CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

TOELICHTING Bijlage 6 Archeologisch onderzoek

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Rossum en Hurwenen herziening 2023 Hogeweg nabij 2610.392 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HOGEWEG (NABIJ 26) TE ROSSUM GEMEENTE MAASDRIEL

BUREAU- EN INVENTARISEREND VELDONDERZOEK, VERKENNEND BOORONDERZOEK

Opdrachtgever

Projectleider

Kubiek Ruimtelijke Plannen

T.J.H. van Essen

Definitief

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal

Projectnummer

Autorisatie

Datum

Synthegra Rapport S230071

Drs. F. Stevens

14-12-2023

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden 2023-01 Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Website: www.synthegra.nl van 22

Versie 1

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

COLOFON Opdrachtgever

: Kubiek Ruimtelijke Plannen te Veenendaal

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, Gemeente Maasdriel

Projectnummer

: S230071

Titel

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, Gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek

Datum

: 14-12-2023

Projectleider

: T.J.H. van Essen

Auteurs

: T.J.H. van Essen

Autorisatie

: Drs. F. Stevens

Druk

: Synthegra B.V., Leusden

Afbeeldingen

: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld

ISSN

: 1874-9771

Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems) Synthegra B.V. Plantageweg 12 3833 AZ Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl © Synthegra B.V., 2023 Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

2 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................... 4 SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................... 5 1

INLEIDING ................................................................................................................................................................. 9 1.1

ONDERZOEKSKADER .................................................................................................................................................................. 9

1.2

ONDERZOEKSDOEL EN VRAAGSTELLINGEN .......................................................................................................................... 10

1.3

LIGGING EN HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ....................................................................................................................... 10

1.4

TOEKOMSTIGE SITUATIE PLANGEBIED .................................................................................................................................. 11

2

VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................. 12 2.1

INLEIDING .................................................................................................................................................................................. 12

2.2

VERWACHTINGSMODEL ........................................................................................................................................................... 12

2.3

RESULTATEN EERDER BOORONDERZOEK ............................................................................................................................. 15

2.4

CONCLUSIE EN AANBEVELING................................................................................................................................................. 16

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ....................................................................................................... 17 3.1

METHODE .................................................................................................................................................................................. 17

3.2

BESCHRIJVING EN INTERPRETATIE VAN DE BOORGEGEVENS............................................................................................. 18

3.3

ARCHEOLOGISCHE INDICATOREN........................................................................................................................................... 18

3.4

ARCHEOLOGISCHE INTERPRETATIE ....................................................................................................................................... 19

4

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................................. 20 4.1

INLEIDING .................................................................................................................................................................................. 20

4.2

CONCLUSIES / BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN ................................................................................................... 20

4.3

AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 21

BRONNEN 22 LITERATUUR 22 INTERNET (GERAADPLEEGD NOVEMBER 2023) .................................................................................................................................. 22

Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Boorprofielen Afbeelding voorblad: Foto van het plangebied

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

3 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

Administratieve gegevens Toponiem

Hogeweg (nabij 26)

Plaats

Rossum

Gemeente

Maasdriel

Provincie

Gelderland

Projectnummer

S230071

Bevoegde overheid

Gemeente

Maasdriel.

Deskundige

namens

de

sectie

E,

bevoegde overheid: M. Stronkhorst. Opdrachtgever

Kubiek Ruimtelijke Plannen

Uitvoerende instantie

Synthegra B.V.

Datum uitvoering veldwerk

28-11-2023

Uitvoerders veldwerk

T.J.H. van Essen

Onderzoeksmelding (ARCHIS)

5484992100

Datum onderzoeksmelding

28-11-2023

Kaartblad

45B

Periode

IJzertijd-Romeinse Tijd

Oppervlakte

Circa 1,5 ha

Perceelnummer

Kadastrale

gemeente

Rossum,

perceelnummer: 421 Grondgebruik

Akkerland

Geologie

Formatie van Echteld

Geomorfologie

Rivieroeverwal

Bodem

Kalkhoudende polder- en ooivaaggrond

Depot

Documentatie

en

vondsten

zullen

worden

aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Gelderland te Wijchen.

De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten: Noord:

x 150535

y 423756

Oost:

x 150678

y 423576

Zuid:

x 150609

y 423554

West:

x 150482

y 423716

Centrum:

x 150583

y 423644

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

4 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Hogeweg (Nabij 26) te Rossum. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van een aantal (zorg)woningen. De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt 1,5 ha met een diepte van maximaal 7 meter beneden maaiveld (heipalen). De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.

Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Volgens de beleidskaart van de gemeente Maasdriel geldt voor het meest noordwestelijke deel van het plangebied een middelhoge archeologische verwachting, voor het overige deel een lage verwachting. De middelhoge archeologische waarde voor het noordelijk deel zijn toegekend vanwege de crevasse in de ondergrond. De rest van het plangebied heeft een lage verwachting toegekend gekregen vanwege de ligging in het komgebied. Het plangebied ligt in het komgebied van de Waal en de Maas. In de diepere ondergrond ligt het pleistocene oppervlak. De pleistocene afzettingen zijn bedekt met een dik pakket komafzettingen. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. In dit gebied heeft het steeds veranderende landschap een grote invloed gehad op de bewoning. Daarom zal aan de hand van het landschap voor de verschillende periodes een verwachting worden toegekend. Het pleistocene oppervlak dat tijdens het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum in het plangebied aan het oppervlak lag, ligt nu op 5-7 m beneden het maaiveld. Als woon- en verblijfplaats kozen de prehistorische bewoners vaak voor de flanken van hoger en daardoor droger liggende terreingedeelten in het landschap, bij voorkeur in de buurt van water.

Op basis van de zanddieptekaart kan een globale indruk worden verkregen van het reliëfverschil in het landschap zoals dat in die periode aanwezig was. Ten westen van het plangebied lagen hoge rivierduinen, die een aantrekkelijke bewoningslocatie vormden. Het plangebied zelf was onderdeel van de uitlopers van dit rivierduincomplex. In de ondergrond is reliëf aanwezig in de vorm van (rivierduin) welvingen. Het noordelijk deel van het plangebied en ook een deel in het centrale gedeelte van het plangebied liggen ruim een meter hoger dan de rest van het plangebied en de directe omgeving. Deze hogere welvingen vormden een geschikte bewoningsplaats, hoewel de prehistorische bewoners waarschijnlijk de voorkeur hebben gegeven aan de hogere rivierduinen ten zuidwesten van het plangebied. Daarom is aan de gedeelten van het plangebied waar hogere welvingen in het pleistocene oppervlak voorkomen een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van vuursteenfragmenten en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen. Deze resten worden onder een holoceen kleipakket verwacht in de top van de pleistocene zandondergrond (circa 5-6 m beneden maaiveld).

Aan de overige gedeelten van het plangebied, waar het pleistocene oppervlak dieper ligt, is een lage verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. In de loop van het Mesolithicum werd het rivierduincomplex omgeven door rivieren. De hoogste delen zijn lang, op enkele plaatsen zelfs tot nu, vrij gebleven van overstromingen. Het pleistocene oppervlak in het plangebied Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

5 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

is waarschijnlijk al snel bedekt geraakt met komklei van de omringende rivieren. Vermoedelijk was het plangebied vanaf het neolithicum al onderdeel van een komgebied. Het was een relatief lage en vochtige vlakte, waar klei werd afgezet. De mensen zullen zich hebben teruggetrokken op de hoge, droge rivierduinen in de omgeving. Het plangebied was in die periode een ongeschikte bewoningsplaats. Daarom is aan het hele plangebied een lage verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit het neolithicum en de Bronstijd. Vanaf de IJzertijd werd de Bruchemse stroomgordel actief. Stroomgordels zijn relatief hooggelegen gronden tussen laaggelegen komgebieden. De stroomgordels zijn daarom aantrekkelijke vestigingsplaatsen voor mensen. Vanuit de Bruchemse stroomgordel zijn crevassen ontstaan. In het noordwestelijk deel van het plangebied en vermoedelijk ook in het noordoostelijk deel van het plangebied crevasseafzettingen van deze stroomgordel in de ondergrond. Het kan echter niet op voorhand worden uitgesloten dat het crevasseafzettingen van de Waal betreffen.Crevassen zijn een soort miniatuurbeddingen en wanneer ze actief zijn, vormen ze, met uitzondering van de oeverwallen, nog geen geschikte bewoningsplaatsen. Wanneer de crevasse niet meer actief is, vormt het net als een verlaten stroomgordel een relatief stabiel en hooggelegen zandlichaam, dat geschikt is voor bewoning.

De datering van de crevasse in het plangebied is onbekend, maar uitgaande van de ouderdom van de Bruchemse stroomgordel kunnen hier bewoningsresten vanaf de IJzertijd worden verwacht. Aan het noordwestelijk deel en de noordelijke rand van het plangebied is daarom een hoge verwachting toegekend voor nederzettingssporen uit de IJzertijd en de Romeinse tijd. Archeologische resten uit deze periode bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere grondsporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Het sporenniveau wordt onder een komkleilaag verwacht (waarschijnlijk binnen 1 m beneden maaiveld). De rest van het plangebied was in deze periode nog steeds onderdeel van de relatief laaggelegen, vochtige komvlakte. Daarom is aan de rest van het plangebied een lage verwachting toegekend voor nederzettingssporen uit de IJzertijd en de Romeinse Tijd. Opvallend zijn de vondsten uit de IJzertijd en de Romeinse Tijd ten oosten van het plangebied, die wat ligging betreft niet samenvallen met de aanwezigheid van de stroomgordel of de crevasse. Mogelijk betreft het hier door dijkdoorbraken verspoelde vondsten, wat de ligging van de vondsten zou kunnen verklaren. In de LateIJzertijd werd de huidige Waal actief en in de Romeinse Tijd de huidige Maas. Het plangebied werd onderdeel van het komgebied van deze rivieren.

Waarschijnlijk werden de crevasseafzettingen snel afgedekt met komafzettingen. Het plangebied was nog steeds een ongeschikte bewoningsplaats. Daarom is de verwachting voor nederzettingsresten uit de Vroege Middeleeuwen laag. In de Late Middeleeuwen werden de Waal en de Maas bedijkt en werd afgezien van overstromingen geen sediment in het plangebied afzet. De oude woongronden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd liggen niet in het plangebied maar beperken zich tot het oostelijke deel van het huidige Rossum, in de nabijheid van de kerk en het kasteel. In de nieuwe tijd werden de komafzettingen in het zuidelijk deel en mogelijk ook die in de noordelijke punt van het plangebied bedekt met een dunne laag dijkdoorbraakafzettingen. De komgebieden werden voornamelijk gebruikt als bouwland en boomgaard, waarbij drainage van groot belang was. Ten behoeve van deze ontwatering zijn in de 19e en 20e eeuw zowel langs de Hogeweg als ten zuiden van de Hogeweg weteringen gegraven. De verhoging van de dijken aan het begin van de 20 e eeuw zorgde voor een vermindering van overstromingsgevaar, waardoor het dorp kon worden uitgebreid in de richting van de komgebieden. Het plangebied is relatief laag gelegen ten opzichte van de oude dorpskern, en is om die reden altijd in gebruik geweest voor agrarische doelen.

Uit de bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat het waarschijnlijk nooit bebouwd is geweest. De verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe Tijd wordt daarom op laag gesteld.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

6 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

Veldonderzoek Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. Aangezien het plangebied circa 1,5 ha groot is, en er in het vorige onderzoek al 2 boringen in (of op de rand van) het plangebied zijn gezet, zijn verspreid over het plangebied in totaal 7 boringen gezet. Voor zover de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) het toelieten, is een boorgrid van 30x55 m gehanteerd, waarbij de afstand tussen de raaien 30 m en de afstand tussen de boringen 55 m bedraagt. Voor een optimale verdeling van de boringen verspringt het beginpunt van een raai 15 m ten opzichte van de naastgelegen raai. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 2 meter beneden maaiveld. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 en bodemkundig geïnterpreteerd.

Archeologische interpretatie veldonderzoek Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied intact. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien deze op ca. 6 tot 7 meter beneden maaiveld ligt, is dit pakket in dit onderzoek niet aangetroffen. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Echter is de aangetroffen bodem niet kansrijk voor resten: er zijn komafzettingen aangetroffen, wat duidt op een nat gebied, en er zijn oeverafzettingen aangetroffen, welke echter allemaal kalkrijk waren. Verder is geen potentieel archeologisch niveau of een cultuurlaag aangetroffen. Kijkend naar boring 8 en 9 uit het onderzoek van 2009, waarbij 8 in het noordwestelijke deel van het huidige plangebied ligt en boring 9 op de noordelijke grens, komen de boringen vrijwel overeen. Hier is over het algemeen sprake van zwak tot sterk siltige klei met veel ijzer- en mangaanvlekken, waarbij ook schelpresten aan zijn getroffen en in boring 8 in het pakket op ca. 2 meter nog plantenresten aan zijn getroffen, net als hier in boring 2 en 3.

Ook hier is dus sprake van kom- en oeverafzettingen en ook hier zijn geen crevasse afzettingen aangetroffen.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

7 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Maasdriel). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.

Reactie namens bevoegd gezag Namens gemeente Maasdriel is regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies van dit onderzoek. Het besluit is genomen de aanbevelingen uit het rapport (het selectieadvies) in zijn geheel over te nemen. Ten aanzien van archeologie zijn er derhalve geen belemmeringen meer voor de uitvoering van de voorgenomen plannen. De meldingsplicht archeologische toevalsvondst (art. 5.10 Erfgoedwet) en het doen van waarnemingen (art. 5.11 Erfgoedwet) blijven echter te allen tijde van kracht.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

8 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen een archeologisch verkennend booronderzoek1 uitgevoerd op een terrein aan de Hogeweg (Nabij 26) te Rossum. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van een aantal (zorg)woningen. De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt 1,5 ha met een diepte van maximaal 7 meter beneden maaiveld (heipalen). De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Door de voorgenomen graafwerkzaamheden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het bestemmingsplan, met daarin verwoord het gemeentelijk beleid, in het kader van een bestemmingsplanprocedure voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Aangezien de aanleiding voor het onderzoek een bestemmingsplanwijziging is, geldt in dit geval de verwachting vanuit het gemeentelijk beleid. Op basis van deze kaart valt het plangebied in een gebied met een waarde archeologie 6. Voor terreinen met een waarde archeologie 6 geldt dat een rapport dient te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld bij plangebieden groter dan 5000 m2 en verstoringen die dieper reiken dan 30 centimeter beneden maaiveld.

De bevoegde overheid, de gemeente Maasdriel, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtingskaart en Beleidskaart.2 Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.13 en het handboek van de omgevingsdienst rivierenland.4 De bevoegde overheid, gemeente Maasdriel, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen.

1 IVO, protocol 4003 2 Goossens, E./S. van der Veen 2013. 3 SIKB 2018.

4 Stiller, D.R./H.J. van Oort 2018.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

9 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

1.2

Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het verkennend booronderzoek is het vervolgens toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventuele aanwezigheid van archeologische resten te inventariseren. De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: 1.

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?

2.

Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig?

3.

Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)?

4.

a.

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?

b.

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

1.3

Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 1,5 ha en is gelegen aan de Hogeweg te Rossum(afbeelding 1). Het plangebied is in gebruik als akkerland en wordt in het noorden, oosten en westen begrensd door meer akkerland en in het zuiden door de Hogeweg.

Afbeelding 1: Het plangebied, rood omkaderd, op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 (Bron: www.Pdok.nl).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

10 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

1.4

Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. In het plangebied zullen een dubbel zorgwoonhuis, een medisch centrum, een woonhuis en een hoofdhuis worden gebouwd. Daarnaast zullen verhardingen en groenvoorzieningen worden aangelegd, en zal een sloot gegraven worden (afbeelding 2). Voor de gebouwen zijn heipalen nodig, welke tot maximaal 7 meter beneden maaiveld kunnen reiken. Verder zal de verstoring 1,5 meter beneden maaiveld (sloot), 1 meter beneden maaiveld (fundering gebouwen en dieper wortelende bomen) of 30 centimeter of minder beneden maaiveld (verhardingen en overige groenvoorzieningen) bedragen.

Afbeelding 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: Kubiek Ruimtelijke Plannen).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

11 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

2

Vooronderzoek

2.1

Inleiding In september 2022 heeft Synthegra B.V. een bureauonderzoek5 en karterend booronderzoek6 uit 2009 geactualiseerd voor het terrein aan de Hogeweg te Rossum. In dit hoofdstuk volgt een korte samenvatting van de belangrijkste punten van dit onderzoek.

2.2

Verwachtingsmodel Volgens de beleidskaart van de gemeente Maasdriel geldt voor het meest noordwestelijke deel van het plangebied een middelhoge archeologische verwachting, voor het overige deel een lage verwachting. De middelhoge archeologische waarde voor het noordelijk deel zijn toegekend vanwege de crevasse in de ondergrond. De rest van het plangebied heeft een lage verwachting toegekend gekregen vanwege de ligging in het komgebied. Het plangebied ligt in het komgebied van de Waal en de Maas. In de diepere ondergrond ligt het pleistocene oppervlak. De pleistocene afzettingen zijn bedekt met een dik pakket komafzettingen. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. In dit gebied heeft het steeds veranderende landschap een grote invloed gehad op de bewoning. Daarom zal aan de hand van het landschap voor de verschillende periodes een verwachting worden toegekend. Het pleistocene oppervlak dat tijdens het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum in het plangebied aan het oppervlak lag, ligt nu op 5-7 m beneden het maaiveld. Als woon- en verblijfplaats kozen de prehistorische bewoners vaak voor de flanken van hoger en daardoor droger liggende terreingedeelten in het landschap, bij voorkeur in de buurt van water.

Op basis van de zanddieptekaart kan een globale indruk worden verkregen van het reliëfverschil in het landschap zoals dat in die periode aanwezig was. Ten westen van het plangebied lagen hoge rivierduinen, die een aantrekkelijke bewoningslocatie vormden. Het plangebied zelf was onderdeel van de uitlopers van dit rivierduincomplex. In de ondergrond is reliëf aanwezig in de vorm van (rivierduin) welvingen. Het noordelijk deel van het plangebied en ook een deel in het centrale gedeelte van het plangebied liggen ruim een meter hoger dan de rest van het plangebied en de directe omgeving. Deze hogere welvingen vormden een geschikte bewoningsplaats, hoewel de prehistorische bewoners waarschijnlijk de voorkeur hebben gegeven aan de hogere rivierduinen ten zuidwesten van het plangebied. Daarom is aan de gedeelten van het plangebied waar hogere welvingen in het pleistocene oppervlak voorkomen een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van vuursteenfragmenten en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen. Deze resten worden onder een holoceen kleipakket verwacht in de top van de pleistocene zandondergrond (circa 5-6 m beneden maaiveld).

Aan de overige gedeelten van het plangebied, waar het pleistocene oppervlak dieper ligt, is een lage verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. In de loop van het Mesolithicum werd het rivierduincomplex omgeven door rivieren. De hoogste delen zijn lang, op enkele plaatsen zelfs tot nu, vrij gebleven van overstromingen. Het pleistocene oppervlak in het plangebied is waarschijnlijk al snel bedekt geraakt met komklei van de omringende rivieren. Vermoedelijk was het

5 Durczak 2021. 6 Durczak 2021.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

12 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

plangebied vanaf het neolithicum al onderdeel van een komgebied. Het was een relatief lage en vochtige vlakte, waar klei werd afgezet. De mensen zullen zich hebben teruggetrokken op de hoge, droge rivierduinen in de omgeving. Het plangebied was in die periode een ongeschikte bewoningsplaats. Daarom is aan het hele plangebied een lage verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit het neolithicum en de Bronstijd. Vanaf de IJzertijd werd de Bruchemse stroomgordel actief. Stroomgordels zijn relatief hooggelegen gronden tussen laaggelegen komgebieden. De stroomgordels zijn daarom aantrekkelijke vestigingsplaatsen voor mensen. Vanuit de Bruchemse stroomgordel zijn crevassen ontstaan. In het noordwestelijk deel van het plangebied en vermoedelijk ook in het noordoostelijk deel van het plangebied crevasseafzettingen van deze stroomgordel in de ondergrond. Het kan echter niet op voorhand worden uitgesloten dat het crevasseafzettingen van de Waal betreffen Crevassen zijn een soort miniatuurbeddingen en wanneer ze actief zijn, vormen ze, met uitzondering van de oeverwallen, nog geen geschikte bewoningsplaatsen. Wanneer de crevasse niet meer actief is, vormt het net als een verlaten stroomgordel een relatief stabiel en hooggelegen zandlichaam, dat geschikt is voor bewoning.

De datering van de crevasse in het plangebied is onbekend, maar uitgaande van de ouderdom van de Bruchemse stroomgordel kunnen hier bewoningsresten vanaf de IJzertijd worden verwacht. Aan het noordwestelijk deel en de noordelijke rand van het plangebied is daarom een hoge verwachting toegekend voor nederzettingssporen uit de IJzertijd en de Romeinse tijd. Archeologische resten uit deze periode bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere grondsporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Het sporenniveau wordt onder een komkleilaag verwacht (waarschijnlijk binnen 1 m beneden maaiveld). De rest van het plangebied was in deze periode nog steeds onderdeel van de relatief laaggelegen, vochtige komvlakte. Daarom is aan de rest van het plangebied een lage verwachting toegekend voor nederzettingssporen uit de IJzertijd en de Romeinse Tijd. Opvallend zijn de vondsten uit de IJzertijd en de Romeinse Tijd ten oosten van het plangebied, die wat ligging betreft niet samenvallen met de aanwezigheid van de stroomgordel of de crevasse. Mogelijk betreft het hier door dijkdoorbraken verspoelde vondsten, wat de ligging van de vondsten zou kunnen verklaren. In de LateIJzertijd werd de huidige Waal actief en in de Romeinse Tijd de huidige Maas. Het plangebied werd onderdeel van het komgebied van deze rivieren.

Waarschijnlijk werden de crevasseafzettingen snel afgedekt met komafzettingen. Het plangebied was nog steeds een ongeschikte bewoningsplaats. Daarom is de verwachting voor nederzettingsresten uit de Vroege Middeleeuwen laag. In de Late Middeleeuwen werden de Waal en de Maas bedijkt en werd afgezien van overstromingen geen sediment in het plangebied afzet. De oude woongronden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd liggen niet in het plangebied maar beperken zich tot het oostelijke deel van het huidige Rossum, in de nabijheid van de kerk en het kasteel. In de nieuwe tijd werden de komafzettingen in het zuidelijk deel en mogelijk ook die in de noordelijke punt van het plangebied bedekt met een dunne laag dijkdoorbraakafzettingen. De komgebieden werden voornamelijk gebruikt als bouwland en boomgaard, waarbij drainage van groot belang was. Ten behoeve van deze ontwatering zijn in de 19e en 20e eeuw zowel langs de Hogeweg als ten zuiden van de Hogeweg weteringen gegraven. De verhoging van de dijken aan het begin van de 20 e eeuw zorgde voor een vermindering van overstromingsgevaar, waardoor het dorp kon worden uitgebreid in de richting van de komgebieden. Het plangebied is relatief laag gelegen ten opzichte van de oude dorpskern, en is om die reden altijd in gebruik geweest voor agrarische doelen.

Uit de bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat het waarschijnlijk nooit bebouwd is geweest. De verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe Tijd wordt daarom op laag gesteld.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

13 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

Periode

Verwachting

LaatPaleolithicum – Mesolithicum

Middelhoog (hogere welving dekzand)

Verwachte kenmerken vindplaats Bewoningssporen, tijdelijke kampementen: vuursteen artefacten, haardkuilen

laag Neolithicum – Bronstijd

laag

IJzertijd – Romeinse tijd

Hoog (crevasse)

Diepteligging sporen Circa 5-6 m beneden maaiveld onder een pakket klei

Circa 6-7 m beneden maaiveld onder een pakket klei Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen

Onder een laag komafzettingen (tussen circa 1-6 m beneden maaiveld)

Onder de bouwvoor, eventueel onder een dun dek dijkdoorbraakafzettingen (in het zuidelijk deel en de noordoostelijke rand van het plangebied) (vanaf circa 30 cm beneden maaiveld) Onder de bouwvoor, eventueel onder een dun dek dijkdoorbraakafzettingen (in het zuidelijk deel van het plangebied) (vanaf circa 30 cm beneden maaiveld)

Onder een laag komafzettingen (waarschijnlijk binnen 1 m beneden maaiveld)

Laag (kom) vroege middeleeuwen

laag

Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen

late middeleeuwen

laag

Sporen van agrarische activiteit, verkavelingssporen, losse vondsten

nieuwe tijd

laag

Sporen van agrarische activiteit, losse vondsten

Onder de bouwvoor, eventueel onder een dun dek dijkdoorbraakafzettingen (in het zuidelijk deel en de noordoostelijke rand van het plangebied) (vanaf circa 30 cm beneden maaiveld)

Tabel 1: Archeologische verwachting per periode

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

14 van 22

Project

: Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

2.3

Resultaten eerder booronderzoek De ondergrond binnen de deelgebieden bestaat voor het overgrote deel uit matig tot sterk siltige, soms zwak tot matig humeuze klei. In de klei zijn plantenresten en schelpenresten aangetroffen. Plaatselijk komen veeninschakelingen voor. De klei is geïnterpreteerd als komafzetting, die tot de Formatie van Echteld wordt gerekend. Het veen wordt gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop. De komklei is afgezet door verschillende rivierlopen, die tijdens verschillende perioden in de omgeving van het plangebied actief waren. De veeninschakelingen vertegenwoordigen perioden van geringere rivierinvloed, waarin de sedimentatie van klei tijdelijk stopte. Ook zijn er verspreid over het plangebied, op verschillende dieptes laklaagjes (donkergrijze, humeuze niveaus in de komklei) aangetroffen, die net als de veeninschakelingen wijzen op perioden waarin geen sedimentatie vanuit de rivierlopen plaatsvond. In 3 boringen (boring 0, 16 en 18) is onder het pakket komafzettingen een laag lichtbruingrijs, matig grof, zwak siltig zand aangetroffen. De diepteligging van de top van dit zand varieert van 115 tot 123 cm –NAP (circa 4,6 m beneden maaiveld). Het zand is geïnterpreteerd als rivierduinzand, dat wordt gerekend tot het Laagpakket van Delwijnen, dat onderdeel is van de Formatie van Boxtel.

Ook in boring 32 is onder het komkleipakket een zandlaag aangetroffen, maar dit zand heeft een andere samenstelling. Het is minder grof, slechter gesorteerd en het bevat plantenresten. Daarom wordt het geïnterpreteerd als een fluviatiele afzetting, mogelijk een crevasseafzetting. Het wordt tot de Formatie van Echteld gerekend. In 11 boringen (boring 4, 12, 20, 22, 42, 43, 45, 46, 53, 55 en 58) is binnen het pakket komafzettingen een zandlaag aangetroffen. De korrelgrootte van het zand varieert zeer sterk van zeer fijn tot zeer grof met grind. Dit zand is geïnterpreteerd als crevasseafzetting en wordt tot de Formatie van Echteld gerekend. De diepteligging van deze afzettingen varieert zeer sterk op soms korte afstand, zoals bijvoorbeeld boring 4 en 22). Deze boringen liggen circa 64 meter uit elkaar en de diepteligging van de crevasseafzetting verschilt 172 cm. Mogelijk zijn de afzettingen afkomstig uit verschillende perioden. De ligging van de boringen 4, 12, 20 en 22 komt wel sterk overeen met de ligging van de crevasse, die is gevormd vanuit de Bruchemse stroomgordel op de geologische en geomorfologische kaart van de Rijn – Maas delta.7 Het bodemprofiel is in vrijwel het hele plangebied intact. De bodem is geclassificeerd als een poldervaaggrond.

In drie boringen (boring 36, 37 en 38) zijn verstoringen van het bodemprofiel aangetroffen, die dieper reiken dan de huidige bouwvoor. De diepte van de verstoring varieert van 70 tot 80 cm beneden maaiveld. De verstoring van de bodem is herkenbaar aan gemengde grondlagen met scherpe grenzen en de aanwezigheid van baksteen, mortel en plastic. Specifiek voor dit onderzoek zijn boring 8 (gezet in het plangebied, 5 meter diep) en boring 9 (op de grens van het plangebied, 2 meter diep) relevant. In boring 8 is op een diepte van 5 meter beneden maaiveld een pakket zwak siltige komklei aangetroffen. Hierop volgt een pakket veen op 4,75 meter beneden maaiveld. Hierna volgt een pakket zwak siltige komklei vanaf 4,65 meter beneden maaiveld. Hierna volgt een pakket veen op 3 meter beneden maaiveld. Hierna volgt een pakket zwak siltige komklei vanaf 2,6 meter beneden maaiveld. Hierna volgt een pakket sterk siltige komklei op 1,5 meter beneden maaiveld. Hierop volgt een pakket zwak siltige (kom)klei op 80 centimeter, waarna op 15 centimeter de bouwvoor volgt. In boring 9 is sprake van afwisselend zwak en sterk sitlige klei, met een enkel zwak zandig pakket. In beide boringen is in de eerste 2 meter sprake van veel ijzer- en mangaanvlekken en schelpresten.

7 Berendsen en Stouthamer, 2001.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

15 van 22

Project : Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

2.4

Conclusie en aanbeveling Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? Het overgrote deel van de ondergrond binnen het plangebied bestaat uit matig tot sterk siltige tot zwak zandige klei. De klei is geïnterpreteerd als komklei en wordt tot de Formatie van Echteld gerekend. Binnen het pakket komafzettingen komen veeninschakelingen voor. Het veen wordt gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop. In boring 0, 16 en 18 is onder de komafzetting een laag matig grof zand aangetroffen, dat is geïnterpreteerd als rivierduinzand. Het wordt gerekend tot het Laagpakket van Delwijnen, dat onderdeel is van de Formatie van Boxtel. Binnen het pakket komafzettingen zijn op wisselende dieptes zandige crevasseafzettingen aangetroffen, die bestaan uit zeer fijn tot grindhoudend zeer grof zand. De crevasseafzettingen worden gerekend tot de Formatie van Echteld. Het bodemprofiel is in vrijwel het hele plangebied intact. De bodem is geclassificeerd als een poldervaaggrond. Alleen in boring 36, 37 en 38 is verstoring van het bodemprofiel vastgesteld, die dieper reikt dan de huidige bouwvoor. De diepte van de verstoring varieert van 70 tot 80 cm beneden maaiveld.

2.

Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig? In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. Op grond van de beantwoording van de bovenstaande vraag zijn de twee onderstaande onderzoeksvragen niet meer van toepassing.

a.

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden? Nvt.

b.

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? Nvt.

3.

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

16 van 22

Project : Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

3

Inventariserend Veldonderzoek

3.1

Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. Aangezien het plangebied circa 1,5 ha groot is, en er in het vorige onderzoek al 2 boringen in (of op de rand van) het plangebied zijn gezet, zijn verspreid over het plangebied (afbeelding 4) in totaal 7 boringen gezet. Voor zover de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) het toelieten, is een boorgrid van 30x55 m gehanteerd, waarbij de afstand tussen de raaien 30 m en de afstand tussen de boringen 55 m bedraagt. Voor een optimale verdeling van de boringen verspringt het beginpunt van een raai 15 m ten opzichte van de naastgelegen raai. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 2 meter beneden maaiveld. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 51048 en bodemkundig9 geïnterpreteerd.

Afbeelding 4: Boorpuntenkaart geprojecteerd op de huidige topografische ondergrond.

8 Nederlands Normalisatie-instituut 1989. 9 De Bakker en Schelling 1989.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

17 van 22

Project : Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

3.2

Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De laagopeenvolging is aan de hand van de boorprofielen bepaald10. De bodemopbouw is door het gehele plangebied uniform. Hierin is op een gemiddelde diepte van 2 meter beneden maaiveld (gemiddeld 1,34 meter +NAP) een pakket (donker)grijze, matig stevige, kalkloze, sterk siltige klei met in boring 2 en 3 enkele wortelen rietresten aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als komafzettingen behorende tot de Formatie van Echteld. Hierop volgt op een gemiddelde diepte van 1,8 meter beneden maaiveld (gemiddeld 1,54 meter +NAP) met een geleidelijke overgang een pakket licht grijsbruine, matig slappe, kalkrijke, uiterst siltige klei met veel ijzer- en mangaanvlekken en plaatselijk enkele schelpfragmenten aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als oeverafzettingen behorende tot de Formatie van Echteld. Hierop is op een gemiddelde diepte van 1,2 meter beneden maaiveld (gemiddeld 2,12 meter +NAP) met een geleidelijke overgang een pakket lichtgrijze, stevige, kalkarme, matig siltige klei met veel ijzer- en mangaanvlekken aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als komafzettingen behorende tot de Formatie van Echteld.

Hierna volgde op een gemiddelde diepte van 75 centimeter beneden maaiveld (gemiddeld 2,57 meter +NAP) met een geleidelijke overgang een pakket grijsbruine, matig stevige, kalkrijke, sterk siltige klei met enkele ijzer- en mangaanvlekken en enkele schelpfragmenten. Dit pakket is geïnterpreteerd als oeverafzettingen behorende tot de Formatie van Echteld. Hierop is op een gemiddelde diepte van 40 centimeter beneden maaiveld (gemiddeld 2,97 meter +NAP) met een geleidelijke overgang een pakket donker bruingrijze, matige stevige, kalkrijke, sterk siltige klei aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als bouwvoor en is tot aan het maaiveld aangetroffen (gemiddeld 3,34 meter +NAP).

3.3

Archeologische indicatoren Ondanks dat het niet het doel is bij een verkennend booronderzoek om archeologische resten op te sporen zijn de boringen toch geïnspecteerd op de aanwezigheid van eventuele archeologische reten. Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.

10 bijlage 2

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

18 van 22

Project : Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

3.4

Archeologische interpretatie Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied intact. Er zijn geen crevasse afzettingen aangetroffen. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien deze op ca. 6 tot 7 meter beneden maaiveld ligt, is dit pakket in dit onderzoek niet aangetroffen. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de Chorizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Echter is de aangetroffen bodem niet kansrijk voor resten: er zijn komafzettingen aangetroffen, wat duidt op een nat gebied, en er zijn oeverafzettingen aangetroffen, welke echter allemaal kalkrijk waren. Verder is geen potentieel archeologisch niveau of een cultuurlaag aangetroffen. Kijkend naar boring 8 en 9 uit het onderzoek van 2009, waarbij 8 in het noordwestelijke deel van het huidige plangebied ligt en boring 9 op de noordelijke grens, komen de boringen vrijwel overeen. Hier is over het algemeen sprake van zwak tot sterk siltige klei met veel ijzer- en mangaanvlekken, waarbij ook schelpresten aan zijn getroffen en in boring 8 in het pakket op ca.

2 meter nog plantenresten aan zijn getroffen, net als hier in boring 2 en 3. Ook hier is dus sprake van kom- en oeverafzettingen en ook hier zijn geen crevasse afzettingen aangetroffen.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

19 van 22

Project : Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

4

Conclusies en aanbevelingen

4.1

Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en nederzettingsresten uit het Neolithicum, de Bronstijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Voor de IJzertijd en Romeinse Tijd gold een hoge verwachting, mits er sprake zou zijn van crevasse afzettingen. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting.

4.2

Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen In dit deel worden de onderzoeksvragen uit de inleiding beantwoord. 1. Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? Het bodemprofiel is intact. Er is sprake van afwisselend kom- en oeverafzettingen, allen behorende tot de Formatie van Echteld. Hoewel op interpretatieniveau de boringen soms wat afwijken, komen deze boringen grotendeels overeen met die uit 2009. 2. Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? Gezien de afwezigheid van crevasse afzettingen, de (archeologische gezien) kansarme aard van de aangetroffen kom- en oeverafzettingen en de afwezigheid van een cultuurlaag wordt de kans op archeologische resten in het plangebied klein geacht. Op grond van de beantwoording van de bovenstaande vraag zijn de twee onderstaande onderzoeksvragen niet meer van toepassing. a.

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden? Nvt.

b.

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? Nvt.

3. In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied. De lage archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het Neolithicum, de Bronstijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek worden gehandhaafd. De hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de IJzertijd en Romeinse Tijd kan op basis van de afwezigheid van crevasse afzettingen worden bijgesteld naar laag.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

20 van 22

Project : Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

4.3

Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Maasdriel). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.

Reactie namens bevoegd gezag Namens gemeente Maasdriel is regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies van dit onderzoek. Het besluit is genomen de aanbevelingen uit het rapport (het selectieadvies) in zijn geheel over te nemen. Ten aanzien van archeologie zijn er derhalve geen belemmeringen meer voor de uitvoering van de voorgenomen plannen. De meldingsplicht archeologische toevalsvondst (art. 5.10 Erfgoedwet) en het doen van waarnemingen (art. 5.11 Erfgoedwet) blijven echter te allen tijde van kracht.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

21 van 22

Project : Hogeweg (nabij 26) te Rossum, gemeente Maasdriel. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S230071

Bronnen Literatuur Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie. Prisma, Utrecht. Durczak, K., 2021: Bureauonderzoek (actualisatie) Hogeweg te Rossum, gemeente Maasdriel, Synthegra B.V., Leusden. Durczak, K., 2021: Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek (actualisatie) Hogeweg te Rossum gemeente Maasdriel, Synthegra B.V., Leusden. Goossens, E./S. van der Veen, 2013: RAAP-RAPPORT 2502 Archeologische monumentenzorg in Maasdriel, RAAP, Weesp. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: NEN 5104 Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (aanvulling op de KNA 3.1). SIKB, Gouda. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda. Stiller, D.R./H.J.

van Oort, 2018: Handboek Archeologie Regio Rivierenland. Richtlijnen voor bedrijven. Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), Tiel.

Internet (geraadpleegd november 2023) http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ www.ahn.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl http://www.gelderland.nl/kaartenencijfers http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ topotijdreis.nl gahetna.nl pdok.nl

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01

22 van 22

Bijlagen:

Bijlage 1:

Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Ouderdom in jaren

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen

1

11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr. 1950

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

Atlanticum warm vochtig

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Bijlage 2:

Boorprofielen

Boring: S230071_1 Kop algemeen: Projectcode: S230071, Boornummer: 1, Beschrijver(s): TE, Datum: 28-11-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 150530.812, Y-coördinaat in meters: 423739.092, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 3.228, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Maasdriel, Opdrachtgever: Kubiek Ruimtelijke Plannen, Uitvoerder: Synthegra B.V.

0 / 3.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig, Consistentie: matig stevig, Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 50 / 2.73 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 70, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Consistentie: matig stevig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 70 / 2.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Consistentie: stevig, Kalkgehalte: kalkarm, Lithogenese: komafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Ijzer/mangaan: veel Fe- en Mn-vlekken 100 / 2.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm),

Ondergrens laag in cm: 170, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: uiterst siltig, Consistentie: matig slap, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Ijzer/mangaan: veel Fe- en Mn-vlekken 170 / 1.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 170, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig, Consistentie: matig stevig, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: komafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Einde boring 200 / 1.23

1 bron: S230071.geojson - 29-11-2023 11:32:38

Boring: S230071_2 Kop algemeen: Projectcode: S230071, Boornummer: 2, Beschrijver(s): TE, Datum: 28-11-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 150518.899, Y-coördinaat in meters: 423690.21, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 3.221, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Maasdriel, Opdrachtgever: Kubiek Ruimtelijke Plannen, Uitvoerder: Synthegra B.V.

0 / 3.22 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig, Consistentie: matig stevig, Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 40 / 2.82 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 70, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig, Consistentie: matig stevig, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 70 / 2.52 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 110, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig siltig, Consistentie: stevig, Kalkgehalte: kalkarm, Lithogenese: komafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Echteld Bodem: Ijzer/mangaan: veel Fe- en Mn-vlekken 110 / 2.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm),

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14061184/1