CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst Verordening Jeugdhulp gemeente Maasdriel 2024 DEF

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp gemeente Maasdriel 20247.395 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening Jeugdhulp gemeente Maasdriel 2024 – was/wordt lijst Artikel Artikel oud Artikel nieuw

Was Tekst in verordening Jeugdhulp 2019

Wordt Tekst in verordening Jeugdhulp 2024

Reden Reden voor toevoeging, wijziging of verwijdering.

Artikel 1.1 Sub a x

algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten;

x

Verwijderd. Is een definitie uit de modelverordening Wmo.

Artikel 1.1 Sub b Artikel 1.1 Sub a

algemene (basis) voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is en dat gericht is op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp;

algemene (basis) voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is en dat gericht is op jeugdhulp;

Maatschappelijke ondersteuning is geen Jeugdwet.

Artikel 1.1 Sub c Artikel 1.1 Sub b

andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;

andere voorziening: een voorziening voor zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen die niet valt onder de Jeugdwet;

Omschrijving begrijpelijker gemaakt.

X Artikel 1.1 Sub c

x

Bepaling jeugdhulp: bepaling van een gecertificeerde instelling jeugdhulp welke door het college ingezet dient te worden bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering;

Toegevoegd.

Budgethouder: de persoon die een persoonsgebonden budget ontvangt op grond van de wet; x

Toegevoegd.

X Artikel 1.1 Sub d Artikel 1.1 Sub g x

Gesprek: gesprek als bedoeld in artikel 3.4.

Begrip vervalt omdat deze in verband met de andere aanpassingen niet meer terugkomt

Artikel 1.1 Sub h x Artikel 1.1 Sub j Artikel 1.1 Sub j

Goedkoopst adequate voorziening: de voorziening die naar objectieve maatstaven de goedkoopste is om het beoogde resultaat van de belanghebbenden te bereiken. individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, zijnde specialistische hulp; die via een verleningsbeschikking of via een verwijsbericht toegankelijk is voor de jeugdige of zijn ouders;

in de Verordening. Is vervangen door onderzoek. Verwijderd. Het is een vrij algemene term en de uitleg roept alleen maar meer vragen op. individuele voorziening: op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden voorziening, die in het kader van de Jeugdwet door het college wordt verstrekt in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget

Omschrijving begrijpelijker gemaakt.

Artikel 1.1 Sub o Artikel 1.1 Sub o X Artikel 1.1 Sub p

Veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling.

Veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;

Wettelijk kader toegevoegd.

x

vooronderzoek: alle informatie die het college verzamelt ter voorbereiding op het onderzoek.

Toegevoegd.

Artikel 1.1 Sub q x

verleningsbeschikking: een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht afgegeven door de gemeente aan een jeugdige of zijn ouders;

x

Verwijderd – komt niet terug in de rest van de verordening.

Artikel 1.1 Sub r X

verwijsbericht: een bericht van een verwijzer, zijnde de huisarts, medisch specialist, jeugdarts,

X

Verwijderd – komt niet terug in de rest van de verordening.

x Artikel 1.1 Lid 2.

x

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Regeling Jeugdwet, het Besluit jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht.

Toegevoegd voor compleetheid.

Artikel 2.1 Lid 1 Artikel 2.1

Artikel 2.1 Lid 2 Artikel 2.2

1. De volgende vormen van jeugdhulp zijn als overige voorzieningen beschikbaar: a. ondersteuning vanuit het gebiedsteam, zijnde informatie en (opvoed)advies; opvoed- en gezinsondersteuning en casusregie, voorlichting, cursussen en trainingen, online hulpverlening en ambulante zorg; b. jeugdhulp zonder verblijf en basis generalistische GGZ kunnen als overige voorziening en als individuele voorziening beschikbaar zijn.

Artikel 2.1 Algemene voorzieningen De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. Ondersteuning vanuit het gebiedsteam, zijnde: a. advies en informatie, mede ten behoeve van de mogelijke toegang tot individuele voorzieningen; b. casusregie; c. voorlichting, cursussen en trainingen; b. Jeugdhulp zonder verblijf (kan zowel als algemene voorziening als individuele voorziening beschikbaar zijn); c. Basis generalistische GGZ (kan zowel als algemene voorziening als individuele voorziening beschikbaar zijn); d. Algemene voorzieningen geboden door Veilig Thuis.

Er kan hier gekozen worden voor specifieke vormen van jeugdhulp of globale productcategorieën. Er is gekozen voor productcategorieën, zodat je ruimte laat voor invulling van deze categorieën op basis van behoefte uit de doelgroep.

2. De volgende vormen van jeugdhulp zijn als individuele voorziening beschikbaar: a. na verwijzing (door gebiedsteam, huisarts, medisch specialist of jeugdarts): i. psycholoog in de basis GGZ ii. ambulante zorg (inclusief basis jeugdGGZ); iii. dyslexiezorg. b. na verleningsbeschikking door gemeente of beschikking door rechter:

De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: 1. Zonder verblijf: a. ambulante jeugdhulp; b. ambulante spoedhulp; c. behandeling; d. dagbesteding; e. dyslexiezorg; f. jeugdbescherming; g. jeugdreclassering; h. JGGZ-behandeling (ambulant); i. vervoer. 2. Met verblijf:

Er kan hier gekozen worden voor specifieke vormen van jeugdhulp of globale productcategorieën. Er is gekozen voor productcategorieën, zodat je ruimte laat voor invulling van deze categorieën op basis van behoefte uit de doelgroep. De productcategorieën zijn gebaseerd op de categorieën uit de inkoop Jeugd.

Lid a is aangepast naar de werkelijke werkwijze van het gebiedsteam. Mogelijke ontwikkelingen in de toekomst kunnen via beleidsregels aangevuld worden. Lid d toegevoegd conform de werkelijke beschikbaarheid van overige voorzieningen.

Tevens Jeugdbescherming en Jeugdreclassering toegevoegd, aangezien we die producten ook tot onze beschikking hebben.

i.

ii.

iii. iv.

intensief en specialistische ambulante/extramurale zorg (inclusief basis en specialistische jeugdGGZ); jeugdhulp met (voltijd/deeltijd) verblijf, inclusief Pleegzorg en Jeugdzorgplus; dagbehandeling residentieel; jeugdbescherming en Jeugdreclassering.

x Artikel 2.2 Lid 3 + 4

x

Artikel 2.1 Lid 3 Artikel 2.3

Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.

a. b. c. d. e. f. g.

gezinsvormen; GGZ-verblijf; jeugdzorgPlus; logeren; pleegzorg; verblijf en begeleiding; verblijf op terrein.

3. Naast de genoemde voorzieningen in het eerste en tweede lid zijn er ook andere algemene of individuele voorzieningen mogelijk als dit naar mening van het college bijdraagt aan een adequatere en/of goedkopere oplossing van de hulpvraag. 4. Het college kan in de beleidsregels nadere regels stellen over de afweging voor welke voorziening zoals genoemd in dit artikel de jeugdhulp wordt toegewezen en welke voorzieningen beschikbaar zijn. Artikel 2.3 Voorwaarden individuele voorziening jeugdhulp Een aanvraag voor een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet wordt in behandeling genomen: 1. indien de jeugdige valt onder de definitie van jeugdige in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Toegevoegd om ruimte te bieden voor maatwerk en nadere regels voor afweging.

Uitgebreider vormgegeven met meer voorwaarden.

2. als het college van mening is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen en/of psychische problemen of stoornissen; 3. als de jeugdige of ouder aangetoond heeft dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (waaronder in ieder geval gebruikelijke zorg van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk wordt verstaan) ontoereikend zijn; 4. als gebruikmaking van een algemene of andere voorziening niet de oplossing biedt voor de problematiek uit de aanvraag. Daarnaast zijn de volgende voorwaarden van toepassing op een individuele voorziening jeugdhulp: 1. het college verstrekt uitsluitend de goedkoopst adequate voorziening jeugdhulp; 2. een aanvraag voor een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet bevat te behalen resultaten binnen de termijn van de toe te kennen individuele voorziening. x Artikel 2.4

x

Artikel 2.4 Vervoersvoorzieningen 1. Als de jeugdige is aangewezen op jeugdhulp zorgen ouders in beginsel voor het vervoer van en naar de locatie van de jeugdhulpaanbieder en kent het college geen vervoersvoorziening toe.

Toegevoegd op basis van het signaal dat er behoefte is aan meer kaders rondom het vervoer.

2. Het college kent slechts een vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 2.2. lid 1 sub i toe als: a. de jeugdige is aangewezen op een individuele voorziening voor jeugdhulp én er sprake is van een medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige die het zelfstandig reizen met het openbaar vervoer onmogelijk maakt én b. bij de ouders en het netwerk sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid waardoor deze de jeugdige niet kunnen vervoeren of met de jeugdige kunnen meereizen én c.

er geen andere manier is om de jeugdige jeugdhulp te bieden, bijvoorbeeld bij een andere aanbieder dichter bij het woonadres van de jeugdige. Hierbij hanteert het college het principe van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening. 3. Bij het beoordelen van de zelfredzaamheid worden eigen mogelijkheden en eigen kracht van ouders en netwerk onderzocht.

X Artikel 2.5

4. Een vervoersvoorziening is altijd tijdelijk. De voorziening wordt beëindigd op het moment dat de medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige en/of ouders is opgeheven. 5. Artikel 2.5 Aanvullende criteria voor sociaal medische indicatie kinderopvang 1. Een sociaal medische indicatie kinderopvang is bedoeld voor gezinnen of alleenstaande ouders, woonachtig in de gemeente Maasdriel, die voor een thuiswonend kind tot 13 jaar (dan wel de laatste groep basisschool) geen of een beperkt recht hebben op reguliere kinderopvangtoeslag, waarvoor een andere voorziening geen passende oplossing biedt en waarin sprake is van een van de volgende situaties: a. een kind heeft een lichamelijk, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking; b. het om een kind gaat voor wie is vastgesteld dat in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling kinderopvang noodzakelijk is. 2. Het college weigert de tegemoetkoming indien: a. de aanvrager aantoonbaar zelf in kinderopvang kan voorzien of als er een andere passende voorziening is waarop een beroep kan worden gedaan;

Toegevoegd i.v.m. opheffen Verordening Tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang.

b. er opvangmogelijkheden in het eigen sociale netwerk zijn; c. er gebruik wordt gemaakt van opvang die niet is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang; d. de aanvrager een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland verblijft en als gevolg daarvan geen aanspraak heeft op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen op grond van een beschikking van een bestuursorgaan (artikel 10 lid 1 Vreemdelingenwet 2000). Het college kan in de beleidsregels nadere regels stellen ten aanzien van de sociaal medische indicatie kinderopvang. Artikel 3.1 Artikel 3.2

Artikel 3.1 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.

Artikel 3.2 Toegang jeugdhulp via het medisch domein 1. Een huisarts, medisch specialist of jeugdarts kan direct verwijzen naar een algemene voorziening. 2. Een huisarts, medisch specialist of jeugdarts kan direct verwijzen naar een individuele voorziening. 3. Een huisarts, medisch specialist of jeugdarts verwijst in de regel altijd door naar een jeugdhulpaanbieder die gecontracteerd is door de gemeente. 4. Indien het gecontracteerde zorgaanbod niet passend is bij de hulpvraag van de jeugdige, kunnen ouders een verzoek om

Artikel 3.2 Toegang jeugdhulp via het medisch domein

5.

6.

7.

8.

9.

pgb bij het college indienen, conform de geldende regels in hoofdstuk 5. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp noodzakelijk is. Het college maakt afspraken met huisarts, medisch specialist en jeugdarts over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing als bedoeld in artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet en artikel 3.2 tweede lid van deze verordening, plaatsvindt. Ter waarborging van een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening door een jeugdhulpaanbieder, kan het college bij een aanvraag door een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in dit artikel op basis van signalen of steekproefsgewijs een toets uitvoeren. De jeugdhulpaanbieder is bij de bepaling van de voorziening, vorm, voorwaarden en looptijd van de jeugdhulp gebonden aan het oordeel van het college op grond van de toets genoemd in het vorige lid. Als de jeugdige en/of ouders hierom verzoeken, legt het college de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 4.6.

10. Het college kan in de beleidsregels nadere regels stellen over de toeleiding van jeugdhulp via het medisch domein. Artikel 3.2 Artikel 3.1

Artikel 3.2 Toegang jeugdhulp via de gemeente, indiening hulpvraag 1. Jeugdigen en ouders met een hulpvraag kunnen zich rechtstreeks wenden tot een overige voorziening. Ook de huisarts, medisch specialist en jeugdarts kunnen hen rechtstreeks verwijzen naar een overige voorziening. 2. De huisarts, medisch specialist en jeugdarts kunnen direct verwijzen naar een door het college bij besluit te verlenen individuele voorziening. Van deze verwijzing stelt de huisarts, medisch specialist en jeugdarts het college in kennis. 3. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel gedurende maximaal twee maanden of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.

Artikel 3.1 Toegang jeugdhulp via de gemeente

X Artikel 3.3

X

Artikel 3.3. Toegang jeugdhulp via justitieel kader

1. Jeugdigen en/of ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een algemene voorziening zoals bedoeld in artikel 2.1 zonder toestemming van het college. 2. Jeugdigen en/of ouders kunnen zich met een hulpvraag wenden tot het college. 3. In spoedeisende gevallen beslist het college na een melding onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke individuele voorziening gedurende maximaal twee maanden in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige en/of ouders of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. 4. Het college kan in de beleidsregels nadere regels stellen over de toegang tot jeugdhulp via de gemeente.

1. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de

Toegang via de gemeente als eerste gezet, aangezien je wilt dat dit je primaire lijn is. Als eerste lid ‘overige voorziening’ neergezet, conform de beweging naar het voorliggend veld. In de toekomst kunnen er nadere regels worden gesteld, wat ruimte biedt aan doorontwikkeling.

Toegevoegd om ook deze toegangslijn met elkaar scherp te hebben. Belangrijk dat er afspraken gemaakt worden over de vorm en inhoud van het besluit en hoe het college daarvan op de hoogte wordt gesteld (in lijn met de Gelderse Verbeteragenda Jeugd). Ook hier de toevoeging dat we nadere regels

2.

3.

4.

5.

Artikel 3.3 Artikel 4.1

Artikel 3.3 Registratie en vooronderzoek 1. Het college registreert en bevestigt schriftelijk de ontvangst van een verzoek om een individuele

selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van de jeugdreclassering. Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen over de vorm en inhoud van het besluit tot inzet van jeugdhulp van de gecertificeerde instelling en hoe het college daarvan op de hoogte gesteld wordt. Het justitieel kader verwijst in de regel altijd door naar een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, tenzij het gecontracteerde niet aansluit bij de benodigde jeugdhulp. In dat geval kan de benodigde jeugdhulp allereerst via een pgb of als laatste mogelijkheid een maatwerkcontract ingezet worden. Voor de toegekende voorzieningen via het justitieel kader verstrekt het college geen beschikking zoals bedoeld in artikel 4.76. Het college kan in de beleidsregels nadere regels stellen over de toeleiding tot jeugdhulp via een gecertificeerde instelling.

Artikel 4.1 Registratie en vooronderzoek 1. Het college registreert en bevestigt de ontvangst van een hulpvraag en zet zich actief in om onafhankelijke

kunnen opstellen, waardoor er ruimte is voor doorontwikkeling.

Sub 1. Mogelijkheid gratis cliëntondersteuning toegevoegd, hierdoor wordt er voldaan aan de informatieplicht van het college. Op advies van de Participatieraad

voorziening of een verwijzing daarnaar zoals bedoeld in artikel 4 tweede lid. 2. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 7, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. 3. Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 4. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid

2.

3.

4.

5.

cliëntondersteuning aan de hulpvrager aan te bieden. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 4.2, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding, met hem een afspraak voor een gesprek. Voor het gesprek verschaffen de jeugdige en/of ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige en/of ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Het college kan in overleg met de jeugdige en/of ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. De jeugdige en/of ouders verlenen hun medewerking aan het vooronderzoek als bedoeld in dit artikel alsmede een onderzoek als bedoeld in artikel 4.2 om in aanmerking te komen voor een individuele voorziening. Als de jeugdige en/of ouders onvoldoende medewerking verlenen aan het vooronderzoek als bedoeld in dit artikel alsmede een onderzoek als bedoeld in

actief geschreven. Toevoeging van de wettelijke termijn. Sub 2 t//m 5. Verantwoordelijkheid van ouders hierin meegenomen qua medewerking.

artikel 4.2 en daardoor de situatie van de jeugdige en/of ouders onvoldoende in kaart kan worden gebracht, kan er geen individuele voorziening worden verstrekt. Artikel 3.4 Artikel 4.2

Artikel 3.4 Gesprek 1. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; b. of er sprake is of vermoeden van opgroei- en opvoedingsproblemen en/of psychische problemen en stoornissen; c. welke hulp naar aard en omvang nodig is om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; d. het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden, inclusief de afweging of er sprake is van gebruikelijke zorg;

Artikel 4.2 Onderzoek 1. Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige en/of ouders: a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren van de jeugdige en de veiligheid en de ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; b. of er sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: i. welke problemen of stoornissen dat zijn; ii. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te

Tekstuele aanpassingen overgenomen van de VNGverordening. In de aangepaste tekst is het onderzoek (doel) als uitgangspunt genomen en niet langer (de vorm van) het gesprek. Inhoudelijk is aangesloten bij de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB), specifiek de eisen die worden gesteld aan een zorgvuldig onderzoek (conform uitspraak: ECLI:NL: CRVB:2017:1477 d.d. 1 mei 2017). Een zorgvuldig onderzoek vereist het doorlopen van de volgende stappen: 1)inventariseer de vraag 2)breng de onderliggende problematiek goed en onderbouwd in kaart 3)stel de aard en de omvang van de noodzakelijke hulp vast 4)kijk wat de discrepantie tussen noodzaak en eigen kracht is 5)stel vast welke voorziening de geconstateerde discrepantie adequaat oplost.

e. de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; f. de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; g. de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; h. de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; i. hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.

zijn en maatschappelijk te participeren; iii. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, inclusief de afweging of er sprake is van gebruikelijke zorg, en; iv. voor zover de eigen mogelijkheden ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, algemene voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning, hulp en zorg. c. indien van toepassing, hoe de toekenning van en individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. d. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp

3. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek.

2.

3.

4.

5.

6.

zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en/of ouders Het college informeert de jeugdige en/of ouders dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige en/of ouders dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige of zijn ouder dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze. De jeugdige en/of ouders dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger verschaffen het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en/of ouders vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht. Het college informeert de jeugdige en/of ouders over de gang van zaken bij het

gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken. 7. Het college kan in overleg met de jeugdige en/of ouders afzien van een gesprek. 8. Het college kan in de beleidsregels nadere regels stellen over de procedure van het onderzoek. Artikel 3.5 Artikel 4.3

Artikel 3.7 Artikel 4.4

Artikel 3.5 Verslag 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 3.4. 2. Het verslag bevat de naam, functie en discipline van deskundigheid van de medewerker en de geraadpleegde adviseurs/medici. 3. Binnen 10 werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouders een verslag van de uitkomsten van het onderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen. 4. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders worden aan het verslag toegevoegd.

Artikel 3.7 Aanvraag 1. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. 2. Het college kan een ondertekend verslag aanmerken als aanvraag als

Artikel 4.3 Verslag 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 4.2. 2. Zo spoedig mogelijk na het gesprek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag). 3. Het verslag bevat in ieder geval de naam, functie en discipline van deskundigheid van de medewerker en de geraadpleegde adviseurs/medici. 4. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige en/of ouders worden aan het verslag toegevoegd Artikel 4.4 Aanvraag 1. Jeugdigen en/of ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college door middel van: a. een door het college vastgesteld aanvraagformulier of;

Volgorde iets anders – eerst proces en dan inhoud. Tekstuele aanpassingen overgenomen van de VNGverordening.

Artikel in huidige verordening is niet gebaseerd op de begrippen in de Verordening Jeugdhulp, maar op de Wmo Verordening. Aanpassing gedaan op basis van de VNG-verordening. Wettelijke termijn van acht weken

de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven.

b. een door de jeugdige en/of ouders ondertekend verslag als bedoeld in artikel 4.3. 2. Het college neemt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, een besluit op de aanvraag middels een beschikking. 3. Het college kan in de beleidsregels nadere regels stellen over de aanvraagprocedure.

toegevoegd op advies van de Participatieraad.

x Artikel 4.6

X

Artikel 4.5 Deskundig oordeel en advies Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.

Toegevoegd voor de volledigheid.

Artikel 3.8 Artikel 4.7

Artikel 3.8 Inhoud beschikking 4. Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage worden de jeugdige of zijn ouders daarover in de beschikking geïnformeerd.

Artikel 4.6 Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en in geval van toegang tot de voorziening via de gemeente: wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en;

De ouderbijdrage is met ingang van 2016 in de Jeugdwet geschrapt.

d. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

Artikel 4.1 Artikel 5.1

1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2. Indien een aanvrager gemotiveerd om een pgb vraagt, dient de aanvrager uiterlijk ten tijde van de aanvraag een pgb-plan in naar het door het college vastgestelde format. 3. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst

Artikel 5.1 Regels voor een persoonsgebonden budget (pgb) 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2. Indien een aanvrager gemotiveerd om een pgb vraagt, dient de aanvrager uiterlijk ten tijde van de aanvraag een pgb-plan in naar het door het college vastgestelde format. 3. In het pgb-plan is in ieder geval opgenomen:

Lid 3 verwijderd (staat al in artikel 5.3) en veranderd in eisen voor het pgb-plan. Lid 4 laatste deel van de zin weggehaald – is tekst voor de Wmo verordening.

adequate individuele voorziening in natura. 4. Een persoonsgebonden budget voor het sociaal netwerk moet in ieder geval beperkt blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke zorg overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Het college is bevoegd een lager pgbtarief te hanteren voor het betrekken van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van personen die behoren tot het sociale netwerk.

X Artikel 5.2

x

a. voor welke doelen en welk resultaat het pgb ingezet gaat worden en op welke manier het inzetten van een pgb hieraan een bijdrage levert; b. welke inzet de jeugdige zelf en mensen uit de omgeving of het sociaal netwerk plegen om de doelen te behalen; c. de inhoud, hoogte, duur van de gewenste jeugdhulp; d. de motivatie waarom het bestaande jeugdhulp aanbod niet toereikend is voor de hulpvraag. 4. Een persoonsgebonden budget voor het sociaal netwerk moet in ieder geval beperkt blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke zorg overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere jeugdhulp leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Artikel 5.2 Onderscheid formele en informele hulp 1. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de cliënt: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren

Toegevoegd in gelijkenis met de verordening Wmo, zodat de bepaling van de hoogte van het pgb gemeente breed gelijk is.

Artikel 4.2 Artikel 5.3

De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: a) Hulpverlening uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het

taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 3. Informele hulp is: a. hulp die geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2; hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, maar tot het sociaal netwerk van cliënt horen. Artikel 5.3 Hoogte van het pgb 1. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: a. de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst

Tarief aangepast gelijk aan de Wmo-verordening.

laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; b) Hulpverlening uitgevoerd door een daartoe opgeleide ZZP’er in het bezit van bijzondere deskundigheid: op basis van 90% van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; c) Hulpverlening uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk: op basis van 50 % van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder tot een maximum van € 20 per uur. Dit tarief is minstens het wettelijk minimumuurloon, inclusief vakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek, zoals dit is geregeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.” d) De maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 8ab van de Regeling Jeugdwet, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan

2.

3.

4.

5.

adequate voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten of; b. het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. De hoogte van het pgb voor formele hulp vermeld onder artikel 5.2, lid 2, sub a, is gelijk aan het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, tenzij op basis van het pgb-plan van de cliënt passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. De hoogte van het pgb voor formele hulp vermeld onder artikel 5.2, lid 2, sub b is gelijk aan 90% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, tenzij op basis van het pgb-plan van de cliënt passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. De hoogte van het pgb voor informele hulp is gelijk aan 50% van het gecontracteerde tarief, met een minimum van de door weten regelgeving bepaalde eisen. Indien het op basis van lid 1, lid 2, lid 3 en lid 4 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp

worden volstaan met een lagere tegemoetkoming; e) Vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het laagste toepasselijke tarief per dag dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;

hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. 6. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. 7.

Artikel 4.3 X

Artikel 4.3 Pgb voor inzet van persoon uit het sociaal netwerk Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk: 1. als de dienst zorg omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is, beschikt de persoon over de desbetreffende kwalificatie; 2. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat 50% bedraagt van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder 3. deze persoon niet heeft aangegeven dat de ondersteuning aan de cliënt hem te zwaar valt. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald

x

Verwijderd – zit in de andere artikelen in hoofdstuk 5.

Artikel 4.5 Artikel 5.5

Naast de wettelijke uitsluitingsgronden is ook het volgende uitgesloten van een pgb: a. coördinatie; b. pleegzorg;

Artikel 5.5 Overige uitsluitingscriteria voor een pgb Naast de wettelijke uitsluitingsgronden is ook het volgende uitgesloten van een pgb:

Sub h toegevoegd. Verdere uitwerking hiervan komt in de beleidsregels.

c. d. e. f.

g.

vrij besteedbaar bedrag/vrijwilligersvergoeding; reiskosten van een zorgverlener; feestdagenuitkeringen aan de zorgverlener; progressiviteit van het ziektebeeld/ kinderen in de groei kan reden zijn om geen pgb te verstrekken voorzieningen waarvoor een collectieve voorziening aanwezig is.

a. b. c. d. e. f. g.

h.

i.

Artikel 6.1 Artikel 6.1

Artikel 6.1 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet 1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet

coördinatie; pleegzorg; tussenpersonen of belangenbehartigers; vrij besteedbaar bedrag/vrijwilligersvergoeding; reiskosten van een zorgverlener; feestdagenuitkeringen aan de zorgverlener; progressiviteit van het ziektebeeld/ kinderen in de groei kan reden zijn om geen pgb te verstrekken; specifieke vormen van jeugdhulp waarvoor het niet wenselijk is dat deze middels een pgb worden verstrekt. voorzieningen waarvoor een algemene voorziening aanwezig is.

Artikel 6.1 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet 1. Het college informeert de jeugdige en/of ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.

Oorspronkelijke tekst was te veel gericht op de Wmo, aangepast richting jeugd.

doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 3. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; f. dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is

2. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen de jeugdige en/of ouders aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb. 3. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige en/of ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige en/of ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet, of e. de jeugdige en/of ouders niet

4.

5.

6.

7.

Artikel 6.3 x

aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Het pgb kan dan worden ingetrokken. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening door het college worden teruggevorderd. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening door het college worden teruggevorderd. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.

Artikel 6.3 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.

voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de individuele voorziening of het pgb. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb invorderen.

x

Verwijderd – alle informatie staat al in hoofdstuk 5 pgb.

Artikel 5.3 Artikel 6.5

Artikel 5.3 Vertrouwenspersoon 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Artikel 6.5 Vertrouwenspersoon 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en/of ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen en/of ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Tekst aangepast naar jeugdigen en/of ouders.

Artikel 5.4 Lid 1 Artikel 6.6 Lid 1

Artikel 5.4 Klachtregeling 1. Het college behandelt klachten van cliënten die betrekking hebben op een ambtenaar in dienst van de gemeente overeenkomstig de gemeentelijke klachtregeling.

Artikel 6.6 Klachtregeling 1. Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening.

Het college stelt een regeling vast specifiek gericht op deze doelgroep i.p.v. overeenkomstig gemeentelijke klachtenregeling.

Artikel 5.6 Artikel 6.7

Artikel 5.6 Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te

Artikel 6.8 Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval jeugdigen en/of ouders, vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate

Aangepast in lijn met de Wmo verordening en passend bij de huidige werkwijze van de gemeente.

doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 3. Het college kan in de beleidsregels nadere regels vaststellen ter uitvoering van het eerste en tweede lid.

Artikel 5.7 Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per twee jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.

Artikel 6.9 Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt tweemaal per jaar geëvalueerd door middel van een halfjaarrapportage. Het college rapporteert over de bevindingen aan de gemeenteraad.

Aangepast in lijn met de Wmo verordening en in lijn met het beleid van de gemeente.

X Artikel 7.1

Artikel 7.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Toegevoegd – ruimte voor maatwerk.

X Artikel 7.2

Artikel 7.2 Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het

Toegevoegd conform regels van de indexering. Heeft te maken met de tarieven.

Artikel 5.7 Artikel 6.8

kader van deze verordening geldende bedragen indexeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13760500/1