zienswijze uwdh 23 def GEANONIMISEERD Zwartgemaakt
Tekst van het document
Rossum, 27 Oktober 2023 Zienswijze op de ontwerpbesluiten betreffend UWDH 2022-012703
Preambule: overheid zijn is niet makkelijk. Als samenleving hebben we diverse zaken dermate opgedeeld dat met name in dit proces er zoveel belangen en meningen en organisaties concurreren dat het voor de gewone burger erg lastig is te bepalen wie nu uiteindelijk waarvoor verantwoordelijk is. Juridisch geeft dat ook problemen. We zien de draconische eisen betreffende een verondersteld, mogelijke piping, het opnemen van parkeerplaatsen en heel erg dure extra bruggen een stempel drukken op het plan leiden tot de verkeerde uitkomsten. Het kwelwaterretentiegebied bij Bato’s erf zou prachtig te combineren zijn met de eindeloos uitgesponnen trajecten met de Maas/Waal connectie. Andere percelen die van nature veel meer kwel hebben zou den veel meer in aanmerking komen. Is er gedacht aan de slachting onder dassen en bevers op de N322 met de toenam van meer natuur, zijn er faunatunnels gepland? In onze ogen heeft de totstandkoming van het plan te lijden gehad aan de veelvoud van organisaties. Jammer .
Geachte lezer, We zijn verheugd dat het plan nu ter inzage ligt en dat er toegewerkt wordt naar een reeds lang gewenste inrichting van de gebieden. Allereerst willen we onze waardering uitspreken voor het vele werk dat verricht is, waarbij duidelijk een weg wordt bewandeld waar overheden en organisaties gezamenlijk naar een eindresultaat werken. De richting die gekozen wordt kan op onze instemming rekenen. Onze stichting is reeds 40 jaar betrokken bij natuurontwikkeling in onze streek en wil ook bij dit plan graag de nodige kanttekeningen maken. Het lastige in dit proces is dat het gaat om een uitwerking van de visie Waalweelde die op het gebied van twee gemeenten valt. Opmerkingen in algemene zin mogen het hele plan toegerekend worden.
Algemeen
In een zo groot project komen zoveel belangen, organisaties en processen bijeen dat het niet anders kan dan dat er fricties optreden. De kaders van Rijk en Provincie en Gemeente zijn vanuit de verordeningen duidelijk. De uitvoer is echter lastiger. Zo zien we de praktijk van verstoring, betreding, stroperij,
vuilstort en lawaaisporten te veel als verstorende factor in dit smalle gebied en zien we zowel in de inrichting als in de beoogde uitvoering – wat betreft de inzet en coördinatie van begeleiding, informatie en handhaving- het plan te kort schieten De beantwoording van onze inbreng in het vooroverleg was dermate algemeen en vaag dat wij daar iets over willen zeggen: zoals in de natuurtoets vermeld wordt zijn veel soorten erg gevoelig voor verstoring. Verwijzen naar de verschillende terreineigenaren met “zij treden wel op” is gezien de praktijk van alledag te mager. Het plan in zijn geheel schiet tekort om dit gat te dichten. Wij stellen voor dat in het gemeentelijke bestemmingsplan een nadere uitwerking komt van verboden handelingen zoals : vis-stroperij, vissen met boten, grote aantallen honden die loslopen, motorcross, kamperen, grote vuurfeesten en vuurwerkshows hetgeen nader uitgewerkt wordt in de APV’s. (I) Daaraan gekoppeld zou de handhaving een aparte paragraaf dienen te zijn in de ontwerpbesluiten. Provincie verplicht als bevoegd gezag dit nu adequaat te regelen. ( zoals bijvoorbeeld de Provincie Brabant dat heeft gedaan) en is als bevoegd gezag in de uitwerking van de NNN’s en Habitatdoelen daar in de kartrekker. .(II) Opm.1
Procedureel/formeel kader
Als eerste willen we een vraag stellen over het kader waarbinnen de reactie van onze stichting en die van vele andere inwoners vallen. Er ligt een bestemmingsplanwijziging voor op basis van een inrichtingsontwerp dat door de MER procedure gaat. We willen graag weten of we vanuit het juiste perspectief handelen met de vraag hoe opmerkingen en zienswijzen uiteindelijk van invloed zijn in formele zin en welke relevantie de bijlages dan hebben. We hebben een bestemmingsplankaart voor ons met daaronder de nodige onderzoeken die of fiat geven aan dit proces dan wel kanttekeningen maken bij de gekozen oplossingen en daarmee kaders in de uitvoering vormen. We kiezen er kortheidshalve voor in deze fase opmerkingen te maken over het gehele plan, de aannames en uitwerkingen, en vertrouwen er op dat waar de zienswijze strekking heeft op meerdere delen van de ontwerpbesluiten dit gecoördineerd op de juiste tafel terecht komt. Immers we vragen : • • • •
om uitvoering van de bepalingen van het GNN als uitvloeisel van WNB, waar de provincie zijn bestuurlijke rol zou uitoefenen, Om aanpassingen van nevengeul ter plaatse van de Middenplaat waar RWS bevoegd is, Schrappen van bepaalde zaken waar de gemeente een zegje mag doen, Etc.
We vragen kortom om een duidelijk inzicht in welke hiërarchie en volgordelijkheid de zienswijzen op de inrichting hun plaats krijgen, dit mede vanwege de vervolgstappennoodzakelijk. Wij proeven
geenenkele welwillendheid ten aanzien van de door ons ingebrachte voorstellen in de vooroverlegfase.Opm.2
Beleidskaders en uitgangspunten.
In de verschillende bijlages wordt gerefereerd aan de reeks beleidsnota’s die hebben geleid tot dit resultaat. NURG, Plan Fort st Andries, KRW, Waalweelde …. noem maar op. Om in het vervolg van ons betoog niet verstrikt te raken in een ongewenste overlap verwijzen we naar enkele vaststaande uitgangspunten vastgelegd in de beleidsstukken bij Gemeente, Provincie en Rijk. 1. Natura 2000 een uitwerking van Europees regelgeving resulterend in de ontwikkeling van het Gelders Natuur Netwerk met daarin omschreven de kernwaarden van een gebied. In dit geval no 156. De Provincie heeft uit hoofde van haar rol als bevoegd gezag voor de Wet Natuurbescherming de rol het hele proces te toetsen aan een hele reeks voorwaarden waaronder instandhoudingsdoelen etc. Ontheffingen, voorwaarden en monitoring en daar mee ook toezicht op uitvoering en handhaving liggen bij de Provincie. 2. Deze waarden zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening van de Provincie Gelderland die in art. 2.7.1.1 en verder duidelijk stelt dat “ binnen het GNN geen nieuwe functies worden toegelaten tenzij er geen reële alternatieven voorhanden zijn voor de negatieve gevolgen voor de kernwaarden zoals beschreven in de toelichting met daarna de mogelijkheid om negatieve gevolgen te mitigeren of te compenseren.
Als basis voor een toetsingskader worden altijd gemeten naar: ecologische samenhang, stilte, duisternis, openheid en rust. ( https://www.gelderland.nl/bestanden/Gelderland/Omgevingsvisie-enruimte/DOC_kernkwaliteiten_Omgevingsvisie.pdf ) 3. In de visie Waalweelde is een duidelijke richting aangegeven die tot uitgangspunten van de MER hebben geleid. Daarin ligt vast hoe de uiterwaarden vanaf de sluis St Andries tot aan de Hul in Wamel moeten worden ingericht. Kortheidshalve verwijzen we naar: https://www.commissiemer.nl/projectdocumenten/00001684.pdf?documenttitle=Preverkennin g%20UWDH%20Definitief%20%20maart%2014.pdf. De MER en haar uitgangspunten zijn onderwerp van inspraak geweest en voor zover wij hebben kunnen vaststellen geeft dit de visie van de Provincie Gelderland weer. 4. In dit verband is er ook nog het Masterplan Maas van de gemeente Maasdriel met daarin de nodige beleidsuitgangspunten ten aanzien van het plangebied in Heerwaarden waar immers Maas en Waal bijna vervlochten zijn. https://repository.officieleoverheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2020-63648/1/bijlage/exb-2020-63648.pdf
In de aanwijzingen van de commissie Boertien destijds, en die in de beleidsnota’s daarna, is duidelijk aangegeven dat bij het vergroten van de rivierveiligheid ook natuur en cultuurhistorie gewogen en meegenomen moeten worden bij de inrichting. De uitwerking van deze LNC waarden zijn gedelegeerd naar de Provincies. We willen onze opmerkingen rond deze drie thema’s vormgeven.
Cultuurhistorie en landschap in relatie tot de natuurontwikkeling. Opmerkingen ten aanzien van de planvorming
Uitgebreid is in dit plan ingegaan op allerlei aspecten van archeologie, explosieven etc., maar in onze ogen schiet het plan te kort om de relatie van mens en landschap nader te preciseren. Wat betreft de archeologie zouden we willen aandragen dat met name in de buurt van het oude fort st Andries met zorg gekeken zou moeten worden naar de mogelijke resten van het castellum en de restanten van massaslachting door Julius Caesar in 69 vC, immers datering van botresten etc kunnen een aanvulling betekenen op de laatste inzichten van de toenmalige gebeurtenissen.Opm3
DE STRANG , GEUL 2, BIJ EEN IETS VERHOOGDE WATERSTAND
De eerste geul Daartoe zouden we willen voorstellen om ter plaatse van de enclave aan de Molendijk het plan aan te passen door de nevengeul de vorm aan te laten nemen van de waterloop zoals deze was tot 1964 of daaromtrent. Zodat op de plaats, of in de buurt van de oude Middenplaat ( Varikse plaat) een gebied ontstaat dat ook werkelijk de voorwaarden schept voor de te wensen ecologie. In plaats van een wat saai stroompje herstellen we de vorm die het landschap had vanuit de 19e eeuw:
DE MIDDENPLAAT ( R) EN DE OPLOSSING TOT MIDDEN JAREN 60 ( L)
De aanpassing zal dan plaatsvinden vanaf het voetveer.
De Stichting begrijpt dat een en ander nu aanpassen lastig is maar zou willen aandringen op een ontwerp dat meer toegesnedenis op de oorspronkelijke vorm van de middenplaat. Dit zou kunnen door een verbreding van de geul ter hoogte van de Molenhoek in de vorm van ca 1850 te realiseren. Het antwoord op onze bijdrage was in onze ogen te algemeen en niet erg feitelijk. Verwijzen naar belangenafweging zou in ieder geval moeten duidelijk maken omwelke belangen het gaat. Opm.4
Later in deze notitie komen we terug op het feit dat de gewenste habitat voor de leeuwerik en kwartelkoning alleen succesvol tot vestiging leidt als de voorwaarden daarvoor in de inrichtende zin voldoende zijn. Met andere woorden: een frequente betreding van het gebied is niet wenselijk vandaar dat we adviseren de brug benedenstrooms uit het plan te halen omdat in onze visie daar de geul breder zou moeten zijn. Wandelen en struinen, extensief juichen we toe maar we zien ook dat de natuur rust nodig heeft en geen grote meutes met honden en
visstropers die zonder enig toezicht of handhaving de gestelde natuurdoelen die ( weliswaar onvolledig in de passende beoordeling van BP Maasdriel beschreven). Bevoegde gezagen kunnen niet aantonen dat grondbroeders als kwartelkoning en patrijs of foeragerende lepelaars geen hinder zouden ondervinden van grotere groepen mensen die ( er ontbreekt een telling van uw zijde) er nu al komen en naar waarschijnlijkheid later nog meer.. Daarom pleiten we voor een enkelvoudige toegang tot de te scheppen eilandstructuren Opm.5 De tweede nevengeul is bedacht in het gebied van de oude strang. In onze optiek zou de herkenbaarheid van deze oude rivierloop geaccentueerd dienen door de huidige breedte niet te versmallen- integendeel verbreden!-, de oude langgerekte vorm te herstellen met een brede uitmonding en de aantakking aan de rivier goed te plaatsen. Dit in de wetenschap dat ter plaatse de rivier een enorme hoeveelheid zand neerlegt vanwege de ligging van het gebied.
Beeld van de strang 19e eeuw Opvallend is dat de Strang zoals deze er nu ligt, een mooie brede en forse aanblik biedt in het landschap, aangevuld met de steeds in beeld variërende poldertjes. Op de afbeelding de situatie bij een normale waterstand. Uit ervaring blijkt het een prachtige paaiplaats waar overigens wel knelpunten ontstaan bij indroging. Het ontgaat ons waarom deze volle breedte niet behouden blijft. Opm.6
Polderstructuren aanpalend aan de dijk
De structuur van poldertjes, laagtes, watergangen in de zone evenwijdig aan de dijk. Structuren die ontstaan zijn na het maken van de Afsluitdijk in de 19e eeuw bieden een zeer bijzondere aanblik van rabatten, laagtes, sluisje etc. Het gebied staat grofweg ingetekend als bezinkingsvlaktes. Graag zagen we de invulling van dit gebied inclusief beheers- en inrichtingsmaatregelen nader uitgewerkt. Een betere kaart, met voorgestelde waterhoogtes, uitgewerkte en gerestaureerde structuren die leiden zijn in toekomstig beheer alsmede de vrijwaring van ongewenste interventies in het peilbeheer van het waterschap maakt het mogelijk een juist beeld van de toekomstige situatie te geven. Graag zouden we een nadere uitwerking van de vele kleine poldertjes en watergangen tegemoet zien met een uitgekiend peilbeheer. Opm.7
RABATTEN- EN POLDERSTRUCTUUR
Natuur:
Aard van de voorziene functies van het gebied
Zowel in het Masterplan Maas als in andere beleidsnota’s gaat men uit van extensieve recreatie die de kernwaarden van het gebied respecteren . We schreven reeds: de Omgevingsverordening van de Provincie Gelderland die in art. 2.7.1.1 en verder duidelijk stelt dat “ binnen het GNN geen nieuwe functies worden toegelaten tenzij er geen reële alternatieven voorhanden zijn voor de negatieve gevolgen voor de kernwaarden zoals beschreven in de toelichting met daarna de mogelijkheid om negatieve gevolgen te mitigeren of te compenseren. Als basis voor een toetsingskader worden altijd gemeten naar: ecologische samenhang, stilte, duisternis, openheid en rust. Om dit ten uitvoer te brengen in dit gebied zien we het plan tekort schieten qua uitvoering en missen we zoals gezegd de visie op een gecoördineerde handhaving, informatie en begeleiding. (zie opm. 2) . Het is, denken we, goed om specifieke behoeftes te benoemen - hoe futiel in sommige ogen dan ookom zicht te krijgen op de maatregelen. Behoeftes zijn : uitwaaien, wandelen, sporten, fietsen zingen, pootje baden zonnen, vissen, paardrijden, hond uitlaten, hangen. We stellen voor op een redelijke manier deze behoeftes te bekijken en bepaalde uitren zones voor honden te verschaffen waar dat op andere plaatsen dan nadrukkelijk verboden is. Opm.8
Opmerkingen ten aanzien van de inrichting
Parkeren; zoals gezegd in de eerdere punten schrijft de omgevingsverordening voor eerst alternatieven te zoeken: die zijn er! Er is een parkeerplaats naast de N322 reeds aanwezig tussen de Heggeldijk en st Andries, ( HM 38.7), aan de dijkzijde destijds speciaal voor bezoekers ingericht. … en om in de smalle strook bij het Moleneind nu nog een parkeerterrein te situeren gaat in tegen de geest van het GNN en de Omgevingsverordening. Aan de binnenzijde van de dijk is ruimte genoeg om een P te realiseren. De beantwoording door de Gemeente Maasdriel is op het ongenuanceerde af waar eigenlijk botweg gezegd wordt “wij willen het en daarmee uit”. Een argument dat auto’s aan de kant van de provinciale weg N322 niet wenselijk zouden zijn is bijzonder vreemd.Opm.9 Verkeersveiligheid: de toegenomen aantallen bezoekers maken het noodzakelijk ook oog te hebben voor de veiligheid . Er is veel verkeer op dijk. Wandelaars fietsers komen regelmatig in gevaar door de auto’s die de dijk oversteken, op de smalle wegen door het gebied leveren colonnes motoren een
enorme overlast. Maatregelen gewenst! Als de gemeente zegt “het is immers openbare weg” mag je zeggen dat het een buurtontsluitingsweggetje is waar veel wandelaars en fietsers gebruik van maken. Opm.10
Met betrekking tot de passende beoordeling/natuurtoets. We missen een aantal diersoorten in de beoordeling : kwartelkoning, porceleinhoen, lepelaar, koereiger, patrijs. Wat ons bevreemdt is dat er in de natuurtoets voortdurend geschreven wordt dat “er nu ook al mensen lopen te struinen” en dat “het dus niet erger zal worden”. Een natuurontwikkelingproject is gericht juist op natuurdoelen en vermeerdering en verbetering van de biodiversiteit De inschatting van de gevolgen van een toenemende recreatiedruk. In de bestaande situatie is een groot deel van het gebied een uitlaatplek voor honden. In tegenstelling tot de reactie ( niet wetenschappelijk onderbouwd) als zouden kwartelkoning en leeuwerik en foeragerende lepelaars geen last hebben van roedels honden vindt de stichting dat de nieuwe gebieden weliswaar toegankelijk moeten zijn maar met minder heel erg dure bruggen. Een gebied heeft juist plekken nodig waar dieren weten dat het rustig is! In onze visie moeten de gebieden waar de instandhoudingsdoelen van grondbroeders etc. in een glanshaverhooilandsituatie ( 12.03 snl) of een schraal graslandbiotoop (11.01) ingetekend staan minder verstoringsgevoelig aangelegd worden met minder bruggen over de watergangen ( Bij geul 2 twee overgangen bij geul 1 “Middenplaat-variant” een overgang bij het voetveer. Ook wordt de vos niet genoemd in de beoordeling.
In de Hemelrijkse Waard in Lithoyen zien we dat voorbermen, zo u wilt kleine eilandjes het broedsucces van vogels verhoogt! Wulp en scholekster zullen daar graag broeden. Graag aanpassing op deze punten van het plan. Opm.11 Tevens pleiten we voor een degelijke keten van plaatsen waar zwerfvuil gedeponeerd kan worden inclusief de verplichting voor de organisaties dit op te halen. Opm.12
De waardman, virtueel of stoffelijk… het maakt niet uit.
Tot zeer recent werden waarden beheerd onzer het toeziend oog van de waardman. Niet altijd de meest geliefde persoon omdat deze toezicht hield op de manier waarop in tijden van grote schaarste de inwoners het tekort aan eiwitten, materialen en brandhout aanvulden. Deze tijd kent andere schaarstes. In dit project stellen we voor vanaf het begin een waardmansfunctie te creëren, een persoon, of een groep personen stemt beheer, maatregelen en toezicht af en voert dit uit daartoe gemandateerd door
de verschillende organisaties ( RWS, SBB, Gemeenten, Provincie). Hierin kunnen ook bewonersgroepen een grote rol spelen daar waar het gaat om de kleinere klussen als vuilnis opruimen, snoeiwerkjes en sociale controle. Een pilot in Hurwenen, maar ook oplossingen elders in het rivierengebied (IJssel) leveren positieve feedback op! Opm.13
Tot slot
Met 13 opmerkingen met daarin de nodige voorstellen leidt het tot de conclusie dat in onze visie een aantal aanpassingen noodzakelijk zijn om op juiste wijze uitvoering te geven aan datgene wat in eerdere visiedocumenten en verordeningen is vastgelegd. Graag zijn we bereid een en ander nader toe te lichten en te voorzien van schetsen eventueel. We hopen en verwachten dat ondanks het latere stadium in het proces een en ander verwerkt zal worden. Namens het bestuur van de Stichting Dorp en Landschap Bommelerwaard,
Rossum/Hurwenen 29 oktober 2023 Dorpenlandschap@gmail.com,