CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP P

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan "Velddriel herziening 2023, provincialeweg tussen 74 en 76"14.055 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 alinea's met “omgevingsplan”: 146

BESTEMMINGSPLAN VELDDRIEL HERZIENING 2023, PROVINCIALEWEG TUSSEN 74 EN 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

vastgesteld 19-02-2024

Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend(e) bestemmingsplan(nen) 1.4 Leeswijzer toelichting

3 3 3 5 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie plangebied 2.2 Toekomstige situatie plangebied

7 7 8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk en regionaal beleid

11 11 12 14

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1 Milieu 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Water 4.4 Flora en Fauna 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.)

19 19 26 28 34 36 37

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

39 39 39

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Bestemmingsplan 6.2 Toelichting op de regels en de kaart

41 41 41

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

2 - 43

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om aan de Provincialeweg te Velddriel twee vrijstaande woningen te realiseren. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een grasveldje. Voor het gebied geldt de “Beheersverordening Velddriel”. In deze beheersverordening is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de agrarische bestemming om te zetten naar een woonbestemming voor de bouw van één woning per wijzigingsgebied. Voor twee woningen is het nodig een partiële herziening van de beheersverordening op te stellen. Op het plangebied zijn tevens van toepassing de beheersverordening verkamering woningen 2020 en het paraplubestemmingsplan parkeren 2018.

1.2 Ligging plangebied De locatie van het te ontwikkelen perceel Provincialeweg ong. ligt in de kern van Velddriel aan de doorgaande provinciale weg tussen de nummers 74 en 76. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 4450 m² en staat kadastraal bekend als gemeente Maasdriel, sectie M, nummer 2151 Op onderstaande afbeeldingen wordt de ligging en globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

3 - 43

Op dit kavel staat een dierenverblijf. Het gehele perceel valt binnen de begrenzing van het onderhavige plangebied. De

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

4 - 43

huidige (agrarische) bestemming zal in zijn geheel ter plaatse verdwijnen en worden omgezet in de bestemming wonen.

1.3 Vigerend(e) bestemmingsplan(nen) Het plangebied is gelegen binnen de beheersverordening Velddriel van de gemeente Maasdriel, vastgesteld op 20 april 2017. Naast dit plan zijn tevens van toepassing het paraplubestemmingsplan parkeren 2018 en de beheersverordening verkamering woningen 2020. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van de geldende beheersverordening, zoals ook in de inleidende paragraaf is aangegeven. De gronden zijn bestemd voor agrarisch (bedrijfsmatig) grondgebruik. Daarnaast zijn ook niet-agrarische nevenactiviteiten toegestaan. In dit geval is het agrarische gebruik nihil. Het perceel betreft een grasveld/gazon. Onderstaande afbeelding geeft de verbeelding weer van de vigerende beheersverordening.

Het beoogde bouwplan is strijdig met het oude bestemmingsplan. In paragraaf 10.3.1 van de regels voor de bestemming agrarisch is echter weergegeven dat Burgemeester en Wethouders bevoegd zijn om onder voorwaarden de bestemming te wijzigen naar wonen, zodat de bouw van de een woning mogelijk is. Maar het plan betreft twee woningen binnen het wijzigingsgebied, zodat er geen gebruik gemaakt kan worden van de wijzigingsbevoegdheid. Om die reden is het nodig een partiële herziening van het bestemmingsplan op te stellen. Paraplubestemmingsplan Parkeren 2018 Op 6 juni 2018 is voor het gehele grondgebied van de gemeente Maasdriel een partiële herziening met de naam 'paraplubestemmingsplan parkeren 2018' vastgesteld. In het 'paraplubestemmingsplan parkeren 2018' is bepaald dat een omgevingsvergunning voor bouwen of veranderen van functie slechts wordt verleend als vaststaat dat voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de beleidsregels van het 'Nota Parkeernormen 2020' wordt gerealiseerd. Parapluherziening verkamering woningen 2020 Op 8 oktober 2020 zijn voor alle bebouwde kommen binnen de gemeente Maasdriel een partiële herziening met de

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

5 - 43

naam 'Parapluherziening verkamering woningen 2020' vastgesteld. In het 'Parapluherziening verkamering woningen 2020' is bepaald dat het gebruiken van woningen ten behoeve van huisvesting van meer dan een huishouden strijdig is met het bestemmingsplan. Op deze wijze wordt verkamering niet bij recht mogelijk.

1.4 Leeswijzer toelichting In deze toelichting wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied. Daarbij komen zowel de ruimtelijke als functionele opbouw aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het aanwezige beleidskader behandeld. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de sectorale aspecten en volgen de randvoorwaarden die voortkomen uit planologische- en milieuaspecten. In hoofdstuk 5 wordt ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan behandeld.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

6 - 43

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Beschrijving huidige situatie plangebied De locatie betreft het perceel gelegen aan de oostzijde van Provincialeweg 76 te Velddriel. Op het huidige perceel is één vrijstaande woning aanwezig met daarnaast een kleine weide voor hobbymatig gebruik. De ontsluiting van het woonperceel bevindt zich aan de westzijde grenzend van het perceel uitkomend op de Kromakkerweg. De weide heeft ontsluiting op zowel de Provincialeweg als de Kromakkerweg. Op navolgende foto's is de huidige situatie in het plangebied te zien vanaf de straat.

Foto vanuit zuidelijke richting (Provincialeweg)

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

7 - 43

Foto vanuit noordelijke richting (Kromakkerweg)

2.2 Toekomstige situatie plangebied De ontwikkeling omvat het oprichten van twee vrijstaande woningen. Het onderhavige bestemmingsplan biedt ruimte voor twee vrijstaande woningenen met erf binnen het plangebied. De vrijstaande woningen zijn gelegen op een perceel van circa 2151 m2 met daarbinnen twee bouwvlakkan van elk 140 m2. De bouwmogelijkheden binnen de bouwkavel sluiten aan op de geldende regels uit de beheersverordening.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

8 - 43

De beide percelen krijgen een frontbreedte van circa 26m. De bouwvlakken worden dusdanig gepositioneerd dat deze ruim 8m afstand behouden ten opzichte van de zijdelingse perceelgrenzen. Hierdoor gaan de nieuwe woningen een fraaie aanvulling vormen op het bebouwingslint zonder dat er sprake is van een forse verdichting. Dit gelijk aan bijvoorbeeld de woningen meer aan de oostzijde te weten Provincialeweg 66, 68 en 70. Met de bouwregels zoals de goot- en nokhoogte wordt aansluiting gezocht bij de bestaande ruimtelijke regels. De nieuwe woningen worden aan de achterzijde ontsloten op de Kromakkerweg met een uitrit die met een breedte tussen 3 en 4,5m voldoet aan de beleidsregel uitwegen 2019 (of diens rechtsopvolger). Zie onderstaande indicatieve schets.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

9 - 43

Situatie nieuw (indicatief) Aan de zijde van de Provincialeweg worden de tuinen ingericht als voortuin. Hier wordt ook de waterberging gerealiseerd in aansluiting op de bestaande watergang. De uitweg aan de Provincialeweg komt te vervallen.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

10 - 43

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk komen alle relevante nationale, provinciale en gemeentelijke beleidsdocumenten aan de orde. Per beleidsdocument worden de relevante aspecten behandeld.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050, brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil sturen op en richting geven aan nationale belangen. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Bij kleinschalige ontwikkelingen op lokaal niveau dient rekening gehouden te worden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan is een kleinschalig initiatief passend binnen de nationale omgevingsvisie NOVI. Betekenis voor het project Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een NOVI-gebied. Uit hoofdstuk 4 blijkt dat de genoemde milieuaspecten geen belemmering vormen voor het planvoornemen. Verder is het plan niet in strijd met de NOVI.

3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. Op 30 december 2011 (wijziging 1 oktober 2012) is het Barro in werking getreden. In de Structuurvisie is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: 1. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

11 - 43

3.

staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben op zichzelf geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen worden daarom geborgd in de Amvb Ruimte. Deze Amvb wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In het Barro zijn verschillende bepalingen opgenomen, o.a. ten aanzien van Rijksvaarwegen, hoofdwegen en - spoorwegen. Er zijn geen bepalingen die direct betrekking hebben op het plangebied. 3.1.2.1 Conclusie De onderhavige ontwikkeling betreft de toevoeging van twee woningen in de kern Velddriel, gemeente Maasdriel. De ontwikkeling is als kleinschalig aan te merken. Het plangebied heeft geen directe relatie met één van de thema's of bepalingen uit het Barro. Voor het plan zijn ten aanzien van dit beleidsonderdeel dus geen knelpunten te verwachten.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), geactualiseerd in juni 2017. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de (bestaande) ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. De ladder duurzame verstedelijking is van toepassing bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op basis van artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro verstaan: "Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Ten aanzien van het vorenstaande wordt opgemerkt dat de Raad van State in diverse uitspraken richting heeft gegeven aan wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden verstaan. In het Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is aangegeven dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen niet worden gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. 3.1.3.1 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit een initiatief vanuit de markt ten behoeve van de vraag naar eengezinswoningen. Deze ontwikkeling wordt opgevangen in een bestaand stedelijk gebied en voegt slechts twee woningen toe binnen het bestaande bebouwingsgebied. Toetsing aan het woningbouwprogramma is niet nodig wanneer het plan klein van omvang is. Toetsing aan de ladder is in dit geval dan ook niet noodzakelijk.

3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gelderland en de bijbehorende Omgevingsverordening Gelderland. De Omgevingsvisie en -verordening, vastgesteld in 2014, worden tweemaal per jaar geactualiseerd.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

12 - 43

3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland Op 9 juli 2014 is de huidige Omgevingsvisie Gelderland door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. In de Omgevingsvisie 'Gelderland anders' zijn doelen benoemd met betrekking tot de versterking van de economische structuur en het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. In januari 2019 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie (inclusief de actualisaties) gepubliceerd. Naast de Omgevingsvisie is een Omgevingsverordening opgesteld, waarin de beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie zijn vertaald in concrete regels. In de Omgevingsvisie wordt niet langer strikt vastgelegd wat wel en wat niet mag, maar is ruimte voor initiatieven in een veranderende omgeving. De hoofdthema's zijn: Dynamisch: economische structuurversterking, duurzaamheid, innovatie, bereikbaarheid; Mooi: natuur, landschap, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit; Divers: regionale diversiteit, andere werkwijze. De Omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie Gelderland in de komende jaren wil omgaan met ontwikkelingen en initiatieven. In de Omgevingsvisie wordt een sterker accent gelegd op de stedelijke netwerken als economische kerngebieden van Gelderland. Zowel in de stedelijke gebieden als op het vitaal platteland ligt de focus voornamelijk op de kwaliteit van het bestaande.

De regionale afspraken over wonen en werken blijven het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. Bij nieuwbouw in het landelijk en stedelijk gebied is daarbij per geval een goede afweging van belang. De provincie wil en durft hierin te variëren: grote ontwikkelingen dienen in principe in of dichtbij stedelijke gebieden plaatsvinden, maar kleinschaligere ontwikkelingen zijn ook in het landelijk gebied mogelijk, mits de ontwikkeling iets toevoegt ('een plus is'). De Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik is een belangrijk hulpmiddel om tot een goede locatiekeuze te komen. Deze ladder is gebaseerd op de rijksladder voor duurzame verstedelijking en is een richtinggevend instrument om te komen tot goed gemotiveerde ruimtelijke keuzes. In de Omgevingsverordening, vastgesteld op 24 september 2014, is vastgelegd dat in de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt aangegeven dat er sprake is van een actuele behoefte waarin wordt voorzien. Vervolgens geldt de volgende voorkeursvolgorde: 1. opvang van de behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio door hergebruik van bestaande gebouwen, herstructurering of transformatie; 2. opvang van de behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio door nieuwbouw op beschikbare gronden; 3.

opvang van de behoefte in het landelijk gebied van de regio door hergebruik van bestaande gebouwen, herstructurering of transformatie; 4. opvang van de behoefte in het landelijk gebied van de regio op een locatie aansluitend aan het stedelijk gebied, die passend is of wordt ontsloten; 5. opvang van de behoefte in het landelijk gebied van de regio op een locatie die niet aansluit aan het stedelijk gebied, maar die passend is of wordt ontsloten. 3.2.1.1 Doorwerking planvoornemen Het initiatief sluit door nieuwbouw binnen bestaand bebouwd gebied uitstekend aan op de doelen van de Omgevingsvisie.

3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Een omgevingsverordening is een juridische vastlegging van de provinciale omgevingsvisie. In de Omgevingsverordening Gelderland van 16 oktober 2014, vastgesteld naar aanleiding van de omgevingsvisie, en geactualiseerd in december 2017, staan de regels die de provincie Gelderland stelt aan de bestemmingsplannen van gemeenten. In januari 2019 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening (inclusief de actualisaties) gepubliceerd. De regels in een omgevingsverordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied of delen daarvan. In de Omgevingsverordening Gelderland staan regels over onderwerpen die van provinciaal belang zijn: verstedelijking

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

13 - 43

wonen detailhandel recreatiewoningen en -parken glastuinbouw waterwingebied grondwaterbeschermingsgebied oppervlaktewater voor drinkwatervoorziening ecologische hoofdstructuur waardevol open gebied nationaal landschap. Al deze kwaliteiten wil de provincie behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken, zonder de leefbaarheid van het gebied aan te tasten. Alleen door een goed samenspel tussen grondgebruikers en overheden kan een duurzaam landgebruik en een aantrekkelijk landschap worden gerealiseerd. Sinds februari 2022 is artikel 2.65 lid b in de Omgevingsverordening opgenomen aangaande Klimaatadaptatie. Eerder stond dit als ambitie in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vraagt de provincie om een toelichting op de maatregelen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of beperken en de afweging die daarbij is gemaakt.Het gaat hierbij om risico’s als waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast zijn normen vastgesteld in de waterverordeningen.Ruimtelijke ontwikkelingen en weersextremen zijn hierop van grote invloed. Het is daarom van belangrijk dat het waterschap betrokken wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. 3.2.2.1 Doorwerking planvoornemen Voor het plangebied zijn geen specifieke waarden aangewezen.

In de Verordening zijn evenmin regels opgenomen voor woningbouwontwikkeling binnen bestaand bebouwd gebied. In dit kader is relevant het meest actuele woningbouwprogramma (2021-2030 (vastgesteld 10 december 2020). Ontwikkelingen van maximaal 5 woningen passen binnen de reservering voor particuliere initiatieven, kleine woningbouwplannen en herstructureringen en hiervoor kunnen direct de afspraken gemaakt worden om de benodigde ruimtelijke procedure op te starten.De realisatie van twee woningen past derhalve in het meest actuele woningbouwprogramma van gemeente Maasdriel en de regionale afspraken over regio totalen. Paragraaf 4.3.2.1 bevat een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt.

3.3 Gemeentelijk en regionaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Bommelerwaard In de omgevingsvisie Bommelerwaard hebben de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel beschreven hoe de Bommelerwaard er in de toekomst uitziet en hoe ervoor gezorgd wordt dat de Bommelerwaard nu en in de toekomst een aantrekkelijke omgeving blijft om in te wonen, werken, winkelen en recreëren.De Omgevingsvisie Bommelerwaard is op donderdag 13 oktober 2022 vastgesteld door de raad van Maasdriel en op donderdag 20 oktober in Zaltbommel. De omgevingsvisie gaat over een groot aantal onderwerpen, onder te verdelen in de volgende kernthema's: Klimaat, duurzaamheid en landschap Landbouw, economie, toerisme en cultuurhistorie Milieu, gezondheid en leefbaarheid Wonen, welzijn en voorzieningen Het plangebied is zowel op de waardenkaart als de visiekaart aangeduid als 'stad/ dorp'.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

14 - 43

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

15 - 43

De gebiedsgerichte opgaven hiervoor zijn: Voldoende woningenen realiseren voor alle doelgroepen. Meer woningen voor specifieke doelgroepen, ouderen, jongeren, kwetsbare inwoners. Verduurzaming van de woningenvoorraad en van de mobiliteit. Goede verdeling van voorzieningen over de kernen. Inzetten op een groene, klimaatadaptieve openbare ruimte met ruimte voor sport, spel en ontmoeting. Inzetten op leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en ondernemen. Verplaatsing hinderlijke bedrijven uit kernen naar bedrijventerreinen. Ruimte voor verduurzaming van erfgoed, op een manier die past bij het beschermde stads- en dorpsgezicht. Samenwerking en promotie van alle (cultuurhistorisch) waardevolle elementen en structuren. 3.3.1.1 Doorwerking planvoornemen Het initiatief past binnen het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in de omgevingsvisie. De ontwikkeling maakt nieuwbouw mogelijk.

3.3.2 Regionale woonagenda 2020-2030 Vanaf 2015 wordt binnen de provincie Gelderland gewerkt met een regionale woonagenda, waarin de verschillende doelstellingen met betrekking tot de woningenvoorraad staan beschreven. In de woonagenda worden onder andere de volgende thema's behandeld: betaalbaarheid, statushouders, wonen en zorg en huisvesting buitenlandse arbeidskrachten. Hiervoor is in 2015 een Regionaal Woningbehoeftenonderzoek Regio Rivierenland uitgevoerd met een daaraan gekoppelde doorvertaling naar de kernen. In de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 is aangegeven dat in de regio Rivierenland een toevoeging van minimaal 7900 en maximaal 12550 woningen nodig zijn in de periode 2020-2030. Voor de gemeente Maasdriel is de woningbouwopgave in deze periode minmaal 700 en maximaal 1250 woningen. De gemeenten van de regio Rivierenland hebben zich vervolgens ingespannen om gezamenlijk een regionaal woningbouwprogramma op te stellen. Dit vormt de kwantitatieve uitwerking van de opgestelde woonagenda's. Hierbij zijn alle projecten geïnventariseerd en getoetst aan de kwalitatieve afspraken uit de woonagenda's. Het regionaal woningbouwprogramma wordt hierna behandeld.

3.3.3 Woningbouwprogramma 2021-2030 Met het woningbouwprogramma 2021-2030, d.d. 10 december 2020, dat voorziet in de realisatie van 988 woningen, kan voor een substantieel deel voldaan worden aan de geprognotiseerde woningenbehoefte voor de komende tien jaar. De geprognotiseerde woningenbehoefte, de bandbreedte van 700 tot 1250 woningen, is vastgelegd in de Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 en vormt daarmee de onderbouwing voor de Ladder voor duurzame verstedelijking. Naast de projecten in het programma is er nog beperkte ruimte om mee te werken aan verzoeken voor woningbouw. Er is een maximum verbonden aan het aantal woningen waaraan medewerking verleend kan worden. Het gaat om 'diverse particulier' (tot max. 5 woningen) en dit zijn er in totaal maximaal 150 tot het jaar 2030. Ontwikkelingen van maximaal 5 woningen passen binnen de reservering voor particuliere initiatieven, kleine woningbouwplannen en herstructureringen en hiervoor kunnen direct de afspraken gemaakt worden om de benodigde ruimtelijke procedure op te starten. Dit bestemmingsplan voorziet in een planologische wijziging ten opzichte van het geldend bestemmingsplan waarbij 2 woningen worden mogelijk gemaakt. De realisatie van het plan is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijke woningbouwprogramma.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

16 - 43

3.3.4 Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 De resultaten van het woningbehoefteonderzoek 2018 zijn verwerkt in de "Woonvisie Bommelerwaard". In deze visie trekken de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel waar mogelijk gezamenlijk op en stemmen de woonbehoeften op elkaar af. De centrale thema's van de woonvisie zijn: Snel voldoende woningen meer variatie duurzame woningvoorraad wonen en zorg leefbaarheid In de woonvisie hebben de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel de intentie uitgesproken om de woningenbouwplannen af te stemmen op de concrete behoefte van de burger. De gemeente Maasdriel heeft de ambitie om de systematiek van woningbouwprogrammering samen met de regio Rivierenland en de provincie Gelderland verder te ontwikkelen volgens de principes van het adaptief programmeren. Het programma wordt in eerste instantie als uitgangspunt gehanteerd bij toetsing van nieuwe initiatieven van meer dan 10 woningen. 3.3.4.1 Doorwerking planvoornemen Het plan tot realisatie van 2 woningen draagt bij aan de doelstelling om te voorzien in de lokale woonbehoefte.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

17 - 43

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

18 - 43

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

4.1 Milieu 4.1.1 Geurhinder 4.1.1.1 Wettelijk kader De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning. In de Wet geurhinder en veehouderij zijn in artikel 3 grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object. Deze grenswaarden worden weergegeven in odour units per kubieke meter (ouE/m³). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de ligging binnen of buiten concentratiegebieden en de bebouwde kom. Verder worden eisen gesteld aan de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object in de Wet geurhinder en veehouderij. Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wet geurhinder en veehouderij afwijken, binnen bepaalde grenzen (artikel 6 van de wet). Op 16 december 2010 heeft de gemeenteraad van Maasdriel een gebiedsvisie en vervolgens de geurverordening vastgesteld, zoals bedoeld in de Wgv. De verordening is op 3 maart 2011 in werking getreden. In onderstaande tabel zijn de vaste afstanden opgenomen.

geurgevoelig object van andere of (voormalige) veehouderij (art. 3 lid 2, Wgv) veehouderij met een diercategorie waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissiefactor is vastgesteld (art. 4 lid 1, Wgv) buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object (art. 5 lid 1, Wgv)

minimale afstand tot veehouderij [m] geurgevoelig object geurgevoelig object binnen buiten bebouwde kom bebouwde kom 100 50 100*

50

50

25

*In afwijking van de waarden (afstanden), genoemd in artikel 4, eerste lid onder a Wet geurhinder en veehouderij gelden: voor een geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom: 50 meter voor een geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom: 25 meter. De afstanden worden gemeten tussen het meest nabijgelegen emissiepunt voor veehouderijen met een diercategorie waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissiefactor is vastgesteld en de gevels van de omliggende geurgevoelige objecten. De maximaal toegestane geurbelasting ten gevolge van een veehouderij waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld ter plaatse van geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging van het geurgevoelig object in een concentratie gebied of een niet-concentratie gebied. Op basis van artikel 3 en 6 van de Wet geurhinder en veehouderij gelden de in de volgende tabel weergegeven wettelijke waarden (norm) voor de geurbelasting en bijbehorende bandbreedtes voor een gemeentelijke verordening. binnen bebouwde kom Geurbelasting [ouE/m3] min norm max concentratiegebied 0,1 3 14 2 niet-concentratiegebied 0,1 8

buiten bebouwde kom min norm 3 14 2 8

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

max 35 20

19 - 43

Indien de berekende geurbelasting lager is dan de van toepassing zijnde norm, staat dit de realisatie van een nieuw geurgevoelig object niet in de weg. De gemeente Maasdriel is conform bijlage 1 van de Meststoffenwet gelegen buiten een concentratiegebied. Voor niet-concentratiegebieden geldt als standaard norm 2 OU/m3 voor locaties binnen de bebouwde kom en 8 OU/m3 voor locaties buiten de bebouwde kom. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom, waardoor conform artikel 3, lid 1b van de Wgv een geurbelasting van 2 odour units (ouE/m³) op een gevoelig object is toegestaan. 4.1.1.2 Onderzoek Om aan te tonen dat er in het plangebied wat betreft het aspect geur sprake is van een aanvaardbaar woonklimaat, wordt gekeken naar agrarische bedrijven in de omgeving. In de (directe) omgeving van het plangebied bevinden zich echter geen veehouderijbedrijven. Aan de vaste afstanden kan ruimschoots worden voldaan. Daarnaast is het plangebied in de kern Velddriel gelegen. Omliggende woningenen zijn maatgevend; de nieuwe woning zal agrarische bedrijven niet belemmeren. Vanuit Velddriel zijn geen meldingen bekend ten aanzien van geurhinder als gevolg van de achtergrondbelasting. Gezien het ontbreken van klachten ten aanzien van geurhinder mag verwacht worden dat ook de achtergrondbelasting geen problemen oplevert t.a.v. het woon- en leefklimaat.

Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur. 4.1.1.3 Conclusie Aan de vaste afstanden kan ruimschoots worden voldaan. Gesteld kan worden dat ten aanzien van de bewoning van de nieuwe woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Het aspect geur vormt geen belemmering.

4.1.2 Geluid wegverkeer 4.1.2.1 Wettelijk kader Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient, in verband met de relatie tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh), inzicht te worden geboden in de relevante geluidsaspecten. De Wgh stelt eisen aan de maximaal toegestane geluidsbelasting ten gevolge van de aanleg van een nieuwe weg en de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis. Voor geluidgevoelige functies zoals woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer en 55 dB voor spoorwegverkeer. In de Wet geluidhinder (artikel 74 lid 1) is bepaald dat elke weg van rechtswege een geluidszone heeft. Uitgezonderd zijn wegen die zijn gelegen in een 30 km/uur-zone of in een woonerf. De breedte van de geluidszones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van een weg. Zodra binnen deze geluidszones nieuwe geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd dan wel aanpassing van wegen moet plaatsvinden, is akoestisch onderzoek vereist op grond van de Wet geluidhinder.

Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. Bij hogere grenswaarden dan de voorkeursgrenswaarde dan wel bij eerder vastgestelde hogere grenswaarden, maar niet hoger dan de maximaal toelaatbare hogere grenswaarde, zal een nieuw ontheffingsbesluit in het kader van de toepassing van de Wet geluidhinder moeten worden genomen (De voorkeursgrenswaarde voor geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt in de meeste gevallen 48 dB (Lden). De maximaal toegestane geluidsbelasting bedraagt 68 dB (Lden), afhankelijk van de situatie). Een ontheffingsbesluit kan worden genomen indien aan nadere randvoorwaarden van het gemeentelijke geluidhinderbeleid wordt voldaan. De Wet geluidhinder is echter niet het enige instrument voor het ordenen van de omgevingskwaliteit. Inmiddels leert vaste jurisprudentie dat binnen zoneloze wegen (30 km/h-wegen) en buiten geluidzones (bv. onvoldoende of niet afgeschermde rijkswegen) op grond van de Wro in het kader van goede ruimtelijke ordening geluidonderzoeken toch noodzakelijk kunnen zijn en, vooral bij al aanwezige hoge geluidsbelastingen, afwegingen moeten worden gemaakt met

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

20 - 43

betrekking tot het eventueel treffen van maatregelen. 4.1.2.2 Onderzoek Er is sprake van het toevoegen van een geluidsgevoelig objecten (woning) in de zin van de Wet geluidhinder in de zone rondom een 50 km/ uur weg. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek is noodzakelijk. Aeres Milieu heeft dit uitgevoerd en de rapportage is opgenomen in Bijlage 1. De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Provincialeweg is maximaal 58 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). - Bij de gemeente Maasdriel kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. - In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het nieuwbouwproject wordt op een lege kavel tussen bestaande woningen. - Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee worden niet teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen worden geraamd op € 80.000,- (200 m * 8m * € 50,-) en stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard. - Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen.

Echter heeft de gemeente Maasdriel geen geluidbeleid en wordt de richtlijnen van het Wet geluidhinder gevolgd. - Conform Bouwbesluit worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (zonder aftrek artikel 110g Wgh) en 33 dB. Voor het aspect wegverkeerslawaai is sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.1.2.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.1.3 Bodem 4.1.3.1 Wettelijk kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek en eventueel aangevuld met een bodemonderzoek bepaald. Als uit historisch onderzoek blijkt dat binnen de nieuwe bestemmingen sprake is geweest van een activiteit met een verhoogd risico op verontreiniging, dan is een volledig verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) staat dat een omgevingsvergunning, voor het bouwen op een vermoeden van ernstig verontreinigde grond, pas in werking treedt nadat: er is vastgesteld dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan; er een melding is gedaan van een voornemen tot saneren. Wet bodembescherming Als er sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan gelden de regels van de Wet Bodembescherming (Wbb). In de Wbb is een saneringsdoelstelling bepaald (het saneren naar de functie) en een saneringscriterium (wanneer moet er gesaneerd worden (bij zogenaamde “spoed- of risicolocaties”)). Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

21 - 43

gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe bouwprojecten, zoals woningen en wegen. Daarnaast worden de kwaliteit en de integriteit van belangrijke intermediairs bij bodemactiviteiten beter geborgd. In het besluit staan ook regels met betrekking tot het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie. 4.1.3.2 Onderzoek Amitec heeft opdracht gekregen voor het uitvoeren van een bodemonderzoek binnen het plangebied (zie Bijlage 2). Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond lokaal een achtergrondwaarde-overschrijding voor de parameter cadmium is aangetroffen. In de ondergrond zijn geen overschrijdingen van de geanalyseerde parameters aangetroffen. In het grondwater is een streefwaarde-overschrijding voor de parameter barium aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden welke de verhoogde waarde van cadmium in de bovengrond en barium in het grondwater kunnen verklaren. Formeel gezien kan de bodem van de onderzoekslocatie niet als multifunctioneel worden beschouwd.De gemeten concentraties zijn echter van dien aard dat er, volgens de Wet bodembescherming, geen nader bodemonderzoek noodzakelijk is. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (bouw woningen).

4.1.3.3 Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.

4.1.4 Externe veiligheid 4.1.4.1 Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb).

Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. 4.1.4.2 Onderzoek Binnen de bestemming "Wonen" van het plangebied worden geen risicovolle activiteiten, zoals Bevi-activiteiten, beoogd. De vestiging van een Bevi-inrichting binnen het plangebied is daarmee niet aannemelijk/uitgesloten. Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen.Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid niet relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt tenslotte dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen.

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

22 - 43

4.1.4.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid is niet relevant. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid.

4.1.5 Bedrijven en milieuzonering 4.1.5.1 Wettelijk kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering betekent het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering In de brochure Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten.

In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving. 4.1.5.2 Onderzoek Omgevingstype In de VNG-uitgave wordt aangegeven dat een gemengd gebied een gebied is met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De directe omgeving van het plangebied kan worden beschouwd als een rustige woonwijk, zoals bedoeld in de VNG-brochure. Categorie bedrijvigheid In de omgeving van het plangebied zijn enkele bedrijven aanwezig, waaronder een agrarisch bedrijf aan Provincialeweg 72-74 (champignonkwekerij) en een niet-agrarisch bedrijf aan de Provincialeweg 73 (diverse B.V.'s). De toegelaten functies aan Provincialeweg 73 zijn maximaal milieucategorie 2 waarvoor een richtafstand van 30 meter

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

23 - 43

geldt. De afstand tussen de Provincialeweg 73 en het plangebied is 35 meter (gemeten tussen de perceelsgrenzen) zodat dit bedrijf verder niet worden beschouwd. Aan de oostzijde is op een perceel met bestemming "agrarische bedrijven" een champignonkwekerij gevestigd. Aan de bijbehorende richtafstand van 30 meter voor geur en geluid wordt niet voldaan. De champignonkwekerij is in het gebouw gehuisvest, ten oosten van de woningen Provincialeweg 72-74. De geluidhinder hangt met name samen met het transport van en naar de kwekerij. De afstand tot de oprit is groter dan 30 meter.

De emissiepunten liggen op ruim 60 meter van de dichtstbijzijnde nieuwe woning. Aangezien de emissiepunten van de relevante geurbronnen en de oprit op meer dan 30 meter liggen kan op voorhand worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De champignonkwekerij wordt niet in haar belangen geschaad. 4.1.5.3 Conclusie De realisatie van de nieuwe woningen zal de ontwikkelingsmogelijkheden van in de omgeving van het plangebied gelegen bedrijven niet belemmeren. Omdat aan de richtafstanden ten opzichte van de bestaande geur- en geluidbronnen kan worden voldaan kan tevens gesteld worden dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.1.6 Luchtkwaliteit 4.1.6.1 Wettelijk kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 vastgesteld op 11 juni 2011 voor PM10 en 1 januari 2015 voor NO2. Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit.

Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toeneemt dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als tenminste aan een van de volgende

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

24 - 43

voorwaarden is voldaan: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. 4.1.6.2 Onderzoek Beoordeling luchtkwaliteit In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)' (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie tot maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In voorliggend bestemmingsplan wordt uitgegaan van de realisatie van 2 nieuwe woningen.

Dit betekent dat de voorgenomen ontwikkeling in het bestemmingsplan 'Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76' is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daardoor is toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 (zeer fijnstof) van het plangebied inzichtelijk gemaakt. Deze concentraties zijn afkomstig uit de Atlas Leefomgeving Luchtkwaliteit. De concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het plangebied betreffen respectievelijk: 15,3 µg/m3, 16,3 µg/m3 en 9,3 µg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2, PM10 (beide 40 µg/m3) en PM2,5 (25 µg/m3) wordt hiermee dus niet overschreden.

4.1.6.3 Conclusie De voorgestane ontwikkeling is aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet nodig. Daarnaast zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening ter plaatse van het plan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 bepaald. Deze waarden zijn veel lager dan de gestelde grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Een overschrijding van de grenswaarden is dan ook niet te verwachten. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de voorgenomen

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

25 - 43

ontwikkelingen in dit bestemmingsplan (artikel 5.16, lid 1 aanhef en onder c Wm).

4.1.7 Spuitzone boomgaarden 4.1.7.1 Wettelijk kader Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld, zoals fruitbomen, en nabij gelegen woningen1 . In de ruimtelijke ordeningspraktijk bestaat een vuistregel om een afstand van 50 meter aan te houden. Het is een afstand die door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State algemeen wordt toegepast en geaccepteerd wordt tussen percelen met open teelten en woningen2 . Bij deze afstand wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van omwonenden. De woningen zijn het spuitzone gevoelige object. Hetgeen door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is daarbij bepalend. Bij het beoordelen van de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermende middelen wordt gekeken naar de gezondheid van mensen en de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het is redelijk daarbij uit te gaan van de woningen en niet van de tuin. 4.1.7.2 Toetsing en conclusie Er liggen geen agrarische percelen in de omgeving van het plangebied. Dit betekent dat de nieuwe woning niet binnen een (potentiele) spuitzone ligt. Er is dus geen locatie specifiek onderzoek naar spuitzones nodig, evenmin dienen er maatregelen getroffen te worden.

4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.2.1 Archeologie 4.2.1.1 Wettelijk kader De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is geregeld in het Europese Verdrag van Valetta (Malta). In 1992 ondertekenden twintig Europese staten, waaronder Nederland, dit verdrag. De belangrijkste uitgangspunten van het verdrag zijn: archeologische waarden dienen zoveel mogelijk (in situ) in de bodem bewaard te blijven en beheermaatregelen dienen genomen te worden om dit te bewerkstelligen; vroeg in de ruimtelijke ordening dient al rekening gehouden te worden met archeologie; bodemverstoorders betalen het archeologisch (voor)onderzoek en mogelijke opgravingen wanneer behoud in situ niet mogelijk is. Het verdrag werd in 1998 door een goedkeuringswet bekrachtigd en op 1 september 2007 in de Wet op de archeologische monumentenzorg vertaald in nieuwe wetgeving. De wet regelt in aansluiting op het Europese verdrag de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, onder andere door inpassing van de belangen van archeologie in de ruimtelijke ordening. Erfgoedwet De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'.

Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

26 - 43

in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Omgevingswet Na inwerkingtreding van de Omgevingswet vervangt het omgevingsplan het bestemmingsplan en de gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. Tot eind 2029 (of tot de datum waarop de gemeente overgaat naar het definitieve omgevingsplan) bundelt het tijdelijke omgevingsplan de regels die nu zijn opgenomen in het bestemmingsplan, de welstandsnota en een aantal regels over archeologie in de lokale erfgoed- of monumentenverordening. Regels uit de gemeentelijke erfgoed- of monumentenverordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in 2029 opgenomen zijn in het omgevingsplan. 4.2.1.2 Onderzoek Op de archeologische beleidskaart staan zones aangegeven waarvoor verschillende vrijstellingsgrenzen gelden. Daarvoor zijn negen categorieën archeologische waarden onderscheiden: Waarde-Archeologie 1 t/m 8 en geen Waarde- Archeologie. In de tabel is te zien welke vrijstelling per archeologische waarde geldt. De vrijstellingsgrenzen zijn uitgedrukt in een oppervlakte en een diepte. De onderzoeksplicht geldt wanneer zowel de diepte- als ook de oppervlaktemaat door bodemingrepen wordt overschreden. Ter plaatse geldt de categorie Waarde-Archeologie 3. Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm beneden maaiveld en groter dan 500 m² is een archeologisch onderzoek verplicht.

Er is archeologisch onderzoek (zie Bijlage 3) en vervolgens proefsleuvenonderzoek door Bilan uitgevoerd (zie Bijlage 4). In het plangebied werd, voornamelijk geconcentreerd in het zuidelijke centrale deel, een groot aantal sporen aangetroffen. Het betrof grachten, een greppel, (paal)kuilen, twee mogelijke insteken van waterputten en/of grachten en natuurlijke fenomenen. De aard en dichtheid van de sporen in het opgravingsvlak laat toe hen te interpreteren als nederzettingssporen, afkomstig van bewoning in het plangebied en de directe omgeving daarvan. In het plangebied werden evenwel nergens met zekerheid structuren herkend. Evenwel valt, gezien de beperkte oppervlakte van de onderzochte zone, niet uit te sluiten dat sporen deel uitmaken van structuren (zoals gebouwplattegronden) die momenteel nog in de rest van het plangebied verborgen zijn. Het nederzettingsterrein werd omgeven door een gracht. De vindplaats kan enkel in situ bewaard worden indien de ontgravingen niet verder reiken dan 2,75 + NAP. Om enerzijds de vindplaats maximaal in situ te bewaren en anderzijds de nieuwbouw mogelijk te maken wordt geadviseerd

(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01

27 - 43

om een fundering te leggen op heipalen op maximaal 2,75 + NAP diep. Bij gebruik van heipalen met een diameter van 30 cm zal de vindplaats slechts 0,07065 m² per heipaal verstoord worden. Omdat de vindplaats als behoudenswaardig wordt gewaardeerd en de geplande ingrepen de vindplaats zullen verstoren, mogen geen bodemverstorende activiteiten uitgevoerd worden voorafgaand aan het selectiebesluit van het bevoegd gezag. 4.2.1.3 Conclusie De woningen worden op palen te gebouwd. Daarmee kan de archeologische vondst op grotere diepte onverstoord blijven. Ook zal het terrein worden opgehoogd tot zo'n 3.75 tot 4m +NAP waarmee er voldoende ruimte is tot de maximale ontgravingsdiepte van 2.75+NAP.

4.2.2 Cultuurhistorie 4.2.2.1 Wettelijk kader Modernisering Monumentenzorg (2009) De modernisering van de monumentenzorg (MOMO) heeft erin geresulteerd dat per 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening is aangepast. Met deze aanpassing is cultureel erfgoed ingebed in de ruimtelijke ordening. Het is verplicht om in bestemmingsplannen aandacht te geven aan cultuurhistorie en de effecten van het initiatief op cultuurhistorische waarden die in het plangebied voorkomen. Daar waar nodig dient de bescherming van deze waarden ook te worden vastgelegd in de regels en verbeelding bij het bestemmingsplan. Erfgoedwet (2016) De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgelegd in de Erfgoedwet. Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. 4.2.2.2 Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling betreft de nieuwbouw van twee woningen. Er is in de omgeving van het plangebied geen sprake van panden met een monumentale status. Er is ook geen sprake van een cultuurhistorische waarde op grond van de cultuurhistorische waardenkaart Gelderland.

Evenmin is het plangebied aangeduid als beschermd dorpsgezicht of nabij gelegen een beschermd dorpsgezicht. Er is geen sprake van een kenmerkende stedenbouwkundige structuur of verkaveling. De nieuwbouw heeft geen gevolgen voor de historisch-geografische structuur. 4.2.2.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3 Water 4.3.1 Wettelijk kader Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en is opgesteld voor de planperiode 2016 - 2021. Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op de korte en de lange termijn. Om een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem te bereiken moet het water meer bepalend zijn bij de besluitvorming over grote ruimtelijke opgaven dan voorheen. De mate van bepalendheid wordt afhankelijk gesteld van, onder meer, de omvang en de aard van de ingrepen, bestaande

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13908950/1