114022-Bijlage 2 Was-wordt lijst wijzigingen financiele verordening 2023
Tekst van het document
Financiële verordening 2023 Overzicht inhoudelijke wijzigingen financiële verordening WAS Artikel 1
- afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college.
WORDT Artikel 1
N.v.t.
Artikel 1
N.v.t.
Artikel 1
N.v.t.
Artikel 1
N.v.t.
Artikel 1
Artikel 2, lid 1
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
Artikel 2, lid 1
Artikel 2, lid 2
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast.
Artikel 2, lid 2
Artikel 3, lid 1.A
Bij de begroting en de jaarstukken worden na de programma's het Vervallen overzicht Algemene dekkingsmiddelen, overzicht overhead, overzicht Onvoorzien en de Baten en Lasten per programma weergegeven . In de begroting per programma een korte toelichting op de financiële Vervallen tabellen tussen het nieuwe en voorgaande begrotingsjaar op te nemen m.b.t. a. samengevoegde en/of gesplitste producten; b. sterke fluctuaties. Bij het niet volledig besteden van budgetten, waarvoor vóór 31 december Artikel 3, lid 3 van het boekjaar verplichtingen zijn aangegaan maar nog geen feitelijke uitvoering heeft plaatsgevonden, mag een bestemmingsreserve worden gevormd, waaruit in een volgend jaar deze specifieke lasten kunnen worden gedekt.
Artikel 3, lid 1.B
Artikel 3, lid 4
Opmerkingen - team: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college. - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. - onvoorzien: een onverwachte gebeurtenis of een niet vooruit te berekenen/bepalen voorstel bij het samenstellen van de programmabegroting. - onontkoombaar: - een wettelijke verplichting, contract of overeenkomst; - een uitgave waarbij uitstel leidt tot aansprakelijkheid; - de ontwikkeling/gebeurtenis kan niet vermeden worden / er is geen alternatief; - of er is sprake van een zwaarwegende politieke toezegging / politiek belang. - onuitstelbaar: niet verschuifbaar in de tijd (tot het volgende begrotingsjaar), dat wil zeggen tot de volgende ronde van integrale afweging. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode, bij de vaststelling van het coalitieprogramma, een programma-indeling voor die raadsperiode vast. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode, bij de vaststelling van de eerstvolgende begroting, op voorstel van het college de taakvelden per programma vast.
Toevoeging begrip 'rechtmatigheidsverantwoording'.
Toevoeging begrip 'onvoorzien'.
Toevoeging begrip 'onontkoombaar'.
Toevoeging begrip 'onuitstelbaar'.
Artikel aangevuld op basis van praktijk.
Artikel aangevuld op basis van praktijk.
Vervallen. Bepaling is overbodig omdat e.e.a. is geregeld in de artikelen 7, 8, 24 en 25 van het BBV. Vervallen. Bepaling is overbodig omdat e.e.a. is geregeld in artikel 19, lid a en b van het BBV.
Bij het niet volledig besteden van budgetten uit de (gewijzigde) begroting van het betreffende boekjaar, mag een bestemmingsreserve worden gevormd, waaruit in een volgend jaar deze specifieke lasten kunnen worden gedekt. Het budget dat voor overheveling in aanmerking komt mag alleen in het aansluitende boekjaar (jaar t+1) besteed worden. Een eventueel restant aan het einde van dat jaar (jaar t+1) valt in beginsel vrij in het jaarrekeningresultaat, tenzij de raad bij de 2e programmarapportage (Prorap) instemt met (gemotiveerde) budgetoverheveling.
Artikel 3, lid 4 van de Financiële verordening 2017 is in feite overbodig, gelet op hetgeen is vermeld in lid 5 van de voornoemde verordening. Derhalve is in de concept Financiële verordening 2023 e.e.a. samengevoegd in artikel 3 lid 3.
WAS Artikel 3, lid 5
Bij het niet volledig besteden van budgetten uit de begroting of begrotingswijzigingen vóór 31 december van het boekjaar, mag een bestemmingsreserve worden gevormd, waaruit in een volgend jaar deze specifieke lasten kunnen worden gedekt.
N.v.t. Artikel 4, lid 1
Artikel 3, lid 5 Het college biedt voor 15 juni aan de raad een "Kadernota" aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze "Kadernota" vóór 15 juli vast.
N.v.t.
Artikel 5, lid 5
N.v.t.
Artikel 4, lid 1
Artikel 4, lid 3
Het college informeert de raad bij de eerst mogelijke gelegenheid, tussentijds (buiten de ProRap), als ze verwacht dat de lasten van een taakveld of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een taakveld of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden bij bedragen groter dan € 50.000. De raad dan actief te informeren via een raadsinformatiebrief.
N.v.t.
Artikel 6, lid 1
WORDT Artikel 3, lid 3
Opmerkingen Nieuwe bepaling is in rood weergegeven. Bepaling is gebaseerd op huidige werkwijze.
Nieuwe bepaling. Toevoeging op basis van modelverordening en huidige praktijk. Artikel aangevuld op basis van praktijk.
Nieuwe bepaling op basis van modelverordening. In de begroting 2023 is reeds een post onvoorzien incidenteel geraamd van € 25.000 op structurele basis. De post onvoorzien kan worden geraamd voor de begroting in zijn geheel of per programma. Het voorstel is om de post onvoorzien te ramen voor de begroting in zijn geheel; dit vanwege het karakter van deze post.
Artikel 5, lid 5
Het college informeert de raad tussentijds via een raadsinformatiebrief als Belangrijkste gewijzigde bepalingen zijn in ze verwacht dat de lasten van een taakveld de geautoriseerde lasten rood weergegeven. Drempelbedrag van dreigen te overschrijden of de baten van een taakveld de geautoriseerde € 100.000 moet worden gezien in relatie tot de baten dreigen te onderschrijden bij bedragen groter dan € 100.000. totale begroting. Bedrag moet werkbaar zijn.
Artikel 5, lid 6
Bij een (dreigende) onvoorziene overschrijding van een investeringskrediet Nieuwe bepaling gebaseerd op met meer dan 10%, met een minimum van modelverordening. € 100.000, dient een separaat voorstel aan de raad voorgelegd te worden voor extra middelen. Nieuwe beleidsonderwerpen waarvoor budget/krediet nodig is worden in Nieuwe bepaling gebaseerd op de eerstvolgende begroting opgenomen of via een apart raadsvoorstel ter modelverordening. besluitvorming voorgelegd aan de raad. Het college informeert de raad door middel van twee Aanpassing op basis van praktijk. programmarapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 3 maanden en de eerste 9 maanden van het lopende boekjaar.
Artikel 5, lid 7
Het college informeert de raad door middel van twee programmarapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 4 maanden en de eerste 9 maanden van het lopende boekjaar.
Bij het niet volledig besteden van budgetten uit de (gewijzigde) begroting van het betreffende boekjaar, mag een bestemmingsreserve worden gevormd, waaruit in een volgend jaar deze specifieke lasten kunnen worden gedekt. Het budget dat voor overheveling in aanmerking komt mag alleen in het aansluitende boekjaar (jaar t+1) besteed worden. Een eventueel restant aan het einde van dat jaar (jaar t+1) valt in beginsel vrij in het jaarrekeningresultaat, tenzij de raad bij de 2e programmarapportage (Prorap) instemt met (gemotiveerde) budgetoverheveling. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en laten per programma worden posten vanaf € 25.000 afzonderlijk gespecificeerd. Het college biedt voor 15 juni aan de raad een "Kadernota" aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze "Kadernota" vóór 15 juli vast. Bij de start van de nieuwe raadsperiode wordt het coalitieakkoord als kaderstellend document gebruikt. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 25.000 opgenomen. In de bestuursrapportages wordt gerapporteerd over de aanwending van de post onvoorzien.
Artikel 6, lid 1
WAS Artikel 6, lid 2
WORDT De bestuursrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en Artikel 6, lid 2 het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakvelden; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar taakvelden; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.
Opmerkingen De programmarapportages bevatten een uiteenzetting over de afwijking Wijzigingen zijn in rood weergegeven. in uitvoering, beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a.de baten en de lasten per programma; b.het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c.het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d.het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e.de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f.het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; g.de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.
Artikel 6, lid 3
Artikel 6, lid 3 In de programmarapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht.
Wijzigingen zijn in rood weergegeven. In de programmarapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden in de begroting groter of gelijk dan € 25.000 toegelicht. Bedragen beneden € 25.000 worden enkel in de begrotingswijziging verwerkt zonder verdere toelichting.
N.v.t.
Artikel 8
Artikel 8. Verantwoordings- en rapportagegrens Nieuw artikel. Aanvulling o.b.v. modelverordening VNG vanwege invoering rechtmatigheidsverantwoording rechtmatigheidsverantwoording per 1 januari 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf 2023. rechtmatigheid in de jaarstukken wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen. De verantwoordingsgrens is een percentage van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. Het percentage wordt vastgelegd in het controleprotocol. 3. In de paragraaf rechtmatigheid worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan het bedrag, zoals vastgelegd in het controleprotocol, nader toegelicht.
N.v.t.
Artikel 9
Artikel 9. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Nieuw artikel. Aanvulling o.b.v. modelverordening VNG vanwege invoering rechtmatigheidsverantwoording per 1 januari 2023.
WAS N.v.t.
N.v.t.
WORDT Artikel 10
Artikel 11
Artikel 10 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf rechtmatigheid. Artikel 11 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2.Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Deze regels zijn vastgelegd in verordeningen en/of beleidsregels.
Opmerkingen Nieuw artikel. Aanvulling o.b.v. modelverordening VNG vanwege invoering rechtmatigheidsverantwoording per 1 januari 2023.
Nieuw artikel. Aanvulling o.b.v. modelverordening VNG vanwege invoering rechtmatigheidsverantwoording per 1 januari 2023. De gemeente beschikt niet over een overkoepelend M&O beleid. De regels om misbruik en oneigenlijk te voorkomen zijn vastgelegd in de relevante verordeningen en beleidsregels.
WAS Artikel 9
Artikel 10, lid 2 Artikel 10, lid 4
Artikel 10, lid 5
Artikel 11, lid 1
Artikel 11, lid 2
Artikel 11, lid 5
Artikel 9. Voorziening voor oninbare vorderingen 1.Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2.Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerende-zaakbelastingen; b. hondenbelasting; c. parkeerbelasting; d. rioolheffing; e. afvalstoffenheffing; en f. bijstandsverstrekking, wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van de oninbaarheid. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. In de begroting op te nemen: a.een uitgebreide toelichting op de reserves en voorzieningen van de gemeente; b.de toelichting te voorzien van een grafische weergave van de (verwachte) ontwikkeling van de reserves en voorzieningen over meerdere jaren.
WORDT Artikel 13
Artikel 14, lid 2 Artikel 14, lid 4
Artikel 13. Voorziening voor oninbare vorderingen Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
Het college biedt de raad eens per raadsperiode een nota reserves en voorzieningen aan. Als een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een uitgave, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.
Vervallen
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen Artikel 15, lid 1 waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen Artikel 15, lid 2 van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht wordt daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) betrokken. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten Artikel 15, lid 5 en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht wordt daarbij ook de kosten van straatreiniging en de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) betrokken.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorie 1.1 Salarissen en sociale lasten die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten.
Opmerkingen De grondslag voor de bepaling van de oninbaarheid van de vorderingen wordt jaarlijks toegelicht in het collegevoorstel.
Wijziging op basis van huidige praktijk. Bestemmingsreserves kunnen een breder bestedingsdoel hebben dan enkel investeringen. Aangezien de grafische weergave (zoals vermeld onder b in de oude verordening) niet wordt vermeld in de begroting, is deze bepaling niet meer opgenomen in de verordening. De toelichting op de reserves en voorzieningen is in overeenstemming met de verslaggevingsvoorschriften (BBV). Rode tekst is verwijderd in de nieuwe verordening aangezien geen rente wordt berekend over de reserves en voorzieningen.
Rode tekst is opgenomen om aansluiting te krijgen bij de huidige praktijk.
Rode tekst is nieuw opgenomen. Betreft een aanvulling op basis van de modelverordening en afgestemd op de Maasgouwse situatie.
WAS Artikel 11, lid 6
Artikel 11, lid 7
Artikel 11, lid 8
Artikel 11, lid 9
Artikel 14, lid 2
Artikel 15
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het zevende en achtste lid. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.
WORDT Artikel 15, lid 6
Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en Vervallen voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het zevende lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt op een half procent afgerond. Als het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en Vervallen voorzieningen zoals berekend overeenkomstig het zevende lid een percentage oplevert dat lager of gelijk is aan 2,5% dan bedraagt het rentepercentage voor deze rentevergoeding 3%. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige Vervallen activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.
Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het Vervallen verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf Artikel 19 lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de berekening van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 11, zevende en achtste lid; b. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 11, zesde lid; c. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; en d. de mate van kostendekkendheid van de rioolheffingen en afvalstoffenheffing; e. de waardeontwikkeling van onroerende zaken.
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond. Uitzondering hierop is de omslagrente die wordt toegerekend aan het taakveld riolering; hierbij wordt aansluiting gezocht bij het rentepercentage zoals is opgenomen in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP).
Opmerkingen Rode tekst is verwijderd in de nieuwe verordening aangezien geen rente wordt berekend over de reserves en voorzieningen. De blauwe tekst betreft een aanvulling in de nieuwe financiële verordening om aansluiting te krijgen bij de huidige praktijk.
Er wordt geen rente berekend over de reserves en voorzieningen.
Er wordt geen rente berekend over de reserves en voorzieningen.
De eerdere bepaling kan komen te vervallen omdat de bepaling van de rente volgens de voorliggende verordening gelijk is aan de fiscale grondslag.
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
De betreffende bepalingen zijn overbodig aangezien deze zijn opgenomen in het daaropvolgende lid. Er wordt geen rente berekend over de reserves en voorzieningen; derhalve vervallen een aantal bepalingen. Verder zijn de zaken die we opnemen in de paragraaf in overeenstemming met artikel 10 van het BBV. Vastgesteld dat er geen extra onderdelen worden toegelicht in zowel begroting als jaarrekening.
WAS Artikel 16
Artikel 17, lid 1
Artikel 17, lid 3
Artikel 19
WORDT In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het Artikel 20 college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kasgeldlimiet; b. de renterisiconorm; c. de berekening van het EMU-saldo (bij de begroting); d. actueel inzicht van de obligatieportefeuille In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting Artikel 20, lid 1 en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a.de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; b.het saldo van de baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; c.de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting als percentage van de inkomsten; De Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen wordt tenminste Artikel 21, lid 3 éénmaal per raadsperiode geactualiseerd.
De onderdelen a en b in het oude artikel worden niet toegelicht in de begroting 2023 en jaarrekening 2021, vandaar het voorstel om e.e.a. niet meer op te nemen in financiële verordening.
De Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen wordt tenminste éénmaal per raadsperiode beoordeeld en indien nodig geactualiseerd.
Voorstel om eenmaal per raadsperiode te beoordelen of actualisatie van de nota noodzakelijk is ipv verplichte actualisatie. We vermelden in de paragraaf bedrijfsvoering hetgeen wettelijk verplicht is. Facultatief kan aanvullende informatie in de paragraaf worden opgenomen.
In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Artikel 24
In de paragraaf rechtmatigheid bij de jaarstukken neemt het college een toelichting op van alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals vermeld in het controleprotocol, overschrijden (zie artikel 8, lid 3). Ook wordt vermeld welke maatregelen eventueel worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a.de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b.te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c.het verloop van de grondvoorraad; d.de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; en e.het beheer en de uitgifte van gemeentelijke eigendommen.
Artikel 26, lid 2
Opmerkingen De toevoeging '(bij de begroting)' wordt verwijderd omdat in de jaarrekening (2021) eveneens inzicht wordt geboden in het EMU saldo.
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting als percentage van de inkomsten.
In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt Artikel 23 het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a.de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b.de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten; d.Informatisering en automatisering;
N.v.t.
Artikel 21, lid 2
In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kasgeldlimiet; b. de renterisiconorm; c. de berekening van het EMU-saldo; d. actueel inzicht in de obligatieportefeuille
Nieuw artikel. Aanvulling o.b.v. modelverordening VNG vanwege invoering rechtmatigheidsverantwoording per 1 januari 2023. Het voorstel is om een aparte rechtmatigheidsparagraaf op te nemen in de jaarstukken i.p.v. een toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering. Tenminste eenmaal per raadsperiode wordt beoordeeld of actualisatie Voorstel om eenmaal per raadsperiode te van de nota grondbeleid nodig is. Indien actualisatie aan de orde is, wordt beoordelen of actualisatie van de nota de nota grondbeleid ter vaststelling aangeboden aan de raad. In de nota noodzakelijk is ipv verplichte actualisatie. De wordt onder meer aandacht besteed aan: onderdelen b en c in het oude artikel worden a.de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; niet toegelicht in de nota grondbeleid, vandaar b.de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; en het voorstel om e.e.a. te laten vervallen. c.het beheer en de uitgifte van gemeentelijke eigendommen.
WAS N.v.t.
Artikel 24, lid 1
Artikel 25, lid 2
N.v.t.
Bijlage afschrijvingsbeleid Bijlage afschrijvingsbeleid Bijlage afschrijvingsbeleid
N.v.t.
Bijlage afschrijvingsbeleid
N.v.t.
WORDT Artikel 27
Opmerkingen In de openbaarheidsparagraaf bij de begroting neemt het college, op Nieuw artikel. Aanvulling op basis van artikel grond van artikel 3.5 van de Wet open overheid, de beleidsvoornemens op 3.5 Wet open overheid. inzake de uitvoering van de Wet open overheid en doet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. De beleidsvoornemens (c.q. behaalde resultaten) hebben betrekking op de actieve en passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de Betreft een extra aanvulling in de paragraaf Artikel 30, lid 1 jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de bedrijfsvoering vanwege de invoering van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de rechtmatigheidsverantwoording.
Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in beheershandelingen. de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 23 onder e. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor Vervallen Artikel is overbodig geworden omdat vanaf 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de Financiële verordening 13 december 2017 alle investeringen in de openbare ruimte 2007 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding met maatschappelijk nut worden geactiveerd van deze verordening. op de balans. De beslisboom is toegevoegd om meer Bijlage 1: Beslisboom Zie bijlage 1.
duidelijkheid te krijgen over de spelregels over begrotingshoe te handelen bij (dreigende) overschrijding afwijkingen van lasten en onderschrijding van baten per taakveld en (dreigende) overschrijding van investeringskredieten. Bijlage 2: Toevoeging: 'd. 5 jaar: kosten geldleningen en (dis)agio'. Conform artikel 12, lid 3. Afschrijvingsbeleid Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € Ten behoeve van de werkbaarheid wordt de Bijlage 2: 5.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. investeringsgrens opgetrokken naar Afschrijvingsbeleid Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. € 10.000 (was € 5.000). De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair Bijlage 2: Aanpassing afschrijvingstermijn afgeschreven in: afgeschreven in: Afschrijvingsbeleid a. maximaal 60 jaar: rioleringen a. maximaal 70 jaar: rioleringen h. 4 jaar: automatiseringsapparatuur h.
maximaal 5 jaar: automatiseringsapparatuur (hardware) Bijlage 2: Activa met maatschappelijk nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € Ten behoeve van de werkbaarheid wordt de investeringsgrens opgetrokken naar Afschrijvingsbeleid 10.000 worden niet geactiveerd. € 10.000 (was € 5.000). De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden Aanpassing afschrijvingstermijn Bijlage 2: lineair afgeschreven in: lineair afgeschreven in: Afschrijvingsbeleid - maximaal 12 jaar: tunnels, viaducten en bruggen - maximaal 30 jaar: tunnels, viaducten en bruggen Bijlage 2: Afschrijvingsbeleid
Vanwege praktische redenen wordt In uitzonderingsgevallen is het college bevoegd om afwijkende afschrijvingstermijnen vast te stellen. Dit zal met name aan de orde zijn als voorgesteld om het college de bevoegdheid te geven om in uitzonderingsgevallen de de economische levensduur van het betreffende actief afwijkt van de afschrijvingstermijnen in overeenstemming te bovengenoemde afschrijvingstermijnen. brengen met de economische levensduur van het betreffende actief.