169144-BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN m.b.t. RVST Vaststelling Programmabegroting 2025
Tekst van het document
Forensenbelasting
2022 € 159.460
2023 € 186.800
2024 € 141.025
€ 10.857.610
€ 12.007.050
€ 11.692.070
1,47%
1,56%
1,21%
(rapportage Q2 2024 BsGW)
Totale (netto) belasting (rapportage Q2 2024 BsGW)
% forensenbelasting van totale (netto) belasting
In 2024 ontbreekt bij de forensenbelasting met name het forfait, dat jaarlijks achteraf wordt opgelegd. Dit was in 2022 en 2023 ongeveer € 43.000. In de totale (netto) belastingen ontbreekt dit forfait ook evenals het forfait toeristenbelasting en de diftar van afval. Voor het jaarbeeld kan beter gekeken worden naar 2022 en 2023. 15
LB
Waardoor zijn marktgelden niet kostendekkend?
122
De marktkosten zijn niet kostendekkend, omdat er te weinig marktkramen zijn om dit aan te vullen. De leverancier van de marktkramen heeft ook een minimum bedrag nodig zodat het rendabel is om deze kramen te komen brengen. Zonder dit minimum komt deze leverancier niet. Op dit moment betaald de gemeente het verschil om te zorgen dat er een weekmarkt is. Daarnaast is een grote kostenpost energie. Deze energiekosten worden niet (volledig) doorbelast aan de marktlieden. Kortom, indien alle kosten doorbelast zouden worden in het huurtarief per marktkraam, dan lopen de huurtarieven zo hoog op, dat er geen marktkooplui meer bereid zijn om op de markt te staan en vervalt de weekmarkt.
16
LB
Marktgelden Zijn de marktgelden voor kermisexploitanten nog steeds nihil?
122
Kermisexploitanten betalen in de gemeente Maasgouw geen ‘pacht’. Met ‘pacht’ wordt bedoeld: de vergoeding die kermisexploitanten betalen voor een plek op de kermis. Ook hoeven de kermisexploitanten in de gemeente Maasgouw niet te betalen voor stroom en water.
Pagina 47 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
17
LB
Hoeveel inwoners in Maasgouw komen in aanmerking voor kwijtschelding?
123
De normbedragen voor kwijtschelding worden vastgesteld door de rijksoverheid. Alle gemeenten die zijn aangesloten bij BsGW hanteren de 100% norm van het sociaal minimum. Volgens CBS cijfers uit 2022 (meest recent) zijn er in Maasgouw 400 huishoudens met een inkomen tot 101% van het sociaal minimum. Navraag bij BsGW leert dat zij op dit moment geen aantallen kan leveren. Dit omdat zij met ingang van dit belastingjaar gebruik maken van een nieuw belastingpakket. In 2023 is er een bedrag van € 116.213 kwijtgescholden.
18
LB
123
Op basis van de Witte kaart Q2 2024 (ontvangen van BsGW) is dat voor 2023 60% van de totale kwijtscheldingen m.b.t. afval, 38% rioolheffing en 2% hondenbelasting. Voor 2024 is tot nu toe hetzelfde beeld qua percentages te zien.
19
LB
125
Zie vraag 7 hierboven: Hier moet inderdaad 56% (niet 65%) staan. Hier is abusievelijk 0% blijven staan, omdat de kosten in eerste instantie foutief op € 0 stonden. Het totaal van 70% klopt overigens wel.
20
LB
Kwijtscheldingsbeleid: Voor welke belasting vinden de meeste kwijtscheldingen plaats? Fout in de tabel van de algemene dienstverlening? Gemeente-archief 0% dekking moet m.i. 65 % dekking zijn? Waardoor zijn zo veel leges niet kostendekkend? Is het mogelijk dit op te lossen? Hoeveel levert dit naar verwachting ongeveer op, per legesproduct/dienst en totaal?
125+126
Om bepaalde producten voor de burger toegankelijk te houden is niet wenselijk om de leges kostendekkend te maken. Daarnaast heeft de wetgever voor een aantal producten wettelijke maximumtarieven vastgesteld.
Kostendekkendheid. De dekking bij de Burgelijke stand en rijbewijzen is laag. Wat is hiervan de reden? Bijzonder laag is de dekking bij Bijzondere wetten, namelijk 22%. Wat is hiervan de reden en kunnen er voorbeelden gegeven worden. Graag ontvangen we de gemiddelde woonlasten ook voor de jaren 2023 t/m 2028.
125
Om bepaalde producten en diensten voor de burger toegankelijk te houden is het niet wenselijk om de leges kostendekkend te maken. Daarnaast heeft de wetgever voor een aantal producten en diensten wettelijke maximum tarieven vastgesteld. Enkele voorbeelden zijn: de ‘Wet op Kansspelen’ dat onder de Bijzondere Wetten valt en rijbewijzen. Het rijkskostendeel van deze tarieven bij rijbewijzen vloeien terug naar de RDW.
127
Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert jaarlijks een atlas lokale lasten. De Atlas geeft jaarlijks een overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. De tabel gemiddelde woonlasten eigenaar- bewoner en gemiddelde woonlasten huurder wordt opgesteld op basis van deze cijfers. Voor 2025 t/m 2028 zijn deze cijfers nog niet beschikbaar. Pagina 48 van 65
21
LB
22
LB
Op blz. 125 en 126 staan de kosten en opbrengsten van de leges per titel genoemd. Het verschil tussen de kosten en opbrengsten is de meeropbrengst die het oplevert als de leges 100% kostendekkend zouden zijn. Voor titel is dat € 160.100, voor titel 2 € 933.060 en voor titel 3 € 9.560. Er is hierbij dan geen rekening gehouden met kruissubsidiëring die mogelijk is tussen titel 1 en 2. Tevens zijn er, zoals hierboven aangegeven, wettelijke maximumtarieven voor een aantal tarieven. De tarieven van de andere belastbare feiten moeten de (te) lage tarieven dekken door hogere tarieven.
Z/24/135496 - D/24/169144
Voor 2023 hebben we onderstaande tabel opgezet (bron: woonlasten Coelo atlas 2023), zoals deze ook in de begroting 2025 (over 2024) staat op blz. 128.
Eigenaar-bewoner
Eenpersoonshuishouden
MeerpersoonsRangorde huishouden
Maasgouw
€ 776
€ 873
Limburg
€ 897
€ 963
3
Nederland
€ 867
€ 944
85
Huurder
Eenpersoonshuishouden
Maasgouw
€ 370
€ 467
Limburg
€ 342
€ 406
21
Nederland
€ 346
€ 436
200
Pagina 49 van 65
MeerpersoonsRangorde huishouden
Z/24/135496 - D/24/169144
5.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING (pag. 129 - 148) Nr.
Fractie
1
VVD
Wat zijn de grootste risico’s voor de financiële positie van de gemeente, en hoe worden deze beheerst volgens de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing?
129
De grootste financiële risico’s die de gemeentelijke financiële positie negatief kunnen beïnvloeden zijn juist geïnventariseerd in de risicoparagraaf (o.b.v. inschatting van max. financiële impact en best mogelijke inschatting van kans dat risico zich voordoet). De risico’s zijn veelal inherent aan de wettelijke taken waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Beheersmaatregelen om de risico’s te mitigeren zijn al zoveel mogelijk toegepast. De ‘restrisico’s’ kunnen niet verder worden teruggebracht doordat deze afhankelijk zijn van autonome ontwikkelingen waar de gemeente geen of slechts beperkte invloed op heeft.
2
VVD
De begrotingspost onvoorzien bedraagt 95.000. er zitten diverse structurele pm posten in de begroting. Wat betekent dit als deze reëel worden? Waaruit dan dekken?
130
In 2026 is er sprake van een ‘dip’ in de structurele exploitatie. In de navolgende jaren is het begrotingsoverschot groter. Het is in eerste instantie de taak/opgave om als bestuur tot een sluitende meerjarenbegroting te komen (structureel evenwicht). Hiervan is sprake. Deze opgave komt steeds meer onder druk naarmate er sprake is van teruglopende (rijks-)inkomsten, hogere uitgaven (als gevolg van toenemende taken en lokale ambities) en overheveling van risico’s naar gemeenten. Indien pmposten reëel worden of als bestaande uitgaven hoger worden dan budgettair voorzien, zal de begroting verder onder druk komen te staan en zal wederom een integrale afweging bij de volgende kadernota’s en/of begroting moeten plaatsvinden. Er zal altijd sprake zijn van een momentopname (bij opmaak van de begroting en vervolgens besluitvorming daarover), waarbij we in de loop van de tijd weer worden ‘ingehaald’ door actuele ontwikkelingen en daarop dienen te anticiperen. Kortom de begroting is statisch, maar de ontwikkelingen zijn dynamisch. In de Proraps vinden op grond van de dynamische ontwikkelingen bijstellingen plaats.
3
VVD
Evaluatie functieboek. Indicatieven kosten structureel zijn 200K met een grote kans dat deze er gaan komen (70%). Waaruit gaat dit gedekt worden? Idem beheersing verbonden partijen: risico 300K
138
Inmiddels zijn de kosten van de onderhoudsronde functieboek bekend en heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden. De structurele kosten bedragen 57k structureel en zullen financieel worden vertaald in de 2e Prorap 2024. Het structurele saldo van de 2e Prorap 2024 is op 29 oktober bekend en zal dan ook samen met de overige raadsstukken voor december 2024 naar de raad worden gestuurd. De structurele doorwerking zal als begrotingswijziging op de meerjarenraming 2025-2028 worden verwerkt. Indien er dan een structureel tekort aan de orde mocht zijn, dan dient bij de begroting 2026 wederom een integrale afweging plaats te vinden om te komen tot een structureel sluitende begroting. Voor wat betreft het risico verbonden partijen geldt hetzelfde: mocht dit risico zich manifesteren (en de verbonden partij zelf niet in staat zijn om binnen haar begroting dekking te vinden), dan dienen de uitgaven naar rato te worden vertaald in de begroting van de deelnemende gemeenten. Ook hiervoor zal dan in een navolgende begroting voor dekking gezorgd moeten worden indien de begroting niet sluitend is. Dit kan door verlaging andere uitgaven, danwel verhoging van inkomsten.
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
Pagina 50 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
4
CDA
5
LB
Afwikkeling FLO-gelden 136 VRLN Dit risico komt al jaren regelmatig voor in de begroting zij het met wisselende klassen en bedragen. Hebben we enig idee wanneer dit afgehandeld gaat zijn? Gelet op de met name 132 financiële uitdagingen met betrekking tot het integraal huisvestingsplan onderwijs is de vraag of er reeds inzichtelijk is welke scholen op welk moment in de toekomst aanbod komen voor renovatie of nieuwbouw? wordt er aan de raad nog een keuze voorgelegd om het integraal huisvestingsplan onderwijsaccommodaties te oormerken als een structurele claim?
Naar verwachting is 2025 het laatste jaar waarin we de bijdrage apart als afzonderlijke gemeente betalen. Het voornemen is om de afwikkeling van de FLO-gelden eind 2024 te agenderen voor de Bestuurscommissie Veiligheid van de VRLN en vervolgens besluitvorming van het AB in 2025 zodat alle gemeenten vanaf het jaar 2026 een bijdrage in de FLO kosten doen. Dus het streven is dat dit risico per 2026 vervalt.
Welke scholen welk moment? In het medio 2022 vastgestelde IHP is een planning met vervolgstappen opgenomen: Termijn 0-5 jaar Haalbaarheidsonderzoek BS Sint Medardus Wessem Haalbaarheidsonderzoek SBO Op de Tump Heel Herijking IHP opvolgende termijn Termijn 5-10 jaar Uitvoeringsfase BS Sint Medardus Wessem Uitvoeringsfase SBO Op de Tump Heel Haalbaarheidsonderzoek, ontwerp en uitvoeringsfase BS ’t Breerke Maasbracht en BS Triangel Linne Herijking IHP opvolgende termijn Termijn 10-20 jaar Haalbaarheidsonderzoek, ontwerp en uitvoeringsfase BS Sint Martinus Beegden Herijking IHP opvolgende termijn Termijn na 20 jaar Haalbaarheidsonderzoek, ontwerp en uitvoeringsfase BS De Maasparel Stevensweert, BS De Sleye Heel, BS De Koningsspil Thorn en BS De Toermalijn Maasbracht Momenteel zijn de gesprekken gaande met bestuur, school en kinderopvang over de geplande nieuwbouw. Het gaat dan over de eerste aanzet van de benodigde expertises alsmede een globale doorkijk van de planning, formele eisen (aanvraag), bouwheerschap, leerlingenprognoses, programma van eisen, globale afspraken rond verdeling kosten etc. IHP oormerken als structurele claim Indien de raad bij meerderheid het IHP onderwijsaccommodaties graag wenst aan te merken als een structurele toekomstige claim in de risicoparagraaf, dan kan dat vanaf de eerstvolgende jaarrekening (2024) en begroting (2026) worden verwerkt.
Nog verdergaand zou kunnen zijn om bij de begroting 2026 Pagina 51 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
al financiële ruimte te creëren ter dekking van de kapitaallasten van toekomstige investeringen. Dit zal dan deel uitmaken van de integrale afweging van middelen.
Pagina 52 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
5.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN (pag. 149 - 158) Nr.
Fractie
1
VVD
2
VVD
3
VVD
4
CDA
5
NLM
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
Hoe zal de gemeente invulling geven aan de verduurzaming van gemeentelijke gebouwen in 2025, en welk beheerplan ligt hieraan ten grondslag? Wat is het verwachte structurele voordeel van de energiekostenbesparingen in 2025, en hoe wordt dit verder verduurzamen van gebouwen ingevuld?
150
Het geactualiseerde beheerplan onderhoud gebouwen zal in Q3 2025 worden voorgelegd aan de raad. Momenteel worden de panden opnieuw geïnspecteerd en zullen de duurzaamheidsmogelijkheden meegenomen worden. De uitgaven volgen uit de her-inspecties van de gebouwen hier hebben we nog geen inzicht in. De kosten voor het verduurzamen van de gebouwen zal worden meegenomen in het nieuwe beheerplan.
150
Naar aanleiding van de energietarieven 2023 en 2024 waarbij de energietarieven in 2024 gedaald zijn t.o.v. 2023 verwachten wij geen stijgende energiekosten in 2025. Dit is echter geen vast gegeven aangezien de energietarieven van 2025 nog niet bekend zijn. Het geactualiseerde beheerplan onderhoud gebouwen zal in Q3 2025 worden voorgelegd aan de raad. Momenteel worden de panden opnieuw geïnspecteerd en zullen de duurzaamheidsmogelijkheden meegenomen worden. De uitgaven volgen uit de her-inspecties van de gebouwen hier hebben we nog geen inzicht in. De kosten voor het verduurzamen van de gebouwen zal worden meegenomen in het nieuwe beheerplan
Welke investeringen zijn gepland voor het onderhoud van civiele kunstwerken, en hoe worden deze vertaald in de begroting voor 2025? Bluswatervoorzieningen In de historische kernen Thorn en Stevensweert is geen tekort aan bluswater?
150
Het nieuwe beheerplan civiele kunstwerken 2025-2029 komt ter goedkeuring in de raadsvergadering van december. Na het vaststellen van dit beheerplan worden de onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd via het meerjaren ondershoudsplan(MOP).
156
De gemeente Maasgouw heeft de historische kern van Thorn en Stevensweert laten onderzoeken door de brandweer. De voorgestelde verbetermaatregelen (oa aanleg extra boorputten) zijn doorgevoerd. Daarmee voldoen beide kernen aan betreffende wet-/regelgeving en aan het Modelbeleid Bluswater en bereikbaarheid (afstand en debiet).
Bij de geraamde vervanging 156 van de kunstgrasvelden en het intensief gebruik door de PSV academy: is er overleg geweest over het delen van de kosten of een verhoogde bijdrage vanuit de PSV academy voor het gebruik
De samenwerking tussen VV Linne en PSV Academy is gestopt. Bij de verlenging van de samenwerking is, door uiteenlopende redenen, geen overeenstemming gekomen tussen beide partijen. PSV Academy maakt dus geen gebruik meer van de velden en faciliteiten bij VV Linne.
Pagina 53 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
van vernieuwde kunstgrasvelden?
Pagina 54 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
5.5 BEDRIJFSVOERING (pag. 165 - 170) Nr.
Fractie
1
VVD
2
VVD
3
VVD
4
VVD
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
Hoe wordt het beschikbare budget voor gegevensveiligheid verdeeld in 2025, en welke nieuwe maatregelen worden geïmplementeerd om te voldoen aan de AVG en BIOcompliance? Welke impact heeft de strategische personeelsplanning (SPP) op de begroting van 2025, en hoe worden toekomstige personeelstekorten geadresseerd?
170
De middelen worden ingezet deels om bewustwording te blijven stimuleren onder andere door elearning, bezoek door mystery guest en phishing emails. Komend jaar zetten we ook in op goed en veilig gebruiken van AI middelen. Ook het ISMS (Information Security Management System) wordt hiervan betaald. Sommige nieuwe of vernieuwde persoonsverwerkingen vragen een complexere DPIA (data protection impact assessment) die ook van het budget betaald worden.
168
Hoe wordt het opleidingsbudget voor gemeentelijk personeel vastgesteld, en welke invloed heeft dit op de personele ontwikkeling in 2025? Waren de diverse personele claims ten tijde van de kadernota al bekend Waarom staan de bijdragen aan de MER voor personeel of dekking uit middelen bijvoorbeeld CDOKE niet in de lijst op p.168
168
In het kader van de SPP constateert het management dat we een opgave hebben om bepaalde functies in huis te halen en te houden, onder andere op het vlak van meer specialistische beleidsfuncties en projectleiders. In de markt is het daarbij als kleinere gemeente soms lastig concurreren. In 2024 hebben we vanuit onderhoud van beleidsfuncties onderzocht of er in de praktijk al een differentiatie is ontstaan die rechtvaardigt dat bepaalde functies hoger ingeschaald kunnen worden en daarmee meer concurrerend kunnen zijn in de markt. Dat is slechts in beperkte mate het geval, wat maakt dat er in 2025 onderzocht zal worden welke keuzes we daarin kunnen maken in ons organisatiemodel. Daarnaast gaat er actiever ingezet worden op de krachtenbundeling vanuit en binnen de MER en is HR aan de slag met strategieën om de benodigde capaciteit te blijven aantrekken. Tegelijkertijd gaan we ons vanuit HR en informatisering laten ondersteunen bij het onderzoeken op welke wijze ontwikkelingen op gebied van automatisering en AI helpend kunnen zijn bij de afnemende beroepsbevolking en daarmee toekomstige verdere toename van krapte op de arbeidsmarkt. Zoals aangegeven wordt het opleidingsbudget vastgesteld door 1,8% van de totale loonsom hiervoor te hanteren.
Door medewerkers voldoende ontwikkelmogelijkheden te bieden, moet ook dat onze positie in de arbeidsmarkt versterken en bijdragen aan goed gekwalificeerd personeel in huis hebben en houden.
168
Nee, de diverse personele claims waren ten tijde van de kadernota nog niet bekend. In die periode liep het proces van ophalen van concrete gedetailleerde input ten behoeve van de begroting. De lijst op pagina 168 is zoals aangegeven is het overzicht enkel een totaaloverzicht van personele claims en staat de verdere toelichting en ook dekking in de afzonderlijke paragrafen. Het overzicht betreft het personeel in loondienst van de gemeente en daarmee de eigen bedrijfsvoering betreffend, niet de bijdragen aan de MER.
Pagina 55 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
5
6
CDA
LB
Resumé personeel Waarom ontbreekt de 1 fte extra BOA capaciteit in de tabel? In 3.3.7 worden de uren die nu besteed worden aan de administratieve werkzaamheden aangaande zowel de Wet Kinderopvang als het leerlingenvervoer doorgeschoven van de gemeente naar de MER. Waardoor de medewerker(s) van de gemeente die hier voorheen mee belast waren deze uren aan andere taken kunnen besteden. Is dit dan niet eigenlijk ook een verkapte vraag om extra personele capaciteit? Hoeveel fte is hiermee gemoeid? Er heeft in 2019 een ambtelijke reorganisatie plaatsgevonden. Is deze reorganisatie geslaagd? Wat waren de doelstellingen van deze reorganisatie? En wat heeft de inwoner hier daadwerkelijk van gemerkt?
168
De BOA staat niet in de tabel opgenomen omdat dat geen personele lasten binnen de eigen personele begroting betreft. De uitgebreide toelichting staat opgenomen in paragraaf 3.1.4. Voor antwoord op de vraag over fte sociaal domein, zie vraag 42 (en 39) bij beantwoording van de vragen over het sociaal domein op blz. 25.
165
De reorganisatie is gerealiseerd conform afspraak. De uitgangspunten/doelstellingen waren: • De gemeente Maasgouw is een bestuurskrachtige gemeente • Maasgouw is partner en werkt mét burgers, bedrijven en andere instellingen in verschillende rollen • zoals die van dienstverlener, handhaver, beheerder, ontwikkelaar • De gemeente Maasgouw presteert op verschillende niveaus: op kernen-, gemeentelijk- en • regionaal niveau • De gemeente Maasgouw is een professionele dienstverlenende organisatie • De gemeente Maasgouw is een moderne compacte organisatie Wat de inwoner hier daadwerkelijk van heeft gemerkt is een lastig te beantwoorden vraag. Niet alle organisatieprincipes zijn direct van invloed op de inwoners. Maar zaken die er uit voortvloeien, zoals meer nabijheid, meer betrokkenheid van burgers, professionalisering van de dienstverlening zijn wel degelijk merkbaar geweest. Tegelijkertijd hebben we ook gemerkt dat we bijvoorbeeld op dat vlak van nabijheid en betrokkenheid van burgers nog stappen te zetten hebben ter verbetering, zoals ook uit de onlangs gepresenteerde resultaten uit het evaluatie-onderzoek naar burgerparticipatie gebleken is.
Pagina 56 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
7
LB
8
LB
9
LB
10
LB
11
LB
12
LB
13
LB
Er wordt aangegeven dat de 166 hoeveelheid werk blijft toenemen. Kan dit nader geduid worden? Wordt hier het voorjaar van 166 2024 of 2025 bedoeld (MTO)?
Hier wordt onder andere gedoeld op taken die vanuit het Rijk bij gemeenten wordt neergelegd, zoals opvang van vluchtelingen, de toegenomen verantwoordelijkheden door de invoering van de Omgevingswet, wijzigingen op gebied van BRP. En ook toegenomen eisen die gesteld worden aan het werk op gebied van verantwoording en controle. Het voorjaar van 2025
Als het voorjaar van 2024 166 wordt bedoeld, wat zijn dan de resultaten van dit onderzoek? Als het 2025 is, wanneer worden deze resultaten dan bekend? Hoe en wanneer worden de 166 punten uit OOM geëvalueerd?
Resultaten zullen na de zomer van 2025 bekend zijn.
De organisatie krijgt steeds meer diverse werkzaamheden, welke werkzaamheden worden er bedoeld? Welke grote projecten worden hier specifiek bedoeld? In de begroting is rekening gehouden met 3% loonstijging van de komende CAO. Daarnaast is er een stelpost van 250k opgenomen om indexering wijzigingen op te vangen. Echter bij de huidige vakbondseisen en CAO onderhandelingen worden hogere eisen neergelegd. Kunt u aangeven op basis waarvan u deze loonstijging heeft gekozen?
166
Er vindt niet één evaluatiemoment plaats. Zoals aangegeven heeft het invullen en bespreken van het OOM een beweging tot stand gebracht die het partnerschap verstevigd. In de samenwerking zijn afspraken gemaakt die deze beweging blijven ondersteunen, zoals het periodiek samenkomen van de vier MT’s om overkoepelende thema’s te bespreken en de aanpassing van de P&C-systematiek van de MER zodat deze beter aansluit bij die van de gemeenten. Zie antwoord op vraag 7
167
Hier worden onder andere de ontwikkeling van de gemeenschapshuizen, de ontwikkelingen binnen de kernen zoals centrumvisie Heel, ontwikkelingen op gebied van vastgoed, havenvisie, etc, bedoeld.
167
De hoge inflatie van voorgaande jaren heeft zich bij de huidige CAO gemeenten vertaald in een relatief hoge loonstijging van in totaal 6% over een totale periode van 15 maanden. De huidige CAO voor gemeenten heeft een looptijd tot 1-4-2025 en is volledig financieel vertaald in de (meerjaren)begroting. Voor de begroting is rekening gehouden met een loonstijging van 3% voor zowel Maasgouw als het grofweg 1/3e aandeel van loonkosten in SC MER . Gezien het feit dat er sprake is van een lagere inflatie, denken wij dat er rekening is gehouden met een reële stelpost voor loonstijging (met daarbij tevens de geplaatste kanttekening in de themabijeenkomst begroting op 3 september jl. dat elk te hanteren percentage loonstijging als stelpost arbitrair is). Verder is in de risicoparagraaf van de begroting (p. 140) een verdere loonstijging ook als structureel risico onderkend. Voor wat betreft de daadwerkelijke toekomstige ontwikkeling van de CAO is op dit moment nog geen uitspraak te doen. De uiteindelijk vast te stellen cao voor gemeenten komt altijd tot stand o.b.v. een onderhandelingsresultaat tussen enerzijds de werkgevers (vertegenwoordigd door het College voor Arbeidszaken (CvA) vanuit de VNG) en de werknemers (vertegenwoordigd door de vakbonden). Deze onderhandelingen starten medio november 2024.
Daarbij zet het CvA in op een prudente loonontwikkeling die past binnen de financiële ontwikkeling van de gemeente. De grootste vakbond Pagina 57 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
14
LB
Welke aanbevelingen zijn er 167 uit het onderzoek naar voren gekomen en welke kosten zullen hiermee gemoeid zijn?
15
LB
Hoeveel medewerkers gaan 167 er gebruik maken van de RVU regeling, daar er 400.000 euro gereserveerd is voor 4 jaar.
(FNV) zet in op 7% loonsverhoging, een minimumloon van € 16 en een 4-daagse werkweek van 32 uur. Gezien deze actuele ontwikkelingen beschouwen wij de huidige opgenomen stelpost voor loonstijging en de passage in de risicoparagraaf nog steeds als reële uitgangspunten. De aanbevelingen zijn zeer divers van aard. Een groot deel betreft het (hernieuwd) onder de aandacht brengen van reeds bestaande regelingen en afspraken bijvoorbeeld op het gebied van agressiemeldingen of omgaan met de werkplekken. Soms gaat het ook over ontwikkelen van ARBObeleid, bijvoorbeeld op het gebied van medicijngebruik. De worden opgepakt door de ARBO-coördinator vanuit de MER. Dat zijn geen zaken waar extra kosten mee gemoeid zijn. Er zijn ook een aantal ‘fysieke’ aanbevelingen over keuring van elektrische apparaten of ladders. Exacte kosten zijn hier niet aan gekoppeld, maar deze zijn niet van dien aard dat deze niet binnen het regulier beschikbare budget passen. In 2025 gaan er volgens huidige planning drie medewerkers gebruik van maken.
Pagina 58 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
5.6 VERBONDEN PARTIJEN (pag. 171 - 202) Nr.
Fractie
1
LB
2
LB
3
LB
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
Omnibuzz. Kan er worden 182 aangegeven hoeveel leerlingen binnen het leerlingenvervoer betreft? Hetzelfde het aantal voor de maatwerkvoorzieningen WMO? Ontwikkelingsmaatschappij 187 Midden-Limburg (OML) Waar kan ik het risico terugvinden van de OML van totaal € 2.271.843? CSV Amsterdam BV CSV 190 Amsterdam BV heeft de motivering beroepschrift tegen de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting bij de Rechtbank ingediend. Is er al duidelijk wat de uitslag hiervan is?
Aantal leerlingen die gebruik maken van het leerlingenvervoer via Omnibuzz bedraagt 107. Aantal cliënten met een deelnemerspas vanuit Wmo bedraagt 859.
Het bedrag bestaat uit € 1.983.735 aan wervingsbedrag aandelen en borgstelling richting Rabobank van € 288.108. In eerdere begrotingen (t/m 2023) is in de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing een bedrag van € 86.000 opgenomen als risico voor de borgstelling. Vanaf 2024 is dit risico dit niet meer opgenomen omdat wij de kans heel klein achten dat dit risico zich daadwerkelijk voordoet. De uitspraak van de rechtbank is naar verwachting eind 2024 en is nu nog niet bekend.
Pagina 59 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
5.7 GRONDBELEID (pag. 203 - 214) Nr.
Fractie
1
CDA
2
CDA
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
Wanneer zijn wij alsnog vennootschapsbelastging verschuldigd en aan welk bedrag moet dan worden gedacht? Over hoeveel jaren moet dan worden terugbetaald?
206
Zijn de mogelijke locaties van de trafo’s in elke kern van onze gemeente al inzichtelijk/ bekend? Hoeveel trafo’s per kern gaat het om? Wat levert ons dit financieel extra op (op termijn)?
211
Op basis van beoordeling van het cluster grondexploitatie voldoen de gemeentelijke grondexploitaties niet aan de ondernemingstoets en zijn daarom niet vpb-plichtig. Ook de overige clusters voldoen niet aan de ondernemingstoets. Om deze reden hoeft er sinds 2019 geen aangifte meer gedaan te worden. Daarvoor moest er jaarlijks een nihil aangifte gedaan worden, omdat er geen vennootschapsbelasting (vpb) verschuldigd was. Indien de situatie wijzigt (en dit wordt regelmatig gemonitord), waardoor er wel sprake is van ondernemerschap (materiële onderneming zonder objectieve vrijstelling), dan dient er vanaf dat jaar aangifte vpb gedaan te worden. De locaties van de trafo’s in onze gemeente zijn op dit moment nog globaal en aangemerkt bij Enexis als voorlopige locatie. Aan het eind van het jaar komt dit beter in beeld en hoopt Enexis voor 80-90% betrouwbaar aan te kunnen geven waar de trafohuisjes ongeveer komen te staan. Enexis heeft aangegeven dat het gaat om ongeveer een verdubbeling van het aantal trafo’s in de gemeente Maasgouw en heeft onderstaand overzicht aangeleverd.
Buurtnaam Maasbracht + Maasbrachtbeek Linne Stevensweert Ohé en Laak Thorn Heel + Panheel Beegden Wessem Totaal
Huidig aantal MS/LS stations 36
Bij te plaatsen MS/LS stations
28 12 7 17 26 12 13 151
25 12 5 21 24 15 17 159
40
Er is door Enexis aangegeven dat het om 35m2 gaat per trafohuisje. Het zou dan in totaal gaan om 5.565 m2. Pagina 60 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
Omtrent de koopprijs per m2 zijn tussen de gemeente Maasgouw en Enexis nog geen afspraken gemaakt, waardoor er nog geen opbrengstverwachting te noemen is. Tevens heeft Enexis ons gewezen op de voorlopige planning (Buurtaanpak: wanneer komen we in uw buurt | Enexis Netbeheer) waarin bijna alle wijken op 6-10 jaar staan en Linne op 3-5 jaar.
Pagina 61 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
5.8 WET OPEN OVERHEID (pag. 215 - 216) Nr.
Fractie
1
VVD
2
NLM
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
Hoe zal de gemeente 217 omgaan met de risico’s rondom vluchtelingenopvang en integratie, en hoe worden de kosten voor de inzet van een jobhunter voor statushouders gedekt? Welke anonimiseringstool 216 wordt gebruikt door de gemeente en hoeveel medewerkers zijn opgeleid om deze te gebruiken en werkzaamheden te verrichten bij WOO verzoeken?
Deze vraag bevat twee onderdelen. De vraag over de omgang met de risico’s rondom vluchtelingenopvang en integratie is niet eenvoudig in zijn algemeenheid te beantwoorden. Gemeentelijk zetten we in op een goede dialoog met de omgeving en intensieve maatschappelijke begeleiding door VluchtelingenWerk Nederland. Met betrekking tot de kosten voor de inzet van een jobhunter statushouders staat op blz. 218 in de laatste alinea dat deze kosten gedekt worden uit de reserve. De anonimiseringstool van Especialisten is MER-breed (Maasgouw, Roerdalen, Echt-Susteren en SC MER) aangeschaft en wordt momenteel geïmplementeerd. Training/opleiding wordt organisatiebreed uitgezet. Iedereen die documenten verwerkt, die mogelijk in aanmerking komen voor actieve óf passieve openbaarmaking, krijgt toegang tot de anonimiseringstool.
Pagina 62 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
5.9 VLUCHTELINGEN (pag. 217 - 220) Nr.
Fractie
1
LB
2
LB
Vraag Wat is de huidige stand van zaken m.b.t. de taakstelling van 25 personen voor de tweede helft van 2024? In hoeverre faciliteert de gemeente hierin om voor de Oekraïners een werkplek te vinden?
Antwoord
Betreft pag.
Dit is een momentopname. Bij schrijven van deze tekst moesten er nog 17 personen gehuisvest worden in het kader van de taakstelling. Voor een aantal gezinnen is al een woning gevonden en die worden in de komende maande gehuisvest. Het wordt een uitdaging om de taakstelling te realiseren. 218
Over het algemeen zijn de Oekraïners die kunnen werken aan het werk. Veelal vinden ze zelfstandig een baan. Daar waar nodig en/of wenselijk ondersteunt de begeleider van Vluchtelingenwerk Nederland bij het vinden van een baan.
Pagina 63 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
6.1 BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA (pag. 221 – 224) Nr.
Fractie LB
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
Uit het meerjaren 221 programmaplan blijkt dat u op jeugdhulp behandeling (775.000) en jeugdhulpbehandeling GGZ zonder verblijf (-1.000.000) rekening houdt! Kunt u aangeven op basis van welke maatregelen u deze besparing verwacht te realiseren met name omdat de druk op jeugdhulp (zonder verblijf) alleen maar toeneemt gebaseerd op CBS gegevens.
De mutaties hebben te maken met financiële bijstellingen in de tijd gezien. Dit op basis van de planning- en controlcyclus (P&C-cyclus) / begrotingssystematiek. In de bijstellingen zijn twee besparingsopgaven verwerkt, de besparingsopgave vanuit de Hervormingsagenda Jeugd en de besparingsopgave vanuit het coalitieprogramma Rutte IV. Hoe deze verwerkt zijn wordt verderop nader toegelicht. Over de invulling van de Hervormingsagenda Jeugd is eerder gecommuniceerd en staat op pagina 57 (taakstelling Jeugd) van de begroting aanvullende informatie. Op pagina 221 wordt een raming weergegeven. Bij taakveld 6.72B (jeugdhulp behandeling) zien we dat het bedrag voor 2023 € 822.369 bedraagt, terwijl voor 2024 en verder slechts € 46.800 is begroot. Dit betekent een verschil van € 775.569. Dit verschil ontstaat doordat in het overzicht van 2023 alle bijstellingen zijn verwerkt, zoals die voortkomen uit de programmarapportages en de jaarrekening. Voor 2024 en latere jaren is dit nog niet gebeurd, aangezien de tweede programmarapportage pas tijdens de raadsvergadering in december wordt behandeld, terwijl de begroting al in november in de raad is besproken. In de tweede prorap van 2024 zal daarom een aanvullend bedrag van ongeveer € 650.000 worden bijgeraamd. Deze bijraming is gebaseerd op actuelere realisatiecijfers en een actuele prognose.
Bij het opstellen van de jaarrekening ontstaat opnieuw een actueel beeld, waarna verdere bijstellingen mogelijk zijn. Dit is inherent aan de planning- en controlcyclus (P&C-cyclus). Een vergelijkbare situatie zien we bij de jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf (taakveld 6.74A). Hier zijn bijstellingen vanaf 2025 al verwerkt, die nu reeds bekend zijn:
• •
Vanaf 2026 is de taakstelling Jeugd (-€ 478.000) opgenomen in de raming, zoals ook vermeld op pagina 57 van de begroting. Daarnaast heeft het Rijk een bijstelling doorgevoerd met betrekking tot de eerder ingeboekte besparingsopgave uit het kabinet Rutte IV -niet te verwarren met de besparingsopgave vanuit de Hervormingsagenda-, ter waarde van ongeveer € 500.000. Hiermee is de gehele besparingsopgave Rutte IV opgeheven. Deze bijstelling is op twee momenten doorgevoerd: voor 2025 in de meicirculaire, en voor 2026 en latere jaren in de septembercirculaire. Dit zorgt voor een vertekend beeld, omdat de uitwerking van de septembercirculaire pas wordt meegenomen in de tweede programmarapportage.
Pagina 64 van 65
Z/24/135496 - D/24/169144
6.3 FINANCIËLE FOTO 2025-2028 (pag. 231 - 234) Nr.
Fractie
1
VVD
2
VVD
3
VVD
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
Hoe verhoudt de jaarlijkse 234 stijging van de OZBopbrengst (1%) zich tot de noodzakelijke investeringen in gemeentelijke accommodaties en infrastructuur? Wat zijn de financiële 231 consequenties van de caoverhoging vanaf 2025, en hoe wordt dit verrekend in de gemeentelijke begroting?
De trendmatige verhoging van 1% genoemd op pagina 234 staat los van de investeringen in gemeentelijke accommodaties en infrastructuur. Het is een verhoging die in de financiële foto jaarlijks wordt toegevoegd aan de laatste jaarschijf van de nieuwe begroting.
Hoe wordt de bijdrage aan de regiodeal van ruim € 1 miljoen gefinancierd vanuit de algemene reserve, en welke gevolgen heeft dit voor de reservepositie van de gemeente?
Het bedrag van € 1.006.200 is het maximale bedrag dat voor de regiodeal uit de algemene reserve wordt gedekt. In de begroting 2025 is op pagina 241 de staat van reserves en voorzieningen op genomen. De algemene reserve wordt per 1-1-2026 begroot op € 19.991.400.
234
De huidige cao’s van de gemeentelijke sector lopen af op 31 maart 2025. De onderhandelingen voor de volgende Cao 2025-2026 beginnen in november. Omdat wij ook voor 2025 een salarisstijging verwachten hebben wij in de begroting rekening gehouden met een stijging van 3% structureel. Dit staat gelijk aan een bedrag van € 525.000 voor zowel gemeente Maasgouw als het aandeel dat onze gemeente heeft in de personeelskosten van SC MER. Afwijkingen hierop worden meegenomen in de 1e dan wel 2e Prorap.
Pagina 65 van 65