87175-TECHNISCHE VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING Groenbeheerplan 2023-2026
Tekst van het document
Z/22/028031 - D/22/087175
TECHNISCHE VRAGEN VOOR HET VOORSTEL Groenbeheerplan 2023-2026 06-12-2022 GEMEENTE MAASGOUW – PFH.: Blomen
Nr.
Fractie
1
LVM
Vraag Wat is de cijfermatige onderbouwing voor de volgende stelling? Voorwaarde voor de realisatie van nieuwe hondenspeelplaatsen is dat de hondenbelasting in de huidige vorm blijft gehandhaafd.
Betreft pag. 15
Antwoord Dit is een politieke overweging geweest. In een raadsinformatiebrief over de evaluatie hondenspeelplaatsen in Maasbracht en Beegden (kenmerk D/21/044677) is de onderbouwing gegeven. Het nivelleren van de inkomsten en uitgaven van hondenbelasting is conform afspraken die in het verleden zijn gemaakt met de raad. Door het realiseren van nieuwe voorzieningen wordt het gat kleiner gemaakt tussen hetgeen wat betaald wordt door hondenbezitters en hetgeen wat zij daarvoor terug krijgen. Jaarlijks wordt circa € 135.000 aan hondenbelasting ontvangen. In het ‘Voorstel tot evaluatie hondenpoepbeleid 2008-2018’ (raad dd. 25-10-2018) wordt uitgegaan van bestaande budgetten inzake hondenbeleid van € 57.700 per jaar. In de begroting 2020 zijn aanvullende budgetten beschikbaar gesteld: - Extra structureel budget van € 23.500 voor het verbeteren en in stand houden van de voorzieningen; - Extra structureel budget van € 7.000 voor het verbeteren van communicatie; - Extra structureel budget van € 7.500 voor handhaving. Dit betekent dat € 95.700 (excl. kapitaallasten aanleg hondenspeelplaatsen) van de € 135.000 inkomsten vanuit hondenbelasting wordt besteed aan voorzieningen voor honden. Dit is ruim 71%. Daar bovenop is in de begroting 2023 een aanvullend budget beschikbaar gesteld van jaarlijks € 50.000 voor het aanbrengen van hondenspeelplaatsen.
Bij een afschrijvingstermijn van 15 jaar bedragen de kapitaallasten (afschrijving) € 3.300 per jaar. Deze kapitaallasten komen dan als aanvulling op de reeds beschikbare budgetten in het kader van het hondenbeleid.
2
LVM
Wat zijn de financiële gevolgen als de woonwijken van B naar beeldkwaliteitsniveau A
10 en 17 De financiële gevolgen zullen voornamelijk zitten in capaciteitsuitbreiding van de buitendienst, welke momenteel lastig is te realiseren in verband met krapte op de arbeidsmarkt. Bovendien voldoen we al vaker in woonwijken hoger dan B kwaliteit, waardoor de beeldkwaliteit in woonwijken al overwegend naar A kwaliteit neigt. Een extra investering hierin zal buiten nauwelijks waarneembaar zijn. Pagina 1 van 5
Z/22/028031 - D/22/087175
3
NLM
4
VVD
5
VVD
worden gebracht en de bedrijventerreinen en buitengebied elk van B naar C ? Wat betreft duurzame machines: Wordt er al in Q1 2023 mee gestart om de machines op fossiele brandstof te vervangen? Wat is het streven qua aandeel duurzame machines in 2026?
Degradatie van bedrijventerreinen en buitengebieden naar C kwaliteit (laag) is onwenselijk aangezien dit onrustig en discomfortabel oogt. Hierbij kan worden gedacht aan beplanting met troep, grote stukken zwerfvuil, veel blad en zand aanwezig. Bijlage 1, Groenbe heerspla n pagina 14
Er staat: “Het vergroten van 6 het bomenbestand met 2.000 stuk.” Over welke periode? Met het Amendement Cruyff 6 Court welke tijdens de begrotingsvergadering is
Ja, in 2023 worden twee nieuwe elektrische voertuigen toegevoegd aan het wagenpark voor de opzichters. Daarnaast komt in 2023 een elektrische vorkheftruck. In verband met het laad- en trekvermogen die de werkbussen van de buitendienst moeten leveren is elektrisch rijden nog niet haalbaar. Wel worden er zoveel als kan maatregelen genomen. De werkbussen rijden bijvoorbeeld al op GTL-HVO brandstof. Deze combinatie van brandstof verminderd de uitstoot van o.a. stikstof, fijnstof, koolstofdioxide en zwavel (zie onderstaande afbeelding).
Waar het kan vervangen we de tuin- en parkmachines voor elektrische machines. Het streven is om het machinepark verder uit te breiden met elektrische machines. Uiteraard houden we de markt nauwlettend in de gaten op gebied van nieuwe duurzame ontwikkelingen voor machines en wagens en gaan we waar mogelijk ook over naar duurzame machines en wagens. Het streven is om dit in het jaar 2030 gerealiseerd te hebben conform het vastgestelde bomenbeleid.
Of de aanleg van het Cruyff Court effect heeft op speelvoorzieningen elders moet blijken na aanleg. Het gebruik van speelvoorzieningen, waaronder trapveldjes, wordt regelmatig geëvalueerd. Op basis van deze evaluaties kan het beheer worden bijgesteld. Pagina 2 van 5
Z/22/028031 - D/22/087175
6
VVD
7
LB
8
LB
9
CDA
aangenomen, heeft dit nog gevolgen voor trapveldjes in de kern Maasbracht. Dit vanwege de aanzuigende werking van het Cruyff Court. Er staat: “Dit wordt in 13 2023 opgeschaald naar een totaalverbod (nog onzeker).” Dit betreft bestrijdingsmiddelen. Maar wat is de reden van de onzekerheid? Hoe wordt er bijgesteld als er klachten of aanbevelingen komen van de burger in de omgeving. Hoe wordt hiermee omgegaan? Op dit moment wordt Blz. 6 verkend wat de mogelijkheden zijn op het gebied van natuurlijk spelen. Wordt hierin ook meegenomen waar mogelijke locaties zijn? Vanuit duurzaamheids- en milieuaspecten wordt waar mogelijk extensief beheer toegepast.
Onzekerheid ten opzichte van de landelijke wet- en regelgeving. Vanuit de landelijke politiek is het streven om vanaf 2023 geen gewasbeschermingsmiddelen meer te gebruiken op sportvelden. Het totaalverbod is echter nog niet wettelijk vastgelegd.
Als er klachten of vragen zijn gaan we met de burger in gesprek om vervolgens ons beheer uit te leggen of zo nodig bij te stellen.
Ja, de potentiele locaties zijn per kern verkend en zijn uitgewerkt in een notitie over natuurlijk spelen.
Deze stijging komt onder andere door stijging van eenheidsprijzen (ca. 47%), een vergroting van het maaiareaal (ca. 7,5 ha) en enkele wijzigingen in uitvoering/werkmethode. Middels een raadsinformatiebrief (kenmerk D/21/042080 ) is de gemeenteraad op 11 november 2021 geïnformeerd over de stijging van de kosten bij het onderhoud van de bermen en watergangen.
Voor maaien bermen is begroot € 167.400,-- (2022/2023 e.v.). Dit was voorheen € 111.000,- (2021) Wat verklaart de stijging in de kosten voor maaien bermen, bij extensief beheer van “ecologisch” bermen? Pagina 3 van 5
Z/22/028031 - D/22/087175
10
CDA
In het Groenbeheerplan is begroot 2023 e.v. jaren: € 1.381.000,--. In de programmabegroting 2023 was voor Groen en plantsoenen* Raming 2023 € 1.509.300,-opgenomen. Hoe verhouden zich de bedragen tot de Programmabegroting, wat zijn de verschillen?
11
D66
12
D66
Is er op het gebied van 7 ecologisch beheer in het buitengebied nog verbetering in het kader van de global goals (klimaat, verduurzaming) mogelijk? Zo ja, waar moet men dan op inzetten? Waar komt de verdubbeling 7 van het areaal Bos, natuur en landschapselementen vandaan?
In het buitengebied is ecologisch beheer de standaard. Eventuele winst is te boeken door het maaibeheer van de bermen nog meer te faseren, bijvoorbeeld door het huidige maaien en zuigen in 1 werkgang te vervangen door maaien en ruimen in aparte werkgangen. Hierdoor worden veel meer insecten gespaard.
In 2018 zijn de vennen, heideterreinen en schrale graslanden niet meegenomen. Echter voor de kosten van het groenbeheerplan maakt dit niet uit, aangezien deze elders op de begroting staan (post bossen en natuurterreinen).
Pagina 4 van 5
Z/22/028031 - D/22/087175
Pagina 5 van 5