CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingsvoorstel GR ODR

Gemeenteraad 8 februari 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Aanpassing gemeenschappelijke regelingen aan de Wgr5.512 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Legenda Geel: Wijzigingen Wgr en Archief Groen: Overige wijzigingen (Omgevingswet, Wet normalisering rechtspositie Ambtenaren) Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland Bijgewerkt tot en met de 3e wijziging

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; Overwegende dat: - De deelnemers oefenen bevoegdheden uit op grond van onder andere de Omgevingswet, waaronder bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen, het houden van toezicht en het beslissen over bestuursrechtelijke handhaving van wettelijke voorschriften. - Naar aanleiding daarvan de colleges van alle Gelderse gemeenten en het college van gedeputeerde staten op 3 november 2009 een intentieverklaring hebben ondertekend waarin als uitgangspunten zijn opgenomen: o dat de op te richten omgevingsdiensten de vorm van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen krijgen; o dat de omgevingsdiensten zelf geen beleidstaken uitvoeren en dat de bestuurlijke bevoegdheden door de bevoegde gezagen zelf moeten worden uitgevoerd; o dat voor wat de omvang van het werkterrein van de omgevingsdiensten betreft de samenwerking wordt gebaseerd op de bestaande regionale samenwerkingsverbanden in Gelderland (de Gelderse maat); -

-

De deelnemers in het licht van de Intentieverklaring gezamenlijk besloten hebben tot oprichting van een omgevingsdienst (regionale uitvoeringsdienst) die de juridische vorm heeft van een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen welke omgevingsdienst onderdeel is van een stelsel van uitvoeringsdiensten in de provincie Gelderland, waarbij bepaalde taken op bovenregionale schaal kunnen worden belegd. dat de vorming van een omgevingsdienst in verankerd in artikel 13.12 van de Omgevingswet dat de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is gewijzigd met het oog op de versterking van de democratische legitimiteit van de gemeenschappelijke regelingen, waardoor het nodig is deze gemeenschappelijke regeling te wijzigen;

Vastgesteld hebbende: de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland welke regeling in werking is getreden op 24 oktober 2012 een dag nadat zij in de Provinciale registers is ingeschreven; Gelet op - De evaluatie van het Gelderse stelsel van omgevingsdiensten waar verbetervoorstellen uit voort zijn gekomen voor de Gemeenschappelijke Regeling en het besluit van Gedeputeerde

Pagina 1 van 12

Staten om de provinciale vergunningverlening bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen neer te leggen; - De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024; - De Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren; - De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022; Gelet op: - de toestemming als bedoeld in artikel 51 lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen verleend door de raden van de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel , Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel en Provinciale Staten van de provincie Gelderland; - de artikel 1 en 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Provinciewet en de Gemeentewet; - Gelet op artikel 18.21 van de Omgevingswet Besluiten: De gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland te wijzigen zodat hij komt te luiden als volgt:

Regeling op grond van artikel 51 lid 1 Wet gemeenschappelijke regelingen Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. actualisatie van de begroting: hiervan is sprake als het algemeen bestuur de aangepaste begroting vaststelt zonder dat er sprake is van nieuw beleid. Er mag wel sprake zijn van aanpassingen in de programma’s en/of andere aanpassingen mits er niet sprake is van nieuw beleid c.q. ontwikkeling van nieuwe uitgangspunten die nog niet eerder onder de aandacht zijn gebracht van Raden en Staten. b. basistaken: taken als bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit; c. bovenregionale taken: taken die ten behoeve van de deelnemers en van deelnemers aan andere regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland worden verricht, met uitzondering van complexe taken; d. burgemeester en wethouders: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; e. Complexe taken: basistaken ten aanzien van complexe activiteiten zijnde: o vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die zijn of worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 met uitzondering van de in het vierde lid genoemde activiteiten; of o milieubelastende activiteiten waarop de Richtlijn industriële emissies van toepassing is; o f.

overige milieubelastende activiteiten die vallen onder provinciaal bevoegd gezag;

directeur: directeur van het openbaar lichaam;

g. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van Gelderland; h. gemeenteraden: de raden van de gemeenten waartoe de deelnemers behoren; i. openbaar lichaam: het openbaar lichaam Omgevingsdienst Rivierenland; j. deelnemers: de bestuursorganen die deze regeling hebben getroffen; k. provinciale staten: provinciale staten van Gelderland; l. minister: de minister van Binnenlandse Zaken; m. regeling: de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland; n. robuust: in overeenstemming met de kwaliteitscriteria KPMG, versie 2.2 dan wel de daarvoor in de plaats getreden nieuwe versie of andere wet- en regelgeving;

Pagina 2 van 12

o. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; p. wijziging van de begroting: er is sprake van een wijziging van de begroting op het moment dat het algemeen bestuur nieuw beleid ontwikkelt en dit in de begroting gaat opnemen. Het moet gaan om items die niet eerder aan de orde zijn geweest in de begroting en om die reden ook nog niet onder de aandacht zijn gebracht bij de gemeenteraden en Provinciale Staten; q. Gelders stelsel: stelsel: samenwerking van alle Gelderse omgevingsdiensten in de provincie Gelderland waarbij onderlinge afspraken worden gemaakt over het beleggen van taken. 2. Onder openbaar lichaam worden tevens de organen (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter) en de medewerkers van het openbaar lichaam verstaan. 3. Onder deelnemers worden tevens begrepen de rechtspersonen waarvan deelnemers bestuursorgaan zijn. Artikel 2. Belang en tijdsduur 1. De regeling is getroffen ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers ter zake van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van het omgevingsrecht. Onder de belangen van de deelnemers wordt tevens begrepen het belang van een goede samenwerking tussen de omgevingsdiensten in Gelderland. 2. De regeling wordt voor onbepaalde tijd getroffen. Artikel 3. Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd Omgevingsdienst Rivierenland. 2.

Het openbaar lichaam is statutair gevestigd in Tiel. 3. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Hoofdstuk 2. Taken, bevoegdheden en bijdragen Artikel 4. Basistaken 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de basistaken op het gebied van milieu onder bij het openbaar lichaam, met dien verstande dat provincie Gelderland de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 13.12, eerste lid, onder a, b en c, van het Omgevingsbesluit onderbrengt bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen en de taken bedoeld in artikel 13.12, eerste lid, onder d van de Omgevingswet bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem. Tot de basistaken kunnen behoren coördinerende, adviserende en ondersteunende taken in verband met die basistaken. 2. Over het uitvoeren van de basistaken worden afzonderlijke overeenkomsten gesloten tussen de deelnemer en het openbaar lichaam. Artikel 5. Overige taken 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 kunnen deelnemers bij het openbaar lichaam ook andere taken dan de in artikel 4, eerste lid, genoemde basistaken onderbrengen. 2. Tot de taken bedoeld in het eerste lid kunnen behoren coördinerende, adviserende en ondersteunende taken in verband met die taken. 3.

Het besluit van een deelnemer tot deelname aan de regeling bevat een opgave van de taken bedoeld in het eerste lid. 4. Over het uitvoeren van de taken bedoeld in het eerste lid worden afzonderlijke overeenkomsten gesloten tussen de deelnemer die het aangaat en het openbaar lichaam. 5. Het algemeen bestuur is, na voorafgaande toestemming van de deelnemers, bevoegd om op verzoek van een deelnemer de uitvoering van taken als bedoeld in het eerste lid bij het openbaar lichaam onder te brengen. Het derde lid is niet van toepassing.

Pagina 3 van 12

6. Het algemeen bestuur is, na voorafgaande toestemming van de deelnemers, bevoegd om op verzoek van een deelnemer de uitvoering van taken als bedoeld in het eerste of het vijfde lid terug te leggen bij de deelnemer. 7. Het algemeen bestuur bepaalt de voorwaarden waaronder de taken als bedoeld in het vijfde lid worden ingebracht respectievelijk van uitvoering van taken als bedoeld in het zesde lid wordt afgezien.

Artikel 6. Bovenregionale taken en complexe taken 1. Het openbaar lichaam is gehouden bovenregionale taken en complexe taken die niet robuust kunnen worden uitgevoerd door het openbaar lichaam, te laten uitvoeren door andere regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland die de taken aan zich hebben getrokken. 2. Het openbaar lichaam is gehouden bovenregionale taken en complexe taken die het openbaar lichaam aan zich heeft getrokken, uit te voeren voor andere regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland. 3. De taken worden uitgevoerd tegen vergoeding van de tussen de regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland overeen gekomen kosten. 4. Over de uitvoering van bovenregionale en complexe taken kunnen overeenkomsten worden gesloten tussen het openbaar lichaam en andere uitvoeringsdiensten in Gelderland. 5. Over de uitvoering van complexe taken en bovenregionale taken kunnen in daarvoor in het bijzonder aangewezen gevallen samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten tussen de regionale uitvoeringsdienst en andere publiekrechtelijke rechtspersonen. Artikel 7. Bevoegdheden 1. De deelnemers dragen geen publiekrechtelijke bevoegdheden over aan het openbaar lichaam. 2. De deelnemers beslissen ieder afzonderlijk over de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan het openbaar lichaam. 3.

De gemeenteraden en Provinciale Staten kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van de deelnemers op grond van artikel 184 Gemeentewet. Artikel 8. Beperking privaatrechtelijke bevoegdheden Het openbaar lichaam is behoudens instemming van de deelnemers niet bevoegd tot: a. het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten; b. het afgeven van garanties of andere waarborgen; c. het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken; d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken; e. commerciële dienstverlening aan private partijen. Artikel 9. Bijdragen 1. De deelnemers dragen bij aan de kosten van het openbaar lichaam naar rato van de bij het openbaar lichaam ondergebrachte taken als bedoeld in artikel 4 en artikel 5. 2. Het algemeen bestuur stelt regels vast over de wijze waarop de door de deelnemers verschuldigde bijdragen worden bepaald. 3. De deelnemers dragen er steeds zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 4.

De deelnemers betalen de door hen verschuldigde bijdragen per kwartaal vooruit, te weten vijfentwintig procent van de verschuldigde bijdrage. Hoofdstuk 3. Algemeen bestuur

Pagina 4 van 12

Artikel 10. Samenstelling en stemverhouding 1. Het algemeen bestuur bestaat uit 9 personen, waaronder de voorzitter. 2. Elke deelnemer wijst uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur aan. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan niet tevens medewerker in dienst van of op grond van een overeenkomst van opdracht werkzaam zijn voor het samenwerkingsverband dan wel in dienst van de provincie Gelderland. 4. De leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de deelnemers en waarbij de deelnemers zowel de milieutaken als bouw- en RO-taken inbrengen hebben ieder twee stemmen, de overige leden hebben ieder een stem. Artikel 11. Aanwijzing, schorsing en ontslag leden algemeen bestuur 1. De deelnemers wijzen uit hun midden plaatsvervangend leden van het algemeen bestuur aan. 2. Als tussentijds een vacature in het algemeen bestuur ontstaat, wijst de deelnemer in zijn eerstvolgende vergadering of ten spoedigste daarna een nieuw lid aan. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan door de deelnemer die hem heeft aangewezen ontslag worden verleend of worden geschorst als dit lid het vertrouwen van die deelnemer niet meer bezit. Het ontslag gaat onmiddellijk in. 4. Van elke aanwijzing, schorsing of ontslag geeft de deelnemer die het aangaat terstond kennis aan de voorzitter . 5. Een lid van het algemeen bestuur kan ontslag nemen.

Hij stelt de voorzitter en de deelnemer die hem heeft aangewezen hiervan tijdig op de hoogte. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien. 6. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra het lid geen lid meer is van het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen. 7. De leden 1 tot en met 6 zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden. Artikel 12. Werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert zo dikwijls als hij dat nodig oordeelt, alsmede indien het dagelijks bestuur of ten minste twee leden van het algemeen bestuur daarom verzoekt, doch ten minste twee maal per jaar. 2. In de vergadering van het algemeen bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als ten minste de helft van de leden aanwezig is. 3. Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop lid 2 niet van toepassing is. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag. 4. In een vergadering als bedoeld in lid 3 kan alleen worden beraadslaagd en besloten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd indien meer dan de helft van de leden aanwezig is. 5. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. 6.

Het algemeen bestuur legt naast de verplichte besluiten die in de wet of in deze regeling worden genoemd, de besluiten die een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben voor de deelnemers ter zienswijze voor aan de gemeenteraden en provinciale staten van de deelnemers. 7. Ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door het openbaar lichaam worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken voor zover dat bij of krachtens wet is vereist. De participatie vindt plaats op de in de betreffende gemeente gebruikelijke wijze. Bij de participatie kan een andere procedure dan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd worden.

Artikel 13. Bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de jaarrekening vast.

Pagina 5 van 12

2. Het algemeen bestuur kan besluiten tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen met inachtneming van het bepaalde in artikel 55a van de Wet. 3. Het algemeen bestuur kan bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet, maar in ieder geval met uitzondering van de bevoegdheden tot het vaststellen van de begroting en wijziging en actualisatie daarvan, de vaststelling van de jaarrekening en het besluit tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen . 4. Het algemeen bestuur kan instructies geven voor de werkwijze van het dagelijks bestuur. 5. Het algemeen bestuur beslist over alle andere aangelegenheden waarvoor de bevoegdheid niet op grond van de Wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter toekomt. Hoofdstuk 4. Dagelijks bestuur Artikel 14. Samenstelling en stemverhouding 1. Het dagelijks bestuur bestaat naast de voorzitter uit drie andere leden, onverminderd het bepaalde in artikel 14, derde lid, van de wet. 2. De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder een stem. Ingeval van het staken van de uitgebrachte stemmen is de stem van de voorzitter beslissend. Artikel 15.

Aanwijzing, schorsing en ontslag leden dagelijks bestuur 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de leden van het dagelijks bestuur aan. 2. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt of wanneer een ontslag uit het dagelijks bestuur ingaat. 3. Als tussentijds een vacature in het dagelijks bestuur ontstaat, wijst het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering of zo spoedig mogelijk daarna een nieuw lid aan. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien. 5. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, waaronder begrepen de voorzitter, ontslag verlenen of schorsen als dat lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Het ontslag gaat onmiddellijk in. Artikel 16. Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of een lid van het dagelijks bestuur hierom verzoekt. 2. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. 3. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als ten minste de helft van de leden aanwezig is. 4.

Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop lid 3 niet van toepassing is. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag. 5. In een vergadering als bedoeld in lid 4 kan alleen worden beraadslaagd en besloten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd indien ten minste de helft van de leden aanwezig is. 6. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. 7. Het dagelijks bestuur legt naast de verplichte besluiten die in de wet of in deze regeling worden genoemd, geen besluiten ter zienswijze voor aan de raden of provinciale staten van de deelnemers.

Artikel 17. Bevoegdheden

Pagina 6 van 12

1. Het dagelijks bestuur is belast met en bevoegd tot het voeren van het dagelijks bestuur, waaronder in ieder geval wordt verstaan: a. het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter beraadslaging en besluitvorming wordt voorgelegd; b. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; c. het voorstaan van de belangen van de regeling en het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met het dagelijks bestuur van belang is; d. het beheer van activa en passiva van het openbaar lichaam; e. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht en eigendom; 2. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht, het ontslaan en schorsen van het personeel, waaronder begrepen de directeur. 3. Het dagelijks bestuur stelt alle overige regelingen vast die noodzakelijk zijn 4. Het dagelijks bestuur bepaalt de wijze waarop de directeur bij verhindering of ontstentenis wordt vervangen. 5. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een regeling omtrent de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, alsmede de arbeidsvoorwaardenregelingen voor de directeur en het overige personeel. 6.

Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 55a van de Wet. 7. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het voeren van rechtsgedingen namens de regeling.

Hoofdstuk 5. Voorzitter Artikel 18. Voorzitter 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan. 2. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan die de voorzitter vervangt bij diens verhindering of ontstentenis. 3. De voorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien. 4. Als tussentijds de functie van de voorzitter vacant wordt, wijst het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering of zo spoedig mogelijk daarna de nieuwe voorzitter aan. 5. De voorzitter is lid van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Artikel 19. Bevoegdheden 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 4. De voorzitter legt naast de verplichte besluiten die in de wet of in deze regeling worden genoemd, geen besluiten ter zienswijze voor aan de raden of provinciale staten van de deelnemers.

Pagina 7 van 12

Hoofdstuk 6. Informatie en verantwoording Artikel 20. Dagelijks bestuur en leden dagelijks bestuur ten opzichte van het algemeen bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven het algemeen bestuur alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur. 3. Zij geven tezamen en ieder afzonderlijk inlichtingen aan het algemeen bestuur wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt. Artikel 21. Algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden en Provinciale Staten 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden of Provinciale Staten worden verlangd. Artikel 22. Leden algemeen bestuur ten opzichte van deelnemers 1.

Een lid van het algemeen bestuur verschaft de deelnemer die hem als lid heeft aangewezen alle inlichtingen die door die deelnemer of door een of meer leden van die deelnemer worden verlangd. 2. Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het dagelijks bestuur. 3. Een lid van het algemeen bestuur is de deelnemer die hem als lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die deelnemer aangegeven wijze. Artikel 23. Openbaar lichaam ten opzichte van de deelnemers Het openbaar lichaam zorgt er voor dat de deelnemers met ingang van 1 januari 2013, of zoveel later als het aanvangt zijn taken uit te voeren, op ieder moment kunnen beschikken over informatie met betrekking tot de in hoofdstuk 2 van deze regeling genoemde taken waarvoor zij het bevoegde bestuursorgaan zijn. Artikel 24. Openbaar lichaam ten opzichte van andere regionale uitvoeringsdiensten Ten aanzien van de taken als bedoeld in hoofdstuk 2 van deze regeling geldt dat de wijze van benadering en ontsluiting van de op die taken betrekking hebbende informatie door het openbaar lichaam is afgestemd met die van de andere regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland.

Hoofdstuk 7. Directeur Artikel 25. Directeur 1. De directeur fungeert als ambtelijk secretaris voor het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en is als zodanig het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam in alles dat de hun opgedragen taak aangaat. 2. De directeur is in de vergadering van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. 3. De directeur ondertekent mede de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

Pagina 8 van 12

4. De directeur is hoofd van de ambtelijke organisatie. Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen Artikel 26. Begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt voor 1 december van tweede jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toe aan de gemeenteraden en Provinciale Staten van de deelnemers. 2. De gemeenteraden en Provinciale staten kunnen vóór 1 maart van het jaar, volgend op het jaar waarin de jaarrekening is toegezonden, een zienswijze indienen bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur verwerkt de reactie op de zienswijze in de ontwerpbegroting. 3. De vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, zoals bedoeld in artikel 58, eerste lid, van de Wet geschiedt niet eerder dan 12 weken nadat de ontwerpbegroting aan de raden en staten van de deelnemers is verzonden in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 59, eerste lid, van de Wet zorgt het dagelijks bestuur voor toezending van de ontwerpbegroting vergezeld van een behoorlijke toelichting aan Provinciale Staten en de gemeenteraden. 5. In de begroting wordt het door elk van de deelnemers over het desbetreffende jaar verschuldigde bedrag opgenomen. 6. Het dagelijks bestuur houdt bij het opstellen van de ontwerpbegroting rekening met de door Provinciale Staten en de gemeenteraden opgestelde begrotingsrichtlijnen. 7.

De ontwerpbegroting wordt door de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. Hiervan wordt openbaar kennis gegeven. 8. Provinciale Staten en de gemeenteraden vergaderen niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving over de ontwerpbegroting. Zij kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen, voorzien van zijn reactie, toe aan de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 9. Het dagelijks bestuur stelt de raden en provinciale staten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het zesde lid, alsmede van de eventuele conclusie die het daaraan verbindt. 10. Terstond na de vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting aan Provinciale Staten en de gemeenteraden, die ter zake bij de minister hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 11. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september aan de minister. 12. Bij wijzigingen van de begroting wordt de procedure voor vaststelling van de begroting gevolgd. Gemeenteraden en Provinciale Staten worden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen, tenzij lid 13 van toepassing is. 13.

Bij een actualisatie van de begroting wordt de begroting door het algemeen bestuur vastgesteld. Actualisaties worden ter informatie verstuurd naar de gemeenteraden en Provinciale Staten. 14. Conform artikel 59, zesde lid, van de wet is het bepaalde in artikel 59, eerste, derde en vierde lid, van de wet, niet van toepassing op af- en overschrijvingen op de posten van de begroting, alsmede op andere ontwerpwijzigingen, voor zover daaruit geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen voortvloeit. 15. Het dagelijks bestuur biedt een voorstel als in lid 10 bedoeld, uiterlijk drie weken voor de voorgenomen datum van vaststelling aan het Algemeen Bestuur aan. Artikel 27. Jaarrekening 1. De vaststelling van de jaarrekening, zoals bedoeld in artikel 58, derde lid, van de Wet geschiedt vóór 1 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het dagelijks bestuur zorgt voor de toezending van de voorlopige jaarrekening

Pagina 9 van 12

3.

4. 5. 6.

7.

8.

vergezeld van een behoorlijke toelichting aan Provinciale Staten en de gemeenteraden en wel vóór 30 april van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Provinciale Staten en de gemeenteraden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpjaarrekening naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen, voorzien van zijn reactie, toe aan de ontwerpjaarrekening zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemers over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. Verrekening van het verschil tussen hetgeen op grond van artikel 10 van deze regeling is bepaald enerzijds en hetgeen op basis van de jaarrekening is verschuldigd anderzijds vindt plaats zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de jaarrekening. Terstond na de vaststelling van de jaarrekening zendt het algemeen bestuur de jaarrekening aan Provinciale Staten en de gemeenteraden, die ter zake bij de minister hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli aan de minister.

Artikel 28. Saldo 1. Een batig saldo van de jaarrekening kan door het algemeen bestuur worden toegevoegd aan de reserves tot een maximum van 2,5% van de jaarlijkse exploitatielasten of € 500.000 en wel de laagste van deze twee. 2. Het algemeen bestuur beslist of een nadelig saldo van de jaarrekening: a. geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal worden gebracht; of b. geheel of gedeeltelijk ten laste van de deelnemers zal worden gebracht naar rato van de begroting. 3. Het besluit, zoals bedoeld in het tweede lid, sub b, van dit artikel, behoeft tweederde van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 29. Financieel beheer Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid verantwoording en controle wordt voldaan.

Hoofdstuk 9. Archief Artikel 30. Zorg en beheer archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen archiefregeling, die aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld. 2. De zorg voor de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door de deelnemende organen gemandateerde taken berust bij deze organen. 3. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden is aangewezen de archiefbewaarplaats van het Regionaal Archief Rivierenland. 4. Nadat de in het derde lid bedoelde archiefbescheiden zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, worden deze beheerd door de archivaris van het Regionaal Archief Rivierenland. 5. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 6. Bij opheffing van het openbaar lichaam worden alle onder beheer van de directeur staande archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

Pagina 10 van 12

7. De archivaris van het Regionaal Archief Rivierenland is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

Hoofdstuk 10. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 31. Toetreding 1. De deelnemers zijn bevoegd te beslissen over toetreding van nieuwe deelnemers tot de regeling. Het algemeen bestuur wordt in de gelegenheid gesteld hierover zijn zienswijze bekend te maken. 2. De deelnemers regelen de voorwaarden voor toetreding. Artikel 32. Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer met inachtneming van artikel 1 van de wet.. 2. Het uittredingsbesluit van een deelnemer wordt niet later genomen dan een jaar voorafgaand aan de datum waarop de uittreding plaatsvindt. Uittreding is slechts mogelijk per 1 januari. 3. Het algemeen bestuur inventariseert binnen zes maanden na de opzegging de gevolgen van uittreding na overleg met de deelnemers in een uittredingsplan waartoe in ieder geval behoren: a. de juridische, organisatorische en personele gevolgen zoals de toewijzing, terugname of overname van medewerkers; b. de financiële gevolgen, waaronder in ieder geval frictiekosten, desintegratiekosten en gevolgschade over een periode van vijf jaar, alsmede de betaling ineens of de afbouw van de bijdrage en over welke periode het ontbreken van dekking voor vaste kosten dient te worden gecompenseerd. 4.

De financiële gevolgen worden gebaseerd op de begroting van het jaar na het besluit tot uittreding, waarbij de financiële effecten op de datum van uittreding worden meegenomen. 5. De financiële gevolgen zullen worden bepaald door het algemeen bestuur, na controle door een gezamenlijk te benoemen expert. 6. Uiterlijk 6 maanden na het moment van het besluit van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. 7. De uittredende deelnemer is gehouden de definitieve uittreedsom binnen 6 maanden na de in lid 6 bedoelde vaststelling te voldoen. Het algemeen bestuur kan in afwijking hiervan een andere betalingsregeling vaststellen. 8. De financiële gevolgen van de uittreding worden door de uittredende deelnemer gedragen. 9. Het dagelijks bestuur ziet toe op de naleving van de verplichtingen uit dit artikel.

Artikel 33. Wijziging en opheffing 1. De regeling kan tussentijds worden gewijzigd of opgeheven als tenminste tweederde van de deelnemers daartoe besluit. 2. Deelnemers en het algemeen bestuur zijn bevoegd een wijziging in de regeling aan de deelnemers in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel. Het dagelijks bestuur zendt het voorstel van het algemeen bestuur toe aan de deelnemers. 3. Ingeval van opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur vooraf, na overleg met de deelnemers, een liquidatieplan vast waarin in ieder geval wordt aangegeven wat de kosten van de opheffing zijn, op welke wijze een positief of negatief saldo wordt verrekend met de deelnemers, wat de gevolgen zijn die de beëindiging heeft voor het personeel en op welke manier die gevolgen worden opgevangen. 4. Het dagelijks bestuur is belast met de vereffening van de financiële verplichtingen. Zo nodig blijven de organen van de regeling na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is voltooid. Hoofdstuk 11. Klachten Artikel 34. Klachtenregeling

Pagina 11 van 12

Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hoofdstuk 9, titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, een interne klachtenregeling vast.

Hoofdstuk 12. Samenwerking Gelders stelsel Art. 35. Samenwerking Gelders Stelsel 1. De voorzitter heeft regelmatig overleg met de voorzitters van de besturen van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. 2. De directeur heeft regelmatig overleg met de directeuren van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. 3. De overleggen hebben als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de diensten.

Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen Artikel 36. Evaluatie Deze regeling wordt op verzoek van minimaal twee deelnemers geëvalueerd. Het algemeen bestuur beslist over de evaluatiecriteria en legt deze ter zienswijze voor aan de gemeenteraden en provinciale staten van de deelnemers. Het algemeen bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van een evaluatie. Artikel 37. Inwerkingtreding 1. De regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 2. Gedeputeerde Staten dragen zorg voor bekendmaking in het Provinciaal blad van

Gelderland.

Artikel 38. Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland.

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13783514/3