144512-Raadsvoorstel_Voorstel tot het al dan niet indienen van een zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 Veilig
Tekst van het document
Raadsvergadering 28-05-2024
Documentnummer:
D/24/144512
Zaaknummer:
Z/24/126526
fin
Voorstel tot het al dan niet indienen van een zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 Veiligheidsregio Limburg-Noord en begrotingswijziging 1 2024
Van:
College (portefeuillehouder Schneider)
Voorstel:
Voorgesteld wordt om: 1. Geen zienswijze in te dienen op de begrotingswijziging 1-2024 VRLN. 2. De volgende zienswijze in te dienen op de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028: De Veiligheidsregio Limburg-Noord wordt opgeroepen om bij de Kadernota 2026 en vervolgens begroting 2026 van de GR als uitgangspunt te hanteren dat de meerjarenbegroting beleidsarm dient te zijn danwel dat extra (ruimtevragende) kosten van nieuw beleid in beginsel worden opgevangen binnen de eigen exploitatie van de GR.
Bijlagen:
Bijgevoegd:
• • • • •
Bijlage 1: Aanbiedingsbrief begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 VRLN Bijlage 2: Begrotingswijziging 1 2024 VRLN Bijlage 3: Ontwerpbegroting 2025 VRLN Bijlage 4: Begroting 2025 VRLN in een oogopslag Bijlage 5: V&A begroting 2025 VRLN
Namens Namens
*BARCODE*
Pagina 1 van 7
Toelichting Voorstel tot het al dan niet indienen van een zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 Veiligheidsregio Limburg-Noord en begrotingswijziging 1 2024.
Inleiding: Het Dagelijks Bestuur (DB) van de VRLN legt de volgende onderwerpen voor aan de gemeenteraad van Maasgouw: 1. Begrotingswijziging 1 2024 2. Ontwerpbegroting 2025 De raad kan besluiten al dan niet (een) zienswijze(n) in te dienen over de begrotingswijziging 1 2024. Ditzelfde geldt voor de ontwerpbegroting 2025. Eventuele zienswijzen worden aangeboden aan het DB van de VRLN. Een eventuele zienswijze dient uiterlijk op 5 juli 2024 aan de VRLN kenbaar gemaakt te worden. Besluitvorming vindt in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de VRLN plaats op 6 september 2024. Beslispunten: 1. 2.
1.1 1.2
1.3
1.1 1.2
Geen zienswijze in te dienen op de begrotingswijziging 1-2024 VRLN. De volgende zienswijze in te dienen op de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028: De Veiligheidsregio Limburg-Noord wordt opgeroepen om bij de Kadernota 2026 en vervolgens begroting 2026 van de GR als uitgangspunt te hanteren dat de meerjarenbegroting beleidsarm dient te zijn danwel dat extra (ruimtevragende) kosten van nieuw beleid in beginsel worden opgevangen binnen de eigen exploitatie van de GR. Het al dan niet indienen van een zienswijze over de begrotingswijziging 1 2024 is een bevoegdheid van de gemeenteraad. In de begroting 205 is de wijziging van de financiering van de lijkschouw en euthanasieverklaringen verwerkt. Deze wijziging is al aangekondigd in de Kaderbrief 2024 maar was nog niet ingevoerd. Om ook al in 2024 deze nieuwe wijze van financiering door te kunnen voeren is een begrotingswijziging 2024 nodig. De begrotingswijziging houdt in dat de gemeentelijke bijdrage wordt verlaagd en dat hiervoor in de plaats facturering op basis van het aantal verrichtingen plaatsvindt. In de begroting 2025 zijn de financiële consequenties van het besluit van het AB d.d. 15 december 2023, inzake de strategische huisvesting, meerjarig verwerkt. Ook in 2024 heeft dit AB besluit financiële gevolgen voor de begroting. De jaarschijf 2024 wordt nu verwerkt in de begrotingswijziging 1 2024.
Het al dan niet indienen van een zienswijze over de conceptbegroting 2025 is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De begroting 2025 is een uitwerking van de kaderbrief 2025. Er zijn geen verdere financiële verzoeken aan de deelnemende gemeenten opgenomen. Wel heeft, conform afspraak, een aanpassing plaatsgevonden van de loon- en prijsindex. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat kostenontwikkelingen als gevolg van loon- en prijsstijgingen worden meegenomen in de gemeentelijke bijdrage op basis van een vastgesteld kader. Dit kader behelst dat kostenstijgingen, die buiten de beïnvloedingssfeer van VRLN liggen, worden meegenomen in de gemeentelijke bijdrage. Voor zover de indexatie herleidbaar en belastbaar is aan derden, worden deze lasten doorbelast aan de bijdragen van derden. Voor het resterende deel worden deze lasten meegenomen in de gemeentelijke bijdrage. De indexatiepercentages in de kaderbrief 2025 waren afgeleid van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (cijfer september 2023).
In de lijn van de door Algemeen Bestuur vastgestelde indexeringssystematiek vindt op basis van het Centraal Economisch Plan (cijfer maart 2024) bijstelling in de ontwerp begroting 2025 plaats: • aangepaste indexatie loonstijging 2025 is 4,4% ten bedrage van € 2,0 miljoen (was in Kaderbrief 5,8% ten bedrage van € 2,6 miljoen); • aangepaste indexatie materiële kostenstijging 2025 is 2,2% ten bedrage van € 0,6 miljoen (was in Kaderbrief 1,6% ten bedrage van € 0,4 miljoen).
Pagina 2 van 7
1.3 1.4
1.5
1.6
1.7 1.8
1.9
1.10
1.11
In de begroting 2025 is een bedrag opgenomen van € 50.000 voor onvoorzien en daarmee wordt voldaan aan het wettelijk vereiste. Vanaf 1 januari 2023 wordt in het gemeentefonds een herzien verdeelmodel gebruikt. Het doel van de herziene verdeling is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Eind 2025 wordt de invoering van het nieuwe landelijke verdeelmodel geëvalueerd. De verdeling van de gemeentelijke bijdrage aan VRLN voor de programma’s Brandweerzorg en Crisisbeheersing is gebaseerd op de objectieve gemeentefonds-maatstaven van het Openbare Orde en Veiligheid (oov) subcluster brandweer en rampenbestrijding. De verdeelmaatstaven in het subcluster oov- brandweer en rampenbestrijding zijn ingaande begrotingsjaar 2025 gewijzigd. Een aantal maatstaven dat voorheen in dit subcluster werd meegenomen, is komen te vervallen. Dit heeft tot gevolg dat de onderlinge verhoudingen tussen de 15 gemeenten in Limburg-Noord wijzigen. Dit heeft géén invloed op de totale gemeentelijke bijdrage, maar wel op de onderlinge verdeling van de gemeentelijke bijdrage tussen de gemeenten binnen de programma’s Crisisbeheersing en Brandweerzorg. Deze verdeling volgt de middelen die de gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds.
In de begroting is dit in de bijlage Gemeentelijke Bijdrage nader toegelicht. In 2023 en 2024 is voor het versterken van de taakuitvoering van de veiligheidsregio’s en GGD’en geïnvesteerd door het Rijk. Niet al deze middelen zijn structureel beschikbaar. Als er nog geen zekerheid is voor 2025 is er geen inzet of versterking in de begroting 2025. Dit geldt ook bijvoorbeeld voor tijdelijke afspraken over inzet van GALA of IZA-gelden. De verdeling van de bijdrage van Publieke Gezondheid is gebaseerd op het inwoneraantal, met uitzondering van de bijdrage voor de Jeugdgezondheidszorg. Deze is gebaseerd op het aantal kinderen in combinatie met een tweetal gemeentefonds-maatstaven voor het sociaal domein. Elke GGD gaat mee in de ontwikkeling om haar rol op het gebied van infectieziektebestrijding, binnen gestelde kaders regulier te kunnen blijven uitvoeren, maar ook bij een eventuele volgende pandemie te kunnen opschalen. Voor de bijdrage in 2024 zijn vanuit de programmafinanciering middelen beschikbaar ter compensatie. Voor de implementatie voorbereiding en uitvoering worden vanaf 2025 ook op regionaal niveau inspanningen verwacht waarvoor er extra geïnvesteerd moet gaan worden in de implementatiefase. Omdat de landelijke informatievoorziening nog in ontwikkeling is, is het hiervoor benodigde budget nog lastig in te schatten.
GGD GHOR Nederland heeft de GGD’en geadviseerd om voorlopig rekening te houden met een benodigde capaciteit van 2 fte. Hiermee is een bedrag van € 212.100 gemoeid. De veiligheidsregio heeft de afgelopen jaren fors moeten investeren in informatieveiligheid en structuur. Naast het beveiligen van onze eigen informatie, zien we ook de ontwikkeling dat er steeds meer landelijk wordt samengewerkt op het gebied van informatievoorziening. Om aan te kunnen sluiten op de landelijke structuur worden er eisen gesteld aan lokale informatieveiligheid. De structureel hogere kosten die in 2025 in de begroting worden verwerkt bedragen € 750.000. In het Algemeen Bestuur van december 2022 is toegekend dat het budget voor de kapitaallasten van de materiële voorzieningen van de brandweer de komende jaren stapsgewijs gaat toenemen. Het ingroeiscenario is als volgt: 2024 + € 1 per inwoner, 2025 + € 0,50 en 2026 + €0,50, wat betekent vanaf 2027 € 2 structureel. De uitzetting van het budget wordt via het verdeelmodel voor de kosten van de brandweerzorg over de gemeenten verdeeld. Via een stapsgewijze uitzetting van het budget voor de kapitaallasten wordt het financiële knelpunt weggenomen. Daarnaast geeft het ingroeimodel de budgettaire ruimte de egalisatiereserve in het perspectief van 2027 te verhogen. Uit deze reservering wordt dan de kostenstijging uit technologische innovatie opgevangen.
Naast vervanging vindt kwaliteitsverbetering plaats, vanzelfsprekend passend bij doelmatige brandweerzorg tegen aanvaardbare kosten. Vanaf 2015 is bekend dat het in de regionalisering van de brandweer overgedragen budget voor de kapitaallasten te laag is. Vrijwel direct na de regionalisering is begonnen de brandweerzorg efficiënt(er) te organiseren. De slagkracht en de hieraan gerelateerde capaciteit aan materieel is in de afgelopen jaren telkens weloverwogen naar beneden bijgesteld. Daarnaast is in 2017 een egalisatiereserve voor de kapitaallasten gevormd. De technologische ontwikkeling kent een hoog tempo. Voor een doelmatige inrichting van de brandweerzorg is het noodzakelijk het materieel tijdig te vervangen en daarbij te anticiperen op de technologische vernieuwing. Daarnaast zien we dat de prijsontwikkeling in deze sector hoog is. Op groot transport, tankautospuiten maar ook communicatie apparatuur zien we prijsstijgingen tot wel 30% ten opzichte van vijf jaar geleden. Om het structurele tekort dat ontstaat op te vangen wordt het budget voor de dekking van de kapitaallasten stapsgewijs verhoogd met een bedrag van € 1.048.000 in 2027. Voor de begroting 2025 betekent dit een extra bijdrage van € 262.000. In juli 2022 heeft het Algemeen Bestuur het strategisch huisvestingsplan vastgesteld.
Het aantal werkplekken wordt teruggebracht en daartoe wordt het pand aan de Nijmeegseweg na verkoop afgestoten. Nieuw- en verbouw van meerdere brandweerlocaties vindt plaats. Het hybride werken wordt verder doorgevoerd (deels thuis, deels op kantoor) en dat betekent dat in meerdere mate multifunctioneel gebruik gemaakt gaat worden van regiovestigingen. Diverse panden worden aangepast Pagina 3 van 7
1.12
1.13
1.14
1.15 1.16 1.17
aan deze nieuwe manier van werken, met flexibele werkplekken en meer ruimte voor ontmoeten en vergaderen. Daarnaast worden in de eigendomspanden duurzaamheidsmaatregelen doorgevoerd. De plannen worden op dit moment verder uitgewerkt en financieel vertaald. Vooralsnog wordt uitgegaan van een stijging van kosten voor 2025 met € 455.000. Het aantal lijk- en euthanasieschouwingen stijgt. Meest voor de hand liggende oorzaak lijkt de vergrijzing. Om de financiering van de lijk- en euthanasieschouwingen te laten aansluiten op enerzijds het aantal verrichtingen en anderzijds de systematiek die gebruikt wordt binnen de andere onderdelen van de forensische geneeskunde wordt overgegaan op facturering per verrichting. De GGD Zuid Limburg hanteert ook deze systematiek en dat is belangrijk in de ontwikkeling van één forensische dienst voor Limburg. Overgaan op facturering betekent een verlaging van de generieke gemeentelijke bijdrage met € 251.000. In de kaderbrief 2024 is reeds vermeld dat de kosten voor de lijk- en euthanasieschouwingen met € 140.000 à € 150.000 toenemen. Tegenover de verlaging van de gemeentelijke bijdrage staat een financiering op basis van facturering van ongeveer € 400.000, verdeeld over de deelnemende gemeenten op basis van het aantal verrichtingen. De vaccinatie van maternale kinkhoest wordt met ingang van 2024 toegevoegd aan het rijksvaccinatieprogramma.
Voor de uitvoering van de vaccinatie worden vanaf 2024 middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. De gemeentelijke bijdrage wordt hiervoor opgehoogd. Voor 2024 zal hiervoor een begrotingswijziging worden opgesteld, voor 2025 is de uitvoering in de begroting verwerkt. Voor onze regio gaat het om € 122.100. Het Algemeen Bestuur heeft in 2019 besloten een algemene reserve van maximaal € 1,250 miljoen aan te houden. De stand van de algemene reserve bedraagt primo 2025 € 533K. Ook de reserve transformatie meldkamer (€ 668K), de reserve Natuurbrandbestrijding (€ 230K), de reserve Informatieveiligheid (€ 279k) en de reserve waarborgen paraatheid Brandweer en dienstverlening GGD (€ 300K) zijn onder het weerstandvermogen geschaard. Uitgaande van een algemene reserve van € 533K en vrij beschikbare reserves van € 1.477K is het weerstandsvermogen € 2.010K. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. De solvabiliteit van de organisatie wordt door de wetgever in toenemende mate als onderdeel gezien van de sturings- en verantwoordingsinformatie. VRLN is in staat haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen.
De renterisiconorm wordt gemeten in een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal. De veiligheidsregio blijft, volgens de huidige inzichten, in het begrotingsjaar 2025 en meerjarig binnen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Kanttekeningen: 1.1
1.2
1.3
Stichting Initiatieven Collectieve Acties Massaschade (Stichting ICAM) heeft, naar aanleiding van de datadiefstal die in januari 2021 heeft plaatsgevonden uit het systeem CoronIT, op 28 maart 2023 in totaal 34 partijen gedagvaard, waaronder het ministerie van VWS, GGD GHOR Nederland en alle GGD’en. Stichting ICAM vordert een bedrag van in totaal € 3,25 miljard. Het gaat in dit geval om een WAMCAzaak. In een tussenvonnis van 20 december 2023 heeft de rechtbank besloten dat de eerstvolgende zitting op 22 april 2024 zal plaatsvinden, waarin als eerste de ontvankelijkheid van ICAM mondeling behandeld zal worden. Indien ICAM ontvankelijk blijkt te zijn, dan volgt de inhoudelijke behandeling van de zaak. Centraal Beheer heeft in een eerder stadium reeds toegezegd de proceskosten te vergoeden. Bij brief d.d. 25 september 2023 heeft het ministerie van VWS bevestigd dat VWS via de meerkostenregeling ook ICAM-gerelateerde kosten van de GGD’en zal vergoeden. VWS zal een eventueel (door de GGD’en) te betalen schadebedrag vergoeden tenzij de schade is veroorzaakt door opzettelijk onbehoorlijke taakuitoefening of grove schuld. Met de toenemende digitalisering neemt het belang van informatieveiligheid toe, de cybercrime, de digitale kwetsbaarheden en dreigingen ook nemen toe. De VRLN heeft geïnvesteerd in hard- en software om informatiesystemen veiliger te maken.
De komende jaren worden er aanvullend diverse maatregelen genomen, zoals het implementeren van de BIO (het basisnormenkader voor de overheid op informatiebeveiliging). Maar ondanks alle maatregelen die regionaal en nationaal worden, blijkt het risico on incidenten bestaan. De gevolgschade van een cyberincident is niet te kwantificeren. In Nederland bestaat een hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. De Europese Deeltijdrichtlijn dreigt de vrijwilligheid onder druk te zetten. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven dat vrijwilligheid echt vrijwillig moet zijn en dat sluit niet aan bij kazernering van vrijwilligers. Daarnaast moet een onderscheid worden gemaakt in het takenpakket tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen. VRLN kiest er voor hoog specialistisch taken te beleggen bij beroepsbrandweermensen. Door materiële voorzieningen te verminderen is financiële ruimte gevonden Pagina 4 van 7
1.4
1.5
1.6
1.7
1.8
om de beroepscapaciteit uit te breiden. Er zijn met het Rijk nog geen afspraken gemaakt over de vergoeding van meerkosten die voortvloeien uit de stelselwijziging. Een extern bureau heeft uitgerekend dat deze wijziging in onze regio € 1,2 miljoen kosten met zich meebrengt. De bestuurlijke lijn is dat wijzigingen als gevolg Europese wetgeving door het Rijk moeten worden vergoed. De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk nieuwe medewerkers te vinden. Het risico bestaat dat de bezetting niet op orde is en om die reden de afgesproken prestaties niet kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast nemen kosten om leemtes in de formatie te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot. Uit een inventarisatie blijkt dat met name de arbeidsmarkt voor artsen en verpleegkundigen krap is. Naast het voor genoemde project arbeidsmarktcommunicatie wat hierop inzet, is in 2023 ook een eerste start gemaakt met strategische personeelsplanning. In 2024 zal hier een vervolg aan gegeven worden. De strategische personeelsplanning kan gezien worden als een vliegwiel. Het biedt inzicht in welke ontwikkelingen er op VRLN afkomen, hoe het toekomstig gewenst personeelsbestand eruitziet en welke HR-thema’s opgepakt moeten worden om het gewenste personeelsbestand te realiseren.
Op 1 januari 2012 is de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarige overgedragen van de Zorggroep naar VRLN. Met de overgang van de medewerkers van de Zorggroep naar VRLN is het deelnemerschap van de collega’s overgekomen van de Zorggroep bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW) beëindigd. Op basis van artikel 18 lid 4 van het sociaal plan garandeert VRLN dat het voorwaardelijk pensioen na overdracht van pensioenrechten naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) bij dat pensioenfonds ten minste gelijk is aan dat bij het PfZW. Voor de reguliere pensioenrechten moet collectieve waardeoverdracht plaatsvinden. VRLN heeft het ABP in 2012 verzocht mee te werken aan die overdracht maar dat was toen niet mogelijk. Vanaf 2023 is waardeoverdracht weer mogelijk. Uit artikel 4 van het sociaal plan blijkt dat geen netto pensioengarantie voor medewerkers is afgesproken en dat betekent dat de VRLN in beginsel niet bij gaat betalen voor de inkoop van het pensioen. Hierdoor kan het voorkomen dat individuele medewerkers in de toekomst geconfronteerd worden met een nadeel. Dit nadeel zal dan worden gecompenseerd. De verkoop van de bestaande locatie, de aanpassingen naar flexibel werken, verduurzamen en nieuwe bouw van kazernes hebben te maken met forse, onvoorziene prijsstijgingen. De ontwikkelingen op de bouwmarkt leiden tot hoge bouwkosten.
Vooralsnog lijken de investeringen binnen de begrotingen van VRLN te passen, maar het risico bestaat dat de (ver)bouwkosten harder stijgen dan de prijsindex die voor de veiligheidsregio wordt toegepast. De ontwikkelingen op de baten en lasten zijn in de conceptbegroting bij de financiële kaders nader toegelicht. In het kader van het meerjarenperspectief is een beleidsneutrale lijn gevolgd. De ontwikkelingen in een meerjarenperspectief zijn dermate onzeker dat een nadere concretisering op programmaniveau op dit moment niet opportuun is. De ontwikkelingen van de investeringen worden vanuit een actualisatie van het meerjarig (vervangings-)investeringsplan benaderd. De veiligheidsregio ontvangt jaarlijks een rijksbijdrage in de vorm van de BDuR. De hoogte van de BDuR wordt bekendgemaakt in de zogeheten Juni-circulaire. Ten tijde van het opstellen van de begroting zijn deze gegevens nog niet beschikbaar. Daarom wordt in de begroting uitgegaan van een inschatting van deze baten. Voor 2025 is hierbij rekening gehouden met een totaal bedrag van € 8.503K.
Samenhang met andere Beleidsdocumenten: Beleidsplan Veiligheidsregio Limburg-Noord 2024-2027. Communicatie: De zienswijze van de raadsvergadering van 28 mei 2024 aan de VRLN kenbaar te maken. Financiën: Gemeentelijke bijdrage na begrotingswijziging 1 van 2024
Pagina 5 van 7
De gemeentelijke begroting voor het jaar 2024 aan bijdrage VRLN bedraagt € 2.990.350. Deze is voldoende om de bijdrage voor 2024 af te dekken. Na deze wijziging is er een overschot van € 22.000 op de reguliere bijdrage. Dit is echter nodig omdat de kosten van lijkschouw en euthanasie (forensische geneeskunde) niet meer in de reguliere bijdrage zijn opgenomen. Deze worden nu per verrichting apart in rekening gebracht aan elke gemeente. Dit vanwege gebrek aan artsen waardoor er samenwerking in Limburg is gezocht. Op basis van de verrichtingen in 2023 worden de kosten op € 20.600 ingeschat. In de dekking is dus voorzien. Begroting 2025
Meerjarenbijdrage Maasgouw per programma Programma
2025
2026
2027
2028
Publieke gezondheid
1.018.296
1.021.314
1.019.906
1.019.906
Brandweerzorg
1.704.646
1.723.491
1.725.794
1.725.794
Crisisbeheersing
283.926
283.926
283.926
283.926
3.006.868
3.028.731
3.029.626
3.029.626
Totaal VRLN gemeentelijke bijdrage Extra kosten lijkschouw vanaf 2025 Begroting Maasgouw Bijstelling in kadernota 2025 Afgerond
€
9000
9000
9000
9000
2.999.350
2.999.350
2.999.350
2.999.350
16.518
38.381
39.276
39.276
16.500
€
38.400
€
39.300
€
39.300
In de reguliere bijdrage aan de VRLN was een bedrag van € 11.000 opgenomen voor forensische geneeskunde. De bijdrage wordt echter per verrichting apart vanaf 2024 in rekening gebracht. De kosten worden op jaarlijks € 20.000 ingeschat vandaar dat de begroting extra wordt bijgesteld met € 9.000. De overige hogere bijdrage betreft diverse mutaties. Per saldo zal er in de kadernota 2025 aanvullend bedrag dienen te worden opgenomen. Zie het oranje balkje. Opgemerkt wordt dat het cluster Openbare Orde en Veiligheid (OOV) in het gemeentefonds wordt herzien in 2025. De bijdrage voor de brandweer is gebaseerd op deze uitkering. Dit houdt in dat voor Maasgouw de VRLN bijdrage vanaf 2025 lager is dan bij de oude verdeelsleutel. Maar dit betekent ook dat we minder geld hiervoor (OOV) uit het gemeentefonds krijgen. Hoeveel dat is moet worden bezien in de eerstvolgende berekening van het gemeentefonds. Indicatief gaat het om een bedrag van € 137.000 voor Maasgouw. Dus we hebben nu fors minder meerkosten op de bijdrage aan de VRLN. Maar worden gekort in de algemene uitkering. Het uitgangspunt is dat dit per saldo budgettair neutraal zal zijn.
Pagina 6 van 7
Planning en uitvoering: Conform de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de ontwerpbegroting voor het inwinnen van een zienswijze van de gemeenteraad aan de gemeenten voorgelegd, tenminste 12 weken voordat besluitvorming in het Algemeen Bestuur plaatsvindt. Vaststelling van de Begroting 2025 door het Algemeen Bestuur is voorzien op 6 september 2024. Bijlagen die bijgevoegd zijn:
1. 2. 3. 4. 5.
Bijlage 1: Aanbiedingsbrief begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 VRLN Bijlage 2: Begrotingswijziging 1 2024 VRLN Bijlage 3: Ontwerpbegroting 2025 VRLN Bijlage 4: Begroting 2025 VRLN in een oogopslag Bijlage 5: V&A begroting 2025 VRLN
6.
Bijlage 6: Raadsbesluit
Team: Bestuurszaken, Strategie en Control
Pagina 7 van 7