154909-BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN RVST Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2023
Tekst van het document
Z/24/130495 - D/24/154909
TECHNISCHE VRAGEN VOOR HET VOORSTEL TOT Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2023 20 JUNI 2024 GEMEENTE MAASGOUW – PFH.: Snijckers
Nr.
Fractie
1
VVD
2
LB
3
LB
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
Welke specifieke maatregelen heeft het college getroffen om het tekort op het uitkeringsbudget te verminderen, en welk bewijs of ondersteunende gegevens kunnen worden gepresenteerd om de effectiviteit van deze maatregelen te onderbouwen? Er moet aan bepaalde Blz. 2 voorwaarden worden gedaan voor het aanvragen van de vangnetuitkering Participatiewet 2023. Hoe hoog is de toegangsdrempel voor het jaar 2023? Er wordt aangegeven dat we Blz. 2 voor een vangnetuitkering à € 67.807,00 in aanmerking komen mits de aanvraag juist, volledig en tijdig wordt ingediend. Waar hangt de juistheid en volledigheid dan nog vanaf?
De getroffen maatregelen staan beschreven in het Aanvraagformulier vangnetuitkering 2023, pagina 8 tot en met 15. Objectieve meetgegevens kunnen niet worden gepresenteerd.
1. 2.
Over 2023 moet sprake zijn van een tekort dat meer bedraagt dan 7,5% van de definitief over dat jaar toegekende gebundelde uitkering als bedoeld in artikel 69 Participatiewet; Over 2021, 2022 en 2023 moet sprake zijn van een gecumuleerd tekort dat meer bedraagt dan 7,5%, berekend over alleen de definitief over 2023 toegekende gebundelde uitkering als bedoeld in artikel 69 Participatiewet.
Het vangnet heeft een meerjarig perspectief. De jaren die in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van het recht op vangnetuitkering wordt ‘de referteperiode’ genoemd. Voor de vangnetuitkering over 2023 loopt de referteperiode over 2021, 2022 en 2023. De beoordeling van de referteperiode geschiedt als volgt: 1.
Eerst wordt beoordeeld of de in aanmerking komende netto lasten meer bedragen dan 107,5% van de definitief toegekende gebundelde uitkering. Indien dit niet het geval is, bestaat geen recht op vangnetuitkering. Pagina 1 van 5
Z/24/130495 - D/24/154909
2.
3.
Wordt wel voldaan aan genoemde eis dan wordt vervolgens beoordeeld of over 2021, 2022 en 2023 samen sprake is van een gecumuleerd tekort dat meer bedraagt dan 7,5% van de definitief over 2023 toegekende gebundelde uitkering. Het begrip “gecumuleerd tekort” houdt in dat de feitelijke resultaten over 2021, 2022 en 2023 bij elkaar worden opgeteld. Het is niet vereist dat in alle drie jaren sprake is van een tekort. Indien de gemeente niet aan deze eisen voldoet, wordt zij geacht het tekort uit eigen middelen te kunnen opvangen en bestaat geen recht op vangnetuitkering. Indien de gemeente wel aan deze eisen voldoet, wordt vervolgens beoordeeld of ook aan de overige voorwaarden voor een vangnetuitkering wordt voldaan.
Ook beoordeeld of de aanvraag volledig is ingevuld, dus geen onderdelen zijn overgeslagen.
4
LB
5
LB
6
LB
Wat is de reden waarom we het aanvraagformulier voor de basis vangnetuitkering Participatiewet zo laat hebben ontvangen? Dat de instroom binnen de participatieweg groter is dan de uitstroom is een feit. Is onderzocht wat hier de oorzaak van is? (Terwijl er in 2021 nog een overschot was zien we een aanzienlijke tekort naar 2022 toe).
Blz. 3
De tool wordt steeds geactualiseerd met de meest recente gegevens en is rond 15 april 2024 door het Ministerie gepubliceerd. Pas dan kan de definitieve berekening worden gemaakt en alle stukken in routing worden gebracht.
A blz. 5
Ongeveer de helft van het bestand is ouder dan 45 jaar; zo’n 30% is ouder dan 55 jaar. Verder zit een omvangrijk deel van het bestand (gemiddeld tussen 35 en 40%) 5 jaar of langer in de uitkering. Veelal is er sprake van een combinatie van beperkingen.
-Welke leeftijdsopbouw is er binnen de instroom en wat zijn de kenmerken van de totale bijstandspopulatie? Is enigszins aan te geven wat B blz. 5 de invloed op termijn zal zijn van de inzet van het gevarieerde pakket? - Van welk onderdeel is aan te geven dat dit leidt tot de meeste tekortreductie? - Welke onderdelen/maatregelen in
Dit hebben we niet direct in beeld en is niet binnen de termijn voor de beantwoording van raadsvragen op te leveren.
Pagina 2 van 5
Z/24/130495 - D/24/154909
7
LB
8
LB
het pakket waren er al voor het tekort en welke onderdelen/maatregelen zijn er daarna toegevoegd, zodat dit gaat leiden tot een extra kostenreductie? Waarom vindt er geen evaluatie plaats tussen de aanbieders, cliënten en de gemeente plaats, zodat er meer (‘een vinger aan de pols kan worden’ gehouden) gemonitord kan worden, waardoor er ook een grotere kostenreductie kan zijn. Missen een aantal aspecten welke kunnen leiden tot een tekortreductie. Namelijk: Het aspect Handhaving. - Het recht van uitkering efficiënt controleren. - Controle op geld uit het buitenland wat vaak niet wordt meegenomen. - Het naleven van de verplichtingen van bijstandsgerechtigden - Actief verzuim. Het aspect Budget. - Hoeveel geld ontvangen we elk jaar als gemeente. - Waar is het bedrag op gebaseerd?
MER blz. 8
De vraagstelling veronderstelt dat er geen evaluatie is. Dit is niet juist. Onze uitvoeringsdienst Servicecentrum MER is in het 1e kwartaal 2023 gestart met een uniforme werkwijze en standaard formats voor de aanvraag, voortgang, facturering en eindrapportage van re-integratietrajecten. Dit helpt om de voortgang in en de resultaten en effecten van de re-integratieactiviteiten te monitoren. Ervaringen met die bedrijven, positieve en minder positieve, worden door de klantmanagers in de uitvoering gemonitord en besproken. Ook al zijn deze zaken gemonitord, resulteert dit niet direct in een kostenreductie, omdat niet alles te voorzien is in maatregelen c.q. oplossingen.
Algemee Het aspect Handhaving wordt uitgevoerd door onze uitvoeringsdienst Servicecentrum MER. n Benchmarking wordt samen met de MER-gemeenten en het Servicecentrum MER uitgevoerd. Naast vergelijking met de MER-gemeenten is benchmarking mogelijk op landelijk niveau.
De BUIG-budgetten van gemeenten met 15.000 tot 40.000 inwoners worden deels historisch en deels objectief bepaald. Het model berekent daarbij de objectieve kans dat een huishouden afhankelijk is van een bijstandsuitkering.
Het aspect Benchmarking - Vindt er een vergelijking met andere gemeenten plaats en zo ja met welke andere gemeente?
Pagina 3 van 5
Z/24/130495 - D/24/154909
9
LB
Is er reeds een klantmanager aangenomen?
11
10
LB
Vanuit welk potje wordt deze 11 klantmanager betaald?
Dit zijn de personele kosten van het Servicecentrum MER.
11
LB
Op welk moment komen jongeren in beeld? Is dit op het moment dat ze uitvallen (thuiszitters) of zijn deze jongeren al eerder in zicht?
Naast het feit dat jongeren in beeld komen wanneer zij zich bij ons melden bestaat binnen het jongerenteam ruime aandacht voor preventie. In dit kader definiëren we preventie als het voorkomen dat jongeren in de uitkering terechtkomen en er voor te zorgen dat jongeren ons niet dan wel in beperkte mate nodig hebben. Dit, door korte lijnen te onderhouden met onze partners zoals onder andere het RMC, PlanGroep, MetGGZ, verslavingszorg, Streetcare, het sociaal wijkteam en andere voorliggende voorzieningen.
11
Ja, er zijn meerdere klantmanagers Werk en Inkomen aangenomen. Zij zijn werkzaam bij onze uitvoeringsdienst Servicecentrum MER.
Daarnaast nemen we deel aan de pilot “jongeren in beeld”. In deze pilot, onderdeel van de regionale aanpak jeugdwerkloosheid, worden jongeren tussen de 23 en 27 jaar zonder startkwalificatie, die niet schoolgaand of in loondienst aan de slag zijn en die geen uitkering ontvangen, vanuit het Doorstroompunt Roermond actief benaderd. Vervolgens gaat de casemanager Doorstroompunt Roermond samen met de klantmanager werk aan de slag met als doel de jongeren duurzaam terug te leiden naar een zinvolle daginvulling: werk, leren/werken, onderwijs, dagbesteding of zorgtraject. 12
LB
13
LB
14
LB
De formatie wordt voor de 12 duur van 1 jaar uitgebreid. Na dit jaar worden de resultaten geëvalueerd om te kijken of verlenging of structureel maken van deze formatie wenselijk is. Kan deze evaluatie iets eerder, om zo eerder bij te sturen daar waar nodig. Om de kosten zo laag mogelijk te houden? Welke randvoorwaarden 12 worden er hier bedoeld? Hoeveel ex werknemers van 14 VDL Nedcar hebben nog geen andere baan gevonden? Zijn deze mensen duidelijk in beeld?
Het gesprek hierover vindt ambtelijk doorlopend plaats. We zien dat het meestal een ruime periode (vaak 2 jaar) in beslag neemt om hier conclusies aan te kunnen verbinden. Daarom wordt de evaluatie niet eerder gedaan.
Mensen zoeken makkelijker werk als ze zich veilig voelen om die stap te zetten. Zoals mensen die een arbeidsbeperking hebben en bijvoorbeeld van beschut werk naar gewoon werk willen overstappen. Het is een geruststellende gedachte dat er altijd een weg terug is. Want het lukt niet altijd om een nieuwe baan of plek vinden. Het is bij de gemeente Maasgouw niet bekend hoeveel ex werknemers nog geen andere baan hebben gevonden. Vooraf gesteld: het is niet een taak van de gemeentelijke (eerste) overheid om de mensen te verwijzen naar de juiste loketten. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de werkgevers. VDL komt dan in het nieuws, maar meerdere werknemers kunnen hun inkomen verliezen en zijn vervolgens op zoek naar werk.
Pagina 4 van 5
Z/24/130495 - D/24/154909
De ontslagen medewerkers betreft in totaal rond de 3.300 medewerkers. Het gaat om indicatief 1.500 mensen voor wie de kans groot is dat ze dan de aansluiting missen op de arbeidsmarkt. Naar schatting zijn 500 medewerkers van de 3.300 woonachtig in Midden-Limburg. Het is echter onbekend hoeveel medewerkers woonachtig in Midden-Limburg aansluiting missen op de arbeidsmarkt. VDL/Nedcar heeft verplichte infosessies georganiseerd waar medewerkers voorlichting hebben gekregen over hun mogelijkheden en zijn zij verwezen naar de juiste voorliggende voorziening. 15
LB
Op welke manier wil Maasgouw de regionale voorzieningen doorontwikkelen en welke kosten zijn hieraan verbonden?
16
LB
Op welke manier en wanneer wordt het duidelijk of de doorontwikkeling het juiste resultaat oplevert?
Hiervoor spelen verschillende ontwikkelingen, bijvoorbeeld rondom het inrichten van een regionaal werkcentrum en de mogelijke overname van ons Sociaal Werkbedrijf Westrom door de gemeente Roermond. Ook lopen er verschillende trajecten. Vanwege de veelvoud van deze ontwikkelingen en de verschillende stadia waarin deze processen zich bevinden, is hier niet aan te geven welke kosten hier aan verbonden zijn. Als dit effect heeft op de gemeentelijke begroting wordt dit via de gebruikelijke weg ter besluitvorming aan het college en de raad voorgelegd. 15
Dit wordt zichtbaar in het klantenbestand van Servicecentrum MER in die zin dat zichtbaar is hoeveel en welke doelgroepen in ons uitkeringenbestand zitten. Dit wordt beschreven in de rapportages van het Servicecentrum MER. Wanneer en of daadwerkelijk een afname plaats zal vinden is niet op voorhand aan te geven. Zichtbaar is dat de problematiek van klanten steeds complexer wordt en steeds meer ondersteuning nodig is om mensen een stap te kunnen laten maken op de participatieladder.
Pagina 5 van 5