21217-RVST Principeverzoek Achter de Graef 1-10 in Wessem
Tekst van het document
Raadsvergadering 13-07-2021
nee
Voorstel tot planologische wijziging voor de realisatie van 12 woningen op het perceel Achter de Graef 1-10 in Wessem
Van:
College (portefeuillehouder Snijckers)
Voorstel:
De gemeenteraad besluit tot aanwijzing van de realisatie van 12 woningen op het perceel Achter de Graef 1-10 in Wessem als specifiek geval waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is bij de door het college van burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan.
Bijlagen:
Bijgevoegd: Besluit Ter inzage: Principeverzoek en uitgaande brief richting initiatiefnemer’.
Namens het college van burgemeester en wethouders, De secretaris,
D/21/021217
Rvst-1
Toelichting Voorstel tot planologische wijziging voor de realisatie van 12 woningen op het perceel Achter de Graef 1-10 in Wessem
Inleiding: Het college besloot om principemedewerking te verlenen aan de sloop van 10 woningen en de bouw van 12 nieuwe woningen op het perceel Achter de Graef 1-10 in Wessem. Met dit plan worden 12 twaalf grondgebonden nultredenwoningen in het sociale huursegment gerealiseerd. Beslispunten: 1. Te bepalen dat voor de realisatie van 12 woningen op het perceel Achter de Graef 1-10 in Wessem, bij het nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders omtrent een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan (ex artikel 2.01, lid 1, sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)), een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is (ex artikel 6.5, lid 2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor)). 2.
Een delegatiebesluit (ex artikel 6.12, lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)) te nemen, inhoudende: - de bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan (ex artikel 6.12, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)) voor de realisatie van 12 woningen op het perceel Achter de Graef 1-10 in Wessem, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders bij het nemen van een besluit omtrent een omgevingsvergunning voor zover een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is; - de bevoegdheid tot het afzien van het vaststellen van een exploitatieplan (ex artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)) voor de realisatie van 12 woningen op het perceel Achter de Graef 1-10 in Wessem, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders bij het nemen van een besluit omtrent een omgevingsvergunning voor zover een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is. Argumenten: 1.1 Door te bepalen dat een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is, kan in de omgevingsvergunningprocedure de doorlooptijd worden bekort Het college is het bevoegde bestuursorgaan voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Voordat het college een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan kan verlenen, moet de gemeenteraad echter een verklaring van geen bedenkingen afgeven.
De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 16 december 2010 categorieën van gevallen aangewezen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Indien het betreffende plan past binnen deze categorieën van gevallen, kan dit een tijdwinst opleveren van ongeveer twee à drie maanden. Hier is echter sprake van 12 woningen die niet zijn opgenomen in de regionale en lokale woonvisie. Dit betekent dat het initiatief niet past binnen de door de gemeenteraad aangewezen categorieën van gevallen. De gemeenteraad moet dus een verklaring van geen bedenkingen afgeven. Zodoende is er geen tijdwinst te boeken. Dit is wel wenselijk. Daarom stellen wij voor te bepalen dat voor de omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan voor de realisatie van 12 woningen op het perceel Achter de Graef 1-10 in Wessem, een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Kanttekeningen: Er zijn geen kanttekeningen. Samenhang met andere Beleidsdocumenten: De gemeenteraad stelde op 2 juli 2019 de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021’ vast. In deze structuurvisie is er nog steeds een opgave in het kader van de reductie van de plancapaciteit. Gelet hierop wordt een terughoudende opstelling ingenomen ten aanzien van het toevoegen van woningen. In dit geval gaat het om een woningbouwplan, waarbij de plancapaciteit met twee woningen toeneemt.
D/21/021217
Rvst-2
Ondanks het feit dat door dit woningbouwplan de plancapaciteit met twee woningen toeneemt, geeft de op 9 februari 2021 vastgestelde ‘Lokale Uitvoeringsstrategie Wonen Maasgouw 2.0’ ruimte aan de realisatie van meer dan één nieuwe woning, mits het gaat om een locatie waar een kwaliteitsverbetering is gewenst. Hierbij valt te denken aan de herontwikkeling van een zogenaamde ‘rotte’ plek, het voorkomen van leegstand, het hergebruik van bestaand vastgoed, een bestaande inbreidingslocatie of een verdunning van de bestaande woningvoorraad. Het moet gaan om een kwaliteitsverbetering op het gebied van volkshuisvesting, stedenbouw en duurzaamheid. In dit geval wordt met de realisatie van 12 grondgebonden nultredenwoningen in het sociale huursegment vanuit volkshuisvestelijk oogpunt voorzien in woningen waarin in kwalitatieve zin een tekort bestaat op grond van de resultaten van het Woningmarktonderzoek Midden-Limburg 2018, namelijk seniorenhuisvesting in de vorm van grondgebonden woningen in diverse prijsklassen van het huur- en koopsegment. Als de woningen ter beschikking komen voor de doelgroep senioren wordt het langer zelfstandig kunnen blijven wonen gestimuleerd. Verder wordt er vanuit stedenbouwkundig oogpunt aan de directe woonomgeving een kwaliteitsimpuls gegeven door het vervangen van de gedateerde woningen uit 1946.
Gelet hierop kan worden beargumenteerd dat met het plan een kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd, op basis waarvan twee extra woningen kunnen worden toegevoegd. Communicatie: Communicatie gebeurt schriftelijk. Initiatiefnemer wordt via een brief in kennis gesteld van het besluit. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties. Planning en uitvoering: De planning en de uitvoering zijn afhankelijk van de voortgang bij de initiatiefnemer. De initiatiefnemer neemt het initiatief voor het starten van de procedure voor de realisatie van het plan. Bijlagen: Bijlage 1. Principeverzoek. Bijlage 2. Uitgaande brief richting initiatiefnemer Team: Fysiek Domein
*Z00F167C2D2* Z/21/007776-D/21/021217