Toelichting namens het college naar aanleiding van commissiebehandeling en aanvullende vragen van de fracties D66, GroenLinks en VVD over het memorandum van de Rekenkamercommissie over verblijfsbelasting
Tekst van het document
Geachte raadsleden, Het college heeft op 11 december schriftelijk aanvullende vragen ontvangen van de fracties GroenLinks Maasdriel, VVD Maasdriel en D66 Maasdriel over het memorandum van de rekenkamercommissie. Op 28 november jl. is het rapport van de rekenkamercommissie over de verblijfsbelasting besproken in de commissie Samenleving en Financiën. Er zijn ook twee toezeggingen gedaan tijdens de commissievergadering: a. het ophelderen van de opbrengsten verblijfsbelasting, en b. over een mogelijke aanpassing van de verordeningen. Deze brief gebruiken wij graag om de stand van zaken rond de verblijfbelasting toe te lichten en de vragen te beantwoorden. Alvorens wij op de vragen ingaan eerst een algemene reactie op de bevindingen van de rekenkamercommissie. Algemene reactie Het is al gezegd door de portefeuillehouder en ook in onze schriftelijke reactie: het rapport van de rekenkamercommissie is terecht kritisch als het gaat over de wijze waarop in het verleden het heffen en innen van de verblijfsbelasting in Maasdriel is gegaan. Dat is ook de reden waarom uw raad eenmalig een budget beschikbaar heeft gesteld aan het college om hier verbetering in aan te brengen. Het college deelt uw mening dat het beter kan en moet. Daar is geen misverstand over.
Maar als u alleen afgaat op het rapport van de rekenkamercommissie lijkt het alsof er nog niets is gebeurd in dit dossier en dat doet geen recht aan de werkelijkheid. De inzet van het college en de organisatie heeft al geresulteerd in een veel beter proces en een hogere opbrengst dan in de afgelopen jaren het geval was. Wij gaan er vanuit dat u met deze brief een beter beeld heeft van de resultaten die het afgelopen jaar geboekt zijn. Opmerkingen over de verordeningen Voordat wij een toelichting geven op de jaarschijven en de bedragen gaan we in op de opmerkingen van de rekenkamercommissie en de door commissieleden gestelde vragen. Dhr. Hordijk van de Rekenkamercommissie Maasdriel benoemt in zijn onderzoek ook adviespunten omtrent de Verordening verblijfsbelasting 2023 en verordening watertoeristenbelasting 2023. De verordeningen staan ook op de agenda voor deze raadsvergadering. Wij gaan hieronder puntsgewijs in op de vragen en opmerkingen over de verordeningen. a. De genoemde onduidelijkheid over het opleggen van een forfaitaire heffing. Reactie: De mogelijkheid voor een forfait staat duidelijk in de verordening voor zowel kampeerplaatsen als voor ligplaatsen. De ondernemer hoeft als hij of zij daarvoor kiest het aantal overnachtingen niet bij te houden maar er wordt 1 bedrag gerekend.
De manier waarop dat in de Maasdrielse verordeningen staat is juridisch gezien niet fout maar wel onhandig geformuleerd. De systematiek is namelijk als volgt: I. De wijze van heffing (maatstaf) is algemeen geformuleerd en staat in artikel 5. II. Dan is er de mogelijkheid voor een forfait, wanneer dat kan en hoe staat in artikel 6. III. In artikel 7 wordt dan geregeld dat je in afwijking van het forfait kan kiezen voor de algemene wijze, dus op basis van het aantal werkelijke overnachtingen. Dit is uitvoerbaar voor de heffingsambtenaar maar het kan beter. Als alternatief kunnen wij bijvoorbeeld artikel 6 aanvullen met een afwijkingsmogelijkheid waardoor artikel 7 kan vervallen. Dit komt op hetzelfde neer, maar is eenvoudiger geformuleerd. Wij zullen dit volgend jaar in de verordeningen aanpassen. Ook zal er een algehele redactieslag plaatsvinden en aanpassing waar nodig naar aanleiding van jurisprudentie. b. Het forfait voor een ligplaats is veel lager dan voor een kampeerplaats. Reactie: Het klopt dat het forfait voor een ligplaats van een boot lager is dan voor een kampeerplaats. De gedachte hierachter is als volgt: een seizoensplaats op een camping wordt intensiever gebruikt
(dus meer overnachtingen) dan een boot op een vaste ligplaats. Een boot wordt doorgaans minder gebruikt voor overnachtingen in de haven. Die overnachtingen vinden meestal plaats juist als de boot weg is voor een meerdaagse tocht. c.
Er is wat betreft aantallen in de verordening (bijvoorbeeld forfait) geen aansluiting met het nachtregister wat onduidelijkheid oplevert. Reactie: De verplichting om het nachtregister bij te houden volgt uit het wetboek van strafrecht en de APV en niet uit de belastingverordening. Deze twee verplichtingen worden in het rapport door elkaar gehaald. Dus het klopt niet als er staat: iedere belastingplichtige moet het nachtregister invullen. Met het invullen van het nachtregister doet men geen opgave voor de verblijfsbelasting. Dat doet men op verzoek van de heffingsambtenaar op een apart formulier. Dus het is niet vreemd dat er voor een forfait of berekening van de aanslag andere aantallen worden gehanteerd dan in het nachtregister staan. Het nachtregister heeft ook een ander doel, namelijk veiligheid. Mits het nachtregister goed wordt bijgehouden door de ondernemer, is het voor de ondernemer uiteraard wel eenvoudiger om op basis daarvan aangifte te doen voor de verblijfsbelasting. De verordening zelf is daar niet belemmerend in voor de ondernemer. d. Het begrip lengte is niet duidelijk. Reactie: Dit begrip is gangbaar, het wordt toegelicht en dit is inderdaad van toepassing op het hele vaartuig. De wijze van berekening van de verblijfsbelasting wordt overigens niet gebaseerd op de lengte van het vaartuig, maar op het forfait of het aantal etmalen.
Het is aan de ondernemer om dat goed op de eigen website te communiceren. We zien hier geen probleem in. Samengevat over de verordeningen Het college is van mening dat de verordeningen juridisch correct en uitvoerbaar zijn. De artikelen over het forfait gaan wij volgend jaar herformuleren inclusief een controle op eventuele jurisprudentie. Resultaten project verbeteren heffen en innen verblijfbelasting In dit gedeelte willen we alle vragen beantwoorden over de mogelijke opbrengst (opheldering over de mogelijke half miljoen euro) en de opbrengsten tot nu toe. Wij willen graag als eerste opmerken dat de vermeende half miljoen jaarlijkse opbrengst op een reële schatting gebaseerd is. De schatting is gebaseerd op het feit dat de categorie huisvesters van internationale werknemers in het verleden niet of nauwelijks is aangeslagen voor de verblijfsbelasting. De mogelijke opbrengst daarvan hangt weer sterk af met het aantal mensen dat zich inschrijft bij de gemeente als ingezetene. Zodra men ingeschreven is, vervalt immers ook de verblijfsbelasting. Het aantal overnachtingen is ook sterk wisselend. Het verblijf van internationale werknemers in Maasdriel brengt (zowel door inschrijvingen in de BRP als door de verblijfbelasting bij elkaar opgeteld) meer op dan een half miljoen euro per jaar. Wat heeft het college ondernomen? Het afgelopen jaar zijn door college en organisatie (incl.
BVEB) de volgende acties ondernomen. a. Alle lijsten en gegevens van aanbieders van overnachtingen (dus inclusief hotels, airbnb, recreatie, ligplaatsen én aanbieders van huisvesting) zijn aan een grondige analyse onderworpen. b. De lijst met mogelijke belastingplichtigen is daardoor veel groter geworden, met name de aanbieders van huisvesting. c. Iedereen op deze lijst heeft brieven gekregen met een verzoek om informatie en opgave over het jaar 2022. d. De brieven zijn waar nodig opgevolgd door herinneringen, aanmaningen en aankondigingen van controles.
e. Over een willekeurige selectie van ingekomen opgaven, plus iedereen die niet gereageerd heeft op de brieven is een willekeurige lijst met te controleren adressen gemaakt. Bijna 2/3 van alles adressen zijn gecontroleerd. Volgend jaar volgt de overige 1/3. f. In de periode september tot en met november 2023 zijn fysieke controles uitgevoerd bij deze adressen en organisaties. Deze consequente aanpak (over een veel groter aantal adressen dan voorheen in beeld waren) heeft al tot een aanzienlijke verbetering van de mogelijke opbrengsten geleid. De controles zijn nog niet 100% afgerond dus wij kunnen nog geen eindresultaat noemen. Het is ook nog niet mogelijk om de bedragen uit te splitsen in de verschillende categorieën. Bovendien is het mogelijk dat er bezwaar wordt aangetekend tegen opgelegde aanslagen. Ook kan het innen van de aanslagen tegenvallen door bijvoorbeeld faillissement van de belastingplichtige. Binnen de gemeentelijke boekhouding zijn we verplicht om een baten-lastenstelsel te gebruiken en niet een kasstelsel. De baten-lastenstelsel is een boekhoudkundig stelsel waarin kosten en opbrengsten worden toegerekend aan de periode waarin de prestaties en/of producten worden geleverd. Hier ligt het belangrijkste verschil met een kasstelsel.
In de baten-lastenstelsel worden kosten toegerekend aan het jaar waarop ze daadwerkelijk betrekking hebben, niet aan het jaar waarin de daadwerkelijke kasuitgave en/of kasinkomst wordt gedaan. Een baten-lastenstelsel brengt de omvang en de samenstelling van het vermogen en het resultaat schematisch in beeld, dit in tegenstelling tot een kasstelsel. De vragen van D66, GroenLinks en VVD gaan over feitelijke inning in een bepaald jaar, dus ergens tussen 1 januari en 31 december. De feitelijke inning in een bepaald jaar (kasstelsel) weerspiegelt niet de opbrengsten die we moeten toerekenen aan een bepaald jaar. In de jaarstukken nemen we de opbrengsten die betrekking hebben op een bepaald jaar, maar nog niet feitelijk geïnd zijn als ‘nog te ontvangen’ op. Dat zijn we verplicht op basis van de baten-lastenstelsel en daar controleert de accountant ook op. De onderstaande cijfers betreffen opbrengsten die dus betrekking hebben op een jaar ongeacht het moment van ontvangst. De bedragen van 2021 t/m 2022 zijn al ontvangen. Voor 2023 zijn nu aanslagen verstuurd en derhalve deels ‘nog te ontvangen’. Bij verblijfsbelasting leggen we achteraf pas de aanslag op en verantwoorden we de inkomsten het jaar daarna in de jaarrekening als inkomsten.
Hierbij geeft de accountant aan dat het moment van versturen van de aanslagen leidend is voor de opbrengstverantwoording in een bepaald jaar (boekhoudkundige voorschriften vanuit de wetgeving).
Over het belastingjaar 2020 was de opbrengst verblijfbelasting € 112.000 (feitelijk opgelegde en geinde aanslagen in jaarrekening 2021) Over het belastingjaar 2021 was de opbrengst verblijfbelasting € 146.000 (feitelijk opgelegde en geinde aanslagen in jaarrekening 2022) Over belastingjaar 2022 hebben wij in 2023 aanslagen verstuurd voor een totaalbedrag van € 267.364**. Deze opbrengsten worden in de jaarrekening 2023 verwerkt.
Naar aanleiding van de nieuwe aanpak en de in 2023 uitgevoerde controles over de belastingjaren 2020, 2021 en 2022 volgen nog de volgende aanslagen:
Overeengekomen aanslag belastingjaar 2020 € 104.115* Ambtshalve aanslag belastingjaar 2020 € 123.804** Overeengekomen belastingjaar aanslag 2021 € 111.729* Ambtshalve aanslag belastingjaar 2021 € 124.992** Overeengekomen aanslag belastingjaar 2022 € 81.500* Ambtshalve aanslag belastingjaar 2022 € 17.500**
*De aanslagen naar aanleiding van de controles worden in 2023 nog verzonden. Het bedrag kan zelfs nog hoger worden omdat er nog controles lopen op dit moment. Alle aanslagen (naheffingen) worden als opbrengst verwerkt in de jaarrekening van 2023 **Het bedrag van de ambtshalve aanslagen kan lager uitvallen naar aanleiding van mogelijke bezwaar- en beroepsprocedures. Tellen wij deze bedragen over het belastingjaar 2022 bij elkaar op, dan komen we op basis van de huidige inzichten op een ‘structurele’ opbrengst van € 350.000. Het is aannemelijk dat dit bedrag structureel is en het kan nog hoger worden als het resterende deel van het bestand ook gecontroleerd wordt. We hebben echter geen glazen bol. Op het moment dat er toch meer inschrijvingen plaats gaan vinden in het BRP, leidt dit enerzijds tot een verlaging van de verblijfsbelasting en anderzijds een verhoging van de algemene uitkering gemeentefonds. Sinds de start van het project in 2018 is het aantal inschrijvingen van internationale werknemers in de Basisregistratie Personen (BRP) sterk gestegen. Dit levert de gemeente structureel meer dan € 250.000 op in de algemene middelen. De controles die dit jaar zijn uitgevoerd zorgen eenmalig voor naheffingen van ca. € 462.000 voor belastingjaar 2020 en 2021. Ten overvloede: op basis van wetgeving werkt de heffingsambtenaar met omgekeerde bewijslast.
Als de belastingplichtige geen opgave doet of niet meewerkt, wordt er een schatting gedaan. We kunnen volgens de wetgeving slechts een aanslag versturen over de laatste 3 belastingjaren. Hierdoor is het niet mogelijk om ook naheffingen te versturen van belastingjaar 2019 en eerder. De aangifteformulieren en aanslagen worden altijd na afloop van het jaar verstuurd dus over het belastingjaar 2023 valt op dit moment nog niks te melden (wordt opgenomen in jaarrekening 2024). Dit zal door de BSR worden uitgevoerd op basis van de nieuwe gegevensbestanden. De raad zal jaarlijks via de begroting en jaarrekening worden geïnformeerd over de verwachte en daadwerkelijk gerealiseerde opbrengst. Van het eenmalige projectbudget om het proces te verbeteren van € 200.000 is op dit moment nog ruim € 100.000 over. Het college zal dit budget onder andere benutten om het beleid verder te verfijnen en de controles voor het resterende deel voort te zetten. Overdracht BSR Zoals u weet wordt de taak rond het heffen en innen over belastingjaar 2023 e.v. uitgevoerd door de BSR in Tiel. De BSR zal van de gemeente de verbeterde lijsten en gegevens krijgen. Wij verwachten daarom dat het bedrag over 2022 redelijk maatgevend is voor de komende jaren. Daarnaast zijn goede afspraken gemaakt over de gegevensuitwisseling, het bijhouden van mutaties en de borging van de nodige kennis en kunde in de organisatie.
Het college neemt de aanbeveling van de rekenkamercommissie ter harte over het borgen van de coördinerende taak voor dit onderwerp in de organisatie. Het college zal ook in samenwerking met de BSR doorgaan met de jaarlijkse controles. U kunt erop rekenen dat de ingezette koers goed wordt geborgd in de beide organisaties. Vragen aan de organisatie over dit onderwerp Als laatste is er een vraag gesteld over het niet beantwoorden van vragen door de behandelend ambtenaar die na de commissievergadering per mail zijn gesteld door de rekenkamercommissie. Graag reageren wij hier op. Door het te benoemen als een weigering van de behandelend ambtenaar om de vragen te beantwoorden, begeeft u zich op glad ijs. In het hele proces van het rekenkameronderzoek hebben alle betrokken ambtenaren en ook de bestuurder alle inlichtingen gegeven waar de rekenkamercommissie om vroeg. Dit heeft geresulteerd in het door de rekenkamercommissie opgestelde memorandum. Dit memorandum is voorgelegd aan het college en de bestuurlijke reactie erop is samen met de reactie daarop van de rekenkamercommissie aan u als raad gestuurd. Dat de rekenkamer na behandeling van het memorandum in de commissie aanvullende vragen stelt aan de
ambtelijke organisatie, is opmerkelijk. Het onderzoek is afgerond en het is aan u als raad om te bepalen wat u ermee doet. Wij gaan ervan uit dat de gestelde vragen hiermee afdoende zijn beantwoord. Namens het college van Maasdriel,
P.A. de Vries Wethouder