Bijlage 1: Aanvraagformulier Basis Vangnetuitkering Participatiewet over 2023
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: basisverzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).
Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden.
1 Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022
1
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.
Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? • •
•
•
• •
Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.
Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG2.
Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden
2 Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG
2
beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.
Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023
3
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
4
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting.
A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Er is binnen de gemeente Maasgouw sprake van een toename op het uitkeringsbestand. Dit komt doordat de instroom groter is dan de uitstroom. Het tekort 2023 conform het beeld van de uitvoering voor vangnetuitkering bedraagt € 449.169. Ondanks de geleverde inspanningen om het tekort terug te dringen is dit een verslechtering ten opzichte van 2022, toen was het tekort € 304.870. In 2021 was er nog sprake van overschot (á € 207.532).
B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. De gemeente Maasgouw beschikt over een gevarieerd pakket aan maatregelen om de geschetste problemen aan te pakken: -
Maatwerk vanuit het Servicecentrum MER (uitvoeringsdienst) Arbeidsontwikkeltrajecten Uitstroompremie Waarderingspremie Extra inzet op jongeren Extra inzet op klanten activering Extra inzet op statushouders 5
-
Simpel switchen in de keten Regionale mobiliteitsteam (RMT) Werkgeversservicepunt Midden-Limburg Oost (WSP MLO) Jongeren in Beeld Individuele Plaatsing en Steun i.c.m. casuïstiek overleg Social Return ON Investment (SROI) Aanpak VDL Nedcar
C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. We willen als gemeente Maasgouw dat zo veel mogelijk mensen kunnen participeren. Daarom bieden we het hiervoor beschreven gevarieerde aanbod van voorzieningen aan en proberen we hiermee zoveel mogelijk mensen naar vermogen mee te laten doen. We willen aan iedere klant een passend aanbod bieden. Ieders situatie is immers anders en het bieden van maatwerk hierbij is ons uitgangspunt. Wij denken hierbij creatief en passen de mogelijkheden bij meerwaarde ruimhartig toe. In de huidige krappe arbeidsmarkt hebben de wat makkelijker bemiddelbare klanten vrij snel een baan. De klanten die momenteel in ons bestand zitten, hebben vaak meer begeleiding nodig. Daarom zetten wij extra capaciteit van personeel in op de verschillende doelgroepen. Een deel van ons voorzieningenaanbod is regionaal geregeld. Hierop vullen wij aan met lokale arbeids- en ontwikkeltrajecten. Wij hebben de overtuiging dat ons lokale pakket erg waardevol is voor onze klanten. Om het positieve effect te laten oplopen willen we ons pakket van lokale en regionale voorzieningen verder doorontwikkelen.
Hiermee willen we nog meer mensen bereiken, zodat zij een stap kunnen maken in hun participatie en daarmee in hun algehele welbevinden.
6
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
X
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
X
Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
7
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder beschrijft het college de analyse van de oorzaken van het tekort. Er is binnen de gemeente Maasgouw sprake van een toename op het uitkeringsbestand. Dit komt doordat de instroom groter is dan de uitstroom. In 2023 zijn er 98 inwoners ingestroomd en ontvangen dus een uitkering. Daartegen zijn er 75 inwoners uitgestroomd. Het actieve bestand met uitkeringsgerechtigde bedraagt in 2023 280 actieve uitkeringen. Dit is een stijging van ongeveer 10% t.o.v. 2022. Bijna 50% van de instroom valt onder de categorie ‘verloop’. Deze categorie bestaat uit de volgende criteria: verhuizing van andere gemeente, beëindiging huwelijk/ relatie, statushouders, uit detentie. De uitstroom betreft ongeveer 27% naar werk en 48% vooral met bereiken van AOW leeftijd, aangaan relatie en verhuizen naar andere gemeente. Ondanks de huidige arbeidsmarkt is de uitstroom naar betaald werk relatief laag. Dit heeft meerdere oorzaken maar de hoofdoorzaken zijn dat het uitkeringsbestand steeds meer statushouders kent en deze lastiger uitstromen naar betaald werk en dat van het actieve uitkeringsbestand bijna 50% langer dan 3 jaar een uitkering heeft. Ook bij deze groep is doorstroom naar betaald werk vaak (nog) niet mogelijk en zal er worden ingezet op meedoen naar vermogen.
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. De gemeente Maasgouw beschikt over een gevarieerd pakket aan maatregelen om de geschetste problemen aan te pakken: Maatwerk vanuit Servicecentrum MER Sociaal Domein (uitvoeringsdienst) De klantmanagers Werk spreken met de inwoner een traject richting werk of participatie naar vermogen af en leggen dat vast in een Plan van Aanpak. Doelen, instrumenten en termijnen zijn toegespitst op de mogelijkheden van de inwoner. Met andere woorden: het is altijd maatwerk. De inwoner ondertekent dit plan om te benadrukken dat het van hem of haar is. Tevens is het een middel om de eigen kracht van betrokkenen te vergroten en zich verantwoordelijk te laten voelen. De inhoud van het plan wordt bepaald in overleg met de klant. Samen met de klant wordt gezocht naar de stappen die helpend zijn bij het maximaal kunnen participeren. Om dit doel te bereiken wordt maatwerk geleverd. Waar bijvoorbeeld voor de ene klant een traject wordt ingezet dat hem of 8
haar letterlijk en figuurlijk in beweging brengt, is bij een andere klant een werkervaringsplek of een jobcoach een inzet die hem of haar verder helpt. Ingezette trajecten worden tussentijds en bij afsluiting geëvalueerd met input van de klant en de aanbieder.
Arbeidsontwikkeltrajecten Voor verschillende doelgroepen heeft de gemeente Maasgouw arbeidsontwikkeltrajecten ontwikkeld. Het doel hiervan is om de participatie van de deelnemers in de maatschappij te vergroten. Afhankelijk van de doelgroep, doelen en welke affiniteit deelnemers met werkzaamheden hebben, worden zij geplaatst in een traject. -
-
-
-
Bij de Stichting Kledingbank Limburg deel aan een werkervaringstraject. Dit doen zij naast de inburgeringslessen. Gedurende het traject doen de deelnemers werkervaring op en leren zij werknemersvaardigheden aan. Tijdens de werkzaamheden wordt Nederlands gesproken. Tevens worden ter plekke vaktaallessen aan de deelnemers aangeboden; Bij de leerpool van het wijkteam van de gemeente Maasgouw volgen uitkeringsgerechtigden een arbeidsontwikkeltraject. Zij doen werkervaring op in groen- en grijswerkzaamheden en leren werknemersvaardigheden aan. Ook hier wordt vaktaalondersteuning aangeboden. Aan de deelnemers wordt perspectief geboden richting betaald werk bij het wijkteam van de gemeente, of extern. De gemeente Maasgouw heeft een leerpoolbegeleider in dienst genomen om de deelnemers de juiste begeleiding te bieden. Ook worden vaktaallessen aangeboden; Bij het project Ontmoeten & Ontwikkelen worden mensen op een laagdrempelige manier geactiveerd en in contact gebracht met anderen. Zij kunnen hier onderzoeken wat ze willen en kunnen. Vanuit daar wordt gekeken hoe de deelnemer zich verder kan ontwikkelen en zo weer kan deelnemen aan de maatschappij. Doel is toeleiden naar onbetaald en op termijn betaald werk; Bij Sociaal Werkbedrijf Westrom kunnen klanten een passend re-integratietraject volgen.
Er zijn diverse fabriekslijnen aanwezig alwaar de deelnemer kan werken bij Westrom zelf, maar mensen kunnen ook bij externe werkgevers worden geplaatst.
Uitstroompremie Gemeente Maasgouw heeft sinds 2021 de uitstroompremie. Het doel van de uitstroompremie is: 1. Uitstroom bevorderen. 2. Armoedeval bestrijden. Het fenomeen armoedeval houdt in dat ontvangers van een uitkering die aan het werk gaan, financieel niet beter af zijn, maar er op achteruit gaan. Het betreft bijstandsgerechtigden die net iets meer (kunnen) verdienen dan het bijstandsniveau. Terwijl de bedoeling juist is dat werken moet leiden tot financiële onafhankelijkheid. Helaas kan dat onder de Participatiewet anders uitpakken, omdat uitkeringsgerechtigde inwoners toeslagen en andere vormen van inkomensondersteuning kwijt dreigen te raken. Denk daarbij aan landelijke voorzieningen (bijvoorbeeld huur- en zorgtoeslag), of lokaal ingezette inkomensondersteunende instrumenten. Zo vervalt door een hoger loon het recht 9
op kwijtscheldingen snel en worden tegemoetkomingen in rap tempo verminderd. De onzekerheid die optreedt door een mogelijk armoedeval is voor mensen in een uitkering geen prikkel om betaald werk aan te pakken of om hun uren uit te breiden. Daarom heeft de gemeente Maasgouw ervoor gekozen om de uitstroompremie toe te passen.
Waarderingspremie Al een aantal jaren staat een waarderingspremie in de Maasgouwse beleidsregels. De waarderingspremie is een premie die wordt verstrekt aan de deelnemer van een sociaal activeringstraject of arbeidsontwikkeltraject, die in het kader van dat traject gedurende een aantal uren per week werkzaamheden ten algemene nutte verricht die een economische waarde vertegenwoordigen. Met de premie worden uitkeringsgerechtigden gestimuleerd en beloond voor het uitvoeren van maatschappelijk nuttige activiteiten in de eigen gemeente.
Extra inzet op jongeren We gaan in 2024 verder met ons team 17-27 (jongeren). In dit team zitten klantmanagers Werk. Samen met een onafhankelijke gedragsdeskundige bespreken zij casuïstiek. Het aantal jongeren (1627 jaar) in onze bestanden neemt de laatste jaren helaas toe. Deze toename is deels het gevolg van aangepaste regelgeving (Wajong / WSW) in Nederland, maar deels ook een gegroeid maatschappelijk probleem in onze samenleving. Als uitgangspunt vinden we met zijn allen dat jongeren in principe niet thuishoren in de Participatiewet. De ervaring heeft geleerd dat het bijna altijd gaat om jongeren zonder startkwalificatie, die dus geen afgeronde opleiding hebben en waarbij (regulier) onderwijs eigenlijk vaak ook geen optie meer is. In de huidige arbeidsmarkt betekent dit dat het vinden van een job niet gemakkelijk is en dat jongeren daar gerichte ondersteuning bij nodig hebben. Het is daarom onze overtuiging en ervaring dat deze doelgroep een andere aanpak en extra inzet vraagt. Voor deze jongeren worden enkele dedicated klantmanagers ingezet, die zich volledig op deze doelgroep kunnen richten. In eerste instantie voor de duur van een jaar met een evaluatie om te bezien wat de aanpak heeft opgeleverd. Binnen het jongerenteam bestaat ruime aandacht voor preventie. Voorkomen is immers beter dan genezen.
Door problemen sneller te signaleren en daar op in te spelen kunnen op termijn kosten worden bespaard. Het voorkomen van problematische schulden, het behalen van startkwalificatie, het voorkomen van laaggeletterdheid of verslaving, het vinden van een baan of het hebben van een zinvolle dagbesteding maakt meedoen makkelijker. In dit kader definiëren we preventie als het voorkomen dat jongeren in de uitkering terechtkomen (door begeleiding naar werk en/of scholing) en er voor te zorgen dat jongeren ons niet dan wel in beperkte mate nodig hebben. Dit, door korte lijnen te onderhouden met onze partners zoals onder andere het RMC, PlanGroep, MetGGZ, verslavingszorg en dergelijke. 10
Samengevat wordt het volgende rendement verwacht: • Problemen worden niet voor de korte termijn, maar duurzaam doorbroken. • Er wordt maatwerk geboden zodat jongeren zo zelfstandig mogelijk door het leven gaan; een zo hoog mogelijke score op de participatieladder is daarbij het meetinstrument. • Het welbevinden van de jongere alsook hun zelfredzaamheid neemt toe: meer jongeren komen op die manier tot participatie in de arbeidsmarkt. • Er blijven op termijn minder jongeren in de uitkering. Extra inzet op klanten activering De doelgroep Activering bestaat uit cliënten op de huidige treden 1 t/m 4 van de participatieladder. Van deze klanten is het niet de verwachting dat zij binnen 1 tot 1½ jaar aan het werk kunnen gaan. Eerder was het uitgangspunt dat enkel de groep klanten uit de treden 3 en 4 naar verwachting wel nog arbeidspotentieel hebben (economisch dan wel maatschappelijk). Nu merken we echter in de praktijk dat, door een brede aanpak, ook klanten uit trede 2 deels nog arbeidspotentieel hebben. Met een brede aanpak wordt bedoelt dat met deze klanten naar allerlei aspecten in hun leven wordt gekeken die van invloed zijn op het mogelijke zetten van stappen richting werk of andere zinvolle maatschappelijke activiteiten. Er wordt ‘naast de klant gestaan’ en stap voor stap gekeken wat er nodig is. Dit vergt tijd, veerkracht en vaak ook een lange adem.
Deze manier van werken past echter wel ook volledig in het beeld van de visie Participatiewet in Balans. Regelmatig contact met klanten en actieve begeleiding zijn belangrijke uitgangspunten. Om inwoners op de trede 1 t/m 4 van de participatieladder voldoende aandacht te kunnen geven wordt hiervoor de formatie van klantmanagers uitgebreid. De formatie wordt voor de duur van 1 jaar uitgebreid. Hierna worden de resultaten geëvalueerd en bezien of verlenging of structureel maken van deze formatie wenselijk is.
Extra inzet op statushouders De gemeente Maasgouw heeft de afgelopen jaren extra geïnvesteerd in de doelgroep statushouders. Deze groep wordt momenteel nog steeds actief begeleid naar participatie of werk. Uitgangspunt is dat deze groep niet zomaar losgelaten wordt gezien de investering die hierin al is gedaan. Een deel zal na het behalen van inburgering over worden gedragen naar regulier werk of activering. In 2024 zullen we de ontwikkeling van de instroom en uitstroom en de nieuw ontwikkelde werkwijze in relatie tot de benodigde capaciteit nauwgezet volgen en hierover periodiek afstemmen.
Simpel switchen in de keten In 2021 en 2022 heeft de gemeente Maasgouw deelgenomen aan de regionale pilot “waardevol werk” als onderdeel van het thema “simpel switchen in de participatieketen”. Doel van simpel switchen is: -
het slechten van de drempels naar werk, 11
-
het versoepelen van de overgang van bijvoorbeeld dagbesteding naar beschut werk of van beschut naar regulier werk, de zekerheid toch weer stapje terug te kunnen doen als het even niet lukt, zodat iedereen mee kan doen op de plek die op dát moment het beste bij diegene past, of dat nou (vrijwilligers-)werk, beschut werk of dagbesteding is.
Inmiddels hoort “simpel switchen” sedert 2023 tot onze reguliere uitvoeringstaak. In 2024 zet de gemeente Maasgouw in op het verder borgen van de randvoorwaarden die simpel switchen tot een succes maken alsook op het uitbouwen van het overleg tussen klantmanagers Wmo en PW om inwoners in bijvoorbeeld Wmo-dagbesteding die er klaar voor zijn, met begeleiding en ondersteuning richting arbeidsmarkt te leiden.
Regionale mobiliteitsteam (RMT’s) De dienstverlening van de netwerksamenwerking binnen het RMT is een aanvulling op de reguliere dienstverlening binnen de arbeidsmarktregio en is bedoeld voor mensen die niet zelfstandig de weg naar (ander) werk kunnen vinden en daar dus extra ondersteuning bij nodig hebben. Kandidaten voor het RMT zijn degenen voor wie vanuit de eigen organisatie (gemeente, vakbond, UWV) geen voldoende of geen passend aanbod beschikbaar is. De eigen dienstverlening voor activering wordt dus in principe eerst ingezet, daarna pas wordt het RMT als ontschotte extra dienstverlening ingebracht. De uitvoeringspraktijk heeft geleerd dat het RMT voor gemeenten binnen onze arbeidsmarktregio met name een preventieve werking heeft. Gemeenten, en zeker de MER-gemeenten, zijn zeer creatief in de inzet van re-integratiemiddelen bij het aan het werk helpen van degenen uit de doelgroep van de Participatiewet. Het kabinet en de arbeidsmarktregio Midden-Limburg streeft ernaar om in de toekomst in iedere arbeidsmarktregio minimaal één regionaal werkcentrum (RWC) in te richten, waar alle werkzoekenden en werkgevers terecht kunnen voor de ondersteuning en begeleiding die nodig is om mensen de stap naar een nieuwe baan te laten maken.
Het RWC biedt toegang tot dienstverlening geboden door een regionaal publiek-privaat samenwerkingsverband van werkgeversorganisaties, vakbonden, gemeenten, UWV, werkgeversservicepunten, SBB, Mbo-scholen (ROC, AOC en Vakinstellingen) en andere onderwijsinstellingen dat zorgt voor integrale arbeidsmarktdienstverlening.
Werkgeverservicepunt Midden-Limburg Oost (WSP MLO) In het WSP MLO werken UWV, de gemeenten Maasgouw, Roermond, Echt-Susteren, Roerdalen en Leudal en Werkbedrijf Westrom samen. Het WSP heeft als taak relaties met werkgevers op te bouwen en te onderhouden, zodat klanten uit ons bestand naar betaald werk bij deze werkgevers kunnen worden geleid. Het WSP is voor deze werkgevers het aanspreekpunt. 12
Jongeren in Beeld In 2023 zijn we binnen onze arbeidsmarktregio gestart met de pilot ‘jongeren in beeld in MiddenLimburg!”. Deze pilot komt voort uit de regionale aanpak jeugdwerkloosheid vanuit de overlegtafel arbeidsmarkt, economie en onderwijs (voorheen de taskforce post-corona). Deze pilot richt zich op specifieke jongeren tussen de 23 en 27 jaar zonder startkwalificatie, die geen uitkering ontvangen die niet in loondienst of zelfstandige werkzaam zijn en geen opleiding volgen. Kortom: jongeren die bij ons niet in beeld zijn. Via het Inlichtingenbureau ontvangen wij maandelijks de gegevens van jongeren die tegelijkertijd aan al deze 4 criteria tegelijkertijd voldoen. Voornaamste doel van de pilot is de jongeren duurzaam terug te leiden naar een zinvolle daginvulling. Dit kan zijn naar werk, leren/werken, onderwijs, dagbesteding of een zorgtraject. Vanuit beide RMC’s in de regio Midden-Limburg gaan casemanagers jongeren in beeld samen met onze klantmanagers-werk aan de slag met deze jongeren. De casemanagers van de RMC’s benaderen de jongeren actief, gaan in gesprek met de jongeren en proberen hen te motiveren tot en begeleiden naar een zinvolle dagbesteding. Deze casemanagers trekken hierbij waar mogelijk samen op met onze klantmanagers werk.
Zowel voor de casemanagers jongeren in beeld als voor de lokale uitvoering is vanuit de arbeidsmarktregio budget beschikbaar gesteld dat ingezet mag worden voor de uren die deze werkzaamheden kosten. Eventuele trajecten, scholing etc. die voor jongeren in gezet worden, worden bekostigd uit de re-integratiemiddelen van de gemeente.
Individuele Plaatsing en Steun i.c.m. casuïstiek overleg Binnen onze Arbeidsmarktregio is hard gewerkt om de IPS (Individuele Plaatsing en Steun) van de grond te krijgen en te realiseren. IPS betreft een bewezen methodiek die zich richt zich op de doelgroep uitkeringsgerechtigden met een ernstige psychiatrische aandoening en. Deze trajecten, gericht op het verkrijgen van betaald werk, worden binnen onze arbeidsmarktregio uitgevoerd door MetGGZ en Vincent van Gogh. Circa een derde deel van alle uitkeringsgerechtigden heeft een psychische belemmering, reden waarom het belang van deze trajecten breed wordt gedragen. IPS is wetenschappelijk bewezen effectief en bij uitstek geschikt voor mensen met een ernstige psychische aandoening die in behandeling bij een ggz-(behandel)team. Iedereen die aangeeft dat hij wil werken, kan aan een IPS-traject deelnemen. Een IPS-trajectbegeleider helpt dan met werk zoeken, vinden en behouden. Kenmerkend aan een IPS-traject is de combinatie van behandeling, begeleiding en participatie/arbeidsinschakeling. Als onderdeel in onze samenwerking met MetGGZ en Vincent van Gogh is er gezamenlijk regionaal casuïstiekoverleg opgestart om ten behoeve deze specifieke doelgroep met elkaar de goede reintegratieafspraken te maken en om van elkaar te leren. Middels deze casuïstiek-overleggen, 13
waaraan ook klantmanagers-werk vanuit ons deelnemen, worden de lijnen met MetGGZ/Vincent van Gogh korter en kan er laagdrempelig worden overlegd en informatie worden gedeeld.
Social Return On Investment De gemeente Maasgouw past SROI toe bij aanbestedingen en contracten. Naast het reguliere rendement van investeringen levert dit ook sociale winst op. SROI draagt bij aan werkgelegenheid door het beschikbaar stellen van arbeidsplaatsen, leerbanen, stageplaatsen en trainingen.
VDL Nedcar VDL Nedcar heeft een massa ontslag aangekondigd, dit gaat om +/- 3.300 medewerkers (inclusief flexwerkers). Per 1 november 2023 is de eerste tranche medewerkers ontslagen en per 1 maart 2024 zal de tweede tranche worden ontslagen. Het gaat om indicatief 1.500 mensen voor wie de kans groot is dat ze dan de aansluiting missen op de arbeidsmarkt met alle negatieve, persoonlijke en maatschappelijke, gevolgen van dien. Naar schatting zijn 500 medewerkers van de 3.300 woonachtig in Midden-Limburg. Het is echter onbekend hoeveel medewerkers woonachtig in Midden-Limburg aansluiting missen op de arbeidsmarkt. Verdere informatie is nog niet beschikbaar bij het mobiliteitscentrum in Sittard-Geleen. Het UWV heeft intern wel informatie beschikbaar over het aantal aanmeldingen voor een WW-uitkering. Medio 2023 is gestart met het opzetten van een gezamenlijke mobiliteitsaanpak voor de medewerkers van VDL Nedcar en voor werkgevers met vacatures in Limburg en de Euregio. Doel van deze aanpak is:
-
Zorgdragen dat met ontslag bedreigde medewerkers van VDL Nedcar zich gezien, gehoord en geholpen weten; Het van-baan-naar-baan bemiddelen en op basis van maatwerk begeleiden van álle met ontslag bedreigde werknemers en het verbeteren van hun kansen op werk; Bevordering van duurzame inzetbaarheid, aanpassingsvermogen en (inter)sectorale mobiliteit door de gecoördineerde inzet van instrumenten (privaat en publiek) die bij kunnen dragen aan verbetering van de kansen op werk. Hierbij de instrumenten scholing en begeleiding nadrukkelijk verkennen en inzetten waar van toepassing.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect. We willen als gemeente Maasgouw dat zo veel mogelijk mensen kunnen participeren. Daarom bieden we het hiervoor beschreven gevarieerde aanbod van voorzieningen aan en proberen we hiermee zoveel mogelijk mensen naar vermogen mee te laten doen. We willen aan iedere klant een passend aanbod bieden. Ieders situatie is immers anders en het bieden van maatwerk hierbij is ons uitgangspunt. Wij denken hierbij creatief en passen de mogelijkheden bij meerwaarde 14
ruimhartig toe. In de huidige krappe arbeidsmarkt hebben de wat makkelijker bemiddelbare klanten vrij snel een baan. De klanten die momenteel in ons bestand zitten, hebben vaak meer begeleiding nodig. Daarom zetten wij extra capaciteit van personeel in op de verschillende doelgroepen. Een deel van ons voorzieningenaanbod is regionaal geregeld. Hierop vullen wij aan met lokale arbeids- en ontwikkeltrajecten. Wij hebben de overtuiging dat ons lokale pakket erg waardevol is voor onze klanten. Om het positieve effect te laten oplopen willen we ons pakket van lokale en regionale voorzieningen verder doorontwikkelen. Hiermee willen we nog meer mensen bereiken, zodat zij een stap kunnen maken in hun participatie en daarmee in hun algehele welbevinden.
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: 14 mei 2024 De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: C.M. Keersmaekers De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: D.W.J. Schneider
15
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier. De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.
16
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken
X
Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
17
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Maasgouw stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: D.W.J. Schneider De griffier,
Naam van de ondertekenaar: G.H. Bakkes
18
Toelichting op het aanvraagformulier bij het basis verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s aanpast. U vindt in deze toelichting • • • • • • •
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2023 dient uiterlijk op 15 augustus 2024 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken die na 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. U vindt onderaan dit formulier meer achtergrondinformatie over de aanvraagprocedure, de wet- en regelgeving, de relatie met jaarcijfers (SiSa verantwoording) en de ondersteuning vanuit Divosa. Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de aanvraagprocedure en de deadline voor het indienen van een complete aanvraag. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: •
indien uw gemeente zowel over 2021 als over 2022 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.
•
indien uw gemeente over 2021 en/of over 2022 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.
De verklaring van het college verschilt tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’. Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 19
1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad Onderdeel 1 bestaat uit vier onderdelen: A, B, C en D. Het gaat om de verklaring van het college (onderdeel D) en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in onderdeel 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit. Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Uit het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad is duidelijk geworden dat raadsleden behoefte hebben aan beknopte informatie op hoofdlijnen, zodat de rol van de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college beter uitvoerbaar wordt.
Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? In het aanvraagformulier is de volgende vraag opgenomen: ‘op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?’ Onder deze vraag is een korte checklist opgenomen met een zestal punten die kunnen worden aangevuld. Vanaf de invoering van de vangnetuitkering in 2015 heeft de gemeenteraad een inhoudelijkbeoordelende ten aanzien van de vangnetuitkering; deze rol lag voorheen bij de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Uit een onderzoek door de Toetsingscommissie bleek dat gemeenteraden slechts beperkt de vangnetaanvragen inhoudelijk beoordeelden. De beantwoording van de procesvraag geeft inzicht in de mate waarin de raad is betrokken bij de processtappen van signalering tot reductie van het tekort. Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord.
De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht. Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2023 wordt een en ander eveneens toegelicht.
20
Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.
Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven. Onder een analyse van de oorzaken van het tekort wordt verstaan: ‘de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Een algemene analyse, die niet ingaat op de situatie in de eigen gemeente of arbeidsmarktregio, volstaat niet als analyse van de oorzaken van het tekort. Suggesties bij de beantwoording van A • • •
• •
Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat een tekort zal ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 2023i en/of de Benchmark van Divosaii. U kunt in de analyse ook beschrijven wat het effect is van getroffen maatregelen in voorgaande jaren.
Onderdeel B De maatregelen kunnen worden getroffen vanaf het moment dat het tekort bekend is of dat men vanuit een prognose het tekort ziet aankomen, tot uiterlijk de datum van indiening van het verzoek. Er zijn meerdere factoren die een invloed hebben op de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van een bijdrage aan de reductie van het tekort. Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘het treffen van maatregelen’. •
•
Wat wordt verstaan onder een maatregel? o Onder een maatregel wordt verstaan: een besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd. Wat wordt verstaan onder het treffen van maatregelen. 21
Onder het treffen van een maatregel wordt verstaan dat het besluit is genomen door het college en waarvan de uitvoering in gang is gezet voor het tijdstip van indiening van de aanvraag. Moet het steeds een nieuwe (aanvullende) maatregel zijn? o Van het college wordt verwacht om te analyseren wat de oorzaken zijn van het tekort, wat hieraan inmiddels is gedaan en wat hiervan de effecten per jaar zijn. En vervolgens of, in dat licht, al dan niet nodig is om tot extra maatregelen te komen ten einde het tekort verder te reduceren. Die afweging is aan het lokaal bestuur. Het college dient wel de gemeenteraad inzicht te verschaffen over deze afweging. Deze afweging dient dan ook in dit onderdeel te worden beschreven. o
•
Suggesties bij de beantwoording van B • • •
• •
•
Geef waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen. U kunt in uw antwoord verwijzen naar eerder genomen maatregelen. Indien mogelijk kunt u de effecten van eerder genomen maatregelen betrekken bij de maatregelen die u nu treft. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO o de benchmark Divosa o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt in uw antwoord bij voorkeur onderscheid maken tussen eerder getroffen maatregelen (voorafgaande jaren) en nieuwe (nog te treffen, lopende het jaar tot indiening). U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten in het sociale domein benoemen.
Onderdeel C De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate van effectiviteit van de maatregelen. Bij deze vraag wordt verwacht dat het college inzichtelijk maakt dat het maatregelen treft waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan een reductie van het tekort.
22
Suggesties bij de beantwoording van C •
• •
U kunt een inschatting van het beoogde effect kwantitatief uitdrukken en als dat niet mogelijk is kunt u het beoogde effect kwalitatief uitdrukken. Onder kwantificering wordt verstaan: de beoogde opbrengst in minder uitkeringen respectievelijk in het beoogde besparingsbedrag. U kunt de beoogde effecten presenteren per maatregel of als dat niet mogelijk is voor meerdere maatregelen gezamenlijk. U kunt aangeven op welke wijze het college de effecten van de maatregelen monitort.
23
Achtergrondinformatie bij dit formulier Wet- en regelgeving In het BPw is geregeld dat het college alleen via een door de minister van SZW beschikbaar gesteld aanvraagformulier een verzoek tot een vangnetuitkering kan indienen, als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet. De verklaring van het college voor een basisverzoek kunt u vinden in het BPw, artikel 10, eerste lid, onder d. De verklaring van het college voor een uitgebreid verzoek kunt u vinden in het BPw artikel 10, eerste lid, onder d, jo. artikel 10, tweede lid. In het BPw staat dat de verklaring van het college een toelichting omvat zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier (BPw, artikel 10, onderdeel e).
Aanvraagprocedure De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Verdere toelichting op de aanvraagprocedure en de vangnetuitkering 2023 kunt u vinden op: www.toetsingscommissievp.nl Via het aanvraagformulier hoeft het college geen informatie te verstrekken over de jaarcijfers (toegekend budget, de netto uitkeringslasten en de door de accountant gerapporteerde foute of onzekere bestedingen), aangezien het ministerie –mede op basis van de SiSa-verantwoording- al over deze gegevens beschikt en zij de toetsingscommissie daarover zal informeren.
Ondersteuning Divosa Divosa, de vereniging van leidinggevenden in het Sociaal Domein, zal periodiek bijeenkomsten organiseren waarbij wordt ingegaan op de vangnetuitkering. Daarnaast wordt de Benchmark door Divosa ondersteund en heeft Divosa een factsheet maatregelen uitgegeven. Ook heeft Divosa bijgedragen aan het beschikbaar komen van een tool waarin de aanvragen van de afgelopen drie jaar zijn verwerkt. De tool en aanvragen worden per VU-jaar op de website van de Toetsingscommissie gepubliceerd. Zie hiervoor de rubriek: informatie over eerdere aanvragen.
i https://atlasresearch.shinyapps.io/rekentool-bijstandsverdeelmodel/ iiwww.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark
24