Technische vragen met beantwoording Afwegingskader Regio Rivierenland
Tekst van het document
Technische vragen raadsvoorstel “Vaststellen afwegingskader Regio Rivierenland”
1) In het voorstel is aangegeven dat uitgegaan wordt van de rekensystematiek van augustus 2024. De vraag is of de situatie nu, nog verschil maakt. De situatie nu maakt geen verschil. De berekeningssystematiek is juist zo opgezet dat de capaciteit van bedrijfsvoering meebeweegt met de belegde taken. Eerst is de minimale benodigde capaciteit voor bedrijfsvoering (om te voldoen aan wettelijke eisen (zoals de WOO, AVG en WGR (inclusief P&C cyclus)) in beeld gebracht. Dit dus zonder dat er taken/opgaven in de GR zijn belegd. Vervolgens zijn kerncijfers voor het op- en afschalen van de bedrijfsvoering beschreven. Deze kerncijfers zijn gebruikt om de aanvullende benodigde capaciteit bij bedrijfsvoering (als gevolg van de huidige belegde taken in programma 1 en 2) te berekenen. Deze aanvullende capaciteit binnen bedrijfsvoering vormt samen met de minimale capaciteit om aan de wettelijke eisen te voldoen, de huidige omvang van de bedrijfsvoering. Bij een structurele (minimaal 2 jaar durende) toename van 10% in taken en een structurele (minimaal 2 jaar durende) afname van 20% in taken, schaalt de capaciteit van bedrijfsvoering respectievelijk mee op- en af. Met het afbouwen van het inkoopbureau raken we nog niet de grens waarvoor afschaling binnen bedrijfsvoering nodig is. Mochten er in de toekomst meer taken verdwijnen, kan dit wel aan de orde zijn.
2) Bij argumenten staat aangegeven dat het regionaal inkoopbureau per mei 2025 wordt afgebouwd. Vraag is welke frictiekosten daar mee zijn gemoeid en of we die individueel dan wel gezamenlijk dragen. De frictiekosten blijven beperkt tot 1 medewerker. Inmiddels hebben 2 van de 3 collega’s een andere baan, in- dan wel extern. De andere collega begeleiden we, conform de cao, in een van-werk-naar-werk traject. Afhankelijk van de doorlooptijd hiervan, worden de frictiekosten bepaald. Wanneer deze beperkt uitvallen kunnen ze vanuit de reserve contractgestuurdedienstverlening binnen de begroting van Regio Rivierenland worden gedekt. Mocht dit niet kunnen, zullen de frictiekosten worden verdeeld over de deelnemende gemeenten. 3) Bij het beslispunt wordt onder 2. verwezen naar de term “water”. Gevraagd is, wat hiermee wordt bedoeld. Het Algemeen Bestuur van de GR Regio Rivierenland heeft besloten te verkennen hoe de GR Regio Rivierenland op het thema water de samenwerking met lokaaloverstijgende opgaven kan versterken. Dit gezien de samenhang met andere taken die vanuit de GR Regio Rivierenland worden opgepakt en het belang van integraliteit in de (nabije) toekomst. Water, waaronder waterzekerheid, -kwaliteit, -veiligheid en verzilting etc., is de komende decennia een belangrijke opgave, aldus verschillende experts. Dit geldt helemaal voor een regio als Rivierenland.
Hierbij geldt dat onze regio ook landelijk een cruciale rol speelt waar het deze thema’s betreft. Klimaatadaptatie is momenteel georganiseerd via de RAS (Regionale Adaptatie Strategie). Hierin heeft de GR Regio Rivierenland geen rol; waterschap en gemeenten – in een
andere samenstelling dan de regio Rivierenland gemeenten – wel. Deze huidige wijze van organiseren lijkt op sommige punten en momenten de integraliteit, ook met andere maatschappelijke lokaaloverstijgende opgaven, te belemmeren met als risico dat op meerdere tafels (deels) hetzelfde wordt gedaan en besproken. 4) In het beslispunt onder 2. wordt genoemd dat het Algemeen Bestuur besluit over de Governance. Gevraagd wordt of onder Governance wordt verstaan: helderheid te bieden over de uitvoering, rollen en verantwoordelijkheden van taken binnen de GR (zoals genoemd in het besluit). Daarbij is een opdrachtgevende rol aan het AB gewenst. Wordt hier bedoeld een opdrachtgevende rol van de raad? Hoe wordt dat proces (het verstrekken van een opdracht) vorm gegeven? Hier wordt bedoeld dat het Algemeen Bestuur een opdrachtgevende rol krijgt richting de portefeuillehoudersoverleggen. Het Algemeen Bestuur kan een opdracht van de gemeenten aannemen en een portefeuillehoudersoverleg instellen om de opdracht op te pakken en daar ook een duidelijke afgebakende opdracht neer te leggen. Daarbij wordt een AB-lid onafhankelijk voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg zodat het AB op de hoogte blijft van de stappen binnen de opdracht. De raden kunnen een opdracht aan het AB geven om een taak op te pakken.
In dat geval wordt de opdracht uitgewerkt in een startnotitie (waarin de ambities en doelstellingen, resultaat, werkwijze, benodigde capaciteit en financiën en het proces en mijlpalen staan beschreven). Deze startnotitie wordt voorafgaand aan het oppakken van de taak ter vaststelling voorgelegd aan de raden.