85801-Herzien raadsvoorstel belastingverordeningen 2023
Tekst van het document
*Z023078C5E3*
Pagina 1 van 12
Raadsvergadering 20-12-2022
D/22/081861 Documentnummer: Zaaknummer:
Z/22/026318
ja
Voorstel tot vaststelling belastingverordeningen 2023
Van:
College (portefeuillehouder Wilms)
Voorstel:
Voorgesteld wordt om: 1. De OZB-opbrengst 2023 woningen en niet-woningen niet te verhogen (= geen bestaande en geen nieuwe indexering) 2. De tarieven rioolheffing voor 2023 te verhogen met 6,0% (3% op basis van vGRP 2022-2026 (scenario 3) + 3% indexering). 3. De tarieven afvalstoffenheffing 2023 vast te stellen op basis van 92% kostendekkendheid en het tekort van € 239.000 in 2023 af te dekken door aanwending van de algemene reserve. 4. De tarieven voor de hondenbelasting voor 2023 te handhaven op het niveau 2022. 5. De tarieven voor de (water)toeristenbelasting voor 2023 te laten stijgen met 3,0% ten opzichte van 2022. 6. De tarieven voor de forensenbelasting met 3,0% te indexeren. 7. De legesbedragen te indexeren met 3,0% ten opzichte van 2022, met uitzondering van de wettelijke maximumtarieven. 8. De marktgelden en de lijkbezorgingsrechten met 3,0% te verhogen. 9. Het dagtarief voor parkeerbelastingen te handhaven op het niveau van 2022 (€ 3,00). 10. De betreffende belastingverordeningen 2023 vast te stellen. 11. Het kwijtscheldingsbesluit Maasgouw 2023 (met de verhoogde vermogensnorm van € 2.000) vast te stellen.
Bijlagen:
Bijgevoegd: • De diverse belastingverordeningen 2023 inclusief tarieventabellen en het kwijtscheldingsbesluit 2023. • Overzicht berekening kosten afvalstoffenheffing 2023
Namens het college van burgemeester en wethouders, De secretaris,
Pagina 2 van 12
Toelichting Voorstel tot vaststelling belastingverordeningen 2023
Inleiding: In de programmabegroting 2023, paragraaf Lokale heffingen, zijn de uitgangspunten voor de belastingverordeningen en het kwijtscheldingsbesluit 2023 vastgelegd. Bij de begrotingsbehandeling zijn deze oorspronkelijke uitgangspunten op enkele punten geamendeerd: • Amendement 22: Artikel 19 nadere regels erfgoedverordening Maasgouw: aanvragen die betrekking hebben op verduurzaming van monumenten en panden in beschermde stads- en dorpsgezichten legesvrij worden gemaakt. • Amendement 33: Opbrengst onroerendzaakbelasting (OZB) 2023: opbrengst OZB woningen en nietwoningen niet te verhogen voor het jaar 2023. • Amendement 34: Tarieven parkeergelden Thorn 2023: parkeerbelasting niet te verhogen voor het jaar 2023. In dit raadsvoorstel en bijlagen volgt de verdere uitwerking en formalisering. Onderstaand wordt per belastingsoort een verdere uitwerking gegeven. De bijbehorende vast te stellen belastingverordeningen inclusief tarieventabellen alsmede het kwijtscheldingsbesluit 2023 zijn als bijlagen opgenomen. Ondanks het feit dat enkele belastingverordeningen nauwelijks wijzigen, is er voor gekozen om deze voor 2023 volledig opnieuw vast te stellen. De reden hiervoor is dat de burger dan snel kan zien welke verordening/besluit op enig moment van kracht is. De verordeningen en het kwijtscheldingsbesluit zijn namelijk voorzien van een jaartal. 1.
Algemeen Per 1 januari 2013 is de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en invordering van belastingen ondergebracht bij BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen). Voorliggende belastingverordeningen 2023 zijn in overleg met BsGW tot stand gekomen. Dit vanuit het oogpunt dat daar waar mogelijk BsGW als uitvoeringsorganisatie voorstellen kan doen om efficiency en kostenbesparing te vergroten. 2. Onroerende-zaakbelasting Van belang bij de tariefsbepaling voor 2023 is het feit dat jaarlijks opnieuw wordt gewaardeerd in het kader van de Wet WOZ en er dus uitgegaan moet worden van nieuwe waarden (naar toestandsdatum 1-1-2023 en waardepeildatum 1-1-2022) voor de woningen en de niet-woningen. De OZB-aanslagoplegging is namelijk gebaseerd op de WOZ-waarde. De belastingtarieven voor het jaar 2023 zijn gebaseerd op de laatst beschikbare prognoses van BsGW van 20 oktober 2022. Gelet op de cyclus van het proces is het elk jaar ambitieus om zo vroeg deze gegevens met enige mate van betrouwbaarheid af te geven. In een “voorspelbaar” jaar is dit normaliter haalbaar. Maar nu is de wereld echter volop in beweging. Het zijn onzekere tijden die, al dan niet met enige vertraging, ook zijn weerslag hebben op de vastgoedmarkt. Een aantal actuele onzekerheden die momenteel spelen zijn de energiecrisis en de daarmee stagnerende productieprocessen, hoge inflatie en de stikstofcrisis.
Bovenstaande zaken hebben in meer of mindere mate invloed op de prijzen van vastgoed, in het bijzonder op de niet-woningen. Alleen de energieprijzen kunnen al gigantische impact hebben op de bedrijfsvoering van ondernemers. Niet alleen bij grote fabrieken, maar ook bij de bakker op de hoek. Door deze onzekere tijden zien grote partijen zich genoodzaakt om het vooroverleg uit te stellen. Informatie, die van invloed is op de waardering, wordt hierdoor steeds later verstrekt. Voor een aantal grote partijen wordt het daarmee heel lastig om op dit moment een goede waarde vast te stellen, terwijl deze wel van grote invloed is op de opbrengsten. De totale prognosewaarde van de niet-woningen kan nog substantieel af gaan wijken van de nu afgegeven prognose van 20 oktober 2022. Voor de woningen is de mutatiedetectie (opsporing van bouwwerken die niet via het reguliere vergunningenproces terecht komen in de WOZ) deels gecontroleerd en verwerkt. De exacte invloed van de
Pagina 3 van 12
mutatiedetectie is pas na controle van de modelwaardes inzichtelijk. De verwachting is dat dit nog een waarde verhogend effect gaat hebben. Door deze onzekerheden verwacht BsGW dat zij op basis van de huidige prognoses van medio oktober een minder accurate OZB-prognose kan afgeven dan voorgaande jaren. BsGW heeft daarom besloten om naast de voorlopige prognose OZB medio oktober een meer (accurate) betrouwbare prognose OZB af te geven medio november. De hieronder genoemde waardemutaties zijn dan ook onder voorbehoud. Op basis van de in november te verwachten “hardere” cijfers wordt, wanneer dit nodig blijkt te zijn, via een nota van wijziging eventueel een aanpassing van de verordening (op de tarieven) toegepast. De totale WOZ waarden muteren in onze gemeente als volgt1: • eigenaren woningen + 17,81% • eigenaren niet-woningen - 0,90% • gebruikers niet-woningen + 1,40% De totale WOZ waarde van de eigenaren woningen neemt enerzijds toe door de waardestijging van de woningen en anderzijds door areaaluitbreiding. De daling van de WOZ waarden van niet-woningen is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de huidige energiecrisis en de daarmee samenhangende stagnerende productieprocessen bij zowel kleine als grote bedrijven.
De voornoemde percentages, alsmede factoren als ingeschatte waardevermindering als gevolg van bezwaren, vrijstellingen en leegstand dienen als uitgangspunt bij de berekening van de OZB-tarieven 2023 in procenten. De tarieven voor de woningen worden uiteindelijk bepaald door de geraamde OZB-opbrengsten 2023, voor zowel woningen als niet-woningen, niet te verhogen ten opzichte van 2022 (conform amendement Opbrengst OZB 2023). Daarnaast is in de prognose van de OZB-opbrengsten woningen wel rekening gehouden met extra opbrengsten in verband met areaaluitbreiding en hogere PMA (permanente marktanalyse). Onderstaand overzicht betreft de geraamde OZB-opbrengsten 2023: Belastingsoort OZB eigenaren woningen OZB eigenaren niet-woningen OZB gebruikers niet-woningen
Begroot bedrag 2023 € 2.895.000 € 940.000 € 737.000
Totaal
€ 4.572.000
Rekening houdende met de mutaties in de WOZ-waarden van de woningen en de niet-woningen, alsmede de factoren als ingeschatte waardevermindering als gevolg van bezwaren, vrijstellingen en leegstand, dienen de OZB-percentages als volgt te worden vastgesteld om de voorgestane OZB-opbrengsten 2023 te realiseren: Tarieven onroerende-zaakbelastingen 2023 Voorgesteld wordt de OZB-opbrengst (voor zowel woningen als niet-woningen) voor 2023 te verhogen met 1% en op grond hiervan de tarieven als volgt vast te stellen: - woningen eigenaar - niet-woningen eigenaar - niet-woningen gebruiker
0,0805% (2022: 0,0945%) 0,1948% (2022: 0,2077%) 0,1769% (2022: 0,1883%)
3. Rioolheffing In de raadsvergadering van 5 oktober 2021 is het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 van de gemeente Maasgouw vastgesteld. De raad heeft ingestemd met het financiële scenario 3 voor de meerjarige tariefstelling rioolheffing. Dit houdt in dat de rioolheffing geleidelijk stijgt met 3% en de inflatiecorrectie (3,0% voor 2023) naar een kostendekkend tarief. Dit is de laagst mogelijke stijging per jaar van de rioolheffing, waarbij we kostendekkend zijn voordat de rioolvoorziening is uitgeput.
1 De mutatie betreft de waardeontwikkeling 2023 ten opzichte van de realisatie 2022 per 31-7-2022.
De prognoses zijn afkomstig van BsGW. Pagina 4 van 12
In de verordening Rioolheffing hebben er twee wijzigingen plaats gevonden: - In artikel 1 is de definitie van perceel geschrapt; - Oude tekst artikel 4 “Zelfstandige gedeelten” is geschrapt en vervangen door de uniforme omschrijving voorgesteld door de VNG met titel “Voorwerp van de belasting”. Beide wijzigingen zijn redactioneel van aard en hebben geen gevolgen voor de aantallen belastbare objecten.
Tarieven rioolheffing Voorgesteld wordt voor 2023 de volgende tarieven te hanteren: Eigenarendeel Het eigenarendeel bedraagt:
€ 125,14
Gebruikersdeel Het gebruikersdeel is afhankelijk van de hoeveelheid afvalwater die wordt afgevoerd. Het gebruikersdeel bedraagt bij een hoeveelheid water: van 1 m³ tot en met 400 m³ :
€ 139,02
Gebruikersdeel grootverbruik Indien op jaarbasis meer afvalwater wordt afgevoerd dan 400 m³ dan wordt het gebruikersdeel hoger. Ingeval meer dan 400 m³ afvalwater wordt afgevoerd dan is € 139,02 verschuldigd, alsmede per eenheid water van 400 m³: boven de 400 t/m 4.800 m³ : € 211,33 boven de 4.800 t/m 10.000 m³: € 184,60 boven de 10.000 t/m 20.000 m³: € 158,75 boven de 20.000 m³: € 132,02 4. Afvalstoffenheffing De verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen wordt in onze gemeente uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling RD Maasland. Per 1 januari 2022 is het nieuwe afvalbeleid ingegaan. Vanaf 2022 betalen inwoners, naast het vastrecht, per keer dat ze de restafvalcontainer aan de straat zetten. Het aanbieden van GFT-afval wordt niet meer apart belast. Vanaf 2022 haalt RD Maasland het restafval minder vaak op (1 keer per 4 weken). Het afvalbeleid heeft gunstigere resultaten dan vooraf waren voorzien. Er wordt minder afval aangeboden en het afval wordt beter gescheiden. Vanuit financieel perspectief hebben deze gunstige effecten van het ingevoerde afvalbeleid een negatieve uitwerking voor de gemeentelijke exploitatie. Meer burgers zijn overgestapt naar een kleinere container met daarbij een lager vastrecht. Ook is de container minder keren ter lediging aangeboden dan aanvankelijk was voorzien.
Ondanks dat er minder afval wordt aangeboden, leidt dit niet volgens een lineair verband tot lagere (semi-vaste) kosten. Indien het uitgangspunt van 100% kostendekkende tariefstelling voor afvalstoffenheffing onverkort overeind zou worden gehouden, dan zou dit bij gelijkblijvend bedrag per lediging leiden tot een stijging van het vastrecht van € 52 voor alle containermaten. De burger zou daarmee niet beloond worden voor het goed scheiden van afval. Daarom zijn de resultaten nader geanalyseerd. Door kostenstijging in de afvalmarkt, hogere overheadkosten en hogere kosten van RD Maasland (hiertoe wordt verwezen naar het raadsvoorstel zienswijze begroting 2023 van GR Maasland van 31 mei 2022) bedraagt de autonome kostenstijging ruim € 307.000, oftewel € 29,53 per aansluiting. Deze kostenstijging staat los van het nieuwe afvalbeleid. Hiervan wordt voorgesteld om deze kosten 1:1 door te belasten in het vastrecht, resulterend in tariefstijging van afgerond € 29,50 per aansluiting. De minderopbrengst voor containervolume t.o.v. de aanvankelijke prognose bedraagt € 86.300, oftewel € 8,30 per aansluiting. De minderopbrengst voor aantal ledigingen t.o.v. de aanvankelijke prognose bedraagt € 152.900 (omgerekend € 14,70 per aansluiting).
Aangezien deze beide kostenposten samenhangen met de afvalreductie (het beter afval scheiden door inwoners) wordt voorgesteld om deze kosten niet door te belasten in het tarief afvalstoffenheffing 2023. Daarmee wordt voor 2023 afgestapt van het principe van 100% kostendekkendheid voor afvalstoffenheffing in afwachting van een totale evaluatie van het afvalbeleid medio 2023. Omdat niet alle kosten worden doorberekend komt het kostendekkendheidspercentage uit op 92%. Voor 2024 en volgende jaren kunnen dan op basis van nieuwe integrale afweging de tarieven afvalstoffenheffing worden bepaald. Voor het eenmalige tekort in 2023 van € 239.000 wordt voorgesteld om de algemene reserve Pagina 5 van 12
ter dekking aan te wenden. De inwoners hebben evenals in 2022 de keuze tussen de volgende volumematen restafvalcontainer: 40, 60, 80, 140, 240 liter. Voor de 140 en 240 liter containers geldt een toeslag in het kader van ‘de vervuiler betaalt’. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om restafval (60 liter) aan te bieden via de ondergrondse container. De volgende tarieven gelden voor 2023 (indien de autonome kosten van € 29,50 wél worden doorbelast en de kosten voor goed scheiden (kleinere containers en minder ledigingen) van € 23 níet worden doorbelast in vastrecht): • • • •
Eén vastrecht € 164,50 Toeslag 140 liter restafvalcontainer € 30 Toeslag 240 liter restafvalcontainer € 45 Tarieven per lediging en gemiddeld aantal ledigingen (gebaseerd aantal aanbiedingen 1e halfjaar 2022):
tarief per lediging/ inworp gemiddeld aantal ledigingen/ inworpen
Totaal Maasgouw 2023 40 liter container 60 liter container 80 liter container 140 liter container 240 liter container ondergrondse container 60 liter inworp
240 liter container € 12, 00 6, 5
140 liter container € 7, 00 8, 0
80 liter container € 4, 00 10, 0
60 liter container € 3, 00 10, 0
40 liter container € 2, 00 10, 0
A. vastrecht tarief 2023 € 164, 50 € 164, 50 € 164, 50 € 164, 50 € 164, 50 € 164, 50
D. variabel B. tarief 2023 C. tarief 2023 tarief 2023 bij toeslag naar toeslag naar gemiddeld maat maat GFTaantal restcontainer container ledigingen €0 €0 € 20, 00 €0 €0 € 30, 00 €0 €0 € 40, 00 € 30 €0 € 56, 00 € 45 €0 € 78, 00 €0 €0 € 30, 00
60 liter inworp € 3, 00 10, 0
totaal gemiddeld 2023 (A+B+C+D) € 184, 50 € 194, 50 € 204, 50 € 250, 50 € 287, 50 € 194, 50
Inwoners met medisch afval kunnen aanspraak maken op een speciale regeling. Zij kunnen een korting van maximaal € 120 op de totaal verschuldigde belasting krijgen als gevolg van het aantal aangeboden ledigingen. Overige wijzigingen afvalstoffenheffing inclusief bijbehorende tarieventabel: - In de verordening Afvalstoffenheffing is artikel 3 “Voorwerp van belasting” toegevoegd. In de verordening ontbrak nog het artikel over de uniforme afbakening van de percelen. Dit betreft een redactionele wijziging en heeft geen gevolgen voor de aantallen belastbare objecten. - Het overgangsrecht dat in de verordening 2022 (artikel 4, lid 2) was opgenomen vanwege de latere omwisseling van de containers is vervallen. In de tarieventabel vervalt hiermee artikel 1.1.a. - In 2022 was op grond van de verordening afvalstoffenheffing voor een containerwisseling een bedrag van € 35 per omwisseling verschuldigd. Vanwege de introductie van het nieuwe afvalbeleid zijn deze omwisselkosten in het eerste halfjaar 2022 niet in rekening gebracht. Ook in het 2e halfjaar 2022 zijn deze kosten uit kostenbatenafweging niet in rekening gebracht (zie RIB D/22/083811). Gezien de extra administratieve kosten voor facturering van omwisselkosten, wordt voorgesteld om ook in 2023 geen omwisselkosten van containers in rekening te brengen.
Daarnaast wordt ook voorgesteld om voor een extra GFT-minicontainer geen kosten in rekening te brengen. In de tarieventabel behorende bij de verordening afvalstoffenheffing 2023 komen de bijbehorende artikelen (voorheen 2.1 en 2.2) dientengevolge te vervallen. - In de tarieventabel afvalstoffenheffing artikel 2.1 toegevoegd: Voor de levering van een nieuwe RD Maaslandafvalpas, indien de oude afvalpas is kwijtgeraakt of beschadigd, bedraagt het tarief € 12,50. 5. Hondenbelasting In februari 2019 is het hondenbeleid behandeld in een thema bijeenkomst. Hierbij zijn een viertal scenario’s aan de orde geweest: - scenario 1: handhaven huidige tarieven Pagina 6 van 12
-
scenario 2: kostendekkend tarief scenario 3: afschaffen hondenbelasting ten laste van OZB scenario 4: afschaffen hondenbelasting ten laste van post Onvoorzien structureel.
Op 17 december 2019 heeft de raad ingestemd met scenario 1, het handhaven van de huidige tarieven. Hierbij is aangegeven ‘een toegroei van kosten naar opbrengsten’ te realiseren. Hieraan wordt o.a invulling gegeven door de aanleg van hondenspeelvelden en (een pilot met) hondenpoepzakjes. Voorgesteld wordt om de tarieven voor 2023 te handhaven op het niveau van 2022. Tarieven hondenbelasting Voorgesteld wordt om de tarieven voor de hondenbelasting te handen op het niveau van 2022. De volgende (jaar)tarieven zijn van toepassing voor 2023: - eerste hond - tweede hond - e.v. hond boven twee - kennel
€ 50,00 € 75,00 € 100,00 € 250,00
6. (Water)toeristenbelasting In de Programmabegroting 2023 is voorgesteld om het tarief met 3,0% te laten stijgen. Tarief (water)toeristenbelasting Voorgesteld wordt het tarief voor 2023 met 3,0% te laten stijgen ten opzichte van 2022. Het tarief bedraagt in 2023 per persoon per overnachting/etmaal € 1,57. 7. Forensenbelasting Zoals toegelicht in de Programmabegroting 2023 wordt voorgesteld om het tarief ten opzichte van 2022 met 3,0% te indexeren en af te ronden op hele euro’s. Tarieven forensenbelasting Voorgesteld wordt om het tarief 2022 met 3,0% te indexeren. 1. 2.
De belasting bedraagt € 175 per woning (2022: € 170). Indien de woning een waarde in het economische verkeer heeft van meer dan € 50.000, wordt de belasting genoemd in het eerste lid verhoogd met € 314 (2022: € 305). Hierdoor wordt de belasting voor woningen boven de € 50.000: € 489 (2022: € 475).
8. Leges 8.1 Algemeen Bij de begrotingsbehandeling is in het amendement ‘Artikel 19 nadere regels erfgoedverordening Maasgouw’ opgenomen dat aanvragen die betrekking hebben op verduurzaming van monumenten en panden in beschermde stads- en dorpsgezichten legesvrij worden gemaakt. Gezien de ruime interpretatiemogelijkheid van het begrip ‘verduurzaming’, kan dit amendement verstrekkende gevolgen hebben voor het vervallen van een grondslag voor legesheffing voor bouw en verbouw van monumenten en panden in beschermde stads- en dorpsgezichten. Omdat deze regels eerst nader gedefinieerd moeten worden, wordt voorgesteld deze vrijstelling vooralsnog niet te verwerken in de voorliggende concept-legesverordening 2023 en bijbehorende tarieventabel. Na nadere definiëring kan een herziene legesverordening 2023 ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd.
Pagina 7 van 12
Zoals opgenomen in de Programmabegroting 2023 worden de leges, met uitzondering van de wettelijke maximumtarieven en eventuele wijzigingen, voor 2023 met 3,0% verhoogd ten opzichte van 2022. Het voornoemde percentage is gebaseerd op de Meicirculaire. De tarieven onder de € 20,00 zijn afgerond op € 0,05 en de tarieven boven de € 20,00 op hele euro’s, tenzij dat wettelijk niet is toegestaan. De maximumtarieven voor reisdocumenten waaronder paspoorten zijn wettelijk vastgelegd. Hetzelfde geldt voor onder andere uittreksels uit de Burgerlijke Stand, het verstrekken van gegevens uit de Basisregistratie Personen, de verklaring omtrent het gedrag en de tarieven voor de speelautomaten. Deze tarieven worden door het Rijk bepaald. Voorgesteld wordt de leges aan te passen conform de ter inzage liggende tarieventabel behorende bij de Legesverordening Maasgouw 2023. Het merendeel van de wijzigingen in de tarieventabel zijn met name technisch van aard. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen in de tarieventabel worden onderstaand toegelicht. Titel 1 Hoofdstuk 1: Huwelijken - de tarieven voor externe locaties voor huwelijk en omzetten geregistreerd partnerschap zijn specifiek benoemd. - Tarief voor het aanvragen vrije (trouw)locatie binnen de gemeente is aangepast.
Titel 1 Hoofstuk 18: Telecommunicatiewet Er zijn nu tariefbepalingen opgenomen in verband met de mogelijkheid van verzoeken tot medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor het plaatsen van Small cells (kleine (versterkings-)antennes t.b.v. extra netwerkdekking). 8.2 Invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging is met een half jaar verplaatst naar 1 juli 2023. Dit geeft het rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties meer ruimte om de implementatie van de wet op een zorgvuldige en verantwoorde wijze af te ronden. Dit betekent dat er voor 1 juli 2023 door uw raad een gewijzigde legesverordening 2023 en tarieventabel moet worden vastgesteld. 8.3 BouwKostenIndicator Voor de bepaling van de bouwkosten die ten grondslag liggen aan de heffing van bouwleges wordt, evenals in 2022, gebruik gemaakt van de BouwKostenIndicator (BKI). De BKI is een elektronische module die op basis van kengetallen van de meest voorkomende bouwwerken de bouwkosten becijfert. Het vaststellen van de BKI voor de berekening van bouwkosten is op grond van de legesverordening een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Na vaststelling van de BKI dient deze gepubliceerd te worden.
Tarieven leges Voorgesteld wordt de leges, met uitzondering van de wettelijke maximumtarieven, met 3,0% te verhogen ten opzichte van 2022. 9. Lijkbezorgingsrechten Voorgesteld wordt deze rechten voor 2023 (evenals voor 2022) te verhogen met het inflatiepercentage. Tarieven lijkbezorgingsrechten Voorgesteld wordt voor 2023 de tarieven lijkbezorgingsrechten van 2022 met 3,0% te verhogen. 10. Marktgelden Tarieven marktgelden Voorgesteld wordt voor 2023 de marktgelden ten opzichte van 2022 met 3,0% te verhogen.
Pagina 8 van 12
11. Parkeerbelastingen Tarief parkeerbelastingen Voorgesteld wordt het parkeertarief voor 2023, conform amendement Tarieven parkeergelden Thorn 2023, niet te wijzigen ten opzichte van 2022. Het dagtarief bedraagt € 3,00
12. Kwijtschelding De gemeente is autonoom op het gebied van kwijtschelding gemeentelijke belastingen, dat wil zeggen dat de gemeente zelf kan bepalen of kwijtschelding aan haar burgers wordt verleend, in welke mate of in het geheel niet. Het college blijft op grond van het vastgestelde Armoedebeleid gemeente Maasgouw 2020-2024 (raad 1712-2019) voorstander van handhaving van het huidige kwijtscheldingsbeleid. Daarbij kan (beperkte) kwijtschelding aan de orde zijn bij de volgende belastingsoorten: • Rioolheffing (gebruikersdeel) • Afvalstoffenheffing (vastrecht + ledigingen gemaximeerd tot € 96 per kalenderjaar) • Hondenbelasting (alleen voor de eerste hond) Rekening houdend met het in het verleden aangenomen amendement “Kwijtscheldingsbeleid” worden de kosten van kwijtschelding niet doorbelast in de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2023 is naar verwachting € 115.000 benodigd ter dekking van deze kosten. Op 17 september jl. trad de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden in werking. Deze regeling bevat regels over de wijze waarop provincies, gemeenten en waterschappen het vermogen en de kosten van bestaan kunnen vaststellen voor de beoordeling van het recht op kwijtschelding van belastingen. Nieuw is dat de raad kan bepalen dat het bedrag aan financiële middelen dat niet meetelt bij de berekening van het vermogen wordt verhoogd.
Met de nieuwe “Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden” kunnen de medeoverheden sommige van deze regels net iets soepeler maken. Een belastingplichtige mag dan een iets hoger inkomen of vermogen hebben en toch nog kwijtschelding krijgen. Een gemeente, provincie of waterschap moet hier dan wel voor kiezen. Recent heeft de VNG een nieuwe modelverordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen op basis van deze nieuwe Regeling opgesteld. De vermogensnorm voor kwijtschelding bedraagt voor iedere belastingplichtige wettelijk maximaal € 2.000. Tot en met 2022 was deze ruimere vermogensnorm niet opgenomen. BsGW adviseert aan alle BsGW-gemeenten om in het kader van uniforme toepassing bij de uitvoering dezelfde maximale vermogensnorm van € 2.000 op te nemen. Indien iedere belastingplichtige in Maasgouw die recht heeft op deze verruimde toepassing van kwijtschelding gebruikmaakt van de regeling, is de inschatting dat de kwijtscheldingsregeling (structureel) € 14.000 meerkosten met zich meebrengt. De daadwerkelijke meerkosten van de verruimde kwijtscheldingsregeling kunnen op basis van werkelijke cijfers worden bijgesteld in de Prorap. Het is aan de raad om deze vermogensnorm op te nemen en welke verhoging er toegepast gaat worden. In de concept-kwijtscheldingsregeling is de maximale vermogensnorm van € 2.000 opgenomen.
13.Belastingplaatje In het hierna volgende overzicht is de ontwikkeling van de belastingtarieven 2020-2023 weergegeven op basis van de voorliggende voorstellen.
Pagina 9 van 12
Ontwikkeling belastingtarieven 2020-2023 2020
2021
2022
2023
0,1029% 0,1943% 0,1175%
0,0981% 0,1955% 0,1775%
0,0945% 0,2077% 0,1883%
0,0805% 0,1948% 0,1769%
€
237,56 €
241,06 €
249,15 €
249,89
Afvalstoffenheffing (gebaseerd op 240 liter container restafval) €
228,24 €
260,40 €
276,00 €
287,50
Rioolheffing eigendom gebruik
€ €
112,79 € 125,32 €
112,79 € 125,32 €
117,96 € 131,04 €
125,14 139,02
Huishouden met eigen woning
€
703,91 €
739,57 €
774,15 €
801,55
WOZ-waarde*
€ 230.862 € 245.727 € 263.518 € 310.424
Huishouden met huurwoning
€
OZB Maasgouw tarief eigenaar woning tarief eigenaar niet-woning tarief gebruiker niet-woning
OZB (o.b.v. gemiddelde WOZ-waarde)
353,56 €
385,72 €
407,04 €
426,52
* gemiddelde waardestijging 2020-2021: 6,5% gemiddelde waardestijging 2021-2022: 7,3% gemiddelde waardestijging 2022-2023: 17,8% Beslispunten: 1.
De OZB-opbrengst 2023 woningen en niet-woningen te verhogen met 1% (=bestaande indexering; geen nieuwe indexering) 2. De tarieven rioolheffing voor 2023 te verhogen met 6,0% (3% op basis van vGRP 2022-2026 (scenario 3) + 3% indexering). 3. De tarieven afvalstoffenheffing 2023 vast te stellen op basis van 92% kostendekkendheid en het tekort van € 239.000 in 2023 af te dekken door aanwending van de algemene reserve. 4. De tarieven voor de hondenbelasting voor 2023 te handhaven op het niveau 2022. 5. De tarieven voor de (water)toeristenbelasting voor 2023 te laten stijgen met 3,0% ten opzichte van 2022. 6. De tarieven voor de forensenbelasting met 3,0% te indexeren. 7. De legesbedragen te indexeren met 3,0% ten opzichte van 2022, met uitzondering van de wettelijke maximumtarieven. 8. De marktgelden en de lijkbezorgingsrechten met 3,0% te verhogen. 9. Het dagtarief voor parkeerbelastingen te handhaven op het niveau van 2022 (€ 3,00). 10. De betreffende belastingverordeningen 2023 vast te stellen. 11. Het kwijtscheldingsbesluit Maasgouw 2023 (met de verhoogde vermogensnorm van € 2.000) vast te stellen. Argumenten: Voor alle beslispunten: 1. De tarieven zijn overeenkomstig de uitgangspunten van de Programmabegroting 2023 bepaald, met uitzondering van het tarief afvalstoffenheffing en de geamendeerde tariefstelling voor OZB en parkeren.
Voor de afvalstoffenheffing is, in afwachting van een integrale evaluatie van het afvalbeleid voor 2023, de Pagina 10 van 12
2.
100% kostendekkende tariefstelling losgelaten. Omdat alleen de autonome kostenstijging is meegenomen, bedraagt de kostendekkendheid voor 2023 92%. Voorgestane tariefaanpassingen betekenen een beperkte woonlastenverhoging waardoor Maasgouw tot de top van Limburgse gemeenten blijft behoren met het laagste belastingniveau.
Kanttekeningen: 2.1 Bij de Afvalstoffenheffing zijn de tarieven 2023 gebaseerd op kostenactualisatie naar aanleiding van financiële resultaten van het nieuw afvalbeleid m.i.v. 2022, maar de integrale evaluatie van het afvalbeleid moet nog plaatsvinden (medio 2023). 7.1 De legesvrijstelling voor verduurzaming van monumenten en panden in beschermde stads- en dorpsgezichten is nog niet verwerkt vanwege de ruime interpretatiemogelijkheid van het begrip ‘verduurzaming’ en de daaruit mogelijk vloeiende financiële en juridische consequenties. Samenhang met andere Beleidsdocumenten: De belastingverordeningen 2023 zijn consistent met de belastingverordeningen van voorgaande jaren en passen binnen de uitgangspunten van de Programmabegroting 2023. Het kwijtscheldingsbeleid heeft een directe relatie met het armoedebeleid. Communicatie: Zodra de voorliggende verordeningen door de raad zijn vastgesteld, zullen deze op de wettelijke wijze worden bekendgemaakt en ter inzage worden gelegd in de inforuimte van het gemeentehuis. Ook is er een wettelijke verplichting om de verordeningen digitaal te publiceren. Financiën In de programmabegroting 2023 en 2e Prorap 2022 is al rekening gehouden met opbrengsten als gevolg van de tarieven die met dit raadsvoorstel worden voorgesteld. Daarop zijn enkele uitzonderingen: 1.
De voorgestelde lagere tarieven afvalstoffenheffing leiden tot een eenmalig tekort van € 239.000, waarvan wordt voorgesteld dit tekort eenmalig af te dekken door aanwending van de algemene reserve in afwachting van de evaluatie afvalbeleid. 2. Verruiming van de kwijtschelding voor wat betreft een hogere vermogensgrens leidt naar inschatting tot lagere inkomsten van € 14.000. De werkelijke lagere opbrengst zal op basis van daadwerkelijke kwijtscheldingen worden bijgesteld in de Prorap. 3. De opbrengst OZB is bij vaststelling van amendement bij de begroting 2023 met €40.000 incidenteel naar beneden bijgesteld. Dit impliceert dat de niet doorgevoerde indexering van 1% in 2024 zal worden ingehaald en daar bovenop de reguliere 1% indexering komt. 4. De opbrengst parkeergelden is bij vaststelling van amendement bij de begroting 2023 met € 15.000 structureel naar beneden bijgesteld op basis van handhaving van het huidige dagtarief van € 3,00. Er is sprake van een financieel risico wanneer de tariefvoorstellen niet vastgesteld worden conform voorstel. Wanneer tarieven lager worden vastgesteld, ontstaat een tekort in de begroting en zal, afhankelijk van de omvang van het effect en conform Financiële Verordening, bij de eerstvolgende mogelijkheid een begrotingswijziging door de Raad moeten worden vastgesteld.
Planning en uitvoering: Zodra de belastingverordeningen zijn vastgesteld door de raad worden deze ter beschikking gesteld aan de BsGW voor de aanslagoplegging 2023. Bijlagen: 1. Verordening OZB 2023 2. Verordening rioolheffing 2023 3. Verordening afvalstoffenheffing 2023 inclusief tarieventabel 4. Verordening hondenbelasting 2023 5. Verordening toeristenbelasting 2023 6. Verordening watertoeristenbelasting 2023 7. Verordening forensenbelasting 2023 8. Legesverordening 2023 inclusief tarieventabel 9. Verordening lijkbezorgingsrechten 2023 inclusief tarieventabel 10. Verordening marktgelden 2023 Pagina 11 van 12
11. 12. 13.
Verordening parkeerbelastingen 2023 inclusief tarieventabel Kwijtscheldingsbesluit 2023 Overzicht berekening kosten afvalstoffenheffing 2023 Team: Bestuurszaken, Strategie & Control
Pagina 12 van 12