Toelichting BP P
Tekst van het document
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
28 - 43
functies, nieuwe andere ruimteclaims en de bodemgesteldheid van een gebied. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het Nationaal Waterplan is gedetailleerder dan de SVIR en blijft als uitwerking van de SVIR bestaan. Specifiek gaat het over de gebieden die deel uitmaken van de ruimtelijke hoofdstructuur, het IJsselmeer, de Noordzee en de rivieren. Ook de bescherming van vitale functies en kwetsbare objecten is een onderwerp van nationaal belang. Hiervoor geldt het Barro. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen hebben een bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar.
Gemeenten hebben verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten.
In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort. Kaderrichtlijn water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een ‘goede ecologische toestand’ (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een ‘goed ecologisch potentieel’ (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Waterschapsbeleid Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom.
In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema’s: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit.
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
29 - 43
Water- en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 Vanuit de Wet Milieubeheer is het verplicht om een gemeentelijk rioleringsplan te hebben. Sinds 2012 stellen gemeente Maasdriel en gemeente Zaltbommel een water- en rioleringsplan op. Het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 met bijbehorend uitvoeringsprogramma en kostendekkingsplan is op 19 mei 2022 vastgesteld. Bij (her)ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de waterhuishoudkundige situatie moeten zowel de gemeente Maasdriel als het waterschap Rivierenland hun goedkeuring geven op de plannen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk dat het watertoetsproces met de gemeente alsmede het waterschap doorlopen wordt. Indien wenselijk dan kan op wens en op initiatief van de initiatiefnemer een gezamenlijk proces doorlopen worden. In afwijking met het waterschapsbeleid, komt het gemeentelijk beleid erop neer dat voor een T=10+10% situatie water geborgen dient te worden over 100% van het verhard oppervlak, voordat het geloosd wordt op het oppervlaktewater. Om voldoende droge voeten te houden zijn er normen gesteld aan de minimale ontwatering en drooglegging. De volgende ontwateringseisen worden gesteld bij nieuwbouw: - woningen met kruipruimte 1 m; - woningen zonder kruipruimte 0,30 m; - tuinen en groenvoorzieningen 0,5m Keur en beleidsregels Het Waterschap Rivierenland heeft als regelgeving haar verordening “de Keur”.
Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. In de verordening “de Keur” is geregeld dat langs A- en B-waterlopen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. Dit houdt in dat binnen de beschermingszone van een A- of B-waterloop niet zonder toestemming van het Waterschap Rivierenland werkzaamheden mogen plaatsvinden die schade kunnen aanbrengen aan de watergang. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de Keur. Het onderhoud en de toestand van de waterlopen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
4.3.2 Onderzoek 4.3.2.1 Huidige situatie Oppervlaktewater Het plangebied is momenteel in gebruik als dierenweide. Er zijn geen waterkeringen in de directe omgeving aanwezig. Het plangebied bevindt zich in het stedelijk gebied. Binnen het plangebied zijn een a-watergang en een c-watergang op de legger aangegeven.
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
30 - 43
Riolering en hemelwater In de omgeving van het plangebied komt een gemengd rioolsysteem voor. Een gemengd systeem voert zowel het afvalwater als het relatief schone regenwater via hetzelfde rioolstelsel af. Het systeem voert het afval- en regenwater uiteindelijk af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat hemelwater van het verhard oppervlak voor 100% gescheiden wordt afgevoerd. Het waterschap gaat bij nieuwbouw van woningen uit van een (duurzaam) gescheiden rioleringsstelsel. Uitgangspunt is dat hemelwater op eigen terrein wordt verwerkt. Hemelwater van terreinverhardingen stroomt bij voorkeur niet direct af op het oppervlaktewater, maar wordt eerst voorgezuiverd door een berm wadi of bodempassage. Grondwater De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in het plangebied ligt volgens de klimaatatlas op ongeveer 1,1 - 1,7m -mv. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) ligt op > 1,8m. -mv. Afgeleid van de meetwaarden uit peilbuis B45A0434 in de Oude Weistraat (GHG 1,044m -mv en GLG 1,933m -mv) is grondwaterstand hoger dan de klimaatatlas aangeeft. Conform LHM 4.1 wordt voor het plangebied uitgegaan van 1,1m -mv. Het plangebied ligt in het peilgebied BOM520. Het zomerpeil bedraagt en NAP 2,2 m. +NAP en het winterpeil 1,95m + NAP. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een grondwaterbeschermingsgebied of intrekgebied.
Klimaatadaptatie De Klimaateffectatlas geeft een eerste indruk van hoe kwetsbaar verschillende gebieden in Nederland zijn voor wateroverlast, droogte, hitte en overstroming. Volgens de atlas zijn de risico's op droogtestress klein, geen tekorten aan oppervlaktewater en er is weinig bodemdaling. Er is geen sprake van wateroverlast, zie hiervoor onderstaande figuur (1 in 100 jaar).
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
31 - 43
Hoogteligging Er is een hoogtebepaling gedaan op basis van een AHN van het plangebied. Deze maaiveldhoogten in het plangebied zijn weergegeven in onderstaande figuur. Op basis van de informatie uit het Actueel Hoogtebestand Nederland over het maaiveld blijkt dat de maaiveldhoogte ongeveer NAP 3,3 m.- 3,7 m NAP bedraagt.
De gemiddelde maaiveldhoogte bedraagt ter plaatse van het plangebied circa NAP +3,533 meter (bron LHM4.1 Maaiveld). 4.3.2.2 Watertoets Riolering Op het perceel ligt de huisaansluiting van nr. 74, die dwars over het perceel richting nr. 76 en uitkomt in het gemaal VD-36 aan de Provincialeweg-Kromakkerweg. Voor de aansluiting van de woningen op het gemaal dient een zakelijk recht te worden vastgelegd. De riolering van de nieuwe woningen dienen te worden aangesloten op het gemaal VD-36. Ten behoeve van de voorziene waterberging dient de persleiding omgelegd te worden door de initiatiefnemer, in overleg met de gemeente.
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
32 - 43
Grondwater Om voldoende droge voeten te houden zijn er normen gesteld aan de minimale ontwatering voor nieuwbouwlocaties. De GHG in het plangebied ligt ongeveer op 1,1 m -mv. Er geldt een ontwateringseis van 1 meter voor de twee woningen met kruipruimte of 30 cm voor twee woningen zonder kruipruimte. Met een GHG van 1,1 m + NAP betekent dit dat het maaiveld vanwege de ontwateringseis 2,2 m +NAP moet liggen om aan de ontwateringseis te voldoen. Er hoeft niet opgehoogd te worden om te kunnen voldoen aan de ontwateringseisen. Toch zal het terrein, in aansluiting op de omliggende percelen, opgehoogd worden tot circa 3,75 - 4,0 m +NAP. Hemelwater Het hemelwater dient op eigen terrein geborgen te worden. Als het daar niet verwerkt kan worden dan mag het vertraagd afgevoerd worden naar een watergang, mits de eigenaar van de watergang daar akkoord mee is. Het plan maakt de realisatie van twee woningen met bijgebouwen toe binnen deze bestaande bestemming Wonen. Voor de berekening van de toename van verhard oppervlak op perceelniveau wordt uitgegaan van de uitgangspunten in onderstaande figuur.
Situatie verharding nieuw De verhardingstoename kan berekend worden op 1280 m2. Doordat de toename van het verhard oppervlak groter is dan 500 m2, zijn op basis van het beleid van waterschap Rivierenland compenserende maatregelen verplicht. Voor berekening van de benodigde waterberging voor ruimtelijke ontwikkelingen is in principe de bui T=10+10% maatgevend. Daarbij geldt als vuistregel dat er 436 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. Deze vuistregel geldt alleen bij waterberging in open water. Voor watercompensatie in kunstmatige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld wadi’s of kratten, geldt als vuistregel dat er 664 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. De omvang van de compenserende waterberging moet derhalve minimaal 56 m3 bedragen en voldoen aan de volgende eisen: - De bodem van de voorziening dient minimaal 30 cm boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand te liggen; - De voorziening moet reinigbaar en inspecteerbaar zijn; - De afvoer uit de voorziening moet plaatsvinden via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater of hemelwater- of gemengde riolering. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; - Er moet altijd een overloopconstructie zijn.
Binnen het plangebied wordt 56 m3 compenserende waterberging aangelegd, die voldoet aan de eisen uit het Water- en
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
33 - 43
Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026. De mogelijkheden voor de compenserende waterberging zijn indicatief weergegeven in bovenstaande figuur: in een nieuwe b-watergang in de vorm van twee halve cirkels met een oppervlakte van 100 m2 (lengte van 16m en een breedte van 8m). 4.3.2.3 Wateroverleg Voor het plan is de digitale watertoets uitgevoerd op 30 januari 2023 via de website www.dewatertoets.nl. Uit de watertoets blijkt dat de korte watertoetsprocedure moet worden gevolgd. In deze fase van de planvorming (bestemmingsplan) kan volgens het waterschap worden volstaan met dit automatisch gegeneerd wateradvies. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Rivierenland. Het waterschap beoordeelt of het waterbelang voldoende gewaarborgd is.
4.4 Flora en Fauna 4.4.1 Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Op grond van deze wet zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Daarnaast regelt de Wet natuurbescherming ook de bescherming van planten- en dierensoorten. In deze wet zijn de EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn). Nationaal beschermde soorten vallen ook onder deze wet. De doelstelling is de bescherming en behoud van in het wild levende planten en dieren. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten zonder ontheffing verboden zijn. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen vooraf de effecten op Natura 2000-gebieden onderzocht te worden. Ook dient vooraf onderzocht te worden of en welke beschermde dier- en plantensoorten voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Hierover wordt ten aanzien van het plangebied ´Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76' het volgende gemeld.
4.4.2 Onderzoek 4.4.2.1 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park, Nationaal Landschap of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen een straal van 3 kilometer is wel het Natuurnetwerk Nederland (zie onderstaande figuur) gelegen. Het plangebied ligt daarnaast buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is 'Rijntakken', dit gebied ligt op circa 3,9 km afstand van het plangebied. Op een afstand van bijna 2 kilometer ligt het Gelders Natuurnetwerk en op een afstand van circa 2200 m ligt de Groene Ontwikkelingszone. Onderzoek naar de gebiedsbescherming laat zien dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn ten aanzien van Natura 2000 gebieden en NNN gebieden. Een Aerius berekening laat zien dat er geen negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden (zie bijlage 7 en 8).
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
34 - 43
4.4.2.2 Soortenbescherming Het bestemmingsplan is een besluit dat ingrepen mogelijk maakt en een aantasting van beschermde dier- of plantensoorten kan betekenen. Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. De ruimtelijke ingrepen vinden plaats in een verstedelijkt gebied op een terrein zonder bomen. Het terrein is in gebruik als gazon. Een bestaand dierenverblijf zal worden verwijderd. Op voorhand kan aantasting van beschermde dier- of plantensoorten niet worden uitgesloten. Hierom is onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 6). Het wordt niet mogelijk geacht dat er beschermde plantensoorten aanwezig zijn binnen het plangebied, ook zijn er geen houtopstanden aanwezig. Het onderzoek naar de zoogdieren laat zien dat er geen mogelijkheden zijn voor verblijfplaatsen voor vleermuizen.
Het plangebied kan foerageergebied bevatten en structuren die gebruikt worden ter oriëntatie. Echter zijn er geen essentiële omstandigheden aanwezig te zijn. De overige omgeving kent genoeg uitwijkmogelijkheden voor vleermuizen om te foerageren. Er worden geen marterachtige of andere beschermde zoogdieren verwacht binnen het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen van en vaste rust, of verblijfplaats van marterachtige. Gunstige ecologische omstandigheden voor overig beschermde diersoorten zijn niet aanwezig. De sloot aan de zuidkant is door de ecologische omstandigheden niet geschikt als voortplantingsgebied voor beschermde soorten vissen en amfibieën. De sloot ligt in agrarisch gebied en is beschoeid. Mogelijk komen er algemeen voorkomende soorten amfibieën en vissen voor in de sloot. De beoogde ontwikkelingen zijn van korte aard en de
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
35 - 43
watergang zal worden behouden. Dit sluit langdurig negatief effect uit voor de algemeen voorkomende soorten amfibieën en vissen. Wanneer er gewerkt wordt buiten de overwinteringsperiode van amfibieën wordt negatief effect verder verkleind. Werkzaamheden kunnen dan plaatsvinden binnen de periode half april tot half oktober. De aanwezigheid van reptielen wordt in het gebied niet mogelijk geacht. De aanwezigheid van beschermde soorten vlinders en libellen lijkt tevens niet mogelijk te zijn door het ontbreken van geschikte biotopen en waardplanten. Algemene soorten kunnen voorkomen binnen het gebied. Voor alle soorten geldt altijd dat de zorgplicht altijd van kracht is.
4.4.3 Conclusie De Wet Natuurbescherming vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.5 Verkeer en parkeren In deze paragraaf wordt nog ingegaan op de aspecten parkeren, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Dit bestemmingsplan maakt de functiewijziging van 'Agrarisch' naar 'Wonen' met bouwvlak mogelijk. Dit levert een andere parkeer- en verkeerssituatie op.
4.5.1 Onderzoek Dit bestemmingsplan maakt twee extra woningen mogelijk. Dit levert een andere parkeer- en verkeerssituatie op. 4.5.1.1 Verkeersbewegingen Het plan is beide woningen op de Kromakkerweg te laten aansluiten. Het plan is de twee woningen van een nieuwe inrit te voorzien. Deze moeten voldoen aan de beleidsregel uitwegen 2019 waarbij per woning 1 uitrit mag zijn en deze tussen de 3 en 4.5m breed is. De bestaande kavelontsluiting komt daarbij te vervallen. Het toevoegen van elke woning levert een ritgeneratie van circa 8 ritten per weekdag. De verwachting is dat deze zeer beperkte toename van verkeer niet tot problemen leidt. 4.5.1.2 Parkeren Met een paraplubestemmingsplan parkeren heeft de gemeente Maasdriel voor haar grondgebied haar parkeerbeleid juridisch-planologisch vastgelegd. Ten aanzien van parkeren zijn in de Nota Parkeernormen 2020 parkeernormen vastgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen. Iedere ontwikkeling moet voorzien in voldoende parkeerplaatsen en goede fietsvoorzieningen. Daarmee wordt in ieder geval de eigen parkeerbehoefte van de ontwikkeling opgevangen. Indien sprake is van nieuwbouw of wijziging van gebruik plaatsvindt, zal de parkeerbehoefte in de vorm van een aantal benodigde parkeerplaatsen in beeld worden gebracht. De parkeerbehoefte wordt berekend aan de hand van parkeernormen.
De parkeernormen zijn gekoppeld aan het type functie dat op de betreffende locatie wordt gerealiseerd. Het beleid en de opgenomen parkeernormen zijn grotendeels gebaseerd op de CROW-publicatie 182 uit 2008. Inmiddels heeft de CROW in 2012 publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' uitgebracht met daarin recentere kngetallen ten aanzien van bijvoorbeeld het aspect parkeren. De gemeente Maasdriel heeft met de Nota Parkeernormen 2020 aan de hand van deze recentere kengetallen haar beleid een update gegeven. In het paraplubestemmingsplan is hierin voorzien door het opnemen van een zogenoemde 'dynamische regeling'. Ten aanzien van het parkeren kan worden gesteld dat voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein kan worden gerealiseerd om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm van 3 parkeerplaatsen per woning. Minstens 2 van de 3 parkeerplaatsen dienen zonder belemmeringen vrij bereikbaar te zijn vanaf de weg. De parkeerplaatsen zullen minimaal 5 x 2,5 meter moeten bedragen. De parkeeropgave kan voor de woningenen op eigen terrein worden gerealiseerd en de parkeernorm is in de regels geborgd.
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
36 - 43
4.6 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is bepaald of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r.-(beoordelings)procedure moet worden doorlopen. Dat is het geval wanneer het een plan of besluit kaderstellend is voor m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteiten als genoemd in onderdeel C of D. Onderdeel D van het Besluit m.e.r. bevat grotendeels dezelfde activiteiten als onderdeel C. Voor activiteiten, die boven de drempelwaarden van onderdeel D, maar beneden die van onderdeel C vallen, geldt niet een directe m.e.r.-plicht, maar een m.e.r.-beoordelingsplicht. In deze m.e.r.-beoordelingsplicht moet het bevoegd gezag beoordelen of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Voor activiteiten die beneden de indicatieve drempelwaarden van onderdeel D vallen dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage inwerking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat vanaf 16 mei 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit is een extra stap in de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Het nut van deze notitie is dat al in een vroeg stadium beoordeeld wordt of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. De beslissing van het bevoegd gezag of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, vindt plaats op basis van deze notitie. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). De notitie moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Deze aanmeldnotitie is vormvrij, maar en aantal aspecten moet in de notitie aan bod komen: [1] kenmerken van het project, [2] plaats van het project, [3] kenmerken van de potentiële effecten. Onderstaande paragraaf wordt beschouwd als aanmeldnotitie. Kenmerken van het project De ontwikkeling is een activiteit van de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) omdat op de locatie Provincialeweg 76 op een agrarisch perceel een perceelsgedeelte wordt omgevormd naar twee bebouwde percelen met de bestemming Wonen. Een uitgebreide beschrijving van het project en de stedenbouwkundig opzet is opgenomen in hoofdstuk 2. Met de ontwikkeling neemt de bebouwde oppervlakte ter plaatse (beperkt) toe.
Plaats van het project Het plangebied ligt aan een bebouwingslint in de kern. Binnen het plangebied en in de omgeving hiervan, is geen sprake van Natura2000 gebieden of van gronden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk en hebben derhalve slechts een lokaal effect. Kenmerken van mogelijke effecten Relevante effecten voor de omgeving heeft het voorgenomen project niet. Ten aanzien van bodem, grondstoffen, geur, lucht, veiligheid en water heeft de voorgenomen activiteit geen effecten van betekenis voor de locatie en de omgeving. Ruimtelijke visuele effecten De voorgenomen activiteit heeft nauwelijks invloed op de ruimtelijk-visuele effecten voor het landschap binnen het plangebied en de nabije omgeving, omdat de activiteit de bouw van een woning betreft in bebouwde omgeving. Ten aanzien van het landschapsbeeld in groter verband geeft de voorgenomen activiteit geen spanning met landschapswaarden. Mobiliteit Het plangebied ligt aan de Provincialeweg. De bouw van twee nieuwe woningen na sanering van het dierenverblijf zal de huidige verkeersproductie af laten nemen. Daarnaast worden er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein toegevoegd.
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
37 - 43
(Grond)water Er wordt compenserende waterberging gerealiseerd omdat er sprake is van een toename van het verhard oppervlak door de ontwikkeling van de woningen. De ontwikkeling is positief gelet op het grondwaterbeschermingsgebied omdat de kans op het optreden van bodemverontreiniging afneemt. Effecten op beschermde flora en fauna Flora- en faunasoorten kunnen gevoelig zijn voor bepaalde milieu-invloeden zoals verzuring, vermesting, trilling, optische verstoring enzovoorts. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal en heeft geen effect op planten en dieren buiten het plangebied. De activiteit heeft geen effect op kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater, geen emissie van milieuverontreinigende stoffen, geen licht- en geluidsverontreiniging, verdrogend effect of anderszins een negatieve invloed. Conclusie Op basis hiervan, en op basis van de overige in dit hoofdstuk behandelde milieu- en omgevingsaspecten, kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
38 - 43
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
5.1 Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw daarvan planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Ook de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd, valt daaronder. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. 5.1.1 beoordeling.
5.1.1 Beoordeling Voor de realisatie van het plan hoeft door de gemeente geen investering gedaan te worden. De ontwikkelingskosten worden geheel door de initiatiefnemer gedragen. Op grond van artikel 6.2.1 Bro is er sprake van een 'aangewezen bouwplan'. Er is reden voor de gemeenteraad om een exploitatieplan vast te stellen of het verhaal van kosten van de grondexploitatie 'anderszins te verzekeren'. Initiatiefnemer voert voor eigen rekening en risico de bouwwerkzaamheden geheel op eigen terrein uit. Hiermee is sprake is van een financieel uitvoerbaar plan. Voor dit bestemmingsplan is afgezien van een exploitatieplan aangezien het kostenverhaal anderszins is verzekerd door het afsluiten van een anterieure overeenkomst. De gemeente heeft met de initiatiefnemer een planschade overeenkomst gesloten, waarin de verantwoordelijkheid voor eventuele planschadekosten is vastgelegd.
5.1.2 Conclusie De economische uitvoerbaarheid van het onderhavige plan is verzekerd.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Artikel 3.1.1 van het Bro bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan het College van Burgemeester en Wethouders overleg voert met betrokken instanties en overheden. In het kader van het vooroverleg wordt kennisgeving gedaan aan verschillende belanghebbende organisaties en overheden inzake de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. Voor het plan is de digitale watertoets doorlopen. Hierover is verslag gelegd in Bijlage 5. Zienswijzen Ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 14 december 2023 tot en met woensdag 24 januari 2024 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is zijn geen zienswijzen naar voren gebracht.
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
39 - 43
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
40 - 43
Hoofdstuk 6
Juridische planopzet
6.1 Bestemmingsplan Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie. Om inzicht te geven in de juridische opzet zijn hierna de systematiek en de opbouw van het bestemmingsplan toegelicht. Eerst wordt ingegaan op de verbeelding. Vervolgens wordt aangegeven op welke wijze de regels in algemene zin zijn opgebouwd en de bestemmingsartikelen in het bijzonder. Daarna wordt ingegaan op een aantal toetsingsaspecten. Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het plangebied. Dit bestemmingsplan sluit inhoudelijk aan bij moederplan 'Well en Wellseind' van de gemeente Maasdriel. Wel is er voor wat betreft de plansystematiek en een aantal begrippen een actualisatie doorgevoerd door aan te sluiten bij bestemmingsplan Buitengebied.
6.2 Toelichting op de regels en de kaart De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De opbouw is als volgt: Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en bepalingen over de wijze van meten; deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde gegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels; Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen; Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de antidubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels; Hoofdstuk 4 tenslotte bevat het overgangsrecht en de slotregel met daarin de titel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens is de bestemming “Wonen” aangegeven. Voorts zijn diverse aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Wonen De gronden binnen “wonen” zijn bestemd voor de in het plangebied nieuw te bouwen woningen, die vrijstaand gebouwd worden. Voor de situering en maatvoering van de woning zijn er bepalingen opgenomen met betrekking tot: Bouwwijze Op de verbeelding is aangeduid dat binnen een bouwvlak 1 woning is toegestaan. Goot- en bouwhoogte De maximale goot- en bouwhoogte voor de woningen (4 en 9 meter) is aangegeven in het bouwvlak. Situering gebouwen Teneinde de toekomstige situatie eenduidig te kunnen reguleren, is de bebouwing “gezoneerd”.
Voor woningen is op de verbeelding en in de regels onderscheid gemaakt in een bouwvlak, een aanduiding bijgebouwen en een onbenoemd deel, de voor- en zijtuinen. Deze zonering biedt de belangrijkste vorm van rechtszekerheid tussen de eigenaren van bouwpercelen onderling. De woning is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak”. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn zowel toegestaan in het bouwvlak als binnen de aanduiding “bijgebouwen”. Voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen geldt dat de gezamenlijke oppervlakte maximaal 50 m² mag bedragen. Het bebouwingspercentage van het bouwperceel mag echter niet meer bedragen dan 30 %. Tevens is het toegestaan om ondergeschikt aan de functie wonen een deel van de woning en/of bijgebouwen, met een maximum van 40 % van de op een perceel toegestane bebouwde oppervlakte, te gebruiken voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep. Indien voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden kunnen burgemeester en wethouders ook een omgevingsvergunning verlenen teneinde een aan huis verbonden bedrijf toe te staan.
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
41 - 43
Waarde - Archeologie 3 Conform het gemeentelijk archeologiebeleid is de voor dit plangebied van toepassing zijnde modelregel toegepast. Deze vereist dat bij ingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm allereerst archeologisch onderzoek wordt gedaan. Eerder kan en mag er geen bodemingreep van grotere omvang dan genoemd plaatshebben. In dit geval gaat het om een bouwactiviteit met een omvang van slechts 130 vierkante meter (woning en garage). Archeologisch onderzoek is reeds uitgevoerd. Voor het gehele plangebied blijft echter de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3” van toepassing om te borgen dat er bij de uitvoering maatregelen worden getroffen tot inpassing van de behoudenswaardige resten.
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
42 - 43
Eindnoten
1. ABRS 22 juli 2009, zaaknummer 200806481/1/R2 2. ABRvS 23 september 2009 (zaaknr. 200900570/1/R2), ABRvS 31 maart 2010 (zaaknr. 200904633/1/R2) en ABRvS 18 mei 2011 (zaaknr. 201001510/1/R). Zie tevens noot van Vogelesang-Stoute in Milieu en Recht (2011/174)
(vastgesteld) Velddriel herziening 2023, Provincialeweg tussen 74 en 76 NL.IMRO.0263.BP1281-VG01
43 - 43