CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

154871-BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN RVST Standpuntbepaling onderzoeksrapport Toekomstperspectief Clausgebied en

01. Raadsvergadering 9 juli 2024, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot standpuntbepaling over het onderzoeksrapport Toekomstperspectief Clausgebied en omgeving8.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Z/24/130474 - D/24/154871

TECHNISCHE VRAGEN VOOR HET VOORSTEL TOT Standpuntbepaling onderzoeksrapport Toekomstperspectief Clausgebied en omgeving 20 JUNI 2024 GEMEENTE MAASGOUW – PFH.: BLOMEN

Nr.

Fractie

1

D66

2

D66

3

D66

Vraag ‘Pas in de juridische procedures die moeten volgen kunnen Rijk, provincie of gemeente de besluiten gaan nemen die beslissend zijn voor de realisatie van de (energie) ontwikkelingen die in het rapport staan beschreven.’

Antwoord

Betreft pag. 4

In hoeverre wordt het toekomstbeeld van het rapport hierbij gebruikt als juridische basis voor verdere besluitvorming? Wat is de juridische status van dit rapport? Wat is het standpunt van de 7 gemeente Roerdalen over het zoekgebied voor het converterstation? ‘Vooruitlopend op toekomstige aanpassingen van het Omgevingsbeleid wordt aan de raad voorgesteld om alvast de ambitie uit te spreken om samen met bewoners maatregelplannen op te stellen die zich richten op de

Het rapport heeft als zodanig geen juridische status. Verwezen wordt naar de toelichting over de status van het rapport (en de besluitvorming daarover) in het raadsvoorstel. Pas in de procedures die nog gaan volgen over de energie ontwikkelingen worden door het betreffende bevoegd gezag (Rijk, provincie of gemeente) besluiten genomen die een juridische status hebben op basis van de wet- en regelgeving die van toepassing is (zoals bijvoorbeeld Omgevingswet).

Dit standpunt staat beschreven in de inspraakreactie van de gemeente Roerdalen over de NRD VAWOZ. Zie bijlage 1.

Pagina 1 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

versterking van een robuuste groene zone rondom de bestaande energieclusters en van de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van Brachterveld, Vlootbeekdal en Molengreend.’

4

CDA

(a) In hoeverre is een robuuste groene zone voldoende om ook de gezondheid van bewoners te waarborgen?

(a) Een robuuste groene zone is niet geschikt of bedoeld om de gezondheid van bewoners te waarborgen. Om de gezondheid van bewoners te waarborgen moet bij realisatie van energieontwikkelingen voldaan worden aan normen in wet- en regelgeving die daarvoor gelden. Het realiseren van een robuuste zone wordt hier geadviseerd op de landschappelijke en ecologische kwaliteit van het gebied rondom de energieclusters te verbeteren.

(b) Wat is voor wonen een veilige afstand van magnetische velden, niet alleen van de hoogspanningsmasten,

(b) Deze technische vraag is niet gericht op het raadsvoorstel maar op een onderwerp dat buiten de inhoud en reikwijdte van het raadsvoorstel en het onderzoeksrapport valt. Bij de "disclaimers" is aangegeven dat in het onderzoeksrapport geen uitspraken worden gedaan over de procedures die (gaan) lopen voor het hoogspanningsnetwerk en in het raadsvoorstel wordt daarover ook geen besluitvorming van de gemeenteraad gevraagd. Daarom wordt deze vraag in de procedure voor dit raadsvoorstel niet beantwoord. Dit een vraag die thuis hoort in een ander traject.

(c) maar ook van het converterstation waar de HVDC wordt omgezet in wisselstroom? a. Verkeer en logistiek

(c) Gegevens over een veilige afstand van magnetische velden van een converterstation zijn bij de gemeente niet bekend.

(a) Gelet op het tijdsbestek dat met een dergelijke studie gemoeid is en de doorlooptijden van procedures als verwerving danwel onteigening van gronden, alsmede het tempo waarop nieuwe ontwikkelingen binnen de energietransitie zich momenteel opvolgen en de plannen welke RWE heeft voor het Clauscentrale terrein. Zijn we dan niet véél te laat met het starten van

(a) Om een studie te kunnen doen naar de noodzaak van een eventuele alternatieve ontsluiting van het RWE-terrein zijn basisgegevens nodig over verkeers- en vervoersbewegingen die gepaard gaan met de bouw en het gebruik van nieuwe, grote energie-installaties (bouwwerken) op het RWE-terrein. Die gegevens komen pas beschikbaar als door RWE is bepaald welke nieuwe installaties in de toekomst op het RWE terrein gebouwd gaan worden. Dat kan een keuze zijn voor een CCS-installatie of de keuze voor het omschakelen van aardgas naar waterstof voor de Clauscentrale. Om toestemming te krijgen voor de bouw van nieuwe installaties moeten de benodigde juridische procedures doorlopen worden. Onderdeel van die procedures vormt ook het onderzoek naar verkeer- en vervoersaspecten. Pas op grond van die onderzoeken kan bepaald gaan worden waar en in hoeverre de huidige ontsluiting van het RWE-terrein tekort schiet en of er een noodzaak is voor alternatieve ontsluiting voor de bouwfase en de gebruiksfase. Als een alternatieve ontsluiting (tijdelijk of permanent) nodig blijkt moet onderzocht worden waar een alternatieve ontsluiting aangelegd kan worden en moet worden vastgelegd welke partijen de kosten voor deze ontsluiting voor hun rekening nemen.

Pas als dat geregeld is kan toestemming voor de bouw van nieuwe installaties worden gegeven en kan gestart worden met het realiseren van een eventuele alternatieve ontsluiting die dan gereed moet zijn voordat de bouwwerkzaamheden starten. Pagina 2 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

een studie en het realiseren van een mogelijke alternatieve ontsluiting als we wachten tot duidelijk is welke ontwikkelingen op het RWE-terrein gaan plaatsvinden?

5

CDA

(b) Zijn er mogelijkheden om RWE te verplichten vooraleer zij met bepaalde werkzaamheden willen starten er een deugdelijke, alternatieve ontsluiting van het RWE-terrein dient te zijn aangelegd waar zij de volledige kosten voor dienen te dragen, en de gemeente uitsluitend bijspringt als er ‘meekoppelkansen’ zijn om bijvoorbeeld de Molenweg te ontlasten?

(b) Nee, een dergelijke verplichting kan niet aan RWE worden opgelegd. Daarvoor moeten eerst procedures doorlopen worden, verkeerskundige onderzoeken gedaan worden en afspraken vastgelegd worden over de de verdeling van kosten. Bij het voornemen om nieuwe grote installaties (bouwwerken) te gaan bouwen zal RWE eerst de daarvoor vereiste juridische procedures (zoals o.b.v. de Omgevingswet) moeten doorlopen. In die procedures moet ook onderzoek gedaan worden naar de verkeers- en vervoersaspecten en op basis van die onderzoeken moet bepaald gaan worden of de huidige ontsluiting volstaat voor het verkeer en vervoer in de bouw- en gebruiksfase. Als uit onderzoek blijkt dat de huidige ontsluiting niet volstaat en er een alternatieve ontsluiting nodig is dat moet ook berekend worden wat de kosten hiervan zijn én welk deel van de kosten van deze publieke infrastructuur verhaald kunnen worden op initiatiefnemer (RWE) en welke kosten voor rekening van publieke partijen (zoals gemeente) komen. Pas als in een overeenkomst overeenstemming is bereikt over deze kostenverdeling kan het "bevoegd gezag" overgaan tot de benodigde besluitvorming.

Actief zoeken naar duiding over gezondheidsaspecten

(a) De opdracht voor onderzoek was om in beeld te brengen welke grote energie-ontwikkelingen (mogelijk) op het energieknooppunt Clausgebied en omgeving gaan afkomen, welke ruimte nodig is voor deze energie-ontwikkelingen, waar deze ruimte gevonden kan worden en met welke waarden in de leefomgeving rekening moet worden gehouden. Ook vormde het onderdeel van de opdracht om de juridische procedures in beeld te brengen die gevolgd moeten worden. Op al deze onderzoeksvragen geeft het rapport een antwoord.

“De impact van het geschetste toekomstbeeld op de gezondheid is nog bijzonder ingewikkeld te toetsen.” (a) Er wordt in dit rapport bijzonder weinig gesproken over gezondheid cq gezondheidsrisico’s. Hoe kan dit? Want dit is wel één van de door de gemeente meegegeven waarden. Is de gemeente als opdrachtgever tevreden in hoeverre dit

Onderzoek naar gezondheidsrisico's vormde geen specifiek onderdeel van de opdracht. Om te kunnen gaan bepalen welke welke gezondheidsaspecten (en risico's) aan de orde zijn moet immers eerst in beeld gebracht worden welke energie-ontwikkelingen zijn te verwachten en waar deze in het gebied zijn te verwachten. Pas als bekend is welke energie-installaties beoogd zijn en op welke locaties deze beoogd zijn kan nader onderzoek gedaan worden de milieu- en gezondheidsrisico's daarvan. Onderzoek naar de milieu- en gezondheidsaspecten van energie-ontwikkelingen vormen een belangrijk onderdeel van de juridische procedures die nog moeten gaan lopen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de milieu-effect-rapportages die in veel procedures verplicht zijn. Er bestaat een duidelijk verschil tussen de opdracht (en de onderzoeksvragen) die in het onderzoek centraal stonden en de "waarden" die de opdrachtgevers van belang vinden bij de toekomstige Pagina 3 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

aspect tot uitdrukking komt in het voorliggende rapport?

ontwikkeling van het energieknooppunt Clausgebied en omgeving. De gemeente Maasgouw vindt "veiligheid, milieu en gezondheid" nog steeds één van de belangrijkste waarden om rekening mee te houden bij procedures die moeten gaan volgen over de toekomstige ontwikkeling van het energieknooppunt Clausgebied en omgeving.

(b) Hoe gaat de gemeente de gezondheid van haar inwoners in met name Brachterbeek waarborgen bij toekomstige ontwikkelingen?

(b) Er gelden in Nederland wetten en regels die de kwaliteit van de leefomgeving, inclusief de kwaliteit van het leefmilieu (en daarmee samenhangende gezondheidsaspecten) bij ruimtelijke ontwikkelingen moet waarborgen. Daarbij vormt de Omgevingswet één van de belangrijkste wettelijke kaders. Binnen dit kader hebben zowel Rijksoverheid, provincie als gemeente verantwoordelijkheden. Er moet nog duidelijk worden welke specifieke energie-ontwikkelingen op het Clausgebied en omgeving af gaan komen, welke procedures daarvoor gevolgd moeten worden en welke overheid binnen deze procedures bevoegd gezag is. In de procedures die gevolgd moeten worden moeten initiatiefnemers op grond van onderzoek laten aantonen dat voldaan wordt aan de wet- en regelgeving voor de borging van de kwaliteit van het leefmilieu en de daarmee samenhangende gezondheidsaspecten van bewoners. Vervolgens moet het bevoegd gezag (Rijk, provincie of gemeente) op basis van de onderzoeksresultaten beoordelen of daarmee voldaan wordt aan de wetten en regels die hiervoor gelden.

(c) Is de gemeente bijvoorbeeld bereid tot het uitvoeren van Tesla metingen om een nulmeting te hebben van de huidige magnetische velden? Om zodoende inzichtelijk te hebben aan welke straling onze inwoners op dit moment worden blootgesteld en zodat de impact van nieuwe ontwikkelingen op de gezondheid kan worden vastgesteld?

(c) Deze technische vraag is niet gericht op het raadsvoorstel maar op een onderwerp dat buiten de inhoud en reikwijdte van het raadsvoorstel en het onderzoeksrapport valt. Bij de "disclaimers" is aangegeven dat in het onderzoeksrapport geen uitspraken worden gedaan over de procedures die (gaan) lopen voor het hoogspanningsnetwerk en in het raadsvoorstel wordt daarover ook geen besluitvorming van de gemeenteraad gevraagd. Daarom wordt deze vraag in de procedure voor dit raadsvoorstel niet beantwoord. Dit is een vraag die thuis hoort in een ander traject. Bovendien bevat deze vraag een herhaling van de vraag die al eerder door het bewonersplatform Brachterbeek aan het college van B&W is gesteld. Het antwoord van het college van B&W op dit verzoek hebben de raads- en commissieleden op 3 april 2024 via de griffie ontvangen.

(d) Wat wordt gezien als een veilige woonafstand tot een hoogspanningsmast? . Klopt het dat deze afstand wordt berekend uitgaande van een transportcapaciteit en jaargemiddelde belasting van een hoogspanningslijn van 30%? Aangezien er

(d) Deze technische vraag is niet gericht op het raadsvoorstel maar op een onderwerp dat buiten de inhoud en reikwijdte van het raadsvoorstel en het onderzoeksrapport valt. Bij de "disclaimer over andere trajecten" is aangegeven dat in het onderzoeksrapport geen uitspraken worden gedaan over de procedures die (gaan) lopen voor het hoogspanningsnetwerk en in het raadsvoorstel wordt daarover ook geen besluitvorming van de gemeenteraad gevraagd. Daarom wordt deze vraag in de procedure voor dit raadsvoorstel niet beantwoord en is dit een vraag die thuis hoort in een ander traject en bij andere instanties.

Pagina 4 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

6

CDA

onvoldoende capaciteit is, lijkt het zeer aannemelijk dat deze 30% flink wordt overschreden. Klopt dat? En zo ja, kunnen wij hier recente cijfers van krijgen? En wat betekent dit voor de veilige woonafstand? Hoe groot is de stralingszone bij de huidige cijfers? En wat zijn de effecten hiervan op de volksgezondheid? (a)Gelet op de ontwikkelingen die sowieso al op dit vlak op Brachterbeek aankomen, zoals vernieuwing en uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk van TenneT, de extra masten en lijnen die hier gemoeid zijn, de ontwikkelingen op het Clauscentrale terrein, de hiermee gemoeide impact op de volksgezondheid en stijging van het aantal verkeersbewegingen rijst de vraag waarom ook alle ontwikkelingen zoals beschreven in dit rapport naar deze locatie toe moeten komen? Immers, de eindgebruikers bevinden zich niet in Maasbracht, Maasgouw of zelfs MiddenLimburg. (b) Brachterbeek mag dan wel een energieknooppunt in de achtertuin hebben liggen, maar zou het niet veel logischer zijn om

(a) Maasbracht-Brachterbeek is al jarenlang één van de grootste energieknooppunten van Nederland door de aanwezigheid van de Clauscentrale van RWE en de hoogspanningsstations van Tennet en het is de verwachting dat dit in de komende decennia ook zo zal blijven. Door RWE zijn al grote investeringen in de bouw van de eenheid Claus C gedaan en Tennet investeert fors in de vernieuwing van het 380 en 150 kV station en de opwaardering van hoogspanningsverbindingen. In het onderzoeksrapport wordt uitgelegd waarom het Clausgebied op weg naar 2050 (klimaatdoelen) een belangrijk knooppunt zal blijven. Ook wordt in het rapport uitgelegd dat bepaalde grote energieontwikkelingen juist op dit gebied afkomen omdat hier al een grote elektriciteitscentrale aanwezig is en omdat dit gebied nu al een groot knooppunt in het hoogspanningsnetwerk is. Dat maakt grote energieontwikkelingen zoals de verduurzaming van de Clauscentrale en de verzwaring van het hoogspanningsnetwerk onontkoombaar voor Maasbracht-Brachterbeek. Met het oog op de opties die er zijn om een elektriciteitscentrale zoals de Clauscentrale te verduurzamen (afvangen en afvoeren van CO2 of gaan stoken op waterstof) is het ook logisch dat er een aftakking van de Delta Rhine Corridor naar de Clauscentrale in beeld is gekomen.

De eindgebruikers van de elektriciteit die in Maasbracht-Brachterbeek wordt geproduceerd en vanuit Maasbracht-Brachterbeek wordt verspreidt via het hoogspanningsnetwerk zijn woningen/huishoudens, bedrijven en industrie in Maasgouw, Midden-Limburg, Limburg en daar buiten.

(b) Voor drie grootschalige energieontwikkelingen (hoogspanningsnetwerk, verduurzaming Claus-centrale en Delta Rhine Corridor voor CO2 of waterstof) is uitgelegd waarom deze ontwikkelingen juist op het energieknooppunt Clausgebied afkomen. Voor twee andere grootschalige energie-ontwikkelingen die in beeld zijn gekomen (aanlanding windstroom vanaf zee in de vorm van een converter en waterstofproductie door elektrolyse) is het inderdaad nog de vraag of deze energie-ontwikkelingen Pagina 5 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

ontwikkelingen zoals de bouw van een converter voor de aanlanding van wind op zee, een electrolyser, etc. te situeren daar waar één van de grote eindverbruikers zich bevindt en waar de Delta Rhine Corridor toch al naar toe loopt: Chemelot? Daar kunnen dergelijke ontwikkelingen verder van de bebouwing gesitueerd worden waar dat hier direct naast een kern is. En via het hoogspanningsstation Graetheide kan stroom altijd nog naar Maasbracht getransporteerd worden om vanuit hier verder verdeeld te worden. Dus waarom zouden deze ontwikkelingen in Brachterbeek plaats moeten vinden?

persé bij het energieknooppunt Clausgebied gerealiseerd moeten worden. Die vraag moet nog beantwoord gaan worden in het VAWOZ traject dat door de Rijksoverheid doorlopen wordt. Er zou ook nog voor gekozen kunnen worden om de windstroom vanaf zee rechtstreeks via de Delta Rhine Corridor door te leiden naar Graetheide (Chemelot) en geen aparte aanlanding in Maasbracht te realiseren. Echter, de windstroom die op het energieknooppunt Clausgebied (met hoogspanningsverbindingen in vijf richtingen) gaat aanlanden zal niet alleen bedoeld zijn om door te leiden naar Graetheide/Chemelot. De eventuele realisatie van een elektrolyse-installatie zal alleen kunnen plaatsvinden als er ook windstroom vanaf zee in Maasbracht gaat aanlanden. Maar ook bij elektrolyse (waterstofproductie) is het nog de vraag of die persé bij het energieknooppunt Clausgebied moet plaatsvinden. Het zou kunnen dat dat daarvoor andere locaties in Nederland (bijvoorbeeld aan de kust) meer geschikt worden bevonden. Ook die vraag moet nog in het VAWOZ-traject onderzocht en beantwoord worden.

(c)Zou er in bestuurlijke overleggen niet een lobby richting gemeenten, provincie en rijk gestart kunnen worden om deze ontwikkelingen bij Chemelot te laten landen?

(c) Om de doelen van het Klimaatakkoord te halen zijn er grootschalige investeringen en ingrepen nodig in het nationale energie systeem. Een belangrijk onderdeel daarvan vormt het realiseren van grote parken met windmolens op zee en de aanlanding van deze stroom op het hoogspanningsnetwerk en de productie van waterstof d.m.v. elektrolyse. Daarbij wordt door de Rijksoverheid binnen het VAWOZtraject vanuit nationaal oogpunt bepaald waar convertersstations en elektrolyse-installaties het beste geplaatst kunnen worden. Daarbij zal het Rijk zich moeten laten leiden door een belangenafweging vanuit nationaal perspectief en kan het Rijk niet provinciale of lokale belangen laten prevaleren. Echter, bij de ruimtelijke inpassing van deze installaties (bijvoorbeeld bij het zoeken naar een geschikte locatie voor een convertersstation binnen zes kilometer rondom het hoogspanningsstation) zal het Rijk zich naar verwachting meer laten leiden door lokale (ruimtelijke) omstandigheden en belangen. Daarom richt de gemeente Maasgouw zich in de inspraakreactie over de NRD VAWOZ niet op de nationale afwegingen die leiden tot een keuze voor aanlandingspunten, maar wel op de vraag waar dat converterstation dan precies gelokaliseerd moet worden omdat het Rijk bij die afweging wel meer oog en oor heeft voor lokale (ruimtelijke) omstandigheden en belangen.

Pagina 6 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

7

8

NLM

NLM

De opdrachtgevers van dit rapport zijn de provincie, de gemeente Maasgouw en RWE. Via dit raadsvoorstel neemt de gemeenteraad een besluit, Gedeputeerde Staten neemt hierover een besluit en RWE zal deze toekomstvisie meenemen in hun beleid.

Raadsvo orstel en rapport,

Belangrijk voor de verdere ontwikkeling is het besluit van de Gedeputeerde Staten. Welk besluit is er genomen of gaan ze nemen? Als de gemeente in een Raadsvo bepaalde procedures geen orstel, bevoegd gezag is dan kan de pagina 4 gemeente in die procedure wel een reactie indienen bij het overheidsorgaan dat in die betreffende procedures bevoegd gezag is voor het nemen van besluiten.

Door het college van GS is op 21 mei jl. besloten om: 1. Kennis te nemen van het onderzoekrapport ‘Toekomstperspectief Clausgebied en omgeving’; 2. De conclusies en aanbevelingen mee te nemen in de uitwerking van de vervolgstappen; 3. Het onderzoeksrapport mee te nemen als belangrijke bouwsteen voor de nieuwe energievisie en het toekomstig (ruimtelijk) provinciaal beleid voor het Clausgebied en omgeving; 4. Nader uit te werken en te bezien wat de provinciale rol gaat zijn bij de vervolgtrajecten, mede naar aanleiding van overleg met de andere stakeholders en verantwoordelijke partijen, waaronder de gemeenten Maasgouw en Roerdalen, EZK en TenneT; 5. In te stemmen met bijgevoegde mededeling portefeuillehouder en deze aan Provinciale Staten te verzenden. In bijlage 2 is de mededeling opgenomen die gedeputeerde Van Caldenbergh hierover heeft gedaan aan Provinciale Staten.

(a) Wat wordt met reactie bedoelt omdat het meestal procedures zijn volgens weten regelgeving? Gaat de gemeente via een juridische procedure zienswijze, bezwaar, hoger beroep het besluit van de gemeenteraad verdedigen en opkomen voor de belangen van onze gemeente en onze inwoners?

(a) Als antwoord op deze vraag kan verwezen worden naar de juridische procedures die lopen binnen het programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (VAWOZ). Binnen de procedures die hierover lopen is de Rijksoverheid bevoegd gezag voor het nemen van besluiten. In het voorjaar 2024 heeft het Rijk een procedure gestart waarbij reacties ingediend kunnen worden op het concept van de Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De gemeente heeft binnen die procedure een inspraakreactie ingediend bij de Rijksoverheid. Als in de verdere VAWOZ-procedure opnieuw een (inspraak) reactie van de gemeente wordt gevraagd dat zal het college van B&W daarbij een reactie geven die in het verlengde ligt van het standpunt dat de gemeenteraad gaat innemen over het onderzoeksrapport Toekomstperspectief Clausgebied.

(b) Moet de gemeenteraad het college hiervoor mandateren?

(b) Of voor ieder besluit van het college van B&W in verdere procedures voor de energie-ontwikkelingen een specifiek mandaat van de raad nodig zal zijn is nog niet bekend en moet nog door de juristen van de gemeente uitgezocht worden (antwoord volgt later). Pagina 7 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

9

10

NLM

NLM

Naar aanleiding van uw zienswijze m.b.t. (NRD) VAWOZ heeft u het Brachterveld betiteld als een “no-go-area” met een open karakter en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten dat behouden moet worden.

Zienswij ze VAWOZ, pagina 2

Deze technische vraag is niet gericht op het raadsvoorstel maar op een onderwerp dat buiten de inhoud en reikwijdte van het raadsvoorstel en het onderzoeksrapport valt. Bij de disclaimers is aangegeven dat in het onderzoeksrapport geen uitspraken worden gedaan over het traject dat gaat lopen over het gemeentelijk beleid voor zon-op-land (evaluatie) en in het raadsvoorstel wordt daarover ook geen besluitvorming van de gemeenteraad gevraagd. Daarom wordt deze vraag in de procedure voor dit raadsvoorstel niet beantwoord.

Ook wordt er aangegeven dat er in het najaar een evaluatie komt t.a.v. dit raadsbesluit maar wat is momenteel het standpunt van het college m.b.t. het gemeentelijke beleid voor “zon-op-land als de convertor, elektrolyse verdere bedrijvigheid niet wordt gesitueerd in het Brachterveld ten zuiden van Brachterbeek? Het gebied waar de Raadsvo Deze technische vraag is niet gericht op het raadsvoorstel maar op een onderwerp dat buiten de inhoud vernieuwing en uitbreiding orstel en reikwijdte van het raadsvoorstel en het onderzoeksrapport valt. Bij de "disclaimers" is aangegeven van 150 kV naar 380 kV naar pagina 5 dat in het onderzoeksrapport geen uitspraken worden gedaan over de procedures die (gaan) lopen voor Graetheide moet plaats het hoogspanningsnetwerk en in het raadsvoorstel wordt daarover ook geen besluitvorming van de vinden daarvoor is maar een gemeenteraad gevraagd. Daarom wordt deze vraag in de procedure voor dit raadsvoorstel niet klein gebied een optie. Voor beantwoord en is dit een vraag die thuis hoort in een ander traject. deze vernieuwing en verzwaring van de 380 kV In algemene zin merken wij hierover op dat de inwoners van Brachterbeek niet alleen inwoners zijn van lijn heeft Tennet reeds de gemeente Maasgouw, maar ook van de provincie Limburg en Nederland.

Dat brengt met zich mee dat inwoners aan de Stationsweg zowel de gemeente, de provincie als de Rijksoverheid een verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van benaderd met de "hun" inwoners in procedures voor energie-ontwikkelingen. De "ondersteuning" van inwoners krijgt kennisgeving dat er daarbij gestalte in het informeren van inwoners en het bieden van mogelijkheden om mee te praten mogelijke ontwikkelingen en te participeren bij de voorbereiding van besluitvorming over energie-ontwikkelingen. Per procedure wordt bepaald welke overheid "bevoegd gezag" is voor de besluitvorming en daarmee ook kunnen komen die mogelijk verantwoordelijk voor het informeren en betrekken van inwoners bij deze besluitvorming. In de vergaande gevolgen hebben voor deze inwoners. procedures voor het hoogspanningsnetwerk liggen deze verantwoordelijkheden bij het Rijk en de provincie als bevoegd gezag voor besluitvorming in deze procedures. We weten dat de provincie hierin de verantwoordelijke Pagina 8 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

overheid is die opdracht gevend is aan Tennet.

11

NLM

Hoe gaat de gemeente deze inwoners ondersteunen het gaat tenslotte om inwoners van Maasgouw? Welke rol of taken neemt de gemeente hierin of welke eventuele voorwaarden m.b.t. deze uitbreiding worden genomen gezien de vergaande consequenties voor bewoners aan de stationsweg die door Tennet reeds benaderd zijn? Door het bewonersplatform is Raadsvo (a) Zoals eerder aangegeven vinden wij als college "veiligheid, milieu en gezondheid" zeer belangrijke om een nulmeting orstel, aspecten bij het beoordelen van de de energieontwikkelingen die op Maasbracht-Brachterbeek en betreffende pagina 5 omgeving af gaan komen. Wij vinden dat dit niet alleen een verantwoordelijkheid is van de gemeente, elektromagnetische straling maar ook van de Rijksoverheid en de provincie. Ook vinden wij dat initiatiefnemers van energieen de huidige ontwikkelingen (zoals Tennet en RWE) in procedures en daarmee gepaard gaande onderzoeken moeten gezondheidseffecten aantonen op welke manier zij voldoen aan de wetten en regels die zijn opgesteld om de milieukwaliteit gevraagd en als antwoord is en de gezondheid van bewoners te beschermen. gegeven dat het Rijk, de provincie en TenneT hiervoor Zoals eerder aangegeven is Tennet initiatiefnemer voor de energieprojecten die zich richten op het aansprakelijk zijn.

hoogspanningsnetwerk en zijn het Rijk en de provincie het "bevoegd gezag" binnen de procedures die hierover (gaan) lopen. Daarom spreken wij vanuit de gemeente deze instanties aan op hun verantwoordelijkheid om bewoners te informeren en te betrekken bij besluitvorming én om (a) We begrijpen het dilemma daar waar nodig (in aanvulling op onderzoeken en metingen die al zijn verricht) onderzoek of maar waarom neemt het metingen te laten doen die moeten aantonen of er wordt voldaan aan wetten en regels die de college van de gemeente Maasgouw hierin niet de kwaliteit van het leefmilieu en de gezondheid van bewoners beschermen. mogelijkheid om voor het In dit verband wijzen wij erop dat op 13 mei jl. twee inloopbijeenkomsten in Brachterbeek zijn geweest welzijn en de gezondheid van de inwoners een actieve rol te waarbij experts van het ministerie van EZK, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), provincie, Tennet en het bureau DNV aanwezig zijn geweest om informatie en uitleg te geven over spelen bijvoorbeeld om de elektromagnetische straling en gezondheidsaspecten rondom hoogspanningsstations en - verbindingen en GGD een rol te geven t.a.v. de gezondheidsrisico’s m.b.t. om vragen daarover van inwoners te beantwoorden.

Dit zijn ook de instanties die in heel Nederland de opeenstapeling van verantwoordelijk zijn voor onderzoek en advisering over het hoogspanningsnetwerk en/of de besluitvorming daarover. Daarmee zijn dit ook de aangewezen instanties om te beoordelen in hoeverre overlastfactoren zoals elektromagnetische straling, er in aanvulling op onderzoeken en metingen die elders in Nederland al hebben plaatsgevonden nog extra onderzoek en metingen voor Maasbracht-Brachterbeek nodig zijn. geluid, fijnstof en uitstoot RWE? Pagina 9 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

Als we kijken naar de gemeenschappelijke gezondheidsdiensten (GGD) dan zien wij dat deze diensten zich richten op gezondheidskundige aspecten en risico's in algemene zin, maar niet zijn gespecialiseerd in elektromagnetische straling. Verder kan worden opgemerkt dat over milieukwaliteit (fijnstof, stikstof, geluid) en gezondheidsrisico's (cijfers over het voorkomen van bepaalde ziekten en aandoeningen in bepaalde gebieden) al veel openbare gegevens online beschikbaar zijn. Daarom vragen we ons als college af welke informatie een onderzoek van de GGD naar de situatie in Brachterbeek kan toevoegen aan de informatie die hierover al beschikbaar is. Echter, als er door een meerderheid binnen de gemeenteraad verwacht wordt dat een specifiek onderzoek door de GGD naar de gezondheidsrisico's in Brachterbeek meerwaarde kan bieden dan zijn wij als college vanzelfsprekend bereid om bij de GGD Noord- en Midden-Limburg na te vragen wat de GGD in dit verband voor onze gemeente kan betekenen (en welke kosten aan dat onderzoek verbonden zijn). Op basis van het antwoord van de GGD zou de raad dan een besluit hierover kunnen nemen. (b) Wat gaat de gemeente betekenen om de gezondheid van onze inwoners te borgen en goed te kunnen monitoren?

12

NLM

De provincie heeft een initiatief genomen tot een SMR alliantie. In de voorliggende studie zijn SMR’s niet meegenomen. Is het college wel op de hoogte van de conclusies van het haalbaarheidsonderzoek rondom SMR’s in Limburg en

Rapport , blz 3, status en disclaim er

(b) ) Er gelden in Nederland wetten en regels die de kwaliteit van de leefomgeving, inclusief de kwaliteit van het leefmilieu (en daarmee samenhangende gezondheidsaspecten) bij ruimtelijke ontwikkelingen moet waarborgen. Daarbij vormt de Omgevingswet één van de belangrijkste wettelijke kaders. Binnen dit kader hebben zowel Rijksoverheid, provincie als gemeente verantwoordelijkheden. Er moet nog duidelijk worden welke specifieke energie-ontwikkelingen op het Clausgebied en omgeving af gaan komen, welke procedures daarvoor gevolgd moeten worden en welke overheid binnen deze procedures bevoegd gezag is. In die procedures moeten initiatiefnemers op grond van onderzoek laten aantonen dat voldaan wordt aan de wet- en regelgeving voor de borging van de kwaliteit van het leefmilieu en de daarmee samenhangende gezondheidsaspecten van bewoners. Vervolgens moet het bevoegd gezag (Rijk, provincie of gemeente) op basis van de onderzoeksresultaten beoordelen of daarmee wordt voldaan aan de wetten en regels die hiervoor gelden. Om de gezondheid te monitoren kan gebruik worden gemaakt van de (openbare) gegevens die hierover al beschikbaar zijn. Als er een meer gedetailleerde monitoring voor Brachterbeek gewenst is dan zal er eerst een zogenaamde "nulmeting" gedaan moeten worden.

Als een meerderheid van de raadsleden een dergelijke "nulmeting" en een daaropvolgende monitoring wenselijk vindt dan kan ook hiervoor aan de GGD worden gevraagd wat ze in dit verband voor de gemeente kunnen betekenen (en welke kosten daaraan verbonden zijn). Op basis van het antwoord van de GGD zou de raad hierover dan een besluit kunnen nemen. Op pagina 5 van het rapport staat "de haalbaarheid van SMR’s in Nederland dient eerst nog te worden aangetoond via de lopende nationale SMR-programma-aanpak én het aanvullende provinciaal haalbaarheidsonderzoek". Het college is niet op de hoogte van de conclusies van dit onderzoek omdat dit onderzoek nog loopt en er nog geen conclusies over de haalbaarheid beschikbaar zijn.

Pagina 10 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

is de Clauscentrale daarin is opgenomen? 13

NLM

(a) Uit de opstelling van RWE blijkt duidelijk dat er geen kleine kerncentrale mogelijk is. Maar naar de toekomst weten we dat deze mogelijkheid gezien de verdere ontwikkeling wel mogelijk kan zijn op het Clauscentrale terrein of zijn omgeving.

Rapport , blz 3 Status en Disclaim er

(b) Is het college zich ervan bewust dat als er een elektrolyse op het terrein van de Clauscentrale wordt gerealiseerd dat het een kleine stap is naar een SMR? Is het voor de toekomst dan ook niet belangrijk om hierop te anticiperen en hierover beleid op te stellen en niet alleen voor een SMR maar ook voor het plaatsen van windmolens?

14

NLM

Opdracht was “Ontwikkel meerdere (3 tot 5) ruimtelijk en inhoudelijk uitgewerkte toekomstscenario’s voor de toekomst van de Clauscentrale”.

(a) Het is niet duidelijk waar NLM de constatering op baseert dat er in de toekomst een kleine kerncentrale op het Clauscentrale terrein mogelijk kan is. Dat blijkt niet niet uit het onderzoeksrapport en ook niet uit het raadsvoorstel dat door het college aan de raad is voorgelegd. Als RWE als eigenaar van het Clauscentrale-terrein daar geen kerncentrale wil toestaan dan is naar opvatting van de college de kans erg klein dat er een kerncentrale op het Clauscentrale-terrein gerealiseerd gaat worden.

(b) De redenering van NLM dat het na de realisatie van elektrolyse maar een kleine stap zal zijn naar naar een SMR (kleine kernreactor) op het terrein van de Clauscentrale wordt om meerdere redenen als onlogisch en daarmee ook als niet realistisch beschouwd. In de eerste plaats omdat RWE als eigenaar van het Clauscentrale-terrein geen SMR op het terrein wil. In de tweede plaats omdat de eventuele realisatie van een elektrolyse-installatie veel ruimte in beslag zal nemen op het Clauscentrale-terrein (naast de ruimte die al nodig is voor de elektriciteitscentrale) waardoor er (te) weinig ruimte resteert voor een SMR op dit terrein. In de derde plaats wijzen wij erop dat SMR's vooral een meerwaarde hebben op locaties waar de vraag naar elektriciteit erg groot is (zoals bij Chemelot), maar niet bij de locaties waar het aanbod van elektriciteit al erg groot is (zoals op het energieknooppunt Clausgebied). Als er door de Clauscentrale al een grote hoeveelheid elektriciteit wordt geproduceerd (1300 MW) en er door de aanlanding van windstroom vanaf zee er nog een grote hoeveelheid extra elektriciteit beschikbaar komt (2 GW / 2000 MW) dat heeft een SMR (tot circa 300 MW) hier relatief weinig meerwaarde en het plaatsen van windmolens (3-4 MW) maar nauwelijks meerwaarde.

Juist de aanlanding van wind van zee (via een) convertersstation zal de stroom moeten leveren die nodig is voor elektrolyse. En zonder aanlanding van wind op zee zal er ook geen elektrolyse bij het energieknooppunt Maasbracht komen. Het formuleren van beleid voor SMR's wordt nog weinig zinvol geacht zo lang de haalbaarheid daarvan nationaal, provinciaal en lokaal nog niet is aangetoond. Voor windmolens is er al beleid op basis van de Regionale Energie Strategie en de Omgevingsvisie. Rapport , blz 16

De volledige hoofdvraag van de onderzoeksopdracht luidt: "Ontwikkel meerdere (3 tot 5) ruimtelijk en inhoudelijk uitgewerkte toekomstscenario’s voor de toekomst van het Clauscentrale gebied en haar directe omgeving in 2030, 2040 en 2050 en destilleer daaruit in nauwe samenspraak met de opdrachtgever een waarschijnlijk en daarmee voor de opdrachtgever en begeleidingscommissie richtinggevend toekomstperspectief." De betreffende (drie) toekomstsscenario's worden in deel 3 van het rapport onder het hoofdstuk "ontwikkelrichtingen" toegelicht. Deze zijn ook toegelicht en besproken op de tweede participatiebijeenkomst. Uit deze drie ontwikkelrichtingen (scenario) is het uiteindelijke toekomstperspectief Pagina 11 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

15

16

NLM

NLM

Wat zijn concreet deze (3 tot 5) ruimtelijk en inhoudelijke uitwerkingen? Binnen cluster 1 en 2 zijn Rapport er nu en naar de toekomst , blz 17 ontwikkelingen die een grote belasting geven op de straten van Brachterbeek en Maasbracht. In hoeverre anticipeert het college hierin alvast met een visie t.a.v. de ontsluiting van het verwachte drukke bouwverkeer in deze verdere ontwikkeling die voornamelijk de Voortstraat, Kempweg, Hoofdstraat, Kloosterstraat en Brouwerstraat en ook verder nog de Kerkstraat, Kruisweg, St. Joosterweg en het Ei van St. Joost belasten? Voor deze verdere Rapport ontwikkelingen kunnen we , blz 17 vaststellen dat er in het rapport als uitgangspunt is meegenomen dat het schakelstation naar de toekomst niet toekomstbestendig is en dat er mogelijk een noodzaak ontstaat voor een extra 380kV hoogspanningsstation met bijbehorende ruimteclaim binnen of buiten het cluster te realiseren. Binnen het cluster is geen optie en in het Brachterveld ten zuiden van Brachterbeek ziet het

gedestilleerd dat in deel 1 van het onderzoek wordt beschreven. Het toekomstperspectief komt daarmee in plaats van de ontwikkelrichtingen (scenario's) en die die hebben daardoor geen status meer hebben en als vervallen kunnen worden beschouwd. Voor cluster 1 (Clauscentrale-terrein van RWE) is nu nog niet precies te voorzien welke grootschalige ontwikkelingen daar in de komende jaren gaan plaatsvinden en welke verkeers- en vervoersbewegingen daarmee samengaan. Dat maakt het weinig zinvol om daar nu al met een visie op te anticiperen. Voor de komende jaren wordt alleen de plaatsing van zonnepanelen op het terrein verwacht en de vijfjaarlijkse revisies. De grote bouwprojecten die voor de langere termijn op het Clauscentrale-terrein worden verwacht betreffende de bouw van een CCS-installatie (afvang CO2) of de omschakeling van aardgas naar waterstof. De keuze hiervoor moet door RWE nog gemaakt worden en dat hangt ook af van de beslissingen die nog genomen moet worden door de Rijksoverheid over de de realisatie van de Delta Rhine Corridor en de eventuele aftakking naar het energieknooppunt Maasbracht. Pas als de procedures voor deze nieuwe bouwontwikkelingen gaan lopen komen de benodigde onderzoeksgegevens over de verkeers- en vervoersbewegingen beschikbaar en kunnen besluiten worden genomen over de toekomstige ontsluiting van het RWE-terrein.

Bij cluster 2 gaat het om de hoogspanningsstations van Tennet. Zoals bekend worden deze stations in de komende jaren vernieuwd. Er loopt al geruime tijd overleg tussen gemeente en Tennet over de afwikkeling van het bouwverkeer en over de maatregelen die daarvoor nodig zijn. Door Tennet zijn ook alle verkeersmaatregelen die de gemeente heeft gevraagd uitgevoerd. Daarbij is het een belangrijke doelstelling om het bouwverkeer zoveel als mogelijk buiten de kern Brachterbeek te houden. De redenering die aan deze vraag ten grondslag ligt klopt niet helemaal. De huidige 380kV en 150kV stations bij Brachterbeek worden in de komende jaren volledig vernieuwd en zijn daarna weer toekomstbestendig voor lange tijd. Echter, als er er binnen het VAWOZ-traject uiteindelijk door het Rijk wordt besloten om bij het 380 kV station Maasbracht ook een convertersstation neer te zetten (om de stroom van windmolens op zee te laten aanlanden) dan moet ook onderzocht worden of dit vernieuwde 380kV station de verdeling van deze extra stroom (2 GW) aan zal kunnen. Op dit moment is het de verwachting bij Tennet dat het vernieuwde 380 kV station dit aan zal kunnen, maar als uit nader onderzoek blijkt dat toch een nieuw 380 kV station hiervoor nodig is dan moet daarvoor ruimte gezocht worden in het zoekgebied voor een nieuwe, derde energiecluster.

Of met andere woorden: dan moet in dit nieuwe, derde energiecluster niet alleen een convertersstation gerealiseerd worden maar ook een hoogspanningsstation. In het raadsvoorstel is aangegeven dat het college van B&W als standpunt heeft dat nieuwe energieontwikkelingen alleen gerealiseerd zouden mogen worden in één van de twee bestaande energie-clusters of in het nieuwe, derde energiecluster (en dus niet in gebieden buiten deze clusters). Voor het nieuwe, derde energiecluster zijn in het rapport twee zoekgebieden opgenomen; het zoekgebied Maasgouw en het zoekgebied Roerdalen. Daarover heeft het college van B&W aangegeven dat er grote zorgen bestaan en bezwaren zijn tegen het zoekgebied Maasgouw en dat de voorkeur uitgaat naar het zoekgebied Roerdalen. Pagina 12 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

17

18

NLM

NLM

college deze noodzakelijke uitbreiding niet zitten. Hoe denkt het college er over als deze noodzakelijke uitbreiding van het nieuwe schakelstation gesitueerd wordt buiten het cluster tussen het 150 kV station en Rijksweg? Waar zou deze dan moeten komen? Concreet gaat het Rapport vooralsnog om één of , Blz 21 maximaal twee convertorstations van ca 5,5 hectare per stuk. Waarom wordt hierbij het werkgebied (om de convertor) van 2 hectare niet meegenomen? Want we spreken dan over een gebied van 7,5 hectare voor één convertorstation of 15 hectare voor twee convertorstations. Het DRC wordt als een Rapport serieuze component in de Blz. 22 toekomst beschouwd. Het DRC-traject en de eventuele aftakking naar de Clauscentrale moeten voor 2030 gereed zijn zie het (PHE) programma energie hoofdstructuur, 2024.

In het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) worden indicaties gegeven voor het ruimtebeslag van onderdelen van het energiesysteem. Daarbij is de indicatie van het ruimtebeslag van een converterstation 5,5 hectare en daarom is deze indicatie ook in het onderzoeksrapport aangehouden. De beide zoekgebieden voor het nieuwe, derde energiecluster die in het onderzoeksrapport worden aangeduid hebben een omvang ruim 50 hectare en zouden dus ruimschoots ruimte moeten bieden voor één of twee convertersstations (ook als voor het ruimtebeslag geen 5,5 maar 7,5 hectare per converters-station is). In het verdere VAWOZ-traject en de onderzoeken die daarmee gepaard gaan zullen er nadere indicaties en onderbouwingen moeten komen voor het ruimtebeslag van converterstations.

Nee, over de realisatie van de Delta Rhine Corridor (DRC) en een eventuele aftakking van de DRC naar de Clauscentrale bestaat nog geen duidelijkheid. Eerst zal nog besluitvorming moeten plaatsvinden over de realisatie van de DRC (en de aftakking naar de Clauscentrale) en over de realisatie het aanlandingspunt voor Wind op Zee in Maasbracht en over de locatie van het daarmee gepaard gaande convertersstation. Aan de hand daarvan kan pas bepaald gaan worden waar de definitieve tracés van de stroomverbindingen en buisleidingen komen te liggen. Op pagina 25 van het rapport wordt wel al de "indicatieve aftakking elektrische routes vanaf DRC naar 380kV-stations in Maasbracht" getoond zoals die is opgenomen in de NRD VAWOZ en op pagina 21 van het rapport wordt ook een indicatie gegeven van mogelijke routes. Maar over deze indicaties bestaan nog geen zekerheden.

Is het voor het college van B&W duidelijk waar op grondgebied van de gemeente Maasgouw de aansluiting van de DRC naar de Clauscentrale gerealiseerd wordt? Pagina 13 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

19

NLM

Er wordt gestudeerd op opties om gelijkstroom van wind op zee door te zetten naar Duitsland. Op een participatieavond is door een voorlichter van RWE aangegeven dat het vergroenen van het Ruhrgebied een doelstelling is van RWE.

Rapport , blz 24

Kan voorbehoud worden gemaakt t.a.v. de vergunningverlening m.b.t. bouw van de electrolyse op het Clausterrein namelijk dat de waterstof enkel en alleen gebruikt wordt voor het stoken van de centrale en dat er uitgesloten wordt dat waterstof doorgezet wordt naar het Ruhrgebied?

20

Er wordt in het Rapport toekomstperspectief blz 25 aangegeven dat er binnen een straal van 6 km gezocht is voor het situeren van cluster 3. In dit rapport wordt cluster 3 alleen mogelijk gesitueerd in de gemeente Maasgouw en gemeente Roerdalen. Wat zijn de inhoudelijk en ruimtelijke redenen waarom er niet gezocht is binnen deze volledige 6 km van de clauscentrale. Bijvoorbeeld in de gemeenten Echt-

Het nu al vooruitlopen op eventuele vergunningverlening voor elektrolyse is nog voorbarig. Er moeten immers nog tal van beslissingen op nationaal niveau genomen worden voordat de realisatie van elektrolyse in Maasbracht concreet gaat worden. Bovendien kan er pas elektrolyse komen bij het energieknooppunt Maasbracht gerealiseerd worden als ook de Delta Rhine Corridor (met een aftakking naar Maasbracht) is gerealiseerd en als er ook een aanlanding van Wind op Zee komt in Maasbracht (met een convertersstation) is gerealiseerd. Hiervoor moeten nog lange besluitvormingstrajecten doorlopen worden. De verwachting is dat (bij positieve) besluitvorming de realisatie van een convertersstation pas op zijn vroegst tussen 2030 en 2035 mogelijk zal zijn en daarna kan pas eventuele vergunningverlening voor elektrolyse (waterstofproductie) in Maasbracht aan de orde komen. Bovendien lijkt het om meerdere redenen geen realistisch scenario dat de Rijksoverheid de waterstof die in Maasbracht wordt geproduceerd alleen wil laten gebruiken voor de Clauscentrale of dat er een verbod komt om de waterstof door te zetten naar het Ruhrgebied. De elektrolyse-installatie voor waterstofproductie is immers bedoeld om te voorzien in de toekomstige behoefte van groene waterstof bij de industrie en het bedrijfsleven in Nederland.

Omschakeling van fossiele brandstoffen naar groene, duurzame energiebronnen (zoals groene waterstof) is nodig om in Nederland te doelen van het Klimaatakkoord te halen. Beperking van het gebruik van de waterstof tot de Clauscentrale is daarom niet in het belang van het behalen van de doelen van het Klimaatakkoord en daarom ligt het niet voor de hand dat de overheid dit in de vergunningverlening gaat opnemen. Omdat er in Nederland bij industrie en bedrijven een grote behoefte aan groene waterstof wordt verwacht is het ook de bedoeling om de waterstof te gebruiken om in die behoefte te voorzien en niet om in de eventuele behoefte van waterstof in het Ruhrgebied te voorzien. Bovendien wordt in Duitsland ook gewerkt aan plannen voor waterstof. Een toekomstig verbod door de Rijksoverheid voor de export van waterstof die in Maasbracht wordt geproduceerd (voor zover dat al wenselijk en mogelijk is) ligt daarom niet in de lijn der verwachtingen. Gedurende het onderzoekstraject is bij het opstellen van ontwikkelrichtingen (scenario's) gekeken naar mogelijke locaties voor een converterstation voor de aanlanding van wind op zee. Daarbij wordt voor aanlandingspunten voor wind op zee gezocht naar locaties die zo dicht mogelijk bij een hoogspanningsstation liggen.

Dit omdat bij een grotere afstand de kosten van de stroomverbinding tussen converterstation en hoogspanningsstation toenemen en ook de ruimtelijke impact van de werkzaamheden die gepaard gaan met de aanleg van deze verbinding. Daarbij betreft de straal van zes kilometer een maximale afstand. Bij de bespreking van de ontwikkelrichtingen/scenario's is er gebleken dat er veel verzet is tegen een convertersstation dicht bij de bebouwing van de dorpskern Brachterbeek. Daarom is er in een volgende fase van het onderzoek een zoekgebied in beeld gekomen dat een stuk verder van de kern Brachterbeek ligt tussen de Rijksweg en de A73. Dat is het zogenaamde zoekgebied "Maasgouw" dat in het rapport staat vermeld. Ook is in deze fase het zoekgebied "Roerdalen" (bij het milieu- en afvalstation Montfort) in beeld gekomen. Ook is er in deze fase nog gekeken naar een derde zoekgebied bij bij het "Ei van Sint Joost" (tussen A2 en A73) maar van die locatie is gebleken dat er te weinig ruimte zou zijn om een converterstation te realiseren omdat er ook rekening moet worden gehouden met de hoogspanningslijnen die dat zoekgebied doorkruisen. Daarom is dit zoekgebied weer afgevallen. Pagina 14 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

Susteren, Roermond of Leudal?

21

VVD

In de kern Brachterbeek is er grote ongerustheid en zorg ontstaan bij de bewoners en omwonenden omtrent het toekomstperspectief van het Clausgebied . Het betreft het Magnetisch veld of straling van hoogspanningsmasten door de verhoging van 150kv naar 380kv of de Converter die daar gepland zijn .

22

VVD

23

VVD

Vraag; Zijn er onderzoeken gedaan of rapporten beschikbaar waaruit/waardoor deze ongerustheid enigszins kan worden weggenomen? En zo ja waar zijn die te vinden en/of zijn die door ons in te zien? Welke specifieke maatregelen zullen worden genomen om de betrokkenheid van inwoners te waarborgen in de besluitvormingsprocessen rondom de energieontwikkelingen in het Clausgebied? Hoe zal de gemeente Maasgouw de communicatie en informatievoorziening

Een ander belangrijk element dat bepalend is bij de zoektocht naar een locatie voor een converterstation is de ligging ten opzichte van de Delta Rhine Corridor. Omdat de stroomverbinding van de wind op zee vanuit de DRC naar het convertersstation moet worden geleid en omdat er vanuit het converterstation weer een verbinding nodig is naar het hoogspanningsstation Maasbracht ligt het zoekgebied voor een convertersstation idealiter in het gebied tussen het hoofdtracé van de Delta Rhine Corridor en het hoogspanningsstation Maasbracht. Met het oog daarop ligt het zoekgebied Roerdalen in het onderzoeksrapport gunstiger dan het zoekgebied Maasgouw. Het deel van de vraag dat zich richt op de straling van hoogspanningsmasten is niet gericht op het raadsvoorstel maar op een onderwerp dat buiten de inhoud en reikwijdte van het raadsvoorstel en het onderzoeksrapport valt. Bij de "disclaimers" is aangegeven dat in het rapport geen uitspraken worden gedaan over de procedures die (gaan) lopen voor het hoogspanningsnetwerk en in het raadsvoorstel wordt daarover ook geen besluitvorming van de gemeenteraad gevraagd. Daarom wordt deze vraag in de procedure voor dit raadsvoorstel niet beantwoord en is dit een vraag die thuis hoort in een ander traject en bij andere instanties dan de gemeente.

Bij de gemeente is verder niet bekend of er al onderzoeken zijn gedaan of rapporten beschikbaar zijn over de magnetische velden of straling van converters. Zoals bekend moeten in de procedures die lopen binnen het programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (VAWOZ) door het Rijk nog beslissingen genomen worden over de vraag of er in de omgeving van Maasbracht een aanlandingspunt met een convertersstation komt en zo ja, in welke gebied een dergelijk convertersstation dan gerealiseerd gaat worden. Als college hebben we ons in deze fase van het VAWOZ-traject vooral gericht op het verzet tegen het zoekgebied Maasgouw voor een convertersstation dat in het onderzoeksrapport vermeld staat, maar hebben we ons nog niet op andere aspecten (zoals magnetische velden en straling van converters). Als er in de verdere procedures door het Rijk besloten gaat worden om een aanlandingspunt VAWOZ in de buurt van het hoogspanningsstation Maasbracht te gaan realiseren (en duidelijk is wat de beoogde locatie van het converterstation zal zijn) onder meer verdiepen in de vragen die bij het Rijk neergelegd moeten worden over magnetische velden en straling.

In het onderzoeksrapport en het raadsvoorstel is uitgebreid ingegaan op de besluitvormingsprocedures die nog moeten gaan lopen voor de energieontwikkelingen in het Clausgebied en de rollen die overheden (Rijk, provincie en gemeente) en initiatiefnemers (RWE en Tennet) in deze procedures hebben. Per procedure wordt bepaald welke overheid "bevoegd gezag" is voor de besluitvorming en daarmee ook verantwoordelijk voor het informeren van inwoners en het betrekken van inwoners bij die besluitvorming (communicatie en participatie). Ook ligt er een verantwoordelijkheid voor initiatiefnemers van energie ontwikkelingen om inwoners hierover te informeren. Het voert in dit verband te ver om nader in te gaan op alle specifieke maatregelen die Rijk, provincie, gemeente (en initiatiefnemers) inzetten om de communicatie en participatie te organiseren. In het raadsvoorstel wordt toegelicht op welke manier de gemeente zijn verantwoordelijkheid neemt voor de communicatie en informatievoorziening richting inwoners over energieontwikkelingen. Daarbij wordt ook gewezen op de verantwoordelijkheden die andere overheden en initiatiefnemers hierbij Pagina 15 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

24

25

26

VVD

VVD

VVD

omtrent energieontwikkelingen verbeteren om de transparantie naar de inwoners te vergroten? Wat zijn de verwachte juridische en procedurele uitdagingen die de gemeente zal tegenkomen bij de ontwikkeling van het energieknooppunt Clausgebied, en hoe bereidt de gemeente zich voor om deze uitdagingen aan te pakken? Kunt u een toelichting geven hoe zoekgebied M voor de converter precies tot stand is gekomen.

Volgens de site van het RVO zijn er 3 VAWOZ bijeenkomsten geweest in 2020, 2021 en 2022. Is de gemeente aanwezig geweest

hebben. In de vraag van de VVD zit de veronderstelling dat de communicatie en informatievoorziening van de gemeente over de energieontwikkelingen voor verbetering vatbaar is en niet transparant genoeg is. Wij vernemen als college graag welke concrete verbeteringen de VVD doorgevoerd wil zien. Zoals in het rapport en het raadsvoorstel wordt vermeld lopen er op dit moment al juridische procedures voor de energie-ontwikkelingen die zich richten op het energieknooppunt Clausgebied. Deze procedures worden in de komende tijd voortgezet en er gaan ook weer nieuwe procedures starten. Per procedure moet bepaald gaan worden welke overheid "bevoegd gezag" is voor de besluitvorming binnen de procedure en dat bepaalt ook wat de rol van de gemeente binnen de procedures zal zijn. Er is binnen de gemeente een ambtelijke werkgroep ingesteld die de energieontwikkelingen en de bijbehorende juridische procedures gaat volgen en begeleiden en die ook voorstellen opstelt als er besluitvorming van college van B&W en gemeenteraad binnen de procedures is gevraagd. Gedurende het onderzoekstraject is bij het opstellen van ontwikkelrichtingen (scenario's) gekeken naar mogelijke locaties voor een converterstation voor de aanlanding van wind op zee. Daarbij wordt voor aanlandingspunten voor windstroom vanaf zee gezocht naar locaties die zo dicht mogelijk bij een hoogspanningsstation liggen.

Dit omdat bij een grotere afstand de kosten van de stroomverbinding tussen converterstation en hoogspanningsstation toenemen en ook de ruimtelijke impact van de de aanleg van deze verbinding. Daarbij betreft de straal van zes kilometer een maximale afstand. Bij de bespreking van de ontwikkelrichtingen/scenario's is er gebleken dat er veel verzet is tegen een convertersstation dicht bij de bebouwing van de dorpskern Brachterbeek. Daarom is er in een volgende fase van het onderzoek een zoekgebied in beeld gekomen dat een stuk verder van de kern Brachterbeek ligt tussen de Rijksweg en de A73. Dat is het zogenaamde zoekgebied "Maasgouw" dat in het rapport staat vermeld. Ook is in deze fase het zoekgebied "Roerdalen" (bij het milieu- en afvalstation Montfort) in beeld gekomen. Ook is er in deze fase nog gekeken naar een derde zoekgebied bij bij het "Ei van Sint Joost" (tussen A2 en A73) maar van die locatie is gebleken dat er te weinig ruimte zou zijn om een converterstation te realiseren omdat er ook rekening moet worden gehouden met de hoogspanningsverbindingen die dat zoekgebied doorkruisen. Daarom is dit zoekgebied weer afgevallen. Een ander belangrijk aspect dat bepalend is bij de zoektocht naar een locatie voor een converterstation is de ligging ten opzichte van de Delta Rhine Corridor.

Omdat de stroomverbinding van de wind op zee vanuit de DRC naar het convertersstation moet worden geleid en omdat er vanuit het converterstation weer een verbinding nodig is naar het hoogspanningsstation Maasbracht ligt het zoekgebied voor een convertersstation idealiter in het gebied tussen het hoofdtracé van de Delta Rhine Corridor en het hoogspanningsstation Maasbracht. Met het oog daarop ligt het zoekgebied Roerdalen in het onderzoeksrapport gunstiger dan het zoekgebied Maasgouw. De gemeente is ambtelijk en bestuurlijk aanwezig geweest op enkele (informatie) bijeenkomsten van het Rijk over het VAWOZ-traject (samen met vertegenwoordigers van andere gemeente en provincies) maar heeft in deze bijeenkomsten geen standpunt ingenomen over zoekgebieden voor convertersstations. De gemeente heeft pas voor het eerst een formeel standpunt ingenomen ten aanzien van het VAWOZ-traject (zoekgebied voor een convertersstation) bij de inspraakreactie NRD VAWOZ van april 2024. Pagina 16 van 17

Z/24/130474 - D/24/154871

27

VVD

28

LB

bij alle drie deze bijeenkomsten als belangrijke stakeholder. V.w.b. de converter waarom wordt is er een geen zoekgebied rondom het Hoogspanningsstation aan de Bergerweg in Geleen.

Het woonwagenkamp krijgt te maken met een verzwaarde 380 kv-leiding, boven hen. Is de gemeente hierover met hen in gesprek geweest? Zijn er onderzoeken gedaan naar de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van deze mensen?

In het onderzoeksrapport Toekomstperspectief Clausgebied is alleen gekeken naar het (binnen het programma VAWOZ) beoogde aanlandingspunt voor Wind op Zee dat gekoppeld moet worden aan het hoogspanningsstation Maasbracht. Daarvoor moet een converterstation binnen een straal van zes kilometer van dit hoogspanningsstation worden gerealiseerd en daarvoor noemt het rapport twee zoekgebieden; één in Maasgouw en één in Roerdalen. De vraag van de VVD is echter gericht op het (binnen het programma VAWOZ) beoogde aanlandingspunt voor Wind op Zee dat gekoppeld moet worden aan het hoogspanningsstation Graetheide (gemeente Sittard-Geleen). Daarover doet het onderzoeksrapport Toekomstperspectief Clausgebied geen uitspraken en daarover wordt ook geen besluitvorming van de gemeenteraad van Maasgouw gevraagd. Daarom wordt deze vraag in de procedure voor dit raadsvoorstel niet beantwoord. Algemee Deze vraag is niet gericht op het raadsvoorstel maar op een onderwerp dat buiten de inhoud en n reikwijdte van het raadsvoorstel en het onderzoeksrapport valt. Bij de "disclaimers" is aangegeven dat in het onderzoeksrapport geen uitspraken worden gedaan over de procedures die (gaan) lopen voor het hoogspanningsnetwerk en in het raadsvoorstel wordt daarover ook geen besluitvorming van de raad gevraagd. Daarom wordt deze vraag in de procedure voor dit raadsvoorstel niet beantwoord.

Provincie Limburg en Tennet zijn binnen de procedure voor de hoogspanningsverbinding MaasbrachtGraetheide de instanties die verantwoordelijk zijn voor het (laten) uitvoeren van de onderzoeken die eventueel nodig zijn én voor het organiseren van de informatievoorziening en de gesprekken met inwoners over de verzwaring van de hoogspanningsverbinding Maasbracht-Graetheide.

Pagina 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=f1f08d4e-fc26-48a1-b803-8a8f24255cb7