Was-Wordt lijst APV 2021-2022
Tekst van het document
2021 Artikel 4:6a Het in werking hebben van knalapparaten ter verjaging van schadelijk gevogelte
2022 Artikel 4:6a Het in werking hebben van knalapparaten ter verjaging van schadelijk gevogelte
1.
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit knalapparaten ter verjaging van schadelijk gevogelte in werking te hebben dan wel te gebruiken. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a. het knalapparaat in werking is, dan wel gebruikt wordt tussen 07.00 uur en 21.00 uur en; b. de afstand tot een woning van derde meer bedraagt dan 250 meter en; c. het bronvermogen op 20 meter afstand niet meer bedraagt dan 120 dB(A) en; d. binnen een afstand van 150 meter geen ander knalapparaat in werking is of gebruikt wordt en; e. de afstand tot de openbare weg meer bedraagt dan 50 meter of de verkeersdeelnemers op een deugdelijke wijze worden gewaarschuwd voor het inwerking zijnde apparaat en; f. het aantal knallen in relatie tot de afstand tot geluidgevoelige objecten niet meer bedraagt dan 1 knal per 10 minuten; g. de loop van een knalapparaat van geluidgevoelige gebouwen en terreinen afgericht staat; h. cumulatie met knalapparaten op andere percelen niet leidt tot ontoelaatbare hinder; i. het knalapparaat elke dag 50 meter verplaatst wordt; j. een knalapparaat slechts gedurende een maximaal aaneengesloten periode van 4 weken op hetzelfde perceel staat opgesteld of in bedrijf is. Het tweede lid is niet van toepassing op situatie waarin wordt voorzien door of krachtens de Provinciale Milieuverordening (stiltegebied).
1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit knalapparaten ter verjaging van schadelijk gevogelte in werking te hebben dan wel te gebruiken. 2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a. de eigenaar van het perceel waarop het apparaat wordt gebruikt daarvan minstens 4 weken voor het knalseizoen melding heeft gedaan; b. het knalapparaat in werking is, dan wel gebruikt wordt tussen 07.00 uur en 21.00 uur en; c. de afstand tot een woning van derde meer bedraagt dan 250 meter en; d. het bronvermogen op 20 meter afstand niet meer bedraagt dan 120 dB(A) en; e. binnen een afstand van 150 meter geen ander knalapparaat in werking is of gebruikt wordt en; f. de afstand tot de openbare weg meer bedraagt dan 50 meter of de verkeersdeelnemers op een deugdelijke wijze worden gewaarschuwd voor het inwerking zijnde apparaat en; g. het aantal knallen in relatie tot de afstand tot geluidgevoelige objecten niet meer bedraagt dan 1 knal per 10 minuten; h. de loop van een knalapparaat van geluidgevoelige gebouwen en terreinen afgericht staat; i. cumulatie met knalapparaten op andere percelen niet leidt tot ontoelaatbare hinder; j. het knalapparaat elke dag 50 meter verplaatst wordt; k. een knalapparaat slechts gedurende een maximaal aaneengesloten periode van 4 weken op hetzelfde perceel staat opgesteld of in bedrijf is. 3.
Het tweede lid is niet van toepassing op situatie waarin wordt voorzien door of krachtens de Provinciale Milieuverordening (stiltegebied).
Artikel 4:6b Het in werking hebben of het gebruiken van overige elektronische middelen ter verjaging van schadelijk gevogelte, anders dan bedoeld in artikel 4:6a
Artikel 4:6b Het in werking hebben of het gebruiken van overige elektronische middelen ter verjaging van schadelijk gevogelte, anders dan bedoeld in artikel 4:6a
1.
3.
2.
3.
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit
2.
overige middelen ter verjaging van schadelijk gevogelte in werking te hebben dan wel te gebruiken. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a. de verjagingsmiddelen in werking zijn of gebruikt worden tussen 07.00 uur en 21.00 uur en; b. de afstand tot geluidgevoelige gebouwen en terreinen meer bedraagt dan 25 meter en; c. het verjagingsmiddel niet gericht is op geluidgevoelige gebouwen en terreinen.
4.
overige middelen ter verjaging van schadelijk gevogelte in werking te hebben dan wel te gebruiken. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a. de eigenaar van het perceel waarop het apparaat wordt gebruikt daarvan minstens 4 weken voor het knalseizoen melding heeft gedaan; b. de verjagingsmiddelen in werking zijn of gebruikt worden tussen 07.00 uur en 21.00 uur en; c. de afstand tot geluidgevoelige gebouwen en terreinen meer bedraagt dan 25 meter en; d. het verjagingsmiddel niet gericht is op geluidgevoelige gebouwen en terreinen.
Artikel 2:26 Ordeverstoring
Artikel 2:26 Ordeverstoring
1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij ing 3. rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 4. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Artikel 4:11 Voorkomen milieuverontreiniging 1.
2. 3.
4.
van
diffuse (Artikel wordt volledig verwijderd uit de APV)
Het is verboden buiten een daarvoor door het dagelijks bestuur bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te verbranden, te verwerken, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. Het verbod is niet van toepassing: a. op het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of andere categorieën van afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen; b. op het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval; c. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg; d. op het verbranden van kerstbomen, voor zover dit plaatsvindt tijdens en in het kader van een evenement, waarvoor door de burgemeester van de betrokken gemeente vergunning is verleend. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.