62846-_Bijlage 5 Concept Jaarrekening RD Maasland 2021
Tekst van het document
2.6.
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB)
Alle informatie op basis waarvan de toekomstgerichte strategie van RD Maasland wordt bepaald en / of die wordt verstrekt als verantwoording over hetgeen is gerealiseerd dient betrouwbaar te zijn. Daartoe is een stelsel van maatregelen ontworpen ten behoeve van de inrichting van de administratieve organisatie (AO) en de toetsing van de werking ervan, de interne beheersing (IB). Vaak zijn deze maatregelen vooral impliciet aanwezig. In 2018 is een aanvang gemaakt met explicitering hiervan welke doorloopt in de komende jaren.
32
Jaarstukken 2021
2.7.
Personeel & Organisatie
Arbeidsvoorwaarden De CAO SGO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties kende een looptijd van 1 januari 2020 tot 1 januari 2021. Gedurende 2021 hebben de onderhandelingen voor een nieuwe cao plaatsgevonden en eind januari 2022 is het principeakkoord vastgesteld. De looptijd van de nieuwe CAO is van 1 januari 2021 tot en met 1 januari 2023. Met terugwerkende kracht zijn per 1 december 2021 de schaalbedragen verhoogd met 1,5% en is een eenmalige uitkering uitgekeerd van max. € 1.200,00 (naar rato arbeidsduur) aan medewerkers per 3 november 2021 in dienst. Verwerking van deze mutaties heeft in februari 2022 plaatsgevonden. Opleidingen Voor chauffeurs met een rijbewijs C is op Europees niveau een permanente nascholingsverplichting ingesteld, de zogenaamde code 95. Code 95 is een aanduiding op het rijbewijs, die achter een voertuigcategorie is geplaatst. Deze code is verplicht voor het beroepsmatig besturen van een voertuig waarvoor rijbewijs C en D noodzakelijk is. De code is vijf jaar geldig en kan verlengd worden door het volgen van nascholing, waarbij in totaal 35 studiepunten behaald dienen te worden. RD Maasland heeft ervoor gekozen deze nascholing structureel en voor de lange termijn vorm te geven. Vanaf 2017 is opnieuw een structurele nascholing ingepland zodat onze chauffeurs in 2021 de code 95 vermelding op het rijbewijs kunnen laten bijschrijven.
Het overgrote deel van de rijbewijzen van de chauffeurs diende in 2021 verlengd te worden en hiervoor is de bijschrijving van de opleidingspunten code 95 noodzakelijk. Door de coronamaatregelen is het lange tijd niet mogelijk geweest om opleidingen te laten plaatsvinden. Daarnaast is door de achterstanden bij het CBR voor veel chauffeurs niet mogelijk geweest om tijdig het rijbewijs en code 95 te verlengen/vernieuwen. Gelukkig is door de overheid een coulanceregeling voor de nascholing ingesteld en werd er uitstel verleend. Vanaf juni 2021 is een inhaalslag in opleidingen uitgevoerd. De opleidingen die gevolgd zijn o.a.: praktijkopleiding rijoptimalisatie (anti slipcursus met vrachtauto) voor de laatste groep die in 2020 niet heeft kunnen deelnemen in verband met coronamaatregelen, VCA-basis opleiding en diverse opleidingen in het kader van code 95. De cursus hulpverlenen is enkele keren ingepland maar heeft wederom niet kunnen plaatsvinden in verband met de coronamaatregelen. Deze cursus zal in 2022 ingepland worden. Inmiddels zijn alle chauffeurs, waarvan de geldigheid rijbewijs en code 95 verlopen was, in het bezit van een nieuw rijbewijs met code 95. Arbo en kwaliteit VCA: De kwaliteitsmeting VCA is bedoeld om dienstverlenende organisaties veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. Het VCA*-certificaat is in 2011 behaald.
De jaarlijkse audit wees opnieuw uit dat RD Maasland aan alle eisen voldoet om het kwaliteitsmerk VCA te mogen blijven dragen en dat de kwaliteit en veiligheid binnen haar organisatie goed geborgd is. NEN-EN-ISO 9001:2015: Nadat het arbozorgsysteem VCA geïmplementeerd is, is in 2013 de volgende stap gezet door het certificaat te behalen van het kwaliteitsmanagementsysteem NEN-EN-ISO. De jaarlijkse audit wees opnieuw uit dat RD Maasland ook in 2021 voldoet aan alle eisen van het kwaliteitsmanagementsysteem ISO 9001:2015 (het continue verbeteren van de organisatie). PMO: In 2021 is het opnieuw niet mogelijk geweest, in verband met de coronamaatregelen, om een Periodiek Medisch Onderzoek (PMO) in te plannen. 33
Jaarstukken 2021
Ondernemingsraad Helaas hebben in 2020 een aantal leden van de OR om verschillende redenen besloten om de OR te verlaten. In 2022 zullen opnieuw OR-verkiezingen georganiseerd worden om te komen tot de installatie van een nieuwe ondernemingsraad. Personeel In 2021 hebben een aantal personeelsmutaties plaatsgevonden. Twee medewerkers zijn uit dienst getreden en vijf medewerkers zijn in dienst getreden. Naast de invulling van de vacature directeur, in verband met pensionering van Arthur Smedts, is naar aanleiding van de invoering van het nieuwe afvalbeleid, de buitendienst uitgebreid. Op 31 december 2021 waren er 42,8 fte (fulltime equivalent), verdeeld over 48 medewerkers, in dienst van RD Maasland. Verdeling in fte: 32,68 in de inzameling en milieuparken 10,12 in administratieve-/managementfuncties Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage is ten opzichte van 2021 flink gedaald, namelijk naar 6,5% (in 2020 was dit 9,2%). Ook in 2021 waren regelmatig medewerkers afwezig omdat er enerzijds een vermoeden op corona was of dat de medewerkers in quarantaine moesten. Deze afwezigheid is ook als ziekte/arbeidsongeschiktheid geregistreerd. Het lagere percentage ten opzichte van 2020 is vooral het gevolg van minder casussen in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid. Vanwege langdurige aandoeningen verzuimen oudere werknemers meer en langduriger dan jongere.
Oudere werknemers hebben vaker te maken met aandoeningen die een hoog ziekteverzuim kennen, zoals hart- en vaatziekten, ernstige chronische ziektes en gewrichtsklachten. Om het risico van hoge ziektekosten op te kunnen vangen is tot en met 2021 jaarlijks een bedrag in de begroting opgenomen.
ziekteverzuim RD Maasland 12 10 8
%
2017
6
2018 2019
4
2020 2021
2 0 buitendienst
kantoor
34
totaal
Jaarstukken 2021
Leeftijdsopbouw De leeftijdsopbouw van RD Maasland is een constant punt van aandacht en beleid. In 2021 is de gemiddelde leeftijd in de buitendienst iets hoger geworden dan het voorgaande jaar (2021 = 40,5 t.o.v. 2020 = 40,3 jaar); het verwerven van werksoorten en innovaties die fysiek minder belastend zijn, blijft voor het leeftijdsbewust personeelsbeleid van RD Maasland onontbeerlijk.
leeftijdsopbouw totaal Reinigingsdienst Maasland 2021 < 30 jaar
> 50 jaar
30-39 jaar
40-49 jaar
Vooruitzichten •
Ziekteverzuimverzekering Om de risico’s van kosten door een hoog ziekteverzuimpercentage te beperken wordt dit risico per 2022 verzekerd. Bij deze ziekteverzuimverzekering wordt tevens een nieuwe arbodienst ondergebracht.
•
Ondernemingsraad In 2022 vinden de verkiezingen voor de nieuwe ondernemingsraad plaats.
35
Jaarstukken 2021
2.8.
Verbonden Partijen
Voor de onderstaande deelnemende gemeenten is de Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland een “verbonden partij” (naar de betekenis van het Besluit Begroting en Verantwoording: een organisatie waarin een gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft): - Gemeente Leudal - Gemeente Maasgouw - Gemeente Roerdalen - Gemeente Echt-Susteren
2.9.
Rechtmatigheid
Als gevolg van calamiteiten die zich hebben voorgedaan in het verleden (o.a. vuurwerkramp Enschede, Ceteco affaire bij de provincie Zuid Holland) zijn de eisen met betrekking tot het rechtmatig handelen en het afleggen van verantwoording hierover voor gemeenten, provincie en gemeenschappelijke regelingen aangescherpt. Dit geldt dus ook voor RD Maasland. In het kader van de beheersing van het rechtmatig handelen zijn door het bestuur van RD Maasland de volgende verordeningen (in 2005,2006 en 2010) vastgesteld: • Verordening ex artikel 212 van de gemeentewet “Financiële verordening GR Rein. Maasland”, betreffende de uitgangspunten voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het openbaar lichaam. • Verordening ex artikel 213 van de gemeentewet “Controle verordening GR Rein. Maasland’’, betreffende de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling. • “Treasurystatuut van de gem. reg. Reinigingsdienst Maasland”, waarin de voorwaarden en bevoegdheden aangaande de geldstromen zijn vastgesteld. In het controleprotocol wordt voorts vastgesteld dat de accountant bij de controle van de jaarrekening de rechtmatigheid zal betrekken en daarover ook een oordeel zal uitspreken.
Hierbij worden jaarlijks via het controleprotocol overeengekomen reguliere goedkeurings- en rapporteringstoleranties gehanteerd. Daarnaast is RD vanzelfsprekend gehouden aan de hogere wetgeving. Om naleving van de vastgestelde normen (tussentijds) te kunnen toetsen, laat RD Maasland deze controle jaarlijks uitvoeren door de accountant.
36
Jaarstukken 2021
3.
Jaarrekening
3.1.
Balans per 31 december
(bedragen x € 1.000) ACTIVA Vaste activa Immateriële vaste activa - Kosten verbonden aan sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio - Kosten van onderzoek en ontwikkeling Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut: - gronden uitgegeven in erfpacht - overige investeringen met een economisch nut - Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut
Ultimo 2020
Ultimo 2021 0
0 0
0
0 5.961
6.696
0 5.961
0 6.696
0
0
Financiële vaste activa
0
0
Totaal vaste activa
5.961
6.696
Vlottende activa Voorraden - Gereed product en handelsgoederen
21 21
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Verstrekte kasgeldleningen - Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen - Overige vorderingen - Overige uitzettingen
1.331 0 0 117 0
Liquide middelen - Kassaldi - Banksaldi
0 813
12 12
1.448
705 267 0 0 438 0
813
Overlopende activa - Van Eur of Ned overheden nto voorschotbedragen specifieke uitkeringen - Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Totaal vlottende activa Totaal generaal
37
1.848 0 1.848
707 0
1.181 0
707
1.181 2.989
3.746
8.950
10.442
Jaarstukken 2021
(bedragen x € 1.000) PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Desintegratie reserve Peel&Maas - (Nog te bestemmen) resultaat
Ultimo 2020
Ultimo 2021
1.446 394 398 498 155
Voorzieningen (zie ook bladzijde 26,44 en 47) -Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Onderhoudsegalisatievoorzieningen - Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting Vaste schulden met rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd < één jaar - Kasgeldleningen
987 615 398 249 -275
165 90 75
145 90 55
4.966 4.966
5.309 5.309
6.577
6.441
1.000 1.000
Overlopende passiva
0 0
1.373
- Nog te betalen bedragen - Van Eur.of Ned.overheidslichamen ontvangen n.t.b.spec.uitk. - Overige vooruitontvangen bedragen Totaal vlottende passiva
823 0 550
4.001 1.100 0 2.901
2.373
4.001
Totaal generaal
8.950
10.442
Gewaarborgde geldleningen Garantstellingen
0 0
0 0
Voor de volledigheid wordt aangegeven dat er lopende het jaar 2021, naast de najaarsrapportage, een begrotingswijziging is gemeld bij het Algemeen Bestuur met de belangrijkste opmerkingen c.q. veranderingen. Het resultaat is in bovenstaand overzicht opgevoerd als een bedrag na vpb (-€275.138).
38
Jaarstukken 2021
3.2.
Programmarekening 2021 Raming begrotingsjaar vóór wijziging Baten Lasten Saldo
Raming begrotingsjaar ná wijziging Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
7.115
7.365
-249
7.576
7.825
-249
7.908
8.394
-486
562
562
0
664
664
0
650
712
-62
1.194
1.194
0
1.145
1.145
0
1.200
1.175
25
*Subtotaal programma’s
8.871
9.121
-249
9.385
9.634
-249
9.713
10.227
-523
*Waarvan intern doorbelast min
944
944
0
1.219
1.219
0
1.265
1.265
0
708
-708
708
-708
916
-916
Omschrijving programma (bedragen x € 1.000) Programma 1 Programma 2 Programma 3
Doorgeschoven BTW Dekking doorgeschoven BTW Subtotaal algemene dekkingsmiddelen plus
708 708
Subsaldo Toevoeging/onttrekking aan reserves: Programma 1
708
708
708
0
708
-249
708
708
916
0
916
-249
916 916
0
-523
249
249
249
249
249
249
249
249
249
249
249
249
Programma 2 Programma 3 Subtotaal mutaties reserves Resultaat na reservemutaties Onbestemd Resultaat (na vpb)
0
0
-274
0
0
-274
39
Jaarstukken 2021
3.3.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Verwachtingen kort geld Met de op te stellen ramingen worden de gemeentelijke bijdragen als leidraad gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen op korte termijn. Daar waar problemen ontstaan, kan een kasgeldlening uitkomst bieden of een verzoek aan de deelnemende gemeenten de bijdragen eerder beschikbaar te stellen. Op dit moment worden geen problemen verwacht om te voldoen aan de korte termijnverplichtingen. Verwachtingen lang geld Investeringen worden afgedekt met leningen. De onrust in de financiële sector leidt op dit moment niet tot problemen voor RD Maasland om lang geld aan te trekken.
Vuistregels bij aantrekken financiering Hoewel de voorspelbaarheid (door ons) van de rente gering is, gaan wij voor het aangaan van financiële transacties in principe steeds uit van de navolgende vuistregels: • Bij een verwachte daling van de lange rente verdient het de voorkeur om het aantrekken van vaste/langlopende leningen zoveel mogelijk uit te stellen tot de rentedaling is ingetreden; • Bij een verwachte stijging van de lange rente verdient het de voorkeur, structurele financieringsbehoeften (zoveel mogelijk) vroegtijdig af te dekken, waarbij flexibiliteit niet uit het oog mag worden verloren;
40
Jaarstukken 2021
Treasurybeleid Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van RD Maasland een zo optimaal rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst. De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 3. Het realiseren van een flexibele en controleerbare cash management in de organisatie. RD heeft geen leningen in vreemde valuta en ook geen aandelen waardoor geen koersrisico’s en valutarisico’s wordt gelopen. Het liquiditeitsrisico’s wordt beperkt door de treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), evenals een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 3 jaar. Kredietrisico wordt beperkt doordat uitzettingen uitsluitend plaatsvindt bij: 1. Nederl. overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%; 2. Financiële instellingen met minimaal een AA-rating, van een van de volgende erkende ratingbureaus: Moody’s, Standard & Poors ( S&P ) of Fitch IBCA.
Relatiebeheer/ kasbeheer Met relatiebeheer en kasbeheer wordt beoogd het realiseren van zo gunstig mogelijke c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiermee wordt minimalisering van de rentekosten en maximalisatie van de rentebaten binnen RD Maasland nagestreefd. Relaties worden alleen aangegaan met instellingen die voldoen aan de in de treasurystatuut opgenomen voorwaarden. Schatkistbankieren ( SKB ) De overheid heeft eind december 2021 aangepaste richtlijnen opgesteld voor lokale overheden, waaronder RD Maasland, voor wat betreft het aanhouden van gelden. Behoudens een werkkapitaal van €. 1.000.000 moeten alle overige vrije kapitaalstromen verplicht bij het Ministerie van Financiën worden geplaatst.
Balans Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij een jaar na ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief. Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Na afstemming met de accountant en de deelnemende gemeenten worden vanaf 2012 geen annuïtaire afschrijvingsmethoden gebruikt. 41
Jaarstukken 2021
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De gehanteerde afschrijvingstermijnen in jaren: Investering op:
Afschrijvingstermijn in jaren
Gronden en terreinen
n.v.t. voor gronden, 30 voor terreinen
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
30
Vervoermiddelen
7-8
Machines, apparaten en installaties
5-10-15
Overige materiële vaste activa
5 (inventarissen) 3 (automatisering)
Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut RD Maasland beschikt niet over dit soort investeringen. Financiële vaste activa RD Maasland beschikt niet over dergelijke activa. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald o.b.v. de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorziening stoelt op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Verwerking Subsidie Nedvang: De subsidie van Nedvang ten aanzien van het kunststof, drankkartons en holglas wordt verwerkt op basis van de kilo’s afval in het boekjaar 2021. Metalen verpakkingen genereren in dit gebeuren geen opbrengsten.
Alle stromen worden op basis van voorschotfacturen door Nedvang in de exploitatie van RD Maasland meegenomen. 42
Jaarstukken 2021
3.4.
Toelichting op de balans (bedragen x € 1.000)
ACTIVA VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa De post immateriële vaste activa wordt onderscheiden in: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Kosten onderzoek en ontwikkeling
0
0
Totaal
0
0
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de immateriële vaste activa gedurende het jaar 2021: Boekwaarde 31-122020
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Herrubricering
Boekwaarde 31-122021
Kosten onderzoek en ontwikkeling
0
0
0
Totaal
0
0
0
Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Overige investeringen met een economisch nut
5.961
6.696
Totaal
5.961
6.696
De overige investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Gronden en terreinen
1.679
1.671
Bedrijfsgebouwen
549
507
Civiel werken MP
526
489
Vervoermiddelen
1.572
1.796
Machines, apparaten en installaties en ov.
1.635
2.234
Totaal
5.961
6.696
43
Jaarstukken 2021
Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: Boekwaarde 31-12-2020
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen HerBoekwaarde van derden rubricering 31-12-2021
Gronden en terreinen
1.679
8
1.671
Bedrijfsgebouwen
549
42
507
Civiel werken
525
37
488
Vervoermiddelen
1.572
593
370
1.796
Machines, apparaten en installaties en ov.
1.636
925
326
2.234
Totaal
5.961
1.518
783
6.696
Onder bijdragen van derden zijn de bijdragen van derden opgenomen, die direct gerelateerd zijn aan de investering.
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Gereed product en handelsgoederen
21
12
Totaal
21
12
Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde 31-12-2020
Voorziening oninbaarheid 2020*
Balanswaarde 31-12-2021
Vorderingen op openbare lichamen
1.331
267
Verstrekte kasgeldleningen
0
0
Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen
0
0
Overige vorderingen
130
Overige uitzettingen
0
Totaal
1.461
13
Voorziening oninbaarheid 2021*
438 0
13
705
0
*Zie hiervoor ook bladzijde 26,38 en 44.
De aard en de omvang van de waardeverminderingen op de vorderingen dient te worden toegelicht: Dit betreft Oninbaarheid dubieuze bedrijfsmatige klanten. 44
Jaarstukken 2021
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Kassaldi
0
0
Banksaldi
813
1.848
Totaal
813
1.848
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Vooruitbetaalde bedragen
83
147
Nog te ontvangen bedragen
624
1.033
Totaal
707
1.181
45
Jaarstukken 2021
PASSIVA Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Algemene reserve
394
615
Bestemmings reserves
398
398
Desintegratie reserve Peel&Maas
448
249
Nog te bestemmen resultaat
155
-275
Totaal
1.446
987
Het verloop in 2021 wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven.: Min/Max Drempelbedrag
Boek waarde 31-12-2020
Toev.
Algemene Reserve Overheidstaken
150/300
189
196
385
Algemene Reserve Bedrijfsmatig
250/500
205
25
230
394
221
615
Tot. Algem.Reserve
Onttr.
Resultaat Resultaat Afrek. Boekvorig 2021 gemeent Waarde boekjaar Pr.1-2-3 31-12-2021
Res.Kap.lasten vrijval Mini’s
0/352
214
214
Res.Kap.lasten vrijval wagens
0/143
109
109
Reserve WIA e.r.
0/75
75
75
Tot. Bestem.Res.
398
398
Desintegratie Reserve Peel&Maas
498
(on)Bestemd Res 2020
155
Onbest Res.2021
0
249
249 155 -275
0 -275
Tot. (on)bestemd Totaal reserves
1.446
221
249
275
155
987
(Onder “Resultaat” staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaand boekjaar. Zie voorts ook opmerkingen hoofdstuk 1 inzake weerstandsvermogen en hoofdstuk 2.1 ) 46
Jaarstukken 2021
Verloop resultaat ( overschotten / tekorten ) - Invloed op gemeentelijke bijdrage Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Saldo van baten en lasten
-249
-249
-524
Mutaties Reserve
249
249
249
Resultaat
0
0
-275
Uitkering o.b.v. generiek besluit
0
0
0
Nog te bestemmen resultaat (na vpb)
0
0
-275
De mutaties zijn via de primaire begroting (in 2020 vastgesteld) dan wel via de wijzigingen door het Algemeen Bestuur in 2021 goedgekeurd. Het nog te bestemmen resultaat overschot/tekort zal via een Bestuursbesluit lopende 2022 worden bestemd. Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2020 wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Boekwaarde 31-12-2020 Voorziening Cafetariamodel
40
Voorziening Onderhoud Gebouwen
75
Voorziening Dub.Deb.*
13
Voorziening MP Mbracht
50
Totaal
179
Toevoeging
Vrijval
Aanwending
Boekwaarde 31-12-2021 40
18
38
55
13
0 50
18
51
0
145
*zie hiervoor opmerking op bladzijde 26.
In de kolom vrijval zijn de bedragen opgenomen welke ten gunste van de rekening van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. De aard en de reden van iedere voorziening wordt hieronder per voorziening toegelicht, evenals de mutaties die hebben plaatsgevonden. Voorziening Cafetaria • Aard voorziening: dekking gespaarde uren in brutobedrag • Reden voorziening: opnemen lang verlof of sabbatical • In 2021 is de totale urenstand per medewerker uitgedrukt in geld weer aangepast aan het in 2021 geldende uurloon Voorziening Gebouwen • Aard voorziening: dekking conform onderhoudsplan • Reden voorziening: zie geactualiseerde onderhoudsplanning • In 2021 is volgens plan een bedrag toegevoegd aan de voorziening. • In 2021 is een nieuwe opzet met geactualiseerde planning opgesteld.
47
Jaarstukken 2021
Voorziening Dubieuze debiteuren • Aard voorziening: oninbaarheid bedrijfsmatige vorderingen • Reden voorziening: risicodekking • In 2021 heeft de risico-analyse tot een afname van de voorziening geleid. Voorziening Milieupark Maasbracht • In 2010 is bij de bouw van het milieupark te Maasbracht een juridisch geschil ontstaan met de aannemer over het gebruik van materialen voor de vloersamenstelling. In 2017 is hieraan een eind gekomen en is overeengekomen dat een bedrag ter hoogte van €. 50.000 niet vergoed hoeft te worden aan de aannemer maar gebruikt wordt als voorziening in het geval het mankement zal optreden. VASTE SCHULDEN MET EEN LOOPTIJD LANGER DAN ÉÉN JAAR De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Onderhandse leningen
0
0
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen
4.966
5.309
Totaal
4.966
5.309
In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2021: Saldo 31-12-2020
Vermeerderingen
Aflossingen
Saldo 31-12-2021
Onderhandse leningen
4.966
1.000
657
5.309
Totaal
4.966
1.000
657
5.309
De totale rentelast voor het jaar 2021 met betrekking tot de vaste schulden bedraagt €. 106.000,= De totale kapitaallasten vallen ruim €. 11.000 lager uit dan geraamd wegens gunstigere rentetarieven op nieuwe leningen.
VLOTTENDE PASSIVA Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Schulden < 1 jaar
1.000
0
Overlopende passiva
1.373
4.001
Totaal
2.373
4.001
48
Jaarstukken 2021
Kortlopende schulden De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Kasgeldleningen
1.000
0
Bank- en girosaldi
0
0
Overige schulden
0
0
Totaal
1.000
0
Boekwaarde per 31-12-2020
Boekwaarde per 31-12-2021
Vooruit ontvangen bedragen
550
2.901
Nog te betalen bedragen
823
1.100
Totaal
1.373
4.001
De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt:
Niet uit de balans blijkende verplichtingen RD Maasland is eigenrisicodrager in het kader van de Werkloosheidswet. In 2022 worden er in dit kader bedragen aan het UWV betaald voor een ex-medewerker als gevolg van uitdiensttreding in 2021. De hoogte en duur van deze verplichtingen zijn onder meer afhankelijk van toekomstige inkomsten van ex-medewerker en om deze reden niet betrouwbaar in te schaten. Om die reden is er dan ook geen voorziening voor deze verplichtingen gevormd.
49
Jaarstukken 2021
3.5.
Toelichting op de programmarekening
Belangrijke verschillen tussen de realisatie en de begroting na wijziging moeten systematisch worden toegelicht voor ieder afzonderlijk onderdeel van de programmarekening. Hier wordt per programma de financiële uiteenzetting weergegeven analoog aan het overzicht van baten en lasten, zoals dat is opgenomen in de financiële begroting van het desbetreffende jaar. Programma 1
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd Resultaat
Raming begrotingsjaar voor wijziging 7.115 7.364 -249 -249
Raming begrotingsjaar na wijziging 7.575 7.824 -249 -249
Realisatie begrotingsjaar 7.908 8.391 -483 -483
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar 0 0 0 0
249 0 0
249 0 0
249 -234 -234
0 0 0
Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Realisatie begrotingsjaar
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar
562 562 0 0
664 664 0 0
649 712 -63 -63
0 0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 -63 -63
0 0 0
Raming begrotingsjaar voor wijziging 1.195 1.195 0 0
Raming begrotingsjaar na wijziging 1.145 1.145 0 0
Realisatie begrotingsjaar 1.200 1.175 25 25
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar 0 0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 25 25
0 0 0
Programma 2
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd resultaat
Programma 3
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd Resultaat
De aangepaste begroting na wijziging kent voor alle Programma’s geen onbestemde resultaten. De gerealiseerde cijfers geven per saldo een onbestemd resultaat welk lopende 2021 door een Bestuursbesluit een definitieve bestemming krijgt.
50
Jaarstukken 2021
Voor Programma 1 is het tekort €234.000 waarvan verwacht wordt dat dit wordt afgerekend met de deelnemers. Programma 2 wordt altijd afgerekend met de deelnemers, Programma 3 genereert een winst waarvan verwacht wordt dat deze toegevoegd wordt aan de Zakelijke Algemene Reserve. De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming (na wijziging) zijn: • Extra inhuur binnen de programma’s vanwege corona. • Enerzijds hogere PMD Nedvang vergoedingen. Hier staat echter tegenover de aanvullende en nagekomen verwerkingskosten PMD. Per saldo heeft dit tot een negatief effect geleid; • Inschakelen van inhuur als gevolg van ziek kantoorpersoneel. Dit werkt voor de programma’s door in de doorbelaste overhead. • Hogere omzet programma 3 in combinatie met lagere verwerkingskosten afval leidt tot een positief effect binnen dit programma. BTW compensatiefonds Met ingang van 1 januari 2003 hebben provincies en gemeenten te maken met het BTW compensatiefonds. RD Maasland maakt, na goedkeuring van alle aangesloten gemeenten, onderdeel uit van dit gebeuren. En wel in die zin, dat alle btw die niet in de vooraftrek thuishoort van RD Maasland, zal worden doorgeschoven naar de betrokkenen naar rato van aansluitingen (In onderstaand overzicht is de eindafsluiting van het jaar 2021 opgenomen). Hierna is een overzicht weergegeven van de doorgeschoven BTW in 2021. Gemeente
Door te schuiven BTW Raming 2021
Door te schuiven BTW Realisatie 2021
Leudal
316
430
Maasgouw
218
291
Roerdalen
82
117
Echt-Susteren
91
78
Totaal
708
917
Deze component kan als gevolg van investeringen of onverwachte tegenvallers ( b.v. meer afval via de Milieuparken) jaarlijks wijzigen en zelfs sterk afwijken van de primaire raming. Aangezien deze btw grotendeels doordrukt in de afvalstoffenheffing is het wellicht raadzaam voor elke individuele gemeente hiervoor een egalisatierekening in te richten. De (in de 1e begrotingswijziging reeds gemelde wijzigingen) bedragen wijken af ten opzichte van de raming en zijn grotendeels te verklaren door vooruitbetaalde kosten en investeringen in verband met het nieuwe afvalbeleid per 1 januari 2022.
51
Jaarstukken 2021
Overige algemene dekkingsmiddelen De RDM rekent rentelasten aan de diverse programma’s toe, zodat die programma’s een integraal beeld geven van de kosten die met de uitvoering gemoeid zijn.
Onvoorzien Op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zijn de deelnemende gemeenten verplicht eventuele tekorten aan te vullen bij een dergelijk samenwerkingsverband. Daarom is de post onvoorzien bij RD Maasland als bedrag te verwaarlozen. Overzicht incidentele baten en lasten Hiervoor is reeds op diverse plaatsen via een kolom “incidenteel gerealiseerd in het boekjaar” aangegeven dat er geen sprake was van incidentele baten en lasten. Uiteraard heeft ook RD Maasland de gevolgen van Corona ervaren. De impact hiervan zit met name in het feit dat medewerkers regelmatig afwezig waren omdat er enerzijds een vermoeden was op Corona of dat de medewerkers in quarantaine moesten. Deze afwezigheid is als ziekte/arbeidsongeschiktheid geregistreerd en heeft soms geleid tot extra inhuur van personeel. Het exacte incidentele effect is hiervan echter niet te kwanticeren in geld en om deze reden niet meegenomen in de incidentele lasten.
52
Jaarstukken 2021
Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid Omschrijving
Raming begrotingsjaar ná wijziging Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
Begrotingsafwijking Baten Lasten Saldo
Programma 1
7.576
7.825
-249
7.908
8.394
-484
332
-569
-237
Programma 2
664
664
0
649
712
-63
-15
-48
-63
Programma 3
1.145
1.145
0
1.200
1.175
25
55
-30
25
9.385
9.634
-249
9.757
10.281
-524
372
-647
-275
1.224
1.224
0
1.265
1.265
0
41
41
0
708
-708
916
-916
208
-208
Subtotaal programma’s *waarvan intern doorbelast Doorgeschoven BTW Dekking doorgeschoven BTW Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
708
708
916
916
208
Waarvan onrechtmatig1 Baten Lasten Saldo
208
708
708
0
916
916
0
208
208
0
Subsaldo
8.161
8.410
-249
8.492
9.016
-524
331
606
-275
Toevoeging/ onttrekking aan reserves: Programma 1
249
249
249
249
0
249
249
249
249
0
0
8.492
Programma 2 Programma 3 Subtotaal mutaties reserves Resultaat na reservemutaties (On)bestemd Resultaat (na vpb)
8.410
8.410
9.016
0
-275 -275
331
-606
-275 -275
Analyse begrotingsafwijkingen Hiervoor is ook reeds per programma en voor de algemene dekkingsmiddelen ingegaan op de verschillen tussen de realisatie en de begrotingscijfers voor en na wijziging. Bij dit totaaloverzicht behoeft aanvullend geen verdere toelichting te worden gegeven. Voor de zakelijke dienstverlening (programma 3) geldt dat de hevige concurrentie van invloed is op cijfers.
1
Op grond van artikel 189, lid 3 Gemeentewet kunnen – behoudens de uitzonderingen ex artikel 208 en 209 Gemeentewet – ten laste van de gemeente
slechts lasten en daarmee overeenstemmende balansmutaties worden genomen tot de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht.
53
Jaarstukken 2021
Analyse begrotingsrechtmatigheid In de toelichting op de programmarekening moet een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en programmarekening worden gemaakt (artikel 28, onderdeel a BBV). Deze verplichte analyse is ook prima geschikt om een analyse inzake de begrotingsrechtmatigheid te vervaardigen.
3.6 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) Sinds 1 januari 2013 is de WNT van kracht. Deze wet regelt onder meer dat overheidsinstellingen jaarlijks bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoeding van hun functionarissen dienen te publiceren. Voor topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen worden deze gegevens ongeacht de hoogte gepubliceerd. Voor het verslagjaar 2021 is de generieke maximum bezoldigingsnorm vastgesteld op €. 209.900. Dit is inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioen. De WNT is op RD Maasland van toepassing. Publicatie van bezoldigingsgegevens dienen onder meer openbaar te worden gemaakt via het financieel jaarverslag. Bij de definiëring van topfunctionarissen gaat het om personen die tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling behoren en / of hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon of instelling. Hieronder vallen de leden van het Algemeen en Dagelijks Bestuur en de functionarissen die formeel lid zijn van een (centraal) management- of directieteam.
54
Jaarstukken 2021
Tabel WNT Topfunctionaris Leidinggevende topfunctionaris Bedragen x € 1
A.A.H. Smedts J.M.A.R. van der Broek
Functie Duur dienstverband in 2021 Omvang dienstverband (in fte) Gewezen topfunctionaris Echte dienstbetrekking
Directeur 1/1 - 31/8 0,9 nee ja
Directeur 1/9 - 31/12 1 nee ja
Individueel WNT-Maximum
125.228
69.858
Bezoldiging Beloning Belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
73.382 632 13.133
33.905 935 6.107
Subtotaal
87.147
40.948
Totaal bezoldiging
87.147
40.948
Motivering indien overschrijding
NVT
NVT
Gegevens 2020 Duur dienstverband in 2020 Omvang dienstverband 2020 (in fte)
1/1 - 31/12 0,9
NVT NVT
Bezoldiging in 2020 Beloning Belastbare onkostenvergoeding
96.023 664
NVT NVT
Beloningen betaalbaar op termijn Totaal bezoldiging 2020 Individueel WNT-maximum 2020
18.594 115.282 201.000
NVT NVT 201.000
Minus Onverschuldigde betaald bedrag
Toelichting WNT: indien de vergoeding van de zakelijke km-vergoeding boven de 0,19 per km onder de WKR ( Werkkostenregeling ) wordt opgenomen, wordt het bedrag, gemeld als belastbare onkostenvergoeding, hiervoor in het kader van de WNT op nul gesteld.
55
Jaarstukken 2021
Toezichthoudende topfunctionarissen
2021
De genoemde maximale WNT bedragen zijn gebaseerd op een volledig kalenderjaar
Bedragen x € 1
P.H.G. Verlinden
J.A.L. Lalieu
Functie Duur dienstverband in 2021
Voorzitter DB 1/1 - 31/12
Vice-voorzitter DB 1/1 - 31/12
Lid DB 1/1 - 31/12
Lid AB 1/1 - 31/12
Lid AB 1/1 - 15/1
Lid AB 15/1 - 31/12
Lid AB 1/1 - 31/12
Lid AB 1/1 - 31/12
Individueel WNT-Maximum
31.350
20.900
20.900
20.900
20.900
20.900
20.900
20.900
Bezoldiging Beloning Belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
Subtotaal
0
0
0
0
0
0
0
0
Minus Onverschuldigde betaald bedrag
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal bezoldiging
0
0
0
0
0
0
0
0
Motivering indien overschrijding
NVT
NVT
NVT
NVT
NVT
NVT
NVT
NVT
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
0 0 0 0 30.150
0 0 0 0 20.100
0 0 0 0 20.100
0 0 0 0 20.100
0 0 0 0 20.100
0 0 0 0 20.100
0 0 0 0 20.100
0 0 0 0 20.100
Uitkering wegens beeindiging dienstverband aan topfunctionarissen in 2021
in jaar 2020
NVT
Bezoldiging of ontslaguitkering niet-topfunctionarissen in 2021
in jaar 2020
NVT
Gegevens 2020 Duur dienstverband in 2020 Bezoldiging in 2020 Beloning Belastbare onkostenvergoeding Beloningen betaalbaar op termijn Totaal bezoldiging 2020 Individueel WNT-maximum 2020
56
A.C.A.G. Smits M.H.E. Wilms A.J.M. Walraven R.M.J. Martens H.E.J.M. Meuwissen M.J.A. Thevissen
Jaarstukken 2021
3.7.
Controleverklaring
57
Jaarstukken 2021
3.8.
Bijlagen
58
Jaarstukken 2021
59
Jaarstukken 2021
60
Jaarstukken 2021
61
Jaarstukken 2021
Overhead In het Staatsblad nummer 101 is een Besluit van 5 maart 2016 geplaatst, waarin gemeenten onder meer een apart overzicht dienen op te nemen met betrekking tot de kosten van de overhead. Dit om de raad een beter inzicht te geven in de totale kosten van de overhead. Wettelijk is het voldoende om alleen het totaalbedrag aan overhead op te nemen. De definitie van het begrip overhead en de specificatie van de kostengroepen welke hiertoe behoren, zijn nauwkeurig beschreven in de notitie van juli 2016 van de commissie BBV. Verderop wordt een opsomming gegeven van de elementen. Door de Provincie Limburg wordt er zonder meer van uit gegaan dat dit verplichte overzicht ook betrekking heeft op de gemeenschappelijke regeling en wel vanaf het begrotingsjaar 2018. Hoewel specialisten in Nederland op dit gebied elkaar tegenspreken en het gros van de samenwerkingsverbanden in Nederland op het gebied van afvalinzameling geen gehoor geven aan dit Besluit, neemt RD Maasland in dit verslag toch een overzicht op met daarin de presentatie van de cijfers voor het jaar 2018. Toch plaatst RD Maasland enkele kanttekeningen hierbij. Immers, de deelnemende gemeenten presenteren deze cijfers niet in hun eigen verslaglegging. De totale bijdrage voor de programma’s wordt gebruikt voor de samenstelling van diverse heffingen.
Deze methode zou ook worden toegepast indien de dienst zou worden uitbesteed. Bij de facturatie hiervan zal door de leverancier ook geen overhead apart zichtbaar worden gemaakt. Aangezien de afvalwerkzaamheden onderhevig zijn aan concurrentie is het niet bevorderlijk dergelijke detailinformatie openlijk te delen. De deelnemende gemeenten behoren met de tarieven van de afvalstoffenheffing tot de laagste van Nederland. Overhead : alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit houdt in dat de volgende kosten onder overhead vallen: • Leidinggevenden primair proces behalve projectleiding; • Financiën, toezicht en interne controle; • P&O / HRM; • Inkoop; • Interne en externe communicatie behalve klachtencommunicatie en project; • Juridische zaken; • Bestuurszaken en –ondersteuning; • Informatievoorziening en automatisering; • Facilitaire zaken en huisvesting ( voor zover kantoorruimte betreft), receptie, catering, gebouwenbeheerders; • Kaderstellenden, adviseurs, archiefmedewerkers; • Managementondersteuning primair proces. Directe kosten worden derhalve zoveel als mogelijk direct toegerekend aan de betreffende taakvelden. Ondersteunende taken welke worden uitbesteed zijn niet direct dienstbaar. Voor zover sprake is van functiescheiding kunnen kosten worden toegewezen.
Bij RDM worden de ondersteunende kostenplaatsen Huisvesting en Algemene kosten sinds jaar en dag toegerekend aan de uit te voeren diensten voor de deelnemende gemeenten. Dit geschiedt respectievelijk op basis van m2 en urenverdeling. Bij de kosten van de binnendienst zijn immer op basis van geschreven uren kosten toegerekend aan de primaire diensten. De niet toe te wijzen kosten zijn opgevoerd bij de Algemene kosten. 62
Jaarstukken 2021
In de opstelling welke nu in de laatste tabel wordt gepresenteerd met overhead apart opgevoerd, geldt dus dat alle kosten van de binnendienst, algemeen en kantoorruimte samen zijn gevoegd. 2021 ( bedragen x €. )
Baten
Lasten
Saldo
Programma 1
3.754.211
6.970.137
-3.215.926
Programma 2
242.357
631.295
-388.938
Programma 3
1.200.073
956.872
243.201
Totaal P 1-2-3
5.196.641
8.558.305
-3.361.664
1.717.051
-1.717.051
6.148
-6.148
-
-
-
5.196.641
10.281.503
-5.084.862
249.100
-
249.100
Saldo na mutaties reserves
5.445.741
10.281.503
-4.835.762
Dekking gemeenten
4.560.924
Overhead VPB P1 en P3 Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutaties reserves
Resultaat
4.560.924 -274.838
De overheadkosten in 2021 bedragen ruim € 1.717.000, oftewel afgerond 17 %. Volgens “de Hoofdlijnen Vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording” d.d. juni 2015 (Paragraaf 2.5: Inzicht in overhead en kosten) is het landelijke percentage 25 à 50%. RD Maasland presteert daarmee dus ruimschoots beter dan het gemiddelde.
63