CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

TOELICHTING wijzigingen in APV 2021-1

Gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening Maasdriel1.971 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage II

TOELICHTING WIJZIGINGEN IN APV Een groot aantal van de artikelen in de APV zijn gewijzigd vanwege ontwikkelingen in de rechtspraak, wetswijzigingen en tips, verzoeken en opmerkingen die de VNG heeft ontvangen van gemeenten. Deze actualiseringsslag heeft veelvuldig geleid tot een andere redactie van de artikelen. Het overgrote deel van de wijzigingen is tekstueel of wetstechnisch van aard. Voor zover de wijzigingen niet voor zich spreken, worden deze hieronder artikelsgewijs nader toegelicht. Waar het samenvoegen of splitsen van leden of onderdelen de leesbaarheid ten goede kwam of varianten van artikel(led)en gecomprimeerd konden worden, is dit gebeurd, evenals waar een verwijzing nog specifieker kon. HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALIGEN Artikel 1:1 Begripsbepalingen - Definities In overeenstemming met de ‘Aanwijzingen voor regelgeving’ is het opschrift ‘Begripsomschrijving(en)’ telkens vervangen door: Definitie(s). Een aantal definities zijn overgeheveld (bromfietsen, motorvoertuig, parkeren, voertuig) van artikel 5:1 en 5:31a naar artikel 1:1. Ook zijn in de definitiebepalingen de definities in alfabetische volgorde geplaatst. Artikel 1:7 Termijnen Toevoeging lid 2 komt uit de model APV en vloeit voort uit artikel 11 van de Dienstenrichtlijn. HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE Afdeling 5.

Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Wijzigingen komen uit de model APV. Het zijn tekstuele wijzigingen, aanscherpingen en correcties van de verwijzing naar de juiste wetgeving.

Artikel 2:12 Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een uitweg De APV wordt hiermee in overeenstemming gebracht met het huidige ‘Beleid Uitwegen 2019’, waarin al bepaald is dat er maximaal één openbare parkeerplaats mag komen te vervallen. Afdeling 7. Evenementen Artikel 2:24 Begripsbepalingen – Definities De wijzigingen zijn correcties van de verwijzing naar artikel 160 van de Gemeentewet en de titel van de nieuwe Alcoholwet. Toevoegingen van enkele voorbeelden wat wel of geen evenement is. Sportwedstrijden worden niet als een evenement aangemerkt, tenzij het om een door de burgemeester aangewezen vechtsportevenement gaat, waarmee gedoeld wordt op zogenaamde full contract-vechtsportevenementen of –gala’s. Voor een vechtsportwedstrijd of –gala’s dient een vergunning te worden aangevraagd. Artikel 2:25 Evenementenvergunning In dit artikel is een extra lid (lid 2) toegevoegd. Wanneer er bij een evenement een tent of overkapping wordt geplaatst en er meer dan 150 bezoekers worden verwacht, dan moeten er op basis van het ‘Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’ bij de vergunningsaanvraag extra gegevens worden aangeleverd. Deze gegevens moeten voldoen aan de ‘Indieningsvereisten gebruiksmelding’ zoals in artikel 2.3 van het besluit is opgenomen.

Het betreft hier onder andere een plattegrond van de tent met hierop duidelijk aangegeven waar de nooduitgangen, noodverlichting, brandblussers, etc. zich bevinden. Verder betreft het technische wijzigingen en enkele aanscherpingen. Een aanscherping is dat niet alleen de organisator van een vechtsportevenement of –gala maar óók de aanvrager van de vergunning niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. Het in enig opzicht van slecht levensgedrag kan, naast de algemene weigeringsgronden uit artikel 1:8, aanleiding zijn de vergunning te weigeren. Met toevoeging van ‘in enig opzicht’ wordt de formulering van slecht levensgedrag aangepast. Artikel 2:26 Ordeverstoring Het eerste lid geeft een verbod om de orde bij evenementen te verstoren, dat zich in zijn algemeenheid tot bezoekers richt. Op grond van het toegevoegde tweede lid is het verboden om bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. Te denken valt hierbij aan zogenoemde Outlaw Motorcycle Gangs (OMG). Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo’s, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod

Bijlage II vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een antisamenloopbepaling (derde lid). Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal leden is gedurende een reeks van jaren betrokken bij tal van verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen. Deze veelvuldige en voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlijke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van niet-betrokken burgers. Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan.

Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de uitspraak. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, is een verbodsbepaling opgenomen in de APV. Door strafbaarstelling in de APV kan daartegen handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruime tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is. Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven Aanpassing titel ‘Toezicht op horecabedrijven’ in ‘Toezicht op openbare inrichtingen’. Artikel 2:27 Begripsbepalingen – Definities Betreft geen inhoudelijke wijziging.

In dit artikel zijn de definities aangepast en de omschrijvingen van ‘terras’ en ‘buiten de besloten ruimte gelegen delen’ zijn gecombineerd door een samenvoeging van het eerste lid, onder b, en het tweede lid. Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:37 Nachtregister De houder van een inrichting die een nachtverblijf aan personen biedt is verplicht om een register bij te houden dat door de burgemeester is vastgesteld. Diverse ondernemers in de recreatiesector met een B&B, hotel of recreatiepark houden al jaren een eigen registratiesysteem bij. Het overzetten van de gegevens van het eigen systeem naar het door de burgemeester vastgestelde systeem is erg arbeidsintensief en kost dan ook veel extra administratieuren. Toevoeging van het derde lid maakt het voor deze ondernemers mogelijk om een ontheffing van het in het eerste lid verplichte door de burgemeester vastgestelde register aan te vragen. De ondernemer moet wel aan de eisen voldoen die zijn opgenomen in het beleid ‘Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Maasdriel houdende regels omtrent handhaving van het digitaal nachtregister’. Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:39 Definities, Artikel 2:39a Speelgelegenheden en Artikel 2:40 Speelautomaten Het betreft hier geen inhoudelijke wijzigingen. De artikelen 2:39 en 2:40 zijn geherformuleerd. Afdeling 11.

Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Dit artikel wordt nieuw ingevoegd. Zie hiervoor de toelichting op het tweede en derde lid bij artikel 2:26 Ordeverstoring. In artikel 2:50a wordt een verbod ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (tweede lid) Artikel 2:57 Loslopende honden Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet zijn aangelijnd. Dus op andere openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen, behalve op een krachtens onderdeel a genoemde plaats/aangewezen plaats. De wijziging breidt het verbod voor niet-aangelijnde honden uit tot andere

Bijlage II plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’. Afdeling 13. Vuurwerk Artikel 2:73A Carbid schieten In december 2020 is om verdere verhoging van de werkdruk in de zorg door COVID-19 het artikel gewijzigd. Vanwege het verbod op afsteken van vuurwerk werd verwacht dat er bij het carbid schieten nu (meer) ongelukken zouden plaatsvinden. Momenteel is het alleen toegestaan op de aangewezen locaties in de kernen Hedel en Rossum. Alleen van deze twee dorpen was bij de gemeente bekend dat carbid schieten een traditie is. Na 31 december 2020 is gebleken dat er zich geen ongelukken hebben voorgedaan, voor zover bekend bij de gemeente, en dat er maar heel weinig inwoners carbid schieten. De aanpassing van het artikel wordt gedaan, omdat uit reacties van een aantal inwoners is gebleken dat er vanuit andere dorpen (m.n. Heerewaarden en Well) ook behoefte is om carbid te schieten en dit blijkbaar ook al enige jaren daar doen. Vóór de aanpassing in december 2020 was het voor alle inwoners gewoon toegestaan om carbid te schieten buiten de bebouwde kom van hun eigen dorp. Met het weglaten van de aangewezen locaties is het nu weer in alle dorpen mogelijk om carbid te schieten.

De meldingsplicht blijft staan! De gemeente behoudt hierdoor haar overzicht van alle locaties waar legaal carbid wordt geschoten. Met het weglaten van de aangewezen locaties wordt zo veel mogelijk voorkomen dat er in de andere kernen alsnog illegaal deze activiteit wordt uitgevoerd. HOOFSSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE Afdeling 1. Geluidhinder Artikel 4:1 Begripsbepalingen - definities Correcties op aanduiding juiste wetgeving. Ook zijn in de definitiebepalingen de definities in alfabetische volgorde geplaatst.

HOOFDSTUK 5. ANDERE VOORWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Inzamelen van geld of goederen Dit artikel is zo aangepast dat duidelijk is dat ook leden- en donateurwerving en de lotenverkoop door goededoelenloterijen daaronder vallen. Verkoop van goederen (kaarten, stroopwafels) valt onder collecteren, niet onder venten. Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Het derde lid in dit artikel wordt gewijzigd conform model APV. Derde lid, onder a De weigeringsgrond met betrekking tot redelijke eisen van welstand kan gehanteerd worden als een of meer standplaatsen worden ingenomen op een zodanige plaats dat het straatbeeld ernstig verstoord wordt. Derde lid, onder b Volgens de Dienstenrichtlijn is het niet toegestaan het in gevaar komen van een redelijk voorzieningenniveau voor de consument ter plaatse als weigeringsgrond voor standplaatsen te gebruiken, omdat dit wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten (artikel 14, punt 5, van de Dienstenrichtlijn). Uit jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat het reguleren van de concurenttieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang van de gemeente wordt aangemerkt. Op grond van de Dienstenrichtlijn mag onder voorwaarden wel een kwantitatieve of territoriale beperking worden gesteld. Afdeling 7.

Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:32 Crossterreinen

Bijlage II Er zijn gemeenten met een terrein (in het buitengebied) waar incidenteel een paar uurtjes gecrost wordt met brommers. Het crossen is puur recreatief, dus niet ter voorbereiding op wedstrijden. Om hiertegen te kunnen optreden bij (geluids)overlast heeft de VNG het crossen buiten wedstrijdverband aan het eerste lid toegevoegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10514728/2