CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

---------- BIJLAGE 1 163857-Plan van aanpak Groene verbindingen

06. Raadsinformatiebrieven 11 februari 2025, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven behorend bij de portefeuille van wethouder Blomen8.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MONUMENTENBELEID

Samen bouwen aan een sterk en duurzaam groen raamwerk PLAN VAN AANPAK GROENE VERBINDINGEN Spoor 2 van de Groenimpuls Maasgouw Status: goedgekeurd door college op 28 januari 2025

INHOUDSOPGAVE

....................................................................3 ● 1 Inleiding 1.1 Het belang van groene verbindingen ...........................3 1.2 Beleidsmatige context............................................3 1.3 Doel en status van dit plan van aanpak ........................4 1.4 Gehanteerde werkwijze ..........................................4

● 2 Cruciale verbindingen ...................................................5 aan maatregelen ...............................5 ● 3 De3.1gereedschapskist Vergroten inzicht en bewustwording bij eigenaren ..........6 3.2 3.3 3.4 3.5

Vergroening van de landbouw ...................................6 Handhaving .........................................................7 Planologische bescherming ......................................8 Actief natuur ontwikkelen .......................................8

individueel bekeken .........................10 ● 4 De1. verbindingszones Beegden: Beegderhei – Maasvallei...............................10 2. Heel: Pannenhof ...................................................11 3. Heel: St. Anna Beemd .............................................11 4. Heel: Schutteheide ................................................12 5. Panheel: Leerke Ven...............................................12 6. Linne: Vlootbeek ...................................................13 7. Ohé en Laak: Oude Maas ..........................................13 8. Stevensweert: Eiland ..............................................14 9. Ohé en Laak: Walburg .............................................14 10. Brachterbeek: Claus ...............................................14 11. Maasbracht: Haven.................................................15 12. Panheel ..............................................................15 ...................................................................16 ● 5 Fasering 5.1 Fasering van de maatregelen ..................................16 5.2 Fasering van de verbindingen ..................................17

● 6 Uitvoering.................................................................17 6.1 Organisatie........................................................17 6.2 Uitvoeringsplanning..............................................17 6.3 Benodigde financiële middelen ................................18 Bijlage 1

Kaart bestaande groene beleidsdoelen.....................19

Bijlage 2

Kaart verbindingszones onder druk .........................20

Bijlage 3

Begrenzingen verbindingszones op perceelsniveau.......21

Bijlage 4

Faseringsmatrix ................................................32

2

Z/22/024326 - D/24/163857

1 INLEIDING 1.1

Het belang van groene verbindingen

De natuur komt in Nederland steeds verder onder druk te staan. Door heel Nederland verstedelijken groene gebieden en verdwijnen er soorten planten en dieren. Tegelijkertijd is het belang van een groene leefomgeving nog nooit zo groot geweest als nu: een groene leefomgeving is een onmisbare pijler in oplossingen voor actuele thema’s als hittestress, klimaatverandering en behoud van biodiversiteit. Ook voor de gezondheid van de mens is een groene leefomgeving van essentieel belang. Uit onderzoek van Wageningen University & Research blijkt dat een natuurlijke omgeving op verschillende manieren kan bijdragen aan de gezondheid van mensen. Natuur kan onder andere helpen bij het herstellen van stress, bijdragen aan een optimale ontwikkeling van kinderen en stimuleren tot bewegen. Het is dus van essentieel belang dat mensen toegang hebben tot groen en natuur. Maar doordat er tegenwoordig steeds vaker rode ontwikkelingen plaatsvinden op percelen die cruciaal zijn voor groene verbindingen, komen mensen in bebouwde gebieden juist steeds verder van de natuur af te staan. Een ommetje door de natuur vanuit huis kan op veel plekken al niet meer vanwege oprukkende bouwactiviteiten. Wil men de natuur in, dan wordt steeds vaker de auto gepakt om naar natuurgebieden toe te rijden.

Het gevolg hiervan is dat de natuur op deze plekken overlopen wordt, waardoor de kwaliteit van de al bestaande natuurgebieden verslechtert. En wanneer er vanuit die natuurgebieden steeds minder groene verbindingen beschikbaar zijn waarlangs de aanwezige flora en fauna zich kan verspreiden naar andere natuurgebieden, is het mogelijk dat er deelpopulaties ontstaan die compleet geïsoleerd van elkaar gaan leven, met het gevolg dat ze langzamerhand helemaal uit de natuurgebieden zullen verdwijnen. Groene verbindingen zijn dus van essentieel belang om: 1. de kwaliteit van onze woon-, werk- en leefomgeving te verbeteren en te herstellen; 2. onze kernen en daarmee onze inwoners te verbinden met groen/natuur in de buurt; 3. onze natuurgebieden onderling met elkaar te verbinden. Om deze doelen te kunnen halen, is het van groot belang om nu in te grijpen en de huidige cruciale groene verbindingen te koesteren en uit te breiden. Want voor je het weet vinden er op deze plekken rode ontwikkelingen plaats en is het realiseren van groene verbindingen voor plant, dier én mens buiten handbereik.

1.2

Beleidsmatige context

Al direct op bladzijde 2 van het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen bouwen aan een sterk, sociaal en duurzaam Maasgouw’ is de groene ambitie van de gemeente duidelijk verwoord: “We geven gestalte aan een duurzaam Maasgouw. Daarom willen we de kwaliteit van onze leefomgeving versterken, met bijzondere aandacht voor natuur en biodiversiteit.” Die ambitie is beleidsmatig vertaald in de Omgevingsvisie Maasgouw, die op 22 februari 2022 door de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw is vastgesteld. Daarin is opgenomen dat de gemeente Maasgouw de ambitie heeft om de kwaliteiten van de bestaande natuur te versterken en het natuurnetwerk te completeren en het aan te laten sluiten bij het al bestaande Natuur Netwerk Nederland (NNN) en dat er een groen-blauw netwerk gerealiseerd moet worden. Dat groen-blauw netwerk bestaat uit natuurgebieden, verbindingszones (beekdalen), de Maas en de Maasplassen. Deze zijn erg kenmerkend voor Maasgouw en zijn cruciaal om de biodiversiteit te behouden en te herstellen. Tegelijkertijd biedt het ook mogelijkheden om te recreëren voor zowel de bewoners als voor de bezoekers. Om met deze opgave aan de slag te gaan, is in de projectopdracht Groenimpuls Maasgouw het versterken van groene verbindingen als een van de uit te werken sporen benoemd.

Het doel van dit spoor binnen de groenimpuls is het vertalen van de grove pijlen uit de Omgevingsvisie naar een concrete uitwerking op perceelsniveau. Alleen dan is het mogelijk om Maasgouws groene ambities als concreet toetsingskader voor ontwikkelingen toe te passen. Van een grove lijn kan immers bij een concrete ontwikkeling vrij gemakkelijk gezegd worden dat deze maar iets moet opschuiven om een bepaalde (veelal rode) ontwikkeling mogelijk te maken. Maar in de praktijk blijkt dat ‘iets opschuiven’ nu al niet bijna niet meer kan. Op sommige plekken is het binnen Maasgouw dan ook ‘vijf voor twaalf’ wat het realiseren van cruciale verbindingen betreft. 3

Z/22/024326 - D/24/163857

Om deze reden is binnen het project Groenimpuls besloten om inzichtelijk te krijgen waar deze groene verbindingszones precies gerealiseerd moeten worden om op deze manier bij te dragen aan een duurzame samenleving. Dit plan van aanpak betreft dus geen nieuw beleid, maar is een verfijning van bestaand beleid.

Figuur 1: groen-blauw netwerk uit de Omgevingsvisie Maasgouw

1.3

Doel en status van dit plan van aanpak

Het doel van dit plan van aanpak is om inzicht te krijgen waar de groene verbindingen in de gemeente Maasgouw het meest onder druk staan en welke stappen er moeten worden gezet om deze verbindingen te beschermen en te versterken. Na vaststelling door het college is dit plan van aanpak het kader voor de uitvoering van het project Groenimpuls Maasgouw. Tevens vormt dit plan van aanpak dan – hoewel het geen rechtstreekse planologische doorwerking heeft - een toetsingskader bij nieuwe ontwikkelingen.

1.4

Gehanteerde werkwijze

Om te komen tot dit plan van aanpak is de volgende werkwijze gevolgd: 1. Allereerst is een verzamelkaart van ‘bestaand groen’ gemaakt (Bijlage 1). Op deze kaart zijn weergegeven alle gebieden die planologisch al een groene status hebben: bestaande groengebieden uit de gemeentelijke bestemmingsplannen, maar ook de provinciale doelgebieden Natura2000, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Groen-Blauwe mantel. 2. De groene pijlen uit het groen-blauw netwerk zijn vervolgens op de kaart bestaand groen geprojecteerd, zodat duidelijk werd waar er cruciale verbindingen onder druk staan of zelfs geheel ontbreken. 3. Na deze cartografische analyse zijn gesprekken gevoerd met Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten en Stichting het Limburgs Landschap om te toetsen of met de resultaten uit stap 2 inderdaad alle kwetsbare verbindingen in beeld waren. Waar nodig zijn er zaken toegevoegd of aangepast. 4. Per gedefinieerde verbindingszone is vervolgens een analyse van de huidige toestand en bedreigingen gemaakt. Ook is per verbindingszone een streefbeeld gedefinieerd en is bekeken welke maatregelen er zouden moeten worden getroffen om dat streefbeeld te realiseren. 5. De resultaten uit stap 4 zijn besproken met de partijen uit stap 3 en met de Coöperatie Natuurrijk Limburg. 6. Aan de hand van de input uit stap 5 zijn de conceptkaarten gefinetuned tot definitieve streefbeeldkaarten. 7.

De aangepaste streefbeeldkaarten zijn op 12 juni 2024 besproken in de raadswerkgroep Wonen & Leefomgeving. Ook is daar besproken hoe de stap vanuit deze kaarten naar vigerend toetsingsbeleid bij de beoordeling van nieuwe ontwikkelingen zou moeten worden gezet. Aan de hand van de gevoerde discussie in de raadswerkgroep is voorliggend plan van aanpak opgesteld. Hierin worden per verbinding de huidige situatie, kansen en bedreigingen toegelicht. Het plan van aanpak 4

Z/22/024326 - D/24/163857

bevat ook een fasering in urgentie van verbindingen en maatregelen en maakt inzichtelijk welke percelen deel uitmaken van de verbindingen die onder druk staan (zie bijlage 3). Ook wordt aangegeven welke acties er de komende twee jaar zullen worden uitgevoerd om een start te maken met het realiseren van het doel van dit project: het beschermen en versterken van groene verbindingen die onder druk staan.

2 CRUCIALE VERBINDINGEN Zoals in paragraaf 1.3 is vermeld, is aan de hand van bestaand groenbeleid en het groen-blauwe netwerk uit de Omgevingsvisie gekeken waar er cruciale verbindingen ontbreken of in ieder geval onder druk staan. De kwalificatie ‘onder druk staan’ is aan een verbinding toegekend om verschillende redenen: • Het betreft percelen wanneer deze bebouwd worden het realiseren van een groene verbinding niet meer mogelijk is. Dit geldt zowel voor de recreatieve als voor de ecologische verbindingen. • Op diverse plekken zijn er percelen die in het omgevingsplan wel al de functie natuur hebben, maar in de praktijk niet zo zijn ingericht. • Verder zijn er ook verbindingen die nu zo smal zijn dat wanneer de mens er recreëert de natuur zo onder druk komt te staan dat de natuur nauwelijks baat meer heeft bij deze verbinding. Op basis van deze criteria zijn de volgende 13 cruciale verbindingen gedefinieerd: 1. Beegderhei – Maasvallei 2. Pannenhof 3. St. Anna Beemd 4. Schutteheide 5. Leerke Ven 6. Vlootbeek 7. Oude Maas 8. Eiland 9. Walburg 10. Claus 11. Haven 12. Panheel 13. Beekverlegging Thorn-Wessem Bijlage 2 toont waar deze verbindingszones zich precies bevinden. Voor dit plan van aanpak zijn de verbindingen 1 tot en met 12 beoordeeld en nader uitgewerkt.

Voor het gebied tussen Thorn en Wessem wordt al een integraal gebiedsplan opgesteld waarin de ambitie om het nieuwe beektracé van de Thornerbeek in te richten als groene verbinding tussen Thorn en Wessem, wordt uitgewerkt. Wanneer deze beoogde ontwikkeling dusdanig afzwakt of uitblijft dat het realiseren van een groene verbinding in gevaar komt, zal alsnog gekeken moeten worden hoe deze groene verbindingszone zelfstandig versterkt kan worden.

3 DE GEREEDSCHAPSKIST AAN MAATREGELEN Zoals in hoofdstuk 2 al is aangeduid, spelen er bij elke verbinding andere zaken waardoor deze verbindingen onder druk staan. Zo staat de ene verbinding onder druk omdat er rondom het gebied rode ontwikkelingen plaatsvinden, terwijl bij de andere verbinding een compensatieverplichting of landschappelijke inpassing niet is uitgevoerd of de percelen anders worden gebruikt of beheerd dan de feitelijke bestemming Natuur vereist. Er is dan ook een heel divers arsenaal aan maatregelen nodig om de diverse groene verbindingen te behouden en versterken. Deze maatregelen worden in dit hoofdstuk nader toegelicht. Hierbij wordt opgemerkt dat de maatregelen tot stand zijn gekomen door te kijken hoe met zo klein mogelijke ingrepen de best mogelijke resultaten gerealiseerd kunnen worden. Het wil echter niet zeggen dat deze maatregelen vast staan. Wanneer er op een bepaald perceel bijvoorbeeld bos ontwikkeld moet worden, wil dat niet direct zeggen dat het hele perceel bebost moet worden. Door in toekomstig beboste gebieden ook open plekken te creëren, wordt het landschap afwisselender en dat bevordert de biodiversiteit. Dit is bij de ene 5

Z/22/024326 - D/24/163857

maatregel makkelijker toe te passen dan bij de ander, maar in de basis geldt dit principe voor alle maatregelen.

3.1

Vergroten inzicht en bewustwording bij eigenaren

Als eerste is het gesprek aangaan met eigenaren aan de orde. Soms is met relatief kleine of eenvoudige maatregelen al veel winst te behalen. Die potentiële ‘quick wins’ kunnen bijvoorbeeld worden geboekt met de volgende maatregelen. Zonering recreatief gebruik Deze maatregel heeft betrekking op percelen waar op dit moment de natuur dusdanige hinder ondervindt van menselijke activiteiten de natuur beschadigd wordt. Door het recreatief gebruik te zoneren, zal het aantal menselijke activiteiten in de gezoneerde gebieden afnemen waardoor de natuur weer tot rust kan komen. Op plaatsen waar dit aan de orde is, gaan we in overleg met de eigenaren en beheerders van de betreffende terreinen. Hekwerk verwijderen Deze maatregel heeft betrekking op percelen waar een hekwerk er voor zorgt dat een ecologische verbinding wordt onderbroken. Het hekwerk zorgt er namelijk voor dat het voor de aanwezig fauna moeilijker wordt om zich van a naar b te verplaatsen. Door het hekwerk te verwijderen wordt het voor de aanwezige fauna makkelijker om te migreren tussen de verschillende natuurgebieden. Op plaatsen waar dit aan de orde is, gaan we in overleg met de grondeigenaren om kijken of het mogelijk is om het hekwerk te verwijderen.

Ecologisch beheer stimuleren Deze maatregel heeft betrekking op percelen die al natuurlijk zijn ingericht, maar daarbij helaas zo beheerd worden dat ze in de praktijk niet hun volledige ecologische potentieel kunnen bereiken. Door ecologisch beheer te stimuleren, kan het volledige ecologische potentieel van deze percelen worden bereikt. We gaan in gesprek met grondeigenaren om ze erop te attenderen dat het beheer dat ze uitvoeren ecologisch niet zo waardevol is, terwijl ze met een even grote inspanning hetzelfde gebied ecologisch waardevoller kan zijn. Door kennis over te brengen welke beheersmaatregelen geschikt zijn voor de desbetreffende percelen kan het beheer zo worden aangepast dat de ecologische kwaliteit fors zal verbeteren. Bedrijven kunnen dit ook gebruiken om hun eigen groene imago op te poetsen. Er zijn Figuur 2: Ecologisch beheerde wadi Brachterbeek met diverse bedrijven al goede resultaten geboekt: Linssen Yachts, GXO, de nautische boulevard en de scheepswerf. Met het delen van deze resultaten kunnen hopelijk ook andere bedrijven worden aangespoord zaken te verbeteren. Vergroening parkeerterrein stimuleren Deze maatregel heeft betrekking op parkeerplaatsen rondom groene verbindingszones die op dit moment compleet uit asfalt bestaan. Door parkeerplaatsen te vergroenen kunnen deze zelfs onderdeel gaan uitmaken van een groene verbindingszone.

We gaan het gesprek aan met betreffende eigenaren om hen te stimuleren parkeerterreinen te vergroenen door bijvoorbeeld inheemse bomen en gemengde hagen aan te planten.

3.2

Vergroening van de landbouw

Een intensievere vorm van vergroten van inzicht en bewustwording zetten we in bij de agrarische sector. De landbouwsector kan een grote invloed hebben op het versterken van groene verbindingen. Door het aanpassen van de bedrijfsvoering kunnen schadelijke effecten van traditionele landbouw op nabijgelegen groen- en natuurgebieden aanzienlijk worden verminderd. Het omvormen naar biologische landbouw of het kiezen van andere soorten teelten zijn hier voorbeelden van. In dit project beperken we ons tot het stimuleren van natuurinclusieve landbouw.

6

Z/22/024326 - D/24/163857

Natuurinclusieve landbouw stimuleren Deze maatregel heeft betrekking op percelen waar op dit moment agrarische activiteiten op plaatsvinden. Aangezien boeren vaak grote stukken grond bezitten die ervoor kunnen zorgen dat natuurgebieden met elkaar verbonden worden, zullen ze bij dit plan betrokken moeten worden. Om het meest optimale resultaat te behalen, zal het landbouwgebruik rondom deze verbindingszones natuurinclusief moeten worden. Dit wil zeggen: het komen tot een economisch verantwoorde landbouw die in balans is met een rijke (functionele) biodiversiteit en de daartoe te stellen kwaliteitseisen aan de natuurlijke omgeving (i.e. bodem, water, klimaat, landschap en leefmilieu). De gemeente zal met partners moeten kijken hoe ze de boeren hierbij kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door middel van subsidies. Uit gesprekken die met Natuurrijk Limburg zijn gevoerd, is gebleken dat er subsidies zijn voor agrariërs om natuurinclusief te gaan exploiteren. Wanneer agrariërs gebruik maken van deze subsidie, kunnen ze een vergoeding krijgen per hectare grond die zij natuurinclusief exploiteren. Natuurrijk Limburg is hierbij een goede partner en heeft ook de middelen om agrariërs hierbij te ondersteunen.

Om tot de uiteindelijke uitvoering te komen zullen er gesprekken gevoerd moeten worden met Natuurrijk Limburg en de provincie om te kijken wat de precieze mogelijkheden zijn om natuurinclusieve landbouw te stimuleren en vervolgens hopelijk ook te realiseren.

Figuur 3: bloemrijke akkerranden: een voorbeeld van natuurinclusieve landbouw

3.3

Handhaving

Er komen situaties voor waarin de groene waarden van een gebied op papier goed geregeld zijn, maar in werkelijkheid totaal niet. Bijvoorbeeld als een perceel op grond van reeds bestaande bestemmingsplannen in het huidige omgevingsplan al de functie Natuur heeft, maar er toch andere activiteiten op plaatsvinden. Of wanneer initiatiefnemers een vergunning hebben gekregen voor bouwactiviteiten onder de voorwaarde dat er een landschappelijke inpassing gerealiseerd moet worden, maar die niet hebben gerealiseerd of in stand gehouden. Hier is de fase van bewustwording kweken bij eigenaren niet meer aan de orde en moet handhavend worden opgetreden. Functie natuur nakomen Deze maatregel heeft betrekking op percelen die al de functie natuur hebben, maar in werkelijkheid nog niet zo zijn ingericht. Deels komt dit omdat er sprake is van een bestaand overgangsrecht waarmee een vorige functie van het perceel mag worden gecontinueerd, maar vaker gebeurt dit doordat er afspraken zijn gemaakt met de eigenaren van de desbetreffende percelen die deze afspraken door de tijd heen vergeten of bewust niet nakomen. Aangezien hier niet op gehandhaafd wordt, blijven deze percelen hun huidige functie behouden en wordt er geen natuur gerealiseerd.

Er zal dus actief gehandhaafd moeten worden op percelen die de functie natuur hebben, maar waar in de realiteit nog geen natuur op is gerealiseerd of – nog erger - waar activiteiten plaatsvinden die strijdig zijn met de bestaande functie natuur. Om ervoor te zorgen dat hierop gehandhaafd wordt en handhavingscapaciteit hiervoor beschikbaar komt, moet dit worden opgenomen in het UP van de MER-OD. Landschappelijke inpassing nakomen Deze maatregel heeft betrekking op percelen waar de afspraak is gemaakt om de desbetreffende percelen landschappelijk in te laten passen, maar waar dit nog niet is gebeurd of waar de inpassing weer is verdwenen vanwege onvoldoende nazorg of – erger nog – bewuste aantasting. Er zal dus actief gehandhaafd moeten worden op het realiseren én instandhouden van een verplicht gestelde landschappelijke inpassing. Dit geldt ook voor percelen die in het verleden landschappelijk ingepast zijn maar tegenwoordig zo zijn verwaarloosd dat de landschappelijke inpassing niet meer zichtbaar is in het landschap. Om ervoor te zorgen dat dit ook gerealiseerd gaat worden en handhavingscapaciteit hiervoor beschikbaar komt, moet dit worden opgenomen in het UP van de MER-OD. Figuur 4: landschappelijke inpassing 7

Z/22/024326 - D/24/163857

3.4

Planologische bescherming

Nog een stap verder dan handhaving is het planologisch gaan beschermen van percelen. Er zijn sommige schakels in verbindingen die zodanig kwetsbaar of onmisbaar zijn dat een actieve planologische bescherming nodig is om onherstelbare aantasting te voorkomen. Waar dit aan de orde is, zal het omgevingsplan moeten worden aangepast. Het wijzigen van de planologische functie van percelen is een ingrijpende maatregel met verstrekkende gevolgen voor de grondeigenaar in kwestie. Doordat er bepaalde ontwikkelingen op gronden niet meer mogelijk zijn, treedt voor een eigenaar financieel nadeel op. De eigenaar kan van de gemeente eisen dat zij dit nadeel compenseert. De maatregel ‘planologisch beschermen’ is dus ook voor de gemeente een ingrijpende maatregel. We gaan deze daarom niet meteen inzetten op gronden van derden. Voor die gronden gaan we eerst in gesprek met de eigenaar om te verkennen of het mogelijk is het perceel in kwestie ook zonder het wijzigen van de planologische functie te vergroenen. Rode ontwikkelingen tegenhouden Deze maatregel heeft betrekking op percelen waarbij er op korte termijn plannen zijn om deze te bebouwen maar op de lange termijn kunnen dienen als onderdeel van een groene verbindingszone.

Door in kaart te brengen om welke percelen dit precies gaat kan er voorkomen worden dat er op deze percelen rode ontwikkelingen gaan plaatsvinden: dit zijn eigenlijk alle percelen die nodig zijn om een groene verbindingszone in zijn minimaalste variant te realiseren en dus een cruciale schakel zijn. Functie Agrarisch omzetten naar natuur Deze maatregel houdt in dat de functie agrarisch omgezet moet worden naar de functie natuur. Hierdoor wordt de functie van deze percelen in de verbinding sterk beschermd. Functie Groen omzetten naar natuur Deze maatregel houdt in dat de functie groen omgezet moet worden naar functie natuur. Hierdoor wordt de functie van deze percelen in de verbinding sterker beschermd dan met een functieaanduiding Groen. Functie Industrie omzetten naar natuur Deze maatregel houdt in dat de functie industrie omgezet moet worden naar de functie natuur. Hierdoor wordt de functie van deze percelen in de verbinding sterk beschermd. Functie Recreatie omzetten naar natuur Deze maatregel houdt in dat de functie recreatie omgezet moet worden naar de functie natuur. Hierdoor wordt de functie van deze percelen in de verbinding sterk beschermd.

3.5

Actief natuur ontwikkelen

De meest effectieve set aan maatregelen betreft uiteraard het actief ontwikkelen van nieuwe natuur op gronden die nu nog een ander gebruik kennen. Net als het regelen van planologische bescherming is dit een dure maatregel. Het is dan ook goed om hierin samen te werken met partners, bijvoorbeeld door te proberen natuurcompensatieverplichtingen in deze gebieden te laten landen of mee te liften op doelen van andere partijen die actief zijn in het buitengebied, zoals Provincie Limburg, Rijkswaterstaat, Waterschap Limburg en de terreinbeherende instanties. Bos ontwikkelen Deze maatregel houdt in dat er op deze percelen bos ontwikkeld moet worden om een succesvolle groene verbinding te realiseren. Het type bos moet nader bepaald worden omdat de ene boomsoort onder bepaalde omstandigheden beter groeit dan de andere. Bij het aanplanten van bos is het belangrijk inheemse gebiedseigen loofbomen en struiken aan te planten om een vitaal en toekomstbestendig bos te ontwikkelen. Figuur 5: aanplant jonge bomen

8

Z/22/024326 - D/24/163857

Cultuurhistorisch landschap herstellen

Figuur 6: cultuurhistorische landschapselementen

Deze maatregel houdt in dat waar cultuurhistorisch elementen uit het landschap zijn verdwenen, deze teruggeplaatst moeten worden. Cultuurhistorische elementen laten zien hoe het landschap er vroeger uitzag. Hierdoor krijgen mensen een beter beeld van hoe het landschap er in het verleden uitzag en krijgen ze meer binding met het landschap. Het cultuurhistorisch landschap kan worden hersteld door bijvoorbeeld knotwilgen, laanbomen en hoogstamboomgaarden her aan te planten. Maar ook het opnieuw aanleggen van historische paden valt onder het cultuurhistorisch landschap herstellen.

Kruidenrijk grasland ontwikkelen Deze maatregel heeft betrekking op percelen waar natuur op ontwikkeld moet worden, maar waar eigenlijk geen bosopslag gewenst of toegestaan is. Denk bijvoorbeeld aan dijken of op plaatsen die van oudsher een open karakter hebben. Door op deze percelen kruidenrijk grasland te ontwikkelen is het toch mogelijk om natuur te ontwikkelen en kunnen ze toch een schakelfunctie vervullen in een groene verbindingszone. We moeten hiervoor in gesprek gaan met de eigenaren van de desbetreffende percelen om te bespreken of er een inheems gebiedseigen kruidenmengsel door de huidige vegetatie gezaaid kan worden. Vervolgens moet dit kruidenmengsel extensief en gefaseerd gemaaid worden om het gewenste resultaat te behalen.

Figuur 7: kruidenrijk grasland

Struweel ontwikkelen Deze maatregel heeft betrekking op percelen die dienen als overgang tussen het open en gesloten landschap. Struweel is een relatief breed begrip: het kan gaan om een individuele boom/struik met daarom heen kruidenrijk grasland, maar een dichte haag wordt ook struweel genoemd. Per verbinding zal er gekeken moeten worden welk type struweel het best toegepast kan worden om de groene verbindingszone te herstellen. De uitvoering van deze maatregel bestaat uit het aanplanten van inheemse gebiedseigen struiken aanplanten in de vorm van solitaire struiken of haagstructuren, afhankelijk van de exacte locatie. De ruimtes tussen de solitaire struiken of hagen moeten worden ingezaaid met een inheems gebiedseigen kruidenmengsel. Het kruidenmengsel zal vervolgens extensief en gefaseerd gemaaid moeten worden om het gewenste resultaat te behalen.

Figuur 8: Halfopen struweellandschap

Figuur 9: Struweelhaag

9

Z/22/024326 - D/24/163857

4 DE VERBINDINGSZONES INDIVIDUEEL BEKEKEN Nu we hebben gezien waar de cruciale verbindingen liggen en welke set maatregelen we hebben om deze te versterken en behouden, zoomen we op de individuele verbindingen in. We bekijken per verbinding wat de bedreigingen en oplossingsrichtingen zijn, wat het streefbeeld voor de inrichting van de verbinding is en welke set maatregelen hier kan worden ingezet om dat streefbeeld te gaan behalen. Bijlage 3 toont de kaartbeelden die voor elke groene verbinding zijn opgesteld. 1. Beegden: Beegderhei – Maasvallei De verbinding Beegderhei – Maasvallei staat onder druk omdat er nog maar een paar percelen (zie rechter kaartje hieronder) zijn die een groene verbinding kunnen vormen tussen de hoge zandgronden van de Beegderhei en de uiterwaarden van de Maasvallei. Wanneer er op deze percelen rode ontwikkelingen plaatsvinden is het realiseren van deze groene verbinding niet meer mogelijk.

Het streefbeeld voor deze verbinding bestaat uit twee onderdelen: • De nog niet bebouwde percelen die op de hoge zandgronden liggen omvormen naar bos • De landbouwfunctie op de gronden in de uiterwaarden omturnen naar natuurinclusieve landbouw De percelen die zijn aangeduid als om te vormen naar bos (weergegeven op kaartje rechts) zijn cruciaal voor het overeind houden van deze verbinding. Het tegengaan van rode ontwikkelingen op deze percelen is noodzakelijk. Het gevaar van verdere verstening is het grootst voor de gronden gelegen tussen de gebouwen van de voormalige steenfabriek St. Joseph en de bosrand op de steilrand naar het uiterwaardengebied. Voor die gronden wordt daarom actieve planologische bescherming voorgesteld.

10

Z/22/024326 - D/24/163857

2. Heel: Pannenhof De verbinding Pannenhof vormt de groene verbinding tussen de Lange Vlieter en de Maasvallei. Deze verbinding staat onder druk omdat deze relatief smal is en slechts wordt gevormd door enkele cruciale percelen. Wanneer deze bebouwd worden, is het realiseren van deze groene verbinding niet meer mogelijk. Echter vinden er of gaan er in toekomst rode ontwikkelingen (ontwikkeling Pannenhof en woningbouw Sleydal) plaatsvinden op sommige percelen die cruciaal zijn voor de realisatie van een groene verbinding. Het gebied tussen Beegden en Heel wordt langzaam maar zeker steeds meer bebouwd. Als het zo doorgaat zijn Beegden en Heel straks aan elkaar verbonden. Voor deze verbindingszone is het dus echt ‘vijf voor twaalf’. Het streefbeeld voor deze verbinding bestaat uit vier onderdelen: • Herstellen van het cultuurhistorisch landschap rond kasteel Nederhoven • Ontwikkelen van bos en struweel op de ontbrekende schakels in de bestaande boszones • Het omvormen van de soortenarme graslandvegetatie op de dijken en naastgelegen weilandjes naar kruidenrijk grasland • De landbouwfunctie op de gronden in de uiterwaarden omturnen naar natuurinclusieve landbouw Om überhaupt nog een groene verbindingszone te kunnen realiseren, moeten de percelen waar nog geen rode ontwikkelingen op hebben plaatsgevonden, worden gekoesterd.

Voorkomen moet worden dat hierop rode ontwikkelingen gaan plaatsvinden. De percelen rondom de Pannenhof zijn het meest cruciaal voor het overeind houden van deze verbinding. Voor die gronden wordt daarom actieve planologische bescherming voorgesteld. 3. Heel: St. Anna Beemd De oeverzones van de Sleybeek zouden moeten dienen als groene verbinding tussen het Polderveld en de St. Anna Beemd. Maar omdat de oevers hier erg steil zijn en op een niet natuurlijke wijze zijn ingericht (zie Figuur 10), functioneert deze verbinding ecologisch gezien verre van optimaal. Daarnaast hebben in dit gebied allerlei projecten plaatsgevonden, maar is de natuur die gerealiseerd is niet goed gerealiseerd of is de verplichte landschappelijke inpassing niet nagekomen. Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit: • Aanplanten van bos op de percelen grenzend aan de bossen van de St. Annabeemd • Het (laten) ontwikkelen van rivierbossen op de oevers van de Slaag en de Maas. • Het omvormen van de soortenarme graslandvegetatie op de dijken naar kruidenrijk grasland. • De landbouwfunctie op de gronden in de uiterwaarden van de Slaag omturnen naar natuurinclusieve landbouw De percelen gelegen langs de Polderweg zijn cruciaal voor het overeind houden van deze verbinding. Het tegengaan van rode ontwikkelingen op deze percelen is noodzakelijk.

Het gevaar van verdere verstening is het grootst voor de gronden grenzend aan de gebouwen van de manage. Voor die gronden wordt daarom actieve planologische bescherming voorgesteld. Er zijn in dit gebied quick wins voorhanden door te handhaven op de aan vergunningen gekoppelde verplichtingen om landschappelijke inpassing of natuurontwikkeling te realiseren én in stand te houden. Figuur 10: Oeverzones Sleybeek

11

Z/22/024326 - D/24/163857

4. Heel: Schutteheide De verbinding Schutteheide verbindt het Maasdal met het bosgebied Daalzicht ten noorden van de kern Heel, en van daaruit ook met de natuurgebieden Tuspeel en Heelderpeel langs de N273. De verbinding staat onder druk omdat deze overal erg smal is. Het bosperceel dat tussen het vakantiepark Boschmolenplas en de bebouwde kom van Heel ligt is op sommige plaatsen zo smal dat er alleen nog maar een pad door loopt (Figuur 11). Aan de zuidkant van deze verbinding zijn er mogelijkheden om de ecologische verbindingsfunctie van de oeverzones van de plassen het Tesken en de Boschmolenplas te verbeteren. De oeverzones van deze plassen hebben planologisch wel al de functie natuur, maar deze zijn deze nog niet zo ingericht en worden ook niet als zodanig beheerd.

Figuur 11: Pad ingesloten door hekwerk

Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit: • het (laten) ontwikkelen van rivierbossen op de oevers van het Tesken; • het omvormen van de soortenarme graslandvegetatie in de oeverzones en de aangrenzende weilandjes naar kruidenrijk grasland; • het verbeteren van de passeerbaarheid van het gaashekwerk rondom de terreinen van zorginstelling Daalzicht voor fauna, bij voorkeur door het hekwerk te verwijderen of anders door er faunadoorgangen in aan te brengen. Op de percelen die grenzen aan de bebouwingsrand van Heel bestaat een risico op het verder oprukken van bebouwing. Voor die percelen wordt een actieve planologische bescherming geadviseerd om rode ontwikkelingen ter plekke te kunnen weren. Ook in dit gebied zijn quick wins voorhanden door eigenaren te stimuleren hun beheer aan te passen. 5. Panheel: Leerke Ven De verbinding Leerke Ven is belangrijk voor de doelsoort bever. Het water en de oevers van het Leerke Ven en de Boschmolenplas vormen leefgebied van de bever. Tussen beide wateren is een bevertunnel aangelegd en deze moet goed bereikbaar en functionerend blijven. Ook moet de oeverzone van de Panheelderbeek door middel van groen robuuster gemaakt worden om te zorgen voor een vitalere verbinding. Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit vooral uit het (laten) ontwikkelen van een struweellandschap op de oevers van de Boschmolenplas en de Panheelderbeek.

Ook hier is een quick win voorhanden: de duikclub die is gevestigd aan de Boschmolenplas heeft, gekoppeld aan een verleende vergunning voor de aanleg van een parkeerterrein, nog een verplichting om natuur te compenseren. Het realiseren van deze verplichting is nog niet nagekomen.

12

Z/22/024326 - D/24/163857

6. Linne: Vlootbeek Verbinding Vlootbeek staat erg onder druk en is zelfs kwetsbaar. Doordat deze beek aan beide zijde sterk begrensd is door rode ontwikkelingen, is deze verbinding op sommige plaatsen nog maar amper 10 meter breed. Het grootste knelpunt ligt waar de Vlootbeek de Rijksweg, het spoor en de A73 kruist. Het is om deze reden extra belangrijk om oevers van de Vlootbeek te voorzien van robuuster groen om een buffer te creëren ter compensatie van de smalle passage die onder de eerder genoemde knelpunten loopt. Tegelijkertijd gaan er in de omgeving van de Vlootbeek ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die betrekking hebben met de ontwikkelingen rondom de Claus centrale. Kortom deze verbinding staat zwaar onder druk waarbij nog slechts enkele percelen het mogelijk maken dat deze verbinding behouden en versterkt wordt. Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit: • het versterken van de beekbegeleidende beplantingszone aan weerszijden van de Vlootbeek; • de landbouwfunctie op de gronden aan weerzijden van het Vlootbeekdal omturnen naar natuurinclusieve landbouw • de terreinen rondom het transformatorstation aan de Linnerweg ecologisch gaan beheren.

7. Ohé en Laak: Oude Maas De Oude Maas vormt een belangrijke verbinding tussen de Maas en de Molenplas. Deze verbinding maakt deel uit van de grote verbindingscorridor Grensmaas en staat onder druk omdat er nog maar weinig niet bebouwde percelen in deze zone liggen die de groene verbinding vormen. Bovendien staat dit deel van Ohé en Laak ook op een lijst met zoeklocaties voor een recreatieve TOP. Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit: • het ontwikkelen van een struweellandschap aan weerszijden van de Oude Maas; • de landbouwfunctie op de gronden tussen Dorpsstraat en Schroevendaalse plas omturnen naar natuurinclusieve landbouw. De percelen in de smalle zone tussen Contelmostraat en kanaaldijk zijn dermate cruciaal voor het kunnen functioneren van de verbinding dat hiervoor actieve planologische bescherming wordt geadviseerd. Een grote kans om deze verbindingszone flink te verbeteren, ligt bij Rijkswaterstaat. De oevers van het Julianakanaal worden niet ecologisch beheerd. Door dit wel te doen, zal de biodiversiteit op de kanaaloevers sterk verbeteren. Deze maatregel zal daarbij ook een regionale functie hebben: het kanaal kan zo een kilometers lange ecologische verbindingszone worden. Datzelfde zal ook gelden voor andere watergangen van Rijkswaterstaat die evenmin ecologisch worden beheerd.

Het verdient aanbeveling om deze discussie eens in regionaal verband met Rijkswaterstaat te voeren.

13

Z/22/024326 - D/24/163857

8. Stevensweert: Eiland Net als de verbindingszone Oude Maas maakt ook verbinding Eiland deel uit van de grote verbindingscorridor Grensmaas. De verbinding Eiland staat onder druk omdat het groen aan de oeverzones van de Oude Maas ontbreekt of erg minimaal is. Zo is op de meeste plaatsen langs de Oude Maas de natuur maar een paar meter breed. Dit is te smal om te dienen als ecologische verbindingszone. Verder moet er voorkomen worden dat er op de percelen ten zuiden van de Maasbrachter watersportvereniging rode ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit: • het ontwikkelen van rivierbos op de oevers van de Oude Maas; • het omvormen van de soortenarme graslandvegetatie op de dijken naar kruidenrijk grasland; • de landbouwfunctie in het gebied omturnen naar natuurinclusieve landbouw.

9. ...Ohé en Laak: Walburg De verbinding Walburg staat niet echt onder druk van rode ontwikkelingen, maar is in dit plan van aanpak opgenomen op grond van het gevoerde overleg met Het Limburgs Landschap en Natuurmonumenten. In dit gebied lopen namelijk al grote grazers van Natuurmonumenten. Door ook de percelen bij Walburg naar de toekomst toe een verbindingsfunctie te geven, kunnen deze grazers zich beter verspreiden door het gebied. Hierdoor ontstaat er een natuurlijkere situatie wat resulteert tot een natuurlijker landschap met een hoger biodiversiteitsgehalte. Het gebied gaat zo een verbinding vormen tussen de Molenplas en de Maas. Bovendien dienen de Maasoevers op zichzelf al als belangrijke ecologische verbindingszone en kan hier dus een enorme winst voor de natuur worden behaald. Wanneer er natuur langs de oevers van de Maas gerealiseerd wordt, kan er ook een wandelpad aangelegd worden dat Stevensweert verbindt met kasteel Walburg. Deze verbinding heeft dus ook een grote recreatieve waarde voor de mens. Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit: • het ontwikkelen van een struweellandschap op de oevers van de Maas; • de landbouwfunctie in het gebied omturnen naar natuurinclusieve landbouw; • het herstellen van cultuurhistorische landschapselementen langs de Sint Annaweg. 10.

Brachterbeek: Claus De verbinding Claus staat onder druk omdat er in de toekomst ontwikkelingen gaan plaatsvinden die betrekking hebben op de Clauscentrale en de omgeving. Omdat dit over het algemeen alleen maar rode ontwikkelingen zijn, worden de inwoners van Brachterbeek meer en meer afgezonderd van de natuur en kunnen ze straks niet meer vanuit thuis een rondje door de natuur gaan lopen. Ook zijn er in dit gebied een aantal percelen die cruciaal zijn als het gaat over ecologische verbindingszones. Wanneer er op deze percelen gebouwd gaat worden is het realiseren van een groene verbinding niet meer mogelijk.

14

Z/22/024326 - D/24/163857

Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit: • het omturnen van de landbouwfunctie in het gebied naar natuurinclusieve landbouw; • het omvormen van de soortenarme graslandvegetatie op de dijken naar kruidenrijk grasland • het beplanten van enkele ‘happen’ in bestaande bosstructuren; 11. Maasbracht: Haven De verbinding Maasbracht haven staat onder druk omdat de haven van Maasbracht wordt heringericht. Dit heeft gevolgen voor de ecologische verbindingsfunctie van de Maas met zijn oevers. Door de activiteiten die in het havengebied plaatsvinden, is er veel overbodig licht aanwezig. Dit heeft negatieve gevolgen voor diverse soorten vleermuizen die langs de Maas migreren. Tegelijkertijd neemt het groen langs de oevers af om ruimte te maken voor industrie. Dat is behalve voor de natuur ook nadelig voor de mens, want de landtong en oeverzones kennen ook een recreatief medegebruik. Het is dus van belang om het groen mee te nemen bij de planvorming voor de herinrichting van de haven. Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit: • het omvormen van de soortenarme graslandvegetatie op de landtong naar kruidenrijk grasland • het beplanten van de noordelijke punt van de landtong en enkele oeverzones; Om de verbindingsfunctie van de Maas te kunnen behouden, moeten de oeverzones waar nog geen rode ontwikkelingen op hebben plaatsgevonden, worden gekoesterd.

Voorkomen moet worden dat hierop alsnog rode ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Om die reden wordt voor de zone rondom de Scheepswerf Maasbracht en voor de oeverzone van industrieterrein Koeweide actieve planologische bescherming voorgesteld. 12. Panheel De verbinding Panheel staat onder druk omdat er enkele (wild)tunnels die onder de A2 lopen dreigen te worden verwijderd als gevolg van de dijkverzwaringsplannen van Waterschap Limburg. Deze (wild)tunnels worden door de plaatselijke fauna gebruikt om tussen de verschillende natuurgebieden te migreren (Figuur 12) . Zo zijn er onder andere sporen van dassen aangetroffen in een van de tunnels onder de A2. Tegelijkertijd is de natuur rondom deze tunnels ook erg fragiel en zullen. Verder zijn er ook percelen die de functie industrie hebben. Wanneer er op deze percelen rode ontwikkelingen gaan plaatsvinden is het realiseren van een groene verbinding niet meer mogelijk. Door meer natuur te ontwikkelen rondom deze (wild)tunnels, worden de toelopen naar de tunnels robuuster en zal de ecologische verbindingsfunctie van de tunnels blijven behouden en verbeterd. Bovendien wordt het zo ook voor de inwoners van Wessem en Panheel aantrekkelijker om een ronde door de natuur te gaan lopen zonder dat ze met de auto ergens heen moeten gaan.

Het ontwikkeldoel voor deze verbinding bestaat uit: • de nog onbebouwde terreinen beplanten met bosplantsoen en struweelbeplanting; • de toeleiding van de tunnel omvormen van soortenarme graslandvegetatie naar kruidenrijk grasland. Om het functioneren van de overblijvende wildtunnel onder de A2 door veilig Figuur 12: Pootafdruk das te stellen, is het van groot belang dat er in de directe omgeving géén extra bebouwing meer wordt toegevoegd. Om die reden wordt voor deze zone actieve planologische bescherming voorgesteld.

15

Z/22/024326 - D/24/163857

5 FASERING In hoofdstuk 4 is per groene verbinding beschreven wat het ontwikkeldoel is en welke maatregelen er ingezet zouden moeten worden om het beoogde doel te behalen. Alle twaalf beschreven verbindingen staan onder druk en behoeven vanuit die wetenschap actie richting realisatie en bescherming. Maar binnen de twaalf verbindingen en zelfs per verbinding zijn er verschillen in urgentie of in mate van uitvoeringsrijpheid van voorgestelde maatregelen te onderscheiden. Als we die verschillen als secundair toetsingscriterium hanteren, kan er een op basis daarvan een fasering voor de uitvoering worden aangebracht. Die fasering wordt in dit hoofdstuk beschreven.

5.1

Fasering van de maatregelen

Voor het bepalen van deze fasering worden de benodigde acties die in hoofdstuk 4 zijn beschreven, onderverdeeld in vier categorieën: I. Urgent: actie op korte termijn nodig om onherstelbare schade aan de verbinding te voorkomen II. Laaghangend fruit: met weinig moeilijkheden en financiële middelen op korte termijn uitvoerbaar III. Aan de slag: ambities op de korte termijn die nog wat werk vereisen voordat ze kunnen worden uitgevoerd IV. Stip aan de horizon: ambities op de lange termijn die voorlopig niet uitvoerbaar worden geacht Deze vier categorieën worden hieronder nader toegelicht. Het wil overigens niet zeggen dat acties die in categorie IV zijn ingedeeld pas kunnen worden opgepakt als alle acties uit de categorieën I t/m III zijn afgerond. Het betreft hier een dynamische fasering die kan wijzigen als gevolg van ontwikkelingen of kansen die zich in het plangebied van de betreffende verbinding manifesteren.

I: Urgent In deze categorie vallen acties die nodig zijn om onherstelbare schade aan de verbinding te voorkomen of om de vereiste omvang van de verbinding veilig te stellen. Hieronder valt in ieder geval het tegengaan van rode ontwikkelingen, maar ook het strategisch aankopen van gronden die te koop komen kan hieronder vallen.

II: Laaghangend fruit De acties die in deze categorie zijn ingedeeld, worden met relatief weinig moeilijkheden en financiële middelen binnen twee jaar uitvoerbaar geacht. Dit betreft de volgende maatregelen: 1)

Handhaving Als er vanuit een planologisch besluit een verplichting ligt tot het aanleggen en instandhouden van natuur, is het allereerst te plukken laaghangend fruit natuurlijk het bewaken dat deze verplichting wordt nagekomen en er actie op wordt ondernomen als dat niet het geval is.

2)

Vergroten inzicht en bewustwording bij eigenaren Zaken als het zoneren van recreatie, het verwijderen of passeerbaar maken van hekwerken en het ecologisch opwaarderen van terreindelen door vergroening of aanpassing van het beheer kosten weinig inspanning, maar leveren al een mooie meerwaarde op in het functioneren van een perceel als nuttige schakel in een ecologische verbinding. De resultaten van lopende acties (bermenbeheer, pilots vergroenen bedrijventerreinen) kunnen een inspiratie vormen voor andere eigenaren om hieraan mee te werken.

3)

Kruidenrijk grasland ontwikkelen Het omvormen van soortenarme graslanden naar kruidenrijke graslanden kost niet heel veel werk en inspanning. Met het eenmalig toepassen van een zadenmengsel op en het aanpassen van het maai- en mestbeheer van het perceel, zijn mooie resultaten al snel binnen handbereik. Deze maatregel wordt voornamelijk voorgesteld op dijken en in oeverzones. Veelal zijn de betreffende gronden eigendom van een (semi)overheidsinstantie en fungeren deze gronden nu dus niet als primaire landbouwgrond. Vandaar dat deze maatregel tot het laaghangend fruit wordt gerekend. Er zijn enkele plekken waar de aanduiding wél op weilanden met een regulier agrarisch gebruik is gelegd. Op die plekken zal de omvorming wellicht meer tijd kosten. Dat zal vooral afhankelijk zijn van de affiniteit van de eigenaar met ‘groene doelen’.

III: Aan de slag! In deze categorie zijn de acties samengevat die inhoudelijk niet persé urgent zijn en die ook niet in de categorie laaghangend fruit vallen. Maar mits er het benodigde budget en de personele capaciteit voor wordt vrijgemaakt, zijn de acties binnen deze categorie naar verwachting wel binnen een tijdspanne van vier jaar uitvoerbaar. Te denken valt dan voornamelijk aan de maatregelen stimuleren van natuurinclusieve landbouw, het aanpassen van de planologische functie Groen naar de planologische functie Natuur en het herstellen van 16

Z/22/024326 - D/24/163857

cultuurhistorische landschappen. Ook het ontwikkelen van opgaande beplanting op (semi)overheidsgronden en het doorzetten van de bestaande aanplantregeling valt in deze categorie. Een kwestie van beginnen en per locatie kijken hoe het vordert. Aan de slag dus!

IV: Stip aan de horizon Deze maatregelen vragen naar verwachting een lange doorlooptijd voordat er resultaat wordt geboekt en zijn niet dermate urgent dat de groene verbinding door het temporiseren van de maatregel acuut in gevaar komt. Denk bijvoorbeeld aan de wens om een particulier perceel dat een economisch goed draaiende agrarische functie heeft om te vormen naar bosperceel of struweellandschap. Ook het aanpassen van de planologische functies Recreatie en Agrarisch naar de planologische functie Natuur valt in deze categorie.

5.2

Fasering van de verbindingen

Bijlage 4 geeft een schematisch overzicht van bovenstaande fasering per verbinding. Het ligt voor sommige maatregelen voor de hand om deze generiek uit te werken waardoor de betreffende maatregel bijdraagt aan de realisatie van de ontwikkeldoelen voor meerdere verbindingen. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn voor: • het stimuleren van natuurinclusieve landbouw • het tegenhouden van rode ontwikkelingen: in concreto betekent dit het opstellen en in procedure brengen van één nieuw omgevingsplan waarmee de planologische mogelijkheden voor alle locaties waar dit speelt worden aangepast. • het in gesprek gaan met partners die vanuit hun (semi)publieke taak kunnen helpen bij het realiseren van de beoogde ontwikkeldoelen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld Provincie Limburg, Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat en de twee grote terreinbeherende instanties. Daarnaast zal een groot deel van de voorgestelde maatregelen per verbinding moeten worden opgepakt. Behalve een fasering in categorie maatregel is het daarnaast eveneens nodig om te kijken naar een fasering binnen de 13 onderscheiden verbindingen. Die fasering moet afhangen van de mate van ecologische kwetsbaarheid van de verbinding of bedreiging van de verbinding door externe ontwikkelingen.

Als we die aspecten als toetsingscriterium voor de onderlinge fasering hanteren, scoren de verbindingen in volgorde van urgentie van aanpakken als volgt.

A: Ernstig bedreigd

C: Versterking noodzakelijk

2. Pannenhof 6. Vlootbeek 12. Panheel

3. St. Anna Beemd 5. Leerke Ven 8. Eiland

B: Kwetsbaar

D: Meeliften op andere ontwikkelingen

1. Beegderhei – Maasvallei 4. Schutteheide 7. Oude Maas

9. Walburg 10. Claus 11. Haven 13. Beekverlegging Thorn-Wessem

6 UITVOERING In dit hoofdstuk geven we handen en voeten aan de uitvoering: hoe gaan we de uitvoering organiseren, wat gaan we wanneer doen, en wat is daarvoor nodig aan personele capaciteit en financiële middelen?

6.1

Organisatie

De uitvoering van dit plan van aanpak zal vanuit team Fysiek Domein projectmatig worden opgepakt.

6.2

Uitvoeringsplanning

Op grond van de aangebrachte fasering in maatregelen en verbindingen, wordt de uitvoering van het project in de periode 2025-2026 als volgt aangepakt: •

2025: opstarten urgente maatregelen en laaghangend fruit: - plan van aanpak uitwerken in beleidskader - overleg met landbouwsector / LLTB over beoogde aanpak 17

Z/22/024326 - D/24/163857

-

-

-

-

•

verkennen cofinancieringskansen vanuit de Regiodeal opstarten handhavingstrajecten voor locaties waar grond met een planologische functie Natuur anderszins wordt gebruikt of waar niet is voldaan aan de verplichting tot landschappelijke inpassing. voorbereiden en besluitvorming aanpassen planologisch regime op percelen waar een actieve planologische bescherming urgent is. Juridisch is dit onder de Omgevingswet mogelijk door deze onderdelen te bundelen in een Omgevingsprogramma dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Momenteel wordt onderzocht of de vorming van een dergelijk programma gekoppeld aan een in te stellen Omgevingsfonds voor ruimtelijke kwaliteit haalbaar is. De planologisch te regelen onderdelen uit dit plan van aanpak kunnen in dat programma worden meegenomen. Als het beoogde programma niet haalbaar blijkt te zijn, moet separate besluitvorming worden voorbereid over de acties die in de faseringsmatrix in de bijlage zijn aangeduid als urgent. toetsen kansrijkheid van en afspraken maken over benutten van meekoppelkansen overheidspartners  Benodigde partijen: Provincie Limburg, Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat, terreinbeheerders ontsluiten van bestaande of opzetten van nieuwe subsidiemogelijkheden voor transformatie naar natuurinclusieve landbouw in daarvoor aangewezen gebieden.

 Benodigde partijen: Provincie Limburg en Coöperatie Natuurrijk Limburg gesprekken opstarten met perceelseigenaren c.q. gebruikers in de ernstig bedreigde verbindingen ‘Pannenhof’, ‘Vlootbeek’ en ‘Panheel’. Mogelijkheden en bereidheid verkennen om mee te werken aan de uitvoering van maatregelen behorend tot de categorie Laaghangend fruit. gedachtengoed van dit plan van aanpak inbrengen in de planvorming voor de projecten Toekomstperspectief Clauscentrale, Gebiedsvisie Thorn-Wessem en Transformatie haven Maasbracht en bewaken dat dit in de op te stellen plannen wordt overgenomen.

2026: doorpakken op urgente maatregelen en laaghangend fruit - voortzetten nog niet afgeronde acties uit 2025 - actieve informatievoorziening over subsidiemogelijkheden voor overstappen naar natuurinclusieve landbouw in daarvoor aangewezen gebieden - gesprekken opstarten met perceelseigenaren c.q. gebruikers van percelen met de aanduiding ‘kruidenrijk grasland ontwikkelen’ en ‘ecologisch beheer stimuleren’ in de overige verbindingen. Mogelijkheden en bereidheid bespreken om mee te werken aan de uitvoering van maatregelen behorend tot de categorie Laaghangend fruit.

In het najaar van 2026 worden de resultaten, die in de periode 2025-2026 zijn bereikt, geëvalueerd. Afhankelijk van die evaluatie wordt de voorgestelde fasering van de maatregelen bijgesteld en wordt een nieuw uitvoeringsplan opgesteld voor de periode 2027-2028.

6.3

Benodigde financiële middelen

Om de uitvoering te kunnen oppakken zoals hiervoor beschreven, zijn de volgende financiële middelen nodig: • Handhaving MER-OD .....................................................................€ (via UP) • Inhuur Coöperatie Natuurlijk Limburg ............................€ 20.000 • Inhuur projectmedewerker .....................................................€ 30.000 • Communicatiebudget ..................................................................€ 5.000 • Onvoorzien (10%) ...........................................................................€ 5.000 Binnen de programmabegroting is voor de uitvoering van het project Groenimpuls al een bedrag van € 200.000 beschikbaar gesteld. Hiervan was ten tijde van het opstellen van dit plan van aanpak (peildatum 1 november 2024) nog een bedrag van € 188.900 beschikbaar. Dit is dus voldoende om de uitvoering te kunnen starten.

18

Z/22/024326 - D/24/163857

Bijlage 1

Kaart bestaande groene beleidsdoelen

19

Z/22/024326 - D/24/163857

Bijlage 2

Kaart verbindingszones onder druk

20

Z/22/024326 - D/24/163857

Bijlage 3

Begrenzingen verbindingszones op perceelsniveau

Beegden: Beegderhei – Maasvallei

21

Z/22/024326 - D/24/163857

Heel: Pannenhof

22

Z/22/024326 - D/24/163857

Heel: St. Anna Beemd

23

Z/22/024326 - D/24/163857

Heel: Schutteheide

24

Z/22/024326 - D/24/163857

Panheel: Leerke Ven

25

Z/22/024326 - D/24/163857

Linne: Vlootbeek

26

Z/22/024326 - D/24/163857

Ohé en Laak: Oude Maas

27

Z/22/024326 - D/24/163857

Stevensweert: Eiland

28

Z/22/024326 - D/24/163857

Ohé en Laak: Walburg

29

Z/22/024326 - D/24/163857

Brachterbeek: Claus

Panheel

30

Z/22/024326 - D/24/163857

Maasbracht: Haven

31

Z/22/024326 - D/24/163857

Vergroten inzicht en bewustwording • Zonering recreatief gebruik • Hekwerk verwijderen • Ecologisch beheer stimuleren • Vergroening parkeerterrein stimuleren Vergroening van de landbouw • Natuurinclusieve landbouw stimuleren Handhaving • Functie natuur nakomen • Landschappelijke inpassing nakomen Planologische bescherming • Rode ontwikkelingen tegenhouden • Functie Agrarisch omzetten naar natuur • Functie Groen omzetten naar natuur • Functie Industrie omzetten naar natuur • Functie Recreatie omzetten naar natuur Actief natuur ontwikkelen • Bos ontwikkelen • Cultuurhistorisch landschap herstellen • Kruidenrijk grasland ontwikkelen • Struweel ontwikkelen

11. Haven

10. Claus

Meeliften op andere ontwikkelingen

9. Walburg

8. Eiland

5. Leerke Ven

Te versterken verbindingen

7. Oude Maas

Kwetsbare verbindingen

4. Schutteheide

12. Panheel

6. Vlootbeek

Maatregelen

2. Pannenhof

Ernstig bedreigde verbindingen

3. St.Anna Beemd

Faseringsmatrix

1. Beegderhei - Maasvallei

Bijlage 4

II II II

II

II III

III

III

III

III

III

II

III II

III

III

II

II

II I

I

I

I IV

I

I

I

III

III I IV

IV III II IV

IV

IV

IV II IV

IV II

Fasering van de maatregelen (toelichting zie hoofdstuk 5, pagina 16): I : urgent II : laaghangend fruit III : aan de slag! IV : stip aan de horizon

32

IV II

IV II IV

II IV

IV II IV

II

III II IV

IV

III

II IV

II III

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=3fd89dfd-3d49-4d91-a3c0-294724fc6208