CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

19714-RVST Jaarstukken SC MER (jaarrekening 2020 BW 2021-2 begroting 2022)

01. Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot het al dan niet indienen van zienswijzen begrotingswijziging 2021-2 en conceptbegroting 2022 SC-MER6.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 01-06-2021

ja

Voorstel tot het al dan niet indienen van zienswijzen op de begrotingswijziging 2021-2 en de begroting 2022

Van:

College (portefeuillehouder Strous)

Voorstel:

Voorgesteld wordt: 1. De raad in de gelegenheid te stellen tot het al dan niet indienen van een zienswijze over de begrotingswijziging 2021-2 van het Servicecentrum MER. 2. De raad in de gelegenheid te stellen tot het al dan niet indienen van een zienswijze over de conceptbegroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023-2025 van het Servicecentrum MER. 3. De kadernota 2022 van het Servicecentrum MER voor kennisgeving aan te nemen. 4. De jaarrekening 2020 (incl. controleverklaring accountant) van het Servicecentrum MER voor kennisgeving aan te nemen

Bijlagen:

Bijgevoegd: 1. Aanbiedingsbrief DB SC MER 2. Begrotingswijziging 2021-2 3. Bijlage bij Begrotingswijziging 2021-2: Historisch bijdragen MER 4. Begroting 2022 (en meerjarenraming) 5. Kadernota 2022 6. Definitief concept Jaarrekening 2020 7. Controleverklaring accountant jaarrekening 2020

overzicht

Ter inzage: n.v.t..

Namens het college van burgemeester en wethouders, De secretaris,

D/21/019714

Rvst-1

Toelichting Voorstel tot Jaarstukken SC MER (jaarrekening 2020, Kadernota 2022, BW 2021-2, begroting 2022) Inleiding:

Het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER (GR SC MER) heeft op 07 april 2021 ingestemd met:  de begroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023-2025 GR SC MER;  de begrotingswijziging (BW) 2021-2 GR SC MER;  de jaarrekening 2020 GR SC MER;  de kadernota 2022. De jaarrekening 2020 en kadernota 2022 zijn ter kennisname verzonden. Voor de begroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023-2025 van het Servicecentrum MER wordt aan de deelnemende gemeenten gevraagd om een eventuele zienswijze op deze documenten zo spoedig mogelijk kenbaar te maken. Voor Maasgouw is dit in de raadsvergadering van 1 juni a.s. Het college speelt hierin geen formele rol. Wel kan het college aan de raad suggesties doen voor (een) eventuele zienswijze(n). De conclusie is dat de bijdragen meerjarig € 451.987 hoger is dan bij Maasgouw geraamd, dit kent een aantal oorzaken waarvan een deel niet te wijten is aan de begroting van SC MER maar door onze eigen verwerking in de begroting Maasgouw. Het aandeel vanuit de SC MER begroting 2022 betreft de wijziging van de verdeelsleutel. Dit zorgt voor een stijging van de reguliere bijdrage van Maasgouw van ongeveer € 325.000 bedraagt. Het realiseren van de hogere taakstelling heeft een positief effect van ruim € 12.000.

Per saldo stijgt de bijdrage van de gemeente Maasgouw met ongeveer € 312.000, geheel veroorzaakt door de gewijzigde verdeelsleutels:  Omgevingsdienst € 57.550 => outputverdeelsleutel 2020 (telt vanaf 2022 100% mee) is ruim 1 procentpunt hoger dan outputverdeelsleutel 2019;  Sociaal Domein € 128.708 => outputverdeelsleutel 2020 (telt vanaf 2022 100% mee) is ruim 2 procentpunten hoger dan outputverdeelsleutel 2019;  Bedrijfsvoering € 138.694 => resultante van nieuwe kostenverdeelsleutel bedrijfsvoering, ongeveer 1 procentpunt hoger.

De overige verhoging heeft te maken met een structurele correctie op onze begroting: Verschil in taakstelling MER € 30.000 en Gemeenten € 47.100 € 17.100 € 17.100 € 18.200 € 18.200 Bijdrage voor werk UE Roermond ad € 70.000 is niet structureel vertaald € 70.000 € 70.000 € 70.000 € 70.000 Werkzaamheden van RUD LN in de begroting 2021 voor de MER ad € 25.000 ipv € 75.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 Totaal € 137.100 € 137.100 € 138.200 € 138.200 Er zijn dus wat betreft de SC MER begroting 2022 geen zaken aangevraagd die niet vooraf zijn afgestemd en/of in besluitvorming zijn geweest. De jaarrekening 2020 en BW 2021-2 maakt duidelijk dat er een forse teruggave komt met name door corona en de hiermee gepaarde stagnatie in de organisatie brede doorontwikkeling en minderwerk bij de OD en SD van het SC MER. Echter deze geplande ontwikkelingen voor 2020 zijn wel noodzakelijk en zijn doorgeschoven naar 2021. BW 2021-2 staat dan ook in het teken van het doorschuiven van deze financiële middelen. De conclusie is dat er geen aanvullende financiële middelen worden aangevraagd maar dat het extra financiële middelen zijn die te maken hebben met structurele vertalingen of correcties die wij overeengekomen zijn.

D/21/019714

Rvst-2

Beslispunten: 1. De raad in de gelegenheid te stellen tot het al dan niet indienen van een zienswijze over de begrotingswijziging 2021-2 van het Servicecentrum MER. 2. De raad in de gelegenheid te stellen tot het al dan niet indienen van een zienswijze over de conceptbegroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023-2025 van het Servicecentrum MER. 3. De kadernota 2022 van het Servicecentrum MER voor kennisgeving aan te nemen. 4. De jaarrekening 2020 (incl. controleverklaring accountant) van het Servicecentrum MER voor kennisgeving aan te nemen.

Argumenten: 1. Argumenten bij zienswijze begrotingswijziging 2021-2 SC MER 1.1 Algemeen Het SC-MER kent vanaf 2021 maximaal twee begrotingswijzigingen (BW-en) in een jaar. In 2021 zullen BW 20212 en BW 2021-3 worden voorgelegd. BW 2021-1 (robuuste begroting) is al vastgesteld in 2020. BW 2021-2 gaat over aanvullende dienstverlening die de deelnemende gemeenten zijn overeengekomen in de Uitvoeringsprogramma’s (UPs) van de Omgevingsdienst en het Sociaal Domein. Deze uitvoeringsprogramma’s worden eind T-11 of aan het begin van T vastgesteld, waardoor ze niet meer in de begroting van T kunnen worden verwerkt, die immers al vastgesteld wordt halverwege T-1. Daarnaast zijn er (deels) onbenutte budgetten over 2020 doorgeschoven naar 2021 en verwerkt in deze begrotingwijziging. Budgetten die bij de jaarrekening SC-MER om fiscale redenen aan de gemeenten zijn teruggegeven en die vervolgens weer deels zijn teruggevraagd. BW 2021-2 omvat geen vraag naar extra aanvullende financiële middelen. 1.2 Programma Omgevingsdienst De MER-Omgevingsdienst werkt op basis van een bestuurlijk vastgesteld Uitvoeringsprogramma. In dit Uitvoeringsprogramma worden alle taken vastgelegd die door de MER-OD worden uitgevoerd. Een groot deel van deze taken zijn vraaggestuurd, met andere woorden: afhankelijk van de hoeveelheid (klant)vragen, verzoeken, aanvragen en procedures.

Het UP is een raming/verwachting geformuleerd voor het aankomende jaar. Deze geraamde taken worden uitgevoerd met de financiële middelen die de MER-OD sinds 1-9-2013 ter beschikking staan. In het Uitvoeringsprogramma wordt berekend welke taken de MER-OD met deze middelen kan uitvoeren en welke additionele middelen moeten worden verstrekt voor additionele dienstverlening. In het UP2021 worden voor deze aanvullende dienstverlening voor Maasgouw 4915 uren geraamd. Voor Maasgouw betreft dit een additionele vraag van € 207.512. De financiering van deze extra kosten bij de Omgevingsdienst is een voorwaarde om alle wettelijke taken en opgedragen projecten te kunnen uitvoeren. De uitvoeringskosten voor de projecturen VVGB worden separaat door de gemeenten gefinancierd. Deze middelen worden door de provincie ten behoeve van deze uitvoering aan de gemeente toegekend en een bedrag van € 171.490 wordt daarvan voor de uitvoering van de VVGB projecten door de MER OD ingezet. Dit bedrag was voorheen € 101.490, maar is verhoogd vanwege de naar de MER-OD omgebogen middelen van de inmiddels opgeheven Uitvoeringseenheid VVGB. Omdat de MER-OD nu de taken uitvoert die voorheen bij deze UE lagen, komen de MER-OD ook de bijbehorende middelen toe (€ 70.000).

In totaal ligt daarmee een begrotingswijziging voor van € 277.512: € 207.512 voor de additionele dienstverlening en € 70.000 voor de nieuwe taken in het VVGB-project. Hiervoor is met raadsbesluit Uitvoeringsprogramma OD 2021 (15392) reeds dekking gegeven. 1.3 Programma Sociaal Domein In deze begrotingswijzigingen is de aanvullende dienstverlening in de vorm van extra taken / projecten verwerkt, die is afgesproken in het UP 2021. Het betreft het Werkgeversservicepunt (€ 107.000, aandeel Maasgouw € 35.666), Sociaal wijkteam Maasgouw (€ 69.549), project Statushouders Maasgouw € 120.000, project extra inhuur inkomen (€ 18.342, aandeel Maasgouw € 5.546), uitvoeringskosten Tozo (€ 271.080, aandeel Maasgouw € 82.475), deelname benchmark werk & inkomen (€ 8.444, aandeel Maasgouw € 2.389), deelname benchmark statushouders (€ 4.412, aandeel Maasgouw € 1.470). Het totaalbedrag van deze begrotingswijziging voor Maasgouw is € 317.000. In de programmabegroting 2021 is dekking voor deze kosten. 1.4 Programma Bedrijfsvoering Onder het programma Bedrijfsvoering vallen de onderdelen HRM, Financiën, DIV en I&A. Bij het aanbieden van de jaarrekening 2020 is aan de gemeenten gevraagd om € 315.500 (aandeel Maasgouw € 97.332) van dit overschot te reserveren.

Met BW 2021-2 worden deze € 315.500 doorgeschoven naar 2021 om de lasten gemoeid met de doorontwikkeling en kwaliteitsverbetering van Bedrijfsvoering á € 300.000 (aandeel Maasgouw € 92.550) 1 T staat voor het betreffende jaar, bijvoorbeeld 2021. T-1 is 2021 – 1 jaar = 2020.

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

en aanpassingen van de budgetten Telefonie en Programmatuur á €15.500 (aandeel Maasgouw € 4.782) af te dekken. 1.5 Programma Bestuur & Organisatie Onder het programma Bestuur & Organisatie vallen, naast de concernstaf en het ambtelijk secretariaat van de OR, de structurele loonkosten van de directie SC-MER. In de jaarrekening 2020 was een positief resultaat van € 63.812 (aandeel Maasgouw á € 20.082) vooral gerelateerd aan het budget dienstverlening (afbakening couleur locale). Bij het aanbieden van de jaarrekening 2020 is aan de gemeenten gevraagd dit budget te reserveren. Met BW 2021-2 worden deze € 63.812 weer doorgeschoven naar 2021 en gebruikt voor de benodigde vervolgstappen bij de verdere digitalisering van de dienstverlening. Voor het historisch overzicht 2013-20212 van de bijdragen aan SC MER van alle programma’s wordt verwezen naar bijlage 3. 1. Kantekeningen bij begrotingswijziging 2021-2 SC MER 1.1 Algemeen n.v.t 1.2 Programma Omgevingsdienst Het is van belang op te merken dat het ten aanzien van de aanvullende dienstverlening om verwachte meerkosten gaat. Het Uitvoeringsprogramma is een gewogen en weloverwogen inschatting en raming van uren, activiteiten op basis van taken en verantwoordelijkheden. Tijdens de terugkoppelingen vanuit de MER aan de hand van de kwartaalrapportages wordt de werkelijk benodigde additionele dienstverlening inzichtelijk gemaakt.

Verrekening daarvan vindt met de volledige outputverrekening van de reguliere producten plaats bij de eindafrekening van het Uitvoeringsprogramma 2021. 1.3 Programma Sociaal Domein In het UP 2021 zijn de uren voor de basisdienstverlening gebaseerd op de realisatie 2020 ( T-1). Op basis van de prognoses is er in 2021 een klein tekort aan capaciteit van 0,5 fte voor MER SD om alle verwachte werkzaamheden in de basisdienstverlening te kunnen uitvoeren. Echter, de verwachte afname per gemeente wijkt volgens de prognose af van de inbreng per gemeente in de begroting 2021. In onderstaande tabel is dit weergegeven: Prognose UP2021 Verschil

EchtSusteren

Maasgouw

Roerdalen

MER

+ 0,4 fte (+ € 44.800

-1,3 fte (- € 145.600)

+0,4 fte ( + € 44.800)

-0,5 fte (- € 56.000)

Omdat de realisatie bijna nooit lineair verloopt, kunnen hier nog geen conclusies uit getrokken worden. Uitgangspunt is om de werkzaamheden, net als in 2020, binnen de begroting uit te voeren. Aan de hand van monitoring wordt de realisatie in 2021 gevolgd. Om efficiënt werken te optimaliseren en daarmee kosten te beheersen is Lean werken structureel geborgd binnen MER SD. Ook verdere digitalisering ( e- dienstverlening) draagt bij aan een efficiënte en kwalitatieve dienstverlening aan de klanten. Beheersing van de kosten kan daarnaast plaatsvinden door verdere beheersmaatregelen of beleidskeuzes. Beheersmaatregelen zijn bijvoorbeeld de aanpassing van de normen voor klanttevredenheid en kwaliteit (accepteren van langere doorlooptijden, meer klachten en bezwaarprocedures of minder intensief onderzoek en controles bij aanvragen). Voorbeelden van beleidskeuzes zijn het niet uitvoeren van bovenwettelijk beleid, zoals een aantal minimaregelingen. Omdat de inwoners hier direct de gevolgen van ondervinden en het kan leiden tot hogere programmakosten, zal hier zeer kritisch naar gekeken worden. Afgesproken is dat bij afwijkingen ten opzichte van de inbreng per gemeente éénmaal per jaar een herberekening van de uitvoeringskosten plaatsvindt op basis van actuele realisatiecijfers (T-0), dus op outputbasis.

Concreet betekent dit dat tegen het einde van het jaar de balans wordt opgemaakt en dat dan besloten wordt of een verrekening, en daarmee een begrotingswijziging, nodig is.

2 Ten tijde van het opstellen van het overzicht waren de werkelijke kosten 2020 en 2021 niet bekend,

vandaar dat hier niets staat ingevuld.

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

1.4 Programma Bedrijfsvoering 1.4.1 Eind 2020 is er gestart met het opstellen van een producten- en dienstencatalogus (PDC), deze is medio 2021 gereed. Vervolgens is het streven om eind 2021 te beschikken over een (proef) uitvoeringsprogramma 2022 (UP 2022) Bedrijfsvoering. Werkprocessen, kwaliteitsnormen, genereren van stuurinformatie (KPI’s), én het vastleggen van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden grotendeels in de PDC verwerkt. De uitkomsten / uitwerking van de nieuwe PDC bedrijfsvoering kunnen van invloed zijn op de begroting omdat er inkrimping of uitbreiding van producten of diensten (nodig) kan zijn, óf dat er hogere of lagere kwaliteitseisen worden gesteld. Deze wijzingen kunnen leiden tot een begrotingswijziging in jaar 2021 en verder. 1.4.2 Binnen het SC MER onderdeel informatiebeheer (DIV) wordt onderzocht op welke wijzen de achterstand van de dagdozen kan worden weggewerkt, dagdozen is achterstallige werkvoorraad. De verwachting is dat hier aanvullende financiële middelen voor nodig zijn. Medio 2021 wordt duidelijk welke financiële middelen hiervoor nodig zijn. Dan pas is duidelijk of dit binnen de huidige begroting kan worden uitgevoerd of dat er aanvullende financiële middelen nodig zijn, én dus in een begrotingswijzing wordt opgenomen. 1.5 Programma Bestuur & Organisatie n.v.t.

Het college adviseert om geen zienswijze in te dienen over de BW 2021-2 omdat het hier gaat om het doorschuiven van financiële middelen omdat er in 2020 minder werk is uitgevoerd en minder ontwikkeling heeft plaatsgevonden door corona. 2. Argumenten bij zienswijze begroting 2022 SC MER 2.1 Algemeen Om scherp aan de wind te varen, gaat het SC-MER benchmarken. Echter, omdat de meeste gemeentelijke deelnemers pas in de loop van het tweede kwartaal 2021 hun gegevens over 2020 in de benchmark uploaden (na opstelling van de jaarrekeningen) kunnen er ten tijde van het opstellen van deze begroting 2022 nog geen benchmark gegevens worden gepresenteerd. Naar verwachting zullen de benchmarkresultaten eind tweede kwartaal inzichtelijk zijn en zal SC MER deze meenemen in hun P&C-cyclus om ook in de toekomst scherp aan te wind te blijven varen. De begroting 2022 heeft als financiële uitgangspunt de jaarschijf 2022 uit BW 2021-1. Zoals toegezegd in BW 2021-1, is bij de opstelling van de begroting 2022 gestuurd op een structurele taakstelling van minimaal 2% (€ 462.000), waarbij de gewijzigde begroting 2021 het ijkpunt is.

Deze taakstelling is in de begroting 2022 als volgt ingevuld: in het programma bedrijfsvoering is een taakstelling van € 416.000 ingevuld, in het programma's Sociaal Domein is een taakstelling van € 30.000 ingevuld en het programma Omgevingsdienst heeft een taakstelling van € 30.000 ingevuld. De begroting 2022 omvat daarmee een totale ingevulde taakstelling van € 476.000 voor het jaar 2022. Daarmee wordt ruim voldaan aan de opdracht van de taakstelling van minimaal 2 procent. Voor de jaren 2023 en volgende jaren is een hogere taakstelling geraamd, oplopend van € 521.000 in 2023 naar € 580.000 in 2025. 2.2 Programma Omgevingsdienst De MER OD voert de reguliere wettelijke taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van de Wabo, de APV en een aantal bijzondere wetten alsmede de specifieke lokaal gewenste projecten (aanvullende dienstverlening). De uitwerking van deze taken vindt plaats in het Uitvoeringsprogramma 2022 (UP 2022). Deze werkzaamheden worden geraamd op basis van de ervaringscijfers van de eerdere jaren en de ontwikkelingen die daarop van invloed zijn, zoals Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen en de Omgevingswet en de implementatie van Squit2020. De kosten die dit UP 2022 met zich mee brengt zullen met een begrotingswijziging worden aangeboden.

Voor de gemeente Maasgouw leidt dit alles tot een basisbijdrage in de begroting van de MER OD van € 1.918.019, waarvan € 500.345 bedrijfsvoeringskosten op basis van de nieuwe kostenverdeelsleutelsystematiek bedrijfsvoering. 2.3 Programma Sociaal Domein De drie MER-gemeenten werken jaarlijks met MER SD samen aan een zo realistisch mogelijk uitvoeringsprogramma dat richting geeft aan taken, ontwikkelingen en projecten die MER SD voor de drie gemeenten gezamenlijk (of juist specifiek voor één afzonderlijke gemeente) uitvoert. De taken omvatten de uitvoering van het beleid op het gebied van Zorg en Ondersteuning (Wmo, gehandicaptenparkeerkaarten) en Werk & Inkomen ( begeleiding naar werk, inkomensregelingen, minimaregelingen).

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

De basisdienstverlening wordt door de gemeenten bekostigd op basis van de verdeelsleutel. Vanaf 2022 is deze verdeelsleutel volledig gebaseerd op de output/gerealiseerde werkprocessen T-2. Voor gemeente Maasgouw nemen de kosten toe als gevolg van deze verdeelsleutel: enerzijds omdat het ingroeimodel van historische inbreng naar output leidt tot een kostenverhoging (Maasgouw droeg op basis van historische kosten in verhouding met Echt-Susteren en Roerdalen minder bij aan de afdeling MER SD) en anderzijds door de toename van het aantal werkprocessen in 2020 ( T-2). Daarnaast leidt de verdeelsleutel voor bedrijfsvoeringstaken die doorbelast worden aan MER SD tot een hogere bijdrage aan MER SD (herschikking van programma Bedrijfsvoering naar programma Sociaal Domein). Opgemerkt wordt dat de kosten voor het Sociaal wijkteam, Werkgeversservicepunt en Tozo vanaf 2022 in de begroting zijn opgenomen als structurele aanvullende dienstverlening. Voor de gemeente Maasgouw leidt dit alles tot een basisbijdrage in de begroting van de MER SD € 2.175.221, waarvan € 413.995 bedrijfsvoeringskosten op basis van de nieuwe kostenverdeelsleutelsystematiek bedrijfsvoering. 2.4 Programma Bedrijfsvoering Binnen het programma wordt (nog) niet gewerkt met een uitvoeringsprogramma (UP). In 2021 wordt er gestart met een ‘proef’ UP.

Omdat er op dit moment nog geen UP is, maar we de bedrijfsvoeringskosten wel meer outputgericht willen verrekenen is er gekozen voor de nieuwe kostenverdeelsleutelsystematiek die gebaseerd is op het aantal gebruikersaccounts. De lasten van het programma Bedrijfsvoering worden dus verrekend op basis van de nieuwe kostenverdeelsleutelsystematiek. De kosten (lasten) binnen het programma bestaan hoofdzakelijk uit loonkosten (en aanverwante budgetten) en meerdere I&A budgetten. De begroting 2022 wijkt alleen af voor wat betreft de gerealiseerde taakstelling. De drie deelnemende gemeenten hebben besloten de kosten van het programma bedrijfsvoering te verdelen met een nieuwe kostenverdeelsleutel. Deze sleutel is gebaseerd het principe ‘de gebruiker betaalt’ en kent twee regels:  Kosten toekennen op basis van het aantal gebruikersaccounts. Het aantal gebruikersaccounts geeft een goede indicatie van de producten en diensten die door bedrijfsvoering worden geleverd aan de afnemers. Voor elk account vinden immers bedrijfsvoerings-activiteiten plaats op het gebied van HRM, financiën en informatisering (I&A en DIV). Met gebruikersaccounts hebben de gemeenten gekozen voor zo veel als mogelijk kosten toerekenen naar rato van gebruik.  Kosten van het programma bedrijfsvoering toerekenen aan de vier organisaties (Maasgouw, EchtSusteren, Roerdalen én het SC-MER).

Dit betekent dat de kosten van bedrijfsvoering worden toegerekend aan de programma’s Omgevingsdienst en Sociaal Domein op basis van aantal gebruikersaccounts. Doorbelasting naar de gemeenten gebeurt vervolgens op basis van de verdeelsleutel van de OD en de SD, dit staat verder toegelicht bij het betreffende programma. De nieuwe bedrijfsvoering kostenverdeelsleutelsystematiek zorgt voor een verschil van afgerond 1% (€ 138.694) t.o.v. begroting 2021 t/m BW 2021-2 (van € 3.460.883 naar € 3.599.577,). Het totaal aan bedrijfsvoeringskosten die Maasgouw bijdraagt is € 3.599.577, waarvan € 500.345 wordt verrekend via de OD en € 413.995 via de SD. In totaal gaan wij door de nieuwe kostenverdeelsleutelsystematiek bedrijfsvoering voor het jaar 2022 € 138.694 meer bijdragen, ongeveer 1% meer. 2.5 Programma Bestuur & Organisatie Het programma B&O werkt niet met een UP, dit komt omdat de kosten in dit programma vooral bestaan uit overhead en ondersteuning (loonkosten, inhuurkosten, overige personeelskosten). Vanaf 2021 is er structureel kosten voor organisatieontwikkeling SC-MER opgenomen. De taakstelling die in de begrotingswijziging BW 2021-1 opgenomen was voor de jaren 2022 en volgende jaren wordt in deze begroting ingevuld bij de programma’s OD, SD en BV. 2.

Kantekeningen bij begroting 2022 SC MER 2.1 Algemeen De nieuwe kostenverdeelsleutel leidt er toe dat de gemeente Maasgouw in 2022 relatief meer gaat bijdrage aan de bedrijfsvoeringskosten, te weten ongeveer 1 procent meer. Ambtelijk en bestuurlijk is er, bij de 3 gemeentes, overeenstemming dat de nieuwe outputindicator: ‘kosten toekennen op basis van gebruikersaccount’, én kosten eerst toe te kennen aan de OD en SD om vervolgens pas te verrekenen aan de gemeenten, meer gericht is op daadwerkelijke afname. Dit alles volgens het principe: ‘de gebruiker betaalt’. Dit neemt niet weg dat er afgesproken is om de nieuwe systematiek jaarlijks te evalueren om te bezien of er een nog betere outputindicator is die nog beter het daadwerkelijk verbruik weergeeft. De verwachting is dat met de nieuwe producten- en dienstencatalogus en het ‘proef’ UP BV 2022 er ook daadwerkelijk betere outputindicatoren te benoemen zijn. Dit betekent overigens niet persé dat de gemeente Maasgouw dan minder

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

gaat bijdragen. Het betekent wel dat er nog meer invulling wordt gegeven aan het principe van de gebruiker betaalt. 2.2 Programma Omgevingsdienst 2.2.1 Ook ten aanzien van de begroting voor 2022 geldt dat het basispakket aan werkzaamheden niet toereikend zal zijn. Maasgouw maakt al jaren bovenop het basispakket afspraken voor additionele dienstverlening. In de jaren 2016, 2017, 2018, 2019 en 2020 is steeds additioneel een bedrag van ongeveer € 200.000 belegd aan werkzaamheden bij de MER die buiten dit basispakket vielen. Deze additionele werkzaamheden kwamen enerzijds voort uit een hogere klantvraag (meer aanvragen omgevingsvergunning, meer klantvragen, meer klacht/meldingen) en anderzijds uit de behoefte bij de gemeente aan extra projecten (Aanpak Ondermijning, Aanpak onrechtmatige bewoning, Deregulering/Actualisatie APV, etc.). De financiering van deze extra kosten bij de Omgevingsdienst is een voorwaarde om alle wettelijke taken en opgedragen projecten te kunnen uitvoeren. De basisafspraken en de daaraan gekoppelde financiering zijn sinds 2013 niet fundamenteel gewijzigd. De aanpassingen in benodigde taken en werkzaamheden die daarboven uitstegen zijn steeds opgenomen in de additionele bijdrage, die jaarlijks wordt gebaseerd op het Uitvoeringsprogramma.

De werkzaamheden in deze aanvullingen worden bovendien tegen een hoger tarief ingekocht dan de werkzaamheden die onder de structurele basisafspraken vallen. Ook voor het jaar 2022 staan weer aanvullingen op het Uitvoeringsprogramma op de rol. Het aankomend jaar zullen deze, met name door de wijzigingen als gevolg van de implementatie van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen, tot grotere aanpassingen (zowel ‘plussen’ als ‘minnen’) in het werkpakket leiden dan in voorgaande jaren. 2.2.2 Ten aanzien van de bijdrage aan de MER OD is op te merken dat bij de opstelling van de Maasgouwse begroting 2021 meerjarig er een bezuiniging structureel is ingeboekt van € 75.000 terwijl nu blijkt dat dit maar € 25.000 kan zijn. Dit betreft het overnemen van werkzaamheden door de MER OD van de RUD LN. De MER OD voert deze werkzaamheden goedkoper uit (€ 75.000 per jaar) dan de RUD LN maar minder goedkoop dat toegezegd (€ 25.000 per jaar). Desondanks is de begroting toch op deze bezuiniging (verschil ad € 50.000) begroot. Deze overgenomen werkzaamheden zijn éénmalig in 2021 via het UP 2021 in onze begroting verwerkt maar zijn nu binnen de begroting van de MER OD structureel voor € 70.000 (€ 75.000 minus € 5.000 door inverdienen) opgenomen vanaf 2022. Komen dus niet meer voor in het jaarlijkse MER OD up. Structurele meerkosten voor Maasgouw € 70.000.

Op begrotingsbasis is de taakstelling van de MER verwerkt. In onze begroting was € 47.100 aangehouden maar de MER heeft slechts € 30.000 binnen de MER OD opgenomen, een verschil van € 17.100. 2.3 Programma Sociaal Domein De realisatie van het aantal werkprocessen MER SD was in 2020 hoger dan geraamd als gevolg van met name meer aanvragen Wmo (vergrijzing, abonnementstarief). De verdeelsleutel van MER SD is per 2022 voor 100% gebaseerd op de output/gerealiseerde werkprocessen ( T-2). De bijdrage van Maasgouw is in 2022 daarom hoger en de (meerjaren)begroting wordt hierop aangepast. Met digitalisering wordt beoogd de dienstverlening aan de klanten en de efficiëntie en kwaliteit van de werkprocessen verder te verbeteren. Aan de hand van monitoring wordt de realisatie gevolgd en worden waar nodig en waar mogelijk beheers- of beleidskeuzes gemaakt om de kosten te beheersen. 2.4 Programma Bedrijfsvoering 2.4.1 De begroting 2022 laat zien dat de lastenverlaging die in 2020 met BW 2021-1 (robuuste begroting) is aangekondigd op basis van de structurele taakstelling en het bedrijfsplan informatisering daadwerkelijk plaatsvindt. Echter de nieuwe kostenverdeelsleutelsystematiek zorgt er voor dat we weliswaar €8.285 meer aandeel in de lastenverlaging hebben dan we zouden hebben gehad bij de oude systematiek.

Daar tegenover staat wel dat we door de nieuwe kostenverdeelsleutelsystematiek (netto) een verhoging van de bijdrage aan de bedrijfsvoeringkosten hebben van € 138.694,00 t.o.v. begroting 2021 t/m BW 2021-2 (van € 3.460.883 naar € 3.599.577), te weten 0,0124 procentpunt. 2.4.2 Daarnaast kan het UP Bedrijfsvoering 2022 ertoe leiden dat er op basis van de afname / vraag meer moet worden bijgedragen, echter dan wel op basis van het principe: ‘de gebruiker betaalt’. Dit zou dan op zijn vroegst via een begrotingswijziging in het jaar 2022 gebeuren, nadat er eventueel wordt overgegaan naar een andere outputindicator dan gebruikersaccount. 2.5 Programma Bestuur & Organisatie n.v.t. Het college adviseert om geen zienswijze in de dienen over de begroting 2022 omdat er geen aanvullende financiële middelen zijn aangevraagd maar dat het extra financiële middelen zijn die te maken hebben met het structureel vertalen of correcties die wij overeengekomen zijn.

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

3. Argumenten bij kadernota 2022 (ter kennisname) De algemene en financiële kaders worden ter kennisname aangeboden. De verplichte kaderstelling vloeit voort uit artikel 34b van de Wet Gemeenschappelijke Regeling (WGR) (toegevoegd wetsartikel sinds 2015). De kaders zijn verwerkt in de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 SC MER. Aangezien de uitgangspunten in de Kadernota de basis vormen voor de begroting wordt hier verder niet op ingegaan: deze komen terug de bij de argumenten en kanttekeningen bij de begroting 2022. 3. Kantekeningen bij Kadernota 2022 (ter kennisname) n.v.t. 4. Argumenten bij jaarrekening 2020 (ter kennisname) 4.1 Algemeen De afdelingen in het SC-MER bevinden zich in diverse stadia van ontwikkeling. De afdeling Bedrijfsvoering is halverwege 2017 als laatste afdeling toegetreden tot het SC-MER. Met verwerking van begrotingswijziging 2021-1 is in financiële zin structurele vertaling gegeven aan de 8 opdrachten aan het bestuur van SC MER. Daarmee is in financiële zin de basis op orde gebracht en is sprake van een robuuste begroting. Het voorlopige positief resultaat over alle programma’s is € 686.282 (aandeel Maasgouw € 208.408). Met BW 2021-2 wordt een claim gelegd op dit resultaat ter hoogte van € 379.312 (aandeel Maasgouw € 117.414).

4.2 Programma Omgevingsdienst Het voorlopige resultaat van het programma Omgevingsdienst was in totaal € 23.226 voordelig. Dit positieve jaarrekeningsaldo van de MER-OD van € 23.226 wordt enkel verdeeld over Maasgouw en EchtSusteren (Roerdalen heeft qua output méér uren afgenomen van de MER-OD dan geraamd en heeft om die reden geen recht op restitutie). Op basis van de onderlinge verhouding van de (minder van de OD geclaimde) output 2020 ontvangt Maasgouw nog € 5.110. Bij de halfjaarrapportage was reeds een bedrag teruggegeven aan de gemeente ter grootte van € 35.530. Totaal is over 2020 een bedrag van € 40.640 aan Maasgouw teruggegeven op de voorgefinancierde additionele bijdrage. In 2020 heeft de gemeente Maasgouw méér uren van de MER-OD afgenomen dan aan door Maasgouw

gefinancierde vaste formatie en middelen beschikbaar is gesteld binnen de MER-OD (input), maar minder dan geraamd. Deze zogenoemde additionele dienstverlening was vooraf (raming in Uitvoeringsprogramma 2019) berekend op 4827 uren. Voor dit geraamde meerwerk is in 2020 door de gemeente Maasgouw op (kwartaal)voorschot-basis reeds een extra bedrag aan de MER-OD beschikbaar gesteld van € 274.324. Echter, de uiteindelijke additionele dienstverlening is lager uitgevallen: 4313 uren, 514 uren minder dan geraamd. Naast de gerealiseerde productieresultaten, moest door de MER-OD ook een financiële taakstelling worden gerealiseerd. Deze taakstelling ter hoogte van € 344.350 MER-breed is ook daadwerkelijk gerealiseerd. Ook de jaarrekening van de RUD LN kent een positief eindsaldo. De gemeente Maasgouw ontvangt een bedrag van € 1.616 retour van de RUD LN. 4.3 Programma Sociaal Domein Het voorlopige resultaat van het programma Sociaal Domein is € 79.704 (positief). Het aandeel Maasgouw hierin is € 22.987. Het positieve resultaat komt voort uit enerzijds lagere personeelskosten dan geraamd ( o.a. minder inhuur, meer uren gewerkt door het vaste personeel en baten uit zwangerschapsvergoedingen) minus projectkosten die nog niet in de begroting waren opgenomen maar waar wel overeenstemming over was met de gemeenten.

Daarnaast is een nog te betalen bedrag opgenomen voor extra opgebouwd verlof in 2020. Op de aanvullende dienstverlening/projecten is een positief resultaat op de kosten Tozo (€ 47.600, aandeel Maasgouw € 16.000) en het aanvalsplan Maasgouw (project participatie 30% - 70% verdiencapaciteit, € 52.000). De daadwerkelijk gemaakte kosten voor de aanvullende dienstverlening zijn gefactureerd waarbij deze projecten uitgevoerd zijn volgens afspraak. In de jaarrekening 2020 Maasgouw wordt voorgesteld de middelen ad. € 16.000 voor TOZO over te hevelen ten behoeve van de verdere uitvoeringkosten in 2021, alsmede om de middelen van het project 30/70 ad. € 52.300 over te hevelen en te herbestemmen voor het participatieproject 17/27. De kosten van Door Inzicht aan de Slag (DIADS, € 43.082, aandeel Maasgouw € 12.117) waren wel opgenomen in de begroting maar zijn niet gefactureerd omdat de uitvoering is gedaan door de vaste medewerkers. Het betreft

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

een provinciale subsidie die in 2021 wordt afgerekend. Deze middelen vallen dus niet vrij naar de algemene middelen. Het begroot bedrag na begrotingswijzigingen voor de bijdrage 2020 van Maasgouw aan MER SD is € 1.530.072. Op basis van de jaarrekening 2020 MER SD bedraagt de werkelijke bijdrage 2020 € 1.507.085. Hieruit blijkt eveneens het voordeel ad. € 22.987. 4.4 Programma Bedrijfsvoering Het voorlopige resultaat van het programma Bedrijfsvoering is € 519.540 (aandeel Maasgouw € 160.434) (positief). Het positieve resultaat komt voort uit een aantal zaken. Op de loonkosten is er sprake van lagere lasten met name veroorzaakt door stagnatie (wegens corona) in de organisatieontwikkeling (minder opleidingen en uitstel van ontwikkelingen zoals het herontwerp van processen). Er is een voordeel op de ICT budgetten, vooral bij de onderdelen ‘programmatuur’ en ‘telefonie’. Bij programmatuur is dit vooral veroorzaakt door het uitstel van de invoering van de nieuwe omgevingswet (DSO). Kosten voor aanschaf en implementatie van de bijbehorende software in 2020 zijn slechts gedeeltelijk gemaakt en schuiven door naar een later moment. Verder zijn in 2020 efficiencyvoordelen behaald door de gezamenlijke aanschaf van software, waaronder de kosten van licenties van Microsoft. Daarnaast is in 2020 ook het effect zichtbaar geworden van het goed invullen van de functie van applicatiebeheer.

Er is een veel lager beroep gedaan op externe inhuur bij softwareleveranciers dan voorheen, doordat eigen medewerkers over meer kennis beschikken en daardoor werkzaamheden zelf uit kunnen voeren. Voor wat betreft telefonie is er een voordeel omdat in de begroting geen rekening gehouden is met de eigen bijdragen van de medewerkers voor toestellen. Deze inkomsten kwamen voorheen bij de gemeenten terecht terwijl de lasten bij SC MER liggen. Daarnaast zijn in 2020 uitgaven voor vervanging van smartphones gedaan, die pas vanaf 2021 tot uitdrukking komen in hogere leasekosten. Een gedeelte van de teruggave (€ 315.500) uit de jaarrekening wordt in de BW2022-2 weer teruggevraagd, voor Maasgouw betreft dit € 97.332. Dit bedrag wordt teruggevraagd omdat de financiële middelen wel nodig zijn voor de reeds in gang gezette organisatieontwikkeling. Echter door corona heeft dit niet volledig in 2020 kunnen plaatsvinden maar zal dit pas medio 2021 plaatsvinden, nadat de coronamaatregelen zijn afgezwakt. 4.5 Programma Bestuur & Organisatie Het voorlopige positief resultaat van het programma B&O is € 63.812 (aandeel Maasgouw € 19.877). Dit wordt verklaard door het budget dienstverlening. De eerste resultaten zoals de gezamenlijke dienstverleningsvisie voor de vier organisaties, zijn tot stand gekomen door eigen medewerkers, waardoor er weinig externe inhuur is gepleegd.

De volledige teruggave uit de jaarrekening wordt in de BW2022-2 weer teruggevraagd, voor Maasgouw betreft dit € 19.877. Dit bedrag wordt teruggevraagd omdat de financiële middelen nodig zijn voor de verdere bijdrage aan het project gezamenlijke dienstverleningsvisie. 4. Kantekeningen bij Jaarrekening 2020 (ter kennisname) 4.1 Algemeen n.v.t. 4.2 Programma Omgevingsdienst De bijzondere situatie rondom corona heeft voor een andere invulling geleid van werkzaamheden dan vooraf in het UP kon worden voorzien. De handhavings- en toezichtstaken zijn verschoven naar het toezicht op coronamaatregelen, hetgeen uiteindelijk tot resultaat heeft gehad dat restitutie van middelen heeft plaatsgevonden. 4.3 Programma Sociaal Domein De realisatie van het aantal werkprocessen MER SD was in 2020 hoger dan geraamd als gevolg van met name meer aanvragen Wmo ( vergrijzing, abonnementstarief). Dit heeft geen effect voor 2020 omdat de werkprocessen binnen de begroting zijn uitgevoerd: er zijn meer uren gewerkt (minder uren verlof opgenomen). De realisatie van het aantal werkprocessen in 2020 is als prognose gebruikt voor het UP 2021. Ook in 2021 wordt gestreefd de taken binnen de begroting uit te voeren. Zie verder de eerder gemaakte kanttekeningen bij Begrotingswijziging 2021-2 en Begroting 2022.

4.4 Programma Bedrijfsvoering Hoewel de jaarrekening eindigt met een positief resultaat is de oorzaak niet geheel positief. Door corona hebben geplande ontwikkelingen op gebied van mens en organisatie niet plaatsgevonden. Echter dit is niet uniek voor SC MER maar iets wat zich landelijk, zelfs wereldwijd, afspeelt. Met het in de jaarrekening doorschuiven van de financiële middelen wordt ingezet om, ondanks de nu nog geldende coronamaatregelen, in 2021 de (voor 2020) geplande ontwikkelingen af re ronden.

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

4.5 Programma Bestuur & Organisatie N.v.t.

Samenhang met andere Beleidsdocumenten: Samenwerkingsconvenant MER en Gemeenschappelijke Regeling MER. Communicatie:

Nadat de raad zijn zienswijze heeft kenbaar gemaakt, zal deze worden doorgeleid naar de GR SC MER. De commentaren waarin de zienswijze is vervat, zal samen met de begroting 2021 en meerjarenraming 2023-2025 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur van het Servicecentrum MER (AB MER). Het AB MER zal in de vergadering van 14 juli 2021 de begroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023-2025 en de definitieve jaarrekening 2020 vaststellen. Vervolgens worden de deelnemende gemeenten geïnformeerd over het genomen besluit en zullen de stukken worden toegestuurd aan Gedeputeerde Staten (voor de wettelijk fatale datum van 15 juli). Financiën 1. Begrotingswijziging 2021-2 De nu voorliggende begrotingswijziging betreft voor Maasgouw een extra bijdrage van € 711.990. In de dekking van deze bijdrage kan als volgt worden voorzien:  MER OD € 277.512, via een apart raadsbesluit in februari is er een extra bedrag van € 127.000 uit de algemene reserve bestemd voor de bijdrage aan het UP2021.Ook zijn er bestaande budgetten ingezet ter afdekking en het extra bedrag van € 100.000 begroting 2021. In de dekking is dus al voorzien.  MER SD € 317.064, in de begroting 2021 is al rekening gehouden met deze bijdrage voornamelijk projecten die vanuit bestaande budgetten binnen het sociaal domein worden afgedekt.  MER BV 97.332 , het betreft voortzetting van projecten uit 2020.

Vanuit het positieve jaarrekeningsaldo 2020 van de MER kunnen er middelen worden ingezet ter afdekking voor deze bijdrage. Omdat er geen bestaande budgetten zijn dient deze afdekking uit de algemene reserve gedaan te worden. Het positieve jaarrekeningsaldo van de MER zal ook aan de algemene reserve worden toegevoegd.  MER B&O € 20.082, ook deze bijdrage uit de algemene reserve af te dekken. Het positief resultaat 2020 zal immers ook aan de algemene reserve worden toegevoegd. Maasgouw

Echt-Susteren

Roerdalen

Totaal

Omgevingsdienst

277.512

249.660

27.378

554.550

Sociaal Domein

317.064

256.417

286.291

859.772

Bedrijfsvoering

97.332

130.207

87.961

315.500

Bestuur & Organisatie

20.082

26.495

17.235

63.812

711.990

662.779

418.865

1.793.634

Totaal

Toelichting UP aanvullende dienstverlening UP aanvullende dienstverlening Doorschuiven budgetten jaarrekening 2020 Doorschuiven budgetten jaarrekening 2020

2. Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Onderstaande tabel weergegeven Begroting Maasgouw op basis van 2021-1 GR MER : Begroot Maasgouw

2022

2023

2024

2025

MER BV

€ 3.421.335

€ 3.421.335

€ 3.423.335

€ 3.423.335

MER BO

€

€

€

€

MER OD

€ 2.001.246

€ 2.004.021

€ 2.005.981

€ 2.005.025

MER SD

€ 1.597.042

€ 1.582.042

€ 1.581.342

€ 1.564.256

€ 7.370.576

€ 7.358.351

€ 7.361.411

€ 7.343.369

350.953

350.953

350.753

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

350.753

Op basis van de concept-begroting 2022 zijn de volgende bijdragen (door Maasgouw) verschuldigd: Begroot MER 2022

2022

2023

2024

2025

MER BV

€ 2.648.254

€ 2.637.485

€ 2.623.367

€ 2.623.367

MER BO

€

€

€

€

MER OD

€ 2.643.676

€ 2.638.457

€ 2.635.791

€ 2.635.792

MER SD

€ 2.175.221

€ 2.157.132

€ 2.154.925

€ 2.137.839

€ 7.822.563

€ 7.788.487

€ 7.769.496

€ 7.752.411

355.413

355.413

355.413

355.413

Vergelijking van bovenstaande tabellen resulteert in de volgende verschillen: Extra bijdrage

2022

2023

2024

2025

MER BV

€

773.081

€

783.850

€

799.968

€

799.968

MER BO

€

-4.460

€

-4.460

€

-4.660

€

-4.660

MER OD

€

-642.430

€

-634.436

€

-629.810

€

-630.767

MER SD

€

-578.179

€

-575.090

€

-573.583

€

-573.583

Totaal

€

-451.987

€

-430.136

€

-408.085

€

-409.042

Verklaring van de verschillen op hoofdlijnen Verdeelsleutel en output 2020

€

312.715

€

278.686

€

259.756

€

259.756

mutatie MER OD

€

137.100

€

137.100

€

138.200

€

138.200

BTW BV en B en O

€

2.172

€

14.350

€

10.129

€

11.086

Totaal

€

451.987

€

430.136

€

408.085

€

409.042

De huidige opgenomen bijdragen aan de GR MER in de Maasgouwse begroting zijn nog gebaseerd op begrotingswijziging 2021-1 van de GR MER. Bij het opstellen van de nieuwe meerjarenbegroting 2022 e.v. zijn er mutaties geweest in de verdeelsleutel bedrijfsvoeringkosten, aanpassing op basis van outputfinanciering van jaar 2019 naar output jaar 2020 en is de taakstelling binnen de diverse onderdelen van de MER aangepast. Met name door de andere verdeelsleutelsystematiek van de bedrijfsvoering, de volledig outputgerichte financiering bij de OD en SD én de hogere output 2020 van Maasgouw wordt onze bijdrage meerjarig hoger met € 451.987. Ten aanzien van de bijdrage aan de MER OD is op te merken dat bij de opstelling van de Maasgouwse begroting 2021 meerjarig er een bezuiniging structureel is ingeboekt van € 75.000 terwijl nu blijkt dat dit maar € 25.000 kan zijn. Zie kanttekening bij begroting (2.2.2, pg. 8). Op begrotingsbasis is de taakstelling van de MER verwerkt. In onze begroting was € 47.100 aangehouden maar de MER heeft slecht € 30.000 binnen de MER OD opgenomen, een verschil van € 17.100.

Verschil in taakstelling MER € 30.000 en Gemeenten € 47.100 Bijdrage voor werk UE Roermond ad € 70.000 is niet structureel vertaald Werkzaamheden van RUD LN in de begroting 2021 voor de MER ad € 25.000 ipv € 75.000 Totaal

€ 17.100 € 17.100 € 18.200 € 18.200 € 70.000 € 70.000 € 70.000 € 70.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 137.100 € 137.100 € 138.200 € 138.200

De BTW op de bijdrage aan de MER BV en de MER B&O is gedeeltelijk kostprijsverhogend. De bijdrage aan de GR MER wordt doordoor iets hoger dan de begroting van de MER zelf aangeeft. En kleinere afrondingen. Indien deze begroting 2022 ongewijzigd wordt vastgesteld dient de totale bijdrage aan GR SC MER inclusief structureel ruimtevragende claim mee te worden genomen in de op te stellen begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 van Maasgouw. Indien er sprake is van een niet-structureel sluitende begroting zal, op basis van het momenteel lopende traject: ‘heroverweging bestaand beleid’, een voorstel worden gedaan om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting op basis van een integrale afweging.

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

3. Jaarrekening 2020 Het voordelige resultaat van de jaarrekening van de GR MER is reeds verwerkt in de jaarrekening 2020 van Maasgouw. Per saldo is er een bedrag van € 208.408 terugontvangen. Dit is bovenstaand reeds toegelicht. Resultaat 2020 OD

Resultaat 2020 SD

Resultaat 2020 BV

Resultaat 2020 B&O

Gemeente

Totalen Verrekening

Maasgouw

5.110

22.987

160.434

19.877

208.408

Echt-Susteren

18.116

35.388

213.843

26.661

294.008

Roerdalen

-

21.329

145.263

17.274

183.866

Totalen per programma

23.226

79.704

519.540

63.812

686.282

Planning en uitvoering:

In algemene zin wordt de voortgang van de afgesproken resultaten in de begroting 2022 van het Servicecentrum MER gemonitord op basis van kwartaalrapportages. Verdere concretisering van resultaten gebeurt op basis van de Uitvoeringsprogramma’s (UP’s) 2022 per onderdeel (Omgevingsdienst, Sociaal Domein, Bedrijfsvoering). Tenslotte is erperiodiek afstemmingsoverleg met het Servicecentrum MER. Bijlagen:

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Aanbiedingsbrief DB SC MER Begrotingswijziging 2021-2 Bijlage bij Begrotingswijziging 2021-2 Historisch overzicht bijdragen MER Begroting 2022 (en meerjarenraming) Kadernota 2022 Definitief concept Jaarrekening 2020 Controleverklaring accountant jaarrekening 2020 Team: Bestuurszaken, Strategie & Control

*Z00EE462FAC* Z/21/007276-D/21/019714

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=92e5e8ba-566e-417b-8acb-ca5327368f21