BIJLAGE 1 Nota ter beantwoording zienswijzen inzake het Ontwerp Beleidskader Zon (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Nota ter beantwoording zienswijzen I Inleiding Nota ter beantwoording zienswijzen inzake het Ontwerp Beleidskader Zon, gemeente Maasgouw Procedure Het Ontwerp Beleidskader- en afwegingskader grootschalige energieopwekking Zon (kort: Ontwerp Beleidskader Zon) met de daarbij behorende stukken heeft van vrijdag 4 november 2022 tot en met donderdag 1 december 2022 (dus gedurende vier weken) op basis van artikel 4.2 van de Inspraakverordening Maasgouw ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er 5 zienswijzen ingediend. Deel II van deze nota bestaat uit een overzicht van alle zienswijzen. Om de zienswijzen te kunnen onderscheiden heeft iedere zienswijze een nummer gekregen. In deel III komt de inhoud van de zienswijzen aan de orde. Per zienswijze wordt opgenomen: -
Nummer zienswijze/naam instantie waar de reactie betrekking op heeft. In de linker kolom een samenvatting van de inhoud van de zienswijze. Om de verschillende onderwerpen in één zienswijze te kunnen onderscheiden, heeft elke deelreactie een letter gekregen. In de middelste kolom per zienswijze de reactie van gemeentewege hierop. In de rechter kolom is aangegeven of de reactie aanleiding heeft gegeven tot het wijzigen van het ontwerp. Indien dit het geval is, is deze cursief weergegeven. Wanneer in de rechter kolom het volgende teken is opgenomen ‘-‘, heeft deze zienswijze geen aanleiding tot aanvulling of aanpassing van het ontwerp.
De ingekomen zienswijzen zijn in de bijlagen bij deze Nota van Zienswijzen opgenomen worden hierna zakelijk samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien. De samenvatting van de zienswijzen heeft slechts tot doel de leesbaarheid van de Nota te vergroten. Dit betekent dus niet dat de onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden benoemd, niet bij de beoordeling betrokken worden. De zienswijzen zijn integraal bij de beoordeling betrokken. In deel IV zijn de ambtshalve wijzigingen verwoord.
II Overzicht zienswijzen De volgende zienswijzen zijn ingediend: 1. Zienswijze 1, Linssen CS Advocaten namens Greenbuddies Energy BV, ingekomen 30-11-2022; 2. Zienswijze 2, TP Solar Nederland BV, ingekomen 01-12-2022; 3. Zienswijze 3, Coöperatie Duurzaam Maasgouw UA, ingekomen 30-11-2022; 4. Zienswijze 4, Vrij op Naam BV, ingekomen 01-12-2022; 5. Zienswijze 5, Coöperatie Landschapsplanning UA, ingekomen 01-12-2022;
III Zienswijzen en reactie gemeente
Verkorte weergave zienswijze 1. Zienswijze 1, Linssen CS advocaten a) Strijdigheid amendement Omgevingsvisie en eerdere zienswijze: De eerder ingediende zienswijze bij de ontwerp Omgevingsvisie is niet conform overgenomen in de Omgevingsvisie. De raad heeft in amendement opgeroepen juist uitzonderingen te maken voor concrete initiatieven. Er is verder door de raad in het amendement overwogen dat ontwikkelingen van zonne-energie in het agrarisch cultuurlandschap minder gewenst zullen zijn dan ontwikkelingen in de groenblauwe mantel.
Reactie van gemeentewege
Conclusie
De zienswijze van indiener bij de Omgevingsvisie is beantwoord in de Nota van Zienswijzen bij de Omgevingsvisie. De raad heeft deze Nota van Zienswijzen vastgesteld en hier is niets aan toe te voegen.
-
Er is geen strijdigheid met het amendement. Er heeft een integrale en vergaande beoordeling en uitwerking plaatsgevonden om tot uitzonderingsgebieden en criteria te komen. Er is ook geen opdracht gegeven tot aanwijzen van uitzonderingsgevallen, maar uitzonderingsgebieden. Daarbij was een duidelijke afbakening van Zoekgebieden, Uitzonderingsgebieden en Uitsluitingsgebieden een vereiste. Aangezien alle plannen, in initiatieffase/ principeverzoekfase zijn aangehouden om eerst te onderzoeken en uit te werken wat de gemeente zèlf belangrijk vindt voor haar grondgebied, is het hele grondgebied integraal opnieuw beschouwd, los van de individuele plannen. Hierdoor is er tot de, door de raad gevraagde, uitwerking gekomen in zoekgebieden, uitzonderingsgebieden en uitsluitingsgebieden. De genoemde overweging in het amendement over het agrarisch cultuurlandschap en gronden in de groenblauwe mantel laat onverlet dat er integrale en verdere landschappelijke beoordeling van het hele grondgebied diende plaats te vinden. Hieruit is bij nadere beschouwing gebleken dat, vanwege de landschappelijke kwaliteiten en
b) Initiatief Osen uitgesloten in beleid zonder onderbouwing: De raad heeft dit initiatief juist niet willen uitsluiten. Het betreft een goed en concreet, bij de gemeente bekend plan.
mogelijke geschiktheid, in voorkomende gevallen agrarisch cultuurlandschap wel in aanmerking komt voor grootschalige opwek van duurzame energie en gronden in de groenblauwe mantel niet. Het genoemde plan, wat daar ook van zij, is als principeverzoek, net als alle andere plannen, aangehouden in afwachting van het vast te stellen voorliggende Beleidskader Zon. Beoordeling van een individueel plan is binnen de procedure van het vaststellen van dit Beleidskader dan ook niet aan de orde.
Onderbouwing en toepassing van de zeven-systematiek wordt nader toegelicht in het Beleidskader Zon
Vanuit de zuiverheid van de methodiek en analyse zijn juist op voorhand initiatieven in welke planvormingsfase dan ook niet meegenomen óf uitgezonderd. Het hele grondgebied is integraal opnieuw bekeken. Elke uitzondering zou de methodiek minder krachtig en leesbaar maken. Verder is eigendomsplanologie precies niet wat de gemeente voorstaat bij de totstandkoming van dit beleidskader.
c) Energiekansenkaart en onderbouwing onvoldoende gemotiveerd
Uit het uitgebreide onderzoek en de analyse van bovenliggend beleid en visies in o.a. het vastgestelde Landschappelijk Raamwerk bij de Omgevingsvisie en de Handreiking Landschap van RES-NML, volgt dat genoemde locatie, samen met heel veel andere locaties, al direct afvalt als landschappelijk geschikt voor de opwekking van grootschalige duurzame energie door zon. Dit volgt door toepassing van de eerste zeef in de analyse. De toelichting van de toepassing van de zeven-systematiek is echter redelijk algemeen en kan beter worden onderbouwd. Zie het geschrevenen bij zienswijze 1 onder onderdeel b. Verder is aan initiatiefnemer herhaaldelijk aangegeven dat plan is aangehouden. De gemeente is het dan ook niet eens met de stelling dat plan zonder meer zou passen binnen het
Onderbouwing en toepassing van de zeven-systematiek wordt nader toegelicht in het Beleidskader Zon
d) Nee, tenzij principe in plaats van vaste gebieden Hiermee zijn er ook initiatieven toe te staan in Uitsluitingsgebieden. Dit sluit beter aan bij de Omgevingsvisie en bij het amendement.
2. Zienswijze 2, TP Solar Nederland BV a) Bouwsteen Landschappelijke kwaliteit; Brachterland: Volgende ontwerpprincipes conflicteren met gemeentelijk doel planmatige ontwikkeling: - Direct aangrenzende kavel moeten open blijven; - Zonneveld kunnen niet aan beide zijden van een weg worden gepositioneerd. Planmatig is beter om aaneengeschakeld te ontwikkelen en ecologische verbindingen zijn er niet mee gebaat. b) Laadvermogen van Brachterland is hoger dan 50%.
voorliggende beleid. Dit wordt onderbouwd in de totstandkoming van de Energiekansenkaart. Bij toepassing van het nee, tenzij- principe zou er juist meer onduidelijkheid zijn voor zowel initiatiefnemers als burgers en de gemeente. Door de uitgebreide uitwerking van het beleid in dit Beleidskader Zon, is er een duidelijk beeld waar initiatieven wel en niet zouden kunnen ontwikkeld worden. Dit was ook de strekking van het amendement en de Omgevingsvisie. Het ‘Nee, tenzij’ principe doet dus juist afbreuk aan die duidelijkheid. Er is vanuit de analyse en onderzoek ook geen reden om op andere plaatsen dan de Zoekgebieden en Uitzonderingsgebieden initiatieven voor grootschalige energieopwekking toe te staan. De door de gemeente gewenste kwaliteit van het landschap blijft hierdoor geborgd. De ontwerpprincipes zijn gestoeld op een gedegen analyse en gebiedskennis en richten zich op een zo goed mogelijke inpassingen in het landschap, waarin altijd nog maatwerk noodzakelijk zal zijn. De voorgestelde wijzigingen zijn op basis van de landschappelijke karakteristiek en beleving op ooghoogte onwenselijk. Hoewel deze principes beperkingen kunnen opleveren, staat het een goede exploitabele ontwikkeling niet in de weg. De ontwerpprincipes vormen hierin juist een inspirerend voorbeeld, zijn niet bindend van aard en strikt locatie gebonden.
Niet wordt ingezien waarom de ecologische verbindingen door deze ontwerpprincipes in de weg staan. Juist door de toepassing van deze ontwikkelstrategie worden de ecologische verbindingen gewaarborgd. Vanuit de gedegen analyse en voorgestelde leidende beginselen en ontwerpprincipes, zoals ook bij Zienswijze 2, onder a is beschreven, is 50% laadvermogen maximaal
-
-
-
c) Buiten voorkeursgebied is in zoekgebied geen laadvermogen aangegeven.
d) De voorgestelde oriëntering van zonnepanelen, volgend op de leidende vorm van het verkavelingspatroon is niet mogelijk, vanwege de beperkingen door de hoogspanningsleidingen.
e) de ontwerpprincipes zijn alleen uit vogelvluchtperspectief ontwikkeld/beschouwd. Dit sluit niet aan bij de praktijk en belemmeren beoogde doelen.
binnen het voorkeursgebied. Hiermee blijft de landschappelijke kwaliteit gewaarborgd. Dat het laadvermogen voor de restant van het zoekgebied Brachterland niet is onderzocht, komt inherent voort uit de hantering van een eenduidige methodiek voor de hele gemeente Maasgouw. De methodiek leidt ertoe dat in de onderzochte uitzonderingsgebieden uiteindelijk ook sprake is van kleinere gebieden waarin ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Vanuit de zuiverheid van de methodiek is ook Brachterland meegenomen, waar uit voortschrijdend inzicht blijkt dat ook hier een voorkeursgebied kan worden aangegeven. Juist daarom is enkel het laadvermogen voor het voorkeursgebied vastgesteld. Op basis deze bevindingen vinden is er in principe geen ontwikkeling meer mogelijk in het restant van het zoekgebied als het laadvermogen van het voorkeursgebied is bereikt (net als in de uitzonderingsgebieden), dit is ook verankerd in de leidende beginselen. Plaatsing van zonnepanelen onder hoogspanningsleidingen is zeker niet onmogelijk, al dient dit wel altijd in overleg met netwerkbeheerder TenneT te worden afgestemd. Wat dat betreft blijft het maatwerk. De ontwerpprincipes geven een denkrichting aan, maar praktische of maatwerkwerkoplossingen blijven onderdeel van de ontwikkelingen. In de algemene ontwerpprincipes worden de veiligheidszones rond hoogspanningsleidingen ook expliciet genoemd.
Alhoewel de ontwerpprincipes gepresenteerd worden in vogelvluchtperspectief, zijn zowel de analyse (waaronder veldbezoek) als de leidende beginselen met betrekking tot de leesbaarheid van het landschap geheel vanuit het terrein zelf beschouwd. Hieruit volgen juist ook de voorgestelde hoogtes en de ontwerpprincipes die het landschap op ooghoogte leesbaar houden. De bijgevoegde profielen geven hier een duidelijk beeld van.
-
-
-
f) de voorgeschreven hoogte van 1,50 m voor de paneelopstelling is zeer onwenselijk. Te weinig licht, regenwater en lucht. Dubbel grondgebruik is minder voor de hand liggend. De hellingshoek is bovendien ongunstig, opbrengst minder.
g) Landschappelijk inpassing van grasland en natuurakker kunnen conflicteren met wensen omwonenden. Geen zicht op zonneveld is voor hen belangrijker.
h) Er worden eisen gesteld aan een landschappelijk hekwerk rondom, terwijl begroeiing vóór het hekwerk vaak effectiever is. Er zouden geen eisen aan moeten worden gesteld.
i) Meggelderveld: Laadvermogen is 25 %, terwijl maximale veldgrootte 3,75 ha is. Dit is al maximaal slechts 1 veld (25% van 15ha). j) Panheelderveld: Toevoegen van 2 percelen aan Velkenskamp biedt koppelkansen met
Bekend is dat een lage paneelopstelling, dicht bij de grond, ongunstig is voor bijvoorbeeld bodemleven, biodiversiteit en waterhuishouding. Dat is bij de voorgestelde hoogtes echter zeker niet het geval. Uit de praktijk blijkt dat voorgeschreven paneelhoogte mogelijk is en werkt. Ook met deze maximale hoogte is dubbel ruimtegebruik mogelijk. Voorgeschreven paneelhoogte is gekozen om de landschappelijke beleving, zichten en leesbaarheid te waarborgen. De voorgestelde landschappelijk inpassing zijn onderzocht. In het ene gebied (Brachterland) zijn er soms al aanwezige bomenstructuren of hagen. In andere gebieden (Meggelderveld/Panheelderveld) zijn de in te passen zonnevelden middels de brede randzone ook voorstelbaar met bossages en houtwallen. Wat er in de randzone gebeurt is dus afhankelijk van de gebiedskarakteristiek. In alle gevallen is het zo dat het ‘verstoppen van het zonneveld’ geen expliciete voorwaarde is voor de inpassing en altijd gestoeld is op de landschappelijke karakteristiek. De ontwerpprincipes zijn inspirerende voorbeelden. Er kan altijd gekeken worden naar maatwerk. Maar de ontwerpprincipes geven wel een houvast bij het bewaken van de landschappelijke en ecologische kwaliteit en het gewenste eindbeeld. Hierdoor worden er in het algemeen wel eisen gesteld aan bijvoorbeeld de breedte van de randzone en ander fysieke kenmerken van het plan.
Overigens wordt in de ontwerpprincipes ook aangegeven dat er begroeiing voor het hekwerk aanwezig moet zijn. Het klopt dat het laadvermogen maximaal 25% is van de mogelijke 15 hectare. Niet gezegd is dat dit in 1 veld moet plaatsvinden. Dit kan ook over meerdere kleinere velden worden verdeeld. Dit is verbeeld in een voorbeelduitwerking voor het Meggelderveld. De genoemde percelen, grenzend aan Fun Beach, zijn medio 2022 met een apart bestemmingsplan bestemd als zeer goed
-
-
-
-
-
parkeeropgave Fun Beach middels zonnecarports.
k) De functiecombinatie zonneveld & teelt is niet realistisch bij een hoogte van 1,50 m
l) Bouwsteen lokaal draagvlak en lokale baten Het streven van 50% eigendom van de lokale omgeving wordt als doel gesteld en niet als middel. Dit is niet conform het Klimaatakkoord. Dit moet breder worden geformuleerd. m) Voor actieve participatie van de omgeving bij de ontwikkeling van een park is er meer ontwerpvrijheid nodig.
landschappelijk ingepaste parkeerplaats. Ter plaatse is geen bebouwing (waaronder carports) toegestaan. Overigens gaat voorliggend Beleidskader Zon alleen over Zon op Land. Zon op daken geniet volgens de Limburgse Zonneladder altijd de voorkeur, maar dat kan dan alleen waar bebouwing is toegestaan. Dat is hier niet het geval. Dit laat onverlet dat plannen in het aangrenzende Uitzonderingsgebied uiteindelijk een rol kunnen spelen bij de energievoorziening van de directe omgeving, waaronder Fun Beach, zij het met toepassing van Zon op Land. Er is geen indicatie dat deze functiecombinatie niet mogelijk zou zijn bij de genoemde hoogte. Daarnaast is de inrichting van het veld ook een factor hierin, zoals de rijbreedte. Wel zal niet iedere gewassoort hiervoor geschikt zijn. Bij zeer kansrijke en goed uitgewerkte initiatieven met teeltcombinaties kan er worden afgeweken van de maximale hoogte. In de Bouwsteen lokaal draagvlak en lokale baten wordt het streven naar de 50% eigendom (zoals in het Klimaatakkoord en de RES NML 1.0 wordt genoemd) omarmd. Is dit niet haalbaar, dan kunnen ook andere manieren worden ingezet om het lokaal draagvlak mogelijk te maken, zoals extra investeringen in lokale natuur of anderszins. Dit volgt dan de methodiek van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu. In het Afwegingskader zal dit, waar nodig, nadrukkelijker worden omschreven.
Alhoewel er nog enige ontwerpvrijheid mogelijk is door lokaal maatwerk, zijn de ontwerpprincipes zodanig onderbouwd en uitgewerkt dat er juist met het oog op de lokale landschappelijke karakteristieken rekening gehouden moet worden met de kwaliteit van het landschap. De ontwerpprincipes zijn hierin niet strikt bindend maar nodigen ook uit om creatieve, gebiedsspecifieke oplossingen.
-
De formulering met betrekking tot het streven naar 50% eigendom zal nadrukkelijker als middel worden omschreven om te komen tot een goed lokaal draagvlak.
o) Beslisboom afwegingskader: Er wordt onder stap 2a gesteld dat zoekgebied volledig uitontwikkeld moet zijn, terwijl er alleen een laadvermogen voor het voorkeursgebied is vastgesteld en niet voor de rest van het zoekgebied.
p) Er wordt in stap 2b en 3b gesteld dat een initiatief geheel aan de leidende beginselen en ontwerpprincipes moet voldoen. Dit terwijl het een ondersteunend instrument wordt genoemd. De integrale ambtelijke/bestuurlijke afweging dient beter aan bod te komen. q) Wanneer is er sprake van voldoende lokale baten?
Dit op zichzelf zal al zorgen voor een acceptatie, die niet zou bereikt worden met het plannen waarin er zo economisch meest efficiënt een gebied wordt ‘volgelegd’ met een zonnepanelen. Dan zou het juist van de al dan niet aanwezige participatie afhangen welke landschappelijke kwaliteit er in bepaald gebied wordt bereikt. De gemeente wil hiermee de kwaliteit van het landschap vooraf borgen. Zie het geschrevene onder Zienswijze 2, onder c. In de beslisboom is echter niet correct gesteld dat er nog ruimte is voor ontwikkelingen in de rest van het Zoekgebied, als het voorkeursgebied daarbinnen volledig is uitontwikkeld. Hiermee is namelijk het laadvermogen van het gehele Zoekgebied dan al bereikt. Dit moet aangepast worden. De beoogde uitzondering hierin bestaat eruit dat, als het voorkeursgebied (door bijvoorbeeld praktische of technische oorzaken) niet geheel ontwikkeld kan worden als het laadvermogen toelaat, er toch in het Zoekgebied kan worden ontwikkeld. Dit zal echter zeer goed bekeken en beoordeeld moeten worden en heeft zoals aangegeven zeker niet de voorkeur.
De Bouwsteen Landschap is inderdaad een ondersteunend instrument, maar wat hieraan duidelijker toegevoegd dient te worden, is het feit dat er altijd maatwerk noodzakelijk zal zijn in de toepassing van de leidende beginselen en ontwerpprincipes, deze zouden niet als bindende criteria gepositioneerd moeten worden zoals nu in de beslisboom wordt gedaan. Dit maatwerk moet duidelijker te verankerd worden in het beleidskader/beslisboom. Zie het geschreven bij Zienswijze 2, onder l. Met toepassing van de mogelijkheden als genoemd voor lokale baten en waar deze, redelijkerwijs aantoonbaar, maximaal zijn ingezet, waardoor het doel (lokaal draagvlak)
De tekst bij de ontwikkelstrategie van het Brachterland, bij het Afwegingskader en de beslisboom wordt aangepast, zodat duidelijk wordt onder welke voorwaarden gronden in de rest van het Zoekgebied eventueel kunnen worden ontwikkeld.
In het Beleidskader en de beslisboom bij het Afwegingskader wordt duidelijker aangegeven dat maatwerk een onderdeel vormt van de afweging voor de geschiktheid van een initiatief in relatie tot de leidende beginselen en ontwerpprincipes -
r) De ondertekende anterieure overeenkomst is in de fase van principebeoordeling nog niet relevant. De intentie om tot deze overeenkomst te komen wel.
3. Zienswijze 3 Coöperatie Duurzaam Maasgouw UA Indiener vraagt om aanwijzing, of mogelijkheid daartoe om meerdere, relatief kleine percelen aan te wijzen voor coöperatieve exploitatie van zonneenergie. Dit om plaatselijke verenigingen en stichtingen, naast particulieren door een coöperatie aan goedkope zonneenergie te helpen. Dit kan ook door in een grotere gebiedsontwikkeling in kleinere percelen te voorzien. 4. Zienswijze Vrij op Naam BV Indiener wil namens grondeigenaar ten zuiden van aangewezen Zoekgebied/Voorkeursgebied in Maasbracht een uitzondering of aanwijzing voor de mogelijkheid van een zonnepark aan de Heuvelstraat/Brachterstatie
behaald wordt, kan gesproken worden van voldoende lokale baten. De gemeente vindt een vooraf bekende overeenkomst belangrijk voor de verschillende partijen voor duidelijkheid over de te verwachten inspanningen. Hoewel de overeenkomst dus wel al dient opgesteld te zijn, is een ondertekende overeenkomst eigenlijk een voorwaarde bij het principebesluit. Dit zal dus aangepast worden als zijnde voorwaarde bij het principebesluit.
Binnen het beleidskader is er gewoon ruimte voor genoemde kleinschalige initiatieven, zolang deze maar binnen de aangewezen gebieden plaatsvinden. Er kan natuurlijk ook aangesloten bij grotere initiatieven, die in overleg met de lokale coöperatie, ruimte bieden voor het door de coöperatie beoogde gebruik.
In het Beleidskader en bij de beslisboom wordt aangegeven dat de anterieure overeenkomst voor alle partijen bekend moet zijn en dat ondertekening hiervan als voorwaarde bij een principebesluit zal worden gesteld.
-
Van kleinere initiatieven op land (kleiner dan 15 kWp) is aangegeven bij de Uitgangspunten dat deze niet binnen het Beleidskader Zon vallen en kunnen, met maatwerk, eventueel worden toegestaan. Voorwaarde is echter dat dit bij bestaande bebouwing plaatsvindt en voor eigen gebruik.
Het genoemde plan, wat daar ook van zij, wordt aangehouden in afwachting van het vast te stellen voorliggende Beleidskader Zon. Beoordeling van een individueel plan is binnen de procedure van het vaststellen van dit Beleidskader dan ook niet aan de orde. Vanuit de zuiverheid van de methodiek en analyse zijn juist op voorhand initiatieven in welke planvormingsfase dan ook niet meegenomen óf uitgezonderd. Het hele grondgebied is
-
integraal opnieuw bekeken. Elke uitzondering zou de methodiek minder krachtig en leesbaar maken. Verder is eigendomsplanologie precies niet wat de gemeente voorstaat bij de totstandkoming van dit beleidskader. Ten aanzien van de locatie kan wel het volgende worden aangegeven: De A73 en de naastgelegen Rijksweg vormt een logische landschappelijke begrenzing van het zoekgebied. De landschappelijke beleving en karakteristiek tussen het gedeelte ten noorden van de A73 (het zoekgebied) en het zuidelijk gedeelte zijn duidelijk te onderscheiden. Landschappelijk gezien maakt het zuidelijke gedeelte deel uit van het coulissenlandschap rondom Landgoed Rozendaal, de Vlootbeek en Reigersbroek. Dit gebied met dichte bospercelen en open akker- en weidecomplexen vormt, ondanks de doorsnijding met de spoorlijn, een duidelijke landschappelijke eenheid en is gemeentegrensoverstijgend. 5. Zienswijze Coöperatie Landschapsplanning UA a) De Gedragscode Zon op Land van Holland Solar is niet goed bruikbaar als pré bij de beoordeling van initiatieven voor grootschalige opwek van zonneenergie. Door verkeerde toepassing hiervan en geen harde eisen worden de bedoelingen van deze gedragscode niet behaald. b) Er worden alleen zuidopstellingen behandeld, terwijl oost-west opstellingen vanuit exploitatie eerder gewild zijn. En die oostwestopstellingen zijn juist vanuit
De genoemde wetenschappelijke stand van zaken rondom de Gedragscode Zon op Land van Holland Solar wordt ter kennisgeving aangenomen. Aangezien het gemeentelijke Beleidskader Zon op veel onderdelen al concreter en verder uitgewerkt is dan de Gedragscode, heeft de gemeente deze Gedragscode ook alleen als pré gesteld. Dit mede omdat verschillende Natuur- en Milieuorganisaties hier hun goedkeuring aan hebben gegeven. Het kan volgens de gemeente bijdragen aan het lokale draagvlak.
-
Hoewel de keuze voor zuid-opstellingen niet duidelijk is verwoord in de Bouwsteen Landschap zouden we dit wel duidelijker moeten stellen.
In Bijlage 2 van de Bouwsteen Landschap Leidende beginselen en Ontwerpprincipes zal duidelijk
ecologisch oogpunt en hogere dichtheid niet wenselijk
Zuid-opstellingen zijn landschappelijk beter te verantwoorden, oost-west opstellingen leggen een groter beslag op de ruimte (wat ecologische doorwaadbaarheid en dubbel ruimtegebruik in de weg staan) en inmiddels hebben zuid-opstellingen een vergelijkbaar rendement (zeker wanneer bifacial-panelen worden toegepast).
aangegeven worden dat zuidopstellingen de voorkeur hebben.
c) Er zouden, naast maximale hoogte van 1,50 m, ook minimale hoogtes en rijenbreedtes moeten worden aangewezen om bodemleven en natuurontwikkeling de juiste kans te geven.
Hoe er met de bodem en waterhuishouding dient te worden omgegaan is een zaak van maatwerk, datzelfde geldt voor de voorgestelde minimale rijenbreedte. Ontwerpprincipes moeten ruimte bieden voor creatieve oplossingen en zijn geen dichtgetimmerd geheel.
-
d) Dubbel ruimtegebruik op het panelenveld moet een essentieel onderdeel zijn van de landschappelijke inpassing.
Dit wordt ook onderkend en werd al expliciet zodanig benoemd als voorwaarde in dit Beleidskader Zon en de bijbehorende beslisboom. De ontwerpprincipes geven hier inspirerende voorbeelden voor.
-
IV Ambtshalve wijzigingen - De onherroepelijke omgevingsvergunning voor het zonneveld van de Coöperatie Duurzaam Maasgouw aan de Hofstraat in Maasbracht was niet genoemd in het Ontwerp Beleidskader Zon. Aangezien dit al vergunde initiatief wel van belang is bij de opgave die Maasgouw heeft, dient dit wel genoemd te worden. Dit zonneveld zal dan ook tekstueel worden opgenomen als vooraf gegeven en toegestaan. Het maakt echter geen onderdeel uit van de methodiek van het Beleidskader Zon. Het wordt daarmee ook niet apart opgenomen in de Energiekansenkaart: deze kaart is alleen bedoeld voor initiatieven die nog niet zijn beoordeeld. - Op bladzijde 61 van Bijlage 2 staat foutief ‘Ontwerpprincipes Meggelderveld’ genoemd. Dit moet ‘Ontwerpprincipes Panheelderveld’ zijn. - In RES-NML verband is in het najaar 2022 een afwegingskader voorgesteld voor regionale afstemming met betrekking tot de netcapaciteitsproblematiek. Het gaat dan om grootschalige opwek van duurzame energie, groter dan 6 MW. Alhoewel dit strikt gezien niet tot het voorliggende Beleidskader Zon behoort, is het goed om aan te geven waaraan initiatieven, groter dan 6 MW, buiten dit gemeentelijke beleidskader nog meer getoetst zullen worden. Dit wordt tekstueel toegevoegd.