CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording aanvullende vragen VVD

01. Raadsvergadering 10 november 2025, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Programmabegroting 20263.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording aanvullende technische vragen VVD – B26 Financiën & meerjarenraming Onderdeel Oorspronkelijke vraag Gegeven antwoord Beoordeling antwoord Herformuleerde vraag (voor toekomstig gebruik) Antwoord

Inhoud Waarom is een OZB-verhoging van 25% de enige structurele optie? (In het document geformuleerd als: “Welke alternatieve dekkingsopties zijn onderzocht naast de OZB-verhoging van 25%?”) “Zie hoofdstuk 1.2 van de begroting en ook de kadernota en bijbehorende themabijeenkomsten. Hierin zijn de oplossingsrichtingen nader toegelicht.” De verwijzing naar de kadernota en hoofdstuk 1.2 klopt formeel; die documenten behandelen inderdaad de financiële opgaven en oplossingsrichtingen. Maar de oorspronkelijke vraag ging niet over waar dit staat, maar waarom de OZB-verhoging van 25 % als enige structurele maatregel overbleef. “Welke structurele én incidentele dekkingsopties zijn onderzocht om de begroting sluitend te houden, welke financiële opbrengst levert elke optie op, en waarom is de OZB-verhoging van 25% als enige structurele maatregel overgebleven?” De structurele en incidentele dekkingsopties zijn beschreven in hoofdstuk 1.2 en 1.3 van de programmabegroting. Er zijn meerdere oplossingsrichtingen beoordeeld. De OZB-verhoging is niet de enige structurele maatregel die verwerkt is in deze programmabegroting. Naast de verhoging van inkomsten (o.a. opbrengsten OZB) is ook gekeken naar besparen op bestaand beleid en het niet uitvoeren van nieuw beleid. Daarnaast is het ‘onderwerp’ reëel en risicovol begroten opgepakt.

Als laatste zijn wij geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen zoals extra lasten voor de nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst, maar ook de effecten van de CAO. Deze oplossingsrichtingen in combinatie met de verhoging van de OZB leidt tot een sluitende begroting. Sociaal Domein & Jeugdzorg

Onderdeel Oorspronkelijke vraag Gegeven antwoord

Beoordeling antwoord

Herformuleerde vraag (voor toekomstig gebruik) Antwoord

Inhoud Wanneer worden de besparingen uit de Hervormingsagenda Jeugd zichtbaar? (In het document terug te vinden als: “Hoe realistisch zijn de besparingen in jeugdzorg en welke fallback-maatregelen zijn voorzien?”) De ingeboekte besparingen zijn gebaseerd op de landelijke Hervormingsagenda Jeugd (HAJ). Door verschuiving van de landelijke planning naar 2028 worden de effecten later zichtbaar dan verwacht. De gemeente onderschrijft de agenda en blijft gebonden aan de doelstellingen, maar de realisatie is onzeker, omdat veel maatregelen nog landelijk moeten worden uitgewerkt en de uitvoering afhankelijk is van externe partners. De gemeente rekent erop dat het Rijk verantwoordelijkheid neemt, inclusief compensatie bij achterblijvende maatregelen. Het resterende financiële risico is opgenomen in de risicoparagraaf. Het antwoord van het college is inhoudelijk grotendeels correct, maar onvoldoende toereikend voor de controlerende taak van de raad. De toelichting op de landelijke context van de Hervormingsagenda Jeugd (HAJ) is accuraat: de planning is landelijk verschoven richting 2028, waardoor effecten later zichtbaar worden. Ook de verwijzing naar afhankelijkheid van externe partners en opname van het resterende risico in de risicoparagraaf is feitelijk juist. Wat echter ontbreekt, is inzicht in de lokale financiële vertaling en beleidsmatige beheersing van deze risico’s.

“Wanneer worden de financiële effecten van de Hervormingsagenda Jeugd concreet zichtbaar in de begroting van Maasgouw, welke bedragen zijn daarbij geraamd per jaar, en welke maatregelen worden lokaal genomen om deze besparingen te realiseren of te borgen?” Op pagina 33 van de begroting 2026 zijn de hervormingsagenda Jeugd en de bijbehorende maatregelen beschreven. Hier is ook te lezen dat wij voor 2028 de besparing van de hervormingsagenda bereikt willen hebben. Wij hebben de besparing niet verder op detailniveau uitgewerkt. We verwachten met de inzet van de maatregelen zoals beschreven op bladzijde 33 dat we de besparing verwezenlijken. Vertraging van landelijke regelgeving en achterblijvende ontwikkelingen op Rijksniveau kunnen ertoe leiden dat de gewenste besparing niet geheel gehaald kan worden. Bedrijfsvoering, Uitvoeringskracht en Dienstverlening

Onderdeel Oorspronkelijke vraag Gegeven antwoord Beoordeling antwoord

Inhoud Heeft de gemeente voldoende capaciteit voor uitvoering van beleid en projecten? (In het document terug te vinden als: “Hoe wordt slagvaardigheid en capaciteit van bestuur en organisatie in beeld gebracht en welke digitaliseringsprojecten zijn voorzien?”) “Dit wordt niet specifiek in beeld gebracht, maar is wel ondergebracht in de jaarplannen en werkplannen die gebaseerd worden op de begroting. De terugkoppeling aan uw raad vindt plaats via de daaruit voortvloeiende raadsvoorstellen en verantwoording in de P&C-documenten. Op dit vlak zijn geen digitaliseringsprojecten voorzien.” Het antwoord van het college is procedureel juist maar inhoudelijk ontoereikend. Het klopt dat de inzet van personele capaciteit wordt uitgewerkt in jaar- en werkplannen en dat verantwoording plaatsvindt via de reguliere P&C-documenten. De vraag ging echter niet over waar capaciteit wordt

Herformuleerde vraag (voor toekomstig gebruik) Antwoord

Onderdeel Oorspronkelijke vraag Gegeven antwoord

Beoordeling antwoord

Herformuleerde vraag (voor toekomstig gebruik) Antwoord

geregistreerd, maar over of die capaciteit voldoende is om de beleidsopgaven en projecten uit te voeren. Daarop wordt geen antwoord gegeven. Het ontbreken van dit inzicht raakt direct aan de uitvoerbaarheid van de programmabegroting en daarmee aan de realiteitswaarde van het financiële kader. “Welke capaciteit (in fte en budget) is beschikbaar voor de uitvoering van beleidsprogramma’s en projecten in 2026–2029, waar zitten de grootste knelpunten, en welke maatregelen neemt het college om structurele onderbezetting te voorkomen?” De formatie wordt momenteel niet aan de beleidsprogramma’s gekoppeld, dus dat overzicht kan niet nu opgeleverd worden. Wat gegeven kan worden is de totale formatie per team, maar dit geeft in feite geen informatie over uitvoerbaarheid zoals bedoeld wordt in de vraagstelling. En er zijn hierbij geen benchmarkgegevens beschikbaar. In totaliteit heeft gemeente Maasgouw 143 fte aan personeel. Daarnaast hebben wij een heel aantal uitvoerende taken bij het Servicecentrum belegd, waarvan de cijfers in de begroting staan opgenomen. Er is geen generieke methodiek die gehanteerd wordt op benodigde capaciteit per programma of per beleidsontwikkeling te becijferen. Dit gebeurt op basis van ervaring.

De werkplannen waar in een eerder antwoord naar verwezen werd zijn het instrument dat gehanteerd wordt om datgene wat in de begroting staat opgenomen ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Knelpunten worden ervaren daar waar veel zaken samen komen, er veel actuele ontwikkelingen zijn of onderwerpen een gemeenschappelijke deler hebben. Zo is verkeer een onderwerp waar druk op staat, evenals OOV en accommodaties. Er is echter geen sprake van structurele onderbezetting, althans niet door vacatures, want die krijgen we ingevuld. Indien we constateren dat er gedurende langere tijd te hoge druk op een team komt te liggen omdat er verplichtingen liggen en tijdelijke ontlasting onvoldoende is, wordt aan de raad voorgelegd welke formatie we nodig achten. Inhoud Wat betekent de Strategische Visie Maasgouw 2035 voor de interne organisatie? (In het document verwoord als: “Voor de Strategische Visie Maasgouw 2035 wordt € 75.000 uitgetrokken voor externe expertise. Waarom is dit nodig en hoe borgt het college dat de visie na 2026 daadwerkelijk wordt uitgevoerd?” en “Borging strategische visie: kan dit niet uit de huidige FTE’s worden opgevangen?”) Antwoord op de vraag: “Voor de Strategische Visie Maasgouw 2035 wordt € 75.000 uitgetrokken voor externe expertise.

Waarom is dit nodig en hoe borgt het college dat de visie na 2026 daadwerkelijk wordt uitgevoerd?” Als de algemene strategie van een organisatie wordt aangepast is het nodig om te beoordelen of de structuur, de cultuur en de werkwijze van de organisatie nog geschikt zijn om deze strategie op een doeltreffende wijze toe te passen en uit te voeren. Als de organisatie in de bestaande structuren en op dezelfde manier blijft werken dan kunnen de nieuwe ambities in de Strategische Visie mogelijk niet (of in mindere mate) worden bereikt. Door het vaststellen van een uitvoeringsprogramma met een beschrijving van concrete plannen, projecten en acties die moeten worden uitgevoerd wil het college bereiken dat ook daadwerkelijk gewerkt gaat worden aan de ambities in de Strategische Visie. Daarbij is het de gedachte dat het collegeprogramma 2026–2030 in de komende bestuursperiode kan gaan fungeren als uitvoeringsprogramma voor zowel de Strategische Visie Maasgouw 2035 als het Coalitieakkoord 2026–2030. Vanaf 2030 kan daar een vervolg aan worden gegeven door een nieuw collegeprogramma. Antwoord op de vraag: “Borging strategische visie: kan dit niet uit de huidige FTE’s worden opgevangen?” Het vaststellen van een nieuwe lange-termijnstrategie voor een organisatie komt gemiddeld niet vaker dan één keer in de tien jaar voor.

Dat brengt met zich mee dat het aanpassen van de structuur en werkwijze van een organisatie aan een nieuwe strategie ook niet vaak voorkomt. Daarom heeft de gemeente hiervoor niet de benodigde expertise in huis en is het nodig om daarvoor de expertise van een organisatieadviesbureau in te zetten. In het traject dat in 2026 moet gaan leiden tot een uitvoeringsprogramma voor de Strategische Visie (zie ook antwoord op vraag 4) wordt de benodigde ambtelijke ondersteuning wel volledig vanuit de eigen ambtelijke organisatie en binnen de huidige FTE’s geleverd. Het antwoord van het college is inhoudelijk grotendeels correct, maar te beschrijvend om de raad in staat te stellen de besteding van middelen en de uitvoerbaarheid van de Strategische Visie Maasgouw 2035 te beoordelen. De toelichting dat externe expertise nodig is om te toetsen of de organisatie “nog geschikt is voor de nieuwe ambities” is op zichzelf verdedigbaar — veel gemeenten gebruiken tijdelijke externe ondersteuning bij verandertrajecten. Ook de koppeling tussen de Strategische Visie, het uitvoeringsprogramma 2026–2030 en het toekomstige coalitieakkoord is logisch. Toch ontbreekt het antwoord aan concrete onderbouwing, vooral waar het gaat om de impact op capaciteit, kosten en borging van uitvoering.

“Welke organisatorische, personele en culturele veranderingen zijn nodig om de Strategische Visie Maasgouw 2035 te realiseren, welke middelen en competenties worden hiervoor ingezet, en hoe wordt de voortgang binnen de interne organisatie gemonitord en geborgd?” Om dit alles in kaart te brengen is specifiek die 75.000 euro budget begroot voor externe inhuur om ons te ondersteunen bij de beantwoording van deze vraagstukken door iemand die hier dagdagelijks ervaring mee heeft.

Aanvullende technische vragen

Financiën & Meerjarenraming Nr. 1

Oorspronkelijke vraag “Hoe beïnvloeden caoen prijsstijgingen de meerjarenraming?”

Samenvatting antwoord

Beoordeling antwoord

Aanvullende vraag

De nieuwe cao zorgt voor een stijging van de loonkosten met € 274.000 in 2026 en € 576.000 structureel. Deze stijging is in de meerjarenraming verwerkt via de opgenomen oplossingsrichtingen uit hoofdstuk 1.2 en 1.3 van de begroting.

Antwoord is formeel juist maar te oppervlakkig: geen cijfers, geen indexatiepercentages, geen analyse van realiteitswaarde of risico.

“Welke aannames hanteert het college bij de doorrekening van loon- en prijsstijgingen vanaf 2026, en welke gevoeligheidsanalyse is uitgevoerd om de impact van hogere of lagere inflatie in te schatten?”

Voor overige prijsstijgingen geldt dat bestaande budgetten buiten het sociaal domein in 2026 niet geïndexeerd worden. Het college verwacht dat dit beperkte invloed heeft op de uitvoerbaarheid van beleid, omdat wordt ingezet op kostenbewustzijn en efficiëntere inzet van middelen. Indien blijkt dat bepaalde budgetten onvoldoende zijn, wordt dat via afzonderlijke voorstellen aan de raad voorgelegd voor integrale afweging. Antwoord

Toelichting relevantie/ doel Relevante vervolgvraag die concreet maakt hoe de begroting is opgebouwd. Geeft inzicht in de realiteitswaarde van de meerjarenraming en voorkomt onderschatting van structurele lasten.

T.a.v. loonstijgingen: De verwerking van de loonstijging is gebaseerd op de vastgestelde CAO. Deze loopt tot het voorjaar van 2027. Er is geen gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op dit aspect. T.a.v. de prijsstijgingen: Het uitgangspunt voor de prijsstijgingen is opgenomen in de kadernota 2026. Deze is toegepast op de programmabegroting 2026. Na verdere analyse is besloten om geen indexering door te voeren op de overige budgetten (niet zijnde sociaal domein). Naast het uitgangspunt zoals opgenomen in de kadernota 2026, zijn verder geen overige gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. De ontwikkelingen op de markt (bijvoorbeeld bij aanbestedingsprojecten) worden nauwlettend gevolgd. Mocht dit aanleiding zijn om budgetten bij te stellen omdat de verkeerde inschatting is gemaakt, wordt dit opgenomen in de reguliere P&C documenten.

Sociaal Domein & Jeugdzorg Nr.

Oorspronkelijke vraag

Samenvatting antwoord

Beoordeling antwoord

Aanvullende vraag

2

“Wanneer worden de besparingen uit de Hervormingsagenda Jeugd zichtbaar?”

De verwachte besparingen uit de Hervormingsagenda Jeugd schuiven op naar 2028 door vertraging in landelijke uitvoering. Het college acht de uitvoering onzeker en houdt rekening met mogelijke financiële risico’s, die zijn verwerkt in de risicoparagraaf.

Antwoord is feitelijk correct, maar bestuurlijk onvolledig. De landelijke context wordt beschreven, maar de lokale doorwerking, uitvoering en financiële impact blijven onduidelijk.

“Welke concrete lokale maatregelen worden binnen Maasgouw genomen om de Hervormingsagenda Jeugd uit te voeren, en wat is het geraamde financiële effect daarvan voor onze gemeente (besparing, investering of risico)?”

Antwoord

Zie antwoord op tweede vraag op pagina 1

Toelichting relevantie/doel Relevante vervolgvraag die de lokale vertaalslag afdwingt van een landelijke beleidsagenda. De raad krijgt hiermee inzicht in wat Maasgouw zelf doet om de HAJdoelen te behalen en hoe dat financieel doorwerkt. Sluit aan bij de VNGrichtlijn: ‘Vertaal landelijke hervormingsdoelen naar lokale uitvoeringsagenda’s met kwantitatieve onderbouwing’.

Bedrijfsvoering, Uitvoeringskracht & Dienstverlening Nr.

Oorspronkelijke vraag

3

“Heeft de gemeente voldoende capaciteit voor uitvoering van beleid en projecten?”

4

“Heeft de gemeente voldoende capaciteit voor uitvoering van beleid en projecten?”

Antwoord op 3 en 4

Samenvatting antwoord

Beoordeling antwoord

Aanvullende vraag

Toelichting relevantie/doel “Capaciteit wordt verwerkt in jaarAntwoord is formeel juist “Hoeveel fte is in 2026 Relevante vervolgvraag en werkplannen. Terugkoppeling aan maar ontwijkt de kern: er en vanaf 2027 die inzicht vraagt in de raad via P&C-documenten. Op dit wordt niet gezegd of de beschikbaar voor uitvoeringskracht per vlak zijn geen digitaliseringsprojecten capaciteit toereikend is. uitvoering van beleidsveld. Maakt voorzien.” Geen inzicht per domein, kernbeleidsvelden zichtbaar of geen vergelijking met (sociaal domein, onderbezetting structureel andere gemeenten. ruimtelijke ordening, is, en of de formatie digitalisering), en hoe aansluit bij gemeentelijke verhoudt dit zich tot ambities. Sluit aan bij de vergelijkbare gemeenten VNG-benchmark qua inwonertal en ‘Gemeentelijke formatie en taakzwaarte?” taakzwaarte’ (2024). “Capaciteit wordt verwerkt in jaarAntwoord is formeel juist, “Hoeveel vacatures staan Relevante vervolgvraag en werkplannen. Terugkoppeling aan maar onvolledig. Geen momenteel open binnen die concreet zicht geeft op de raad via P&C-documenten.” inzicht in actuele de gemeentelijke onderbezetting en bezetting, organisatie, en welke kwetsbare functies. Helpt personeelsverloop of functies blijken de raad beoordelen of wervingsproblemen. structureel moeilijk te beleid uitvoerbaar is en of vervullen (bijv.

binnen aanvullende maatregelen sociaal domein, (uitbesteding, vergunningverlening, ICT samenwerking, scholing) of toezicht & nodig zijn. Past bij VNGhandhaving)?” richtlijnen over personeelsplanning en duurzame inzetbaarheid. Zie antwoord op vraag 3 op blz 3. Op dit moment zijn er binnen gemeente Maasgouw twee openstaande vacatures.

5

“Wat betekent de Strategische Visie Maasgouw 2035 voor de interne organisatie?”

Antwoord

“De visie vraagt om aanpassing van structuur, cultuur en werkwijze. Externe expertise beoordeelt of de organisatie geschikt is voor de nieuwe ambities. Er wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld voor 2026–2030, uitgevoerd binnen bestaande FTE’s.”

Antwoord is formeel correct, maar beperkt tot intenties. Geen inzicht in benodigde middelen, capaciteit, competenties of doorvertaling naar organisatieontwikkeling.

“Hoe vertaalt de Strategische Visie Maasgouw 2035 zich naar benodigde middelen, functies en organisatieontwikkeling (bijv. competentieontwikkeling , formatie-aanpassing of veranderbudget)?”

Relevante vervolgvraag die de verbinding legt tussen strategische ambities en uitvoeringskracht. Geeft de raad inzicht in de financiële en personele randvoorwaarden om de visie daadwerkelijk te realiseren. Sluit aan bij VNG-handreiking “Van visie naar uitvoeringskracht” (2024). Zoals aangegeven moet deze vertaling nog gemaakt worden. Dat is een logische volgende stap in het proces nadat de raad in december een besluit genomen heeft over de visie.

Regionale samenwerking (SC MER, RUD NML, WSP) Nr.

Oorspronkelijke vraag

6

“Hoe behoudt de raad grip op stijgende bijdragen aan regionale samenwerkingen?”

Antwoord

Samenvatting antwoord

Beoordeling antwoord

Aanvullende vraag

Toelichting relevantie/doel “De bijdrage aan SML stijgt van € Antwoord is correct “Welke structurele Relevante vervolgvraag 0,60 naar € 0,89 per inwoner, maar beperkt tot één lastenstijgingen bij SC MER, die inzicht vraagt in structureel opgenomen in de samenwerkingsverband RUD NML en WSP zijn al meerjarige verplichtingen begroting. Er is nog geen meerjarig (SML). Geen opgenomen in de uit beeld; dat volgt uit het programma totaaloverzicht van meerjarenraming 2026samenwerkingsverbanden. ‘Perspectief Midden-Limburg’.” structurele 2029, en welke mogelijke Geeft de raad overzicht lastenstijgingen binnen stijgingen nog niet? Hoe van financiële druk buiten andere GR’s zoals SC wordt de raad hierover tijdig de eigen begroting. Sluit MER, RUD NML en WSP. geïnformeerd?” aan bij de VNGaanbeveling om GRbijdragen integraal te monitoren en tijdig te verwerken in de gemeentelijke meerjarenraming. Elke verbonden partij heeft een accounthouder. Deze is verantwoordelijk voor de afstemming met de verbonden partij waarbij tevens financiële vraagstukken aan de orde komen (eventueel met hulp van een financieel adviseur). P&C documenten van de verbonden partij worden beoordeeld door accounthouder en vervolgens wordt college- en raadsvoorstel opgesteld. Hierin is mogelijk een zienswijze opgenomen.

In de raadsvergadering van juni 2025 zijn alle begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen behandeld. Vanuit het college is een zienswijze opgesteld op de aangeleverde stukken, welke zijn verstuurd aan de besturen van de gemeenschappelijke regeling. De financiële consequenties worden verwerkt in de meerjarenbegroting. Indien gedurende het jaar nog een begrotingswijziging wordt ingediend door een verbonden partij wordt bovenstaand proces doorlopen. Door het Servicecentrum is een aanvullende begrotingswijziging ingediend. Deze wordt in de raadsvergadering van 10 november 2025 behandeld. De financiële effecten worden verwerkt in de 2de programmarapportage 2025.

7

“Hoe borgt Maasgouw invloed binnen het Servicecentrum MER (SC MER)?”

Antwoord

“Binnen de MER-samenwerking worden processen geüniformeerd voor efficiëntie en kwaliteit; dienstverlening blijft herkenbaar Maasgouws.”

Antwoord correct maar beperkt tot kwalitatieve samenwerking. Geen informatie over financiële doorwerking van begrotingswijzigingen van SC MER in de eigen gemeentebegroting.

“Wordt de herziening van de SC MER-begroting 2025-2 financieel verwerkt in de gemeentelijke begroting 2026–2029, en wat is het structurele effect daarvan op de lasten van Maasgouw?”

Relevante vervolgvraag die inzicht vraagt in de doorwerking van begrotingswijzigingen van verbonden partijen in de gemeentelijke meerjarenraming. Voorkomt dat structurele lasten pas later zichtbaar worden. Sluit aan bij VNGhandreiking ‘Financiële grip op gemeenschappelijke regelingen’ (2024). De begrotingswijzingen 2025-2 SC MER 2025 wordt verwerkt in de 2de programmarapportage 2025. Deze wordt in de raad van december 2025 behandeld. De begrotingswijziging 2025-2 van SC MER heeft een financieel effect van € 127.200 (positief) op 2025. Voor 2026 is er sprake van een negatief van afgerond € 2.000 en vanaf 2027 € 210.000 (afgerond). De begrotingswijziging is in de commissievergadering van dinsdag 28 oktober jl. behandeld. De programmarapportage is momenteel onderhanden.

Risicomanagement & Weerstandsvermogen Nr.

Oorspronkelijke vraag

8

“Hoe borgt het college een actueel overzicht van risico’s en weerstandsvermogen?”

Antwoord

9

“Hoe borgt het college een actueel overzicht van risico’s en weerstandsvermogen?”

Samenvatting antwoord

Beoordeling antwoord

Aanvullende vraag

Toelichting relevantie/doel “Actualisatie vindt plaats via de Antwoord is feitelijk “Welke methodiek gebruikt Relevante vervolgvraag reguliere P&C-cyclus (kadernota, juist, maar procedureel. de gemeente voor die inzicht vraagt in de programmarapportages, Er wordt niets gezegd risicoweging (kwalitatief, systematiek achter het jaarrekening). Het risicoprofiel sluit over de methodiek kwantitatief of hybride), en risicoprofiel. Hiermee kan aan op de 1e waarmee risico’s worden hoe worden risicoscores de raad beoordelen of het programmarapportage 2025. De geïdentificeerd, gewogen berekend en vertaald naar risicobeeld betrouwbaar en weerstandsratio ≥ 1,0.” en vertaald naar benodigde consistent is. Sluit aan bij financiële impact. weerstandscapaciteit?” BBV-vereisten en de VNGhandreiking ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ (2023). De methodiek is beschreven in de nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2025. Hierin is beschreven hoe de beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald alsmede hoe risico’s worden gewogen (kans * risicoklasse (impact)). De risico inschatting betreft een subjectieve inschatting waarbij zowel het kwantitatieve als kwalitatieve aspect wordt meegenomen. “Actualisatie vindt plaats via de Antwoord is feitelijk “Welke relatie bestaat er Relevante vervolgvraag reguliere P&C-cyclus. De juist, maar beschrijvend.

tussen de hoogte van de die inzicht vraagt in de weerstandsratio ligt binnen de Er ontbreekt inzicht in de weerstandscapaciteit en de onderbouwing van de gemeentelijke norm (≥ 1,0).” relatie tussen de actuele actuele risicoscore weerstandsnorm en de risicoscore en de (weerstandsratio-norm)? aansluiting tussen Hoe wordt bepaald of de risicoanalyse en financiële

berekende weerstandscapaciteit.

Antwoord

huidige ratio voldoende is om geïdentificeerde risico’s af te dekken?”

buffers. Sluit aan bij VNGhandreiking ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ (2023) en de BBV-richtlijn om de ratio te baseren op een actuele risicosimulatie. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstanscapaciteit. Hieruit blijkt een ratio van 13,4. Dit betekent dat huidige omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende is om de geïdentificeerde risico’s op te vangen. In de nota zijn de kwalificaties nader toegelicht.

Toekomstgerichtheid & Scenario’s Nr.

Oorspronkelijke vraag

10

“Hoe borgt het college een actueel overzicht van risico’s en weerstandsvermogen?”

Antwoord

Samenvatting antwoord

Beoordeling antwoord

Aanvullende vraag

Toelichting relevantie/doel “Actualisatie vindt plaats via de Antwoord is feitelijk juist “Hoe worden structurele Relevante vervolgvraag reguliere P&C-cyclus; risicoprofiel maar onvolledig. Nieuwe risico’s en uitvoeringslasten die inzicht vraagt in sluit aan op 1e programma structurele van nieuwe wet- en structurele financiële rapportage 2025.” verplichtingen door wetregelgeving (zoals NIS2, AI doorwerking van wettelijke en regelgeving (NIS2, AI Act en Omgevingswet) verplichtingen. Sluit aan Act, Omgevingswet) zijn financieel verwerkt in de bij het BBV-principe van niet zichtbaar verwerkt meerjarenraming 2026– realiteitswaarde en de of gekwantificeerd. 2029, en welke VNG-handreiking reserveringen zijn hiervoor ‘Implementatiekosten getroffen?” nieuwe regelgeving’ (2024). Een aantal taken, waaronder omgevingswet en informatisering, zijn uitbesteed aan de gemeenschappelijke regeling SC MER. Aldaar zijn deze risico’s opgenomen. Via tussentijdse rapportages, accounthoudersgesprekken, BDB (Breed directieberaad), etc. worden wij op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.

11

“Hoe behoudt de raad grip op stijgende bijdragen aan regionale samenwerkingen?”

Antwoord

In hoofdstuk 4.2 paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn risico’s opgenomen voor de verbonden partij. Mocht uit de beoordeling van de documenten van de verbonden partijen risico’s blijken die van invloed zijn op de gemeente, worden deze opgenomen. “De bijdrage aan SML stijgt van Antwoord beperkt zich “Wanneer worden de Relevante vervolgvraag €0,60 naar €0,89 per inwoner, tot hoogte van resultaten van de die inzicht vraagt in structureel opgenomen in de bijdragen. Geen doorlichting van de moment van rapportage begroting.” informatie over regionale samenwerkingen en bestuurlijke opvolging. evaluaties of (SC MER, RUD NML) aan de Sluit aan bij VNGdoorlichtingen van raad aangeboden, en op handreiking ‘Grip op verbonden partijen welke wijze worden verbonden partijen’ (2024) (zoals SC MER of RUD aanbevelingen vertaald naar en het BBV-vereiste dat NML). de gemeentelijke resultaten van begroting?” doorlichtingen onderdeel moeten zijn van de programmabegroting. Er is geen sprake van een doorlichting van de regionale samenwerking. Zie verder de beantwoording van vraag 6.

12

“2028 wordt benoemd als nieuw ravijnjaar met forse Rijkskortingen. Hoe robuust is het meerjarenperspectief als deze tegenvallers werkelijkheid worden?”

“Er zijn nog geen scenario’s uitgewerkt; de situatie wordt gemonitord.”

Antwoord

Vooralsnog wordt dit niet overwogen.

Antwoord is feitelijk maar beperkt. Geen structurele aanpak of periodieke stresstest voorzien.

“Wordt overwogen om in de volgende programmabegroting een structurele stresstest of meerjarenanalyse op te nemen, waarin de effecten van rijksbijdragen, inflatie, cao’s en rentestanden systematisch worden doorgerekend?”

Relevante vervolgvraag die inspeelt op toekomstgericht financieel beleid. Sluit aan bij de VNG-handreiking ‘Scenarioanalyse in meerjarenramingen’ (2023) en de aanbevelingen van lokale rekenkamers om stresstests structureel te integreren in de begrotingscyclus.

Er is sprake van een meerjarenbegroting waarbij alle op dit moment bekende gegevens zijn verwerkt in de meerjarenbegroting 2026-2029. Het effect van de rijksbijdrage wordt periodiek geactualiseerd op basis van mei-, september- en decembercirculaire. Deze worden verwerkt in de reguliere P&C documenten. Hoe de uitkering van het rijk zich in 2028 e.v. gaat ontwikkelen is momenteel niet in te schatten. In hoofdstuk 4.4 paragraaf Financiering is een meerjarig beeld gegeven over financiering (o.a. rente). Loon- en prijsstijgingen zijn reeds in eerdere vraag toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=a328e0ca-4ec0-4727-beae-5a268548744e