120808-BEANTWOORDING Technische vragen zienswijze wijziging GR SC MER
Tekst van het document
Z/23/117364 - D/23/120808
TECHNISCHE VRAGEN VOOR HET VOORSTEL m.b.t. zienswijze wijziging GR SC MER 26-09-2023 GEMEENTE MAASGOUW – PFH.: SCHNEIDER
Nr.
Fractie
1
LVM
2
LVM
Vraag
Betreft pag.
Antwoord
Waar moet ik aan denken Onder punt 1.3 (paragraaf “Argumenten”) wordt aangegeven dat voor een compacte regeling is gekozen wat betreft “afzonderlijke Raadsvo en dat, daar waar wenselijk, zal worden gewerkt met “afzonderlijke statuten”. Deze aanpak voorkomt statuten”? Wanneer worden orstel p. dat voor kleine aanpassingen de lange route van een volledige aanpassing van de GR moet worden deze aan de raad voorgelegd? 3 gevolgd. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een reglement van orde voor de vergaderingen van het AB en het DB. Indien het AB voornemens is een dergelijk afzonderlijk reglement vast te stellen kan het AB het conceptreglement voor zienswijzen aan de raden voorleggen. In artikel 4 leden 6 en 7 staat Art. 4 Artikel 4 lid 4 van de Regeling bepaalt dat de colleges kunnen besluiten nader te bepalen taken en “kunnen”. Aangezien bevoegdheden te delegeren aan de bestuursorganen van het openbaar lichaam. Een dergelijk besluit delegatie in de meeste vereist unanimiteit (artikel 4 lid 5 van de Regeling). Artikel 4 lid 6 bepaalt dat de colleges over een gevallen bijna niet terug te voorgenomen delegatiebesluit de zienswijze van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten draaien is, moet er aan de kunnen vragen.
Artikel 4 lid 7 bepaalt dat de colleges kunnen besluiten andere taken en bevoegdheden gemeenteraden een dan die op basis van de in artikel 3 genoemde taakvelden, te mandateren aan de bestuursorganen van zienswijze gevraagd worden het openbaar lichaam. De colleges kunnen over een dergelijk voorgenomen besluit de zienswijze van de gemeenteraden vragen. Op grond van artikel 10:18 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan het delegatiebesluit te allen tijde intrekken. Hoewel dit niet letterlijk in de Regeling is opgenomen, mag op grond van de tekst van artikel 4 lid 4 en 5 van de Regeling worden verondersteld dat voor het “terughalen” van de gedelegeerde bevoegdheid ook een unaniem besluit van de colleges is vereist.
3
LVM
Volgens art. 24a Wgr kunnen Art. 7 de raden een regionale raadsadviescie instellen. In art. 7 lid 2 sub b staat dat dit een bevoegdheid van het AB is. Echter, als de raden
De Regeling bepaalt dat de colleges bij delegatie of mandaat een zienswijze kunnen vragen aan de raden: er is geen verplichting opgenomen. De colleges zullen per geval beoordelen of een zienswijzeprocedure wenselijk moet worden geacht. Daar waar de te delegeren bevoegdheid een nieuwe taak betreft, zal een zienswijzeprocedure voor de hand liggen. bevoegdheden van het AB in elk geval behoort het instellen van een commissie zoals vermeld in de artikelen 24, 24a en 25 van de Wgr. In artikel 24a lid 1 Wgr wordt bepaald dat het AB van een openbaar lichaam op voorstel van de raden een gemeenschappelijke adviescommissie instelt. De tekst van artikel 7 aanhef en sub b van de Regeling brengt geen wijziging aan in het bepaalde in artikel 24a Wgr. De Regeling geeft hier slechts een nadere duiding van het instellingsproces nadat de raden hebben besloten tot het instellen van een adviescommissie. Pagina 1 van 2
Z/23/117364 - D/23/120808
hiertoe besluiten, moet het AB een cie instellen. 4
LVM
Wanneer wordt het informatiereglement aan de raden voorgelegd?
Art. 12 lid 1
Artikel 12 lid 1 van de Regeling bepaalt dat de bestuursorganen van de GR MER de actieve informatieverschaffing aan de gemeenteraden, de colleges en de individuele leden daarvan vast in een informatiereglement. In verband hiermee wordt later een afzonderlijk Reglement actieve informatieverschaffing toegevoegd aan de Regeling. Dit is pas aan de orde na vaststelling van de gewijzigde GR.
Pagina 2 van 2