---------- 203990 BIJLAGE B - Gevolgen Meicirculaire 2025 voor Maasgouw
Tekst van het document
Bijlage B Gevolgen Meicirculaire 2025 voor gemeente Maasgouw Algemeen In de RIB Kadernota 2026 is melding gemaakt van het (totale) budgettaire effect van de Meicirculaire 2025. In deze bijlage volgt een nadere uiteenzetting. De Meicirculaire 2025 is door het ministerie van BZK is op 28 mei 2025 gepubliceerd. Na een fout in de rekenmodellen is deze op 13 juni 2025 opnieuw gepubliceerd. In deze circulaire vindt de (financiële) verwerking plaats van de mutaties uit de Voorjaarsnota 2025. Deze circulaire geeft een (financieel) beeld van het lopende jaar 2025 en een meerjarige (2026-2030) financiële doorkijk van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De Meicirculaire 2025 bevat onder meer informatie over de demping terugval in het gemeentefonds, tekorten in het budget voor Jeugdzorg en de actualisatie van het volume- en LPO accres op basis van de Voorjaarsnota 2025. In deze bijlage wordt de belangrijkste informatie per onderwerp op een rij gezet. Accressen Accres is vrij vertaald ‘groei’ en hangt samen met de ontwikkeling van het BBP, autonome ontwikkelingen, taken en verantwoordelijkheden voor gemeenten. Het accres is gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging(LPO) en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. Met name voor het jaar 2025 is het LPO accres omhoog bijgesteld.
Dit werkt door voor de jaren erna. BTW Compensatie Fonds (BCF) Wanneer gemeenten taken uitbesteden, betalen zij daar btw over. Om te voorkomen dat gemeenten er alleen vanwege deze kosten voor kiezen om taken niet uit te besteden maar zelf te doen is het BTW Compensatie Fonds (BCF) ingesteld. Gemeenten kunnen onder voorwaarden de betaalde btw terugvragen. Het BTW Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2024 € 332 miljoen onder dit plafond gebleven met btw-declaraties. Omdat er sprake is van een financieel ‘gesloten systeem’ vloeit het bedrag onder het plafond terug in het Gemeentefonds. In de Septembercirculaire 2024 werd al een voorschot uitbetaald van € 447 miljoen en nu in de Meicirculaire 2025 vind de definitieve afrekening van 2024 plaats. De afrekening is € 115 miljoen lager en dit bedrag wordt in 2025 incidenteel onttrokken. Op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar 2024 (€ 332 miljoen macroniveau, dit is € 378.000 voor Gemeente Maasgouw), mag er in de begroting 2026 een structurele stelpost opgenomen worden van € 378.000. Uit voorzichtigheid, gezien de negatieve afrekening over 2024, is ervoor gekozen om deze stelpost vanaf 2025 voor 50% op te nemen (voor Maasgouw € 189.000).
Extra middelen gemeenten en jeugd Er wordt structureel een bedrag van € 400 miljoen (2026) oplopend tot € 424 miljoen (2030) beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. Voor gemeente Maasgouw is dit ruim € 430.000 (2026). Deskundigencommissie van Ark heeft geadviseerd het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over het Rijk en gemeente. Van het tekort over 2024 (€ 828 miljoen), komt € 414 miljoen structureel voor rekening van het Rijk. Via het gemeentefonds ontvangen de gemeenten dit. Voor gemeente Maasgouw is dit ruim € 450.000. Daarnaast is er voor 2026 en 2027 € 498 miljoen en € 447 miljoen (incidenteel) beschikbaar gesteld als verzachting van het ingroeipad voor de maatregelen van de Hervormingsagenda. Voor gemeente Maasgouw is dit € 537.500 (2026) en € 485.500 (2027).
Pagina 1 van 3
Deze middelen worden door sociaal domein gebruikt om te investeren (in preventie) in aanloop naar de besparingen van de Hervormingsagenda. Tevens zijn de middelen die al langere tijd gereserveerd stonden voor gemeente voor de Hervormingsagenda Jeugd nu grotendeels (structureel) overgeboekt naar het gemeentefonds. Echter in de voorgaande jaren mocht hiervoor van de Provincie een stelpost opgenomen worden. De middelen die gemeente Maasgouw nu ontvangt zijn hoger dan de stelpost die voorheen opgenomen is, waardoor er over de jaren 2026 tot en met 2028 € 40.000 extra wordt ontvangen en in 2029 ruim € 137.000 extra. De stelpost is vervallen en de middelen zijn opgenomen in de Algemene Uitkering. Vanaf 2028 worden de gemeenten gekort op de Algemene Uitkering door de (verwachte) invoer van een eigen bijdrage voor jeugdzorg per 1 januari 2028 (€ 260 miljoen) en voor het sturen op de trajectduur jeugdzorg (€ 68 miljoen). Voor gemeente Maasgouw is dit ruim € 263.000 en ruim € 68.000. Uitgangspunt is dat deze maatregelen dit bedrag ook opleveren. Daarom mag dit met goedkeuren van de Provincie budgettair neutraal opgenomen worden, waardoor we voor dezelfde bedragen ook een stelpost als inkomst in de Algemene Uitkering hebben opgenomen. Op deze manier is er dus geen sprake van een afname van de Algemene Uitkering op dit gebied.
Echter vanaf 2028 worden gemeenten ook gekort voor het indexeren van de opbrengst van de Hervormingsagenda. De besparingsopgave Hervormingsagenda Jeugd is ingeboekt in prijs- en volumepeil 2019. Er is nu een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen is het Rijk van mening. Deze mening wordt niet gedeeld door de Provincie waardoor de toename van de besparing (€ 507 miljoen) niet budgettair neutraal mag worden verwerkt. Dit betekent voor gemeente Maasgouw een afname van de Algemene Uitkering van ruim € 512.000. Uitkeringsfactor Algemene mutaties worden verwerkt op basis van de uitkeringsfactor en taakmutaties op basis van de gewichten van de verschillende maatstaven. De omvang van het Gemeentefonds wijzigt alleen bij toevoeging accres of toevoegen van taken. Dit laatste kan door een wijziging in de maatstafgewichten of via de integratie-uitkeringen, decentralisatie-uitkeringen en aanvullende uitkering (artikel 12)). Om te voorkomen dat iedere maatstaf wijzigt naar aanleiding van wijzigingen in landelijke aantallen, accressen, ontwikkeling in uitkeringsbasis etc. wijzigt de uitkeringsfactor in deze gevallen. Doordat diverse landelijke aantallen naar beneden zijn bijgesteld valt de uitkeringsfactor in de meicirculaire hoger uit. In deze circulaire heeft dat vooral te maken met de maatstaf bijstandsontvangers en een hogere WOZ-waarde.
Gemeente Maasgouw ontvangt daardoor per saldo meer via het gemeentefonds. Hierboven zijn de grootste, meest omvangrijke, posten beschreven. Er zijn daarnaast een aantal andere belangrijke wijzigingen op basis van de Meicirculaire 2025, waarvan hieronder een opsomming van de grootste. Het betreffen zowel taakmutaties als integratie- of decentralisatie uitkeringen of andere mutaties. Overige • Uitstel vervanging abonnementstarief WMO: In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. Hierdoor ontvangt gemeente Maasgouw voor 2026 incidenteel ruim € 325.000. • Uitvoeringskosten omgevingswet: € 128.500 voor Gemeente Maasgouw, incidenteel voor 2025. Dit wordt gebruikt ter dekking van lasten. • Suppletie-uitkering bommenregeling, conform raadsvoorstel eerder dit jaar, is er € 52.654 terug ontvangen via de Meicirculaire 2025. Dit heeft voor de jaren 2025 tot en met 2029 geen invloed, want het betreft een afrekening van het jaar 2024.
Dit is heeft geen betrekking op de jaren 2026 t/m 2029 (Kadernota 2026). • WMO hulpmiddelen: Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn in de meicirculaire 2024 reeds middelen ontvangen. Voor 2026 ontvangt gemeente Maasgouw ruim € 14.000 • Alleenverdienersproblematiek. Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Gemeente Maasgouw ontvangt hiervoor in 2025 ruim € 42.000. Dit wordt gebruikt ter dekking van lasten. Dit is heeft geen betrekking op de jaren 2026 t/m 2029 (Kadernota 2026).
Pagina 2 van 3
•
•
Impulsbudget sociale infrastructuur: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. Hiervoor wordt voor 2025 ruim € 41.000 ontvangen en voor de jaren vanaf 2026 € 37.000. De maatstaf ‘Huishoudens met laag inkomen boven drempel’ kent vanaf 2023 een nieuwe definitie en berekeningswijze. In 2024 is besloten dat vanaf 2026 de berekeningswijze verandert naar een driejaarsgemiddelde. Voor dat jaar wordt het gemiddelde genomen van de jaren 2022, 2023 en 2024. Voor 2025 geldt een overgangsjaar, waarbij een tweejaarsgemiddelde van 2022 en 2023 wordt gebruikt. Deze keuze is gemaakt om schommelingen in de cijfers te beperken. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde op 4 december 2024 een geactualiseerd overzicht van het aantal huishoudens met een laag inkomen per gemeente voor de jaren 2021–2023. Voor de gemeente Maasgouw liggen deze cijfers hoger dan de aantallen die het ministerie van BZK in haar specificaties hanteert.
Dit verschil is te verklaren doordat de cijfers van BZK altijd achterlopen; de definitieve aantallen worden pas twee jaar later vastgesteld (bijvoorbeeld de cijfers over 2023 worden pas in december 2025 definitief). Een berekening op basis van de BZK-cijfers (3.100 huishoudens) is dus voorzichtiger dan een berekening op basis van de CBS-actualisatie (3.200 huishoudens). Omdat deze maatstaf een aanzienlijke invloed heeft op de hoogte van de uitkering, leidt dit verschil in aantallen ook tot een substantieel verschil in financiële uitkomst. Dit varieert van € 195.000 tot € 390.000 per jaar. De onzekerheid wordt veroorzaakt door meerdere factoren: het aantal wordt afgerond op honderdtallen, het gaat om het aandeel van de gemeente in het totaal en de aantallen worden pas 2 jaar na afloop van het jaar definitief. Gezien deze onzekerheid, maar met inachtneming van het principe van ‘reëel en risicovol begroten’, is ervoor gekozen om in de berekening uit te gaan van een midden-variant. Voor 2023 en de daaropvolgende jaren is gerekend met een gemiddeld aantal van 3.150 huishoudens (het gemiddelde van 3.100 en 3.200).
De totaal effecten voor het jaar 2025 en de jaren van de aankomende begroting 2026- 2029 zijn hieronder in de tabel weergegeven. Dit betreffen de mutaties tussen de Decembercirculaire 2024 en de Meicirculaire 2025. Daarnaast is zichtbaar welke inkomsten reeds ‘gebonden’ zijn door lasten en wat er daarna nog resteert als saldo ter bijdrage aan een sluitende begroting 2026-2029. 2025
2026
2027
2028
2029
Beginstand meicirculaire 2025
50.497
48.181
48.085
48.245
48.255
Mutaties meicirculaire 2025 Eindstand meicirculaire 2025
1.230 51.727
4.137 52.318
4.025 52.110
2.892 51.137
3.341 51.596
Bedragen x € 1.000
Dekking van lasten o.b.v. 379 662 584 103 34 inkomsten Meicirculaire 2025 Saldo * 851 3.475 3.441 2.789 3.307 * Dit betreft het saldo zoals verwerkt in de nieuwe versie van de financiële foto 2026-2029 zoals in RIB Kadernota 2026. Toekomst Een opsomming van een aantal belangrijke meldingen waarover vooralsnog nog geen besluiten zijn genomen in de Meicirculaire 2025: • Het tekort op jeugdzorg over 2023 en 2024 is nog niet gecompenseerd. Een besluit hierover is doorgeschoven naar het najaar. Het zou dan (landelijk) gaan om € 728 miljoen incidenteel. De Provincie heeft op dit moment nog geen toestemming gegeven om hiervoor een stelpost op te nemen. Daarom is dit effect cijfermatig niet verwerkt in de begroting van gemeente Maasgouw. • Begin 2027 doet de Commissie Van Ark een uitspraak over de budgetten jeugd vanaf 2028. • In de Voorjaarsnota 2025 is voor 2030 een vijfde tranche van € 75 miljoen toegevoegd voor aanvullende indexatie voor demografie/vergrijzing (WMO). Hierdoor is vanaf 2030 structureel een totaal van € 375 miljoen gereserveerd. In de meicirculaire is hierover geen informatie opgenomen en het bedrag van € 75 miljoen voor 2030 is niet verwerkt. Nadere informatie volgt mogelijk in de septembercirculaire 2025.
Pagina 3 van 3