CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingsvoorstel GR VRGZ

Gemeenteraad 8 februari 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Aanpassing gemeenschappelijke regelingen aan de Wgr15.067 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

Versie: 23 oktober 2023

Pagina 1/34

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen en Zaltbommel, ieder voor zover zij bevoegd zijn; Overwegende: -

dat het voor een goede behartiging van de zorg voor de veiligheid en de hulpverlening aan de burgers in hun werkgebied van belang is samen te werken bij het bieden van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en de voorbereiding op en bestrijding van ongevallen, crises en rampen;

-

dat de Wet veiligheidsregio’s verplicht tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling tussen de colleges in de regio Gelderland-Zuid, waarbij een veiligheidsregio wordt ingesteld;

-

dat de Wet gemeenschappelijke regelingen om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken is aangepast (Stb. 2022, nr. 18) en deze gemeenschappelijke regeling daarmee in overeenstemming moet worden gebracht;

-

dat dit aanleiding geeft om de vigerende gemeenschappelijke regeling ook op andere onderdelen te wijzigen als gevolg van actualisatie.

Gelet op: -

de Wet gemeenschappelijke regelingen; de Wet veiligheidsregio’s; de Gemeentewet; de Wet ambulancezorgvoorzieningen; de Wet publieke gezondheid; de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren; de Politiewet 2012;

en de toestemming van de gemeenteraden van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen en Zaltbommel; B E S L U I T E N: de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid te wijzigen waardoor deze als volgt komt te luiden:

Pagina 2/34

Pagina 3/34

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; b. deelnemende gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten; c. Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland; d. regeling: de onderhavige gemeenschappelijke regeling; e. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, het gemeentebestuur, de raad, het college, de burgemeester en de secretaris onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het bestuur van de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de directeur Crisisbeheersing. Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is ingesteld op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio's. 2. De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen en Zaltbommel. 3.

De veiligheidsregio is gevestigd in Nijmegen. Artikel 3 Bestuursorganen De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter; d. de bestuurscommissies als bedoeld in artikel 17 van deze regeling.

HOOFDSTUK 2 BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 Belangen De veiligheidsregio behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: a. Brandweerzorg; b. Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR); c. Rampenbestrijding en crisisbeheersing; d. Ambulancezorg; e. Het voorzien in de meldkamerfunctie; f. Sociale veiligheid, voor zover het gaat over onderwerpen waarover regionale afstemming gewenst is.

Pagina 4/34

Artikel 5 Taken en bevoegdheden Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen is de veiligheidsregio belast met de uitvoering van de volgende taken en beschikt zij - onverminderd het bepaalde in artikel 30 van de wet - over de daarbij behorende bevoegdheden: a. het in stand houden van een brandweer; b. het in stand houden van een bureau GHOR; c. het in stand houden van een Regionale Ambulance Voorziening (RAV); d. het in stand houden van een gemeenschappelijke meldkamer; e. het waarschuwen van de bevolking, het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting, het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van de brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen, zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio's; f. het opstellen, vaststellen en uitvoeren van een beleidsplan, gebaseerd op een risicoprofiel, en een crisisplan; g. het daadwerkelijk verlenen of doen verlenen van ambulancezorg- en vervoer; h. het inventariseren van risico's van branden, rampen en crises; i. het adviseren van het bevoegd gezag over risico's van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de Wet veiligheidsregio's aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; j.

het adviseren van het bevoegde college van Burgemeester en Wethouders over de taak bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio's; k. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, inclusief de advisering over de gemeentelijke voorbereidingen daarop; l. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; m. het aanwijzen van een inrichting als bedrijfsbrandweerplichtig, als bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregio's; n. het maken van schriftelijke afspraken en het - zo nodig - in overleg treden met instellingen, zorgaanbieders en ambulancevervoerders, zoals bedoeld in artikel 33 en 34 van de Wet veiligheidsregio's; o. het sluiten van convenanten met de politie, andere overheden en derden over de afstemming, voorbereiding of uitvoering van taken die betrekking hebben op de hulpverlening en veiligheid; p. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de in dit artikel genoemde taken; q. het verschaffen van informatie en het zorg dragen voor de communicatie over rampen en crises, als bedoeld in de artikelen 46 en 49 van de Wet veiligheidsregio's; r.

het geven van een bevel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio's. s. het zorg dragen voor een periodieke kostenevaluatie en visitatie, als bedoeld in artikel 56 van de Wet veiligheidsregio's; t. het aanwijzen van ambtenaren die zijn belast met toezicht, als bedoeld in artikel 61 van de Wet veiligheidsregio's en het daarvan mededeling doen door plaatsing in de Staatscourant; u. het aanwijzen van een functionaris die is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis; v. het opleggen van een last onder bestuursdwang, als bedoeld in artikel 63 van de Wet veiligheidsregio's; w. het bespreken van onderwerpen op het terrein van sociale veiligheid waarvoor afstemming raadzaam is; y. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, alsmede het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen, anders dan door brand, in de gemeenten; z. het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen, en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelneming overeenkomstig artikel 31a Wet gemeenschappelijke regelingen Pagina 5/34

aa.alle overige taken en bevoegdheden, die - nu of in de toekomst - op grond van de wet- en regelgeving worden opgedragen aan het bestuur van de veiligheidsregio. Artikel 6

Vervallen

Artikel 7 Dienstverlening 1. De veiligheidsregio is bevoegd tot het verrichten van (extra) diensten voor een of meer deelnemende gemeenten of voor andere gemeenten of openbare lichamen, indien deze daar om verzoeken. 2. De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de veiligheidsregio en de gemeente of het openbaar lichaam dat het aangaat. In deze dienstverleningsovereenkomst (dvo) wordt neergelegd welke prestaties de veiligheidsregio zal leveren, de kosten die daarvoor in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan. Artikel 8

Vervallen

HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel 9 Taken en bevoegdheden 1. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in deze regeling en bij wet aan dit bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een bestuurscommissie zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten tot oprichting van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het algemeen bestuur kan slechts daartoe besluiten indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang, overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a van de wet. 3. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur of aan een bestuurscommissie bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. De volgende bevoegdheden worden in ieder geval niet overgedragen: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34 van de wet; b. het heffen van rechten, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a van de wet; c.

het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen (door strafbepalingen of bestuursdwang te handhaven), tenzij de verordening een rechtspositionele regeling betreft die slechts van toepassing is op het personeel van de veiligheidsregio met een publiekrechtelijke aanstelling; d. het vaststellen van het beleidsplan, bedoeld in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s; e. het vaststellen van een risicoprofiel, bedoeld in artikel 15 van de Wet veiligheidsregio’s; f. het vaststellen van een crisisplan, bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s; g. het instellen van bestuurscommissies; h. de oprichting van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelneming daarin, zoals bedoeld in artikel 31a van de wet. 4. Het algemeen bestuur kan regels stellen inzake de wijze waarop het dagelijks bestuur de haar toegewezen taken uitvoert en bevoegdheden uitoefent, onverminderd het bepaalde in artikel 33a lid 4 van de wet. 5. Het algemeen bestuur wijst een van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 lid 3 van de Wet veiligheidsregio’s.

Pagina 6/34

Artikel 10 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. Bij verhindering of ontstentenis kan een burgemeester zich laten vervangen overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet. Artikel 11 Vergaderorde en besloten vergaderingen 1. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn, voor zover daarvan bij de Wet gemeenschappelijke regelingen niet is afgeweken, op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van het openbaar van overeenkomstige toepassing, conform het bepaalde in artikel 22 van de wet. 2. Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of ten minste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur daarom verzoekt. 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 4. Het algemeen bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid in de vergadering één stem heeft, behoudens het bepaalde in lid 11. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 lid 5 van de wet. 5.

Tot het sluiten van de deuren en het vergaderen in beslotenheid kan worden overgegaan met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 van de wet. 6. De hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland, een vertegenwoordiger van de politie Oost Nederland, de Regionaal Militair Commandant West en de voorzitter van het waterschap Rivierenland ontvangen een uitnodiging om deel te nemen aan vergaderingen van het algemeen bestuur. Zij hebben geen stemrecht. 7. Andere functionarissen worden uitgenodigd om - zonder stemrecht - aan de vergadering deel te nemen, indien hun aanwezigheid van belang is in verband met de te behandelen onderwerpen. 8. De commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig te zijn. 9. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. het beleidsplan en het beleidsprogramma; b. de begroting, de wijzigingen daarvan en de jaarrekening; c. het liquidatieplan; d. een voorstel tot het wijzigen van deze regeling. 10. Behoudens het bepaalde in lid 11 van dit artikel heeft elke gemeente in de vergadering van het algemeen bestuur gelijk stemrecht. 11.

Besluiten betreffende de begroting, de wijzigingen daarvan en de jaarrekening en besluiten tot het doen van een uitgaaf voordat de begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgaaf is geraamd is goedgekeurd, alsmede besluiten betreffende het regionaal beleidsplan worden genomen op basis van gewogen stemrecht, waarbij elke gemeente voor iedere 20.000 inwoners of gedeelte daarvan één stem heeft. 12. Het stemgewicht voor elke gemeente wordt jaarlijks bepaald op basis van het inwonertal op 1 januari van het voorafgaande jaar zoals dit is opgenomen in de bevolkingsstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Pagina 7/34

Artikel 11a Zienswijze raden 1. Met inachtneming van artikel 10 lid 5 van de wet worden de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het nemen van het besluit in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het één van de volgende besluiten betreft: a. besluit dagelijks bestuur tot vaststellen van de kadernota zoals bedoeld in artikel 34b van de wet; b. besluit algemeen bestuur tot vaststellen van de resultaatbestemming als onderdeel van de jaarrekening; c. besluit algemeen bestuur tot vaststellen van het beleidsplan zoals bedoeld in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s; d. besluit algemeen bestuur tot het vaststellen van een risicoprofiel zoals bedoeld in artikel 15 lid 3 van de Wet veiligheidsregio’s; e. besluit algemeen bestuur tot het vaststellen van het liquidatieplan. 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur biedt de raden een termijn van minimaal acht weken voor het schriftelijk naar voren brengen van een zienswijze. 3.

Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten, en indien het een besluit van het algemeen bestuur betreft, ook het algemeen bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4. Zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten die worden ontvangen na de door het dagelijks bestuur gestelde termijn zoals genoemd in het tweede lid kunnen door het dagelijks bestuur buiten beschouwing worden gelaten. 5. Besluiten die naar het oordeel van het algemeen bestuur een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben, worden eveneens aan de raden van de deelnemende gemeenten voorgelegd om de zienswijze naar voren te brengen. Artikel 11b Participatie 1. Participatie verloopt via de colleges van de deelnemende gemeenten, die deze inbreng mee kunnen nemen in een zienswijze of mee kunnen geven aan hun vertegenwoordiger in het algemeen bestuur, tenzij het gaat om de besluiten zoals genoemd in artikel 11a van deze regeling waar de gemeenteraden om hun zienswijze wordt gevraagd. In die gevallen verloopt participatie via de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. 2.

In afwijking van lid 1 kan het algemeen bestuur besluiten wanneer en voor welke onderwerpen een participatie-instrument voor ingezetenen en andere belanghebbenden wordt ingezet.

Pagina 8/34

HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 12 Taken en bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur oefent in elk geval de taken en bevoegdheden uit zoals bedoeld in artikel 33b van de wet: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, waaronder alle beslissingen met betrekking tot (arbeids-)overeenkomsten met medewerkers die vallen onder de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. f. het nemen van alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding. 2.

Het dagelijks bestuur is voorts belast met: a. het vaststellen van rechtspositionele regelingen, ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan, totdat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking treedt voor ambtenaren in dienst van de veiligheidsregio op grond van een publiekrechtelijke aanstelling; b. het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met de veiligheidsregio van belang is; c. het beheer van activa en passiva van de veiligheidsregio; d. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding; e. het houden van een voortdurend toezicht op al hetgeen de veiligheidsregio aangaat. 3. Het dagelijks bestuur oefent verder, voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit, de aan het algemeen bestuur wettelijke toegekende of krachtens deze regeling toevallende bevoegdheden uit, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Artikel 13 Samenstelling en zittingsduur 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en minimaal twee andere leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. 2. De zittingsperiode van de leden van het dagelijks bestuur die geen voorzitter zijn, is maximaal vier jaar. Het algemeen bestuur kan over de volgorde van aftreden regels vastleggen in een schema.

Na een zittingsperiode kan een bestuurslid opnieuw worden benoemd. 3. Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 4. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid benoemd.

Pagina 9/34

Artikel 14 Werkwijze en vergaderorde 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoeken, in welk laatste geval de vergadering binnen twee weken plaatsvindt. 2. Het dagelijks bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid in de vergadering één stem heeft. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 3. De artikelen 54, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten ter zake mee aan het algemeen bestuur.

HOOFDSTUK 5 DE VOORZITTER Artikel 15 Taken voorzitter 1. De voorzitter van het bestuur wordt, overeenkomstig artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s en in afwijking van artikel 13 lid 9 van de wet, bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio. 2. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. Ter zake de benoeming, de schorsing en het ontslag wordt de commissaris van de Koning om advies gevraagd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de rechtspositie van de voorzitter van een veiligheidsregio. 3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd. 4. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt hij vervangen door de burgemeester die door het algemeen bestuur is aangewezen als plaatsvervanger. 5. De voorzitter tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. Deze stukken worden door de secretaris medeondertekend. 6.

Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen besluiten dat een ander lid van het bestuur, de directeur Crisisbeheersing of een andere ambtenaar van de veiligheidsregio de stukken die uitgaan ondertekenen of medeondertekenen. 7. De voorzitter vertegenwoordigt de veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 8. Aan de voorzitter komen tevens de taken en bevoegdheden toe die in meer specifieke wet- of regelgeving worden opgedragen aan de voorzitter van de veiligheidsregio.

HOOFDSTUK 6 DE COMMISSIES Artikel 16 Commissies van advies Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, met inachtneming van artikel 24 van de wet. Artikel 17 Bestuurscommissies 1. Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 3. Het algemeen bestuur regelt, met inachtneming van artikel 25 van de wet, hun bevoegdheden en samenstelling. Pagina 10/34

HOOFDSTUK 7 DE SECRETARIS Artikel 17a De secretaris 1. De directeur Crisisbeheersing is de secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. 2. De secretaris staat het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter in de uitoefening van hun taak terzijde en is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig. 3. De directeur Crisisbeheersing wordt door een ambtelijk secretaris bijgestaan. 4. Stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan worden door de secretaris medeondertekend.

HOOFDSTUK 8 INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Artikel 18 1. 2. 3. 4.

5.

Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. Uitgezonderd de voorzitter kan een lid van het dagelijks bestuur door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter, voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 19 Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden 1. Het algemeen en dagelijks bestuur verstrekt aan alle raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 2. Het algemeen en dagelijks bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen zoals genoemd in lid 2 onder andere door: a. het beschikbaar stellen aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; b. het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid. 4. Het algemeen bestuur kan een informatieprotocol vaststellen waarin is opgenomen welke informatie op welke wijze wordt gedeeld. Artikel 20 De leden en de voorzitter van het algemeen bestuur ten opzichte van de raden 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan zijn raad, met inachtneming van artikel 19 jo. artikel 16 van de wet alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 2. Een lid van het algemeen bestuur is aan zijn raad, met inachtneming van artikel 19 jo.

artikel 16 van de wet, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.

Pagina 11/34

3. De voorzitter van het algemeen bestuur verstrekt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, aan de raden van de getroffen gemeenten informatie over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 40 van de Wet veiligheidsregio's geschiedt de informatieverstrekking door middel van een schriftelijk verslag, het schriftelijk beantwoorden van vragen en/of het in de raadsvergadering verstrekken van mondelinge inlichtingen.

HOOFDSTUK 9 REGLEMENT VAN ORDE Artikel 21 Reglement van orde algemeen bestuur Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikel 22 van de wet voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Artikel 22 Reglement van orde dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt overgelegd.

HOOFDSTUK 10 AMBTELIJKE ORGANISATIE Artikel 23 Personeel 1. Ten behoeve van de veiligheidsregio kan personeel in dienst worden genomen. Voor personeel dat niet valt onder de werking van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) gebeurt dat op basis van een ambtelijke aanstelling en voor personeel dat valt onder de werking van de Wnra gebeurt dat op basis van een privaatrechtelijke (arbeids-) overeenkomst. 2. Op het personeel van de veiligheidsregio dat werkzaam is op grond van een publiekrechtelijke aanstelling is een vooraf aan te wijzen rechtspositieregeling van toepassing tot inwerkingtreding van de Wnra. Voor personeel dat werkzaam is op grond van een privaatrechtelijke (arbeids-) overeenkomst geldt het private arbeidsrecht, met inachtneming van het overgangsrecht zoals opgenomen in de Wnra. Artikel 24 Samenstelling directie 1. De directie van de VRGZ bestaat uit de directeur Crisisbeheersing en de directeur Brandweer- en ambulancezorg. De directie is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de voorbereiding, organisatie en uitvoering van de taken van de veiligheidsregio. 2. De directie is belast met de integrale dagelijkse leiding over de organisatie en de procesvoering ten aanzien van de geïntegreerde voorbereiding en uitvoering van de taken zoals bedoeld in artikel 5. Artikel 25 Beslissingen omtrent personeel, directie en directeur publieke gezondheid 1.

Het dagelijks bestuur beslist over alle rechtspositionele aspecten met betrekking tot het in dienst nemen, benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel van de VRGZ. 2. Het dagelijks bestuur besluit omtrent het in dienst nemen, benoemen, schorsen en ontslaan van de directiefunctionarissen zoals aangeduid in artikel 24 met inachtneming van de opvatting van het algemeen bestuur. 3. Over het in dienst nemen, benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur publieke gezondheid - voor zover deze functionaris is belast met de operationele leiding van de GHOR als bedoeld in artikel 32 van de Wet veiligheidsregio’s – beslist het algemeen bestuur in overeenstemming met het bestuur van de GGD Gelderland-Zuid.

Pagina 12/34

HOOFDSTUK 11 KLACHTEN Artikel 26 Klachtenregeling 1. Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hoofdstuk 9, titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht en - voor zover van toepassing - de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een klachtenregeling vast. 2. De Nationale ombudsman is bevoegd om klachten, als bedoeld in hoofdstuk 9, titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, af te handelen.

HOOFDSTUK 12 VERGOEDINGEN Artikel 27 Regeling inzake vergoeding van werkzaamheden 1. Het algemeen bestuur kan met inachtneming van de artikelen 21 en 25 van de wet voor de leden van een commissie als bedoeld in artikel 17 van deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder of secretaris vervullen in een deelnemende gemeente, een regeling inzake de vergoeding van hun werkzaamheden, respectievelijk voor het bijwonen van vergaderingen een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. 2. Het algemeen bestuur kan met inachtneming van artikel 24 van de wet bepalen dat de leden van een commissie als bedoeld in artikel 16 van deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder, raadslid of secretaris vervullen in een deelnemende gemeente, een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen ontvangen. 3. Het bepaalde in de vorige leden is niet van toepassing op ambtenaren die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd. 4. De in het eerste en tweede lid bedoelde regelingen worden aan Gedeputeerde Staten gezonden.

HOOFDSTUK 13 HET BELEIDSPLAN , HET CRISISPLAN EN HET BELEIDSPROGRAMMA Artikel 28 Beleidsplan 1. Het algemeen bestuur stelt een beleidsplan, mede gebaseerd op het risicoprofiel, vast waarin het beleid dat het bestuur van de veiligheidsregio voornemens is uit te voeren, in grote lijnen wordt aangegeven. Het algemeen bestuur kan een of meer onderdelen van het beleidsplan afzonderlijk vaststellen. 2. Het algemeen bestuur stelt een crisisplan vast, waarin in ieder geval de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing worden beschreven. 3. Het beleidsplan en het crisisplan beslaan een periode van maximaal vier jaar. Jaarlijks kan het algemeen bestuur besluiten over bijstelling van deze plannen. Artikel 29 Beleidsprogramma Het algemeen bestuur stelt voor ieder jaar een beleidsprogramma vast, waarin de activiteiten van de veiligheidsregio worden aangegeven. Het beleidsprogramma bevat voorts in ieder geval een overzicht van de voor de verwezenlijking van de activiteiten benodigde financiële middelen.

Artikel 30 Totstandkoming beleidsplan, crisisplan en beleidsprogramma De totstandkoming van het beleidsplan, het crisisplan en het beleidsprogramma geschiedt overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de Wet veiligheidsregio’s met inachtneming van hetgeen in artikel 11a van deze regeling is bepaald omtrent de zienswijze van de raden van de deelnemende gemeenten.

Pagina 13/34

HOOFDSTUK 14 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 31 Administratie en controle 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel 212 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Artikel 32 Begrotingsprocedure 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders (kortweg: kadernota) aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting tenminste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze zoals bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 7. Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 9.

Het tweede, vierde en vijfde lid van dit artikel is van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van de navolgende categorieën begrotingswijzigingen: - besluiten van het bestuur met betrekking tot begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. 10. De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens deze wet niet is afgeweken.

Pagina 14/34

Artikel 33 Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke afzonderlijke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. Voor de berekening van de bijdragen van de gemeenten wordt rekening gehouden met bijdragen van het Rijk, de Nederlandse Zorgautoriteit en van anderen. 3. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage. 4. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 5. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente weigert de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bijdragen in zijn begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. Artikel 34 Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, met inachtneming van het bepaalde in artikel 11a van deze regeling (zienswijze raden resultaatbestemming). 3.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.

HOOFDSTUK 15 HET ARCHIEF Artikel 35 Zorgplicht archiefbescheiden 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio, overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening, die aan gedeputeerde staten wordt medegedeeld. 2. Het dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de gedelegeerde taken. Het dagelijks bestuur stelt voor het beheer van de archiefbescheiden van de veiligheidsregio nadere regels vast, met inachtneming van het bepaalde in de archiefverordening zoals genoemd in lid 1. 3. De archivaris is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats alsmede het beheer van de naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden en documentaire verzamelingen. 4. De archivaris doet jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag inzake de in lid 3 hiervoor vermelde uitoefening van het toezicht en het gevoerde beheer. 5. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.

Pagina 15/34

HOOFDSTUK 16 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 36 Toetreding Toetreding tot deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s, zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 36a Voorwaarden en gevolgen van uittreding 1. Uittreding uit deze regeling kan alleen na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. Als er geen wettelijke voorziening omtrent uittreding is vastgesteld, dan is uittreding alleen mogelijk met inachtneming van de voorwaarden die ingevolge dit artikel worden verbonden aan het uittredingsproces. 3. De deelnemende gemeenten hanteren als uitgangspunt voor de bepaling van de uittreedsom dat de uittredende gemeente over een periode van vijf jaar de eigen bijdrage moet doorbetalen, waarbij deze bijdrage ieder jaar met twintig procent afneemt, zodat de uittredende gemeente in het zesde jaar niet meer hoeft te betalen, tenzij de bevindingen van de projectgroep aanleiding vormen tot bijstelling van dat uitgangspunt. 4. De gevolgen van de uittreding worden in kaart gebracht door een projectgroep die wordt samengesteld door het dagelijks bestuur.

Onder de gevolgen van de uittreding wordt in ieder geval begrepen de gevolgen voor het vermogen van deze gemeenschappelijke regeling op het gebied van personeel, contracten, huisvesting en investeringen. De projectgroep levert een eindrapport op waarin de bevindingen, de daaraan verbonden gevolgen en eventuele conclusies zijn opgenomen. 5. De projectgroep bestaat uit tenminste een afgevaardigde van het dagelijks bestuur, een afgevaardigde van de uittredende gemeente en één of meer onafhankelijk deskundigen waaronder in ieder geval een registeraccountant, in gezamenlijkheid te benoemen. De kosten van de in te schakelen deskundigen komen voor rekening van de uittredende gemeente. 6. De projectgroep rapporteert aan het dagelijks bestuur. 7. De ondernemingsraad en/of het georganiseerd overleg worden betrokken bij het uittredingsproces en in de gelegenheid gesteld om hun bevoegdheden ten aanzien van de uittreding uit te oefenen. 8. Alvorens het algemeen bestuur de uittreedsom vaststelt, stelt het dagelijks bestuur het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over het eindrapport van de projectgroep alsmede van de eventuele conclusies die het dagelijks bestuur daaraan verbindt. 9. Het algemeen bestuur stelt de uittreedsom vast bij besluit genomen bij meerderheid van stemmen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van deze regeling. 10.

De frictiekosten en desintegratiekosten maken in ieder geval onderdeel uit van de uittreedsom. De desintegratiekosten betreffen alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de veiligheidsregio die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van de risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. De frictiekosten betreffen alle incidentele kosten te maken door de veiligheidsregio die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer. 11. Het algemeen bestuur neemt het besluit tot vaststelling van de uittreedsom uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van het gemeentelijke uittredingsbesluit als dat aan de orde is of twaalf maanden nadat de indeling in regio’s zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s is gewijzigd. De beslistermijn kan éénmaal worden verdaagd met zes maanden. 12. Nadat het algemeen bestuur de uittreedsom heeft vastgesteld, stelt het bestuur de gewijzigde gemeenschappelijke regeling op met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet.

Pagina 16/34

13. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders van hun gemeente conform het bepaalde in artikel 1 van de wet hun zienswijze over het ontwerp van de regeling zoals deze eruit komt te zien na uittreding van de betreffende gemeente naar voren brengen. 14. De colleges van burgemeester en wethouders gaan niet over tot het treffen van de gewijzigde regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden conform het bepaalde in artikel 1 van de wet. 15. De uittredende gemeente blijft tot aan het moment van daadwerkelijke uittreding volwaardig deelnemer en dient tot aan dat moment al zijn verplichtingen na te komen met betrekking tot deze gemeenschappelijke regeling. 16. De aangepaste gemeenschappelijke regeling wordt bekend gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de wet. Artikel 37 Wijziging 1. De regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de besturen van twee derden van het aantal deelnemende gemeenten, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet. 2. Elke deelnemende gemeente is bevoegd een wijziging in de regeling aan de besturen van de deelnemende gemeenten in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel aan het algemeen bestuur. Ook het algemeen bestuur is bevoegd een wijziging in de regeling aan de besturen van de deelnemende gemeenten in overweging te geven. 3.

Het dagelijks bestuur zendt het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel ter besluitvorming toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten, nadat de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen bij de colleges van burgemeester en wethouders over de ontwerpregeling. 4. De colleges van de deelnemende gemeenten nemen een besluit op het voorstel na verkregen toestemming van de raden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de wet, en zenden een afschrift van het collegebesluit inclusief de toestemming van de raden aan de veiligheidsregio. 5. Indien van twee derden van het aantal deelnemende gemeenten een instemmend besluit is ontvangen, is de wijziging getroffen en zal het algemeen bestuur dit in zijn eerstvolgende vergadering bevestigen. 6. Het dagelijks bestuur stelt daarna de colleges en raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging. Artikel 38 Opheffing 1. Deze regeling kan slechts worden opgeheven als dit door wijziging van de Wet veiligheidsregio’s mogelijk wordt. Opheffing geschiedt – behoudens een andersluidende wettelijke voorziening – door daartoe strekkende besluiten van twee derden van het aantal deelnemende gemeenten. 2. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels.

Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur vastgesteld met inachtneming van het bepaalde van artikel 11a in deze regeling (zienswijzeprocedure raden). 4. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel. 5. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 7. De bestuursorganen van de veiligheidsregio blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Pagina 17/34

Artikel 39 Geschillencommissie 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4. De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

HOOFDSTUK 17 SLOTBEPALINGEN Artikel 40 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 40a Evaluatie 1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot evaluatie van deze regeling. Een verzoek tot evaluatie kan door twee of meer deelnemers worden gedaan. Een verzoek dient gemotiveerd te worden. Het algemeen bestuur beslist op een dergelijk verzoek. 2. De evaluatie richt zich op de inhoud van deze regeling en de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen. 3. Het algemeen bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van de evaluatie. 4. Als een evaluatie wordt uitgevoerd stelt het algemeen bestuur de onderzoeksopdracht vast. 5. Een besluit tot evaluatie kan door het algemeen bestuur worden genomen als sprake is van een uitgetreden gemeente zoals bedoeld in artikel 36a van deze regeling. Artikel 40b Bekendmaking 1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen maakt de regeling bekend in alle deelnemende gemeenten in het door de gemeente Nijmegen uitgegeven gemeenteblad, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de wet. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als sprake is van (besluiten tot) toetreding, uittreding, wijziging of opheffing van de regeling.

Artikel 41 Inwerkingtreding Deze gewijzigde regeling treedt, na een daartoe strekkend besluit van twee derden van het aantal gemeenten, in werking na bekendmaking van het besluit, per [INVULLEN], onverminderd het bepaalde in artikel 26 lid 3 van de wet. Artikel 42 Citeertitel De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio GelderlandZuid.

Pagina 18/34

Aldus besloten door de raden resp. de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, op de data, zoals hierna vermeld: De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Culemborg; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN ]van de gemeente Wijchen; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Berg en Dal; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Druten; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente West Maas en Waal; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Beuningen; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente West Betuwe; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Heumen; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Zaltbommel; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Maasdriel; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Neder-Betuwe; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Tiel; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Buren; De raad d.d. [INVULLEN], het college d.d. [INVULLEN] van de gemeente Nijmegen;

Pagina 19/34

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN De opsomming van de gemeenten wordt aangepast door toevoeging van de gemeenten Nijmegen en Buren in de opsomming. Deze aanpassing brengt geen enkele wijziging in het bepaalde in artikel 2 lid 2 van de regeling waarin de deelnemende gemeenten staan opgesomd, enkel een aanpassing van de opsomming van de gemeenten die hebben besloten tot wijziging, ervan uitgaande dat alle deelnemende gemeenten reageren. Dat was bij de vorige wijziging (2020) niet het geval, vandaar deze wijziging. De overwegingen worden aangepast om inzicht te geven in de beweegredenen van deze wijziging met vermelding van de meest relevante wetgeving en verwijzing naar de verkregen toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit artikel zijn enkele termen die in de gemeenschappelijke regeling regelmatig terugkomen, uiteen gezet. De begripsomschrijvingen a t/m e spreken voor zich. De verwijzing in artikel 1, lid 2 naar de algemeen directeur vervalt, omdat nu sprake is van een tweehoofdige directie, namelijk een directeur Crisisbeheersing en een directeur Brandweer- en ambulancezorg Deze tweehoofdige directie is verantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie. De directeur Crisisbeheersing vervult tevens de rol van secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. HOOFDSTUK 2

BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 2 Openbaar lichaam In dit artikel wordt het openbaar lichaam geïntroduceerd. Ingevolge artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: wet) is het openbaar lichaam rechtspersoon. In dit artikel komt tot uiting de samenvoeging van de (oude) gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal tot de nieuwe gemeente West Betuwe per 1 januari 2019. Artikel 3 Bestuursorganen In artikel 12 van de wet is bepaald dat het bestuur van het openbaar lichaam uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter bestaat. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam. Zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur wordt voorgezeten door de voorzitter. Indien er een bestuurscommissie wordt ingesteld, ontstaat er een vierde bestuursorgaan. In artikel 16 van de regeling wordt daartoe de mogelijkheid geboden. Artikel 4 Belangen In artikel 10 lid 1 van de wet is bepaald dat de regeling het belang of de belangen waarvoor zij is getroffen vermeldt. Overeenkomstig de Wet veiligheidsregio's, behartigt de veiligheidsregio allereerst de belangen op het gebied van de brandweerzorg, de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en het voorzien in de meldkamerfunctie. Daarnaast is er in GelderlandZuid voor gekozen dat de veiligheidsregio - als publieke ambulancedienst - ook de belangen op het gebied van de ambulancezorg behartigt.

Omdat landelijk een ontwikkeling gaande is waarbij de veiligheidsregio ook op andere veiligheidstaken een steeds belangrijkere taak krijgt, is in de regeling opgenomen dat de veiligheidsregio ook de belangen inzake sociale veiligheid behartigt. Het gaat hier met name over onderwerpen, waarvan de deelnemende gemeenten vinden dat regionale afstemming nodig is. Dan gaat het bijvoorbeeld over afspraken over de ontwikkeling van het veiligheidshuis, evenementen, anti-discriminatievoorziening, aanpak hennepteelt en de aanpak van overlastgevende en kwetsbare personen.

Pagina 20/34

Artikel 5 Taken en bevoegdheden De in artikel 4 genoemde belangen worden behartigd door uitvoering te geven aan de in dit artikel genoemde taken. Daarbij beschikt de veiligheidsregio over de bevoegdheden die hier zijn opgesomd. Op grond van artikel 10 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AB 2002, 209 en AB 2002, 210) is ervoor gekozen om de bevoegdheden zo precies mogelijk te beschrijven. In de beschrijving zijn zowel de bevoegdheden opgenomen, die rechtstreeks bij wet aan het bestuur van de veiligheidsregio worden geattribueerd, als de bevoegdheden die door de deelnemende gemeenten aan het bestuur zijn overgedragen. De opgesomde bevoegdheden worden uitgeoefend door het algemeen bestuur, die er uiteraard voor kan kiezen om bepaalde bevoegdheden te delegeren aan het dagelijks bestuur. Bevoegdheden die een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid van rechtswege bezit om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer, zoals privaatrechtelijke bevoegdheden (o.a. sluiten overeenkomsten) en de bevoegdheid tot het oprichten van een stichting, zijn in dit artikel niet opgenomen. In onderstaand schema is opgenomen welke taken en bevoegdheden - op grond van de Wet veiligheidsregio's (Wvr) - rechtstreeks aan het bestuur van de veiligheidsregio zijn geattribueerd.

Voor wat betreft de precieze inhoud van deze taken en bevoegdheden wordt verwezen naar de wet en de daarbij horende Memorie van toelichting. Art. 5 sub a GR (brandweer) Art. 5 sub b GR (bureau GHOR) Art. 5 sub d GR (GMK) Art. 5 sub e GR (verplichte taken van brandweer in veiligheidsregio) Art. 5 sub f GR (beleidsplan en crisisplan) Art. 5 sub h GR (inventariseren risico's) Art. 5 sub i (advisering over risico's) Art. 5 sub j (advisering B&W inzake brandweerzorg) Art. 5 sub k (voorbereiden op de brandbestrijding en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing) Art. 5 sub l (gemeenschappelijk materieel) Art. 5 sub m (bedrijfsbrandweer) Art. 5 sub n (afspraken en overleg met zorgaanbieders en ambulancevervoerders) Art. 5 sub o (sluiten convenant) Art. 5 sub p (informatievoorziening intern) Art. 5 sub q (informatieverstrekking en communicatie over rampen en crises) Art. 5 sub r (bevel informatieverstrekking) Art. 5 sub s (kostenevaluatie- en visitatie) Art. 5 sub t (aanwijzen ambtenaren belast met toezicht) Art. 5 sub u (aanwijzen coördinerend functionaris) Art. 5 sub v (opleggen last onder bestuursdwang) Art. 5, z (oprichten van stichting, etc.)

Art. 10 sub e Wvr Art. 10 sub f Wvr Art. 10 sub g Wvr Art. 25 lid 1 Wvr Art. 14 - 16 Wvr Art. 10 sub a Wvr Art. 10 sub b Wvr Art. 10 sub c Wvr Art. 10 sub d Wvr Art. 10 sub h Wvr Art. 31 Wvr Art. 33 en 34 Wvr Art. 19 Wvr Art. 10 sub i Wvr Art. 46 en 49 Wvr Art. 48 Wvr Art. 56 Wvr Art. 61 Wvr Art. 36 Wvr Art. 63 Wvr Art. 31a Wgr

De taken en bevoegdheden die samenhangen met de Regionale Ambulancevoorziening zijn genoemd in artikel 5 sub c en g van de regeling.

Pagina 21/34

In artikel 5 sub w is tot uitdrukking gebracht dat de veiligheidsregio zaken aan de orde kan stellen waarvan de deelnemende gemeenten vinden dat afstemming nodig is. Deze belangen zijn genoemd in artikel 4 sub f. Met name voor het subterrein 'sociale veiligheid' kan dit een belangrijk instrument zijn. Artikel 5 sub aa is een kapstokartikel, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat ook andere taken en bevoegdheden - bijvoorbeeld als die in toekomstige wet- en regelgeving aan de veiligheidsregio worden opgedragen - kunnen worden uitgeoefend, zonder dat daarvoor de gemeenschappelijke regeling gewijzigd hoeft te worden. Artikel 5 sub y: overdracht brandweertaken Per 1 januari 2013 is door de regionalisering van de brandweer de veiligheidsregio verantwoordelijk voor het voorkomen, beperken, en bestrijden van brand, alsmede voor het beperken en het bestrijden van gevaar voor mensen en dieren, anders dan door brand. Artikel 5 sub z is de mogelijkheid beschreven om in overeenstemming met artikel 31a van de wet tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappijen, etc. te besluiten indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

Zo’n besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Artikel 7 Dienstverleningsovereenkomst De veiligheidsregio levert een aantal diensten (basispakket) voor alle gemeenten op hetzelfde kwaliteitsniveau. Het is mogelijk dat gemeenten het wenselijk achten dat daarnaast ook andere diensten worden verricht (pluspakket), dan wel dat de dienstverlening op bepaalde onderdelen op een hoger kwaliteitsniveau wordt verricht. Artikel 7 biedt de mogelijkheid om met een gemeente een dienstverleningsovereenkomst af te sluiten, waarin concrete afspraken worden gemaakt over de activiteiten die de veiligheidsregio ten behoeve van een gemeente verricht. Ook met andere openbare lichamen, zoals de politieregio of het waterschap, kan een dienstverleningsovereenkomst worden afgesloten. HOOFDSTUK 3

HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 9 Taken en bevoegdheden Ingevolge artikel 12 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) staat het algemeen bestuur aan het hoofd van het openbaar lichaam. Bevoegdheden die niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een bestuurscommissie zijn overgedragen behoren het algemeen bestuur toe, alsmede bevoegdheden die in de regeling expliciet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen. Artikel 9 met betrekking tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur wordt in overeenstemming gebracht met artikel 33a van de Wet gemeenschappelijke regelingen en het delegatiebesluit van het algemeen bestuur. Het eerste lid blijft ongewijzigd. De bevoegdheid in lid 2 staat reeds vermeld in artikel 5 (sub z) dat gaat over de algemene taken en bevoegdheden van de veiligheidsregio. Aangezien het een bevoegdheid betreft van het algemeen bestuur is deze ook in dit artikel dat gaat over de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur opgenomen. In het derde lid volgen de onderdelen a en b rechtstreeks uit artikel 33a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De onderdelen d tot en met h volgen uit het delegatiebesluit van het algemeen bestuur van de VRGZ. Het onderdeel c volgt deels uit artikel 33a van de Wet gemeenschappelijke regelingen en deels uit het bepaalde in het delegatiebesluit van het algemeen bestuur. Pagina 22/34

In artikel 9 lid 3 sub c staat de bevoegdheid genoemd van het vaststellen van rechtspositionele regelingen die van toepassing zijn op het personeel van de veiligheidsregio. Na inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) voor het personeel van de veiligheidsregio’s bestaan er geen verordeningen over rechtspositionele aangelegenheden meer. De huidige verordeningen worden dan naar verwachting vervangen door de Cao-gemeenten en een personeelshandboek waarvan de inhoud wordt geïncorporeerd in de arbeidsovereenkomst. De Wnra is vanaf 1 januari 2020 reeds van toepassing op personeel dat werkzaam is binnen de sector Ambulancezorg (AZGZ) van de VRGZ. Op hen is het private arbeidsrecht van toepassing waaronder de sector cao Ambulancezorg. Voor het overige personeel van de VRZG is de Wnra nog niet in werking getreden (peildatum 16 oktober 2023). In het vierde lid is de mogelijkheid opgenomen om nadere regels vast te stellen. Dit kunnen beleidsregels zijn maar ook beperkingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 33a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In het vijfde lid is opgenomen dat het algemeen bestuur één van zijn leden aanwijst die de voorzitter bij afwezigheid vervangt. Deze bepaling volgt rechtstreeks uit artikel 11 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 10 Samenstelling De aanduiding van het artikel wordt gewijzigd naar ‘Samenstelling’ omdat het artikel geen voorschriften bevat over de zittingsduur. De samenstelling volgt uit de Wet veiligheidsregio’s die een afwijkende bepaling bevat ten opzichte van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het betreft hier geen inhoudelijk wijziging. In het tweede lid van artikel 10 is nu nadrukkelijk de vervangingsregeling opgenomen. Een burgemeester kan zich in het algemeen bestuur laten vervangen overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet, te weten de locoburgemeester. Artikel 11 Vergaderorde en besloten vergaderingen In dit artikel wordt de werkwijze van het algemeen bestuur globaal beschreven. Aan artikel 11 wordt de tekst in het eerste lid toegevoegd. De artikelen uit de Gemeentewet die van toepassing zijn op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur en die worden aangestuurd door artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen zo direct worden bezien in het licht van de daaropvolgende leden van het betreffende artikel. In artikel 11 lid 3 is opgenomen dat de vergaderingen van het algemeen bestuur openbaar zijn conform het bepaalde in artikel 22 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Uit artikel 11 lid 4 van de regeling blijkt dat het algemeen bestuur beslist bij gewone meerderheid van stemmen, waarbij elk lid één stem heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13783520/3