CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

---------- BIJLAGE 1 160318-_Ontwerp wijzigingsverordening provincie Limburg artikel 13.2 zonneparken

06. Raadsinformatiebrieven 17 september 2024, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven behorend bij de portefeuille van wethouder Blomen12.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PROVINCIAAL BLAD

Officiële uitgave van de Limburg

Ontwerp Wijzigingsverordening 2024 Omgevingsverordening Limburg Artikel I De Omgevingsverordening Limburg wordt gewijzigd zoals aangegeven in bijlage A.

Artikel II Vanaf 29 mei 2024 ligt de Omgevingsverordening Limburg zes weken ter inzage.

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

Nr. 7557 24 mei 2024

Bijlage A A Artikel 12.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.5 Vestigingsmogelijkheden bedrijventerreinen 1.

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg.

2.

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg.

3.

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg.

4.

Een omgevingsplan: a. laat geen bedrijfskavel toe met een oppervlakte van meergroter dan 5 hectare; b. laat niet toe dat bedrijfskavels worden samengevoegd indien hierdoor bedrijfskavels groter dan 5 hectare ontstaan; laat niet toe dat bestaande bedrijfskavels worden samengevoegd waardoor er een bedrijfskavel met een oppervlakte groter dan 5 hectare ontstaat; c. laat niet toe dat gebouwen zodanig worden gerealiseerd of met elkaar verbonden dat zij de grens van een bedrijfskavel overschrijden.

5

Het vierde lid geldt niet voor een bedrijventerrein in een logistiek knooppunt.

6

Gedeputeerde staten kunnen met toepassing van artikel 1.6 ontheffing verlenen van het bepaalde in het vierde lid, indien ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten welke uitgevoerd zullen worden op de nieuwe, de te vergroten bedrijfskavel of op de te herontwikkelen bedrijfskavel sprake is van regionale meerwaarde.

7

Gedeputeerde Staten kunnen beleidsregels vaststellen over de invulling van het aspect regionale meerwaarde als bedoeld in het zesde lid.

5. 8 De motivering bij een omgevingsplan bevat: a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid en aan het vierde lid; en b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. B Artikel 13.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

2

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

Artikel 13.3 Instructieregels zonneparken

3

1.

Een omgevingsplan laat geen zonnepark toe binnen het Natuurnetwerk Limburg of binnen een waterwingebied. Een omgevingsplan laat geen zonnepark toe in: a. het Natuurnetwerk Limburg; b. een waterwingebied; of c. een bestaand bos- of natuurgebied binnen de groenblauwe mantel.

2.

Een omgevingsplan laat geen zonnepark toe in een bestaand bos- of natuurgebied binnen de groenblauwe mantel. Een omgevingsplan laat geen zonnepark toe op landbouwgrond tenzij: a. het zonnepark het landbouwkundig gebruik van de grond ondersteunt of het zonnepark leidt tot substantieel behoud van het landbouwkundig gebruik; b. het een tijdelijk zonnepark is, de grond binnen een periode van ten hoogste 30 jaar wordt getransformeerd op basis van bestuurlijk bindende afspraken naar een andere functie dan landbouwgrond en het zonnepark bijdraagt aan de uitvoerbaarheid van die transformatie; c. het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik; d. de grond gedurende ten minste tien jaar niet meer in gebruik is geweest als landbouwgrond; of e. het zonnepark gesitueerd is op een bouwvlak waarop sloop van gebouwen plaatsvindt en het aantal vierkante meters pv-panelen niet groter is dan het aantal vierkante meters dat aanwezig was op daken van de gesloopte gebouwen.

3.

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg of de regio MiddenLimburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Noord- en Midden-Limburg. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor projecten die zijn opgenomen in bijlage XIII.

4.

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Zuid-Limburg. Een omgevingsplan dat een zonnepark toelaat bevat de volgende verplichtingen: a. het zonnepark wordt landschappelijk en natuurlijk goed vormgegeven, ingepast en beheerd; b. de omgevingskwaliteit, de bodemkwaliteit en de biodiversiteit van de locatie worden behouden of verbeterd; en c. het zonnepark wordt na beëindiging van de activiteit verwijderd.

5.

Een omgevingsplan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: De motivering van een omgevingsplan voor een zonnepark bevat een verantwoording van: a. een de zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; en de door de gemeente gepleegde inspanningen om pv-panelen mogelijk te maken op daken en gevels van gebouwen, op onbenutte terreinen in bebouwd gebied en op gronden in het buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur; c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit. de wijze waarop invulling is gegeven aan het tweede en het vierde lid; d. het streven naar een financiële participatie van ten minste 51% in het zonnepark door omwonenden, semioverheden of overheden; e. de gerealiseerde maatregelen ter versterking van de landschappelijke inpassing die in stand worden gehouden na verwijdering van het zonnepark.

6.

De motivering van een omgevingsplan voor een zonnepark bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het derde of het vierde lid en het vijfde lid. Het eerste lid geldt niet voor een zonnepark op de locatie van de stortplaats in Schinnen (gemeente Beekdaelen), als bedoeld in artikel 5.1, onder c.

7.

Bij het vaststellen van een omgevingsplan dat voorziet in een functie die een zonnepark toestaat houdt het gemeentebestuur rekening met het betrekken van de omgeving bij de functietoekenning, het zorgdragen voor maatschappelijk draagvlak voor de functietoekenning en het

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

maximaal gebruik van de mogelijkheden voor (financiële) participatie bij de exploitatie van het zonnepark. 8.

Een omgevingsplan dat een zonnepark toelaat bevat een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit.

9.

Het tweede lid geldt niet voor een zonnepark op de locatie van de stortplaats in Schinnen (gemeente Beekdaelen), als bedoeld in artikel 5.1 onder c. De voorwaarden bedoeld in het vijfde lid, onder a tot en met c, zijn van overeenkomstige toepassing.

C Artikel 16.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 16.2 Verbod interfererende activiteiten beschermingsgebied Einstein Telescope 1.

In het beschermingsgebied Einstein Telescope is het verboden een aanvang te maken met de volgende activiteit in het beschermingsgebied Einstein Telescope: a. plaatsen of hebben van een windturbine; b. ontgronding met uitzondering van een ontgronding die op grond op grond van artikel 16.7 of 16.8 van het Besluit activiteiten leefomgeving vergunningvrij is; c. boring of andere ingreep in de bodem anders dan bedoeld in onderdeel b, dieper dan 100 meter beneden het maaiveld, met uitzondering van een onderzoeksboring of wetenschappelijke boring die bedoeld is voor het verzamelen van data over de ondergrond en die is afgerond voordat de Einstein Telescope in werking is.

2.

Het bevoegd gezag kan door mactiviteit in het beschermingsgebied Einstein Telescopeenmiddel van een omgevingsvergunning van het bepaalde in het eersteerste lid, onderdelen b en c, afwijken mits uit door de aanvrager overgelegd onderzoek, naar het oordeel van het bevoegd gezag is aangetoond dat de activiteit geen trillingen kan veroorzaken die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de Einstein Telescope.

3.

Het bevoegd gezag kan zich bij haar beslissing op een vergunningaanvraag als bedoeld in het tweede lid laten adviseren door een of meer deskundigen.

4.

Het eerste tot en met het derde lid gelden totdat voor het gebied een onherroepelijk omgevingsplan in overeenstemming met artikel 16.1 is vastgesteld.

D Artikel 17.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 17.2 Overgangsbepaling instructieregels omgevingsplannen

4

1.

Op het tijdstip dat voor een locatie het tijdelijk deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet, wordt omgezet naar het permanente deel van het omgevingsplan, wordt het omgevingsplan voor die locatie in overeenstemming gebracht met de instructieregels voor omgevingsplannen als opgenomen in deze verordening.

2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt een omgevingsplan binnen acht jaar na inwerkingtreding van deze verordening in overeenstemming gebracht met de in deze verordening opgenomen instructieregels voor omgevingsplannen.

3.

In afwijking van de termijn van acht jaar als bedoeld in het tweede lid geldt een kortere termijn als deze bij de betreffende instructieregel is bepaald.

4.

Artikel 12.5, vierde lid, is niet van toepassing voor zover bedrijfsmatige activiteiten op grond van een omgevingsplanruimtelijk plan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteitafwijking al rechtmatig op een locatie(samengevoegde) bedrijfskavel met een oppervlakte groter dan 5 hectare worden verricht of zijn toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikellid1 januari 2024.

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

5

5.

Artikel 13.3 geldt niet voor een zonnepark waarvoor het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vastgesteld of in ontwerp ter inzage is gelegd voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel.

6.

Afdeling 16.1 geldt niet voor een in dat artikel bedoeld omgevingsplan dat is vastgesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 16.1, voor zover de in dat omgevingsplan toegestane activiteit, als bedoeld in artikel 16.2, tweede lid, reeds rechtmatig en overeenkomstig de voor die activiteit op dat tijdstip geldende regels is aangevangen of voor deze activiteit vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 16.1 reeds de rechtens vereiste vergunningen zijn verleend en van kracht zijn.

7.

Artikel 16.2 geldt niet voor een in dat artikel bedoelde activiteit voor zover deze activiteit vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel reeds rechtmatig en overeenkomstig de voor die activiteit op dat tijdstip geldende regels is aangevangen of voor deze activiteit vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 16.2 de rechtens vereiste vergunningen zijn verleend en van kracht zijn.

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

E Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Overzicht Informatieobjecten bedrijventerrein in een logistiek knooppunt

/join/id/regdata/pv31/2024/gebiedsaanwijzing_47d8214ee75b461899cd087f3b7510b6/nld@2024-0523;1

bedrijventerreinen

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_48d1b28e4b8e4e6a8cf1d617e1e74ac1/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_48d1b28e4b8e4e6a8cf1d617e1e74ac1/nld@2024-0523;2

beekdal

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_293ff35263094f138a23e389a87d3969/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_293ff35263094f138a23e389a87d3969/nld@2024-0523;2

beekdal in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_6ff22bd64d9f4504acb749173c32b263/nld@2023-1129;1

beperkingengebied met betrekking tot een provinciale weg

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_a876fbc97a6446238c9b2c54c859337f/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_a876fbc97a6446238c9b2c54c859337f/nld@2024-0523;2

beschermingsgebied Einstein Telescope /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_a57f4f7c11a94f8d9b7bcdb81f5ee927/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_a57f4f7c11a94f8d9b7bcdb81f5ee927/nld@2024-0523;2

6

beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_1e95775e448a41de8c81b332465ec5b0/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_1e95775e448a41de8c81b332465ec5b0/nld@2024-0523;2

bufferzone grondwaterafhankelijke natuur

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_7ca2d5028cd84b17ad7721e7f3eb332e/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_7ca2d5028cd84b17ad7721e7f3eb332e/nld@2024-0523;2

buitengebied

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_fcb7900d55c547bd89ed9e2dc61b1a7b/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_fcb7900d55c547bd89ed9e2dc61b1a7b/nld@2024-0523;2

extensiveringsgebied intensieve veehouderij

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_0626b02bb500453c969d437835febd07/nld@2023-1129;1

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_0626b02bb500453c969d437835febd07/nld@2024-0523;2 freatische grondwaterbeschermingsgebieden

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_c051abde5bd5466593d67700bd352933/nld@2023-11-29;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_c051abde5bd5466593d67700bd352933/nld@2024-05-23;2

gesloten stortplaats

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_c0bc6c75cdfb4116a0165d74a48afc59/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_c0bc6c75cdfb4116a0165d74a48afc59/nld@2024-0523;2

groenblauwe mantel

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_27ff416ccfd74f5ca4280a12f4ae079e/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_27ff416ccfd74f5ca4280a12f4ae079e/nld@2024-0523;2

grondwaterbeschermingsgebied

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_4c2ec94a67bf4fb19cca938a0819d876/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_4c2ec94a67bf4fb19cca938a0819d876/nld@2024-0523;2

grondwaterbeschermingsgebied Hanik

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_5e381a3987fa40d58a426e606b53dc7f/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_5e381a3987fa40d58a426e606b53dc7f/nld@2024-0523;2

industrieterreinen van provinciaal belang /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_f06fa2517abe40f598d96fa5c72221f8/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_f06fa2517abe40f598d96fa5c72221f8/nld@2024-0523;2

7

landelijke kernen

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_351afafff0b7410298f60bc5b6d36dee/nld@2023-11-29;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_351afafff0b7410298f60bc5b6d36dee/nld@2024-05-23;2

Midden-Limburg

/join/id/regdata/pv31/2023/locatiegroep_6a463eab840442648e12fb8da2c896ad/nld@202311-29;1 /join/id/regdata/pv31/2023/locatiegroep_6a463eab840442648e12fb8da2c896ad/nld@202405-23;2

Natura 2000

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_c4539f262b6146c387ce7ba56f00add3/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_c4539f262b6146c387ce7ba56f00add3/nld@2024-0523;2

Natura 2000-gebieden ondergrondse kalksteengroeven

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_b5fc0aec454d435fb3ab50ae783f08d1/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_b5fc0aec454d435fb3ab50ae783f08d1/nld@2024-0523;2

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

8

natuurbeek

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_d877d7c7c67f4f30aed651b7856d2a8e/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_d877d7c7c67f4f30aed651b7856d2a8e/nld@2024-0523;2

natuurbeekzone

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_944e32dc3bc443efa81d1e2e4d12b0bc/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_944e32dc3bc443efa81d1e2e4d12b0bc/nld@2024-0523;2

Natuurnetwerk Limburg

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_67d3d239f2544fbfb3ffe30ad18285f1/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_67d3d239f2544fbfb3ffe30ad18285f1/nld@2024-0523;2

niet-freatische grondwaterbeschermingsgebieden

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_17440f1700364f2bbebdc597a0be1ccb/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_17440f1700364f2bbebdc597a0be1ccb/nld@2024-0523;2

Noord-Limburg

/join/id/regdata/pv31/2023/locatiegroep_427926b96dd848ea92adbd94c5be4d77/nld@202311-29;1 /join/id/regdata/pv31/2023/locatiegroep_427926b96dd848ea92adbd94c5be4d77/nld@202405-23;2

ontwikkelingsgebied glastuinbouw

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_9f8420626b154ab0aa69b83529f63194/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_9f8420626b154ab0aa69b83529f63194/nld@2024-0523;2

overstromingskansgebied A

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_12a6a9a3eb5b43838cd36fd958d2212a/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_12a6a9a3eb5b43838cd36fd958d2212a/nld@2024-0523;2

overstromingskansgebied B

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_ae93372edbfb4ee8be1aa8aa42da71d3/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_ae93372edbfb4ee8be1aa8aa42da71d3/nld@2024-0523;2

overstromingskansgebied C

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_baa58dcc34864c308418a7fcbe3bb47e/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_baa58dcc34864c308418a7fcbe3bb47e/nld@2024-0523;2

overstromingskansgebied D

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_3e66af12bf564dfebab917263caf6e63/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_3e66af12bf564dfebab917263caf6e63/nld@2024-0523;2

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

9

overstromingskansgebied E

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_3818de53b57940af98974eba117cb6f6/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_3818de53b57940af98974eba117cb6f6/nld@2024-0523;2

provinciale weg

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_80232ccac2b64cb698aba1c454bd6d80/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_80232ccac2b64cb698aba1c454bd6d80/nld@2024-0523;2

reserveringszone provinciale weg

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_ca5b2a711c1245dabc22b9e49bde1ae0/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_ca5b2a711c1245dabc22b9e49bde1ae0/nld@2024-0523;2

reserveringszone spoorweg

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_6fd2b110bdf54094969957a4c830580b/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_6fd2b110bdf54094969957a4c830580b/nld@2024-0523;2

Roerdalslenk

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_c2a24c4b3d5b4f2d89060c53ed65f122/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_c2a24c4b3d5b4f2d89060c53ed65f122/nld@2024-0523;2

Roerdalslenk I

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_dc1b3ae21f8e488ca3a37c3987ccc329/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_dc1b3ae21f8e488ca3a37c3987ccc329/nld@2024-0523;2

Roerdalslenk II

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_835063d1412644288bb8e6ddcd5ec557/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_835063d1412644288bb8e6ddcd5ec557/nld@2024-0523;2

Roerdalslenk III

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_8c0ece072f5e42f1930fdd9ae24173b1/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_8c0ece072f5e42f1930fdd9ae24173b1/nld@2024-0523;2

Roerdalslenk IV

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_e24d003672cd434ab2dc719dfcde5701/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_e24d003672cd434ab2dc719dfcde5701/nld@2024-0523;2

stedelijk gebied

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_074a0c0a072148159e62d1ffcb1af085/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_074a0c0a072148159e62d1ffcb1af085/nld@2024-0523;2

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

10

stiltegebied

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_8b8351de9b134dfda92d0286fb6a6a14/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_8b8351de9b134dfda92d0286fb6a6a14/nld@2024-0523;2

uitsluitingsgebied windturbines

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_17b5ce0d4fa0436b9d91c44c27fe13bf/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_17b5ce0d4fa0436b9d91c44c27fe13bf/nld@2024-0523;2

uitzonderingsgebied uitbreiding glastuinbouw

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_e20c012b4cbf4f12b403f2b42c41cbc1/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_e20c012b4cbf4f12b403f2b42c41cbc1/nld@2024-0523;2

Venloschol

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_ce5008cb3b9f4628bb46a4efc7e228e5/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_ce5008cb3b9f4628bb46a4efc7e228e5/nld@2024-0523;2

waterwingebied

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_73186db3ef2642f6ab3edd7fd47c0638/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_73186db3ef2642f6ab3edd7fd47c0638/nld@2024-0523;2

woonkernen gemarkeerd met punt F

/join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_23c04b8034fb4b91a9b98214a858d5cf/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/gebiedsaanwijzing_23c04b8034fb4b91a9b98214a858d5cf/nld@2024-0523;2

Zuid-Limburg

/join/id/regdata/pv31/2023/locatiegroep_46aedbff57e6414fa58c4cb34f268798/nld@2023-1129;1 /join/id/regdata/pv31/2023/locatiegroep_46aedbff57e6414fa58c4cb34f268798/nld@2024-0523;2

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

F Na bijlage XII wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage XIII Lijst van zonneparkprojecten Lijst van zonneparkprojecten Lijst van zonneparkprojecten als bedoeld in artikel 13.3, derde lid Wat is de (beoogde) locatie van het project? Gemeente

Projectnaam

Straat

Huisnummer

Plaats

Ha zon

In welke fase bevindt het project zich?

Bergen

Wellsmeer (uitgangspunt is dat bestaande afspraken bij dit project worden gehandhaafd)

Wellsmeer

Echt-Susteren

Solar Provider Group, Bos en Broek

Bos en Broek

2

Koningsbosch

4,9

Subsidiebesluit en bouw

Echt-Susteren

Solar Provider group Dominicusweg

Dominicusweg

3

Maria Hoop

6,3

Subsidiebesluit en bouw

Echt-Susteren

LC Energy BV Putbroekersweg

Putbroekersweg

28

Maria Hoop

18,3

Subsidiebesluit en bouw

Echt-Susteren

Zonnepark Groensebos Sint Joost

Groensebos

Sint Joost

8

Subsidiebesluit en bouw

Horst aan de Maas

Zonneweide (350 Ha)Energielandschap Mariapeel(275 ha).

Dorperpeelweg

Mariaheide

275

Kenbaar gemaakt

Maasgouw

Mispadenhof

Mispadenhof/ Hofstraat

25

Maasgouw

1,5

Omgevingsvergunning verleend

Maasgouw

POL / de slaag / Osen 1 Heel

Osen

1

Heel

16

Principeverzoek ingediend

Nederweert

Zonnepark 't Kruis.

Landgoed 't Kruis

Nederweert

9,2

Omgevingsvergunning verleend

Peel en Maas

Zonnepark de Schorf

Schorfweg

Beringe

28

Omgevingsvergunning verleend

Peel en Maas

Zonnepark de Spiesberg

Spiesberg

Grashoek

14,5

Omgevingsvergunning aangevraagd

Roerdalen

Zonnepark Montfort Stort

Maasbrachterweg

Montfort

22

Subsidiebesluit en bouw

Roerdalen

Hobertveldweg

Waarderweg

St. Odiliënberg

Omgevingsvergunning aangevraagd

Roerdalen

Kleine Bergerweg

Kleine Bergerweg

St. Odiliënberg

Omgevingsvergunning aangevraagd

N en M Limburg

11

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

Bergen

3

Omgevingsvergunning verleend

Wat is de (beoogde) locatie van het project? Gemeente

Projectnaam

Straat

Venray

Solar Fields

Beemdweg

Venray

Zonnepark Puttenweg-Spoor 3

Puttenewg

Venray

Kronos

Weert

Huisnummer

Plaats

Ha zon

In welke fase bevindt het project zich?

Leunen

25

Omgevingsvergunning verleend

Ysselsteyn

2

Principeverzoek ingediend

A73 Smakt

Smakt

20

Omgevingsvergunning aangevraagd

Zonnepark nabij windpark Schoordijk

Schoordijk

Weert

Meerssen

Schietecoven

Boksterveldweg

Meerssen

8

Principeverzoek ingediend

Voerendaal

Karstraat

Karstraat

Voerendaal

12

Principeverzoek ingediend

Voerendaal

Heugdenweg

Heugdenweg

Voerendaal

3

Principeverzoek ingediend

Voerendaal

Ransdalerweg

Ransdalerweg/Midweg

Voerendaal

8

Principeverzoek ingediend

60

Principeverzoek ingediend

Zuid-Limburg

G De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 3.1 Omgevingswaarden wateroverlast Vanuit de provincie gelden voor regionale oppervlaktewateren omgevingswaarden, ofwel “normen” voor wateroverlast. Het waterschap is de beheerder van de regionale wateren. Vanuit die positie dient (alleen) het waterschap concrete maatregelen te nemen om de afvoer- en bergingscapaciteit van een regionaal oppervlaktewater te vergroten. Daarom moet het waterschap voldoen aan de provinciale normen voor wateroverlast. Deze omgevingswaarden geven de maximaal toelaatbare kans op overstromingper jaar van aangewezen gebieden aan. Ze zijn gericht op extreme situaties:situatiessituaties: situaties die niet vaak voorkomen. Deze omgevingswaarden geven afhankelijk vande functie van het gebied en van het oppervlaktewater aan, aan welke normen debescherming tegen wateroverlast moet voldoen. Bij de uitvoering van maatregelenom aan deze normen te voldoen wordt rekening gehouden met de gevolgen van hetextremer wordende weer, met meer hoosbuien en daardoor een grotere kans opwateroverlast. Bij de normstelling wordt het uitgangspunt gehanteerd datmaatregelendat maatregelen haalbaar en betaalbaar, landschappelijk inpasbaar en ecologischduurzaam zijn. De normering regionale wateroverlast bepaalt de opgave inzakewateroverlast door het waterschap. Normeringstabel: uitgangspunten omgevingswaarden regionale wateroverlastvanuit oppervlaktewater in Limburg

12

Gebied

Specificatie

Gemiddelde overstromingskans per jaar

overstromingskansgebieden A

1. Natuurnetwerk Limburg

Geen

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

2. Groenblauwe mantel langs alle natuurbeken* en langs omgevingsgerichte wateren binnen beekdalen en natte laagten* overstromingskansgebieden B

Groenblauwe mantel langs omgevingsgerichte wateren buiten natte laagten en beekdalen

1:10

overstromingskansgebieden C

1. Overige landbouwgebieden, recreatie- 1:25 parken 2. Bebouwing in bebouwde kernen langs beken en in droogdalen in beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg**

overstromingskansgebieden D

Glastuinbouwgebieden

1:50

overstromingskansgebieden E

Bebouwing in bebouwde kernen behalve langs beken en in droogdalen in beschermingsgebied Nationaal landschap ZuidLimburg

1:100

* langs natuurbeken in de groenblauwe mantel is het overstromingskansgebiedA begrensd op minimaal 25 meter breed aan beide zijden van de beek

**natte laagten langs omgevingsgerichte wateren die op grond van deOmgevingsverordening Limburg 2014 een norm hadden, behouden deze normvooralsnog, met de intentie om deze op termijn (bij herijking normering ofherinrichting beekdal) te laten vervallen.

** eventuele verhoging of verlaging van de overstromingskans afhankelijk van kosten-baten analyse en ruimtelijke impact.

Toelichting bij de normeringstabel De norm is uitgedrukt als maximale overstromingskans per jaar. Een norm vanbijvoorbeeldvan bijvoorbeeld 1:10 geeft aan dat in elk jaar de kans per jaar hooguitop een overstroming hoogstens 1:10 is dat er eenoverstroming optreedt(0,1) is. Anders gezegd: een overstroming komt statistisch geziennietgemiddeld gezien niet vaker voor dan gemiddeld eens per 10 jaar voor. Daarbij geldt(omdat het “gemiddeld” is kan het wel betekenen dat: bijvoorbeeld dit jaar en volgend jaar een overstroming plaatsvindt en daarna 20 jaar niet). De norm voor bebouwing geldt voor woningen en bedrijfs- en kantoorgebouwen in bebouwde kernen. De norm geldt niet voor stedelijk groen en overige onbebouwde terreinen in stedelijk gebied. Daarbij is van belang dat: a. de norm 1:25 niet geldt voor stedelijk groen; b. ● de norm voor bebouwing alleen geldt voor woningen en bedrijfs- en kantoorgebouwen, en niet voor overige terreinen in stedelijk gebied; de norm voor deze bebouwing alleen geldt voor water dat op straatniveau over de begane grondvloer naar binnen stroomt. Lager gelegen bebouwing, souterrains, kelders, etc. worden dus niet beschermd; ● we aannemen dat water pas over de begane grond naar binnen stroomt als het over de drempel(s) kan stromen. Drempel definiëren we als onderdwarsstuk van een deurkozijn; c.

● de norm voor bebouwing alleen geldt voor water dat over de drempel vanbebouwing naar binnen stroomt. we tot 15 cm water op straat niet beschouwen als overstroming. Tot dit niveau zal water op straat immers veelal nog niet over de drempel(s) heen stromen (gemeenten hanteren als bouwpeil voor de begane grond veelal 20 cm of meer boven straatniveau. Het waterschap gaat er daarom vanuit dat tot 15 cm water op straat nog niet over de begane grond bebouwing in kan stromen). De normering is gebiedsdekkend op kaart vastgelegd in deomgevingsverordening. De volledig gebiedsdekkende weergave van de normering opdeop de kaart brengt met zich mee dat ook (bijv. hooggelegen) gebieden die buiten deinvloedde invloed vallen van regionale oppervlaktewateren zoals aangewezen in de legger van het waterschap op de kaart een norm hebbengekregenhebben gekregen. Omdat het waterschap voor deze laatstbedoelde gebieden geen taakheefttaak heeft kan dat tot misverstanden leiden. Wij zullen daarom in de planperiodeonderzoekenplanperiode onderzoeken hoe wij de werking van de normering in de OmgevingsverordeningkunnenOmgevingsverordening Limburg kunnen verduidelijken.

13

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

Het waterschap is verantwoordelijk voor het realiseren van de beschermingvolgensbescherming volgens de normen. Daarbij dient het waterschap de maatregelen zodanig teontwerpente ontwerpen, dat deze ook in het verwachte klimaat van 2050 nog voldoen aan degeldendede geldende normen uit de Omgevingsverordening Limburg. DaarbijDaarom dient steedsbij aanvang van het ontwerpproces van maatregelen uitgegaan tewordente worden van de meest actuele neerslagstatistiekenop dat moment geldende klimaatscenario’s voor 2050. Aanpassing normering in het beschermingsgebied Nationaal landschapZuid-Limburg Aanpassing normering in het beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg Voor bebouwd gebied in het beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-LimburggeldtLimburg geldt in meerdere gevallen een lagere norm (1:25) dan voor bebouwd gebiedelders in Limburg (1:100) vanwege de grote landschappelijke impact vanmaatregelenvan maatregelen in hellend gebied in combinatie met de hoge kosten. Zeker gezien deverwachte klimaatverandering met toenemende hevige regenbuien. De ambitie is om waar dit goed mogelijk is (kosten niet hoger zijn dan dete vermijden schade; maatregelen inpasbaar) een hogere norm, tot maximaal 1:100te100 te realiseren.

Indien uit een gebiedsproces blijkt dat een norm van 1:25 opbepaalde locaties niet haalbaar is zonder disproportionele kosten of zeer groteongewenstegrote ongewenste impact op de omgeving kan de provincie voor die locaties ook eenlagere norm dan 1:25 vaststellen. Naast een afweging op kosten, baten enlandschappelijkeen landschappelijke impact kunnen ook andere aspecten hierbij meewegen, zoalsveiligheidzoals veiligheid of maatschappelijke ontwrichting. In het beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg is voor adequatebeschermingadequate bescherming tegen wateroverlast samenwerking tussen gemeenten (tegengaan vanwateroverlast vanuit het rioleringsstelsel), eigenaren van gronden op dehellingen (beperken afstroming van hemelwater) en Waterschap (water vanuitbeken en droogdalen). Voor laaggelegen woningen of bedrijven kan het nodigblijven dat bewoners zelf aanvullende maatregelen treffen. De normering wateroverlast, geldt als inspanningsverplichting, terealiserente realiseren in 2035 met de kanttekeningen dat a. van de inspanningsverplichting alleen afgeweken kan worden alsrealisatieals realisatie norm fysiek niet mogelijk is of zou leiden tot disproportionelekosten of disproportionele impact op andere belangen; b.

de aard van de verplichting en de realisatietermijn periodiek zal wordenherijktworden herijkt op basis van de resultaten van het onderzoek “Water in Balans”, eventuele Rijksimpulsen voor de aanpak en de 6-jaarlijkse toetsing van hetwatersysteemhet watersysteem door het waterschap. H De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.5 Vestigingsmogelijkheden bedrijventerreinen Artikel 12.5, lid 4, onderdeel a: Artikel 12.5, lid 4, onderdeel a De vraag naar (grootschalige) bedrijfsruimte neemt toe. Ook is er een tendens van verdergaande schaalvergroting, hetgeen impact heeft op de (kwaliteit van de) omgeving en het landschap. Tegelijkertijd vragen ontwikkelingen op het gebied van natuur, energie, mobiliteit, klimaatadaptatie en woningbouw om (meer) ruimte. Een en ander vereist een weloverwogen en integrale keuzenkeuze ten aanzien van de ruimte die we voor bedrijvigheid willen en kunnen faciliteren (zorgvuldig ruimtegebruik). Daarom heeft de provincieProvincie ervoor gekozen om de bedrijfskavelgrootteoppervlakte van een bedrijfskavel te maximeren tot 5 hectare. Deze maximale kavelomvangbedrijfskaveloppervlakte geldt niet alleen voor nieuwe bedrijfsvestigingen op bedrijventerreinen, maar ook voor nieuwe solitaire bedrijfsvestigingen daarbuiten, bijvoorbeeld in het buitengebied. Onderdeel a. ziet op de situatie waarbij in een omgevingsplan een nieuwe bedrijfsvestiging met bijbehorende bedrijfskavel wordt geregeld. Artikel 12.5, lid 4, onderdeel a, regelt het verbod om in een omgevingsplan bedrijfskavels groter dan 5 hectare op te nemen. In bijzondere gevallen kan er - bij wijze van uitzondering - aanleiding

14

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

zijn om niet aan de verbodsbepaling vast te houden en een bedrijfskavel groter dan 5 hectare toe te staan. In zo’n geval bestaat er voor Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om op verzoek van de gemeente op basis van Artikel 1.6 Omgevingsverordening een ontheffing te verlenen van deze verbodsbepaling. Bij de beoordeling van een dergelijk ontheffingsverzoek wordt primair gekeken of er sprake is van ‘regionale meerwaarde’. In hoeverre er sprake is van regionale meerwaarde wordt bepaald aan de hand van de volgende aspecten: a. de mate van regionale gebondenheid; b. de mate van maatschappelijke en economische meerwaarde; en c. de wijze van benutten van schaarse ruimte en landschappelijke inpassing. Het verzoek om ontheffing bevat in ieder geval een onderbouwing waarom er sprake is van regionale meerwaarde. Deze onderbouwing moet geschieden aan de hand van bovengenoemde aspecten (a-c). De nadere uitwerking/invulling van het begrip ‘regionale meerwaarde’ zal nog plaatsvinden in het kader van een programma met betrekking tot werklocaties. Daarnaast dient te worden beschreven wat de mogelijke gevolgen van de ontheffing zijn voor het belang dat beschermd wordt met de verbodsbepaling als bedoeld in artikel 12.5, lid 4, onderdeel a.

Artikel 12.5, lid 4, onderdeel b: Gezien de keuze van de Provincie om bedrijfskavels te maximeren tot 5 hectare (artikel 12.5, lid 4, onderdeel a), is het ongewenst dat meerdere bedrijfskavels zodanig (kunnen) worden samengevoegd dat daardoor alsnog aaneengesloten bedrijfskavels ontstaan met een totale omvang groter dan 5 hectare. Daarom is in artikel 12.5, lid 4, onderdeel b, bepaald dat geen bedrijfskavels mogen worden samengevoegd als daarmee het maximum van 5 hectare wordt overschreden. Artikel 12.5, lid 4, onderdeel c: Artikel 12.5, lid 4, onderdeel b Gezien de keuze van de Provincie om de bedrijfskaveloppervlakte te maximeren tot 5 hectare (artikel 12.5, lid 4, onderdeel a), is het ook ongewenst dat een of meerdere reeds bestaande bedrijfskavel(s) kleiner dan 5 hectare, al dan niet in combinatie met een of meerdere nieuwe bedrijfskavel(s), zodanig (kunnen) worden samengevoegd dat daardoor alsnog een aaneengesloten bedrijfskavel ontstaat met een totale oppervlakte van meer dan 5 hectare. Het is dus niet de bedoeling dat een bestaande bedrijfskavel van bijvoorbeeld 3 hectare wordt samengevoegd met een andere bestaande of nieuwe bedrijfskavel van bijvoorbeeld 4 hectare, ten einde op die manier een bedrijfskavel van in totaal 7 hectare te creëren.

Artikel 12.5, lid 4, onderdeel c Met het bepaalde in artikel 12.5, lid 4, onderdeel c, wordt beoogd te voorkomen dat: ● een bedrijf één (bedrijfs)gebouw kan realiseren dat gesitueerd is op verschillende bedrijfskavels; en ● een bedrijf op meerdere bedrijfskavels (bedrijfs)gebouwen realiseert die onderling fysiek met elkaar zijn of worden verbonden. Deze ‘inperking’ draagt bij aan de invulling van de provinciale doelstelling om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik en beoogt ‘omzeiling’ van de maximale bedrijfskaveloppervlakte te voorkomen. Artikel 12.5, lid 5: Artikel 12.5, lid 5 De in lid 4 opgenomen instructieregel geldt niet voor de in Omgevingsvisie Limburg benoemde logistieke knooppunten. Daarbij gaat het om de logistieke knooppunten in Noord-Limburg (Venlo/Venray) en Zuid-Limburg (Sittard-Geleen/Stein/Beek). De reden voor deze uitzondering is gelegen in het feit dat het hier gaat om bedrijventerreinen die naar aard en omvang geschikt (en ook bedoeld zijn) voor bedrijfskavels met een oppervlakte groter dan 5 hectare. Hierbij gaat het onder andere om de bedrijventerreinen rondom Chemelot en Greenport Venlo. De aanduiding ‘logistiek knooppunt’ slaat niet op het gehele grondgebied van genoemde gemeenten en ook niet op alle daarbinnen gelegen bedrijventerreinen.

Daarom zijn de aangewezen bedrijventerreinen in de logistieke knooppunten als Informatieobject opgenomen in Bijlage II bij deze verordening. Artikel 12.5, lid 6 en 7 Artikel 12.5, lid 4 regelt in onderdelen a, b en c dat het niet is toegestaan om in een omgevingsplan: ● bedrijfskavels met een oppervlakte groter dan 5 hectare op te nemen;

15

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

● ●

bestaande bedrijfskavels samen te voegen tot een bedrijfskaveloppervlakte groter dan 5 hectare; en de mogelijkheid te bieden dat een bedrijf op meerdere bedrijfskavels (bedrijfs)gebouwen realiseert die onderling met elkaar zijn of worden verbonden en daarmee de grens van een bedrijfskavel overschrijden.

In bijzondere gevallen kan er - bij wijze van uitzondering - aanleiding zijn om in een geval als hierboven genoemd niet aan de instructieregel vast te houden. In zo'n geval bestaat er voor Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om op verzoek van de gemeente op basis van artikel 1.6 Omgevingsverordening een ontheffing te verlenen van deze instructieregel. Dit is expliciet vastgelegd in lid 6. Bij de beoordeling van een dergelijk ontheffingsverzoek wordt gekeken of er sprake is van ‘regionale meerwaarde’. In lid 7 is bepaald dat Gedeputeerde Staten door middel van beleidsregels nadere invulling kunnen geven aan het begrip ‘regionale meerwaarde’. Artikel 12.5, lid 8 Gemeenten dienen te verantwoorden op welke wijze invulling is gegeven aan de instructieregelsinstructieregel als bedoeld in artikel 12.5, vijfdevierde lid. Aan de instructieregel van artikel 12.5, vierde lid, onderdeel a. kan bijvoorbeeld invulling worden gegeven door in het omgevingsplan een regel op te nemen waarin wordt bepaald dat de grootte van een bedrijfskavel: ● niet meer van 5 hectare mag bedragen; of ● niet meer mag bedragen dan de oppervlakte die op de kaart van het ruimtelijk plan is aangegeven. In beide gevallen moet de regel worden gekoppeld aan - in elk geval - de locaties van de bedrijventerreinen op de kaart van het omgevingsplan.

In beide gevallen moet de regel worden gekoppeld aan - in elk geval - de locaties van de bedrijventerreinen op de kaart van het omgevingsplan. In de praktijk wordt soms gebruik gemaakt van een verkavelingsplan met daarin een (gedetailleerd) ontwerp van de verdeling van de gronden voor bedrijfskavels. Mits er een rechtstreekse koppeling wordt gelegd tussen de regel en het verkavelingsplan (bijv. als bijlage bij de regels), kán ook dit een optie zijn. Het is aan de gemeente om te bepalen hoe zij op dit onderdeel adequaat toepassing wenst te geven aan het bepaalde in artikel 12.5, vierde lid.

Het is aan de gemeente om te bepalen hoe zij op dit onderdeel adequaat toepassing wenst te geven aan het bepaalde in artikel 12.5, vijfde lid. I De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 13.3 Instructieregels zonneparken Installaties voor de opwek van zonne-energie zijn onmisbaar om de RES-doelstellingen voor de opwekking van hernieuwbare energie in 2030 te halen. Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik willen wij zonnepanelen en andere vormen van opwekking met behulp van zonneenergie zoveel mogelijk combineren met andere functies. Hiervoor dient de Limburgse zonneladder, waarin wij de lijn van de motie Dik-Faber in de Tweede Kamer volgen, die inmiddels ook in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) is uitgewerkt en overgenomen. Installaties voor de opwek van zonne-energie, waarbij met behulp van photovoltaische-panelen (pv-panelen) zonlicht in elektriciteit wordt omgezet, zijn onmisbaar om de RES-doelstellingen voor de opwekking van hernieuwbare energie in 2030 te halen. Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik willen wij pv-panelen en andere vormen van opwekking met behulp van zonneenergie zoveel mogelijk combineren met andere functies. Hierin volgen wij de Nationale beleidskeuze zoals verwoord in de NOVI: We realiseren de opgave van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies.

16

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

Het Rijk heeft met medeoverheden de voorkeursvolgorde zon uitgewerkt. Wij hebben deze voorkeursvolgorde in de Provinciale Omgevingsvisie opgenomen als de Limburgse zonneladder. De Limburgse zonneladder is als volgt (niet volgtijdelijk): 1. Op daken en gevels van gebouwen; 2. Onbenutte terreinen in bebouwd gebied; 3. Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur; 4. Gronden in gebruik voor landbouw en gronden gelegen binnen de groenblauwe mantel; 5. Uitsluitingsgebieden (Natuurnetwerk Limburg en waterwingebieden en bestaande bos- of natuurgebieden binnen de groenblauwe mantel). 1. Op daken en gevels van gebouwen; 2. Onbenutte terreinen in bebouwd gebied; 3. Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur; 4. Landbouwgronden gelegen in het buitengebied en (landbouw)gronden gelegen in de groenblauwe mantel; 5. Uitsluitingsgebieden (Natuurnetwerk Limburg en waterwingebieden en bestaande bos- of natuurgebieden binnen de groenblauwe mantel). Essentie van deze lijn is om bij de duurzame opwek van zonne-energie landbouwgronden en natuurgebieden zoveel mogelijk te ontzien (deels uitsluitingsgebieden en nee, -tenzij-principe). Inspanningen richten zich primair op zon op dak en op gevels én het benutten van andere mogelijkheden in bebouwd en onbebouwd gebied (meervoudig ruimtegebruik treden 1 t/m 3).

Landbouwgronden kunnen zowel landbouwgronden binnen als buiten de groenblauwe mantel zijn. Landbouwgronden kunnen zowel landbouwgronden binnen als buiten de groenblauwe mantel zijn. Op 26 oktober 2023 hebben het Rijk, Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Unie van Waterschappen (UvW) en Netbeheer Nederland (NBNL) het bestuursakkoord ‘bestuurlijke verankering van voorkeursvolgorde zon’ gesloten waarin striktere voorwaarden voor het gebruik van landbouwgrond voor de plaatsing van pv-panelen zijn opgenomen. Tevens is beoogd om landelijk meer eenduidigheid te krijgen in de gehanteerde voorwaarden voor het gebruik van landbouwgrond voor de opwekking van zonne-energie. Met dit bestuursakkoord blijven de principes van de Limburgse zonneladder overeind, maar zijn in het bijzonder de nee-tenzij-criteria voor het gebruik van landbouwgrond, artikel 13.3, lid 2, in lijn gebracht met de afspraken uit het bestuursakkoord. De aanscherping van de voorkeursvolgorde geldt voor nieuwe projecten. Projecten die ten tijde van het bestuursakkoord reeds vergevorderd waren in de planvoorbereiding en/of participatie zijn uitgezonderd van deze aanscherping, dit is geregeld in artikel 13.3, lid 3. Voor deze ‘pijplijn-projecten’ gelden wel de overige voorwaarden van artikel 13.3, zoals zorgvuldige ruimtelijke inpassing.

Deze laatste instructieregels zijn redactioneel verbeterd op basis van de opgedane praktijkervaring bij de toetsing van gemeentelijke ruimtelijke plannen aan de Provinciale belangen en de instructieregels. De instructieregels in artikel 13.3 gelden voor zonneparken groter dan 200 m2. Onder zonneparken worden zowel grondgebonden installaties als drijvende installaties op water verstaan. De begripsomschrijving van zonnepark is in Bijlage I opgenomen.

17

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

Deze afbeelding is verwijderd in de ontwerp Wijzigingsverordening 2024 Omgevingsverordening Limburg

Artikel 13.3 lid 1 en lid 2: Uitsluitingsgebieden Artikel 13.3, lid 1: Uitsluitingsgebieden Natuurnetwerk Limburg en een bestaande bos- of natuurgebiedennatuurgebied binnen de groenblauwe mantel Binnen het Natuurnetwerk Limburg (NNL) zijn de waardevolste en gevoeligste natuurgebieden binnen Limburg aangeduid. Veelal zijn het leefgebieden van (zeer) zeldzame soorten of vervullen ze (zeer) specifieke functies ten behoeve van het voortbestaan van beschermde soorten. Deze waardevolle natuurgebieden zijn bewust ingezet voor ontwikkeling van natuur en de natuuropgave die onze provincie heeft. De bestaande bos- en natuurgebieden binnen de groenblauwe mantel vervullen nadrukkelijk een ondersteunende functie aan het NNL. Het betreffen vaak stapstenen in de migratie van soorten en refuge locaties in deze kleinschaligere landschappen. Het betreft hierbij specifiek ‘een binnen de groenblauwe mantel gelegen terrein dat op grond van het omgevingsplan de functie bos of natuur heeft.'’ De begripsomschrijving is in bijlage I opgenomen. Waterwingebieden Gezien het grote belang van een waterwingebied voor een veilige openbare drinkwatervoorziening, gelden in deze gebieden strikte regels ter bescherming van het grondwater (zie ook hoofdstuk 4 van deze verordening). In waterwingebieden wordt dan ook het voorzorgprincipe gehanteerd.

Dat wil zeggen dat bij enige onzekerheid over een mogelijk negatief effect van een ingreep, deze niet wordt toegestaan. Om deze reden zijn waterwingebieden opgenomen als uitsluitingsgebied voor zonneparken door de provincie. Artikel 13.3 lid 3 en lid 4: In lijn principes met POVI en in afstemming met RES Vanuit een zorgvuldig gebruik van de open ruimte, afstemming van duurzame energieprojecten in een gebied en de beperkte capaciteit van het netwerk in delen van Limburg, geldt als randvoorwaarde dat projecten zijn afgestemd met de RES-regio waar het initiatief is beoogd. In de RES-regio bevinden zich naast gemeenten ook de netwerkbeheerder Enexis, het Waterschap Limburg en de Provincie Limburg. Bij de afweging van een installatie voor de opwek van zonne-energie spelen diverse aspecten een rol, zoals een efficiënte aansluiting op het energienet in samenspraak met de netwerkbeheerders, de kosten die gemoeid zijn met het aanleggen van energie-infrastructuur maar ook aspecten rondom zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. De provincie Limburg is onderverdeeld in de RES-regio Noord- & Midden-Limburg en de RES-regio Zuid-Limburg. Het is aan de regio om afspraken te maken over de wijze van bereiken van overeenstemming. Deze afspraken worden regionaal gemaakt en regionaal nageleefd.

In de Regionale Energie Strategieën (RES'en) werken we met gemeenten aan een aanvullend kader voor locaties voor zon- en windenergie. Daarbij worden de belangen van landschap en natuur betrokken. Artikel 13.3 lid 5, onder a: Zorgvuldige ruimtelijke afweging

18

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

Het is de verantwoordelijkheid van de gezamenlijke overheden in de Regionale Energie Strategieën (RES'en) om te komen tot een landschappelijk en maatschappelijk gedragen strategie. De Provincie is één van de deelnemers aan het RES-proces en heeft als kader de Limburgse zonneladder aan de regio meegegeven. Wij benadrukken daarbij dat een goede ruimtelijke afweging van essentieel belang is en meervoudig ruimtegebruik de voorkeur geniet en plannen moeten voldoen aan het beginsel van goede ruimtelijke ordening. Artikel 13.3 lid 5, onder b en c: Landschappelijke en natuurlijke inpassing en bodemkwaliteit De bedoeling van deze bepalingen is om bij de keuze van de locatie, het ontwerp, de aanleg en de inrichting rekening te houden met de aanwezige landschappelijke en natuurlijke kernkwaliteiten van het gebied teneinde te zorgen voor multifunctioneel gebruik die de kernkwaliteiten en de biodiversiteit versterken en ook de bodemkwaliteit ten goede komt. Aanvullend dient men bij de afweging voor het realiseren van een zonnepark rekening te houden met de aanwezige cultuur-historische waarden in het gebied. Vanzelfsprekend dient eventuele plaatsing van zonnepanelen met respect voor de landschappelijke kernkwaliteiten te gebeuren en zijn hoofdstukken 7 en 8 van deze verordening, respectievelijk Landschappen en Natuurgebieden ook hier van toepassing.

Door het versterken van de bestaande kernkwaliteiten en kansen te benutten om verbindingen te versterken of te leggen met de bestaande natuurlijke structuren wordt het landschappelijk en natuurlijk netwerk vergroot en verbeterd. Het Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg is daarvoor een belangrijke handreiking. In Noord- en Midden Limburg kan gebruik worden gemaakt van het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg en het landschapskader voor grootschalige opwek zonne-energie van de RESNoord en Midden-Limburg. Voor de het Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Groenblauwe mantel (afdeling 7.1 en 7.3) gelden aanvullende regels ten aanzien van de omgang met landschappelijke kernkwaliteiten. Zonneparken kunnen impact hebben op natuurwaarden zoals biodiversiteit en bodemkwaliteit. Afhankelijk van de situatie en uitvoering kan deze impact zowel negatief als positief zijn. Tijdens en na aanleg van de zonneparken zijn het voorkomen van bodemverdichting, erosie en verslemping specifieke aandachtspunten. Bij het plaatsen van zonneparken op land bestaat het risico dat het bodemleven afneemt door de verminderde lichtinval en veranderende waterverdeling. Erosie, verspoeling en uitdroging kunnen leiden tot degradatie van de bodem indien de panelen te vlak liggen en de ruimtes tussen de rijen panelen te nauw zijn.

Dit kan een negatieve impact hebben op de diverse functies van de bodem in het ecosysteem: bodems bieden een habitat voor allerlei soorten, leveren buffer- en regulatiefuncties en maken de productie van gewassen en andere natuurlijke hulpbronnen mogelijk. Licht en water zijn essentieel voor de bodemvruchtbaarheid en plantengroei. Bodemtype en bodemleven bepalen mede welk type ecosysteem ondersteund kan worden. Met de juiste soortenkeuze en extensief beheer is het mogelijk een grote botanische diversiteit te realiseren. Doordat zonnepanelen voor verschillen zorgen in bezonning en beregening leidt dit tot een grote variëteit in groeiomstandigheden. Door extensief beheer van planten en genoeg ruimte tussen de zonnepanelen kunnen zonneparken door veel verschillende diersoorten (o.a. vogels, kleine diersoorten, insecten) worden gebruikt als habitat. Door bij de aanleg te kiezen voor een goede expositie en positionering van panelen, voldoende ruimte tussen de panelen , de aanleg en versterking van landschapselementen en het juiste beheer, is het mogelijk om te komen tot multifunctioneel gebruik die leidt tot een vergroting van de biodiversiteit en er voor zorgt dat de grond inzetbaar blijft voor toekomstig gebruik.

Door het opstellen van een goed gemotiveerd natuur- en landschapsplan, waarin duidelijk wordt gemaakt wat de toegevoegde waarde is kan invulling gegeven worden aan deze artikelen. De richtlijnen van de Wageningen University & Research (Rapport 3061 - ISSN 1566-7197 Verkenning van bodem en vegetatie in 25 zonneparken in Nederland: hoofdstuk 7 richtlijnen voor ontwerp en beheer) en de Gedragscode zon op land van Holland Solar zijn goede handvatten om invulling te geven en het goede gesprek te hebben over het ontwerp, de aanleg, inrichting en beheer tussen initiatiefnemer, omwonenden, natuurverenigingen en overheden. Artikel 13.3 lid 5, onder d: Verplichting verwijderen zonnepark In beginsel gaan wij ervan uit dat de realisatie van zonneparken voorziet in een tijdelijke behoefte. De technologische ontwikkeling voor het opwekken van zonne-energie gaat steeds verder waardoor er steeds meer mogelijkheden ontstaan voor meervoudig ruimtegebruik. Het is daarom goed al bij het toelaten na te denken over de wijze waarop de sanering wordt veiliggesteld.

19

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

Vanwege dit tijdelijke karakter van zelfstandige opstellingen voor zonne-energie is de ontwikkeling daarom uitsluitend mogelijk met de toepassing van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Aan een dergelijke vergunning kan een termijn worden verbonden en de voorwaarde dat na afloop van de termijn de situatie van voor de vergunningverlening wordt hersteld. Artikel 13.3 lid 6, onder a en b: Motiveringsplicht en participatie Dit artikel ziet erop dat in de toelichting bij een ruimtelijk plan het volgende dient te worden opgenomen: 1. De regionale afspraken die zijn gemaakt in RES-verband, waarbij transparant wordt toegelicht hoe dit omgevingsplan hierop is afgestemd en binnen deze gemaakte afspraken in de RES-regio past; 2. Door middel van een natuur- en landschapsplan dient te worden gemotiveerd op welke wijze invulling wordt gegeven aan de artikelen 13.3 lid 5, onder a tot en met c, waarbij duidelijk wordt beschreven hoe deze in de afweging bij het opstellen van het plan zijn betrokken en op welke wijze deze zijn verankerd in de planregels/voorschriften. 3. Een beschrijving van de wijze waarop de omgeving is betrokken en zorg is gedragen voor maatschappelijk draagvlak en (financiële) participatie. Beide Limburgse RES'en streven naar minimaal 50% lokaal eigendom bij zonneparken.

Het omgevingsproces en het bijbehorende besluitvormingsproces dient zo transparant mogelijk te worden toegelicht. Artikel 13.3, lid 2 Nee-tenzij-criteria voor het gebruik van landbouwgrond In het Bestuursakkoord Aanscherping Zon op Land d.d. 26 oktober 2023 is onderschreven dat landbouwgrond essentieel is om te voorzien in onze behoefte aan voedsel. Het monofunctioneel gebruik van bestaande landbouwgrond voor zon-pv is om die reden ongewenst. Onder een aantal voorwaarden, nee-tenzij-criteria, wordt het gebruik van landbouwgrond wel toegelaten overeenkomstig het bestuursakkoord. Agri-pv Agri-pv is het combineren van landbouw met het opwekken van zonne-energie. Daarbij blijft de functie landbouw behouden en maakt het gebruik van pv-panelen slechts beperkt inbreuk daarop of draagt juist bij aan de landbouwkundige functie. Meervoudig ruimtegebruik, met primair landbouwkundig gebruik is de norm. De eerste toepassingen vinden plaats in de land- en tuinbouw. Een exacte definitie van agri-pv bestaat nog niet en zal in de komende jaren worden ontwikkeld mede op basis van (inter)nationale ervaringen en onderzoek. Met onderstaande voorbeelden wordt agri-pv geïllustreerd. Het is aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat sprake is van het substantieel behoud van de landbouwfunctie.

Substantieel vinden wij een landbouwkundige opbrengst die ten minste 75% is van de huidige referentiesituatie. We vragen de initiatiefnemer de opbrengsten de eerste drie jaren te monitoren, wat bijdraagt aan kennisontwikkeling voor opvolgende projecten. Figuur 1: voorbeelden van Agri-PV systemen (bron: Holland Solar)

Landbouwgrond in transitie Landbouwgronden kunnen tijdelijk worden ingericht als zonnepark als ze: ● in de toekomst een andere functie krijgen zoals woon-werk, recreatie of natuur of;

20

Provinciaal blad 2024 nr. 7557

24 mei 2024

●

in de toekomst minder geschikt worden voor landbouw, bijvoorbeeld door verzilting, vernatting of bodemdaling.

Zonne-energie draagt financieel bij aan het mogelijk maken van deze gebiedsgerichte opgaven gedurende een periode van maximaal 30 jaar, waarna de gebieden hun definitieve functie zullen krijgen. Van deze mogelijkheden kan pas worden gebruik gemaakt als dit onderdeel uitmaakt van bestuurlijke afspraken tussen Provincie en Gemeente over de gebiedsgerichte aanpak, waarbij de inzet van zonne-energie van toegevoegde waarde wordt geacht en op basis van een bestuurlijk geaccordeerde visie, programma of vergelijkbaar document. Betekenisvolle bijdrage aan de netcongestie Zonneparken dragen bij aan de gewenste opwek van hernieuwbare energie, maar vormen tevens een belasting voor het overvolle elektriciteitsnetwerk. De maatschappelijke kosten voor de aanleg van zonneparken in het buitengebied kunnen bovendien relatief hoog zijn. Tegelijkertijd kan een zonnepark dat met een directe lijn een bedrijf of meerdere bedrijven rechtstreeks van elektriciteit voorziet, bijdragen aan het verminderen van de netcongestie en kan bestaande energie-infrastructuur beter worden benut als een zonnepark wordt aangesloten op een reeds bestaande elektriciteitsaansluiting. Daarom worden projecten op landbouwgrond betekenisvol geacht als die: 1.

direct aangesloten worden op een afnemer of een particulier netwerk zonder een toename van invoeding op het elektriciteitsnet (directe aansluiting), waarbij de mogelijkheden voor zon-opdak geheel zijn uitgenut; of 2. aangesloten worden op een bestaande elektriciteitsaansluiting (zgn. cable-pooling). Bovengenoemde situaties leiden niet tot extra netinpassingskosten en beperken een claim op aanvullende capaciteit op het elektriciteitsnetwerk. Door een schriftelijke verklaring van de decentrale netbeheerder kan aangetoond worden dat het plan voldoet aan bovenstaande criteria. Grond die 10 jaar niet in gebruik is geweest als landbouwgrond Gronden kunnen vrij zijn van bebouwing en een agrarische functie hebben in het omgevingsplan, maar al vele jaren een feitelijk ander gebruik hebben dan landbouwkundig gebruik. Dit betreft bijvoorbeeld onder meer gronden langs een verkeersfunctie. De termijn van 10 jaar sluit aan bij de voormalige herzieningstermijn onder de Wet ruimtelijke ordening. Op gronden in het bouwvlak na sloop van opstallen Op veel agrarische opstallen zijn pv-panelen gesitueerd. Als, bijvoorbeeld als voorwaarde van een regeling, deze opstallen worden gesloopt, achten we het ruimtelijk aanvaardbaar dat de pv-panelen die eerder op het dak gesitueerd waren, terug geplaatst worden op de grond. In beginsel op dezelfde gronden waar voorheen de opstallen stonden.

Als binnen het bouwvlak een situering mogelijk is die beter aansluit op de aanwezige landschappelijk waarden, natuurlijke waarden of de omgevingskwaliteit, dan heeft die situering de voorkeur. Het is niet wenselijk dat dit tot een toename van pvpanelen gaat leiden. Het aantal vierkante meters is daarom gemaximaliseerd op de vierkante meters pv-panelen die voorheen op de daken waren gelegen. Artikel 13.3, lid 3 De RES-regio’s hebben in hun RES-bod 1.0 zon op landbouwgrond opgenomen. Gemeenten en markt zijn op basis van deze bestuurlijke afspraken aan de slag gegaan met het voorbereiden van projecten. Er zijn daarmee projecten die d.d.26 oktober 2023, datum bestuursakkoord, in een vergevorderd stadium voor voorbereiding waren. Deze projecten behoeven niet te voldoen aan de regels opgenomen in artikel 13.3, lid 2. Er is een lijst opgesteld met projecten waarvoor de uitzondering geldt. Deze lijst is opgenomen in bijlage XIII. Het betreft projecten die voorafgaand aan het bestuursakkoord: ● in ontwikkeling waren, bijvoorbeeld door uitgevoerde onderzoeken door te zake deskundige onafhankelijke adviseurs; ● in een participatief proces zijn besproken met de omgeving; ● de instemming hadden van de gemeente; en ● idealiter al vooroverleg met de provincie heeft plaatsgevonden. Artikel 13.3, lid 4 Het zonnepark landschappelijk en natuurlijk goed wordt vormgegeven en ingepast

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=62a40958-d16f-4630-b6fd-01d1e4b9db7d