111260-BIJLAGE 1 Kadernota 2024_KADERNOTA 2024 - ontwerp
Tekst van het document
Kadernota 2024 Maasgouw, 12 juni 2023
1
Inhoudsopgave:
Pag.
1
3
Inleiding Deel A: Beleidskaders
2 3 4 5 6 7 8
Algemene beleidskaders Programma Algemeen Bestuur en Bedrijfsvoering Programma Dienstverlening Programma Sociaal Domein Programma Beheer openbare ruimte, infra en vastgoed Programma Leefomgeving, wonen en economie Programma Gebiedsontwikkelingen
4 9 10 10 10 11 12
Deel B: Financiële cijfers 9
Financiële uitgangspositie
13
2
1. Inleiding Voorbereidingstraject Ter voorbereiding op deze Kadernota 2024 hebben twee themabijeenkomsten voor raadsfracties, college van B&W en ambtelijke organisatie plaatsgevonden over de vooruitblik op 2024 en volgende jaren. In de eerste themabijeenkomst van 7 maart 2023 is door de raadsfracties inbreng geleverd voor de Kadernota 2024. Dat heeft geleid tot een lijst van onderwerpen die door meerdere fracties zijn ingebracht (A-lijst), een lijst van onderwerpen die alleen door individuele fracties zijn ingebracht (B-lijst) en lijst met opmerkingen die voor kennisgeving konden worden aangenomen (C-lijst). Ter voorbereiding op de tweede themabijeenkomst van 25 april 2023 is door het college van B&W een reactie geformuleerd op de hiervoor genoemde A-lijst van onderwerpen die in de themabijeenkomst is toegelicht en besproken. Daarna heeft het college ook een reactie op de B-lijst van onderwerpen aan de fracties verzonden. Opbouw Kadernota Deze Kadernota is opgebouwd uit twee delen. deel A bevat het beleidsmatige deel van deze Kadernota en beschrijft de beleidskaders die worden gehanteerd voor de Programmabegroting 2024. Daarbij wordt eerst ingegaan op de algemene beleidskaders en daarna volgen kaderstellende teksten per programma. De basis daarvoor vormt de bespreking van de A-lijst van beleidsonderwerpen in de themabijeenkomst van april 2023.
deel B bevat het cijfermatige deel van deze Kadernota en laat een financiële foto zien waarin ook de gevolgen van de meicirculaire zijn doorgerekend. In deze foto zijn de resultaten van de themabijeenkomsten niet verwerkt en ook nog geen beleidsmatige keuzes van het college van B&W verwerkt. Daarmee is deel B niet kaderstellend, maar bevat het wel de financiële vertrekpunten op basis waarvan in de Programmabegroting 2024 de beleidsmatige keuzes gemaakt moeten gaan worden.
3
-DEEL A2.
Algemene beleidskaders
2.1
Reeds vastgestelde beleidskaders vormen vertrekpunt
In de afgelopen jaren is een reeks van beleidsnota's door de gemeenteraad vastgesteld die nog steeds geldig zijn en daarmee ook nog steeds kaderstellend voor de Programmabegroting 2024. Het belangrijkste algemene beleidskader is het Coalitieakkoord 2022-2026 dat in mei 2022 door de raad is vastgesteld. Daarnaast gelden er op een aanzienlijk aantal velden nog beleidsnota's die kaderstellend zijn, zoals bijvoorbeeld de gemeentelijke Omgevingsvisie die in februari 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld. In het verlengde daarvan worden de beleidsteksten in deze Kadernota beschouwd als een aanvulling of aanscherping van het reeds door de gemeente vastgestelde beleid. 2.2
Stijging van kosten bestaand beleid en kosten van nieuw beleid
Kosten van bestaand beleid (stijging) Door de stijging van prijzen (inflatie) en lonen heeft de gemeente te maken met een forse stijging van de kosten van bestaand beleid en lopende projecten. Recente voorbeelden rondom infrastructurele projecten laten zien dat deze kostenstijgingen kunnen oplopen met tientallen procenten ten opzichte van de oorspronkelijk geraamde kosten. Voor zover de stijging van kosten niet wordt gedekt door extra Rijksinkomsten, moet deze stijging van kosten door de gemeente zelf worden opgevangen. Dit maakt een extra beroep op de reserves nodig, maar daar waar deze kostenstijgingen structureel van aard zijn kunnen de reserves niet worden ingezet ter dekking hiervan. Dat betekent dat een indexering van de gemeentelijke inkomstenmoet worden overwogen zodat deze gelijk oplopen met de gemeentelijke uitgaven. Als de inkomsten niet of niet volledig meelopen met de verhoogde uitgaven dan komen er steeds minder middelen beschikbaar voor het continueren van bestaand beleid door de gemeente (‘interen’). Kosten van nieuw beleid In de Programmabegroting 2024 zal het nieuwe beleid worden beschreven dat de gemeente voor 2024 en volgende jaren wil gaan voeren.
Daarbij wordt op basis van de 3-W-vragen beschreven wat de beleidsdoelen zijn, welke gemeentelijke acties nodig zijn om die doelen te kunnen bereiken en welke kosten gepaard gaan met deze gemeentelijke acties (Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat gaat dat kosten?). Als het nieuwe beleid dat de gemeente vanaf 2024 wil gaan voeren medebewindstaken van het Rijk betreft, dan is het primaire uitgangspunt dat de uitvoering van deze taken naar verwachting gedekt zal worden door extra Rijksmiddelen. Voor de kosten die gepaard gaan met nieuwe lokale beleidsambities zal de gemeente zelf de dekkingsmiddelen moeten vinden.
4
In dit verband is in eerdere Kadernota's al gewezen op de methodiek van het kwadrant, waarbij de kosten voor nieuw beleid (nieuwe ambities) gedekt kunnen worden door besparingen op bestaand beleid (die ruimte maken voor nieuw beleid), door de inzet van reserves of door de verhoging van belastingen. Op deze drie invalshoeken van het kwadrant wordt hierna apart ingegaan. Structureel sluitende begroting
Ambities Vernieuwing agenda
Belastingen / Inkomsten 100
100
100
100 100 100 100 100
100 100 100 100 100 100 100 100
Bestaand Beleid
Inzet Reserves
Toelichting figuur: Stel o.b.v. de financiële foto is er sprake van een tekort. Onze gezamenlijke opdracht is om het tekort terug te brengen naar nul (= sluitende begroting). Daartoe dient een afweging te worden gemaakt tussen: - ambities / nieuwe beleidswensen naar beneden bijstellen - bestaand beleid heroverwegen - inzet van de reservepositie - verhoging van belastingen en/of overige inkomsten
N.B. In aanvulling op bovenstaande weergave verdient het vermelding dat de gemeente niet alleen te maken heeft met nieuwe kosten die gepaard gaan met nieuwe beleidsambities, maar ook met een stijging van de kosten van bestaand beleid zoals op de vorige pagina beschreven.
5
2.3 Besparingen op bestaand beleid Met het oog op het financieel meerjarenperspectief is binnen de ambtelijke organisatie gestart met onderzoek naar de mogelijkheden voor besparingen op bestaand beleid. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar RIB Plan van aanpak heroverwegingen (nr. D/23/099938, d.d. 22-2-2023). Om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting kan om twee redenen het doorvoeren van besparingen nodig zijn: als er in de meerjarenbegroting een tekort gaat ontstaan door stijging van uitgaven voor bestaand beleid en daling van inkomsten (bijvoorbeeld algemene uitkering) -én dit tekort kan niet worden weggewerkt door verhoging van belastinginkomsten of door inzet van reserves- dan zijn besparingen op bestaand beleid nodig om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. als er in de meerjarenbegroting kosten voor nieuw beleid opgenomen moeten worden die niet gedekt kunnen worden door Rijksmiddelen, inzet van reserves of verhoging van belastinginkomsten- dan zijn besparingen op bestaand beleid nodig om de kosten voor het nodig geachte nieuwe beleid te kunnen dekken.
Om te kunnen bepalen in hoeverre besparingen op bestaand beleid moeten worden doorgevoerd dienen eerst een aantal zaken geconcretiseerd te worden: - Inzicht in de resultaten van de Meicirculaire 2023 - Inzicht in de kosten voor nieuw beleid in de meerjarenbegroting - Inzicht in hoeverre de reserves ingezet kunnen worden - Bepaling in hoeverre een indexering en tariefsverhoging van belastingen wordt doorgevoerd 2.4 Beschikbaarheid en Inzet van reserves Het feit dat de gemeente – vooral door de in 2009 ontvangen Essentgelden - beschikt over een robuuste reservepositie wil niet zeggen dat deze reserves onuitputtelijk zijn. Een groot deel van deze gelden zijn in de afgelopen bestuursperiodes (en tot dusverre in deze bestuursperiode) reeds ingezet. Ter beeldvorming: Bij vorming van de Essentreserve in 2009 bedroeg deze afgerond € 39 mln. Door nabetalingen liep deze per ultimo 2011 verder op naar afgerond € 42,9 mln. Vervolgens is deze reserve in de loop der jaren voor ca. € 27,3 mln ingezet als dekkingsmiddel. Bij de begroting 2021 is het restantsaldo van 15,6 mln per ultimo 2020 toegevoegd aan de algemene reserve.
Ook na 2021 is de reserve verder ingezet als dekkingsmiddel De huidige stand van de algemene reserve ziet er als volgt uit: Algemene reserve Stand per ultimo 2022 (zie jaarstukken 2022) Opschoning reserves (vrijval uit bestemmingsreserve claims) Restant rekeningsaldo 2022 waarvan bij vaststelling jaarstukken 2022 wordt voorgesteld om toe te voegen aan de Algemene reserve Totaal
Bedrag x € 1 mln 24,3 2,6 2,4 29,3
Ook voor het restant van deze bestuursperiode zal naar verwachting een forse inzet van reserves nodig zijn.
6
Het Coalitieakkoord 2022-2026 bevat over de reservepositie de volgende afspraak: “Het behoedzame financiële beleid heeft ertoe geleid dat de gemeente Maasgouw een gezonde financiële positie heeft. We willen een robuuste reservepositie houden om in te kunnen spelen op opgaven in de toekomst die we nu nog niet kunnen voorzien.” Deze afspraak kan ook worden gezien als een morele verplichting om ook voor toekomstige bestuursperiodes voldoende reserves beschikbaar te houden. Naast een bedrag dat minimaal in de reserves aanwezig moet blijven om te beschikken over voldoende weerstandsvermogen zal er ook een substantieel bedrag in de reserves aanwezig moeten blijven voor de aanpak van toekomstige opgaven in volgende bestuursperiodes die we nu nog niet kunnen voorzien (zoals bijvoorbeeld nieuwe crisissituaties of het ernstiger worden van de huidige crisissituaties). Zoals in de tabel is aangegeven beschikt de gemeente over een (vrij aanwendbare) algemene reserve van € 29,3 mln. In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen wordt kaderstellend uitgegaan van een signaleringsfunctie van weerstandsratio 2 en een absolute ondergrens van een weerstandsratio van 1. Geprojecteerd op de incidentele risico-inventarisatie van € 1 mln zou dit resulteren in een absolute ondergrens van de algemene reserve van € 1 mln en een signaleringsfunctie vanaf een algemene reserve van € 2 mln.
In de themabijeenkomst over de Kadernota 2024 was er een consensus herkenbaar over het beschouwen van een ondergrens van € 15 mln als redelijk en aanvaardbaar beschouwd. Geprojecteerd op de risico’s van € 1 mln komt de incidentele weerstandsratio daarmee uit op 15 hetgeen uitstekend is. Gelet op het bovenstaande bestaat het voornemen om € 15 mln aan te houden als ondergrens voor een robuuste weerstandscapaciteit. Uitgaande van een totaalbedrag in algemene reserve van € 29,3 mln en een ondergrens van € 15 mln resteert een bedrag van € 14,3 mln dat kan worden ingezet voor de aanpak van opgaven in het restant van deze bestuursperiode en in volgende bestuursperioden. Vanuit dit vertrekpunt volgt in de Programmabegroting 2024 een concrete aanduiding van de kosten van nieuw beleid die uit de algemene reserves gedekt worden. Daarbij gaat het om de kosten die samenhangen met de beleidsonderwerpen in de eerder genoemde A-lijst (zoals onder meer gemeenschapsaccommodaties) en om andere kosten van nieuw beleid, mits het daarbij gaat om kosten gaat die een eenmalig karakter hebben en incidenteel zijn af te dekken. 2.5
Indexering en verhoging van belastinginkomsten
Indexering van belastinginkomsten In paragraaf 2.1 is toegelicht dat de gemeente te maken heeft met een forse stijging van de kosten van bestaand beleid onder meer door de stijging van lonen en prijzen. Om structureel voldoende middelen te behouden voor het uitvoeren van beleid zullen ook de inkomsten van de gemeente moeten stijgen. Anders gaan er steeds grotere tekorten ontstaan en wordt het bedrag dat de gemeente beschikbaar heeft om beleid te voeren steeds kleiner . De gemeente "teert dan in" qua inkomsten en dient dientengevolge ook bestaand beleid te versoberen. In het verlengde van het bovenstaande blijft bij afvalstoffen- rioolheffingen het streven naar 100% kostendekkende tariefstelling nog steeds overeind. Voor de overige belastinginkomsten (OZB, (water-)toeristen-, forensen-, hondenbelasting) maakt dit het nodig om een indexering toe te passen die zoveel mogelijk gelijke tred houdt met de gemiddelden voor loon- en prijsstijgingen die landelijk worden berekend. In de programma-begroting 2024 wordt aangegeven welk percentage van indexering hiervoor gehanteerd wordt en in welke tariefstelling dit resulteert. 7
Concreet voor wat betreft de OZB bestaat het voornemen om tenminste de niet-doorgevoerde structurele verhoging OZB-opbrengsten van de begroting 2023 (1%) alsnog door te voeren en plus een indexering van de OZB-opbrengst van 2023 naar 2024 op basis van een nader te bepalen percentage. Een indexering van de OZB wordt nodig geacht om de inkomsten van de gemeente enigszins gelijk op te laten lopen met de stijging van de kosten van bestaand beleid (voorkomen van "interen") en wordt bovendien als aanvaardbaar beschouwd gezien de eerste plaats die Maasgouw inneemt bij het Belastingoverzicht 2023 van de Provincie Limburg. Het Belastingoverzicht 2023 is op 27-3-2023 ontvangen en laat zien dat de gemiddelde OZBaanslag eigenaar in de 31 Limburgse gemeenten € 347 bedraagt. In Maasgouw bedraagt de gemiddelde OZB-aanslag eigenaar € 250, waarmee Maasgouw bovenaan in de ranking staat. De hoogste OZB-aanslag eigenaar bedraagt € 521 (gemeente Meerssen). Bron: Belastingoverzicht 2023 Provincie Limburg
In dit verband verdient ook het principe van de "sterkste schouders dragen de zwaarste lasten" de aandacht dat in ons belastingstelsel centraal staat. Zo worden bij de OZB-belastingen de eigenaren met de grootste woningwaarde en de ondernemers met de grootste bedrijfswaarde in verhouding het zwaarste belast. De belastinginkomsten die dat oplevert worden onder meer ingezet om ruimhartig sociaal beleid te kunnen voeren dat de "zwakste schouders" in de gemeente zoveel mogelijk ontlast en faciliteert. Het niet (trendmatig) indexeren van belastingen zou betekenen dat er steeds minder middelen beschikbaar zijn voor het voeren van beleid door de gemeente ("interen") en daarmee ook voor het voeren van sociaal beleid. Verhoging tarieven van belastingen Daar waar een indexering van belastingen nodig is om te voorkomen dat er steeds minder middelen voor het voeren van bestaand beleid overblijven, kan een tariefsverhoging van belastingen worden overwogen om kosten voor nieuw beleid te kunnen dekken waarvoor geen andere dekkingsmiddelen voorhanden zijn. In de programmabegroting zullen alleen kosten voor nieuwe beleidstaken worden opgevoerd als het voeren van nieuw beleid als strikt noodzakelijk "need to have" worden gezien.
Nieuwe beleidstaken die wenselijk zijn ("nice to have") worden wel geduid, maar niet opgevoerd in het licht van het financiële meerjarenperspectief in de programmabegroting. Om de kosten voor de nieuwe "need to have" beleidstaken in de Programmabegroting te kunnen dekken zullen de reserves worden ingezet (voor zover dit kan) en zullen anders besparingen moeten worden doorgevoerd op bestaand beleid in combinatie met een verhoging van belastingopbrengsten voor de Onroerende Zaak Belasting (OZB), (water-)toeristenbelasting, forensenbelasting en hondenbelasting. Concreet voor wat betreft de toeristenbelasting bestaat het voornemen om het huidige tarief van € 1,57 dat laten doorgroeien naar € 2,00 in 2024, € 2,25 in 2025 en € 2,50 in 2026 zoals aangekondigd in de tweede themabijeenkomst over de Kadernota. In de programmabegroting zal een integraal voorstel wordt gedaan waarin een balans wordt gezocht tussen de kosten voor nieuw beleid, de besparingen op bestaand beleid, de inzet van reserves en de indexering en verhoging van belastinginkomsten. 8
3.
Programma algemeen bestuur en bedrijfsvoering Onderwerpen A-lijst:
3.1
Burgerparticipatie algemeen Op basis van Coalitieakkoord en Collegeprogramma start in de 2e helft van 2023 een evaluatie van de burgerparticipatie in de gemeente Maasgouw. De resultaten en aanbevelingen van die evaluatie zijn naar verwachting begin 2024 gereed voor bespreking en besluitvorming in college en raad en kunnen daarna vertaald worden in de financiële ramingen.
3.2
Dorpscontactpersonen Bij de burgerparticipatie in de gemeente Maasgouw spelen de dorpscontactpersonen een belangrijke rol. Deze rol wordt meegenomen in de evaluatie burgerparticipatie die in 2023 wordt uitgevoerd. De formatie voor de twee dorpscontactpersonen is deels structureel en deels tijdelijk. In afwachting van de resultaten van de evaluatie loopt de tijdelijke formatie nog door tot in 2024 en is daarvoor nog incidenteel budget nodig.
3.3
Personeelsbeleid Er wordt vanuit enkele raadsfracties aandacht gevraagd voor het binden en boeien van medewerkers. Dat hangt samen met veel facetten en factoren die niet allemaal door de gemeente Maasgouw zijn te beïnvloeden. Binnen de sturingsmogelijkheden die we als gemeente hebben proberen we zo optimaal mogelijk in te zetten op het binden en boeien van onze medewerkers.
3.4
Verbonden partijen Er is door enkele fracties aangegeven dat de noodzaak van eventuele ombuigingen en bezuinigingen ook verbonden partijen raakt en niet alleen de gemeentelijke moederorganisaties. Daar is het college het mee eens. Daarom is bij de zienswijzen op de ontwerp-begrotingen van verbonden partijen voor 2024 door het college een oproep gedaan aan de verbonden partijen om in Kadernota/Begroting 2025 te komen met ombuigingsvoorstellen om de gemeentelijke bijdragen zoveel mogelijk te beperken. De richtlijn voor de ombuigingen die momenteel gehanteerd wordt is minimaal 3% van de gemeentelijke bijdragen. De raad heeft deze zienswijzen in de raadsvergadering van 30 mei overgenomen.
3.5
Global Goals Om invulling te geven aan de Global Goals kan gemeente een keuze maken uit verschillende scenario's: Laag ambitieniveau – ‘waakstand’ - nauwelijks Global Goals activiteiten Hoog ambitieniveau – ‘actiestand’ - veel Global Goals activiteiten In opdracht van het college is een ambtelijke werkgroep ingesteld die beide scenario's verder uitwerkt inclusief de gevolgen daarvan in personele zin (ambtelijke tijdsbesteding) en financiële zin. Op basis daarvan wordt een advies uitgebracht aan en moet besloten worden welk scenario gevolgd gaat worden.
9
4.
Programma Dienstverlening Geen onderwerpen A-lijst
4.1
Algemeen Voor het programma Dienstverlening zijn er geen punten die door meerdere fracties in de themabijeenkomst Kadernota zijn ingebracht. Dit betekent dat we vasthouden aan de algemene beleidskaders en de specifieke beleidskaders die reeds voor Dienstverlening zijn vastgesteld en dat er in dit verband geen aanvullingen of aanscherpingen van deze beleidskaders aan de orde zijn.
5.
Programma Sociaal Domein Onderwerpen A-lijst
5.1
Gemeenschapshuizen (algemeen) Er wordt onderzocht welke aanpassingen (verbouwingen) van gemeenschapshuizen worden gewenst en nodig worden geacht. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt besluitvorming voorbereid. Daarbij moet ook beoordeeld worden in hoeverre middelen beschikbaar zijn om aanpassingen te kunnen financieren en in hoeverre daarvoor de algemene reserve ingezet kan worden. Een meerjarig sluitende exploitatie van gemeenschapshuizen (behoudens Don Bosco en Spil) is daarbij het uitgangspunt.
5.2
Gemeenschapshuis Beegden Verzoek tot aanpassing gemeenschapshuis Beegden volgt apart traject vooruitlopend op het algemene onderzoek naar gemeenschapshuizen. Daarover wordt een raadsvoorstel in juli 2023 behandeld.
6.
Programma Beheer openbare ruimte, infra en vastgoed Onderwerpen A-lijst:
6.1
MIP/JIP De investeringen die gepland staan in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) en in het JaarInvesteringsProgramma (JIP) 2024 wordt kritisch tegen het licht gehouden en getoetst op haalbaarheid en realiteit. Doorschuiven van investeringen kan -indien verantwoordoverwogen worden, maar brengt ook het risico van kostenverhoging met zich mee omdat de prijzen van werkzaamheden en grondstoffen en werkzaamheden naar verwachting blijven stijgen.
6.2
Kwaliteitsniveau in de openbare ruimte Het huidig kwaliteitsniveau binnen de openbare ruimte (voor bijvoorbeeld openbaar groen) en voor openbare infra (bijvoorbeeld wegen en kunstwerken) blijft vooralsnog vertrekpunt. Indien dat in een later stadium nodig blijkt kan alsnog worden onderzocht in hoeverre een verlaging van het kwaliteitsniveau in de openbare ruimte kostenbesparingen voor de gemeente met zich mee brengen.
10
7.
Programma Leefomgeving, wonen en economie Onderwerpen A-lijst:
7.1
Woningbouw en volkshuisvesting Het college geeft op basis van het Coalitieakkoord en collegeprogramma prioriteit aan woningbouw en volkshuisvesting, met een concrete ambitie om in de bestuursperiode 2022-2026 in de gemeente Maasgouw 400 woningen te bouwen. Ook de huisvesting van bijzondere doelgroepen (o.a. vluchtelingen, statushouders, arbeidsmigranten) behoort tot deze taak. Uit de inbreng op de eerste themabijeenkomst Kadernota blijkt dat deze ambitie en prioriteit nog steeds door alle raadsfracties wordt onderschreven. Het realiseren van de bovengenoemde ambitie voor woningbouw heeft de gemeente niet zelf in de hand. De gemeente is daarbij afhankelijk van samenwerking met andere overheden, woningcorporaties, projectontwikkelaars en particuliere initiatiefnemers. Op die samenwerking blijft de gemeente krachtig inzetten. Het grondbeleid 1zoals de gemeente dat nu voert wordt voorgezet. Het college zet binnen het huidige grondbeleid niet in op een actieve grondpolitiek (voor gronden en wateren) omdat dit niet als een taak van de gemeente wordt gezien en omdat dit grote financiële risico's met zich meebrengt.
7.2
Vakantieparken Door meerdere fracties wordt aandacht gevraagd voor de gemeentelijke aanpak van vakantieparken. Deze aanpak wordt in 2023 verder uitgewerkt waarbij per park alle mogelijke scenario's worden overwogen en ook per scenario wordt bekeken wat de rol van de gemeente kan zijn en wat daarvan de personele (capaciteit) en financiële gevolgen zijn. Op basis daarvan wordt besluitvorming voorbereid over de scenario's die per park gevolgd gaan worden.
7.3
Economie en toerisme in balans met leefbaarheid Bij het vormen van nieuw beleid vormt het constant een afweging om economische en toeristische ontwikkelingen in balans te laten zijn met leefbaarheid en leefomgeving. In 2023 wordt een nieuwe beleidsvisie ‘Waardevol toerisme’ opgeleverd waarin wordt aangegeven op welke manier de gemeente de balans tussen toerisme en leefbaarheid gaat bewaken en (daar waar nodig) herstellen.
1 Nota Grondbeleid 2016 – 2020 vastgesteld 13-10-2016. Actualisatie Nota Grondbeleid raad 10-10-2023
voorzien.
11
8.
Programma Gebiedsontwikkelingen Onderwerpen A-lijst:
8.1
Gebiedsontwikkeling dorpscentrum Heel Namens de dorpsgemeenschap Heel is eind 2022 een Centrumvisie Heel opgeleverd. Als reactie op deze Centrumvisie komt in juli 2023 de vaststelling van een gemeentelijk projectplan "Ontwikkeling dorpscentrum Heel" in het college van B&W aan de orde samen met een beleidsnotitie over deze ontwikkeling. In het projectplan wordt beschreven welke gemeentelijke (deel-)projecten voor het dorpscentrum Heel gaan lopen en op welke momenten binnen deze projecten besluitvorming door college en raad nodig is. Voor de mogelijke ontwikkeling van het winkelhart (Wilhelminaplein-Dorpsstraat) wordt door gemeente en betrokken partijen toegewerkt naar een scenario dat haalbaar wordt geacht. De besluitvorming daarover zal aan de raad worden voorgelegd.
12
-DEEL B9.
Financiële uitgangspositie
De actuele financiële foto is onderstaand weergegeven (stand per 12-6-2023). Financiële foto (inclusief vertaling Meicirculaire 2023) 2024 Stand onvoorzien structureel raad 30-5-2023 exclusief verbonden partijen Raad 11-7-2023 Mutatie 1e Prorap 2023 (incl. verbonden partijen) Aanvullend krediet 575k parkeerterrein Fun Beach
2025
€ 1.776.400 € 2.983.600 €
2026 -373.600 €
2027 -373.600
€ -1.174.600 € -1.180.600 € -1.201.500 € -1.201.500 € -19.200 € -19.200 € -19.200 € -19.200
Krediet 65k buitenkasten ligplaatsen woonboten Waage Naak Wessem Krediet 700k uitbreiding woonwagenlocaties Begroting 2024 RUD zienswijze Begroting 2024 MGR zienswijze Krediet 325k 't Leuke Beegden (al in begroting 2023 opgenomen) Heroverweging amendement Cruyff Court Totaal mutaties raad 11-7-2023
€
-4.300 €
-4.300 €
-4.300 €
-4.300
€ € € €
€ -6.300 € € €
€ -7.200 € € €
€ -9.700 € € €
-12.800 -
Meicirculaire 2023 (o.b.v. prijspeil 2024!)
€ 3.180.000 € 2.898.000 € 1.977.000 € 1.450.000
Structurele buffer voor opvangen indexeringen (prijspeil 2024) / onvoorziene uitgaven
€
-500.000 €
-500.000 €
-500.000
Saldo
€ 3.252.000 € 4.170.300 €
-131.300 €
-661.400
€ € € € € -1.204.400 € -1.211.300 € -1.234.700 € -1.237.800
-500.000 €
Toelichting: Aanloop: Begin 2023 Vlak na vaststelling van de Programmabegroting 2023 werd al gesignaleerd dat het financieel meerjarenperspectief aanzienlijk verslechterde (zie RIB / presentatie 16-2-2023 Ontwikkeling financiële positie Maasgouw 2024-2027). Er leek sprake te zijn van een zogenaamde ‘perfecte storm’ waarbij meerdere negatieve ontwikkelingen samenkwamen: - De sterke terugloop van de algemene uitkering uit het gemeentefonds - Uitzonderlijk hoge indexering als gevolg van schaarste (zowel personeel als materialen) - Het stringentere toezichtskader van de Provincie m.i.v. 2024 waarbij incidentele kosten als structureel worden aangemerkt tenzij er sprake is van een onvoorwaardelijke einddatum - Het volledig inzetten van de structurele begrotingsruimte bij vaststelling van de begroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 waardoor geen financiële buffer resteerde
13
Er werd een indicatieve ontwikkeling van de financiële positie geschetst, waarbij het tekort opliep tot ca. € 1,9 mln op basis van de ontwikkeling van de algemene uitkering én indien een aantal incidentele lasten een structurele doorvertaling zouden krijgen. Verder was daarbij aangegeven dat er nog geen financiële ruimte was voorzien voor ruimtevragende claims voor nieuw beleid (PM opgenomen). Met name de terugloop van de algemene uitkering vanaf 2026 (het ‘ravijnjaar’) en een verdere verslechtering vanaf 2027 baarde zorgen en noodzaakte tot anticiperen (in de vorm van het plan van aanpak heroverweging). 1e helft 2023 Inmiddels zijn alle begrotingen 2024 van de verbonden partijen financieel vertaald (in de 1e Prorap 2023) en zijn nog enkele aanvullende ruimtevragende raadsvoorstellen in de pijplijn voor de vergadering van juli. In bovenstaande tabel is als uitgangspunt gehanteerd dat de voorstellen worden overgenomen. Meicirculaire 2023 Inmiddels is op 31 mei de Meicirculaire 2023 ontvangen en zijn in de daaropvolgende dagen de bijbehorende rekenbestanden beschikbaar gekomen om de financiële consequenties voor Maasgouw door te vertalen. De meerjarige consequenties zijn in bovenstaande tabel op pag. 13 verwerkt en zijn hier nogmaals weergegeven. 2024 Meicirculaire 2023 (o.b.v. prijspeil 2024!)
2025
2026
2027
€ 3.180.000 € 2.898.000 € 1.977.000 € 1.450.000
Pluspunten (t.o.v. Septembercirculaire 2022): - Er vindt compensatie plaats voor de gestegen prijzen (loon- en prijsontwikkeling (LPO)) - Aanvankelijk (bij de Septembercirculaire 2022) was er sprake een incidentele toevoeging aan het gemeentefonds in 2026. Dat betekende dat er in 2027 sprake zou zijn van een verdere verslechtering (voor Maasgouw - € 1 mln indicatief). In deze Meicirculaire wordt de incidentele toevoeging van 2026 nu ook structureel doorgetrokken in 2027 e.v. jaren (waardoor het tekort voor 2027 e.v. jaren geringer is dan aanvankelijk werd voorzien). - Er is een akkoord over de jeugdzorg waardoor het Rijk ten dele tegemoet komt voor compensatie van de hogere kosten jeugdzorg Minpunten (t.o.v. Septembercirculaire 2022): - Het ‘ravijnjaar’ 2026 staat nog onverkort overeind! Per 2026 wil het Rijk afstappen van de bestaande bekostigingssytematiek ‘samen trap op, samen trap af’ en op basis van een nieuwe normeringssystematiek (koppeling aan het BBP) zorgen voor minder schommelingen en meer stabiliteit in de ontwikkeling van het gemeentefonds. Echter bij de invoering van de nieuwe normeringssytematiek is de loon- en prijsontwikkeling vanaf 2025 niet doorgetrokken in 2026 en volgende jaren. Ook het accres 2 biedt vanaf 2027 te weinig vergoeding voor het opvangen van de autonome groei van de zorgtaken.
Verder is de opschalingskorting door het Rijk nog steeds budgettair vertaald. Deze componenten zorgen ervoor dat er vanaf 2026 voor gemeenten structureel ruim 2,7 mld minder beschikbaar is voor het uitvoering van gemeentelijke taken. Indien het tekort van € 2,7 mld op macroniveau wordt geprojecteerd naar de Maasgouwse begroting komt dat neer op afgerond € 2,7 mln lagere inkomsten. Voor een uitgebreide uiteenzetting wordt verwezen naar de VNG ledenbrief van 17 mei 2023 ‘Voorjaarsnota 2023’. 2 de landelijke areaaluitbreiding van volume-componenten zoals bv. aantal inwoners, uitkeringsgerechtigden,
woningen etc.
14
Conclusie Meicirculaire 2023 Op basis van de forse positieve bijstellingen lijken de resultaten in eerste instantie positief. Dit is echter maar ogenschijnlijk op basis van het bovengeschetste minpunt. Bovendien moet er rekening mee gehouden worden de vermelde positieve bijstellingen voor de jaren 2024 en 2025 grotendeels betrekking heeft op compensatie voor de gestegen prijzen (inclusief de prijsstijging van 2023 naar 2024)! In dat verband is het logisch om ook aan de uitgavenkant al rekening te houden met een stelpost voor indexering van lonen en prijzen van tenminste € 500.000 structureel om een realistisch beeld te scheppen. Ter illustratie: 1) In onze huidige begroting is de cao met een looptijd t/m 31-12-2023 structureel doorvertaald. Indien er voor 2024 een nieuwe cao overeen wordt gekomen, dan zullen hier extra kosten uit voortvloeien waar bij de huidige berekening van de algemene uitkering qua inkomsten (op basis van prijspeil 2024) al rekening mee is gehouden. 1% cao-stijging resulteert in een extra ruimtevragende claim van ca. € 150.000 structureel (Maasgouw + 1/3e SC MER). 2) De uitgaven op jaarbasis van Maasgouw bedragen ca. €70 mln. Grofweg een kwart daarvan heeft betrekking op verbonden partijen, waarvan de begrotingen al zijn opgesteld o.b.v. prijspeil 2024 (behoudens salarissen SC MER).
Dit betekent een restant van ruim € 50 mln jaarlijkse exploitatielasten exclusief de bijdrage aan verbonden partijen. Bij 1% stijging van de uitgaven over de gehele exploitatie is er al sprake van een ruimtevragende claim van € 500.000 structureel. 2e helft 2023 (aanloop naar begroting) In de 2e helft van 2023 dient, op weg naar de vast te stellen begroting 2024 (en meerjarenraming 2025-2027), het afwegingsproces plaats te vinden om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting. Uit de tabel blijkt een overschot in de jaren 2024 en 2025 en vervolgens een oplopend tekort naar ruim 660k in 2027. Inmiddels lopen er landelijk via de VNG initiatieven en acties om met het Rijk in gesprek te komen over de ontwikkeling van het Gemeentefonds. Deze zullen waarschijnlijk op z’n vroegst resulteren in (hopelijk) positieve bijstellingen die in de Septembercirculaire 2023 zullen landen. Deze informatie komt te laat beschikbaar om nog op te kunnen anticiperen in de voorbereiding op het begrotingsproces (begroting 15 september aanbieden aan raad). De huidige cijfers vormen dus het vertrekpunt voor de op te stellen begroting 2024. Daarbij dient tevens rekening gehouden te worden met het feit dat er indicatief in de range van € 800.000 - € 1 mln aan structureel ruimtevragende claims voor nieuwe beleidswensen is geïnventariseerd.
Voor het al dan niet honoreren van deze claims zal het integrale afwegingsproces doorlopen moeten worden: heroverwegen bestaand beleid – heroverwegen nieuw beleid – inkomstenverhoging – inzet algemene reserve (indien mogelijk).
15