Bijlage 1: Bestemmingsplan ‘Krijtenberg’(NL.IMRO.1641.BPL114-VG01)
Tekst van het document
• • • •
• •
• •
•
• • •
• • • •
• • • • •
• •
Krijtenberg
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
4 4 9
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen Artikel 4 Waarde - Archeologie
10 10 14
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene aanduidingsregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Artikel 11 Algemene procedureregels Artikel 12 Overige regels
17 17 18 20 21 23 25 26 27
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel
28 28 29
Bijlagen bij regels
31
Bijlage 1
32
Archeologische waarden- en verwachtingenkaart
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
2
Regels
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan 'Krijtenberg' met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 van de gemeente Maasgouw. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan huis gebonden beroep
de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp technisch of hiermee gelijkstellend gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend door de feitelijke hoofdbewoner van de woning. Hieronder dienen in ieder geval niet te worden begrepen de uitoefening van ambachten en detailhandel. 1.6
achtergevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.7
afhankelijke woonruimte
een onderdeel van het hoofdgebouw of (aangebouwd) bijgebouw waarin een gedeelte van de voor mantelzorg of inwonende ouders bedoelde huishouding is gehuisvest. 1.8
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden, ten minste ouder dan 50 jaar. 1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10
bebouwingspercentage
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel dan wel bouwvlak, zoals bepaald in de regels, aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.11
bed & breakfast
het bedrijfsmatig en op kleine schaal tegen betaling aanbieden van logies/overnachting in een daarvoor geschikte woning (hoofd- of bijgebouw) gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf met ontbijtmogelijkheid. Deze voorziening is nadrukkelijk niet bedoeld voor het laten overnachten van tijdelijke arbeiders of seizoensarbeiders. 1.12
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
4
1.13
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.14
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.16
bijgebouw
een gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 1.17
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.19
bouwlaag
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw (met een hoogte van minimaal 2,1 meter en maximaal 3,2 meter), dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.20
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel. 1.22
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.23
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24
consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten
het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteiten in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen zodanig is dat de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en uitsluitend door de feitelijke hoofdbewoner van de woning wordt uitgeoefend. Hieronder dienen in ieder geval niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel (behoudens beperkte verkoop in het klein in het kader van het uitgeoefende beroep) alsmede prostitutie, seksinrichting en escortbedrijf. 1.25
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
5
1.26
erotisch getint bedrijf
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een erotisch getint bedrijf worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, sekswinkel, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.27
evenement
een voor het publiek toegankelijke verrichting van het vermaak op het gebied van sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal-cultureel vlak. 1.28
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29
hoofdgebouw
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.30
hoofdverblijf
De plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene en welke een voor permanente bewoning geschikte verblijfplaats is, dat ten minste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid. 1.31
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccomodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
horeca, categorie 1: een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt.
horeca, categorie 2: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszakenlunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant.
horeca, categorie 3: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen; Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar.
horeca, categorie 4: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren: Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nacht-café en een zalencentrum (met
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
6
nachtvergunning).
horeca, categorie 5: een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pensioen en overige logiesverstrekkers. 1.32
maaiveld
de bovenkant van een afgewerkt terrein dat een gebouw c.q. bouwwerk omgeeft. 1.33
mantelzorg
het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwilige basis en buiten organisatorisch verband. 1.34
nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.35
omgevingsvergunning
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.36
ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.37
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.38
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.39
pand
de kleinstebij de totstandkomingfunctioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde verbonden is en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.40 peil voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst:de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.41
permanente bewoning
bewoning van een verblijf als hoofdverblijf. 1.42
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding, waaronder in ieder geval begrepen prostitutiebedrijf en raamprostitutie. 1.43
voorgevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.44
voortuin
tuin gelegen tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de openbare ruimte.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
7
1.45
voorzieningen van algemeen nut
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, riolering, straatvoorzieningen waaronder voorzieningen voor afvalstoffen en straatmeubilair. 1.46
wet/wettelijke regelingen
indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.47
wonen
het houden van verblijf, het hebben - huren hieronder mede begrepen - van kamers of het gehuisvest zijn in een huis, evenwel met uitzondering van bewoning met een overwegend verzorgend karakter. 1.48
woning
een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor het huisvesten van één huishouden.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
8
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
afstand tot de bouwperceelsgrens
Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h.
tuinen en erven; parkeervoorzieningen; (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen; voorzieningen van algemeen nut; groenvoorzieningen; voet- en fietspaden; speelvoorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. b. Het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel. 3.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. b. De voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 3 meter uit de naar de weg gekeerde bouwgrens. c. De maximum diepte van een hoofdgebouw bedraagt 12 meter bij twee-aaneengebouwde, geschakelde en aaneengebouwde woningen en maximaal 15 meter bij vrijstaande woningen. d. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt: 1. bij vrijstaande woningen minimaal 3 meter aan beide zijden; 2. bij twee-aan-een gebouwde, geschakelde en eindwoningen 3 meter aan één zijde; e. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. 3.2.3
Bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. De maximale goothoogte bedraagt 3,30 meter. b. De maximale bouwhoogte bedraagt 5,50 meter. c. De maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt: totale oppervlakte per bouwperceel
maximaal gezamenlijke oppervlakte
tot 250 m²
70 m²
van 250 tot 500 m²
80 m²
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
10
3.2.4
van 500 tot 750 m²
90 m²
van 750 tot 1.000 m²
100 m²
van 1.000 m² en meer
130 m²
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. De maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1 meter mag bedragen. b. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter, met uitzondering van openbare verlichting en vlaggenmasten, die een maximale bouwhoogte hebben van 8 meter.
3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
3.4
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.1 onder a. voor het overschrijden van de naar de weg gekeerde bouwgrens ten behoeve van de bouw van portalen, entrees en erkers, mits de oppervlaktye niet meer dan 6 m² bedraagt, de hoogte maximaal 3 meter bedraagt en de belangen van derden niet worden onevenredig worden geschaad.
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Aan huis gebonden beroepen
De uitoefening van aan huis gebonden beroepen in woningen is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
De woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd. Er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu. Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het karakter van de woning en de woonomgeving. De parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed; Het oppervlak dat voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep wordt gebruikt, bedraagt niet meer dan 35 m². De uitoefening van aan huis gebonden beroepen is alleen toegestaan in de tussen de voor- en achtergevellijn gelegen bebouwing.
3.5.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval verstaan het gebruik voor: a. afhankelijke woonruimte; Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
11
b. c. d. e. f. g. h. i.
permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft; een aan huis gebonden beroep in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn; consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten; kamerbewoning; erotisch getinte bedrijven en prostitutie; detailhandel; horeca; opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; j. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; k. parkeren in de voortuin.
3.6
Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1
Aan huis gebonden beroepen in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn
Mits geen onevernedige afbreuk wordt gedaan aan het woonmilieu ter plaatse, de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 3.5.1 onder f. en 3.5.2 onder c. voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn, onder de volgende voorwaarden: a. Het oppervlak van de aanwezige bebouwing gelegen achter de achtergevellijn, dat gebruikt wordt voor de uitoefening van aan huis gebonden beroepen, bedraagt niet meer dan 35 m². b. De parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed. c. De belangen van derden worden niet onevenredig geschaad. d. Er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ter plaatse. e. Aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse wordt geen afbreuk gedaan. 3.6.2
Consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de woning en de woonomgeving kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde 3.5.2 onder d. voor de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten, onder de volgende voorwaarden: a. De woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd. b. Het vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing dat voor de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt, bedraagt niet meer dan 35 m². c. Er wordt geen wezenlijke afbreuk gedaan aan het woonkarakter van de woning en de woonomgeving. d. De parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed. e. Detailhandel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit. f. De belangen van derden worden niet onevenredig geschaad. g. Er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ter plaatse. h. Aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse wordt geen afbreuk gedaan. 3.6.3
Mantelzorg
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van omwonende en bedrijven kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 3.5.2 onder a., b. en e. voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijgebouwen bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg; b. op het perceel al een woning aanwezig is; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
12
omwonenden en bedrijven; d. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend; e. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; f. maximaal 75 m² van hoofdgebouw en/of bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning; g. het gebruik van een vrijstaand bijgebouw als afhankelijke woonruimte uitsluitend is toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is. 3.6.4
Parkeren in de voortuin
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 3.5.2 onder k voor het gebruik van de voortuin voor parkeren, met dien verstande dat: a. de afstand tussen de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw en het openbaar gebied minimaal 6 meter bedraagt; b. het gebruik als parkeerplaats de verkeersveiligheid niet in gevaar brengt; c. het gronden betreft direct gelegen tussen de ingang van de bij de woning behorende garage en de weg.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
13
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie´ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Bouwen volgens de onderliggende bestemming
Indien op grond van de bouwregels van de onderliggende bestemming bouwwerken worden gebouwd, dan zijn deze op grond van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' toegestaan, mits: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport genoemd onder a, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. het bepaalde onder a. en b. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2.
een bouwwerk met een oppervlakte, waarvoor in in de onderstaande tabel bepaald is dat voor een dergelijk bouwwerk geen rapport als bedoeld in 4.2.1 onder a. vereist is, alsmede 3. een bouwwerk met graafwerkzaamheden, waarvoor in de onderstaande tabel bepaald is dat voor een dergelijke graafwerkzaamheden geen rapport als bedoeld in 4.2.1 onder a. vereist is, en voorts zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. AMK- terreinen en archeologische monumenten *
Gebieden met een hoge archeologische verwachting *
Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting *
Gebieden met een lage archeologische verwachting *
Niet dieper dan 30 cm Niet dieper dan 50 cm Niet dieper dan 50 cm Niet dieper dan 30 cm en met een oppervlakte en met een oppervlakte en met een oppervlakte en met een niet groter dan 100 m² niet groter dan 1.000 niet groter dan 2.500 oppervlakte niet groter m² m² dan 10.000 m² (*) zoals aangegeven op de in de Bijlage 1 opgenomen gemeentelijke 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart'.
4.2.2
Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor bouwen
Indien uit het in 4.2.1 onder a. genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden aan die omgevingsvergunning voor bouwen: a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. b. De verplichting tot het doen van opgravingen. c. De verplichting de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
14
de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a. Het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend: afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage. b. Het ophogen van de bodem. c. Het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond. d. Het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen, parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. e. Het verlagen of verhogen van het waterpeil. f. Het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren. g. Het aanleggen of rooien van bos, boomgaard of houtgewas waarbij stobben worden geplaatst of verwijderd op een grotere diepte dan het aantal cm, zoals bepaald in de onderstaande tabel. h. Het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. AMK- terreinen en archeologische monumenten *
Gebieden met een hoge archeologische verwachting *
Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting *
Gebieden met een lage archeologische verwachting *
Dieper dan 30 cm en met een oppervlakte groter dan 100 m²
Dieper dan 50 cm en met een oppervlakte groter dan 1.000 m²
Dieper dan 50 cm en met een oppervlakte groter dan 2.500 m²
Dieper dan 30 cm en met een oppervlakte groter dan 10.000 m²
(*) zoals aangegeven op de in de Bijlage 1 opgenomen gemeentelijke 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart'.
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: i.
De aanvrager van de vergunning een rapport conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. j. De betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport genoemd onder i, door de werken of werkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de aanlegvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de werken en werkzaamheden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. k. Het bepaalde onder i. en j. is niet van toepassing, indien de uit te (laten) voeren werken en werkzaamheden betrekking hebben op één of meer van de volgende werken en werkzaamheden: 1. Vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande werken en werkzaamheden, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de eventueel bestaande fundering. 2. Een werk dan wel werkzaamheid met een oppervlakte, waarvoor in de onderstaande tabel bepaald is dat voor een dergelijk bouwwerk geen rapport als bedoeld in 4.3.1 onder i.
vereist is, alsmede Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
15
3. een bouwwerk met graafwerkzaamheden, waarvoor in de onderstaande tabel bepaald is dat voor een dergelijke graafwerkzaamheden geen rapport als bedoeld in 4.3.1 onder i. vereist is. AMK- terreinen en archeologische monumenten *
Gebieden met een hoge archeologische verwachting *
Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting *
Gebieden met een lage archeologische verwachting *
Niet dieper dan 30 cm Niet dieper dan 50 cm Niet dieper dan 50 cm Niet dieper dan 30 cm en met een oppervlakte en met een oppervlakte en met een oppervlakte en met een niet groter dan 100 m² niet groter dan 1.000 niet groter dan 2.500 oppervlakte niet groter m² m² dan 10.000 m² (*) zoals aangegeven op de in de Bijlage 1 opgenomen gemeentelijke 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart'. l.
Het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening, dan wel met een voorbereidingsbesluit. m. Voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Erfgoedwet, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is. n. Het werk of werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 derde lid van de Wet ruimtelijke ordening. 4.3.2
Uitzonderingen vergunningsplicht
Het in 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 4.3.3 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Indien uit het in 4.3.1 onder i. genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. b. De verplichting tot het doen van opgravingen. c. De verplichting de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
16
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
17
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
6.1.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
6.1.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter onder peil. b. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van rioolwaterbuffers en grafkelders die ook buiten het bouwvlak mogen worden opgericht. c. Zowel onder bestaande bebouwing als buiten bestaande bebouwing zijn ondergrondse bouwwerken toegestaan, evenwel met inachtname van het gestelde onder b. d. In aanvulling op het bepaalde sub a en b is maximaal 1 niet - overdekt zwembad per bouwperceel toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. Het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens. 2. Het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen als bedoeld in 3.2.3 in acht wordt genomen. 3. Het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut. e. bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen uitsluitend mede in aanmerking genomen als de ondergrondse bouwwerken zich buiten de bestaande bebouwing bevinden. 6.1.3
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden, kan met een omgevingsvergunning van het bepaalde in 6.1.2 onder a. voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,6 meter onder peil onder de voorwaarde dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. de waterwinningen en de grondwaterbescherming niet wordt verstoord; c. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
6.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
6.3
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
6.3.1
Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
18
6.3.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
6.3.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 6.3.1 en 6.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
19
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
Het is verboden de in artikel 3 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
20
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
8.1
milieuzone - roerdalslenk 3
8.1.1
Verbodsregels
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - roerdalslenk 3' is het niet toegestaan om: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 80 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 80 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten; c. een bodemenergiesysteem op te richten, welke dieper reikt dan 80 meter beneden het maaiveld; d. boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of bentoniet. 8.1.2
Uitzonderingen
De in artikel 8.1.1 gestelde verboden gelden niet voor: a. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet; b. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven. 8.1.3
Afwijken van de verbodsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.1.1 onder a. en b. ls gewaarborgd is dat geen sprake is van nadelige gevolgen voor de grondwaterwinning en met dien verstande dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend wanneer Gedeputeerde Staten vooraf gehoord is.
8.2
vrijwaringszone - molenbiotoop
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn de gronden primair bestemd voor de instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element. Ongeacht hetgeen in de regels voor de op deze gronden rustende bestemming is bepaald, mag er ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone – molenbiotoop' niet worden gebouwd voor zover de windvang van de molen daardoor niet onevenredig wordt aangetast. Uitgangspunt hierbij is dat de optimale windvang tot maximaal 5 % mag worden beperkt. Voor de bepaling van de toegestane bouwhoogtes gelden de hoogtes zoals opgenomen op in de onderstaande matrix.
Afstand tot de molen
Maximale bouwhoogte
50 meter
4,16 meter
100 meter
5,16 meter
150 meter
6,16 meter
200 meter
7,16 meter
250 meter
8,16 meter
300 meter
9,16 meter
350 meter
10,16 meter
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
21
400 meter
11,16 meter
450 meter
12,16 meter
500 meter
13,16 meter
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
22
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning toestemming verlenen voor het afwijken van: a. de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvangen/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden. Losse masten met of zonder hekwerken, gebouwen e.d. zijn alleen toegestaan: 1. buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden; 2. binnen de bebouwde kom op bedrijventerreinen en sportparken; f.
de bestemmingsbepalingen voor het plaatsen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten op elk gebouw.
9.2
Bed & Breakfast
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de wijk of buurt kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de woonfunctie ten behoeve van een Bed and Breakfast mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft. b. Bedoeld gebruik geen hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. c. Bedoeld gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven mag opleveren. d. Het gebruik naar de aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. e. Het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is. f. Er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan. g. Het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer. h. Er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. i. De Bed & Breakfast-voorziening dient in bestaande bebouwing te worden gerealiseerd. j.
Maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijgebouwen mogen ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn, zulks met een absoluut maximum van 60 m². k. De omgevingsvergunning uitsluitend bij een woonfunctie wordt verleend.
9.3
Evenementen
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het van de gronden en bouwwerken voor het houden van een evenement, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Voor het plangebied van het bestemmingsplan mag niet meer dan 8 maal per jaar een ontheffing ten behoeve van een evenement worden verleend. b. De maximale duur van een evenement bedraagt 16 aaneengesloten dagen, met uitzondering van 2 Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
23
maal 22 aaneengesloten dagen. c. Voor een evenement dient een evenementenvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening verleend te zijn. d. Er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. e. De ontsluiting en bereikbaarheid van het evenemententerrein moet zijn afgestemd op de grootte en het type van het evenement. f. De waarde van de onderliggende en omringende bestemmingen als gevolg van de ontheffing niet onevenredig worden aangetast.
9.4
Kleine bouwwerken
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze planregels een omgevingsvergunning kan worden verleend, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en religieuze doeleinden, zoals abri's, wachthuizen, transformatorhuizen, schakelhuizen, (ondergrondse) afvalcontainers, gemaalgebouwen, telefooncellen, monumenten, kapellen, wegkruizen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, mits: a. de oppervlakte per bouwwerk niet meer bedraagt dan 15 m²; b. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; c. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande, dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 meter mag bedragen.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
24
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
25
Artikel 11 11.1
Algemene procedureregels
Nadere eisen
Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, worden de navolgende procedureregels in acht genomen: a. Het ontwerpbesluit tot het stellen van nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende 2 weken ter inzage. b. Burgemeester en wethouders maken de onder a. bedoelde terinzagelegging tevoren in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, alsmede op de gebruikelijke wijze bekend. c. De bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. d. Gedurende de onder a. genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijke zienswijzen indienen tegen het ontwerpbesluit.
11.2
Omgevingsvergunning
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is de procedure als vervat in Wet algemene bepalingen omgevingsvergunning van toepassing.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
26
Artikel 12 12.1
Overige regels
Regeling omtrent parkeren en laden en lossen
12.1.1 Parkeren Indien de omvang of de bestemming van een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of bewoning van het gebouw, dan wel bestemmingsvlak, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. Dit alles ter beoordeling van de gemeente, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke parkeerbeleid (zijnde thans “Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw 2010”).
12.1.2 Laden en Lossen Indien de bestemming van een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor laden en lossen van goederen, moet deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort. Dit alles ter beoordeling van de gemeente, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke beleid omtrent laden en lossen.
12.1.3 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 12.1.1 en 12.1.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. Dit alles ter beoordeling van de gemeente.
12.2
Andere wettelijke regelingen
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van ter inzage leggen van het ontwerpplan.
12.3
Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in Artikel 7 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
27
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
13.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
28
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Krijtenberg'.
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
29
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
30
Bijlagen bij regels
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
31
Bijlage 1 Archeologische waarden- en verwachtingenkaart
Krijtenberg NL.IMRO.1641.BPL114-VG01 vastgesteld
32
16.066
80, 292
39 78
86, 160 22.537 10
79 23
19 83 87
76
357500
22
5.071, 5.196, 5.199, 5.200, 5.202, 5.204, 5.208
88 221 11
161
14, 84, 85, 182, 302
81
110 162 163
77
92 303
341
306
89 48
307
295
198 5.007
296
212 359 72
304, 305
297
17.967, 26.017
13.228
186 8, 71
187
308
372
29 34 323
165 151
325
19.290
Beegden
26, 28 21
16.693
210
5.753
30
288
373
94
370 324 91
63
21.899 32 155
137, 138, 321 355000
224
43, 44
206
203
26.666
Heel
312
16.622
361, 367, 368
330 21.953
353
354
66, 173
58
246
109
57
8.432
326
24
8.435 213, 220
264
13.478
263
216 272
81
125 124 202
123 301
134, 179, 180 56
240
119
336
352 289
331
5.671
252
351 334
355
116, 126 t/m 133, 135, 136
219
329
25, 291
64
75, 115
11.144 228
335
230
54
120 340
634
250 333
69
61
68
286
227
244
256 260 245 365
167, 294 11.173
266
285
255 254
99 73
117
332
364
249 267 243 253
222
12
98, 100
114
261
269
169 247
300
18.711
67
59
Panheel
271
313, 314 315
15.165
22.398
356, 360
248 270 268
311 35, 36, 46, 140 t/m 145
371
16.692 225
207
205 204
139
178 366
310
319 320
211
174 175 172
299
318
15.166
208, 209 90 176 223, 224, 363
15
309
317
37, 41, 42 33
18.305
298
159 316
31
2.700
241
251, 338
226, 362 9.504
218
357
16.621
8.435
4, 5
349
74
16.748
350
93 262
Thorn
257
184 18
97
5.506
51
265
50, 153 121, 293
229 112, 113
352500
217 16.620
23.668
17.663
10.831 19.174
259
16.294
96
707
279
Wessem
5.071, 5.196, 5.199, 5.200, 5.202, 5.204, 5.208
111
65
154
16.691 40
164
2, 146, 168, 170, 183
95
197 17, 55
156
118
101
369 22.366 15.570
158
22.365 53, 195
70
147
280
963
290
122, 181 45, 177, 192, 287
82, 107, 148
16.596
5.032
Linne
283
601
614 200, 201
284 104
149
27
282
233
766 234
20
4.644 281 166
1, 3, 13, 150 157
16.598
23.147
Maasbracht
16.597
13.432
12.095
13.431 273
274
235
358
17.699
377
26.931
1.579 102 258
171
347
342 275
350000
277
276
16.577 199
16 348
343
49 375
106
374
6
Stevensweert
215 345
16.578
337 339
278 108
196
38, 105, 188
344
346
376 21.917
19.041
103, 185 189
7, 9, 60, 152, 190
16.576
52, 191, 193
194
214 47
322
327
Laak 16.579 239 242
231
238
236
237 232
347500
328
16.580
20.060
Ohé
0
185000
187500
Gemeente Maasgouw Archeologische waarden- en verwachtingenkaart
190000
500m
192500
Concept 27 oktober 2009
Legenda Verwachting
Waarnemingen
Gebieden en locaties
Topografie
Cultuurhistorische elementen, lijnvormig
1234
Archeologisch rijksmonument (met nummer)
Gemeentegrens
Ander scheepvaartkanaal
Dijk
Hoog voor afvaldumps
1234
AMK-terrein (met nummer)
GBKN
Andere gegraven waterlopen
Rivierdijk ouder dan 1806
Middelhoog
1234
Onderzoek met onderzoeksnummer
Water (GBKN)
Natuurlijke waterloop getrokken
Grens ca. 1865 niet herkenbaar
Hoog
123
Catalogusnummer
Middelhoog voor afvaldumps
Verdedigingswerken Stevensweert
Natuurlijke waterloop onderbroken
Oude akkergrens glooiïng
Laag
Beschermde stads- en dorpsgezichten
Natuurlijke waterloop verdwenen
Oude akkergrens perceelsgrens
Onbekend
Provinciaal archeologisch aandachtsgebied
Andere weg ouder dan 1806
Oude akkergrens steilrand
Napoleonsweg
Oude grens herkenbaar in terrein
Afgegraven / verstoord
Weg uit periode 1806-1890
Bestand: Maasgouw verwachtingenkaart v09.wor Basisbestand verwachtingenkaart: Verwachting_Maasgouw_v08.tab Datum: 27 oktober 2009
B1 Rapport: Model:
Invoergegevens Lijst van model eigenschappen Wegverkeerslawaai
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
Wegverkeerslawaai mev #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
mev op 26-10-2022 mev op 28-10-2022 Geomilieu V2022.3 rev 1
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0 Berekening diffractoreffect
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4,5 Groepsresultaten Groepsresultaten Ja 5000 5000 -0,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50 Volgens rekenregels van RMG-2012 (1-10-2022)
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Kragten BV
28-10-2022 07:44:25
B1
Invoergegevens
Commentaar
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Kragten BV
28-10-2022 07:44:25
B1 Model: Groep:
Invoergegevens Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Heerstr 1
Omschr. Heerstraat Zuid 1
ISO_H 0,00
ISO M. --
Hdef. Relatief
Type Verdeling
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Kragten BV
Cpl False
Cpl_W 1,5
Helling 0
Wegdek W0
V(MR(D)) --
V(MR(A)) --
V(MR(N)) --
V(MR(P4)) --
V(LV(D)) 50
V(LV(A)) 50
V(LV(N)) 50
28-10-2022 07:43:11
B1 Model: Groep:
Invoergegevens Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Heerstr 1
V(LV(P4)) --
V(MV(D)) 50
V(MV(A)) 50
V(MV(N)) 50
V(MV(P4)) --
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Kragten BV
V(ZV(D)) 50
V(ZV(A)) 50
V(ZV(N)) 50
V(ZV(P4)) --
Totaal aantal 5855,80
%Int(D) 6,50
%Int(A) 3,30
%Int(N) 1,20
%Int(P4) --
%MR(D) --
%MR(A) --
28-10-2022 07:43:11
B1 Model: Groep:
Invoergegevens Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Heerstr 1
%MR(N) --
%MR(P4) --
%LV(D) 94,00
%LV(A) 94,00
%LV(N) 94,00
%LV(P4) --
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Kragten BV
%MV(D) 4,00
%MV(A) 4,00
%MV(N) 4,00
%MV(P4) --
%ZV(D) 2,00
%ZV(A) 2,00
%ZV(N) 2,00
%ZV(P4) --
MR(D) --
MR(A) --
MR(N) --
MR(P4) --
LV(D) 357,79
28-10-2022 07:43:11
B1 Model: Groep:
Invoergegevens Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Heerstr 1
LV(A) 181,65
LV(N) 66,05
LV(P4) --
MV(D) 15,23
MV(A) 7,73
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Kragten BV
MV(N) 2,81
MV(P4) --
ZV(D) 7,61
ZV(A) 3,86
ZV(N) 1,41
ZV(P4) --
LE (D) 63 81,16
LE (D) 125 88,37
LE (D) 250 95,04
LE (D) 500 99,97
28-10-2022 07:43:11
B1 Model: Groep:
Invoergegevens Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Heerstr 1
LE (D) 1k 106,01
LE (D) 2k 102,61
LE (D) 4k 95,87
LE (D) 8k 86,54
LE (A) 63 78,22
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Kragten BV
LE (A) 125 85,42
LE (A) 250 92,09
LE (A) 500 97,03
LE (A) 1k 103,06
LE (A) 2k 99,67
LE (A) 4k 92,93
LE (A) 8k 83,60
LE (N) 63 73,82
LE (N) 125 81,03
28-10-2022 07:43:11
B1 Model: Groep:
Invoergegevens Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Heerstr 1
LE (N) 250 87,70
LE (N) 500 92,64
LE (N) 1k 98,67
LE (N) 2k 95,27
LE (N) 4k 88,53
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Kragten BV
LE (N) 8k 79,21
LE (P4) 63 --
LE (P4) 125 --
LE (P4) 250 --
LE (P4) 500 --
LE (P4) 1k --
LE (P4) 2k --
LE (P4) 4k --
28-10-2022 07:43:11
B1 Model: Groep:
Invoergegevens Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Heerstr 1
LE (P4) 8k --
Geomilieu V2022.3 rev 1 Licentiehouder: Kragten BV
28-10-2022 07:43:11
B1 Model: Groep:
Invoergegevens Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam T01 T02 T03 T04 T05
Omschr. Noordwestzijde Grid 1 Noordwestzijde Grid 1 Noordwestzijde Grid 1 Noordwestzijde Grid 1 Noordwestzijde Grid 1
Maaiveld 30,50 30,50 30,50 30,62 30,87
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
Hoogte D ------
Hoogte E ------
Hoogte F ------
Gevel Nee Nee Nee Nee Nee
T06 T07 T08 T09 T10
Noordwestzijde Grid 1 Noordwestzijde Grid 1 Noordwestzijde Grid 1 Noordzijde Grid 1 Noordzijde Grid 1
31,00 31,00 31,00 31,00 31,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Nee Nee Nee Nee Nee
T11 T12 T13 T14 T15
Noordzijde Grid 1 Noordoostzijde Grid 1 Noordoostzijde Grid 1 Zuidoostzijde Grid 1 Zuidoostzijde Grid 1
31,06 31,02 31,00 31,00 30,96
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Nee Nee Nee Nee Nee
T16 T17 T18 T19 T20
Zuidoostzijde Grid 1 Zuidoostzijde Grid 1 Zuidoostzijde Grid 1 Zuidoostzijde Grid 1 Zuidoostzijde Grid 1
31,00 31,00 31,00 30,97 30,66
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Nee Nee Nee Nee Nee
T21 T22 T23 T24 T25
Zuidoostzijde Grid 1 Zuidoostzijde Grid 1 Zuidoostzijde Grid 1 Zuidwestzijde Grid 1 Zuidwestzijde Grid 1
30,50 30,50 30,50 30,50 30,50
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Nee Nee Nee Nee Nee
T26 T27 T28 T29 T30
Zuidzijde Grid 2 Zuidzijde Grid 2 Zuidzijde Grid 2 Westzijde Grid 2 Westzijde Grid 2
31,23 31,00 30,90 31,00 30,84
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Nee Nee Nee Nee Nee
T31 T32 T33 T34 T35
Westzijde Grid 2 Westzijde Grid 2 Westzijde Grid 2 Westzijde Grid 2 Westzijde Grid 2
31,00 31,00 31,00 31,07 31,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Nee Nee Nee Nee Nee