137850-RVST Vierde wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020
Tekst van het document
Raadsvergadering 16-04-2024
Documentnummer:
D/24/137850
Zaaknummer:
Z/24/123631
fin
Voorstel tot Vierde wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020
Van:
College (portefeuillehouder Wilms)
Voorstel:
Voorgesteld wordt om: 1. de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 te wijzigen overeenkomstig het bepaalde in bijgevoegd conceptraadsbesluit; 2. de structurele meerkosten van € 22.600 inzake hulp bij huishouden en begeleiding af te dekken uit de post ‘Onvoorzien structureel’. De incidentele meerkosten van € 3.400 worden afgedekt binnen beschikbare budgetten.
Bijlagen:
Bijgevoegd: Bijlage 1: Wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020
Namens Namens
*BARCODE*
Pagina 1 van 6
Toelichting Voorstel tot Vierde wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020
Inleiding: Vanwege een tweetal ontwikkelingen ligt een wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 (hierna: Verordening) voor. Ten eerste heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 16 augustus 2023, op basis van twee uitspraken bepaald dat gemeenten uurtarieven voor een pgb met inzet van het sociale netwerk moeten baseren op de cao VVT. Deze uitspraken hebben betrekking op individuele begeleiding en hulp bij het huishouden (hbh) in het kader van de Wmo. Ten tweede stijgen klanttarieven voor het collectief doelgroepenvervoer (Wmo) van Omnibuzz als gevolg van een stijging van de Landelijke Tarieven Index (LTI) met 11,72% in 2024, als de huidige Verordening wordt gevolgd. Gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz, hanteren echter als uitgangspunt dat de klanttarieven voor het Omnibuzz vervoer zoveel mogelijk gelijk worden gesteld aan de klanttarieven in het openbaar vervoer en tussen gemeenten onderling. Omdat het regionaal openbaar vervoer door het Rijk financieel wordt gecompenseerd, leidt de stijging van de LTI index niet tot een tariefverhoging voor reizigers met het openbaar vervoer. Voor het doelgroepenvervoer geldt die compensatie vanuit het Rijk echter niet.
Daarom verzoekt Omnibuzz deelnemende gemeenten om de LTI index voor 2024 buitenwerking te stellen, zodat de klantbijdrage niet wordt verhoogd. Beslispunten: 1. 2.
de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 te wijzigen overeenkomstig het bepaalde in bijgevoegd conceptraadsbesluit; de structurele meerkosten van € 22.600 inzake hulp bij huishouden en begeleiding af te dekken uit de post ‘Onvoorzien structureel’. De incidentele meerkosten van € 3.400 worden afgedekt binnen beschikbare budgetten.
Argumenten: 1.1 Aanpassing van de Verordening inzake de hoogte van het pgb uurtarief voor hbh en begeleiding individueel, door inzet van het sociaal netwerk is van belang om te kunnen blijven voldoen aan wet- en regelgeving. Uit jurisprudentie van de CRvB blijkt dat het uurtarief voor een pgb hulp bij het huishouden en begeleiding individueel, uitgevoerd door het sociaal netwerk, dient te voldoen aan het wettelijke principe van een ‘reële prijs’. Dit betekent dat er een goede verhouding dient te zijn tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde en de eisen die aan de kwaliteit van de dienst worden gesteld (Uitvoeringsbesluit Wmo, artikel 5.4, lid 3 en Verordening, artikel 18). In onze huidige Verordening is voor inzet van het sociaal netwerk (incl. naaste familie) bij hbh en begeleiding individueel een uurtarief gebaseerd op het wettelijk minimumloon van toepassing (Verordening, artikel 9, lid 4). De CRvB heeft deze tarieven echter onverbindend verklaard omdat ze ontoereikend worden geacht. De tarieven dienen volgens de CRvB gebaseerd te zijn op: • Bij huishoudelijke hulp: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
• Bij begeleiding: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Daarom wordt de raad voorgesteld de Verordening hierop aan te passen, volgens raadsbesluit. De nieuwe berekeningswijze wordt al vanaf 2023 toegepast voor nieuwe pgb aanvragen betreffende hbh en begeleiding individueel met inzet van het sociaal netwerk (waaronder de naaste familie). Bestaande budgethouders ontvangen het nieuwe uurtarief vanaf 2024.
Pagina 2 van 6
De raad wordt voorgesteld de toelichting op de Verordening als volgt aan te passen: De toelichting op de Verordening wordt bij artikel 9 onder ‘Vierde lid’, na de 4e alinea als volgt aangevuld: De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft op 16 augustus 2023, op basis van twee uitspraken bepaald dat gemeenten uurtarieven voor een pgb met inzet van het sociaal netwerk moeten baseren op de cao VVT. Deze uitspraken hebben betrekking op individuele begeleiding en hulp bij het huishouden (hbh) in het kader van de Wmo (ECLI:NL:CRVB:2023:1394 en ECLI:NL:CRVB:2023:1580). 1.2 Het pgb tarief dient toereikend te zijn om passende zorg in te kopen. Uit de Wmo 2015, artikel 2.3.6 lid 1volgt dat de tarieven toereikend moeten zijn. Dit betekent dat een inwoner doeltreffende zorg of ondersteuning kan inkopen met het budget dat de gemeente toekent. De voorgestelde aanpassingen van de Verordening zorgen voor een toereikend budget. 1.3 Aanpassing van de Verordening is van belang om het uitgangspunt te waarborgen van gelijke klanttarieven van het collectief (Wmo) vervoer en het (regionale) openbaar vervoer. De cliënten die gebruik maken van het collectief (Wmo) vervoer door Omnibuzz zijn afhankelijk van dit type vervoer. Ze krijgen immers een beschikking voor dit vervoer op grond van een specifieke indicatie/ beperking.
Vanuit de Wmo wordt het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een handicap of beperking voorgestaan (de compensatieplicht van gemeenten). Daarom is een ongelijkheid tussen de klanttarieven van het collectieve (Wmo) doelgroepenvervoer door Omnibuzz en het openbaar vervoer niet wenselijk omdat kwetsbare mensen hierdoor worden achtergesteld. De suggestie dat meer mensen gebruik zouden maken van het openbaar vervoer, als het collectieve doelgroepenvervoer duurder wordt, wordt niet realistisch geacht. Het openbaar vervoer biedt namelijk geen passend alternatief. 1.4 Aanpassing van de Verordening ten aanzien van de LTI index voorkomt extra kosten voor de gebruikers van de collectieve (Wmo) vervoersvoorziening. De stijging van de LTI index met 11,72% in 2024 is het gevolg van onder andere stijgende lonen en energiekosten. Concreet betekent het toepassen van de LTI index zoals geformuleerd in de huidige Verordening, dat (kwetsbare) cliënten te maken krijgen met een extra reiskosten. Dit bedraagt per 1 januari 2024 circa 11 á 12 cent per zone. Deze kosten stapelen bovenop de andere kosten waar deze cliënten veelal mee te maken hebben zoals het abonnementstarief, medische kosten etc. Om dit te voorkomen, wordt de raad voorgesteld artikel 12, lid 3 van de Verordening aan te passen volgens raadsbesluit, zodat van de geldende LTI index afgeweken kan worden.
Door de aanpassing in de Verordening wordt het prijspeil van 2024 gehanteerd zonder de stijging van de LTI index. 1.5 De financiële impact van het niet toepassen van de LTI indexering in 2024 is beperkt. Het dagelijks bestuur van de GR Omnibuzz heeft op 15 november 2023 het principebesluit genomen om de LTI buiten werking te stellen tot 1 juli 2024 en de klantbijdragen in deze periode niet te verhogen. Dit biedt de deelnemende gemeenten de mogelijkheid om een besluit te nemen over het wel of niet toepassen van de LTI index in 2024. Na besluitvorming door de gemeenten, worden de klantbijdragen van 2024 in elke gemeente definitief vastgesteld. Om de impact op de gemeentelijke begroting te minimaliseren, heeft het dagelijks bestuur voorgesteld om de gederfde inkomsten over januari t/m juni 2024 op te vangen uit de algemene reserve van de GR Omnibuzz. De exacte bedragen worden door Omnibuzz achteraf pas verrekend, op basis van de werkelijk gebruikte ritten. 2.1 Afdekken van de structurele meerkosten via de post ‘Onvoorzien structureel’. De structurele stelpost indexering van € 500.000 zoals opgenomen in de begroting 2024 is uitgeput. De autonome kostenstijging kan niet binnen bestaande budgetten worden opgevangen en er is sprake van een ‘open-einde’-regeling. Vandaar het voorstel om de structurele meerkosten van € 22.600 af te dekken via de post ‘Onvoorzien structureel’.
Kanttekeningen: 1.1 In analogie van de jurisprudentie over de hoogte van het pgb uurtarief voor hbh en begeleiding, is de verwachting dat het pgb tarief voor het sociaal netwerk op het gebied van jeugdhulp op termijn ook dient te worden aangepast. De verwachting is dat de CRvB uitspraak omtrent pgb tarieven ook wordt doorgetrokken naar jeugdhulp. De jurisprudentie hierover wordt afgewacht. 1.2 Mogelijk leidt de verhoging van het pgb uurtarief voor het sociaal netwerk bij hbh en begeleiding individueel tot een aanzuigende werking.
Pagina 3 van 6
Omdat de tarieven voor inzet van het sociaal netwerk (waaronder naaste familie) stijgen, zou dit mogelijk kunnen leiden tot meer pgb aanvragen voor hbh en begeleiding individueel met inzet van het eigen sociaal netwerk. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert gemeenten om bij nieuwe casussen te handelen in lijn met de uitspraken van de CRvB. Al vindt de VNG naar aanleiding van de uitspraken, het onderscheid tussen het tarief voor een informele, niet gediplomeerde hulp en een beroepskracht onduidelijk. Want de VNG stelt dat het wettelijke principe van een ‘reële prijs’ bedoelt is voor een beroepskracht. En informele hulp is over het algemeen geen beroepskracht. 1.3 Het toepassen van de NEA index heeft financieel minder impact voor cliënten/klanten en de gemeente dan het toepassen van de LTI index. Een alternatieve tussenvariant voor het wel of niet toepassen van de LTI index zou kunnen zijn het hanteren van de NEA index in plaats van de LTI. De NEA is een indexeringstool die de (kosten)ontwikkeling binnen het vervoer volgt. In dat geval volgt de klantbijdrage dan de kostenontwikkeling bij gemeenten, die op basis van de NEA index in 2024 3,4% meer gaan betalen voor het vervoer. Omdat deze variant een afwijking betekent van de uitgangspunten en van de Verordening, lijkt deze echter niet passend.
Samenhang met andere Beleidsdocumenten: De keuzevrijheid voor een pgb volgt uit de Wet maatschappelijke ondersteuning en draagt bij aan de doelen zelfredzaamheid en een inclusieve samenleving uit het ‘Beleidskader sociaal domein Midden-Limburg Oost 20202028’. Communicatie: • • •
De budgethouders zijn door middel van brieven door de gemeente geïnformeerd over de hoogte van de pgb tarieven in 2024. Omnibuzz verzorgt de communicatie over de hoogte van de klanttarieven. Het cliëntenpanel van Omnibuzz is geraadpleegd over (de gevolgen van) het toepassen van de LTI index op klanttarieven. Zij staan achter het verzoek van Omnibuzz aan gemeenten om de LTI index voor 2024 buiten werking te stellen.
Financiën De wijziging van de Verordening heeft financiële gevolgen op 2 onderdelen: 1. PGB Hulp bij huishouden en begeleiding Het financiële effect bij hulp bij het huishouden is € 18.417 en bij begeleiding €4.181. Dit is gebaseerd op een gelijkblijvend aantal klanten. Beide budgetten, PGB WMO huishoudelijke hulp (667200) en PGB WMO begeleiding (667201), zijn niet toereikend om dit structurele effect op te kunnen vangen en zal vanuit de post onvoorzien moeten worden bijgeraamd. Voorafgaand aan vaststelling van de begroting 2024 heeft een heroverwegingstraject plaatsgevonden, waarmee op basis van afwegingen en prioritering (structurele) financiële ruimte is gecreëerd. Inmiddels hebben in de periode na vaststelling van de begroting diverse aanwendingen van de post onvoorzien plaatsgevonden.
Pagina 4 van 6
2024
2025
2026
2027
Post onvoorzien structureel na besluitvorming raad 19-12-2023 Raad 5 maart 2024: Vaststelling verkeers en parkeerplan Thorn Aanbrengen openbare verlichting fietspad Heerbaan Thorn Regeling tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken Uitbreiding Boa capaciteit
1.848.400
3.263.000
665.900
929.600
-60.000 -170.000
-1.800 -170.000
-1.800 -170.000
-1.800 -170.000
Post onvoorzien structureel na besluitvorming raad 5-3-2024
1.618.400
3.091.200
494.100
757.800
Te verwerken in 1e Prorap 2024: Project inkoop ambulante jeugd 2025 e.v. Vastellen UP 2024 MER SD Verlenging contract gemeentelijke website Regeling tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken Standbeeld Petrus Motké Cao personeel eigen organisatie en Maasgouws gedeelte SC MER UP 2024-2025 MER BV (RIB)
-7.600 -94.200 10.800 -76.000 -24.000 -179.000 -406.200
-7.600 -24.800 13.400 -76.000 -340.600 -294.600
-7.600 -24.800 13.400 -76.000 -340.600 -239.600
-7.600 -24.800 13.400 -76.000 -340.600 -239.600
Reëel saldo post onvoorzien structureel
842.200
2.361.000
-181.100
82.600
Geconstateerd kan worden dat de post ‘Onvoorzien structureel’ (zijnde het actuele structurele begrotingssaldo) ondanks het doorlopen heroverwegingstraject in 2023 wederom onder druk staat. Dit is m.n. voor de begrotingsjaren vanaf 2026 (het zgn. ‘ravijnjaar’ waarmee gemeenten worden geconfronteerd en ook deel uitmaakt van de discussie die landelijk speelt). Daarbij zijn in de komende jaren ook een aantal besparingen ingeraamd (m.n. in het sociaal domein) die nog geëffectueerd moeten worden, zoals beschreven in de risicoparagraaf. In de Kadernota 2025 zal wederom een actuele doorkijk van de financiële positie worden opgenomen. Afhankelijk van de financiële ontwikkelingen op Rijksniveau (die worden vertaald in de Meicirculaire 2024), autonome ontwikkelingen en de lokale ambities met bijbehorende financiële claims kan er dan weer sprake zijn van een budgettaire uitgangspositie die een heroverwegingstraject wederom noodzakelijk maken. Vanuit financieel perspectief wordt in overweging gegeven om ruimtevragende claims die uitstelbaar zijn integraal af te wegen in het heroverwegingstraject bij samenstelling van de begroting 2025. Bij de WMO is echter sprake van een zogenaamde ‘open-einde’-regeling met onontkoombare uitgaven die bovendien onuitstelbaar zijn. Hierdoor kan integrale afweging bij de begroting 2025 niet afgewacht worden.
Ook is het niet reëel om deze autonome kostenstijging bij gelijkblijvend aantal cliënten als aanvullende taakstelling op te voeren bovenop de reeds bestaande structurele financiële besparing WMO vanaf 2026. 2. Het niet toepassen van de LTI index voor klanttarieven collectief doelgroepenvervoer (Wmo) in 2024. Als de LTI index (11,72%) in 2024 niet wordt doorberekend in het klanttarief, ontvangt de gemeente naar verwachting ca. € 6.920 minder inkomsten. Doordat het dagelijks bestuur van de GR Omnibuzz heeft besloten de gemeenten voor de eerste helft van 2024 te compenseren ten laste van de algemene reserve resteert er voor gemeente Maasgouw ca. € 3.441. De exacte bedragen worden door Omnibuzz achteraf pas verrekend, op basis van de werkelijk gebruikte ritten. In het budget Omnibuzz vervoer is momenteel voldoende ruimte om de incidentele kosten van € 3.441 te dekken. Planning en uitvoering: Zie ook bij ‘communicatie’. Bijlagen: Bijlage 1: Wijzigingsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020
Pagina 5 van 6
Team: Sociaal Domein
Pagina 6 van 6