie betreft een momentopname van de situatie op 16 juni 2022.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

1

1.4. Inspectielocaties De inspectie heeft plaatsgevonden op meerdere locaties welke hier kort beschreven worden: 1. Meerdere straten in de Kern Linne, van waaruit meldingen van overlast zijn binnengekomen; gelegen tussen de 650 en 1800 meter afstand van de plastic verwerker. 2. Afvalverwerker Stiphout Plastics BV, verwerker van gesorteerde plastic verpakkingen, gelegen aan de Maasbrachterweg 3, 6065 NL te Montfort. 3. Milieustraat Montfort, gelegen aan de Maasbrachterweg 3, 6065 NN te Montfort.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

2

2.

Bevindingen 2.1. Introductiegesprek

Bij het introductiegesprek voorafgaand aan de inspecties waren de heren H. Roost en T.H.C. van de Venne aanwezig. De heer Van de Venne geeft aan dat servicecentrum MER sinds 2021 klachten betreffende vliegenoverlast ontvangt uit meerdere straten in Linne. Als gemeente krijgen ze hier geen vinger achter, gezien de grote verspreiding over het dorp. De vraag is aan de orde of er een bron van de overlast gevonden kan worden. 2.2. Inspecties 1. Kern Linne In de Kern Linne zijn meerdere straten bezocht van waaruit klachten zijn binnengekomen, waarbij het dichtstbijzijnde adres op circa 650 meter afstand van het plastic verwerkende bedrijf ligt (de adressen waar overlast ervaren wordt liggen tussen de 650 en 1800 meter afstand van de plasticverwerker). Op straat zijn omwonenden aangesproken over hun ervaring met vliegenoverlast. Sommigen geven aan dat er incidenteel wel eens overlast ervaren wordt, maar dat dat normaal is in de zomer. Anderen ervaren geen overlast van vliegen. Een enkele bewoner zegt wel overlast te ervaren. Tevens is een bedrijf en woning aan de Oudeweg/Rijksweg bezocht, waar vliegenoverlast wordt ervaren. Ten tijde van het bezoek stond de roldeur open en waren er geen horren geplaatst in openstaande ramen. Rondom de woning en het bedrijf zijn weinig tot geen vliegende insecten, waaronder kamervliegen, aangetroffen.

Tegenover de woning zit een kleine manege, die een deelbron van vliegen kan vormen. Ook kliko’s bij bewoners kunnen een deelbron vormen. 2. Stiphout Plastics BV Bij Stiphout Plastics vindt de verwerking van huishoudelijke verpakkingen plaats. Per dag komen 2-3 vrachten materiaal binnen. Ten tijde van het onderzoek stonden de deuren open. De binnen aanwezige vliegen kunnen ongehinderd migreren. Navraag bevestigt dat vanwege de bedrijfsvoering deuren altijd openstaan. Onder en rondom machines ligt afval. Dag en nacht wordt er in de hal geveegd.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

3

De geperste balen worden buiten opgeslagen, voor een maximum van 2 weken. Tussen en onder de balen zijn meerdere ontwikkelingsstadia van de kamervlieg (Musca domestica L.) aangetroffen (maden en poppen). Op en rondom de balen zijn veel vliegende volwassen exemplaren van de kamervlieg waargenomen. Ook rondom het pand zijn op zonnige rustplekken vliegen aangetroffen [zie foto’s 1 t/m 4]. Daags voor het onderzoek van het KAD, is Stiphout Plastics bezocht door een bedrijf gespecialiseerd in geurneutralisatie. Zij hebben hun eigen conclusies en bevindingen omtrent de vliegenoverlast bij Stiphout geformuleerd. Het document is te vinden in Bijlage 3. 3. Milieustraat Montfort Bij de milieustraat heeft een kort gesprek plaatsgevonden met medewerkers. Zij geven aan veel vliegen te zien bij het naastgelegen bedrijf en ervaren -naar eigen zeggen- zelf enige overlast. Op het terrein zijn enkele kleine (deel-)bronnen te vinden; onder andere in de vorm van PMD-afval. Op de door de zon opgewarmde containers, zijn kamervliegen aangetroffen [zie foto’s 5 t/m 7]. 2.3. Huidig plaagdierbeheerssysteem Het huidige plaagdierbeheerssysteem is sinds vorig jaar in eigen beheer. Bestrijdingen worden zelf uitgevoerd en bijgehouden in een logboek. Bij binnenkomst wordt het materiaal behandeld met een insecticide tegen vliegen.

Daarnaast worden ook rustplekken van vliegen behandeld met een insecticide, zowel in het pand als buiten. In de warme periode wordt het gebaald product dagelijks bespoten met een insecticide. Bij regen vindt er buiten geen behandeling plaats.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

4

3.

Conclusies

Tijdens deze warme dag in juni is vastgesteld dat er onder en hoogstwaarschijnlijk ook in het gebaald plastic dat opgeslagen staat op het terrein van Stiphout Plastics BV, ontwikkeling plaatsvindt van de kamervlieg (Musca domestica L.). Onder los plastic tussen de balen zijn verscheidene ontwikkelingsstadia van de kamervlieg aangetroffen, waaronder larven en (lege) poppen. Tevens zijn er op de balen en in de directe omgeving van het pand tientallen volwassen exemplaren van de kamervlieg aangetroffen. De buitenopslag van dergelijk gebaald plastic, in combinatie met weersomstandigheden (regenval), vormen zeer geschikte omstandigheden voor de ontwikkeling van de kamervlieg. Of de vliegen die zijn aangetroffen op en rondom het terrein van Stiphout Plastics BV daadwerkelijk voor overlast in de kern Linne zorgen, is niet met zekerheid vast te stellen. In het aangeleverde document van Binapro staat dat: “het uit te sluiten is dat de vliegen, die zich op het terrein van Stiphout Recycling bevinden, zich zover van hun bron van eten zullen verplaatsen, zodat zij een probleem/plaag zouden creëren op een afstand verder dan enkele honderden meters vanaf het terrein van Stiphout recycling.” Het is voor de aanwezige vliegen inderdaad ongebruikelijk om dit voor hun interessante product te verlaten, maar helemaal uit te sluiten is het niet.

Bij verstoring van het gebaald product (wanneer het bijvoorbeeld verwerkt of verplaatst wordt) vliegt een deel van de aanwezige vliegen op en zouden zij, theoretisch gezien, de afstand naar het dorp kunnen overbruggen. Wanneer de wind richting het dorp waait, kunnen zij met gemak meegevoerd worden en, wanneer de wind vanuit het dorp waait, kunnen zij geuren oppikken en zich eveneens naar Linne verplaatsen. Plaatselijke omstandigheden per huis kunnen geschikte/ideale rustplekken voor de vliegen vormen, waardoor buren A wel overlast ondervinden van de vliegen en buren B niet. Denk aan (deel)bronnen in de buurt, luwe en zonnige rustplekken, en dergelijke. Dit lijkt bevestigd te worden door de gevoerde gesprekken met omwonenden, waarbij men aangaf dat men wel overlast ervaart, incidenteel overlast ervaart, of geen overlast ervaart.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

5

4.

Aanbevelingen

Op basis van de informatie verzameld tijdens de inspectie, kan geen uitsluitsel worden gegeven over de veroorzaker of veroorzakers van de vliegenoverlast. Er volgen adviezen richting bewoners en richting de plasticverwerker Stiphout Plastics BV omtrent vliegenbeheersing, zonder daarbij een veroorzaker van de overlast aan te wijzen. Werk bij het aanpakken van plaagdieroverlast altijd volgens het principe van IPM (Integrated Pest Management), ook bekend als geïntegreerd plaagdierbeheer. Hierbij vormt de biologie van het plaagdier de basis van een beheersplan om zo het gebruik van gif te verminderen, wat uiteindelijk beter is voor mens, dier en milieu. Meer informatie over IPM is te vinden in Bijlage 4: IPM en het plaagdierbeheersplan. Adviezen richting bewoners: - Beperk het aantal voedings- en ontwikkelingsbronnen voor vliegen. Denk aan het afgedekt houden van afval, het snel afvoeren van afval en afvalbakken steeds reinigen (vooral in de warme periode). - Maak gebruik van vliegengordijnen en horren in openstaande ramen en deuren om insecten buiten te houden. - Voor het bestrijden van vliegen kan er gedacht worden aan vliegenkleefstroken of vangzakken en het gebruik van vliegenmeppers. - Gebruik een vliegenwaaier of iets dergelijks, om een luchtstroom te creëren om te voorkomen dat vliegen op uw voedsel gaan zitten. Vliegen houden er niet van om op de tocht te zitten.

- Probeer natuurlijke vijanden aan te trekken, denk hierbij aan vleermuizen en zwaluwen. Eén huiszwaluw in het broedseizoen kan per dag al rond de 9000 vliegende insecten opeten. Om natuurlijke vijanden aan te trekken kunnen er nestkasten of vleermuiskasten geplaatst worden. - Indien het om grote aantallen vliegen gaat, kan men gebruik maken van biociden (chemische bestrijdingsmiddelen) die zijn toegelaten ter bestrijding van vliegende insecten. Werk alleen met chemische middelen nadat er voldoende wering- en preventiemaatregelen getroffen zijn. Gebruik voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens het toepassen van biociden voor uw eigen veiligheid.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

6

Adviezen richting Stiphout Plastics BV: -

Houd deuren zoveel mogelijk gesloten. In andere sectoren worden met succes luchtgordijnen toegepast om het binnendringen van vliegen tegen te gaan. Wellicht kan een luchtgordijn in de afvalverwerkingsindustrie een oplossing bieden bij het naar buiten migreren van vliegen.

Figuur 1 en 2 Voorbeelden luchtgordijn (Bronnen: https://www.biddle.nl/nl/kennisbank/publicaties/de-werkzaamheid-vanluchtgordijnen-met-straalgelijkrichters-tegen-insecten en https://www.biddle.nl/nl/kennisbank/publicaties/de-werkzaamheid-van-luchtgordijnenmet-straalgelijkrichters-tegen-insecten) -

-

-

-

Houd de omgeving rondom machines in de hal schoon en vrij van afval. Voorkom dat er een laag afval achterblijft dat als voedings- of ontwikkelingsbron voor de kamervlieg kan dienen. Maak vakken voor buitenopslag grondig schoon wanneer een geheel vak wordt leeggereden. Voorkom dat er gevallen plastic afval en een laag organisch materiaal achterblijft dat als voedings- of ontwikkelingsbron voor de kamervlieg kan dienen [zie foto 1]. Buiten het pand kan een permanente bestrijding worden geïnstalleerd door het ophangen van vliegenvallen/vliegenemmers met lokstof in de omgeving van het pand. Hiermee kunnen zowel van buitenaf aangetrokken vliegen worden gevangen, als ook vliegen die zich van binnen naar buiten hebben verplaatst. Buiten opgeslagen balen plastic kunnen afgedekt worden met een fijnmazig net/schermgaas. De vliegen afkomstig uit de balen worden tegengehouden, en vliegen van buitenaf hebben geen toegang tot het product.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

7

Figuur 3 Voorbeeld van het afnetten van balen -

-

Voorkom dat weersomstandigheden invloed hebben op de opgeslagen geperste balen. Het organisch materiaal afkomstig uit het plastic afval samen met regenwater, vormen zeer geschikte omstandigheden voor de ontwikkeling van de kamervlieg. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het plaatsen van een overkapping waaronder de geperste balen kunnen worden opgeslagen. Probeer natuurlijke vijanden aan te trekken, denk hierbij aan vleermuizen en zwaluwen. Eén huiszwaluw in het broedseizoen kan per dag al rond de 9000 vliegende insecten opeten. Om natuurlijke vijanden aan te trekken kunnen er nestkasten of vleermuiskasten geplaatst worden.

4.1. Oplossingsrichtingen 1. Uit onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling van vliegende insecten in PMD-materiaal aanvangt, voordat het bij een PMD-verwerkend bedrijf terechtkomt. De ontwikkeling van deze insecten varieert van vroeg larvale stadia, tot eindstadia van diverse soorten overlastveroorzakende vliegende insecten. Op het moment dat eerder in de keten van het PMD-afval wordt ingegrepen op de eventuele ontwikkeling van insecten (bronaanpak), dan worden daarmee overlastproblemen op deze locatie voorkomen. Ingrijpen kan bestaan uit allerlei beheersmaatregelen, of een wijziging in de werkwijze om PMD-materiaal te verzamelen. 2. Op het moment dat niet eerder in de keten wordt ingegrepen op de ontwikkeling van vliegende insecten, dan blijft de huidige situatie bij de plasticverwerker gehandhaafd. In deze situatie komen zeer veel vliegende insecten bij de plasticverwerker in de vorm van diverse ontwikkelingsstadia. Om de populaties vliegen in dergelijk geval beheersbaar te kunnen houden, dient een intensief en gedetailleerd plaagdierbeheersplan te worden opgesteld en uitgevoerd, met daarin ten minste de volgende aspecten opgenomen: monitoring, preventie, bestrijding en een frequente evaluatie van het plan.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

8

Ga daarbij uit van de volgende vragen: 1. Op welke wijze wordt bij binnenkomst van het plastic afval de ontwikkeling van kamervliegen stopgezet? 2. Op welke wijze worden binnengekomen adulte vliegen continue bestreden? 3. Op welke wijze wordt voorkomen dat vliegende insecten zich kunnen verspreiden? 4. Op welke wijze wordt voorkomen dat in het pand ontwikkelingsbronnen voor kamervliegen kunnen ontstaan? 5. Op welke wijze en met welke frequentie wordt gemonitord en geëvalueerd, om na te gaan of bovenstaande maatregelen tot het gewenste effect hebben geleid?

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

9

5.

Bijlagen Bijlage 1: Foto’s

Foto 1: Plastic afkomstig uit het gebaald plastic blijft tussen de balen liggen en vormt een ontwikkelingsbodem voor de kamervlieg.

Foto 2: Maden van vliegen aangetroffen tussen de geperste balen met plastic afval.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

10

Foto 3: Op de geperste balen zijn tientallen volwassen exemplaren van de kamervlieg aangetroffen per vierkante meter.

Foto 4: Vliegen op opgewarmde rustplekken rondom het pand van de afvalverwerker.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

11

Foto 5: Ontwikkelingsbron voor de kamervlieg bij de milieustraat.

Foto 6: Vliegen op opgewarmde rustplekken op het terrein van de milieustraat.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

12

Foto 7: Opslag van gebaald plastic afval, gezien vanaf de milieustraat.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

13

Bijlage 2: Biologie en leefwijze DE KAMERVLIEG (Musca domestica Linnaeus) Orde: Diptera (vliegen en muggen) Familie: Muscidae (echte vliegen) Vliegen in huis zijn buitengewoon hinderlijk. Ze zitten het ene moment op afval, uitwerpselen, dode dieren e.d., het andere moment doen ze zich tegoed aan menselijk voedsel. Aan de poten en de monddelen van de vlieg kunnen ziektekiemen worden overgebracht waardoor mensen en huisdieren besmet kunnen worden. Ook de uitwerpselen van de kamervlieg kunnen ziektekiemen bevatten. ALGEMEEN De kamervlieg, ook wel huisvlieg genoemd, komt vrijwel overal ter wereld voor en is, net als muizen en ratten, een typische cultuurvolger. Bijna overal waar mensen zijn, zullen kamervliegen zijn. Ze worden aangetroffen in de buurt van afval of vee, maar ook rondom en in huizen zijn ze een vaak voorkomende verschijning. UITERLIJK De kamervlieg is een grijs, gevleugeld insect van 7 tot 8 mm lengte. De larven zijn pootloos en ca. 1 cm lang. Ze bezitten geen duidelijke kop. De pop is bruin van kleur en tonvormig. Hij is van andere vliegen te onderscheiden door de relatief grote lichaamslengte en de donkere lengtestrepen op de bovenzijde van het borststuk. ONTWIKKELING EN LEEFWIJZE Vliegen ondergaan een volledige gedaanteverwisseling, dit wil zeggen dat de ontwikkeling 4 stadia kent: ei-larve-pop-adult.

De larven ontwikkelen zich in rottende organische materialen of in stoffen die gemakkelijk tot rotting overgaan. Vooral de uitwerpselen van mens en dier vinden ze aantrekkelijk. Hierop legt een vrouwelijke vlieg gedurende haar leven zo'n 600-2.000 eitjes, die spoelvormig en 1 mm lang zijn. Per keer worden 100-150 eitjes afgezet. Na 10-46 uur, afhankelijk van de temperatuur, komt een vuilwitte vliegenlarve (de made) uit het ei. Na 5-10 dagen is de made volgroeid. Deze is dan 8-10 mm lang en gaat op zoek naar een wat drogere plaats aan de oppervlakte van het materiaal waarin hij zich ontwikkeld heeft om te verpoppen.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

14

Na verloop van 3 tot 8 dagen verschijnt uit deze pop een kamervlieg. De totale ontwikkeling van eitje tot vlieg neemt ’s zomers gemiddeld 1 tot 3 weken in beslag, afhankelijk van de temperatuur. Volwassen kamervliegen komen op allerlei voedsel af dat ze alleen in vloeibare vorm kunnen opnemen. Ook besteden ze veel aandacht aan hun eigen ‘hygiëne’. Zo zie je ze vaak poten tegen elkaar wrijven en vleugels afvegen. In het buitengebied kunnen grote aantallen kamer-vliegen voorkomen. Deze zijn meestal afkomstig van pluimveehouderijen. In de Milieuvergunning van de gemeente kunnen instructies staan betreffende het goed opslaan van de afgevoerde kippenmest, om in de omgeving vliegenoverlast te voorkomen. SCHADE Kamervliegen kunnen in grote aantallen een hinderlijke plaag vormen. Daarnaast kunnen ze ook ziektekiemen overbrengen op mens en dier via de poten, monddelen, haren en uitwerpselen. Dit kunnen bacteriën, virussen en andere schadelijke micro-organismen zijn. WERING Om overlast van kamervliegen te voorkomen, is het aan te raden om na te gaan waar zich mogelijke broedplaatsen (mest, afval) bevinden en of maatregelen mogelijk zijn die de ontwikkeling van deze vliegen voorkomen of in elk geval beperken. Denk aan het afgedekt houden van afval, het snel afvoeren en afvalbakken steeds reinigen.

Andere weringsmaatregelen zijn het plaatsen van horren in geopende ramen en deuren en/of het gebruik van lintgordijnen. Fijnmazig horrengaas is geschikt voor het dichten van kleine ventilatieopeningen. Ook kan het helpen om gaten en kieren in de buitenmuur (onder meer bij sponningen) af te sluiten met kit of tochtstrippen. BESTRIJDING Op de eerste plaats kan men bij bestrijding denken aan de toepassing van vliegenkleefstroken of vang-zakken en het gebruik van vliegenmeppers. Dit zijn prima middelen wanneer de hinder zich beperkt tot enkele vliegen. Gaat het om grotere aantallen, dan kan men gebruik maken van biociden (= bestrijdingsmiddelen) toegelaten ter bestrijding van vliegende insecten. Denk hierbij aan een behandeling van de rustplaatsen, of een mestbehandeling. N.B.: Werk alleen met chemische middelen nadat er voldoende wering- en preventiemaatregelen getroffen zijn. Anders blijft het dweilen met de kraan open. In bijvoorbeeld grootkeukens en restaurants kan men ook elektrische vliegenlampen ophangen. Deze moeten vooral ’s avonds en ’s nachts branden, dan is de kans het grootst dat de vliegen worden gevangen.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

15

WAARSCHUWING Wij maken u erop attent dat biociden voor mensen en dieren giftig zijn. Voorkom dat kinderen, huisdieren en vogels in contact kunnen komen met biociden. Dit geldt zowel voor binnen- als buitenshuis. Voorkom tevens contact met levensmiddelen. De bestrijding dient plaats te vinden met inachtneming van de voorzorgsmaatregelen en Wettelijke Gebruiksvoorschriften die op het etiket van de biocide vermeld staan. Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden raadplegen: https://toelatingen.ctgb.nl/. Namen en contactgegevens van bestrijdingsbedrijven kunt u online vinden. Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

16

Bijlage 3: Conclusies Binapro

Naar aanleiding van ons gesprek van 15 juni kan ik u het navolgende aangaande de vliegenoverlast melden.

1) Een vlieg heeft voeding nodig om zich te kunnen vermenigvuldigen. In de aangeleverde balen zitten drie stadia van vliegen; eitjes, maden en vliegen. Deze bevinden zich zowel aan de buitenzijde als binnenzijde van de aangeleverde balen.

2) Eitjes van vliegen komen na twaalf tot zesendertig uur uit, waarbij de larven van de vliegen tevoorschijn komen. Omdat de vrouwtjes van verschillende exemplaren vaak eitjes afzetten op hetzelfde substraat, kunnen zich enorme aantallen maden ontwikkelen. Onder warme omstandigheden kunnen de eitjes al na acht uur uitkomen.

3) Maden voeden zich gedurende drie tot zeven dagen met organisch afval. Hierna verpopt de larve. Na enige tijd komt er een volwassen vlieg uit de pop. Van eitje tot volwassen vlieg duurt tussen de zeven en veertien dagen.

4) Een vlieg verspreidt zich doorgaans niet ver van de plaats waar de vlieg uit het ei is gekropen, meestal niet verder dan enkele honderden meters.

5) De reukzin van een vlieg is fenomenaal. Vanop 250 meter ruiken ze lekkers. Dat kan dat biefstukje, rottend fruit zijn, maar evengoed een verse uitwerpselen of mest. Maar ook restproducten die aan plastic kleven. Rekening houdend met de bovenstaande gegevens is het uit te sluiten dat de vliegen, die zich op het terrein van Stiphout Recycling bevinden, zich zover van hun bron van eten zullen verplaatsen, zodat zij een probleem/plaag zouden creëren op een afstand verder dan enkele honderden meters van af het terrein van Stiphout recycling. Hun reukzin gaat immers niet verder dan 250 meter, waardoor het onmogelijk is dat zij door geuren op een afstand van meer dan 250 meter kunnen worden aangetrokken. Bovendien zijn er zoveel voedingsstoffen op de aangeleverde balen aanwezig dat er ook geen overlevingsnoodzaak is om elders voedsel te gaan zoeken.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

17

Bijlage 4: IPM en het plaagdierbeheersplan Integrated Pest Management (IPM) vormt de basis voor dierplaagbeheer. De definitie van IPM luidt als volgt: “De implementatie van de juiste duurzame populatiebeheersmaatregelen, gebaseerd op drempelwaarden en de leefwijze en biologie van de betreffende plaagdieren en hun relatie met de omgeving.” De kennis van de leefwijze en biologie van de betreffende plaagdiersoorten staat centraal binnen IPM. Op het moment dat bekend is welke behoeften een plaagdier heeft, kan daar preventief op worden ingegrepen. IPM is daardoor een systeem dat bronaanpak centraal stelt. IPM is in Nederland geborgd in de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Wgb). IPM in de praktijk Bij de toepassing van IPM in de praktische uitvoering van plaagdierbeheersvraagstukken dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. Uitvoeren van een Plaagdier Risico Inventarisatie (PRI) 2. Bepalen van drempelwaarden 3. Opstellen van een plaagdierbeheersplan 4. Uitvoeren van het plaagdierbeheerspan 5. Evalueren en indien nodig aanpassen van het plaagdierbeheersplan Deze stappen worden hieronder kort toegelicht. Uitvoeren Plaagdier Risico Inventarisatie (PRI) Elk plaagdierbeheersvraagstuk begint met het uitvoeren van een PRI.

Bij de uitvoering van deze PRI wordt aandacht geschonken aan de volgende risico’s: • Risico’s die eventueel aanwezige plaagdieren met zich mee kunnen brengen; • Risico’s op binnendringen van plaagdieren; • Risico’s op het verspreiden van plaagdieren; • Risico’s op eventuele ontwikkeling van plaagdieren; • Of daadwerkelijk plaagdieren aanwezig zijn. Bepalen drempelwaarde Uit de PRI volgt welke plaagdiersoorten risico’s met zich meebrengen op een bepaalde locatie. Voor elk van deze soorten dient een drempelwaarde te worden vastgesteld. Bij een overschrijding van de drempelwaarde moet worden ingegrepen.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

18

Opstellen plaagdierbeheersplan Het plaagdierbeheersplan wordt opgesteld op basis van de uitkomsten van de PRI en de bepaalde drempelwaarden. Het plaagdierbeheersplan bestaat uit meerdere onderdelen, te weten: • een monitoringsplan; • een preventieplan; • een bestrijdingsplan. Het monitoringsplan dient ervoor om risico verhogende plaagdiersoorten tijdig te signaleren. Het plan dient daardoor afgestemd te zijn op de leefwijze en biologie van de betreffende plaagdiersoort. Daarnaast veranderen omstandigheden voortdurend (denk aan weersomstandigheden of slijtage van productielijnen), wat kan leiden tot gunstige omstandigheden voor plaagdieren. Bij het bepalen van de monitoringsfrequentie dient hier ook rekening mee te worden gehouden. Het preventieplan bevat actiepunten die uitgevoerd moeten worden om binnendringen, verspreiden, of ontwikkelen van plaagdieren tegen te gaan. Het bestrijdingsplan wordt opgesteld op het moment dat plaagdieren zijn aangetroffen. Er zijn diverse bestrijdingsmethoden. Vanwege het duurzaamheidsaspect dienen niet-chemische methoden altijd de voorkeur te hebben boven chemische methoden. In het plaagdierbeheersplan dient te worden aangegeven wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van de diverse aspecten en wanneer tot uitvoering wordt overgegaan.

Uitvoeren plaagdierbeheersplan Na het opstellen van het plaagdierbeheersplan, dient hetgeen beschreven is uitgevoerd te worden. Belangrijk hierbij is dat bevindingen worden geregistreerd in een logboek. Bij registraties kan gedacht worden aan plattegronden waarop de locatie van monitorings- en bestrijdingsmiddelen zijn aangegeven, inspectierapporten en controlestaten. Bij het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen dienen productinformatiebladen in het logboek opgenomen te zijn. Evaluatie plaagdierbeheersplan Op basis van de registraties in het logboek kunnen frequent analyses worden gemaakt met betrekking tot de effectiviteit van het monitoringsplan en de uitgevoerde preventieve en bestrijdingsmaatregelen. Aan de hand van dergelijke analyses kan het plaagdierbeheersplan worden aangepast om de effectiviteit ervan te verhogen.

KAD/2022/0110/MS/MBe

Rapportage d.d. 20 juli 2022

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=e299ed31-186a-4bf1-8c73-8d296d8b3c01