19338- RVST Omgevingswet adviesrecht.
Tekst van het document
Raadsvergadering 21-12-2021
nee
Voorstel tot het stellen van regels over het adviesrecht (Omgevingswet)
Van: Voorstel:
Bijlagen:
College (portefeuillehouder Snijckers) 1. Voorgesteld wordt om, wanneer het college van burgemeester en wethouders voornemens is een positief besluit te nemen over een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, een advies met instemming van de gemeenteraad vereist te stellen indien er strijd is met door de gemeenteraad vastgesteld beleid. 2. Voorgesteld wordt om het besluit in werking te laten treden op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Bijgevoegd ----. Ter inzage ----.
Namens het college van burgemeester en wethouders, De secretaris,
D/21/019338
Rvst-1
Toelichting Voorstel tot het (Omgevingswet)
stellen
van
regels
over
het
adviesrecht
Inleiding Op grond van de Omgevingswet is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om te beslissen op de aanvragen om omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten. Omgevingsplanactiviteiten zijn in de Omgevingswet gedefinieerd als: a) een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan, b) een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of c) een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. De activiteit onder a zijn de ‘binnenplanse omgevingsplanactiviteiten’. De activiteiten onder b en c zijn in de Omgevingswet aangemerkt als ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’. Voor de activiteit vallend onder b geldt dat de activiteit niet voldoet aan de beoordelingsregels van het omgevingsplan. De activiteit kan echter niet zomaar worden geweigerd op grond van de beoordelingsregels. Onderzocht moet worden of de vergunning verleend kan worden met het oog op evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de activiteit onder c geldt dat deze activiteiten in strijd zijn met het omgevingsplan.
Ook voor deze activiteiten geldt dat onderzocht moet worden of aan deze activiteiten medewerking verleend kan worden als voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies en de instructieregels alsmede instructies van Rijk en provincie. Voor de activiteiten onder b en c moet dus onderzocht worden of een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verleend kan worden. Op grond van artikel 16.15a sub b juncto artikel 16.15b Omgevingswet kan de gemeenteraad worden aangewezen als adviseur, die een advies met instemming moet verlenen voordat het college een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan verlenen. Hiervoor is vereist dat de gemeenteraad de desbetreffende gevallen, waarvoor hij een advies met instemming wil verlenen, aanwijst. Het college mag niet van dit advies afwijken. Het advies met instemming is dus bindend en vervangt de huidige ‘verklaring van geen bedenkingen’. Beslispunten 1. De gemeenteraad stelt als vereiste dat, wanneer het college van burgemeester en wethouders voornemens is een positief besluit te nemen over een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, een advies met instemming van de gemeenteraad benodigd is indien er strijd is met door de gemeenteraad vastgesteld beleid. 2. Het besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Argumenten 1. Overwegingen De argumenten hiervoor zijn als volgt: ▪ Deze werkwijze is passend binnen de Omgevingswettrend: met de Omgevingswet verschuift een deel van de taken, dat nu nog bij de gemeenteraad ligt, naar het college alsmede de samenleving. De Omgevingswet vraagt om een nieuwe manier van (samen)werken, die wensen uit de samenleving begeleidt en uitgaat van samenwerking met alle betrokken partijen: van ‘Beheersing’ naar ‘Bedoeling’. ▪ Vanaf 2008 (inwerkingtreding Wet ruimtelijke ordening) is door het college in: 7 casussen een zogenoemd ‘Wabo-projectbesluit’ verleend met een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) van de gemeenteraad (er zijn 10 VVGB verleend: kennelijk zijn 3 casussen uiteindelijk niet afgedaan in de vorm van een Wabo-projectbesluit); 36 casussen een Wabo-projectbesluit verleend zonder verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad. ▪ Een Wabo-projectbesluit wijzigt het bestemmingsplan en de geldende bestemming niet, maar is een eenmalige beschikking. Bij een Wabo-projectbesluit is er daarom sprake van een uitgewerkt (bouw)plan. Bij een bestemmingsplan is flexibiliteit mogelijk, zodat een (bouw)plan nog kan worden aan- / ingepast. Analoog hieraan zullen aanvragen om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten worden ingediend voor gevallen waarin de ontwikkeling sterk is afgebakend.
Een omgevingsplan, anderzijds, biedt mogelijkheden ruimere kaders te stellen.
D/21/019338
Rvst-2
▪
De afdoeningstermijn van aanvragen om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten is langer als de gemeenteraad hierover advies moet geven.
2. Inwerkingtreding Het besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt. Naar verwachting is dit op 1 juli 2022. Kanttekeningen ----. Samenhang met andere beleidsdocumenten De voorgenomen ontwikkeling mag niet in strijd zijn met door de gemeenteraad vastgesteld beleid. In ieder geval wordt onder beleid verstaan de gemeentelijke omgevingsvisie (in de zin van artikel 3.1 Omgevingswet). De gemeenteraad stelt onder meer een omgevingsvisie vast, waarin een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving is opgenomen. Communicatie Het besluit wordt bekendgemaakt in de Staatscourant en het Gemeenteblad. Financiën ----. Planning en uitvoering Het besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt. Naar verwachting is dit op 1 juli 2022. Bijlagen ----.
Team: Fysiek Domein
*Z00ED8BF54D* Z/21/007157-D/21/019338