CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Velddriel Zuid herziening 2023 - Bijlagenboek

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Velddriel Zuid herziening 202317.990 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Velddriel Zuid herziening 2023 Gemeente Maasdriel Bijlagenboek

Bestemmingsplan Velddriel Zuid herziening 2023 Gemeente Maasdriel Bijlagenboek

Rapportnummer:

P05310_bijlagen

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0263.BP1271-VG01

Datum:

6 juli 2023

Opdrachtgever:

KlokGroep Wonen B.V.

Projectteam BRO:

WdR, TSc, TAu

Bron foto kaft:

BRO

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Velddriel Zuid herziening 2023

Bestemmingsplan Velddriel Zuid herziening 2023

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Stikstofonderzoek

4

Bijlage 2

Quickscan Flora en Fauna

23

Bijlage 3

Bodemonderzoek

39

Bijlage 4

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek archeologie

150

Bijlage 5

Proefsleuvenonderzoek archeologie

207

Status: vastgesteld

2

Bestemmingsplan Velddriel Zuid herziening 2023

Bijlagen bij toelichting

Status: vastgesteld

3

Bestemmingsplan Velddriel Zuid herziening 2023

Bijlage 1 Stikstofonderzoek

Status: vastgesteld

4

Notitie AERIUS-berekening “actualisatie Velddriel Zuid fase 4”

project AERIUS-berekening “actualisatie Velddriel Zuid fase 4” datum 8 februari 2023 opdrachtgever KlokGroep Wonen B.V. projectnummer P05310 opgesteld door TSc

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

1. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habitats vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is het verboden om projecten of andere hande-

lingen te realiseren of te verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Verder geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, door een bestuursorgaan pas vastgesteld kan worden indien een passende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuurbescherming).

Figuur 1: Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000

1

Notitie AERIUS-berekening “actualisatie Velddriel Zuid fase 4”

Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten bevat om schadelijke handelingen in Natura 2000gebieden te beperken. Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoordelijkheid vast te leggen, die een ieder heeft voor een zorgvuldige omgang met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Doorwerking plangebied Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is “Rijntakken” op circa 4 kilometer afstand. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Vanwege de realisatie van 5 woningen zijn eventuele effecten vanwege stikstof niet uit te sluiten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd.

2. AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Een stikstofdepositieberekening voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase is noodzakelijk. Onderhavig document geeft hier invulling aan. Planvoornemen Op 14 september 2017 is voor een locatie in het dorp Velddriel (in de gemeente Maasdriel) een bestemmingsplan vastgesteld ten behoeve van de realisatie van een woonwijk. Dit bestemmingsplan maakte het mogelijk om op de locatie maximaal 120 woningen te bouwen met verschillende woningtypologieën. Deze nieuwbouw vindt in verschillende fases plaats. Door de veranderende marktvraag heeft in fase 1 t/m 3 meer verdichting van woningen plaatsgevonden. Dit heeft gezorgd dat het programma in fase 4 zou zorgen voor een overschrijding van het maximaal aantal van 120 woningen. Om deze reden wordt verzocht het maximaal aantal woningen te verhogen tot 125 woningen. Hiermee kan ook in fase 4 meer worden aangesloten bij de marktvraag. Concreet is dus een actualisatie van het bestemmingsplan nodig om 5 extra woningen toe te staan. Gebruiksfase

De resultaten van de berekeningen, uitgevoerd door BRO, zijn verwerkt in deze rapportage. Zie ook Aerius-berekening in de bijlage (BRO, 8 februari 2023).

In dit geval wordt er vanuit gegaan dat het gebouw in de toekomstige situatie gasloos verwarmd wordt. De emissies uit de gebruiksfase hebben dus slechts betrekking op de verkeersgeneratie. Verkeersgegevens Met dit bestemmingsplan wordt het maximaal aantal woningen van 120 verhoogd naar 125 woningen. Hiermee worden dus feitelijk 5 extra woningen mogelijk gemaakt. Een woning zorgt gemiddeld voor maximaal 8 verkeersbewegingen per

woensdag 8 februari 2023

etmaal (volgens CROW publicatie 381). Gemiddeld zal deze actualisatie dus zorgen dat circa 40 extra verkeersbewegingen van en naar het plangebied zullen ontstaan. Invoergegevens De totale verkeersgeneratie van het plan in de toekomstige situatie (40 mvt/etmaal) is ingevoerd in de AERIUS calculator. Het verkeer is in een lijnbron vanaf het plangebied naar de N831 ingevoerd. Deze ontsluitingsweg vormt de hoofdontsluiting van Velddriel. Vanaf deze weg kan de A2 en de N322 bereikt worden. Bij de splitsing van de Kapelstraat met de N831 is het verkeer opgegaan in het heersend verkeersbeeld. Resultaat Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er bij de gebruiksfase geen depositie ontstaat hoger dan 0,00 mol/ha/jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden. Bouwfase Invoergegevens Met dit bestemmingsplan wordt het maximaal aantal woningen van 120 verhoogd naar 125 woningen. Hiermee worden dus feitelijk 5 extra woningen mogelijk gemaakt. Voor de bouw van deze 5 woningen is een Aerius-berekening uitgevoerd voor de bouwfase. De mobiele werktuigen die gebruikt worden tijdens de bouw en het bouwverkeer dat zal ontstaan zorgen namelijk voor emissies aan stikstof. In de tabel op de volgende pagina zijn de invoergegevens weergegeven. Deze gegevens zijn ingeschat op basis van kencijfers en ervaringscijfers uit eerdere berekeningen.

Het brandstofverbruik is ingeschat op basis van de TNO-tabel met kengetallen (TNO2021-R12305). De mobiele werktuigen zijn als vlakbron ingevoerd. Het bouwverkeer is als lijnbron ingevoerd waarbij dezelfde lijnbron is aangehouden als bij de gebruiksfase.

2

Notitie AERIUS-berekening “actualisatie Velddriel Zuid fase 4”

Resultaat Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er bij de bouwfase geen depositie ontstaat hoger dan 0,00 mol/ha/jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden.

3. Resultaat en conclusie Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen depositie is hoger dan 0,00 mol / ha / jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden bij zowel de bouwfase als de gebruiksfase. Negatieve effecten op Natura 2000 kunnen worden uitgesloten.

Figuur 2: Invoergegevens bouwfase

woensdag 8 februari 2023

3

Bijlage 1 Berekening Gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Gebruiksfase 5 woningen Velddriel Zuid - Beoogd

Resultaten

Gebruiksfase 5 woningen Velddriel Zuid - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RztP3Hdk94i2 (08 februari 2023)

BRO Essenstraat ong., - Velddriel Actualisatie Velddriel Zuid Gebruiksfase 5 woningen Velddriel Zuid RztP3Hdk94i2 08 februari 2023, 09:33 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2024 -

0,2 kg/j

2,9 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase 5 woningen Velddriel Zuid (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Ligging  Verkeersnetwerk

RztP3Hdk94i2 (08 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j

2,9 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RztP3Hdk94i2 (08 februari 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase 5 woningen Velddriel Zuid" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RztP3Hdk94i2 (08 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase 5 woningen Velddriel Zuid, Rekenjaar 2024 1

Wonen en Werken | Woningen

Naam Ligging Uittreedhoogte Locatie X:149751,57 Warmteinhoud Y:419954,76 Spreiding Oppervlakte 0,64 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

1,0 m 0,000 MW 1m

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Verkeer X:149573,22 Y:420126,84 835,96 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 2,9 kg/j Type scherm - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

40 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RztP3Hdk94i2 (08 februari 2023)

6/6

Bijlage 2 Berekening Bouwfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Bouwfase 5 woningen Velddriel Zuid - Beoogd

Resultaten

Bouwfase 5 woningen Velddriel Zuid - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RiSQ6bcnB9wq (08 februari 2023)

BRO Essenstraat ong., - Velddriel Actualisatie Velddriel Zuid Bouwfase 5 woningen Velddriel Zuid RiSQ6bcnB9wq 08 februari 2023, 09:59 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

2,1 kg/j

48,8 kg/j

2/7

Projectberekening

Bouwfase 5 woningen Velddriel Zuid (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen  Verkeersnetwerk

RiSQ6bcnB9wq (08 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,0 kg/j 33,7 g/j

47,6 kg/j 1,2 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RiSQ6bcnB9wq (08 februari 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase 5 woningen Velddriel Zuid" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RiSQ6bcnB9wq (08 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Bouwfase 5 woningen Velddriel Zuid, Rekenjaar 2023 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen X:149751,57 Y:419954,76 0,64 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

Mobiele kraan (fundering)

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 1802 l/j SCR: ja

50 u/j

Mobiele kraan (casco)

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 2884 l/j SCR: ja

80 u/j

Heistelling

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 864 l/j SCR: ja

20 u/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1500 l/j

40 u/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

900 l/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

551 l/j

Graafmachine Betonstorter Heftrucks

2

RiSQ6bcnB9wq (08 februari 2023)

Max. snelheid

NOₓ NH₃

173 l/j

NOₓ NH₃

51 l/j

NOₓ NH₃

90 l/j

NOₓ

24 u/j

54 l/j

NOₓ NH₃

Bouwverkeer X:149573,22 Y:420126,84 835,96 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

108 l/j

Stof Emissie

NH₃

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

47,6 kg/j 2,0 kg/j

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

24 u/j

33 l/j

NOₓ NH₃

10,0 kg/j 0,4 kg/j 16,0 kg/j 0,7 kg/j 5,2 kg/j 0,2 kg/j 8,3 kg/j 0,4 kg/j 5,0 kg/j 0,2 kg/j 3,1 kg/j 0,1 kg/j

Links Rechts NOₓ 1,2 kg/j Type scherm - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - NH₃ 33,7 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

1000 p/jaar 150 p/jaar 200 p/jaar 0 p/jaar

In file

10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RiSQ6bcnB9wq (08 februari 2023)

7/7

Bestemmingsplan Velddriel Zuid herziening 2023

Bijlage 2 Quickscan Flora en Fauna

Status: vastgesteld

23

Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel datum 26 januari 2023 projectnummer P05310 opdrachtgever KlokGroep Wonen B.V. BRO projectleider WdR opgesteld door RdM interne controle MvdS bron Kaft NLu

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 6 6 6

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

8 9 9 9 10 10 10 10 10

5

Conclusie Aanbevelingen

11 11

6

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

12 13

donderdag 26 januari 2023

2

1 Inleiding Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van de actualisatie van het bestemmingsplan Velddriel-zuid fase 4, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 25 augustus 2022 tussen 12.45 – 13.45 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 28°C, zonnig, met een zuidwestenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

donderdag 26 januari 2023

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen ten zuiden van de straten Voorstraat en Sint Antoniusstraat in het zuiden van Velddriel. De directe omgeving van het plangebied wordt aan de zuidoostelijke kant omringd door weilanden en een nieuwbouwwijk in het noorden en westen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit braakliggende, verruigde grond. Opgaand groen ontbreekt binnen het plangebied, enkel een kruidlaag is aanwezig. Het westelijk deel van het plangebied is sinds circa 2020 braakliggend. Het oostelijk deel is grassig en is sinds 2021 niet meer onderhouden. De contouren van de toekomstige ontsluitingswegen zijn reeds zichtbaar rond het plangebied. Langs de oostgrens ligt een sloot, en langs de westgrens een deels overkapte sloot, beide waterhoudend.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie Binnen fase 4 zijn in totaal 24 woningen voorzien. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

donderdag 26 januari 2023

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

Figuur 5: Zuidwesten van het plangebied

Figuur 6: Oostgrens van het plangebied

Figuur 4: Plangebied gezien vanuit het noordwesten

Figuur 7: Weg ten westen van het plangebied

donderdag 26 januari 2023

Figuur 8: Plangebied gezien vanuit het noordoosten

Figuur 9: Plangebied gezien vanuit het oosten

5

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Rijntakken”, bevindt zich op circa 4 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Wat betreft stikstof is een onderzoek noodzakelijk naar een stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied vanwege de nieuw te bouwen woningen.

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij

donderdag 26 januari 2023

wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. De provincie Gelderland beschermt de bestaande natuur in het Gelders natuurnetwerk (GNN) en versterkt de samenhang door natuurgebieden in het Gelders natuurnetwerk uit te breiden en verbindingszones aan te leggen in de Groene ontwikkelingszone (GO). Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het GNN of het GO (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het GNN ligt ongeveer 2 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN niet worden aangetast.

Vervolgonderzoek in het kader van het GNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wan-

Figuur 10: Ligging GNN (donkergroen) en GO (lichtgroen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

neer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

donderdag 26 januari 2023

7

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor

donderdag 26 januari 2023

de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Gelderland niet vrijgesteld. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in Tabel 1

dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend.

Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus, en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Het plangebied biedt daarnaast geen leefgebied voor steenuil, gezien

donderdag 26 januari 2023

het ontbreken van zichtposities, overhoekjes en opgaand groen. Wel kan er mogelijk een “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen in de verruigde gedeelten van het plangebied of langs de oevers van de aangrenzende sloot.

een vleermuissoort op voorhand kan worden uitgesloten. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen.

Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten

Toetsing Het plangebied bevat geen potentiële rust- of verblijfplaatsen van een vleermuissoort. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen.

Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis. Binnen het plangebied ontbreken gebouwen en bomen, waardoor de aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van

Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt weinig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, boommarter, steenmarter, das, eekhoorn, waterspitsmuis en bever voor. Gezien de beperkte omvang

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

van het plangebied, het relatief kale habitat en het ontbreken van landschapselementen, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Er zijn geen holen of nesten in de grond aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten. Daarnaast is het gebied pas 2 jaar braakliggend, en werd het hiervoor nog gebruikt als intensieve beweiding. Binnen het plangebied zijn tevens geen burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. Daarnaast zijn waarnemingen van de das vrijwel alleen ten zuiden van de Maas bekend. Voor zowel eekhoorn, waterspitsmuis als bever ontbreekt geschikt leefgebied, waardoor de aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied op voorhand kan worden uitgesloten. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde.

In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON en NDFF zijn er in de omgeving van het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde reptielen. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt tevens geen geschikt habitat voor reptielensoorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

donderdag 26 januari 2023

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde heikikker en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater, schuilgelegenheid of overwinteringshabitat, waardoor de aanwezigheid van beide soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van teunisbloempijlstaart en rivierrombout. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als groot spiegelklokje en wilde ridderspoor. Beide soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.

Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

10

5 Conclusie Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

5

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:  Plangebied dient buiten broedseizoen bouwrijp gemaakt te worden dan wel er dient een controle vooraf te worden gehouden naar vogels.  In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

donderdag 26 januari 2023

Aanbevelingen Het plangebied biedt in de huidige situatie geen vaste nesten verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken, kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een soort. Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochureverschenen-over-vleermuisvriendelijk-bouwen/).

11

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 4 km

Mogelijk

AERIUS-berekening

Uitvoering mogelijk indien uitkomst onder 0,00 mol/ha/j

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 2 km

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

-

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Broedvogels

Vleermuizen

donderdag 26 januari 2023

12

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites  Gelderland.nl/Kaartenencijfers (NNN en natuurbeheerplan Gelderland)

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

donderdag 26 januari 2023

13

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna ´Velddriel Zuid – fase 4´ te Velddriel

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

donderdag 26 januari 2023

T +31 (0)77 373 06 01

14

Bestemmingsplan Velddriel Zuid herziening 2023

Bijlage 3 Bodemonderzoek

Status: vastgesteld

39

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK NIEUWBOUWPLAN KLOMPENMAKERSHOF Gemeente Maasdriel, sectie M, nummers 2478, 2411 en 2480 PROJECT: N210296

VERANTWOORDING Titel

VERKENNEND BODEMONDERZOEK NIEUWBOUWPLAN KLOMPENMAKERSHOF

Opdrachtgever

KlokGroep Milieu b.v. Kanaalstraat 200 6541 XN NIJMEGEN

Rapportnummer

N210296

Datum

18 maart 2022

Projectleider

de heer J.B.P. van der Stroom

Auteur

mevrouw K.M. van Veen

handtekening

Boormeesters

handtekening

R.J. van der Laan

handtekening

de heer R. Reinders handtekening

NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss

tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl

Verkennend bodemonderzoek Klompenmakershof Velddriel

N210296.004/KVV/2

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1

INLEIDING _____________________________________________________________________ 4

2

LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 5

3

2.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 5

2.2

VOORONDERZOEK _____________________________________________________________ 5

2.2.1

Omgeving _____________________________________________________________ 5

2.2.2

Bodemgebruik _________________________________________________________ 5

2.2.3

Bodemkwaliteitskaart ___________________________________________________ 6

2.2.4

Uitgevoerde bodemonderzoeken ___________________________________________ 7

2.2.5

Bodemopbouw en geohydrologie __________________________________________ 7

2.3

DOELSTELLING _______________________________________________________________ 8

2.4

HYPOTHESE _________________________________________________________________ 8

UITGEVOERD BODEMONDERZOEK _________________________________________________ 9 3.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 9

3.2

VELDWERKZAAMHEDEN _________________________________________________________ 9

3.3

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN __________________________________________________ 9

4

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ______________________________________ 10

5

RESULTATEN __________________________________________________________________ 12

6

5.1

ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ___________________________________________________ 12

5.2

ANALYSERESULTATEN EN BODEMKWALITEIT ___________________________________________ 13

5.3

INTERPRETATIE ______________________________________________________________ 14

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 15

Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8

Situering in de regio Kadastrale gegevens Locatieoverzicht Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater Toetsingstabellen Fotobijlage Gegevens vooronderzoek

Verkennend bodemonderzoek Klompenmakershof Velddriel

N210296.004/KVV/3

1

INLEIDING KlokGroep Milieu b.v. heeft in verband met voorgenomen nieuwbouw, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 ter plaatse van het plangebied Klompenmakershof te Velddriel. NIPA milieutechniek b.v. te Oss is een ISO 9001:2015 gecertificeerd onderzoeksbureau. Tevens is NIPA milieutechniek b.v. op grond van artikel 12 van het Besluit bodemkwaliteit erkend voor de werkzaamheid “Veldwerk”. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen: 

2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen

2002 – Het nemen van grondwatermonsters

2003 – Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek

2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

NIPA milieutechniek b.v. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. De contactpersoon van de opdrachtgever is de heer R.H.M. Melis. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door de heer J.B.P. van der Stroom.

Verkennend bodemonderzoek Klompenmakershof Velddriel

N210296.004/KVV/4

2

LOCATIEGEGEVENS 2.1

Algemeen

De onderzoekslocatie betreft het nieuwbouwplan Klompenmakershof te Velddriel (gemeente Maasdriel), globaal gelegen tussen de Populierenlaan, wilgenstraat, Iepenstraat en de Essenstraat en staat kadastraal bekend als gemeente Maasdriel, sectie M, nummers 2478, 2411 en 2480. De locatie heeft een oppervlakte van circa 25.000 m². De locatie is momenteel braakliggend. De infrastructuur en wadi’s zijn reeds gerealiseerd. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 2.2

Vooronderzoek

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform hoofdstuk 6 van de NEN 5725. In bijlage 8 zijn de relevante kopieën vanuit het vooronderzoek opgenomen. 2.2.1 Omgeving De directe omgeving van de locatie bestaat uit: 

Noordzijde:

woonwijk, Voorstraat

Oostzijde:

braak liggend terrein / toekomstige nieuwbouw

Zuidzijde:

agrarisch land, Laarstraat

Westzijde:

woonwijk

2.2.2 Bodemgebruik In het verleden en tot op heden is het land in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Deels is de locatie in gebruik geweest als boomgaard, zoals te zien op historische topografische kaarten. In het begin van deze eeuw is begonnen met de herontwikkeling, waarbij voornamelijk woningen zijn gebouwd. Hiervoor zijn binnen het plangebied verschillende sloten gedempt.

Verkennend bodemonderzoek Klompenmakershof Velddriel

N210296.004/KVV/5

1956

1996

2006

2020

Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen tanks aanwezig of aanwezig geweest en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan die een mogelijke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. 2.2.3 Bodemkwaliteitskaart Uit de bodemkwaliteitskaart van de omgevingsdienst Rivierenland blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in de zone Buitengebied (functie wonen), het overgrote deel ligt in een voormalige boomgaard gebied. De bodemfunctieklasse is wonen. Op basis hiervan wordt verwacht dat de boven- en ondergrond voldoen aan de achtergrondwaarde tot maximale klasse voor wonen.

Verkennend bodemonderzoek Klompenmakershof Velddriel

N210296.004/KVV/6

2.2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken Bij de gemeente, de opdrachtgever en in ons eigen archief zijn diverse bodemonderzoeksgegevens bekend met betrekking tot de onderzoekslocatie en de omgeving: Type onderzoek Sanerings evaluatie Sanerings evaluatie Verkennend bodemonderzoek Nader onderzoek Verkennend bodemonderzoek

Bedrijf Klokgroep NIPA NIPA milieutechniek Verhoeven milieutechniek Verhoeven milieutechniek

Project 1817023 15338 15262 B03.2050 B03.2050

Datum 2018-03-27 2016-11-04 2016-10-04 2004-06-02 2004-06-01

Op een deel van het perceel is in 2004 een verkennend en een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de onderzoeken is een lokale verontreiniging met zink gebleken ter plaatse van een voormalige stookplaats. De omvang was ingeschat op circa 10 m³ sterk verontreinigde grond. Verder zijn in de bodem licht verhoogde gehaltes aan zink, cadmium, lood, PAK en minerale olie gemeten. In het grondwater was een licht verhoogd gehalte aan chroom gemeten. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. Op een deel waar voorheen fruitteelt plaats had gevonden, waren in de toplaag licht verhoogde gehaltes aan cadmium, koper, kwik, lood, zink PCB en organochloorbestrijdingsmiddelen gemeten.

Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uit 2016 bleek dat de locatie heterogeen verontreinigd was met organochloorbestrijdingsmiddelen, waarbij ter plaatse van de voormalige boomgaard de interventiewaarde overschreden werd. Tevens zijn licht verhoogde gehaltes aan zware metalen, PCB en PAK aangetoond.

De resultaten van de saneringsevaluatie uit 2016 geven aan dat de vastgestelde verontreiniging met OCB voldoende is gesaneerd in het kader van de Wet bodembescherming. 2.2.5 Bodemopbouw en geohydrologie Voor de bodemopbouw en de geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de Grond-waterkaart van Nederland van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO (’s-Hertogenbosch, Kaartbladen 45 West en 45 Oost). Hierin zijn de volgende regionale gegevens samengevat.

De onderzoekslocatie ligt in de gemeente Maasdriel. De gemiddelde maaiveldhoogte is circa 3 meter +NAP. Plaatselijk kan de bodemopbouw afwijken van onderstaande gegevens. De in het Holoceen gevormde deklaag, behorende tot de Nuenen Groep, bestaat uit klei, veen en lemig zand en heeft een dikte van circa 25 meter. Onder deze slecht doorlatende deklaag bevind zich het eerste watervoerend pakket bestaande uit de grofzandige formaties van Sterksel. Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van circa 60 meter. De scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerend pakket bestaat uit kleien en slibhoudende afzettingen van de formatie van Kedichem over een dikte van circa

Verkennend bodemonderzoek Klompenmakershof Velddriel

N210296.004/KVV/7

40 meter. Het tweede watervoerend pakket bestaat voornamelijk uit grove zanden en grinden behorende tot de formatie van Tegelen en Maassluis. De algemene stromingsrichting van het grondwater is noordwestelijk. Dit stromingspatroon wordt bepaald door de ondergrondse afstroming van de hoger gelegen gebieden in Noord-Brabant. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt hoogstwaarschijnlijk beïnvloed door de stand van de nabijgelegen Maas. 2.3

Doelstelling

Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is, waardoor sprake kan zijn van beperkingen of belemmeringen ten aanzien van het huidige of toekomstige gebruik van het terrein. 2.4

Hypothese

Op basis van de beschikbare gegevens wordt de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie heterogeen verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging met bestrijdingsmiddelen in verband met de voormalige boomgaard. Ter plaatse van de voormalige watergangen is het dempingsmateriaal verdacht met betrekking tot de aanwezigheid van verhoogde gehaltes aan diverse parameters vanuit het standaard pakket van de NEN 5740 en organochloorbestrijdingsmiddelen.

Verkennend bodemonderzoek Klompenmakershof Velddriel

N210296.004/KVV/8

3

UITGEVOERD BODEMONDERZOEK 3.1

Algemeen

Verdeeld over de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 25.000 m² zijn conform de NEN 5740 volgens de strategie voor een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging de volgende boringen verricht: 

32 boringen tot 0,5 meter -mv (12 t/m 43)

*7 boringen tot 2,0 meter -mv (3 t/m 7,10,11)

4 boring tot 1,5 meter onder het grondwaterniveau en afgewerkt met peilbuis (1,2,8,9)

*verricht ter plaatse van de voormalige watergangen

Zeven boven- en drie ondergrond mengmonsters zijn geanalyseerd op de parameters van het standaard pakket voor grond vanuit de NEN 5740. De bovengrond is ook geanalyseerd op OCB. Voor de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden zijn van de mengmonsters de percentages aan lutum en organisch stof bepaald. Het grondwatermonster is geanalyseerd op het standaard pakket voor grondwater vanuit de NEN 5740. 3.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuis, het bemonsteren van de grond en van het grondwater en de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters, zijn uitgevoerd volgens de methoden zoals aangegeven in de relevante NPR- en NEN-normen zoals beschreven in de beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” [2]. De situering van de boringen is opgenomen in bijlage 3. Alle boringen zijn op 28 december 2021 en 7 januari 2022 met handkracht uitgevoerd. Het grondwater is op 7 en 10 januari 2022 bemonsterd. De troebelheid (NTU), pH en de geleidbaarheid (Ec) van het grondwater zijn in het veld bepaald. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heren R. Reinders en R.J. van der Laan onder certificaat VB-002. 3.3

Laboratoriumwerkzaamheden

De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd door een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. Voor de toegepaste analysemethoden wordt verwezen naar bijlage 5.

Verkennend bodemonderzoek Klompenmakershof Velddriel

N210296.004/KVV/9

4

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE De verontreinigingssituatie van de vaste bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de achtergrond- en interventiewaarde en zijn vastgelegd in respectievelijk de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. De achtergrondwaarden zijn landelijk vastgesteld en worden in het Besluit bodemkwaliteit als volgt gedefinieerd: Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehaltes aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. In gemeenten die beschikken over een bodemkwaliteitskaart kan bij een overschrijding van de achtergrondwaarde getoetst worden aan de P90-waarde. Deze geeft een regionaal vastgestelde verhoogde achtergrondwaarde aan. Bij hergebruik van vrijkomende grond binnen de bodemkwaliteitskaart dient het verkennend bodemonderzoek als aanvullend bewijsmiddel/voorinformatie beschouwd te worden, maar kan niet als een erkend bewijsmiddel dienen. De bodemkwaliteitskaart vormt het erkende bewijsmiddel conform de Regeling bodemkwaliteit. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12793272/1