CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzen ontwerp weigering (Geanonimiseerd)

Commissie Ruimte 9 april 2025, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Spreekrecht burgers (geagendeerde onderwerpen)2.563 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

C3

Gemeente Maasdriel T. a. v. College van Burgemeester en Wethouders Postbus 1000 5330 GA Kerkdriel

Ons kenmerk: Datum: Uw kenmerk:

EUR147 23-12-2022 ODR2106989

Betreft: Zienswijzen ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning

Geacht College

,

Op 14 juni 2021 hebben wij namens Euroships services B. V. (initiatiefnemer) een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van een opslagloods. De aanvraag gaat over de locatie Heerewaardensestraat 24 in Heerewaarden kadastraal bekend als gemeente Heerewaarden sectie A nummer 1323. Met deze aanvraag wordt beoogd overdekte opslagcapaciteit te realiseren. Hiermee krijgt het bedrijf de mogelijkheid om de huidige buitenopslag naar binnen te verplaatsen. ,

,

,

,

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag bent u tot het oordeel gekomen dat het plan in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. Hierover hebben wij de afgelopen periode schriftelijk en mondeling standpunten uitgewisseld. Dit heeft er niet toe geleid dat u van oordeel veranderd bent en daarom is uw college voornemens de aanvraag om omgevingsvergunning te weigeren. Het ontwerp besluit ligt van 30 november 2022 tot en met 10 januari 2023 ter inzage. Gedurende deze periode is het mogelijk om een zienswijze in te dienen. Met deze brief maken wij namens initiatiefnemer gebruik van die mogelijkheid. Met deze zienswijzen gaan wij in op de onderdelen van de ontwerpbeschikking waar initiatiefnemer het niet mee eens is en lichten wij ons standpunt ten aanzien van de beoordeling van de aanvraag toe. 1. Overgangsrecht Met de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied Binnendijks deel 2006” is bepaald dat op de onderhavige locatie bedrijfsactiviteiten mogen plaatsvinden tot en met milieucategorie 2. Het bedrijf van de initiatiefnemer was toen al op de huidige locatie gevestigd en kon zich daar ook vestigen op basis van het toen vigerende bestemmingsplan. De bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer vallen onder de milieucategorie 4. 1.

Met het vaststellen van het bestemmingsplan “Buitengebied Binnendijks deel 2006” zijn de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer onder het overgangsrecht komen te vallen. Met de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2016” zijn de bedrijfsactiviteiten opnieuw onder het overgangsrecht gebracht. Onlangs is het bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2022” vastgesteld. Ook daarmee is nog steeds het overgangsrecht van toepassing op de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer. Een bestaande legale activiteit mag alleen onder het overgangsrecht worden gebracht als de bestaande legale situatie op basis van nieuwe planologische inzichten niet meer in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en / of het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. Daarnaast moet het aannemelijk zijn dat het bestaande gebruik op termijn zal verdwijnen.

C3

Met het overgangsrecht wordt namelijk beoogd een tijdelijke situatie te overbruggen (zie ABRvS 27 januari 2021 ECLI:NL:RVS:2021:172). Al in 2006 was er geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer op deze locatie zouden stoppen. Er was destijds reeds een opvolger werkzaam binnen het bedrijf. De initiatiefnemer heeft destijds expliciet bij de gemeente navraag gedaan over de mogelijkheid om zijn bedrijfsactiviteiten onder het nieuwe bestemmingsplan te kunnen voortzetten. De initiatiefnemer heeft de activiteiten voortgezet en is voornemens deze nog lange tijd voort te zetten op deze locatie. Er is sprake van een opvolger binnen het bedrijf. Ook dat is reden om aan te nemen dat de bedrijfsactiviteiten zullen worden voortgezet. ,

dit moment het overgangsrecht van toepassing is op de bedrijfsactiviteiten van initiatiefnemer. Dit is echter in strijd met vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State omdat niet aan de voorwaarden werd en wordt voldaan om de bedrijfsactiviteiten onder het overgangsrecht te kunnen brengen. Bij een nieuwe herziening van het bestemmingsplan of Feit is dat op

de vaststelling van een omgevingsplan zal een passende bestemming moeten worden toegekend aan het bestande legale gebruik om daarmee de overgangsrechtelijke situatie beëindigen. 2. Bouwen In het ontwerp besluit stelt u onder de kop Bouwen dat wat de initiatiefnemer wil bouwen niet mag op grond van de regels van het bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2016”. Dit is onjuist. De beoogde opslagloods voldoet aan de bouwregels uit artikel 6. 2. 2 van het bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2016”. De activiteit bouwen is niet in strijd met de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan. Het overgangsrecht is niet van toepassing op de bouwwerken maar enkel op het gebruik. ,

3. Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening In het ontwerp besluit stelt u onder de kop Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening dat wat de initiatiefnemer wil doen niet mag volgens de regels van het bestemmingsplan. Met deze stelling is de initiatiefnemer het niet eens. ,

De huidige bedrijfsactiviteiten zijn met het bestemmingsplan “Buitengebied Binnendijks deel 2006” onder het overgangsrecht komen te vallen. Dit overgangsrecht is in daar opvolgende bestemmingsplannen overgenomen. Op grond van artikel 45. 2 onder a van het bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2016” mag het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is worden voortgezet. Op grond van artikel 45. 2 onder b van het bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2016” is het verboden om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik als bedoeld onder a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Vast staat en daar is overeenstemming over met uw college dat het overgangsrecht van toepassing is op de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer. ,

,

,

,

,

,

,

Uit uw overwegingen blijkt dat u het niet wenselijk vindt dat de bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 4. 1 zich uitbreiden. Dat er sprake is van uitbreiding van de activiteiten baseert u op de aanname dat er meer ruimte zal ontstaan in het bestaande bedrijfsgebouw door het realiseren van de opslagloods. Daarnaast zou uit stukken bij de aanvraag blijken dat met de aanvraag groei van de bedrijfsactiviteiten beoogd wordt. Ook stelt u dat de bouw van de opslagloods juridisch gezien moet worden als uitbreiding van de activiteiten.

C3

Verder geeft u aan dat het initiatief niet in lijn is met de wensen van de provincie Gelderland omdat zij bedrijfsactiviteiten in deze milieucategorie wil concentreren op bepaalde plekken. De huidige locatie van het bedrijf zou niet de aangewezen plek zijn. ,

Met de aanvraag wordt beoogd een opslagloods te realiseren zodat de huidige buitenopslag daar naar toe verplaatst kan worden. De initiatiefnemer is de bedrijfsvoering aan het moderniseren. Het bouwen van de opslagloods maakt hier onderdeel van uit. Buitenopslag is in deze moderne tijd niet meer wenselijk. Met het plan wordt niet beoogd ruimte te creëren in de bestaande bedrijfshal om de activiteiten daar uit te kunnen breiden. U geeft aan dat uit stukken bij de aanvraag zou blijken dat met het initiatief wordt beoogd de activiteiten uit te breiden. Alleen in het begeleidend schrijven bij de aanvraag is dit inderdaad terloops genoemd. Dit is echter niet afgestemd met de initiatiefnemer en niet de bedoeling van de initiatiefnemer. Er is geen ander stuk dat onderdeel uitmaakt van de aanvraag waaruit blijkt dat uitbreiding van de activiteiten wordt beoogd. Dit is abusievelijk benoemd in het begeleidend schrijven. Dit hebben wij onder andere in de brief van 31 januari 2022 nader toegelicht. Ook in mailwisselingen en gesprekken is steeds duidelijk gemaakt dat er geen uitbreiding wordt beoogd. Uw oordeel dat met dit initiatief de bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 4. 1 zullen worden uitgebreid is onjuist. Dit oordeel kan geen onderbouwing zijn voor de weigering van de aanvraag om omgevingsvergunning.

Met de aanvraag en later ingediende aanvullingen is duidelijk gemaakt dat uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 4. 1 niet aan de orde is. U kunt uw beslissing om de aanvraag te weigeren niet baseren op een aanname. U moet uw beslissing baseren op de ingediende stukken inclusief de aanvullingen. Als later blijkt dat de initiatiefnemer handelt in strijd met een verleende vergunning dan is handhaving de enige juiste weg om daar een einde aan te maken. Niet op voorhand op basis van een aanname dat er wellicht strijdig gebruik plaats zal gaan vinden een aanvraag weigeren.

,

,

,

De stelling dat de bouw van de opslagloods juridisch gezien moet worden als uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten wordt niet nader onderbouwd. Op basis van welke regelgeving of jurisprudentie u tot deze stelling bent gekomen is voor de initiatiefnemer niet duidelijk. Met de bouw van de opslagloods wordt niet beoogd de bedrijfsactiviteiten uit te breiden. Feitelijk zal er geen uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. U geeft ook aan dat het plan niet in lijn is met de wensen van de provincie Gelderland om dit soort bedrijfsactiviteiten te concentreren op bepaalde plekken. Enkel wensen kunnen geen basis zijn voor de weigering van een aanvraag om omgevingsvergunning. U geeft niet aan met welk provinciaal beleid het initiatief in strijd zou zijn. Gedurende de behandeling van de aanvraag is eventuele strijd met provinciaal beleid aan de orde geweest. Daarbij is geconcludeerd dat het initiatief niet in strijd is met provinciaal beleid. U lijkt hier nu op terug te komen zonder aan te geven met welk beleid het initiatief in strijd zou zijn. De initiatiefnemer is voor zijn bedrijfsvoering gebonden aan een locatie aan het water. Dit bemoeilijkt het eventueel verplaatsen van het bedrijf. Verplaatsing is niet aan de orde. Kortom

, u baseert uw voornemen om de aanvraag te weigeren op de aanname dat er sprake zal zijn van een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 4. 1. Dit is een onjuiste aanname en dit kan daarom geen onderbouwing zijn voor de weigering van de aanvraag om omgevingsvergunning.

C3

4. Voorbereidingsprocedure Nadat de aanvraag omgeving is ingediend heeft u aangegeven dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is op de aanvraag. De aanleiding daarvoor was dat u van oordeel bent dat de aanvraag in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. Namens de initiatiefnemer hebben wij onderbouwd waarom wij van mening zijn dat het initiatief niet in strijd is met het bestemmingsplan. Wij zijn nog steeds van oordeel dat het initiatief gerealiseerd kan worden binnen de mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt.

Op de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer is het overgangsrecht uit artikel 45. 2 van het bestemmingsplan “Buitengebied herziening 2016” van toepassing. Enkel het gebruik valt onder het overgangsrecht. De bestaande gebouwen voldoen aan de regels van het vigerende bestemmingsplan. Ook staat het vigerende plan de bouw van de gevraagde opslagloods toe.

Op grond van artikel 45. 2 onder a mag het bestaande gebruik worden voortgezet. Het bestaande gebruik omvat de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer in milieucategorie 4. 1 op deze locatie. Onderdeel van het bestaande gebruik is buitenopslag op het terrein behorende bij het bedrijf. Met dit initiatief wordt beoogd deze bestaande opslag te verplaatsen van buiten naar de nieuw te bouwen opslagloods.

In de begripsbepalingen van het vigerende bestemmingsplan is geen omschrijving opgenomen van het begrip ‘opslag’. Dat betekent dat het bestemmingsplan geen onderscheid maakt tussen buiten opslag of overdekte opslag. Hieruit volgt dat het verplaatsen van de buitenopslag naar de opslagloods in planologische zin geen verandering van de bedrijfsactiviteiten inhoudt. Onderdeel van de bestaande legale activiteiten is opslag en dit blijft onderdeel van de activiteiten. De bedrijfsactiviteiten worden met dit initiatief ongewijzigd voortgezet. Uit de VNG handreiking ‘bedrijven en milieuzonering’ valt op te maken dat op opslagactiviteiten de milieucategorie 1 van toepassing is. Activiteiten van deze milieucategorie zijn rechtstreeks toegestaan. Dat de opslagactiviteiten bedoeld zijn voor bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 4. 1 doet daar niets aan af. Immers als de opslagactiviteiten los van het bedrijf van de initiatiefnemer zouden plaatsvinden zou hier ook milieucategorie 1 op van toepassing zijn. ,

Op grond van artikel 45. 2 onder b is het verboden het onder a bedoelde gebruik te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdig gebruik tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Met het initiatief wordt geen verandering van activiteiten beoogd naar een ander met het plan strijdig gebruik. Het initiatief is dan ook niet in strijd met deze bepaling. ,

Door de opslag te verplaatsen naar de opslagloods zal het bestaande gebruik naar aard en omvang worden verkleind. De impact op de directe omgeving wordt minder door de opslag te verplaatsen naar de loods. Er is minder zicht op de opgeslagen goederen en de opslagloods heeft een akoestische demping. Daarnaast zal de hinder van andere milieubelastende thema’s zoals stof gevaar en trilling afnemen. De belasting op de omgeving zal afnemen door het initiatief. ,

,

Het vigerende bestemmingsplan staat opslag toe op het gehele terrein. Het verplaatsen van de opslag naar de opslagloods in praktische zin levert dan ook geen strijd op met het vigerende bestemmingsplan. De activiteit is immers reeds op de gehele bedrijfslocatie toegestaan. Het verplaatsen van de buitenopslag naar de opslagloods levert zowel milieukundig als planologisch geen strijdigheid op. Door het verplaatsing van de opslag van buiten naar binnen zullen de milieubelastende activiteiten juist naar aard en omvang afnemen. ,

,

C3 HDD

À

Q

=S HDD

advies

&

085023

Voorstraat 8 4033 AD Lienden

4

_info@hddadvies.nl

BTW

72296275 __NL859063495 BO1

EB

_www.hddadvies.nl

IBAN

NL11 ABNA

9059

KvK

Â

advies Er is geen

sprake

plan strijdig gebruik en de belasting op de omgeving overeenstemming met het overgangsrecht uit artikel 45.2 van het vigerende bestemmingsplan. Dat betekent dat het initiatief binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt gerealiseerd kan worden. Daaruit volgt ook dat de behandeling van de aanvraag om omgevingsvergunning volgens de reguliere voorbereidingsprocedure diende / dient te worden afgehandeld. van

zal afnemen.

5.

Als het

een

verandering

naar

Het initiatief is dan

Omgevingswet doorgaat, treedt op

6.

de

het

Omgevingswet dienen te worden, waarbij er uiteraard sprake afzonderlijk kan zijn van samenhang tussen activiteiten. De opslagactiviteit zal dan als afzonderlijke activiteit beoordeeld moeten worden. Dan zal geconcludeerd moeten worden dat deze activiteit ook dan zondermeer is toegestaan op grond van het bestemmingsplan of voorlopig omgevingsplan. Ook toekomstig (rijks)beleid staat niet in de weg aan dit initiatief. milieubelastende

1 juli 2023

ander met

ook in

activiteiten

Omgevingswet

van

in werking.

Onder de

elkaar beoordeeld

Conclusie

Het feit dat het overgangsrecht

van toepassing is op de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer is in strijd met vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is echter een onherroepelijk bestemmingsplan van toepassing op de locatie waar de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer plaatsvinden. Op basis van dit bestemmingsplan is het overgangsrecht van toepassing op de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer. Uw voornemen om de aanvraag om omgevingsvergunning te weigeren is gebaseerd op een onjuiste aanname en niet nader onderbouwde ‘wensen’ van de provincie. Echter kan het initiatief binnen de mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt gerealiseerd worden. Het initiatief is in overeenstemming met de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan en ten aanzien van het gebruik is het initiatief in overeenstemming met het overgangsrecht. Aangezien het initiatief in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan dient de aanvraag om omgevingsvergunning afgehandeld te worden volgens de reguliere voorbereidingsprocedure (83.2 Wabo) en niet via de uitgebreide voorbereidingsprocedure ($3.3 Wabo).

7.

Verzoek

Namens

de initiatiefnemer verzoeken

wij u om voorgaande zienswijzen te betrekken bij uw beslissing op de aanvraag om omgevingsvergunning met kenmerk ODR2106989 van 14 juni 2021. Wij verzoeken u voornemen de aanvraag om op basis van de voorgaande zienswijzen af te zien van uw te verzoeken u de om af te omgevingsvergunning weigeren. Wij aanvraag omgevingsvergunning handelen volgens de reguliere voorbereidingsprocedure en de omgevingsvergunning te verlenen. Heeft

verder nog vragen,

u

dan

kunt

u

contact opnemen

met

(geanonimiseerd) BMenaddaavies.nl.

of via de mij via (geanonimiseerd) BN

(geanonimiseerd) Le

Adviseur

bedrijfsontwikkeling

Bijlage: Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning

ODR2106989

door Vergunningen

Bestemmingsplannen

Subsidies

mail op

0828

2235

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15418718/1