Bijlage 1 - Raadsbesluit tot wijziging van de Apv Maasgouw 2020 (def. 20250930)
Tekst van het document
Raadsvergadering 16-12-2025 BESLUIT
Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2020 De raad van de gemeente Maasgouw, gelet op de artikelen 108, eerste lid, en 149 van de Gemeentewet, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025, BESLUIT: de Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2020, conform het wijzigingsbesluit, te wijzigen. Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2020, wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4:13 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat zo in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van een schuilmiddel ten behoeve van het nachtvissen mits het schuilmiddel voldoet aan de volgende voorwaarden: - de maximale afmetingen van het schuilmiddel zijn 3.20 meter lang, 3.10 meter breed en 1.80 meter hoog. - het schuilmiddel moet aan de voorkant geheel open zijn - het schuilmiddel moet uitgevoerd zijn in een neutrale, bruine of camouflagekleur.
Nieuwe tekst Artikel 4:13 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden die gebruikt kunnen worden ten behoeve van recreatief nachtverblijf: a. in openbare natuurgebieden, bossen, parken of andere voor publiek toegankelijke groengebieden; b. op openbare plaatsen of terreinen, indien dit leidt tot: - hinder; - verstoring van de openbare orde; - verstoring van het uiterlijk aanzien van de gemeente; - verstoring van de rust; of - schade aan natuur of milieu. 2. Het verbod geldt niet voor:
3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stads- en dorpsgezicht. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stads- en dorpsgezicht.
B. Artikel 5:22 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:22 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. gebieden of kampeerterreinen die zo in het omgevingsplan zijn bestemd of mede bestemd; b. het plaatsen van een schuilmiddel ten behoeve van het nachtvissen, mits het schuilmiddel voldoet aan de volgende voorwaarden: - de maximale afmetingen van het schuilmiddel zijn 3.20 meter lang, 3.10 meter breed en 1.80 meter hoog; - het schuilmiddel moet aan de voorkant geheel open zijn; - het schuilmiddel moet uitgevoerd zijn in een neutrale, bruine, groene of camouflagekleur; c. het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stads- en dorpsgezicht.
Nieuwe tekst Artikel 5:22 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. aanleggen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een verblijf op of in de omgeving van het vaartuig; a. aanlegsteiger: voorziening waaraan b. aanlegsteiger: voorziening waaraan schepen kunnen afmeren en ligplaats schepen kunnen afmeren en ligplaats kunnen nemen; kunnen nemen; b. afmeren: het vastleggen van een schip c. afmeren: het vastmaken van een vaartuig aan wal; of ander drijvend object aan een vast object, zoals een kade of oever; c. ankeren: het vastleggen van een d. ankeren: het vastleggen van een vaartuig vaartuig aan de bodem van het vaarwater; aan de bodem van het vaarwater; d. bedrijfsvaartuig: een vaartuig, e. bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder daaronder begrepen een object te water, begrepen een object te water, niet zijnde
niet zijnde een zeeschip, binnenschip of dienstvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor de uitoefening van een reëel bedrijf of beroep met dat vaartuig dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten; e. dag: de periode tussen 00:00 uur en 24:00 uur; f. haven: een tot duurzame exploitatie bestemde accommodatie te land en/of te water, waar bedrijfsmatig gelegenheid wordt geboden tot het ter plaatse al of niet onder toezicht gedurende langere tijd achterlaten van een vaartuig, ongeacht of met die exploitatie al of niet winst wordt beoogd; g. klein schip: een vaartuig, zijnde een schip waarvan de lengte minder dan 20 meter bedraagt, waartoe als lengte wordt aangemerkt de afstand van de voorkant van het voorste tot de achterkant van het achterste vaste deel van de romp, zonder boegspriet, de papegaaistok en het trim vlak, dit met uitzondering van: - een schip dat is gebouwd of ingericht om andere dan kleine schepen te assisteren, te duwen of om langs de zijkant vastgemaakt mee te voeren; – een schip dat meer dan 12 passagiers mag vervoeren; – een veerpont, een visserschip en een duwbak. h. ligplaats: een gedeelte van het openbaar water dat ingevolge deze verordening door een schip met bijbehorende voorzieningen mag worden ingenomen;
i. oever: overgang tussen land en het openbaar water;
een zeeschip, binnenschip of dienstvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor de uitoefening van een reëel bedrijf of beroep met dat vaartuig dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten; f. dag: de periode tussen 00:00 uur en 24:00 uur; g. haven: een tot duurzame exploitatie bestemde accommodatie te land en/of te water, waar bedrijfsmatig gelegenheid wordt geboden tot het ter plaatse al of niet onder toezicht gedurende langere tijd achterlaten van een vaartuig, ongeacht of met die exploitatie al of niet winst wordt beoogd;
h. ligplaats: een plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het aanleggen of innemen van een ligplaats voor bepaalde of onbepaalde tijd van een vaartuig, geschikt voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden; i. ligplaats innemen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan met aanleggen wordt bedoeld; j. oever: overgang tussen land en het openbaar water. Onder oever is mede
begrepen de oeverbescherming en de daarvan deel uitmakende beplanting; k. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze k. passagiersvaartuig: een bedrijfsvaartuig, toegankelijk zijn; l. passagiersvaartuig: een bedrijfsvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot: tot: - vervoer van personen, of; - om beschikbaar te worden gesteld - vervoer van personen, of; - om beschikbaar te worden gesteld voor voor recreatief vervoer voor recreatief vervoer voor meerdere meerdere personen; l. passantenplaats: een ligplaats personen; uitsluitend bestemd voor m. passantenhaven: een plek met tijdelijke pleziervaartuigen; ligplaatsen uitsluitend bestemd voor pleziervaartuigen voor een periode van m. pleziervaartuig: een vaartuig dat is maximaal 3 x 24 uur; bestemd voor sportbeoefening of n. pleziervaartuig: een vaartuig dat is vrijetijdsbesteding, met een romplengte bestemd voor sportbeoefening of van minimaal 2,5 meter en maximaal 24 vrijetijdsbesteding, met een romplengte meter; van minimaal 2,5 meter en maximaal 24 n. rietkraag: rand van riet langs de oever; meter; o. rondvaartboten/feestboten: een o. rietkraag: rand van riet langs de oever; p.
rondvaartboten/feestboten: een passagiersvaartuig, zoals gedefinieerd in passagiersvaartuig, zoals gedefinieerd in onderdeel i, hoofdzakelijk gebruikt voor of onderdeel l, hoofdzakelijk gebruikt voor bestemd tot het vervoer van personen, of of bestemd tot het vervoer van personen, om beschikbaar te worden gesteld voor of om beschikbaar te worden gesteld voor recreatief vervoer voor meerdere recreatief vervoer voor meerdere personen; personen; p. scheepswerf: een bedrijf waar schepen worden gebouwd, verbouwd, gerepareerd of geassembleerd. q. schip: elk vaartuig of watervliegtuig, q. schip: elk vaartuig met inbegrip van een gebruikt of geschikt om te worden vaartuig zonder waterverplaatsing en een gebruikt als een middel van vervoer te watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te water; worden gebruikt als een middel van vervoer te water; r. snelle motorboot: een klein schip dat, bij gebruikmaking van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller kan varen dan 20 kilometer per uur; s. surfoever: een veelal door borden of andere merktekens aangeduide plaats op r. surfoever: een veelal door borden of de oever waar door surfers pleegt te andere merktekens aangeduide plaats op worden aangeland; de oever waar door surfers wordt t. tijdelijke ligplaats: het innemen van een aangeland; ligplaats korter dan 3 achtereenvolgende dagen; u.
werkstrook: strook in en/of langs het water, waarbinnen werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, die onlosmakelijk verbonden zijn met de j. openbaar water: water zoals omschreven in artikel 1:1, aanhef, onder j.
vestiging en/of uitvoering van bedrijfsactiviteiten zoals deze zijn toegelaten op een daarvoor bestemde scheepswerf; v. zwemgelegenheid in oppervlaktewater: locatie in oppervlaktewater, niet zijnde een zweminrichting, waar door een aanmerkelijk aantal personen in elkaars nabijheid pleegt te worden gezwommen; w. zweminrichting: een voor het publiek toegankelijke plaats die is ingericht om te worden gebruikt voor het zwemmen, tezamen met de daarbij behorende terreinen, bouwwerken en uitrustingen. 2. Onder oevers zijn mede begrepen de oeverbeschermingen en de daarvan deel uitmakende beplantingen.
s. zwemgelegenheid (in oppervlaktewater): officieel (door de provincie) aangewezen zwemwaterlocatie in oppervlaktewater, niet zijnde een zweminrichting, waar door een groot aantal personen wordt gezwommen; t. zweminrichting: een voor het publiek toegankelijke plaats die is ingericht om te worden gebruikt voor het zwemmen, tezamen met de daarbij behorende terreinen, bouwwerken en uitrustingen.
C. De titel voor artikel 5:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst (Tijdelijke) ligplaats Innemen ligplaats D. Artikel 5:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:24 Ligplaats pleziervaartuigen 1. Het is verboden met een pleziervaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een pleziervaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een pleziervaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of
Nieuwe tekst Artikel 5:24 Ligplaats vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort, tijdsduur en aantal vaartuigen. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of
krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
E. Artikel 5:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:25 (Tijdelijke) ligplaats buiten de havens 1. Het is verboden met een vaartuig buiten de havens langer dan 3 achtereenvolgende dagen op dezelfde locatie een ligplaats in te nemen of, als het vaartuig is verplaatst, binnen 3 dagen weer dezelfde ligplaats in te nemen. Onder een dag wordt verstaan de tijd tussen 00:00 uur en 24:00 uur. 2. Ten aanzien van het genoemde in het eerste lid geldt dat als het vaartuig wordt verplaatst naar een plaats gelegen binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten van een eerder ingenomen verboden ligplaats, het vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen. 3. Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet: a. voor bedrijfsvaartuigen die direct of indirect betrokken
krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of namens het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
Nieuwe tekst Artikel 5:25 Verbod innemen ligplaats 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 5:40 (Tijden van verblijf passantenhavens), is het verboden met een vaartuig buiten de havens langer dan 3 achtereenvolgende dagen op dezelfde locatie een ligplaats in te nemen of, als het vaartuig is verplaatst, binnen 3 dagen weer dezelfde ligplaats in te nemen. Onder een dag wordt verstaan de tijd tussen 00:00 uur en 24:00 uur. 2. Ten aanzien van het genoemde in het eerste lid geldt dat als het vaartuig wordt verplaatst naar een plaats gelegen binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten van een eerder ingenomen verboden ligplaats, het vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen. 3. Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet: a. voor bedrijfsvaartuigen die direct of indirect betrokken
zijn bij ontgronding of bij de inrichting van de wateren; b. op de bestemde werkstroken ten behoeve van de scheepsbouw. 4. Het is verboden met een vaartuig buiten de havens: a. aan de oever een (tijdelijke) ligplaats in te nemen; b. met een vaartuig een (tijdelijke) ligplaats in te nemen in de voor de oever gelegen rietkraag; c. in de rietkraag of oever te ankeren; d. een vaartuig te water te laten, uit het water te halen, op gronden neer te leggen of te laten leggen aan de oever anders dan op de daarvoor door het college aangewezen of bestemde plaatsen die ter plaatse nader zijn aangeduid.
zijn bij ontgronding of bij de inrichting van de wateren; b. op de bestemde werkstroken ten behoeve van de scheepsbouw.
F. Na artikel 5:25 wordt artikel 5:25A ingevoegd en luidt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:25A Verboden gebruik oevers 1. Het is verboden om met een vaartuig een ligplaats in te nemen in de voor de oever gelegen rietkraag; 2. Het is verboden om met een vaartuig in een rietkraag of in de oever te ankeren; 3. Het is verboden een vaartuig, langer dan 2,5 meter, te water te laten, uit het water te halen, op gronden neer te leggen of te laten liggen aan de oever anders dan op de daarvoor door het college aangewezen of bestemde plaatsen die ter plaatse nader zijn aangeduid. G. Artikel 5:26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:26 Aanwijzingen (tijdelijke) ligplaats 1. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een (tijdelijke) ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
Nieuwe tekst Artikel 5:26 Aanwijzingen (tijdelijke) ligplaats Vervallen
veiligheid, de milieuhygiëne of het aanzien van de gemeente. 2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een (tijdelijke) ligplaats op te volgen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement en de Waterwet. H. Artikel 5:27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:27 Verbod innemen (tijdelijke) ligplaats Het is verboden een (tijdelijke) ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met artikel 5:26, tweede lid. I. Artikel 5:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:32 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Nieuwe tekst Artikel 5:27 Verbod innemen (tijdelijke) ligplaats Vervallen
Nieuwe tekst Artikel 5:32 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het is verboden binnen twintig meter van een in gebruik zijnde zweminrichting, zwemgelegenheid of surfoever te varen en te ankeren. 3. De verboden, genoemd in lid 1 en 2, zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
J. Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:34 Verstoren goede orde 1. Het is verboden op het openbaar water de goede orde te verstoren, onder meer door: a. het veroorzaken van geluidhinder, in welke vorm ook; b. op enigerlei wijze de rust te verstoren tussen 22.00 uur 's avonds en 07.00 uur ’s morgens; c. het verontreinigen van het terrein, het water, de gebouwen, de steigers en andere werken door vuilnis, olie, chemicaliën, bilgewater, etc.; d. het gebruik van een boordtoilet of het anderszins storten van fecaliën en bijkomend afvalwater in openbaar water; e. het onvoorzichtig omgaan met vuur, daaronder begrepen het aan te water liggende vaartuigen uitvoeren van werkzaamheden, waarbij hoge temperaturen ontstaan, alsmede het onvoorzichtig omgaan met benzine, gas of andere ontvlambare stoffen; f. het laten proefdraaien van boordmotoren met ingeschakelde schroef 2. Het is voorts verboden: a. aan steigers of palen te spijkeren of enige andere voorziening te maken waarvoor geen toestemming is verleend door het college; b. aanpassingen aan de waterbodem en/of puinbestortingen te maken c. aanlegtouwen etc. over het loopvlak van de steigers of voetpaden te bevestigen d. oevergroen te snoeien en/of te maaien.
Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verstoren goede orde 1. Het is verboden op het openbaar water de goede orde te verstoren, onder meer door: a. het veroorzaken van geluidhinder, in welke vorm ook; b. op enigerlei wijze de rust te verstoren tussen 22.00 uur 's avonds en 07.00 uur ’s morgens; c. het verontreinigen van het terrein, het water, de gebouwen, de steigers en andere werken door vuilnis, olie, chemicaliën, bilgewater, etc.; d. het gebruik van een boordtoilet of het anderszins storten van fecaliën en bijkomend afvalwater in openbaar water; e. het onvoorzichtig omgaan met vuur, daaronder begrepen het aan te water liggende vaartuigen uitvoeren van werkzaamheden, waarbij hoge temperaturen ontstaan, alsmede het onvoorzichtig omgaan met benzine, gas of andere ontvlambare stoffen; f. het laten proefdraaien van boordmotoren met ingeschakelde schroef; g. anderszins handelingen te verrichten, waardoor hinder, overlast of gevaar wordt of kan worden veroorzaakt. 2. Het is voorts verboden: a. aan steigers of palen te spijkeren of enige andere voorziening te maken waarvoor geen toestemming is verleend door het college; b. aanpassingen aan de waterbodem en/of puinbestortingen te maken c. aanlegtouwen etc. over het loopvlak van de steigers of voetpaden te bevestigen
d. oevergroen te snoeien en/of te maaien. K. De titel voor artikel 5:37 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Passagiersvaartuigen en waterscooters Passagiersvaartuigen L. Artikel 5:37 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:37 Waterscooters Het is verboden op een oever en het openbaar water een waterscooter, die zich in een kennelijk voor onmiddellijk gebruik geschikte en beoogde staat bevindt, bij zich te hebben anders dan op daartoe door of namens de Minister, ingevolge het Binnenvaartpolitiereglement, of door het college aangewezen plaatsen.
Nieuwe tekst Artikel 5:37 Waterscooters Vervallen
M. De titel voor artikel 5:38 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Overig verbod Overig verbod Vervallen N. Artikel wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:38 Overig verbod Het is verboden binnen twintig meter van een in gebruik zijnde zweminrichting, zwemgelegenheid of surfoever te ankeren. O. Artikel 5:40 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:40 Tijden van verblijf passantenhavens 1. Het is verboden langer dan 3 achtereenvolgende dagen een ligplaats in dezelfde passantenhaven in te nemen en nadat deze periode is verstreken, binnen 12 uren opnieuw ligplaats in dezelfde passantenhaven in te nemen. 2. Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang een ligplaats in te nemen, vaartuigen te verplaatsen of de passantenhaven te verlaten.
Nieuwe tekst Artikel 5:38 Overig verbod Vervallen
Nieuwe tekst Artikel 5:40 Tijden van verblijf passantenhavens 1. Het is verboden langer dan 3 achtereenvolgende dagen een ligplaats in dezelfde passantenhaven in te nemen en nadat deze periode is verstreken, binnen 24 uur opnieuw ligplaats in dezelfde passantenhaven in te nemen. 2. Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang een ligplaats in te nemen, vaartuigen te verplaatsen of de passantenhaven te verlaten.
3. Het verbod genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op de passantenhaven in Maasbracht. 4. Het college kan van het onder het eerste en tweede lid bepaalde ontheffing verlenen. 5. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Het verbod genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op de passantenhaven in Maasbracht. 4. Het college kan van het onder het eerste en tweede lid bepaalde ontheffing verlenen. 5. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
P. Artikel 5:42 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:42 Liggeld passantenhavens 1. Voor het verblijf met een vaartuig in de passantenhaven tussen 18.00 en 07.00 uur is liggeld verschuldigd. 2. De hoogte van het liggeld en de wijze van inning wordt door het college vastgesteld.
Nieuwe tekst Artikel 5:42 Liggeld passantenhavens 1. Voor een verblijf met een vaartuig in de passantenhavens in Maasbracht en Wessem is liggeld verschuldigd. 2. De hoogte van het liggeld en de wijze van inning wordt door het college vastgesteld.
Q. Artikel 5:43 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:43 Gebruiksregels passantenhavens 1. Het is verboden in de passantenhaven te zwemmen, te spelevaren, te hengelen of te surfen. 2. Van 22.00 uur tot de volgende ochtend 7.00 uur moet de nachtrustperiode in acht worden genomen. 3. Ook daarbuiten is geluidhinder of anderszins hinderlijk gedrag verboden.
Nieuwe tekst Artikel 5:43 Gebruiksregels passantenhavens 1. Het is verboden in de passantenhaven te zwemmen, te spelevaren of te surfen. 2. Van 22.00 uur tot de volgende ochtend 7.00 uur moet de nachtrustperiode in acht worden genomen. 3. Ook buiten de in het tweede lid genoemde periode is het verboden geluidhinder te veroorzaken. 4. Tevens is het verboden anderszins handelingen te verrichten, waardoor hinder, overlast of gevaar wordt of kan worden veroorzaakt.
R. Na artikel 5:46 wordt artikel 5:46A ingevoegd en luidt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:46A Afbakening Deze afdeling is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door een wet in formele zin, verordeningen van de provincie of het waterschap en de Woonschepenverordening Maasgouw.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maasgouw, d.d. 16-12-2025.
De raad voornoemd; De griffier,
De voorzitter,
G.H. Bakkes
D.W.J. Schneider