CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

151888-Kadernota 2025

01. Raadsvergadering 9 juli 2024, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Kadernota 20254.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Z/24/122949 - D/24/151888

Kadernota 2025

Maasgouw, juni 2024

Pagina 1 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

Inhoudsopgave 1. Inleiding

3

-Deel A2. Algemene beleidskaders

4

-Deel B3. Financiële uitgangspositie

11

Pagina 2 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

1. Inleiding Voorbereidingstraject Ter voorbereiding op de totstandkoming van deze Kadernota 2025 hebben twee themabijeenkomsten plaatsgevonden voor raadsfracties, college van B&W en ambtelijke organisatie. Hierin is vooruit gekeken naar de ontwikkelingen voor 2025 en volgende jaren. In de eerste themabijeenkomst van 12 maart 2024 zijn door de raadsfracties input en aandachtspunten aangeleverd voor de Kadernota 2025. Dit heeft geleid tot een lijst van onderwerpen die door meerdere fracties zijn ingebracht (‘A-lijst’). Daarnaast zijn er een aantal onderwerpen die alleen door individuele fracties zijn ingebracht (‘B-lijst’) en onderwerpen die voor kennisgeving konden worden aangenomen (‘C-lijst’). Ter voorbereiding op de 2e themabijeenkomst van 23 april 2024 is door het college een reactie geformuleerd op de hiervoor genoemde ‘A-lijst’ van onderwerpen. Deze reactie is in de themabijeenkomst toegelicht en besproken. Daarna heeft het college ook een reactie op de ‘B-lijst’ van onderwerpen aan de raadsfracties verzonden.

Opbouw Kadernota Deze Kadernota is opgebouwd uit twee delen: - Deel A bevat het beleidsmatige deel van deze Kadernota en beschrijft de beleidskaders die worden -

gehanteerd voor de Programmabegroting 2025. De basis daarvoor vormt de bespreking van de A-lijst van beleidsonderwerpen in de themabijeenkomst van april 2024. Deel B bevat het cijfermatige deel van deze Kadernota en laat een financiële foto zien waarin ook de gevolgen van de Meicirculaire 2024 zijn doorgerekend. In deze foto zijn de resultaten van de themabijeenkomsten niet verwerkt en er zijn ook nog geen beleidsmatige keuzes verwerkt. Daarmee is deel B niet kaderstellend, maar bevat het wel de financiële vertrekpunten op basis waarvan in de Programmabegroting 2025 de beleidsmatige keuzes gemaakt moeten gaan worden.

Pagina 3 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

-DEEL A2. Algemene beleidskaders Structureel sluitende begroting in alle jaarschijven (2025-2028) Ten tijde van de themabijeenkomsten met betrekking tot de Kadernota 2025 waren er nog veel onzekerheden met betrekking tot de financiële positie, waardoor het lastig was om te voorspellen hoe het financiële beeld zich ging ontwikkelen. Nu wordt het financiële beeld geleidelijk nader ingekleurd, doordat nadere inzichten beschikbaar zijn vanuit de ontvangen begrotingen van de verbonden partijen, de (structurele doorwerking van de) 1e Programmarapportage 2024 en de Meicirculaire 2024. Voor een nadere toelichting van het financieel perspectief wordt verwezen naar pagina 11. In de komende periode (eind juni – begin juli) vindt de inventarisatie en afweging van nieuw beleid plaats en de mogelijkheid om bestaand beleid te heroverwegen. Daarmee zijn vervolgens alle bouwstenen beschikbaar om de begroting 2025-2028 op te stellen inclusief het daarbij horende integrale afwegingsproces van allocatie van middelen. De meerjarige uitgaven moeten daarbij worden afgedekt door meerjarige inkomsten. Uitgangspunt is derhalve een structureel sluitende begroting in alle jaarschijven. Kader (1): Een structureel sluitende begroting in alle jaarschijven.

Beleidsarme begroting voor nieuw beleid De ontwikkeling van de structurele financiële positie blijft onzeker, mede ingegeven door de onzekerheid over uitwerking van Hoofdlijnenakkoord 2024 en de uitwerking van wettelijke taken. Op basis van de geschetste voorliggende ontwikkeling van de financiële positie en de daarmee gepaard gaande onzekerheid wordt voorgesteld om terughoudend om te gaan met (ruimtevragend) nieuw beleid. Hiervoor zijn 4 argumenten: • Uitvoeren bestaande ambities: Het uitspreken van ambities en daarvoor middelen ter beschikking stellen is nog geen garantie dat de voornemens daadwerkelijk meteen worden gerealiseerd. We worden daartoe beperkt qua uitvoeringscapaciteit van beschikbare gekwalificeerde medewerkers, verandervermogen, aansturing en extern benodigde uitvoeringspartners. Uitgangspunt is nl. dat we de werkzaamheden zoveel mogelijk binnen de bestaande organisatie en formatie uitvoeren. Inzet van externe inhuur wordt altijd gedegen afgewogen en vindt in principe alleen plaats voor werkzaamheden in de categorie ‘ziek-piek of specifiek’. Indien er dan jaarlijks aanvullende ambities worden geformuleerd en de uitvoering van de vorige nieuwe ambities nog in de startblokken staan, dan vindt er ‘stapeling’ van ambities plaats.

Gevolg zijn er dan in de zin van onvoldoende implementatie en ook kunnen de gerealiseerde beleidseffecten onvoldoende in kaart worden gebracht om daarmee effectiviteit te bepalen. • Realistisch ramen: Dit argument hangt nauw samen met uitvoering van bestaande ambities. Indien ambities te hoog worden ingezet in relatie tot de uitvoeringscapaciteit, wordt de begroting bij de planning onnodig ‘opgeblazen’. Door beperkte uitvoeringscapaciteit blijven er dan middelen (deels) onbesteed en worden doorgeschoven naar latere jaren waardoor de begroting feitelijk geen realistisch beeld weerspiegelt van de werkelijke situatie. Dit komt ook tot uitdrukking bij de saldo-overheveling bij de jaarrekening. • Financiële druk: Hoe meer ruimtevragende ambities aan de orde zijn, des te hoger wordt de financiële druk en daarmee de uitdaging om een structureel sluitende begroting te presenteren. Dat wil dus niet zeggen dat er ‘niets gebeurt’; integendeel. Het gaat er vooral om dat eerder in gang gezette ambities ook daadwerkelijk worden waargemaakt. Voor de begroting 2025 vindt de (ambtelijke) inventarisatie plaats van ruimtevragend nieuw beleid. Vanwege bovenstaande argumenten wordt daarbij bewust de insteek gekozen om een beleidsarme begroting als uitgangspunt te nemen. Te meer omdat alle ambities vanuit het coalitieprogramma al zijn vertaald.

We zijn terughoudend met nieuw beleid en beperken ons tot de noodzakelijke items en/of onderdelen waarvan de ontwikkeling al in gang is gezet. Wel kan het betekenen dat voor uitvoering van bestaande ambities en/of wettelijke taken sprake is van extra middelen. Pagina 4 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

• Flexibiliteit: Juist vanwege de eerdergenoemde onzekerheid en beperkte voorspelbaarheid van inkomsten uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds, is flexibiliteit een vereiste om schommelingen op te kunnen vangen. Kader (2): Inzet op een beleidsarme begroting en focussen op realisatie van de reeds in gang gezette ambities (uit het coalitieprogramma) en het op een adequaat niveau uitvoeren van wettelijke taken, waarbij we de bestaande organisatie en formatie zoveel mogelijk als uitgangspunt nemen. Dat resulteert in realistische uitvoering en bijbehorende ramingen.

Bezuiniging op bestaand beleid Voor de heroverweging bestaand beleid wordt voortgeborduurd op de inventarisatie die vorig jaar al heeft plaatsgevonden in het kader van heroverweging bestaand beleid. Daarbij zijn in principe geen posten uitgezonderd, dus ook niet de verbonden partijen en de wettelijke taken. Daarbij gelden voor de wettelijke taken en de verbonden partijen overigens wel beperkingen qua afhankelijkheden voor wat betreft het realiseren van bezuinigingen. Voor de begroting 2025 vindt ook deze inventarisatie van heroverweging bestaand beleid (ambtelijk) plaats. Daarbij worden de keuzes overigens wel moeilijker omdat effecten van besparingen zichtbaarder worden. Ook zullen de reeds ingeboekte besparingen tegen het licht worden gehouden op basis van voortschrijdend inzicht. Kader (3): Bezuinigingsmogelijkheden op bestaand beleid (inclusief bijbehorende gevolgen) worden geïnventariseerd. Of en in hoeverre eerder ingeboekte bezuinigingen (met name vanaf 2026) geëffectueerd moeten en kunnen worden, zal worden geëvalueerd.

Opties om inkomsten voor gemeenten te verhogen De oproep van de raad om opties te verkennen om inkomsten te verhogen (om daarmee financiële ruimte te creëren) wordt meegenomen bij heroverweging bestaand en nieuw beleid. Daarbij kijken we niet alleen naar nieuwe mogelijkheden (waarvoor al diverse suggesties vanuit de raad zijn gedaan), maar ook om bestaande inkomstenstromen mogelijk te vergroten. Daarbij zullen overigens ook de uitvoeringskosten en eventuele andere bijkomende kosten in kaart moeten worden gebracht om een goede afweging te kunnen maken. Kader (4): De mogelijkheden om extra inkomsten te genereren worden geïnventariseerd.

Verbonden partijen Op 28 mei zijn de begrotingen 2025 van de verbonden partijen voor zienswijze aan de raad voorgelegd. Ondanks de eerdere zienswijze bij de begroting 2024, is er (mede door autonome ontwikkelingen van loonsverhogingen en indexeringen) voor 2025 sprake van kostenverhogingen. Voor de begrotingen van de verbonden partijen van 2025 is de zienswijze ingebracht om bij de begroting 2026 een beleidsarme begroting in te dienen. Daarmee kan de kostenstijgingen beter beheersbaar worden gehouden, vinden scherpere afwegingen plaats en worden verbonden partijen meer geacht om mee te bewegen in de besparingsopgave. Voor de daadwerkelijke effectuering van de zienswijze van Maasgouw, zijn we afhankelijk van de overige participerende gemeenten in de GR. Indien het AB de zienswijze niet overneemt, dan zijn we als gemeente verplicht om ons te conformeren aan de gemeentelijke bijdrage zoals die verschuldigd is op basis van besluitvorming van de meerderheid van de deelnemende gemeenten. Kader (5): De begrotingen 2025 van de verbonden partijen zijn conform de uitgangspunten in de kadernota 2025 van de verbonden partijen voor zienswijze voorgelegd.

Om de kostenstijging beheersbaar te houden, is voor het meerjarenperspectief vanaf 2026 aan de gemeenschappelijke regelingen in de zienswijze verzocht om voor 2026 en volgende jaren een beleidsarme begroting op te stellen, danwel nieuw (ruimtevragend) beleid te bekostigen uit de bestaande begroting. Pagina 5 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

Kosten van huisvestingsplan onderwijs (en overige beheerplannen) We constateerden dat het de door de raad op 12-7-2022 vastgestelde Integraal Huisvestingsplan (Onderwijs) (IHPO) een substantiële financiële claim op middelen legt in de toekomst. De raad roept op om dit IHPO kritisch te bezien. Het college begrijpt de achtergrond van deze kritische houding. Naast de inventarisatie schetst de vaststelling van het plan een algemeen (financieel) kader en geeft een doorkijk van de toekomstige investeringsbedragen. Voor de daadwerkelijke votering van de investeringsbedragen worden separate raadsvoorstellen voorgelegd, waarbij tevens wordt gekeken naar de noodzaak van de desbetreffende investering in relatie tot de bouwkundige staat van onderhoud, actuele kosten en eventuele meekoppelkansen qua verduurzaming (werk-met-werk maken). Dit kan resulteren in afwijking van investeringsbedragen, timing en volgorde van de in het IHPO geschetste doorkijk. Dit geldt overigens niet alleen voor het IHPO, maar ook voor investerings- en onderhoudsbedragen die voortvloeien uit de overige vastgestelde beheerplannen (denk aan GRP, beheerplan gebouwen, nautische voorzieningen, kunstwerken, verlichting). Kader (6): De raad stelt (diverse) beheerplannen kaderstellend vast voor een periode van 4 jaar inclusief financiële kaderstelling op basis van het gewenste kwaliteitsniveau.

Bij de uitvoering van de beheerplannen wordt altijd de daadwerkelijke situatie op basis van de meest actuele inzichten en (onderhouds-)toestand als uitgangspunt genomen voor de uitvoering van de werkzaamheden en bijbehorende uitgaven.

Meer inkomsten door meer inwoners en meer woningen Het inwoneraantal van de gemeente wordt beïnvloed door demografische factoren (het aantal geboorten en het aantal overlijdens), door vestiging en vertrek van inwoners (inwoners die binnen Nederland verhuizen) en door mensen die zich hier komen vestigen vanuit het buitenland (immigratie) of vertrekken naar het buitenland (emigratie). Dit zijn factoren die lastig door de gemeente zijn te beïnvloeden. In 2021 is in de gemeente een enquête gehouden onder nieuwe inwoners en bestaande inwoners wat de redenen zijn om in Maasgouw te komen en blijven wonen (vestiging en vertrek). Daaruit is gebleken dat de "beschikbaarheid van geschikte woningen" inderdaad een belangrijke reden is voor mensen om binnen Maasgouw te komen of blijven wonen. Maar, er spelen ook andere redenen een belangrijke rol zoals sociale binding (dicht bij familie, vrienden wonen), het dicht bij het werk wonen en de aanwezigheid van natuur en groen. Vanwege het bovenstaande voeren wij als gemeente al jarenlang een beleid om de bouw van woningen zoveel mogelijk te bevorderen. Maar daarbij bestaat een grote afhankelijkheid van projectontwikkelaars, woningcorporaties en particulieren die woningen bouwen omdat we zelf als gemeente geen actief grondbeleid voeren en ook geen woningen bouwen.

Bovendien kunnen we niet zo maar overal bouwen (andere ruimteclaims in Omgevingsvisie) en zijn we als gemeente ook gebonden aan regionale afspraken die zijn gemaakt in de Structuurvisie Wonen. Kader (7): Het is een zeer onzekere optie om de inkomsten van de gemeente te verhogen door woningbouw, omdat het inwoneraantal en het aantal woningen dat wordt gebouwd bepaald wordt door een reeks van factoren die maar deels door de gemeente zijn te beïnvloeden. Bovendien genereren extra woningen en inwoners weliswaar meer inkomsten, maar staan daar ook toenemende kosten tegenover.

Reservepositie Onze algemene reserve bedraagt circa € 21 mln. Dit bedrag is inclusief de uitname voor claims vanuit de begroting 2024 en inclusief de toevoeging van het positief rekeningsaldo 2023 volgens het voorliggende bestemmingsvoorstel in de raad van 9 juli 2024.

Pagina 6 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

Beginstand Algemene Reserve 1-1-2024

€

27.051.370

Strategische visie

€

-75.000

Dienstverlening algemeen

€

-50.000

MER SD capaciteit Wmo

€

-40.000

Inzet 2e dorpscontactpersoon

€

-55.300

MER SD prioritering caseload werk

€

-80.000

Gemeenschapsaccommodaties

€

-5.000.000

Huisvesting onderwijs

€

-2.224.000

MER OD uitvoeringsprogramma 2024

€

-135.000

Uitvoering plan van aanpak woonwagen- en standplaatsenbeleid

€

-1.000.000

Gebiedsontwikkeling Centrumvisie Heel

€

-1.000.000

Storting ivm heroverweging bestaand beleid

€

200.000

€

-

€

-

€

-

Jaarstukken 2023; gedeeltelijke toevoeging saldo aan de algemene reserve

€

2.975.800

Jaarstukken 2023; aanvulling reserve ontwikkelingsbedrijf

€

-126.900

Jaarstukken 2023; opheffen reserve bovenwijkse voorzieningen

€

30.170

Jaarstukken 2023; vrijval bestemmingsreserves claims

€

584.760

Stand Algemene Reserve 9 juli 2024 (onder voorbehoud van vaststelling jaarstukken) €

21.055.900

Raadsvergadering 7 november 2023; Programmabegroting claims 2024

Raadsvergadering 5 maart 2024 Geen wijzigingen Raadsvergadering 16 april 2024 Geen wijzigingen Raadsvergadering 28 mei 2024 Geen wijzigingen Raadsvergadering 9 juli 2024

Verder heeft bij de themabijeenkomst een indicatieve inventarisatie van de potentiële toekomstige claims plaatsgevonden. Voor de minimaal benodigde omvang van de algemene reserve is de kaderstelling opgenomen in de Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen (raad 23-2-2021). Daarbij wordt een relatie gelegd tussen de gewenste omvang van de algemene reserve in relatie tot de incidentele risico’s uitgedrukt in een factor. De absolute ondergrens is een waarde gelijk aan factor 1. De omvang van de algemene reserve is dan gelijk aan de omvang van de geïnventariseerde incidentele risico’s. Verder is een signaleringswaarde van factor 2 aangeduid. In de begroting worden de incidentele risico’s ingeschat op afgerond € 1 mln. De absolute ondergrens van de algemene reserve komt daarmee uit op € 1 mln x factor 1 = € 1 mln. De signaleringswaarde (met factor 2) komt uit op € 2 mln. Vanuit het verleden is altijd het vertrekpunt geweest om een solide reservepositie te behouden (mede ingegeven door de hoge reservepositie vanuit verleden). Bij de kaderstelling voor de begroting 2024 is daarom in verkennende sfeer een ondergrens van € 15 mln aangehouden. Waar de ondergrens uiteindelijk ligt, is afhankelijk van de omvang van de gewenste aan te houden buffer om (toekomstige) risico’s af te dekken.

Mogelijk worden er concessies gedaan aan de omvang van deze buffer en wordt de reservepositie ingezet om een aantal (ruimtevragende) ambities te realiseren. Bij een ondergrens van € 10 mln is er nog steeds sprake van een robuuste buffer voor het opvangen van risico’s. Tegelijkertijd zou dit betekenen dat op basis van de huidige stand van de reserve een bedrag van maximaal € 11 mln aangewend zou kunnen worden om toekomstige ambities te realiseren.

Pagina 7 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

Kader (8): Voorgesteld kader is (verdere) gedeeltelijke aanwending van de algemene reserve tot een ondergrens van € 10 mln. Aanwending van de algemene reserve is geen doel op zich, maar alleen aan de orde indien hiermee (financieel ruimtevragende) ambities worden gerealiseerd.

Belastingen Voor alle belastingen geldt dat de opbrengstprognoses van BsGW van belang zijn om een zo goed mogelijke inschatting te kunnen maken van de te realiseren belastingopbrengsten. Het Belastingoverzicht 2024 is op 25-3-2024 ontvangen en laat zien dat de gemiddelde OZB-aanslag eigenaar in de 31 Limburgse gemeenten € 360 bedraagt. In Maasgouw bedraagt de gemiddelde OZBaanslag eigenaar € 273, waarmee Maasgouw 2e in de ranking staat. De hoogste OZB-aanslag eigenaar bedraagt € 534 (gemeente Meerssen). Voor rioolheffing (eigenaar en gebruiker) is het gemiddelde Limburgse tarief € 244; het Maasgouwse tarief bedraagt gemiddeld € 280. Hiermee behoort Maasgouw tot de middenmoot. Voor afvalstoffenheffing is het gemiddelde Limburgse tarief € 312; het Maasgouwse tarief bedraagt € 345, waarmee Maasgouw tot de duurdere gemeenten behoort. Bij deze berekening is wel uitgegaan van de grootste containercombinatie voor vastrecht, terwijl het merendeel van de inwoners voor restafval inmiddels is overgestapt naar een kleinere afvalcontainer met lager vastrecht. Ook kunnen inwoners het tarief afvalstoffenheffing zelf naar beneden brengen door betere gescheiden inzameling. Bron: Belastingoverzicht 2024 Provincie Limburg Voor de tariefstelling van de belangrijkste heffingen gelden de volgende uitgangspunten: - Voor afvalstoffenheffing is het uitgangspunt 100% kostendekkende tariefstelling.

De tariefsontwikkeling (voor de burger) is daarmee grotendeels afhankelijk van de doorbelaste kosten van GR Maasland en de heffingskosten van BsGW. De variabele heffing hangt af van de mate van afvalscheiding. - Voor rioolheffing is het uitgangspunt 100% kostendekkende tariefstelling. De tariefsontwikkeling is gebaseerd op het GRP (2022-2026) met uitgangspunt 3% jaarlijkse verhoging plus indexering. - Voor Onroerende Zaakbelasting (OZB) is verhoging (naast de reguliere trendmatige indexering) mede afhankelijk van ambitieniveau, gewenste ruimte nieuw beleid en het te realiseren uitgangspunt van een structureel sluitende begroting. Temeer omdat er in Maasgouw sprake is van een hoge ambitie met betrekking tot het voorzieningenniveau in relatie tot een relatief lage OZB-heffing. Bij een laag ambitieniveau is de inzet primair gericht op consistente jaarlijkse trendmatige verhoging die tenminste gelijk is aan de indexering (ter voorkoming van ‘interen’). Verder wordt het uitgangspunt gehanteerd dat eventuele areaaluitbreiding tot extra inkomsten leidt. Areaaluitbreiding leidt immers ook extra kosten voor beheer van openbare ruimte en leidt tot korting van de algemene uitkering. - (Water-)toeristenbelasting Het tarief van 2024 is € 2,00. Budgettair is rekening gehouden met een tariefstijging naar € 2,25 in 2025 en € 2,50 vanaf 2026.

Een verdere tariefsverhoging wordt niet opportuun geacht in het kader van de wens om het tarief voor meerdere jaren vooruit vast te leggen. Voor de grondslag van opbrengstramingen zullen de actuele areaal- en bezettingsprognoses als uitgangspunt worden gehanteerd. - Hondenbelasting Voor hondenbelasting is het uitgangspunt dat de kosten voor het hondenbeleid (voorzieningen en beperking overlast hondenpoep) in relatie moet worden bezien tot de opbrengst hondenbelasting. Er zal dus sprake zijn van gelijke tariefstelling t.o.v. 2024 danwel een beperkte verhoging (a.g.v. indexering). Kader (9): Voorgesteld kader voor de belangrijkste belastinginkomsten zijn de bovenstaande uitgangspunten voor de raming van de belastinginkomsten. Voor uitbreiding of aanvulling van ambities met betrekking tot het voorzieningenniveau, is een verhoging van de (relatief lage) OZB-heffing gerechtvaardigd.

Pagina 8 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

Garantstelling Regiodeal Midden-Limburg Midden-Limburg heeft uit de 5e tranche Regio Deal een bedrag van € 20 miljoen toegekend gekregen. Provincie Limburg en de 7 Midden-Limburgse gemeenten staan samen garant voor minimaal eenzelfde bedrag en daarmee komt de komende jaren ten minste € 40 miljoen beschikbaar voor investeringen in de brede welvaart in onze regio. Dat biedt kansen, zeker ook voor onze gemeente. Aangezien de provincie Limburg een bedrag inbrengt van € 10 miljoen dienen de 7 deelnemende gemeenten samen garant te staan voor het resterende bedrag van € 10 miljoen. Daarbij is de afspraak gemaakt dat het inwoneraantal (per 1-1-2024) gehanteerd wordt als de verdeelsleutel. Dit betekent voor onze gemeente dat wij gedurende de looptijd van de Regio Deal (naar verwachting 2025-2029) garant dienen te staan voor een bedrag van maximaal € 1.006.000. Wij stellen daarom voor om de budgettaire consequenties van de Regiodeal Midden-Limburg tot een maximaal bedrag van € 1.006.000 financieel te vertalen in de Programmabegroting 2025. Vanaf het voorjaar van 2025 kunnen de eerste projecten ingediend gaan worden die aanspraak gaan maken op de regiodeal-gelden.

Dan wordt duidelijk op welke specifieke beleidsdoelen deze projecten zich richten (leefbaarheid, veiligheid, landschap, klimaat, economie, arbeidsmarkt of onderwijs), door welke partijen deze projecten worden ingediend en of er ook een bijdrage van de individuele gemeente aan het betreffende project wordt verwacht (en hoe hoog die bijdrage dan is). Op basis van die informatie kan ook worden bepaald of er voor de gemeentelijk bijdrage dekking gevonden kan worden uit specifieke middelen (budgetten) die al in de bestaande meerjarenbegroting van de gemeente Maasgouw staan. Als een dekking uit specifieke middelen (budgetten) mogelijk blijkt, dan hoeft daarvoor alternatieve dekking te worden aangesproken. Kader (10): De budgettaire consequenties van de Regiodeal Midden-Limburg tot een maximaal bedrag van € 1.006.000 financieel vertalen in de Programmabegroting 2025

Reeds vastgestelde beleidskaders vormen vertrekpunt In de afgelopen jaren is een reeks van beleidsnota's door de gemeenteraad vastgesteld die nog steeds geldig zijn en daarmee ook nog steeds kaderstellend voor de Programmabegroting 2025. Het belangrijkste algemene beleidskader is het Coalitieakkoord 2022-2026 dat in mei 2022 door de raad is vastgesteld. Daarnaast gelden er op een aanzienlijk aantal velden nog beleidsnota's die kaderstellend zijn, zoals bijvoorbeeld de gemeentelijke Omgevingsvisie die in februari 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld. In het verlengde daarvan worden de beleidsteksten in deze Kadernota beschouwd als een aanvulling of aanscherping van het reeds door de gemeente vastgestelde beleid. Verder kan in de Programmabegroting heroverweging van bestaand beleid aan de orde zijn. De afwijkingen ten opzichte van de bestaande beleidslijn (effecten, output) zal dan expliciet worden toegelicht. Kader (11): Bestaande beleidsnota’s zijn kaderstellend. Eventuele afwijkingen op grond van heroverwegingen bestaand beleid wordt toegelicht.

Autonome stijging van kosten (indexering) De begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 wordt opgesteld op basis van constante prijzen. Uitgangspunt voor de begroting 2025 is prijspeil 2025. Dit geldt voor zowel de uitgaven- als de inkomstenkant van de gemeentelijke exploitatie-uitgaven. Concreet betekent dit het volgende: • Voor de gemeentelijke loonkosten zal een stelpost voor indexering worden opgenomen. • De begrotingen 2025 van de verbonden partijen zijn al opgesteld op basis van prijspeil 2025. Uitzondering hierop zijn de lonen van SC MER. Daar is de nullijn als uitgangspunt opgenomen en wordt de daadwerkelijke cao-overeenkomst t.z.t. vertaald. Hiervoor zal een stelpost worden opgenomen voor het Maasgouws aandeel (ca. 1/3e deel van de totale MER-begroting) • De opgenomen investeringen in het JIP/MIP worden geïndexeerd • Voor overige gemeentelijke exploitatie-uitgaven wordt een stelpost geraamd op basis van de loonprijsontwikkeling volgens de Meicirculaire 2024 Door rekening te houden met indexering ontstaat een reëel beeld van de exploitatie.

Pagina 9 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

Kader (12): Lonen en prijzen van de gemeentelijke exploitatie worden geïndexeerd op basis van prijspeil 2025 voor een reëel beeld.

Meicirculaire 2024 Bij de financiële uitgangspositie is de recent ontvangen Meicirculaire 2024 financieel doorvertaald voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De hierin opgenomen cijfers vormen de basis voor de begroting 205 en meerjarenraming 2026-2028. De gevolgen van de Septembercirculaire 2024 zullen pas doorgerekend kunnen worden als de conceptbegroting 2025 al naar de raad is verstuurd (20 september 2024). Na doorrekening van de Septembercirculaire 2024 zal de raad worden ingelicht over de financiële consequenties, zodat deze meegenomen kunnen worden in het besluitvormingsproces over de vast te stellen begroting 2025. Kader (13): De Meicirculaire 2024 van het gemeentefonds vormt de basis voor de op te stellen begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028.

Integrale afweging van middelen Uitgangspunt van de begroting is een integrale afweging van middelen. In dit verband is in eerdere Kadernota's al gewezen op de methodiek van het kwadrant, waarbij de kosten voor nieuw beleid (nieuwe ambities) gedekt kunnen worden door besparingen op bestaand beleid (die ruimte maken voor nieuw beleid), door de inzet van reserves of door de verhoging van belastingen.

Pagina 10 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

Structureel sluitende begroting

Ambities Vernieuwing agenda

Belastingen / Inkomsten 100

100

100

100 100 100 100 100

100 100 100 100 100 100 100 100

Bestaand Beleid

Inzet Reserves

Toelichting figuur: Stel o.b.v. de financiële foto is er sprake van een tekort. Onze gezamenlijke opdracht is om het tekort terug te brengen naar nul (= sluitende begroting). Daartoe dient een afweging te worden gemaakt tussen: - ambities / nieuwe beleidswensen naar beneden bijstellen - bestaand beleid heroverwegen - inzet van de reservepositie - verhoging van belastingen en/of overige inkomsten

N.B. In aanvulling op bovenstaande weergave verdient het vermelding dat de gemeente niet alleen te maken heeft met nieuwe kosten die gepaard gaan met nieuwe beleidsambities, maar ook met een stijging van de kosten van bestaand beleid.

-DEEL B3. Financiële uitgangspositie De actuele financiële foto is onderstaand weergegeven (stand per 4-6-2024). Toelichting: • De financiële vertaling besluitvorming van de raadsvergaderingen tot en met 28 mei 2024 is verwerkt. • De begrotingen van de verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen) zijn alvast financieel vertaald vooruitlopend op definitieve vaststelling door de betreffende GR-en • Ook de aanstaande besluitvorming voor de raad van 9 juli 2024 is al verwerkt conform voorstel van het college. Met name de meerjarige financiële bijstelling van de 1e Prorap 2024 is daarbij relevant.

Pagina 11 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

• Dee meerjarige financiële consequenties van de Meicirculaire 2024 (publicatie 27-5-2024) zijn verwerkt. Het betreft o.a. aanpassingen voor de indexering o.b.v. Bruto Binnenlands Product (BBP) op grond van de nieuwe rekensystematiek (conform Voorjaarsnota 2024 van het Rijk), het schrappen van de opschalingskorting m.i.v. 2026, compensatie voor de gestegen prijzen (loon- en prijsontwikkeling (LPO)), aanpassing van de woz-rekentarieven, verhoging van de stelpost BTW-compensatiefonds, aanpassing / actualisering van verdeelmaatstaven. 2025

2026

2027

2028

Post onvoorzien structureel na besluitvorming raad 19-12-2023 Raad 5 maart 2024: Vaststelling verkeers en parkeerplan Thorn Aanbrengen openbare verlichting fietspad Heerbaan Thorn Regeling tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken Uitbreiding Boa capaciteit

3.263.000

665.900

929.600

929.600

-4.200 -85.000

-4.200 -85.000

-4.200 -85.000

-4.200 -85.000

Post onvoorzien structureel na besluitvorming raad 5-3-2024 Raad 16 april 2024: 4e wijziging verordening wmo en jeugdhulp Maasgouw 2020

3.173.800

576.700

840.400

840.400

-22.600

-22.600

-22.600

-22.600

Post onvoorzien structureel na besluitvorming raad 16-4-2024 Raad 28 mei 2024: Geen wijzigingen

3.151.200

554.100

817.800

817.800

-

-

-

Post onvoorzien structureel na besluitvorming raad 28-5-2024 Raad 9 juli 2024: Steun Mutsaersstichting 1e Prorap 2024

3.151.200

554.100

817.800

817.800

-44.600 -1.634.600

0 -1.480.200

0 -1.364.900

0 -1.364.900

Reëel saldo post onvoorzien structureel Meicirculaire 2024

1.472.000 1.201.000

-926.100 2.838.800

-547.100 2.885.700

-547.100 3.113.700

Reëel saldo post onvoorzien structureel excl. begroting VP's Verbonden partijen begroting 2025 (Prijscompensatie volgt in de Meicirculaire) BsGW BsGW nota van wijziging Omnibuzz Omnibuzz leerlingenvervoer Veiligheidsregio SC MER Westrom RD Maasland MGR RUD Grenspark Maas-Swalm-Nette

2.673.000

1.912.700

2.338.600

2.566.600

-13.900 6.500 53.200 -218.400 -16.500 325.500 161.300 35.000 -2.400 -1.200

-27.000 8.100 68.900 -236.200 -38.400 322.300 182.000 35.000 -2.600 -500

-34.700 9.700 72.400 -254.600 -39.300 322.300 215.700 35.000 -2.800 -500

-36.100 9.700 53.900 -273.600 -39.300 322.300 187.700 35.000 -5.900 -500

Reëel saldo post onvoorzien structureel inclusief begroting VP's

3.002.100

2.224.300

2.661.800

2.819.800

-

Conclusie financieel meerjarenperspectief Mede door het afschaffen van de opschalingskorting is het financieel meerjarenperspectief aanmerkelijk gunstiger dan waar aanvankelijk sprake van was. De structurele begrotingsruimte loopt op van € 2,2 mln positief in 2026 naar ruim € 2,8 mln positief in 2028. Bij dit positieve saldo zijn ook enkele kanttekeningen te plaatsen die de budgettaire ruimte beperken: - Ondanks het uitgangspunt van een beleidsarme begroting zal er sprake zijn van een aantal (structureel) financieel ruimtevragende claims - Een stelpost indexering van lonen, prijsindexatie van overige goederen en diensten en indexering van investeringen in het JIP/MIP heeft nog niet plaatsgevonden - De uitwerking voor gemeenten van het Hoofdlijnenakkoord 2024 ‘Hoop, lef en trots’ van de kabinetsformatie is nog niet bekend. Deze zal op zijn vroegst worden vertaald in de Septembercirculaire 2024. Bij de begroting 2025 zal het integrale afwegingsproces van middelen worden doorlopen. Pagina 12 van 13

Z/24/122949 - D/24/151888

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=8bfa8f9c-a3fe-47a2-8969-2fbd7e458b3c