Bijlage 1: Notitie Op weg naar een nieuw eigenaarschap voor Westrom
Tekst van het document
Op weg naar een nieuw eigenaarschap voor Westrom 1. Inleiding In januari 2024 heeft het bestuur van Westrom besloten onderzoek te doen naar de inhoudelijke, juridische en financiële gevolgen van een mogelijke overname van Westrom door de gemeente Roermond, hierbij uitgaande van het besluit van het college van de gemeente Roermond om de mogelijke integratie van Westrom te betrekken bij het financieel en inhoudelijk onderzoek naar de ontwikkeling van een mensontwikkelbedrijf. In deze notitie wordt de inhoud en het resultaat van het onderzoek van Westrom toegelicht. Dit onderzoek vond plaats in de maanden januari t/m juni 2024 en werd begeleid door twee externe adviseurs, Robert Capel en Marcel Moes. In de maand juni is overeenstemming bereikt over de financiële afspraken waarna het algemeen bestuur een voorgenomen besluit heeft genomen om te komen tot een nieuw eigenaarschap voor Westrom.
Inhoud notitie In deze notitie wordt u eerst meegenomen in een aantal relevante landelijke ontwikkelingen op het terrein van arbeidsparticipatie om daarmee een context voor de ontwikkelingen bij Westrom te verstrekken (par. 2). Vervolgens wordt kort teruggeblikt op de ontwikkelingen die vooraf zijn gegaan aan het huidige onderzoekstraject (par. 3). Daarna worden het verloop, de inhoud en de resultaten van het onderzoek beschreven en wordt u geïnformeerd over de financiële afspraken die zijn gemaakt tussen de GR Westrom en de gemeente Roermond (par. 4). Het vervolgtraject om te komen tot een definitief besluit wordt in paragraaf 5 geschetst. De opbouw en inhoud van deze notitie sluiten aan bij de presentatie die door de externe adviseurs is verzorgd tijdens de Raadsinformatiebijeenkomst die op 27 mei 2024 bij Westrom heeft plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst werden de raadsleden van de deelnemende gemeenten geïnformeerd over de tussenstand van het onderzoek.
2. Landelijke ontwikkelingen Vanaf 2015 is de Wet Sociale Werkvoorziening landelijk afgesloten voor nieuwe instroom. Dit betekent daarmee niet dat de doelgroep en het maatschappelijke vraagstuk is verdwenen. Nieuwe doelgroepen met een arbeidsbeperking worden nu in de Participatiewet geholpen met de voorziening Beschut Werk, worden bemiddeld naar een baan met loonkostensubsidie (LKS) bij reguliere werkgevers of kunnen bijvoorbeeld eerst een tijdelijke opstapbaan krijgen bij het sociaal werkbedrijf. Landelijk zien we dat de doelgroep van de Wsw jaarlijks in een stevig tempo daalt (5% a 7%) en dat de instroom van nieuwe doelgroep achter blijft. Dienstverlening staat bij veel gemeenten en werkbedrijven onder druk door de beperkte en ook ingewikkelde financiering. We zien dat ook de gemeentelijke beleidsvrijheid leidt tot uiteenlopende keuzes in de intensiteit van dienstverlening en de manier waarop dit lokaal of regionaal georganiseerd wordt. Voor veel sociaal werkbedrijven geldt dat het uitvoeren van de Wsw-taak relatief overzichtelijk was. Er was een uniforme subsidieregeling die in een samenwerkingsverband met een aantal regiogemeenten efficiënt en met goede dienstverlening kon worden uitgevoerd. Met de komst van de Participatiewet is
1
het niet meer vanzelfsprekend dat een gezamenlijk regionaal werkbedrijf antwoord geeft op alle uiteenlopende wensen van de regiogemeenten. In veel regio’s wordt daarom gezocht naar de passende vormen waarin het sociaal werkbedrijf zich verder kan ontwikkelen gegeven de dalende doelgroep van de Wsw en de uiteenlopende wensen aan dienstverlening voor de Participatiewet. Behoud en doorontwikkelen van de sociale infrastructuur staat daarmee op veel plekken onder druk. Ook landelijk wordt aandacht besteed aan deze ontwikkelingen en belang gehecht aan behoud van de sociale infrastructuur. In de Kamerbrief van december 2023 is dit door Minister Schouten benadrukt. Hoe het Rijksbeleid zich de komende jaren precies ontwikkelt is onzeker. Het onderhandelingsakkoord van mei 2024 heeft geen nieuwe inzichten opgeleverd m.b.t. een toekomstige inrichting van de sociale zekerheid. We kunnen ervanuit gaan dat de in 2015 in gang gezette decentralisatie de komende jaren wordt gecontinueerd, en dat het daarmee aan de regiogemeenten zelf is om in de eigen regio de sociale infrastructuur op een toekomstbestendige wijze in te richten.
3. Aanloop naar het onderzoek In 2019 hebben de vijf aan Westrom deelnemende gemeenten zich georiënteerd op de doorontwikkeling van de Participatiewet in de regio Midden-Limburg. Gezamenlijk is vervolgens een traject in gang gezet tot oprichting van een nieuwe entiteit waarin de gemeenten Maasgouw, Roerdalen en Roermond als aandeelhouders zouden deelnemen. De gemeenten Echt-Susteren en Leudal zouden naar behoefte diensten kunnen inkopen. Begin 2023 is dit traject stopgezet. Omdat de toekomst van Westrom nauw verweven was met de totstandkoming van deze nieuwe entiteit, heeft het dagelijks bestuur van Westrom zich naar aanleiding van bovengenoemde ontwikkeling beraden en aan de algemeen directeur de opdracht gegeven om nieuwe scenario’s te ontwikkelen voor de toekomst van Westrom. De algemeen directeur heeft voor de uitvoering van deze opdracht een beroep gedaan op de expertise van extern adviseurs Robert Capel en Marcel Moes vanwege hun bekendheid met de landelijke en ook regionale ontwikkelingen in de sector.
Verkenning In het kader van de bestuurlijke opdracht zijn de gemeentelijke visies op de intensiteit van de nieuwe doelgroep en het takenpakket van het sociaal werkbedrijf in het bredere geheel verkend. Belangrijke ontwikkelingen hierin zijn de verwachte daling van de Wsw-populatie, de instroom van nieuwe doelgroep beschut en garantiebanen, en de benodigde trajecten voor bijvoorbeeld statushouders, jongeren en andere personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. De verwachte volumeontwikkeling van de doelgroep heeft vanzelfsprekend ook gevolgen voor het professionele kader en de infrastructuur die nodig zijn om de dienstverlening op de middellange termijn te kunnen blijven verzorgen. Bij een ongewijzigd takenpakket is een geleidelijke maar voortdurende krimp van de organisatie aannemelijk omdat er geen nieuwe instroom van Wswmedewerkers meer plaatsvindt. De verwachte ontwikkelingen laten ook zien dat het aandeel van de gemeente Roermond geleidelijk zal toenemen van nu ongeveer de helft naar uiteindelijk 60% tot mogelijk 70% van het totale takenpakket vanwege de omvang en de samenstelling van de doelgroep Participatiewet in deze gemeente.
2
Varianten Op basis van de opgehaalde informatie zijn in het dagelijks bestuur van Westrom twee varianten voorgelegd en besproken: Variant 1: Overname van de bedrijfsactiviteiten door gemeente Roermond In deze variant blijft de Gemeenschappelijke Regeling Westrom in stand om als formeel werkgever voor de Wsw-doelgroep te dienen. De bedrijfsactiviteiten worden overgenomen door de gemeente Roermond. In deze variant vertonen de Wsw-dienstverbanden weliswaar een dalende lijn, maar door de nieuwe instroom vanuit de Participatiewet met de voorziening beschut, eventuele tijdelijke LKS-banen en ook de bemiddeling naar reguliere werkgevers blijft de omvang van de doelgroep en daarmee de workload voor het werkbedrijf ongeveer even groot.
Variant 2: Afbouw van Westrom In de tweede variant wordt in gezamenlijke GR-verantwoordelijkheid de doelgroep geleidelijk aan afgebouwd en wordt de dienstverlening voor de nieuwe doelgroep georganiseerd door de afzonderlijke gemeenten. Ook de dienstverlening aan de Wsw-doelgroep wordt dan op termijn door de gemeenten overgenomen. Meerdere sub-varianten zijn denkbaar in het tempo van een dergelijke afbouw. In de figuur is het aflopen van het huurcontract in het voorjaar van 2028 beschouwd als een mogelijk moment om de gezamenlijke dienstverlening stop te zetten.
3
Voorkeursscenario Uitgaande van het belang van het behoud van de aan de doelgroepmedewerkers geboden dienstverlening en de hiervoor benodigde sociale infrastructuur heeft het bestuur van Westrom de voorkeur uitgesproken voor de verdere uitwerking van Variant 1, waarin de gemeente Roermond het werkbedrijf door laat groeien naar een volgende fase in de toekomst en volledig verantwoordelijk wordt voor de bedrijfsvoering van Westrom. Voor de bestuurders van Westrom staat het belang van de doelgroepmedewerkers en de inwoners die in de toekomst zijn aangewezen op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling voorop. Dat betekent dat de huidige dienstverbanden, de dienstverlening en de werkplekken nu en in de toekomst moeten worden gecontinueerd. Met de gemeente Roermond als eigenaar kan de toekomstbestendigheid van de organisatie goed geborgd worden. De regionale samenwerking tussen de vijf gemeenten op het terrein van participatie kan in dit scenario onverminderd doorgaan met een vernieuwde samenwerkingsrelatie op basis van (langdurige) dienstverleningsovereenkomsten.
Samenloop met heroriëntatie gemeente Roermond Parallel aan dit traject heeft de gemeente Roermond een onderzoek laten uitvoeren naar de manier waarop in de toekomst de brede doelgroep van de Participatiewet optimaal bediend kan worden en welke organisatievorm en samenwerking met verschillende partners hiervoor nodig is. In december 2023 heeft het college van de gemeente Roermond besloten om de doorontwikkeling van de Participatiewet vorm te geven door het ontwikkelen van een mensontwikkelbedrijf (MOB) en hier in 2024 inhoudelijk en financieel onderzoek naar te doen. Vanwege de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor een brede doelgroep onderzoekt de gemeente Roermond hierbij de mogelijkheid om Westrom te integreren in het te ontwikkelen mensontwikkelbedrijf.
Besluit DB Westrom Op 23 januari 2024 heeft het dagelijks bestuur van Westrom ingestemd met het onderzoeken van de inhoudelijke, juridische en financiële gevolgen van een mogelijke overname van Westrom door de gemeente Roermond. In de raadsinformatiebrief van 24 januari 2024 zijn de raden van de deelnemende gemeenten hierover geïnformeerd.
4
4. Inhoud en resultaten onderzoek 4.1 Onderzoeksorganisatie Voor de verdere uitwerking van Variant 1 is de volgende onderzoeksorganisatie ingesteld: 1. De beleidswerkgroep bestaande uit de beleidsadviseurs sociaal domein van de 5 Westromgemeenten; 2. De risicowerkgroep bestaande uit de financiële medewerkers van Westrom en een afvaardiging van de gemeente Roermond en de regiogemeenten; 3. De begeleidingscommissie bestaande uit de algemeen directeur van Westrom, de teamleider Uitvoering Sociaal Domein van de gemeente Roermond en de extern adviseur voor de bewaking van de voortgang van het proces. Periodiek is met het dagelijks bestuur de voortgang van de diverse thema’s besproken en zijn de strategische keuzes voorgelegd aan het algemeen bestuur.
4.2 Thema’s Voor het onderzoek van de gekozen variant zijn door de werkgroepen de volgende thema’s uitgewerkt: 1. Overheveling van taken 2. Financiële stromen 3. Juridische aspecten 4. Samenwerkingsovereenkomsten
1.Overheveling van taken Via de Gemeenschappelijke Regeling Westrom hebben de vijf deelnemende gemeenten de volledige uitvoering van de Wsw bij Westrom belegd. Daarnaast kunnen de gemeenten op grond van de GR Westrom naar behoefte een beroep doen op Westrom voor de uitvoering van de Participatiewet, voor zover het arbeidsinschakeling en activering betreft. In dit kader hebben de 5 gemeenten de uitvoering van Beschut Werk en (deels) het werken met loonkostensubsidie bij Westrom neergelegd. Daarnaast voert Westrom voor de gemeenten re-integratietrajecten uit voor inwoners van de 5 gemeenten. In het kader van het onderzoek is in kaart gebracht welke taken in de nieuwe situatie overgaan naar het MOB Roermond en welke taken bij de GR Westrom blijven. Gezamenlijk is vastgesteld is dat het om de volgende zaken gaat: • •
•
•
De verantwoordelijkheid voor alle arbeidscontracten van de Wsw-doelgroep blijft ondergebracht in de GR Westrom. Dit leidt tot stabiliteit en continuïteit voor de doelgroep. De uitvoering van taken in het kader van de Participatiewet-wet kunnen door de gemeenten worden ondergebracht bij MOB Roermond, maar ze hebben hier keuzevrijheid in. Bij de invulling van alle typen re-integratietrajecten wensen de regiogemeenten ‘maximale flexibiliteit’. De huidige Beschut Werkers- en PW-ers met LKS gaan mee in de overdracht naar het MOB. Voor de toekomstige Beschut Werkers en PW-ers geldt overigens net als nu bij Westrom een keuzevrijheid om deze banen al dan niet via het werkbedrijf te organiseren. Alle bedrijfsmatige taken en het regulier personeel gaan over naar MOB-Roermond
In onderstaande figuur is de taakverdeling schematisch weergegeven. Aan de linkerzijde zien we dat in de huidige situatie de GR een breed integraal takenpakket uitvoert. Aan de rechterzijde zien we dat de GR formeel verantwoordelijk blijft voor het werkgeverschap. Vrijwel alle bedrijfsmatige activiteiten worden in de toekomst gecontinueerd door MOB-Roermond. Regiogemeenten hebben behoefte aan
5
flexibiliteit bij de invulling van re-integratie-trajecten waardoor een deel van deze taken mogelijk in de toekomst zelf verzorgd wordt.
2. Financiële stromen De overdracht van taken leidt ook een wijziging van de financiële stromen. In het kader van het onderzoek is deze wijziging in kaart gebracht. Kortgezegd blijft het zogenoemde subsidieresultaat voor de Wsw-doelgroep (loonkosten Wsw -/- Rijkssubsidie Wsw) achter in de GR Westrom. Dit hangt samen met het feit dat de GR Westrom de formele werkgever blijft voor de Wsw-doelgroep. Als gevolg van de overheveling van de bedrijfsactiviteiten komt het bedrijfsvoeringsresultaat volledig terecht bij het MOB-Roermond.
In de GR Westrom blijven achter: • loonkosten en loonkosten-gerelateerde uitgaven voor de Wsw-doelgroep • de Wsw-subsidie en de generieke gemeentelijke bijdrage In MOB-Roermond komen: • de opbrengsten van de bedrijfsactiviteiten • de bedrijfskosten (regulier personeel, materiële kosten, kosten infrastructuur etc.) De GR Westrom verstrekt indien nodig aan MOB-Roermond een jaarlijkse vergoeding per Wswmedewerker t.b.v. een niet geheel kostendekkende uitvoering.
Voor een goed inhoudelijk begrip is van belang om te realiseren dat dit in eerste instantie vooral een administratieve verschuiving is. De kosten en baten worden door zo’n verschuiving niet duurder of goedkoper. Ter illustratie zien we in onderstaande figuur voor de jaarcijfers 2023 wat deze verschuiving betekent. Aan de linkerzijde zien we het totaal van de kosten en baten van de GR (ongeveer 30 mln. op jaarbasis). Aan de rechterzijde zien we dat in MOB Roermond de opbrengsten en kosten van de bedrijfsactiviteiten terecht komen (ongeveer 10 mln. op jaarbasis) en bij de nieuwe GR de loonkosten Wsw en de subsidies (ongeveer 20 mln. op jaarbasis).
6
In de figuur kunnen we ook zien dat de kosten van de exploitatie Wsw bij MOB Roermond (het paarse blokje) net iets groter is dan de opbrengsten uit werk (het groene blokje). Met een bijdrage van de GR aan MOB Roermond kan hiervoor gecompenseerd worden (rode blokje). Zoals gezegd betreft dit een illustratie van de verschuivingen van de financiële stromen op basis van de jaarcijfers 2023. In paragraaf 4.3 wordt toegelicht welke financiële afspraken voor de komende jaren worden gemaakt en wat dit kan betekenen ten opzichte van de huidige meerjarenbegroting.
3. Juridische aspecten Het onderzoek naar een nieuw eigenaarschap werkt toe naar een strategisch besluit en de financiële gevolgen daarvan. Indien het algemeen bestuur het voorgenomen besluit hiertoe neemt is er een aantal (juridische) zaken dat verder uitgediept dient te worden. In het onderzoeksproces zijn de juridische risico’s en uitzoekpunten die samenhangen met de overname geïnventariseerd met de juristen van de deelnemende gemeenten en Westrom. Verschillende zaken behoeven nadere uitwerking maar vormen geen onoverkomelijke beletselen voor de beoogde overname. De belangrijkste juridische kwestie die nadere uitwerking behoeven zijn:
Het formele werkgeverschap van de Wsw blijft bij de GR Westrom waardoor de arbeidsvoorwaarden gegarandeerd zijn. Wel dient de GR de uitvoering van de Wsw over te dragen aan MOB Roermond en dient de detachering van de Wsw-medewerkers van GR Westrom naar MOB-Roermond geregeld te worden. De continuering van de huidige arbeidsvoorwaarden dient juridisch geborgd te worden voor het regulier personeel na de overgang naar MOB Roermond. De overname van de overige contractuele verplichtingen van de GR Westrom door MOB Roermond. De vereenvoudiging van de gemeenschappelijke regeling vanwege het wegvallen van de uitvoeringsorganisatie (administratieve GR i.p.v. integrale GR)
7
4. Overeenkomsten De overheveling van taken van GR Westrom naar MOB Roermond brengt met zich mee dat er een aantal overeenkomsten gesloten dient te worden. Onderstaand is dit schematisch weergegeven.
De afspraken tussen de 5 gemeenten en de GR blijven voor de uitvoering van de Wsw-taken in principe dezelfde. De GR is en blijft verantwoordelijk voor de Wsw-doelgroep. Wat er verandert is dat een groot deel van de taken door de GR wordt uitbesteed en structureel wordt overgedragen aan MOB-Roermond. Daarnaast veranderen de afspraken over de dienstverlening voor de P-wet. Voor de gemeente is de GR Westrom hiervoor niet meer de partner maar kunnen indien gewenst afspraken worden gemaakt tussen de individuele gemeenten en MOB Roermond. Er dienen een drietal overeenkomsten gesloten te worden:
Voor de Wsw-doelgroep wordt een structurele en continue overeenkomst gesloten tussen de GR Westrom en MOB Roermond over de uitvoering van de Wsw. Daarbij worden afspraken gemaakt over de kwaliteit van de dienstverlening, het waarborgen van de werkplekken voor de Wsw-medewerkers en de overeengekomen jaarlijkse compensatie per Wsw-fte die de GR aan MOB Roermond verstrekt als bijdrage in de exploitatie. Voor de toekomstige uitvoering van de dienstverbanden P-wet (inclusief Beschut Werk) worden – indien daartoe behoefte bestaat - (bilaterale) overeenkomsten opgesteld tussen de regiogemeente en MOB Roermond op basis van maximale flexibiliteit (DVO doelgroep LKS). Zoveel als mogelijk worden met de regiogemeenten vergelijkbare afspraken gemaakt en in eenzelfde soort overeenkomst vastgelegd. Voor de toekomstige uitvoering van de re-integratietrajecten P-wet worden – indien daartoe behoefte bestaat - (bilaterale) overeenkomsten opgesteld tussen de regiogemeente en MOB Roermond eveneens op basis van maximale flexibiliteit (DVO-trajecten). Ook hier geldt dat afspraken en de overeenkomst zoveel mogelijk vergelijkbaar zijn.
8
4.3 Overeenstemming tussen huidige en nieuwe eigenaar De verschuiving van taken van de GR Westrom naar gemeente Roermond leidt tot een verschuiving van financiële stromen en ook van risico’s (conjunctuur, opvangen krimp, etc.). Als gevolg van deze mogelijke verschuiving dienen er afspraken gemaakt te worden over: Een compensatie van eventuele tekorten in de exploitatie voor de gemeente Roermond middels een jaarlijks bedrag per Wsw-fte; Een compensatie voor de overname van risico’s middels een passende vergoeding/ transitiebudget. Opgebouwde reserves van Westrom kunnen hiervoor worden ingezet.
1. Onderhandelingscommissie Om te komen tot deze afspraken heeft het algemeen bestuur een onderhandelingscommissie samengesteld waarmee op een zorgvuldige wijze rekening kon worden gehouden met de soms verschillende financiële belangen tussen enerzijds de GR Westrom en anderzijds MOB Roermond 1. Op basis van de conclusies van de werkgroepen hebben de extern adviseurs de onderzochte thema’s uitgewerkt. Deze informatie heeft als basis gediend voor de onderhandelingen en de overeengekomen financiële afspraken.
2. Financiële afspraken In de maand juni 2024 is de onderhandelingscommissie gekomen tot de volgende afspraken:
a. Structurele bijdrage Voor de structurele overeenkomst tussen de GR Westrom en MOB-Roermond wordt rekening gehouden met de volgende aspecten. Jaarlijks is sprake van een structureel tekort in de Wsw-exploitatie waarvoor MOB-Roermond met een vast bedrag per medewerker Wsw wordt gecompenseerd door de GR. Naast dit vaste bedrag wordt er aanvullend rekening gehouden met de situaties dat: de komende jaren (2025 – 2028) de huisvestingskosten min of meer vastliggen en daarmee niet beïnvloedbaar zijn. MOB-Roermond neemt ook deze verplichtingen over en wordt hiervoor door de GR gecompenseerd. Vanaf 2029 zullen de huisvestingskosten naar verwachting afnemen waardoor een correctie op het basisbedrag mogelijk wordt de komende jaren de exploitatie van de Wsw door de steeds ouder wordende populatie trendmatig overal in Nederland duurder wordt. Deze wordt in de overeenkomst gecompenseerd met een geringe jaarlijkse oploop van het bedrag per medewerker. In onderstaande tabel is weergegeven wat deze afspraak financieel en meerjarig betekent. De overeenkomst luidt in bedragen per Wsw-fte. Als deze vermenigvuldigd worden met het verwachte 1 De onderhandelingscommissie bestond uit de heer G. Frische (wethouder gemeente Echt-Susteren), de heer H.
van Helden (wethouder gemeente Leudal) en de heer J. Smits (wethouder gemeente Roerdalen) namens het AB Westrom. Mevrouw M. Smitsmans – Burhenne (wethouder gemeente Roermond) en de heer D. Franssen (wethouder gemeente Roermond) namens gemeente Roermond. Marcel Moes heeft als onafhankelijk extern deskundige de bijeenkomsten van de onderhandelingscommissie voorgezeten. Robert Capel en Stefano Elias (algemeen directeur Westrom) hebben de sessies bijgewoond als adviseurs.
9
gemiddelde aantal Wsw voor het desbetreffende jaar, dan resulteert daaruit het van de GR aan MOBRoermond verschuldigde bedrag in euro’s (onderste regel in de tabel).
2025 1.500
2026 1.850
2027 2.200
2028 1.675
2029 1.100
2030 1.200
2031 1.300
2032 1.400
2033 1.500
Gemiddeld aantal Wsw in fte's
535
492
452
420
394
369
346
323
302
282
Totaalbedrag overeenkomst (in dzd euro's)
802
910
994
703
433
443
449
453
453
451
Jaarlijkse overeenkomst per fte Wsw
2034 2035 e.v. 1.600 1.700, 1.800….etc
Deze afspraken hebben een continu karakter en blijven van kracht gedurende de resterende duur van de Wsw-dienstverbanden in de Gemeenschappelijke Regeling. Daarmee wordt de continuïteit en het structurele karakter van de dienstverlening aan de Wsw-doelgroep gewaarborgd. De overeengekomen bedragen staan vast en worden jaarlijkse alleen aangepast voor de actuele prijsontwikkeling en de actuele ontwikkeling van het aantal Wsw’ers.
b. Eenmalige vergoeding / transitiebudget Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de overname van risico’s en een passende vergoeding door middel van een transitiebudget. Alle toekomstige bedrijfsmatige risico’s worden overgenomen door MOB-Roermond en dit betekent dat deze eenmalig worden afgekocht. Bij het vaststellen van het totale bedrag is rekening gehouden met onder andere de volgende risico’s extra personeelslasten ter financiering van maatregelen om de krimp van de doelgroep in de periode 2025 – 2028 op te vangen; extra tijdelijke huisvestingslasten respectievelijk kosten van verhuizing als na 2028 als oplossing voor het huisvestingsvraagstuk; opvangen van risico’s ten aanzien van conjunctuur en overige onvoorziene omstandigheden risico’s bij het overnemen van activa; krimpkosten op de langere termijn vanaf 2029 omdat de Wsw-doelgroep ook dan in omvang zal afnemen waardoor aanvullende kosten nodig zijn. Elk van deze risico’s heeft een orde van grootte en zijn gegeven de toekomstige onzekerheden bandbreedtes. De commissie is tot de conclusie gekomen dat 5,3 mln. een evenwichtig totaalbedrag is voor de compensatie van het geheel van deze risico’s. In onderstaande tabel is dit weergegeven.
Risico 1.
Risico's bedrijfsvoering regulier personeel a.g.v krimp
1,5 a 2,2 mln
2.
Risico's bedrijfsvoering huisvesting a.g.v krimp
1,0 a 1,7 mln
3.
Risico's bedrijfsvoering a.g.v conjunctuur en overig
0,5 a 1,2 mln
4.
Krimpkosten op de langere termijn na 2029
1,0 a 1,6 mln
Eenmalig transitiebudget
5,3 mln
10
3. Gevolgen voor de meerjarenbegroting Als we kijken naar wat deze afspraken betekenen ten opzichte van de meerjarenbegroting dat geldt dat het subsidieresultaat hetzelfde is gebleven. Dat is niet verwonderlijk omdat voor de GR de loonkosten voor de Wsw-medewerkers en de Wsw-subsidie van het Rijk als gevolg van het Nieuw Eigenaarschap ongewijzigd zijn gebleven. De daadwerkelijke veranderingen vinden plaats in de bedrijfsvoering. In onderstaande tabel zien we wat deze afspraken betekenen als we deze vergelijken met de huidige meerjarenbegroting. In de eerste regel zien we de oplopende huidige kosten voor de bedrijfsvoering Wsw en de overige doelgroepen. Door de overheveling van deze taken naar MOB-Roermond komen deze in de toekomst voor de GR te vervallen. Daarvoor in de plaats komt alleen de jaarlijkse overeenkomst met de vastgestelde vergoedingen zoals in de vorige paragraaf zijn toegelicht. De tabel illustreert dat de jaarlijkse financiële afspraken daarmee ruimschoots gefinancierd kunnen worden binnen de financiële kaders van de huidige meerjarenbegroting 2025
2026
2027
2028
-1.252.000
-1.702.000
-2.046.000
-2.560.000
Jaarlijkse overeenkomst GR - MOB-Roermond (Nieuw Eigenaarschap)
-802.000
-910.000
-994.000
-703.000
Extra financiële ruimte a.g.v. Nieuw Eigenaarschap
450.000
792.000
1.052.000
1.857.000
Huidige kosten bedrijfsvoering en overig (MJB)
In de onderste regel zien we dat de afspraken m.b.t. het Nieuw Eigenaarschap zelfs tot een aanzienlijke extra financiële ruimte leiden in de Gemeenschappelijke Regeling. Deze voor de GR financieel gunstige afspraak heeft als keerzijde dat het realiseren van deze krimpopgave een fors risico en uitdaging voor gemeente Roermond betekent. Juist om deze aanpassing van de bedrijfskosten in de toekomst mogelijk te maken wordt door de GR Westrom daarom een eenmalig transitiebudget van 5,3 mln. beschikbaar gesteld. De in het verleden opgebouwde reserves en voorzieningen van Westrom bieden genoeg ruimte om dit transitiebudget te kunnen financieren. De extra financiële ruimte die de komende jaren in de GR Westrom ontstaat zal worden ingezet voor een verlaging van de gemeentelijke bijdragen en de huisvestingsbijdragen van de 5 Westromgemeenten. Naast de specifieke wijziging als gevolg van het Nieuw Eigenaarschap is er voor de meerjarenbegroting ook een andere positieve ontwikkeling te verwachten als gevolg van hogere subsidiebedragen voor de Wsw in de Meicirculaire 2024. De combinatie van beide ontwikkelingen samen maakt het mogelijk om de gemeentelijke bijdragen en de huisvestingsbijdragen de komende jaren verregaand te reduceren en mogelijk uiteindelijk tot nihil terug te brengen.
In het najaar worden deze wijzigingen en eventuele actuele ontwikkelingen in samenhang verwerkt in een herziene begroting voor de GR Westrom.
11
5. Het vervolgtraject 5.1 Besluitvorming Dagelijks Bestuur Het DB van Westrom heeft op 1 juli 2024 ingestemd met het behaalde onderhandelingsresultaat en aan het AB voorgesteld om dit vast te stellen alsmede om een voorgenomen besluit te nemen tot de overdracht van de uitvoeringsorganisatie van Westrom aan de gemeente Roermond.
Algemeen bestuur Het AB heeft op 1 juli 2024 het voorgenomen besluit genomen tot de overdracht van de uitvoeringsorganisatie Westrom aan de gemeente Roermond onder de afgesproken financiële voorwaarden. Het algemeen bestuur is van mening dat voor het behoud en de doorontwikkeling van de dienstverlening en de infrastructuur voor de doelgroep strategische keuzes noodzakelijk zijn. Met de strategische keuze voor ‘een nieuw eigenaarschap’ verandert er voor de huidige doelgroepmedewerkers (Wsw-er en PW-ers inclusief beschut werkers) niets. Werkgeverschap en werkplek zijn en blijven gewaarborgd. Bovendien biedt het nieuw eigenaarschap een beter perspectief voor het ontwikkelen van nieuwe dienstverlening en de instroom van nieuwe doelgroepen. Daarnaast worden hiermee de toekomstige risico’s als gevolg van de krimp van de Wsw-doelgroep beter opgevangen, waardoor op termijn een gunstiger financieel perspectief ontstaat voor alle vijf Westromgemeenten.
Zienswijze gemeenteraden Per 1 juli 2024 bevat de Gemeenschappelijke Regeling Westrom - op grond van de gewijzigde Wet gemeenschappelijk regelingen - de volgende bepaling: Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Vanwege het meerjarig strategische karakter van het voorgenomen besluit legt het algemeen bestuur het voorgenomen besluit voor zienswijze voor aan de raden van de aan Westrom deelnemende gemeenten. De raden worden verzocht om een eventuele zienswijze vóór 18 november a.s. kenbaar te maken bij het dagelijks bestuur van Westrom.
OR Westrom De OR van Westrom is in april en juni jl. door het dagelijks bestuur uitgebreid bijgepraat over de stand van zaken van het onderzoek. Zodra er sprake is van een voorgenomen besluit van het algemeen bestuur zal de OR hierover geïnformeerd worden. Met inachtname van de Wet op de Ondernemingsraden zullen de kwesties die hiervoor in aanmerking komen door de bestuurder voor instemming danwel advies aan de OR worden voorgelegd.
Definitief besluit Definitieve besluitvorming door het AB is voorzien in de vergadering van 20 november 2024.
12
5.2 Traject gemeente Roermond Het inhoudelijk en financieel onderzoek van de gemeente Roermond naar de ontwikkeling van een Mensontwikkelbedrijf met de mogelijke integratie van Westrom is momenteel nog in volle gang. Naar verwachting zal de doelstelling van het MOB Roermond als volgt komen te luiden: •
• •
Het MOB Roermond zal, onder voorbehoud van besluitvorming, goed en zorgvuldig invulling geven aan de zorg- en ondersteuningsplicht voor de doelgroep Wsw-ers van de gemeente Roermond en de gemeenten Roerdalen, Maasgouw, Echt-Susteren en Leudal. Het MOB Roermond zal zich verder richten op de brede, Roermondse doelgroep van de Participatiewet inclusief de groep niet-uitkeringsgerechtigden. Met deze ambitie verwacht Roermond een groeiende groep inwoners te ondersteunen vanuit het MOB Roermond.
In het najaar wordt besluitvorming over MOB Roermond en de GR Westrom parallel doorlopen en onderling afgestemd, zodat in november 2024 de GR Westrom definitieve afspraken kan maken met de gemeente Roermond.
5.3 Na besluitvorming Inrichting transitieteam Indien en zodra het algemeen bestuur komt tot een voorgenomen besluit en ook de gemeente Roermond groen licht geeft voor de voortgang van het overnameproces dient een aantal zaken nader uitgezocht te worden, zodat deze na de formele besluitvorming in november 2024 in gang gezet c.q. geformaliseerd kunnen worden. Hierbij valt te denken aan de personele, bedrijfsmatige en juridische zaken die samenhangen met de overgang. Voor dit traject zal er een transitieteam worden ingericht bestaande uit medewerkers van Westrom en gemeente Roermond.
Aangepaste begroting Als de zienswijzen van gemeenteraden en de ondernemingsraad van Westrom in oktober zijn ontvangen en mede op grond hiervan in november 2024 de definitieve keuze wordt gemaakt door het algemeen bestuur, wordt vervolgens de meerjarenbegroting voor de GR Westrom aangepast en bij de gemeenteraden een herziene begroting 2025 voor zienswijze ingediend. Op basis van de financiële afspraken mag ervan uit worden gegaan dat het financieel perspectief zich gunstig ontwikkelt en dat de gemeentelijke bijdragen op grond hiervan omlaag kunnen. Vanzelfsprekend zullen op dat moment ook de actuele ontwikkelingen m.b.t. de realisatie van begrotingsjaar 2024, het verwachte Rijksbeleid en de ontwikkeling van de Wsw-subsidies in de begroting worden verwerkt.
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling Westrom Behalve bovengenoemde zaken dient ook de Gemeenschappelijke Regeling Westrom aangepast te worden in geval van een overname. Het hoofddoel van de huidige GR blijft weliswaar overeind, namelijk de volledige uitvoering van de Wsw voor de 5 deelnemende gemeenten, maar de mogelijkheid van de GR om taken in het kader van de Participatiewet uit te voeren komt te vervallen. Verder kan de opzet en de structuur van de huidige GR vereenvoudigd worden als de uitvoeringsorganisatie door de gemeente Roermond wordt overgenomen. Het wijzigen van een GR is een langdurig traject. Eerst dienen de colleges de voorgenomen wijzigingen voor zienswijze aan de raden voor te leggen. Na de (eventuele) verwerking van de
13
zienswijzen dienen de raden toestemming te verlenen aan de colleges om de wijzigingen vast te stellen. Blijkens recente ervaring met de wijziging van de GR-en neemt dit traject 8 á 9 maanden in beslag. Dit betekent dat het wijzigingsproces rond of net na de zomer van 2025 wordt afgerond zodat het huidige AB van Westrom nog toeziet op een zorgvuldig verloop van het traject.
14