Toelichting - paraplu Beheersverordening Klimaat
Tekst van het document
Toelichting Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding en doelstelling .............................................................................................................. 3 1.2 Paraplubeheersverordening .......................................................................................................... 3 1.3 Ligging plangebied ......................................................................................................................... 3 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 4 2 Beleidskader ......................................................................................................................................... 5 2.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 5 2.2 Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 5 2.2.1 Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ....................................................................
5 2.2.2 Bestuursakkoord Water (BAW) ............................................................................................... 5 2.2.3 Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) ................................................................................. 5 2.3 Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 6 2.3.1 Gaaf Gelderland – Omgevingsvisie ........................................................................................ 6 2.3.2 Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 .............................................................. 6 2.3.3. Natuurnetwerk ........................................................................................................................ 6 2.4 Waterschap .................................................................................................................................... 6 2.4.1 Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 .................................................................................... 6 2.4.2 Keur Waterschap Rivierenland 2014 ...................................................................................... 6 2.5 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................
7 2.5.1 Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 ............................................................ 7 3 Verplichting waterberging ..................................................................................................................... 7 3.1 Waterbergingsnorm ....................................................................................................................... 7 3.1.1 We bergen water lokaal (vasthouden waar het valt). .............................................................. 8 3.1.2 We stimuleren infiltreren daar waar dit mogelijk is qua bodem .............................................. 8 3.1.3 We stimuleren groene daken .................................................................................................. 8 3.1.4 We verharden niet onnodig ..................................................................................................... 8 3.1.5 Omgang met hemelwater bij reconstructies en herinrichtingen .............................................. 9 3.1.6 Peilen ...................................................................................................................................... 9 4. Verplichting Boomnorm en Groennorm ..........................................................................................
9 4.1 Boomnorm ..................................................................................................................................... 9 4.1.1 Er geldt een boomnorm ........................................................................................................... 9 4.2 Groennorm ................................................................................................................................... 10 4.2.1. Er geldt een groennorm ....................................................................................................... 10 4.2.2. Groennorm bedrijventerrein ................................................................................................. 10 5. Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................. 10
5.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 10 5.2 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 10 6 Procedure ........................................................................................................................................... 10 6.1 Vooroverleg .................................................................................................................................. 10 6.2 Zienswijzen .................................................................................................................................. 10
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Klimaatadaptatie heeft in het landelijke beleid een flinke impuls gekregen. Het Deltaprogramma 2018 bevat voor het eerst een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress, overstroming en droogte versnelt en intensiveert. De aanleiding van deze beheersverordening is het ruimtelijk reguleren van klimaatadaptatie voor de hele gemeente. De gemeenteraad heeft het "Water en Rioleringsplan 2022-2026" vastgesteld waarin wordt aangegeven op welke wijze de gemeente de komende jaren invulling gaat geven aan de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater en aan de wijze waarop we inspelen op het veranderende klimaat. Daarnaast heeft de gemeenteraad de Deelvisie Groen en Bomen vastgesteld waarin, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, een integrale visie op groen en bomen is geformuleerd. De waterbergingsopgave en de andere opgaven voor groen en klimaatadaptatie gelden voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Maasdriel.
1.2 Paraplubeheersverordening Deze beheersverordening geldt voor alle gebieden van de gemeente waar een beheersverordening geldt. Het is een zogenoemd parapluplan, dat de geldende beheersverordeningen niet vervangt, maar aanvult. In deze paraplubeheersverordening wordt de regeling inzake een uniforme en dynamische waterbergingsopgave, boomnorm en groennorm juridisch planologisch verankerd. In de loop van de tijd zullen deze regelingen bij de komende actualisaties van de onderliggende beheersverordeningen worden meegenomen waardoor de werking van deze paraplubeheersverordening uiteindelijk vervalt. Deze paraplubeheersverordening bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels, vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van de behhersverordening.
1.3 Ligging plangebied Het plangebied van de Beheersverordening betreft het plangebied van de geldende beheersverordening in de gemeente Maasdriel, te weten de 'Beheersverordening Velddriel', die op 20 april 2017 is vastgesteld en op de onderstaande kaart is weergegeven.
Figuur 1: grondgebied gemeente Maasdriel en ligging provinciaal inpassingsplan ‘N831 Velddriel – Alemse stoep’
1.4 Leeswijzer Deze beheersverordening bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een toelichting gegeven op het beleidskader. In hoofdstuk 3 worden de eisen aan de waterberging toegelicht, in hoofdstuk 4 de boom- en groennorm. In hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de procedure.
2 Beleidskader 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal, waterschaps- en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
2.2 Rijksbeleid 2.2.1 Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is vastgesteld op 18 maart 2022. In het NWP beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. Het waterplan beschrijft de strategische doelen voor het waterbeheer. De condities en maatregelen voor het bereiken van deze doelen staan beschreven in het 'Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren' van Rijkswaterstaat. Lagere overheden dienen het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 in hun beleid te verwerken..
2.2.2 Bestuursakkoord Water (BAW) Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven hebben in 2011 via het BAW vastgelegd hoe het waterbeheer in Nederland doelmatiger kan worden ingericht. Partijen willen zich inzetten voor een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen. Daarmee willen partijen de kwaliteit van het beheer vergroten tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Partijen doen dit vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, waarbij expertise en deskundigheid waar mogelijk wordt gedeeld. In het BAW is de verplichting opgenomen om bij herinrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen een watertoets uit te voeren zodat waterbelangen goed in de planvorming worden verankerd. Het BAW is in 2013 en 2016 geëvalueerd. Gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven geven via samenwerkingsverbanden gevolg aan het beleid van het BAW.
2.2.3 Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Mede gebaseerd op de adviezen uit het Manifest Klimaatbestendige Stad (2013) is in 2014 de intentieverklaring Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie verschenen. In deze beslissing staat het gezamenlijk doel centraal: in 2050 is het bebouwde gebied in Nederland, inclusief vitale en kwetsbare objecten, zo goed mogelijk “waterrobuust” en “klimaatbestendig” ingericht. Hierbij wordt gewerkt aan maatregelen om de kwetsbaarheid van de stad te verlagen voor drie opgaven: te nat (overstroming en wateroverlast), te droog (wateronderlast) en te warm (hittestress). In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) staan zeven ambities centraal:: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Kwetsbaarheid in beeld brengen; Risicodialoog voeren en strategie opstellen; Uitvoeringsagenda opstellen; Meekoppelkansen benutten; Stimuleren en faciliteren; Reguleren en borgen; Handelen bij calamiteiten.
Door te werken aan deze zeven ambities wordt de totstandkoming van een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting versneld en geïntensiveerd.
2.3 Provinciaal beleid 2.3.1 Gaaf Gelderland – Omgevingsvisie Op provinciaal niveau heeft de provincie Gelderland het beleid vertaald in het Regionaal Waterprogramma Gelderland. In deze toelichting staat uitgebreid beschreven hoe de provincie, samen met waterschappen en andere partners, de thema’s water en ondergrond, drinkwater, waterveiligheid en wateroverlast, natuur, waterkwaliteit en diverse gebruiksfuncties ziet. In het Regionaal Waterprogramma Gelderland zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationale waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Gelderland. Op het gebied van waterveiligheid en wateroverlast wil de provincie vanuit de verantwoordelijkheid van onder andere ruimtelijke ordening en ruimtelijke kwaliteit blijvende bescherming tegen overstromingen (vanuit de grote rivieren en Randmeerkust), waar dat vanuit het oogpunt van waterveiligheid mogelijk is: ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden, en versterken van de kwaliteiten voor de (vrijetijds-)economie van het rivierenlandschap en de Randmeerkust. De provincie neemt waterveiligheid bij voorkeur samen op met Natura 2000 en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
2.3.2 Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 Dit plan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Gelderland voor de periode 2021-2027. Dit beleidsdocument gaat in op de betrokkenheid van de provincie vanuit diverse invalshoeken in op het gebied van water: water en ondergrond, drinkwater, waterveiligheid en wateroverlast, natuur, waterkwaliteit.
2.3.3. Natuurnetwerk De provincie en haar partners streven met de ontwikkeling van het natuurnetwerk naar een ecologische hoofdstructuur in 2027. Hierbij wordt ingezet op een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en naar behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Natuur en landschap zijn het kapitaal van Gelderland. De opgaven die de provincie en haar partners hierbij zien zijn:
Het behouden en mogelijk vergroten van de biodiversiteit (soortenrijkdom) in de natuur. Het verbinden van de Gelderse natuur met natuurgebieden in aangrenzende provincies en Duitsland. Het betrekken van de mensen in een gebied bij het beheer van hun natuur en landschap.
2.4 Waterschap 2.4.1 Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 In het waterbeheerprogramma beschrijft het waterschap wat zij in de planperiode wil bereiken, met wie, hoe ze dat willen doen en waarom. In het WBP zijn voor het waterbeheer in haar beheersgebied de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. Ook geeft het waterschap aan hoe ze deze opgaven samen met anderen wil oppakken en inspelen op initiatieven van derden.
2.4.2 Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de "Keur Waterschap Rivierenland 2014" van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is zijn vastgelegd in de legger wateren.
2.5 Gemeentelijk beleid 2.5.1 Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 De gemeenten Maasdriel en Zaltbommel hebben gezamenlijk het 'Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022 - 2026' opgesteld. Hierin geven deze gemeenten aan hoe invulling wordt gegeven aan de zorgplichten uit de Wet milieubeheer en de Waterwet. Bijlage C gaat specifiek in op het hemelwaterbeleid van de gemeente Maasdriel. Om (nog) duurzamer om te gaan met hemelwater worden de volgende doelen nagestreefd:
scheiden van schone en vuile waterstromen; beperken van de hoeveelheid ingezameld hemelwater op het gemengde stelsel; verbieden van het afvoeren van hemelwater op drukriolering; beperken van risico's tijdens extreme neerslag.
De voorkeursvolgorde 'omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron' binnen de gemeente Maasdriel, gebaseerd op het landelijke hemelwaterbeleid, is als volgt: 1. 2. 3. 4.
vasthouden op daken, bergingen als regentonnen/schuttingen nuttig gebruiken; op maaiveld infiltreren waar mogelijk; ondergronds ondiep infiltreren via een particuliere voorziening; verwerken in het oppervlaktewater.
3 Verplichting waterberging Door de klimaatverandering zullen zware regenbuien vaker en heftiger optreden. Ook komen langere perioden van droogte voor. De gemeente Maasdriel wil een klimaatbestendige gemeente worden en blijven. Dat betekent dat hemelwater niet tot onnodig veel schade mag leiden, nu en in de toekomst. Bebouwing zorgt ervoor dat er minder hemelwater in de bodem wegzakt. Dit water zal daardoor sneller wegstromen over de verharding of blijven staan op lage delen. We willen overlast en schade voorkomen door minder én vertraagde afvoer van hemelwater naar het regionale watersysteem. Daarmee nemen piekafvoeren en wateroverlast af, en vermindert in sommige situaties de verdroging (te weinig water in de ondergrond). Dat doen we binnen de wettelijke kaders, waarbij de gemeente een zorgplicht heeft en er een taak ligt bij de perceeleigenaar..
3.1 Waterbergingsnorm De inhoud van de waterberging en de omvang van de andere maatregelen staan beschreven in het “Hemelwaterbeleid gemeente Maasdriel” behorende als bijlage C bij het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026. In deze paragraaf staan de belangrijkste beleidskeuzes samengevat. Hierbij geldt de volgende verduidelijking: Onder nieuw verhard oppervlak verstaan wij het totaal van alle verharde oppervlakken die binnen het plangebied gerealiseerd worden en gehandhaafd blijven. Bestaande verharde oppervlakken binnen het plangebied worden dus niet in mindering gebracht. Ten behoeve van het voorzien in voldoende waterberging gelden de volgende regels: a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt slechts verleend nadat afdoende is verzekerd dat wordt voorzien in voldoende waterberging en andere maatregelen; b. Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden waarop de onder a. bedoelde omgevingsvergunning betrekking heeft, is slechts toegestaan wanneer voldoende aterberging in stand wordt gehouden; c. Onder voldoende waterberging als genoemd onder a. en b. wordt verstaan dat wordt voldaan aan het hemelwaterbeleid genoemd in het vigerende WRP. Het vigerende WRP is in te zien via de volgende webpagina: https://www.maasdriel.nl/bestuur-enorganisatie/bekendmakingen-regelgeving-en-beleid/regelgeving-en-bekendmakingen
3.1.1 We bergen water lokaal (vasthouden waar het valt). Nieuwbouw en ook her- en aanbouw van woningen en infrastructuur kan tot een toename van (afvoerend) verhard oppervlak leiden. Hierdoor ontstaat er een extra afvoer van hemelwater, om wateroverlast te voorkomen dienen er binnen het plangebied maatregelen genomen te worden om versnelde afvoer te voorkomen. In verband met de toename van verhard oppervlak, intensievere regenbuien en langere droogteperioden streeft de gemeente naar een situatie waarbij hemelwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden waar het valt. Het is verboden om zonder toestemming van de gemeente neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen. Het beleid van de gemeente is dat het hemelwater bovengronds afgevoerd wordt naar een hemelwatervoorziening binnen het plangebied. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar één of enkele robuuste centr\ale voorzieningen in plaats van meerdere kleine verspreide voorzieningen. De hemelwatervoorziening kan uitgevoerd worden als een watergang of wadi en de compensatienorm is 43,6 mm/m² (T=10+10%) voor alle nieuwe verharde oppervlakten binnen het plangebied. Indien dit redelijkerwijs niet haalbaar is kan in overleg met de gemeente van deze eis afgeweken worden.
Bij grote gebiedsontwikkelingen (plangrootte >1 ha) bekijken gemeente en waterschap samen met de initiatiefnemer of er kansen zijn om gelijktijdig met de invulling van de wateropgave de kwaliteit en/of belevingswaarde van de leefomgeving te vergroten. Bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding en recreatie. Afspraken over de invulling van de wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen worden vastgelegd in de waterparagraaf. Het is het belangrijk om de omgang met water vroegtijdig mee te nemen in het planvormingsproces.
3.1.2 We stimuleren infiltreren daar waar dit mogelijk is qua bodem Over het algemeen is het zeer lastig om te infiltreren in de bodem in de gemeente Maasdriel. Dit heeft te maken met de grondgesteldheid van de bodem. Indien de ontwikkelaar wenst te infiltreren dan kan dit, mits de ondergrond dat toelaat. De ontwikkelaar dient door middel van een doorlatendheidsonderzoek de k-waarde (maat voor de waterdoorlatendheid) te bepalen. Indien de kwaarde groter is dan 3 meter per dag dan (k>3 m/dag) is deze locatie geschikt om te infiltreren, mits de onderkant van de voorziening minimaal 0,30 m boven GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) ligt. Indien met een doorlatendheidsonderzoek kan worden aangetoond dat de infiltratiecapaciteit van de bodem ter plaatse van waar de hemelwatervoorziening infiltreert voldoende groot is (k > 1 m/d) mag ook een infiltrerende hemelwatervoorziening worden aangelegd. Hierbij mag worden gerekend met een dynamische bergingseis waarbij rekening wordt gehouden met infiltratie in de tijd: de 43,6 mm valt niet in 1 keer. Dat betekent dus dat de hemelwatervoorziening mogelijk kleiner kan. Voorwaarde is wel dat de berging in de voorziening binnen 48 tot 96 uur weer beschikbaar moet zijn om een nieuwe bui op te vangen. Voor deze berekening moeten de uitgangspunten van de Kennisbank Stedelijk Water worden gevolgd.
3.1.3 We stimuleren groene daken Groene daken of vegetatiedaken zijn klimaatadaptief: ze vertragen de afvoer van hemelwater, vergroten de biodiversiteit en hebben een isolerende werking. Wanneer er bij een nieuwe ontwikkeling een groen dak wordt aangelegd telt dit oppervlak als onverhard, en hoeft hiervoor geen hemelwatervoorziening aangelegd te worden. Voor overige verharding moet, afhankelijk van het oppervlak, bovengronds naar openbaar terrein worden afgewaterd of middels een hemelwatervoorziening worden gecompenseerd.
3.1.4 We verharden niet onnodig Bij ontwikkelingen in de openbare ruimte weegt de gemeente het belang en de noodzaak van verharding af. Dit vragen we eveneens van particulieren en bedrijven: verhard niet onnodig. Daar waar je niet verhard betekent het dat je wateropgave kleiner wordt, en heb je meer ruimte voor groen. Dit zorgt voor aanvulling van de grondwaterstand en de groene voorzieningen zorgen voor verkoeling tijdens hete zomers. Doordat het hemelwater niet wordt afgevoerd naar de riolering, blijft de rioleringscapaciteit
beschikbaar voor de verwerking van het afvalwater en hemelwater van nog niet afgekoppeld verhard oppervlak tijdens piekbuien.
3.1.5 Omgang met hemelwater bij reconstructies en herinrichtingen Indien doelmatig koppelt de gemeente bij rioolreconstructies en herinrichtingen de openbare verharding af. Alle aangrenzende bebouwing wordt voorzien van een vuilwateraansluiting. Hemelwater van inwoners en bedrijven dient binnen het perceel verwerkt te worden. Indien dit niet mogelijk is dient het hemelwater vanaf het perceel bovengronds afgevoerd te worden naar de openbare ruimte. De doelmatigheidsbeoordeling voor afkoppelen is maatwerk per situatie, gebaseerd op een maatschappelijke kosten baten afweging. Bij wijzigingen in het verhard oppervlak als gevolg van reconstructies en afkoppelen van bestaande gebieden wil de gemeente kansen benutten voor een duurzame(re) verwerking van hemelwater. De gemeente streeft naar een bergingscapaciteit van 43,6 mm/m² verhard oppervlak. In alle gevallen is het uitgangspunt dat de bestaande bergingscapaciteit minimaal blijft gehandhaafd.
3.1.6 Peilen Om schade door wateroverlast bij hevige neerslag te verminderen zijn er normen opgesteld voor het minimale bouwpeil en het minimale vloerpeil. Bouwpeil: a. in geaccidenteerd terrein (in de nabijheid van dijken): minimaal 15 cm boven het gemiddelde oorspronkelijke omliggende terrein; b. in vlak terrein, voor zover dat oorspronkelijk hoger ligt dan de kruin van de weg: minimaal 15 cm boven het oorspronkelijke terrein; c. in vlak terrein, voor zover dat oorspronkelijk lager ligt dan de kruin van de weg: minimaal 15 cm boven de kruin van de weg. Het bouwpeil dient in overleg met de gemeente bepaald te worden. Vloerpeil: Het vloerpeil van de woning dient 30cm boven het hoogtepunt van de weg te liggen.
4. Verplichting Boomnorm en Groennorm Groen is een belangrijk onderdeel van onze leefomgeving, daarover bestaat geen twijfel. In de deelvisie wordt de betekenis van groen vastgelegd in een heldere visie. Deze visie vertalen we vervolgens in concrete doelstellingen. In de gemeente Maasdriel zijn ruimtelijke functies als wonen, werken, maatschappelijke functies, mobiliteit, natuur en recreatie ingebed in een groene omgeving. Samen vormen deze elementen de fysieke leefomgeving waarbij gestreefd wordt naar samenhang en afstemming. De bomen en de beplanting zorgen voor de groene aankleding waardoor een prettig leefklimaat ontstaat met sfeer en uitstraling. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het hier niet bij blijft. Groen draagt bij aan een betere gezondheid, hoger welzijn en sociale cohesie. Groen vermindert de kans op wateroverlast, zorgt voor verkoeling in de zomer. Tot slot zorgt groen voor een waardevermeerdering van onroerend goed.
4.1 Boomnorm 4.1.1 Er geldt een boomnorm Voor de gemeente Maasdriel geldt een boomnorm van 0,4 boom per inwoner binnen de bebouwde kom en 1,4 boom per inwoner in het buitengebied. Naarmate het aantal inwoners toeneemt, zullen er ook meer bomen worden geplant. Bij de realisatie van nieuwe woningbouwprojecten zal het aantal te planten bomen minimaal 0,4 boom per potentiële inwoner zijn. Ook in bestaande wijken zal deze boomnorm als een streven worden gehanteerd.
4.2 Groennorm 4.2.1. Er geldt een groennorm Voor de gemeente Maasdriel is een groennorm vastgesteld waarbij een ondergrens wordt aangehouden van 24,4 m2 per inwoner in de bebouwde kom. In het buitengebied geldt deze groennorm niet. In kernen waarbij de hoeveelheid groen sterk naar beneden afwijkt, zal gezocht worden naar manieren om dit aan te vullen op een manier die past bij de identiteit van de kern. Bij nieuwe projecten is het uitgangspunt dat er minimaal 30 m2 groen per inwoner wordt gerealiseerd..
4.2.2. Groennorm bedrijventerrein Bedrijventerreinen moeten voorzien worden van groenblauwe structuren. De groennorm betreft 10% van het kaveloppervlak en 10% van de openbare ruimte. Deze norm is niet inwisselbaar met vergroening op daken.
5. Uitvoerbaarheid 5.1 Algemeen Bedrijventerreinen moeten voorzien worden van groenblauwe structuren. De groennorm betreft 10% van het kaveloppervlak en 10% van de openbare ruimte. Deze norm is niet inwisselbaar met vergroening op daken.
5.2 Economische uitvoerbaarheid Bij de vaststelling van een beheersverordening, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten, die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. In deze paraplubeheersverordening wordt echter geen bouwplan mogelijk gemaakt als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening jo artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Kostenverhaal is hier dan ook niet aan de orde.
6 Procedure De Wro kent geen voorbereidingsprocedure voor de beheersverordening. Er is in het kader van de beheersverordening geen bezwaar bij de gemeenteraad of beroep bij de bestuursrechter mogelijk. Voor de zorgvuldigheid is wel vooroverleg gevoerd en zijn de zienswijzen die ingediend zijn tegen het ontwerp paraplubestemmingsplan verwerkt in de regels behorende bij deze beheersverordening.
6.1 Vooroverleg In het kader van het vooroverleg is de paraplubeheersverordening toegezonden aan diverse instanties. Waterschap Rivierenland heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben ten aanzien van het bestemmingsplan. De opmerking van de Provincie Gelderland is verwerkt in de Nota Zienswijzen.
6.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Waterberging 2023” heeft van 4 oktober 2023 tot en met 14 november 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is er 5 zienswijze ingediend. In de Nota Zienswijzen is de ingediende zienswijze samengevat en voorzien van een antwoord. Een deel van zienswijze leidt niet tot aanpassing. Tevens zijn ambtshalve wijzigingen voorgesteld. De Nota Zienswijzen is te vinden als bijlage bij deze toelichting. De wijzigingen zijn ook doorgevoerd in deze paraplubeheersverordening