Technische vragen jaarstukken 2025
Tekst van het document
68 Pro
179
Bij de Incidentele uitgaven staat de verklaring: ‘kosten in het kader van de kernenvisie’. Wat is de relatie met de budgetoverhevelingen 9 en 10?
BO 9 Dit budget is beschikbaar gesteld in 2025 n.a.v. de grote kernenvisies om ook voor de kleine kernen een kernenvisie op te stellen en daarmee beleidsmatig op het zelfde niveau te krijgen. Daarna is besloten om de omgevingsvisie te actualiseren en de kernenvisies daarin te integreren. Om recht te doen aan de wens van de Raad om de kleine kernen op gelijk niveau te tillen met de grote kernen is gekozen om dit budget te gebruiken / in te zetten voor aanvullende participatie en onderzoeken specifiek gericht op de kleine kernen. In de vraag wordt verwezen naar kosten in het kader van de kernenvisie, deze tekst is onjuist opgenomen in de jaarrekening. Er zijn in werkelijkheid in 2025 geen kosten meer gemaakt voor de kernenvisie. BO9BO10 staan los van incidentele baten en lasten.
69 Pro
De exploitatiekosten Wordenseweg a 246.000, - zijn opgenomen bij de incidentele Dit betreffen de exploitatiekosten voor onder andere de omleidingsroutes (tijdelijke bebording, herstel- en uitgaven. Om wat voor kosten gaat dit, dat ze niet geactiveerd zijn? onderhoudsswerkzaamheden). Hiervoor heeft uw raad in 2021 een incidenteel budget beschikbaar gesteld, verspreid over meerdere jaren.
70 Pro
Bijlage 1 bevat de stand van de projectbudgetten ultimo 2025. Wat is de reden om Bij de jaarstukken laten we de stand zien van de reserve projectbudgetten. Het college is gemandateerd om dit overzicht te plaatsen? uit deze reserve onttrekkingen te doen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de omvang van de uitgaven en de resterende middelen.
71 Pro
Op blz. 21. Zien we een voordeel van 157k op de lasten. Wat is de verklaring hiervoor? Op blz. 22 zijn geen beleidsindicatoren vermeld. Zijn er die wel of niet?
De toelichting op de baten en lasten van dit programma is terug te lezen op bladzijden 144 en 145. Binnen dit hoofdstuk zijn er geen (conform het BBV-verplichte) beleidsindicatoren.
72 Pro
Waar komt, op blz. 38, het grote negatieve verschil bij de lasten op onderdeel ‘media’ vandaan? Idem voor het grote voordelige verschil bij de lasten bij ‘openbaar groen en (openlucht) recreatie’ vandaan?
Voor de toelichting op deze verschillen zie pagina's 148 en 149.
73 Pro
Er zijn op blz. 51 hoge voordelige saldo’s bij lasten en bij baten en met name bij milieubeheer. Wat is de reden van deze verschillen?
In de begrotingswijziging 2025 worden alle ontvangen en resterende 'Specifieke uitkeringen' opgenomen als last en als baat (budgetneutraal). Dit is een tot en met 2025 gehanteerd proces. De werkelijke lasten zijn in 2025 minder geweest omdat de SPUKs nog niet volledig zijn besteed. Zie ook de toelichting hierop in de jaarrekening pagina 156.
74 Pro
Op blz. 52 scoren we slecht op de indicator ‘hernieuwbare elektriciteit’. Zijn er al processen lopende om dat in te halen?
Ja, er zijn eind 2025 nieuwe doelen door de raad vastgesteld waaronder voor duurzame opwek van energie. De uitwerking van de beleidsaanpak van dit doel (dus hoe we dit gaan doen) is alleen ook afhankelijk van initiatieven voor opwek van duurzame energie en hoe hier door de raad op besloten wordt.
75 VVD
76 VVD
Pensioen verplichtingen De Wet toekomst pensioenen (Wtp) kan invloed hebben op pensioenvoorzieningen, maar bij gemeenten is dat effect beperkt tot specifieke pensioenverplichtingen die nog op de balans staan, zoals dat in Maasdriel aan de orde is voor oud-wethouders en voormalige bestuurders. 1. Kan het college aangeven of de waardering van de voorziening pensioenverplichtingen wethouders ultimo 2025 is gebaseerd op actuariële uitgangspunten die zijn aangepast naar aanleiding van de Wet toekomst pensioenen? Zo ja, welke effecten heeft dit gehad op de omvang van de voorziening en waar zijn deze effecten in de jaarrekening verwerkt? 2. Kan het college een specificatie verstrekken van de mutatie van € 139.000 in de voorziening pensioenverplichtingen wethouders, uitgesplitst naar uitkeringen, rente-effecten, actuariële herwaarderingen en wijzigingen in grondslagen?
1. De voorziening pensioenen wethouders laten wij door een erkend adviesbureau doorrekenen, waarbij het uitgangspunt is geweest dat de waardering is gebaseerd op de uitgangspunten van de Wtp. Dit is ook vanuit de commissie BBV een stellige uitspraak geweest en de accountant heeft hier op getoetst. De accountant rapporteert in het accountantsverslag expliciet over deze voorziening en vermeld daarin dat ze hebben vastgesteld dat de uitgangspunten zoals de commissie heeft voorgeschreven. Kort gezegd komt het erop neer dat de waardering van de voorziening is gebaseerd op de inkoopwaarde die wordt verwacht zodra de pensioenen worden overgedragen aan het APB per 1 januari 2028. De effecten zijn meegerekend in de dotatie van € 285.000. Deze dotatie is overigens lager dan we vooraf hadden verwacht, dit als gevolg van het overlijden van een oud-wethouder (waarmee de verplichting voor een groot deel komt te vervallen).
Reserve dekking afschrijvingen De Reserve dekking afschrijvingen is opvallend om de volgende redenen: de reserve is omvangrijk is (€ 5,6 miljoen) gelet op het totaal eigen vermogen van de gemeente; de jaarrekening geeft nauwelijks toelichting welke investeringen hiermee precies in de toekomst worden gedekt; slechts € 155.000 per jaar wordt onttrokken. Dat roept de vragen op. 1. Kan het college een overzicht verstrekken van alle investeringen waarvan de kapitaallasten worden gedekt uit de reserve dekking afschrijvingen, inclusief oorspronkelijke investering, resterende boekwaarde, resterende afschrijvingstermijn en jaarlijkse onttrekking? 2. Op basis van welke raadsbesluiten zijn de middelen in de reserve dekking afschrijvingen gestort? 3. Waarom bedraagt de reserve dekking afschrijvingen ultimo 2025 nog € 5,6 miljoen terwijl de jaarlijkse onttrekking slechts € 155.000 bedraagt? Bij een gelijkmatige verdeling naar de toekomst kom je op 36 jaar vooruitplannen. Kan het college aangeven hoeveel jaren benodigd zijn om de reserve dekking afschrijvingen volledig af te bouwen bij gelijkblijvende jaarlijkse onttrekkingen?
Voordat overgegaan wordt tot beantwoording van de vragen wordt een algemene toelichting op de dekkingsreserve afschrijvingen gegeven: Conform het BBV is het niet toegestaan een reserve te gebruiken als dekking van een investering. Met andere woorden: investeringen presenteer je als actief op de balans, en de waarde van de investering mag je niet verminderen door middel van een onttrekking uit een reserve. Investeringen leiden tot structurele afschrijvingslasten. Om deze te kunnen dekken mag je als gemeente wél een dekkingsreserve kapitaallasten toepassen. Het principe werkt als volgt: bij het autoriseren van de investering wordt een dekkingsreserve gecreëerd (ten laste van de algemene reserve), maximaal ter hoogte van de investering die we van plan zijn te doen. Een lager bedrag is ook toegestaan. Na afronding van de investering, valt de reserve ieder jaar voor een deel vrij. Dit volgt de afschrijvingstermijn van de investering. Hierdoor heeft de reserve altijd een doorlooptijd van meerdere (soms tientallen) jaren, voordat deze volledig onttrokken is. In de begroting hebben we daarmee aan 1 kant de lasten van de afschrijving van de investering, en aan de andere kant de inkomst: de onttrekking van de reserve. Dit zijn de enige reserve onttrekkingen die een structureel karakter hebben.
Vraag 1 en 2: de reserve ‘dekking afschrijvingen’ (5,6 miljoen) vormt samen met de reserve ‘dekkingsreserve’ (4,686 miljoen) de dekkingsreserves van de gemeente. Hieronder vallen investeringen variërend van de bouw van de gemeentewerf tot aan het project de Haar in Ammerzoden, met verschillende resterende afschrijvingstermijnen. Bij de actualisatie van de nota voorzieningen en reserves van Maasdriel (naar verwachting eind dit jaar) delen wij met u een actueel overzicht waarin de in vraag 1 gevraagde gegevens worden gepresenteerd, inclusief een voorstel tot bijstelling indien dit nodig blijkt. De controlerend accountant toetst jaarlijks dat de stortingen in reserves volgen uit een raadsbesluit op het moment van toevoeging aan de reserve. Indien gewenst kunnen we achterhalen op welke raadsbesluiten alle stortingen zijn toegevoegd aan de reserve, echter vereist dit een aanzienlijke capaciteit, gezien het ook om investeringen en stortingen gaat met raadsbesluiten van 17 jaar geleden. Vraag 3: de onttrekkingen uit de reserves volgen de afschrijvingstermijnen van de bijbehorende activa. De verdeling is niet gelijkmatig: er is sprake van investeringen met een resterende levensduur van 4 jaar tot 40 jaar. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting de onttrekking voor de volgende vier jaar ‘ingeboekt’ en indien nodig bijgesteld.
Het storten van een bedrag in de reserve voor een nieuwe investering wordt altijd aan de raad voorgelegd.
2. Nee dat overzicht hebben wij niet. We hebben per (oud)-wethouder een overzicht met uitgangspunten en de benodigde reservering. Dit is niet uitsplitst naar de onderdelen die u noemt.
4. Acht het college de huidige omvang van deze reserve nog proportioneel ten Vraag 4: conform de bovenstaande beantwoording, acht het college de omvang van de reserve opzichte van de resterende afschrijvingsverplichtingen? Welke norm of proportioneel. De beleidsregels zijn vastgelegd in de nota reserves en voorzieningen Maasdriel 2020. beleidsregel hanteert het college voor de omvang van de reserve dekking Vraag 5: Er wordt voor totaal € 262.000 onttrokken uit de reserves, en in mindering gebracht op de afschrijvingen en hoe verhoudt de huidige omvang zich tot deze norm? En is deze afschrijvingen. De totale afschrijvingslast was € 2.519.838, wat de dekking middels de reserve op ongeveer norm getoetst middels een benchmark van vergelijkbare gemeenten? 10,4% brengt. 5. Kan het college aangeven welk deel van de structurele afschrijvingslasten in de Vraag 6: dit gaat om € 107.000 uit de ‘dekkingsreserve’ en € 155.000 uit de ‘dekkingsreserve begroting wordt gecompenseerd via onttrekkingen aan deze reserve? afschrijvingen’. Zonder deze compensatie zou het begrotingssaldo 2025 (uitgaande van het saldo uit de 6. Kan het college kwantificeren welk bedrag aan structurele afschrijvingslasten in slotwijziging 2025 van negatief € 34.000) negatief € 296.000 zijn.
Er wordt nogmaals benadrukt dat de begroting 2025 is gecompenseerd door onttrekkingen aan reserves en onttrekkingen uit de dekkingsreserves van structurele aard zijn. aangeven hoe hoog het begrotingssaldo zou zijn geweest zonder deze compensatie? 77 VVD
Er wordt €3.700k aan positief resultaat behaald, waar €656k begroot was. Ruim €3miljoen meer. Dat klinkt geweldig, echter er wordt een afboeking van €3.437k toegepast in de vorm van hoge toevoegingen aan voorzieningen en reserves.
De veronderstelling die in de inleiding van de vraag is opgenomen is niet geheel juist. Het overzicht op pagina 5 geeft namelijk de verschillen weer ten opzichte van de gewijzigde begroting. Op pagina 138 staan de bedragen die u zoekt. Het werkelijk saldo van baten en lasten bedraagt € 656.000 voordelig. Aan de reserves is per saldo een bedrag toegevoegd van € 426.000. Het resultaat na reservemutaties bedraagt € 230.000.
1. Kan het college inzichtelijk maken wat het saldo van baten en lasten vóór reservemutaties over 2025 bedraagt en welk deel van het verschil tussen dit saldo en het uiteindelijke resultaat wordt verklaard door de vorming van nieuwe reserves Blijft wel staan dat het verschil tussen het begrote resultaat voor mutaties reserve (€ 3.043.000 negatief) en voor De Woerd en MFC De Kreek? het werkelijk resultaat voor mutaties reserve (€ 656.000 positief) aanzienlijk is. Dit is te verklaren door bijvoorbeeld budgetoverhevelingen (€ 847.000, geld is niet uitgegeven, is gestort in een reserve), projectbudgetten (€ 1,6 miljoen, geld is niet uitgegeven en niet onttrokken aan een reserve). Antwoord op de vraag: de vorming van de nieuwe reserves hebben geen invloed op deze verschillen, aangezien deze bedragen zijn overgeheveld vanuit een anderre reserve (huisvesting aandachtgroepen).
78 VVD
2. De reserve (Huisvesting) Aandachtsgroepen heeft volgens de toelichting als doel de dekking van lasten voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Op basis van welke raadsbesluiten en beleidsmatige afwegingen is besloten deze middelen in te zetten voor projecten als De Woerd en MFC De Kreek?
Voor MFC de Kreek is met amendement A2025-02 d.d. 3 juli 2025 door de raad besloten om een reserve in te stellen en daar € 2 miljoen in te storten vanuit de reserve Aandachtgroepen. Voor De Woerd is de grondslag het raadsbesluit van de programmabegroting 2025, beslispunt 3 (zaaknummer 1067920).
79 VVD
3. Kan het college toelichten waarom middelen die zijn opgebouwd uit De middelen zijn vrij besteedbaar. rijksbijdragen en/of overschotten rondom de opvang van Oekraïense vluchtelingen worden ingezet voor investeringen in maatschappelijk vastgoed en sportvoorzieningen?
80 VVD
4. Welke relatie ziet het college tussen de oorspronkelijke doelstelling van de reserve Aandachtsgroepen en de toekomstige investeringen in MFC De Kreek?
Geen.
81 VVD
5. Is juridisch getoetst of de overheveling van middelen vanuit de reserve Aandachtsgroepen naar MFC De Kreek volledig past binnen de oorspronkelijke bestemming van deze reserve? Zo ja, kan deze toetsing met de raad worden gedeeld?
Het instellen, wijzigen en opheffen van een reserve is een bevoegdheid van de raad. Ook het autoriseren van toevoegingen en onttrekkingen en het bepalen van de criteria vallen onder deze bevoegdheid. De raad kan het college mandateren om binnen de criteria onttrekkingen of toevoegingen te doen. Aangezien er een raadsbesluit over de genoemde overheveling ligt, is er geen juridische toets gedaan.
82 VVD
6. Welke concrete raadsbesluiten lagen op 31 december 2025 ten grondslag aan de vorming van de reserve MFC De Kreek van € 2 miljoen en welke investeringen waren op dat moment reeds bestuurlijk vastgesteld?
Aan de vorming van de reserve voor de de Kreek ligt het raadsbesluit A2025-02 ten grondslag (3 juli 2025). Er waren op dat moment geen investeringen voor de Kreek vastgesteld.
83 VVD
7. Waarom achtte het college het noodzakelijk reeds € 2 miljoen te reserveren DIt was een amendement bij het raadsbesluit voor de jaarstukken 2025. De overwegingen zijn daarin voor De Kreek terwijl de toekomstige invulling, omvang van investeringen en toegelicht. Het betreft amendement A2025-02 d.d. 3 juli 2025. Het staat de raad vrij een reserve te vormen exploitatie nog niet definitief waren vastgesteld? Op basis van welke BBV-bepaling en daar middelen in te storten. en welke concrete verplichting of bestuurlijke besluitvorming op balansdatum voldeed de vorming van de bestemmingsreserve MFC De Kreek aan de criteria voor reservevorming?
84 VVD
8. Heeft het vormen van de reserve MFC De Kreek geleid tot een lager zichtbaar Nee het vormen van de reserve heeft daarop geen invloed. Het is een overheveling van de ene reserve rekeningresultaat 2025 dan zonder deze reservevorming het geval zou zijn naar de andere. geweest? Zo ja, met welk bedrag? En Indien de reserve MFC De Kreek niet was gevormd, welke alternatieve bestemming zou het saldo hebben gekregen en wat zou dit hebben betekend voor de algemene reserve ultimo 2025?
85 VVD
9. Kan het college aangeven welke gevolgen het aantreden van een nieuwe gemeenteraad, de vorming van een nieuwe coalitie en een nieuw coalitieakkoord kunnen hebben voor de toekomstscenario's van De Kreek?
De toekomstscenario's van De Kreek zullen, samen met andere beleidsvoornemens, afgewogen moeten worden op een integraal afwegingsmoment (kadernota en/of begroting) in het licht van het financieel perspectief.
86 VVD
10. Is het college van mening dat het reserveren van € 2 miljoen vooruitloopt op toekomstige politieke besluitvorming door een nieuwe raad? Graag een gemotiveerde toelichting.
Het vormen van de reserve is een besluit geweest van de gemeenteraad. In de overwegingen staat " De reserve is uitsluitend bedoeld als spaarpot voor toekomstige kapitaallasten, niet voor projectvoorbereiding of ambtelijke inzet. Door nu financiële ruimte te reserveren ontstaat beleidsvrijheid en kan op een later moment een goed afgewogen besluit worden genomen over de toekomst van MFC De Kreek." Het staat de nieuwe raad vrij daar een ander besluit in te nemen. Het instellen, opheffen of wijzigen van een reserve is een bevoegdheid van de raad.
87 VVD
11. Welke scenario's voor De Kreek zijn financieel doorgerekend en welke investerings- en exploitatierisico's horen bij elk van deze scenario's, indien deze ten grondslag liggen aan het vormen van deze reserve?
Aan het vormen van de reserve ligt het raadsbesluit A2025-02 ten grondslag. Op dat moment waren er geen doorgerekende scenario's bekend.
88 VVD
12. De voorziening groot onderhoud gemeentelijke gebouwen bedraagt ultimo 2025 € 1,255 miljoen. Kan het college aangeven hoe deze omvang zich verhoudt tot de totale onderhoudsopgave uit het geactualiseerde gebouwenbeheerplan 2026-2035?
Het in de voorziening aanwezige bedrag van € 1.255.000 is meegenomen in het geactualiseerde gebouwenbeheerplan en betreft de startpositie. Het groot onderhoud voor de komende 10 jaar is in kaart gebracht. Dit brengt jaarlijkse lasten met zich mee. Deze lasten worden gedragen vanuit de voorziening. Aangezien de voorziening niet lager dan nul euro mag zijn, wordt de jaarlijkse dotatie berekend met als uitgangspunt dat de voorziening geen enkel jaar lager dan 1 euro is. Uit de actualisatie van het gebouwenbeheerplan is gebleken dat er jaarlijks minder in de voorziening gestort dient te worden dan gedacht, maar dat we meer uitgaven aan klein onderhoud verwachten.
89 VVD
13. In het raadsvoorstel actualisatie gebouwenbeheerplan 2026-2035 wordt De huidige voorziening is niet ontoereikend. De jaarlijkse dotaties worden naar beneden bijgesteld in 2026 aanvullend beslag gelegd op toekomstige begrotingssaldi. Is dit voor het college ten opzichte van wat in 2025 verwacht werd voor de komende jaren. Wel wordt het klein onderhoud naar een aanwijzing dat de huidige voorziening groot onderhoud ontoereikend is? En is boven bijgesteld in het gebouwenbeheerplan. Dit heeft gevolgen vanaf 2026, om deze reden is dit in 2025 hiermee reeds rekening gehouden in de jaarverslaggeving van 2025? Zo nee, in de jaarstukken niet verwerkt (hadden we dit wel verwerkt, dan zou dit onrechtmatig zijn: er is immers een waarom niet? raadsbesluit nodig om de begroting in deze zin bij te kunnen stellen). Voor 2025 is er geen sprake van een financieel effect als gevolg van het bijstellen van het plan in 2026.
90 VVD
14. Kan het college een overzicht verstrekken van alle reserve- en voorziening mutaties in 2025 die primair zijn gedaan ter dekking van toekomstige beleidskeuzes of investeringen waarvoor op balansdatum nog geen definitieve uitvoeringsbesluiten bestonden?
Bij de voorzieningen zijn er 3 soorten: voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's, voorzieningen voor gelijkmatige verdeling van lasten (onderhoud gebouwen) en voorzieningen middelen derden (riolering). Bij de eerste categorie is geen sprake van besluitvorming, die moeten we vormen. Bij de tweede categorie vinden de mutaties plaats op basis van het vastgestelde gebouwenbeheerplan. Bij de derde categorie betreft het middelen van derde die we verplicht zijn te besteden aan het doel waarvoor ze zijn ontvangen (oftewel: gesloten systeem van riolering). Bij de voorzieningen zijn geen mutaties waar u om vraagt. Bij de reserves: de mutaties waar u naar vraagt betreft de toevoegingen voor De Woerd en De Kreek.
91 VVD
15. Is het college het met de raad eens dat het inzicht in het structurele financiële Reservemutaties zijn incidentele baten (bij onttrekkingen) of lasten (bij stortingen). Deze mutaties raken het resultaat wordt vergroot wanneer dergelijke middelen pas worden gereserveerd structurele financiële resultaat niet. Het structurele resultaat betreft het resultaat van € 230.000 gecorrigeerd nadat de raad een definitief investeringsbesluit heeft genomen? Kan daarbij voor het saldo van incidentele baten en lasten (pagina 178 t/m 180). Dit saldo bedraagt € 227.000 afzonderlijk worden aangegeven welke mutaties voortvloeien uit reeds genomen voordelig. Dit betekent dat er incidenteel meer inkomsten dan uitgaven zijn. Dit leidt tot een structureel raadsbesluiten en welke mutaties vooruitlopen op toekomstige beleids- of resultaat van € 3.000 positief. investeringsbesluiten? Graag een inhoudelijke reflectie. Alle reservemutaties zijn gebaseerd op raadsbesluiten. Mutaties waarbij vooruitgelopen wordt op toekomstige besluitvorming betreft de vorming van en toevoegingen aan de reserves De Woerd en De Kreek.
92 VVD
Rechtmatigheid De geconstateerde onrechtmatigheden met betrekking tot externe inhuur zijn verdeeld over verschillende In de rechtmatigheidsverantwoording is voor 2025 sprake van in totaal circa EUR programma's en taakvelden en hebben geen betrekking op één specifiek beleidsveld. Het grootste deel 4,0 miljoen aan geconstateerde onrechtmatigheden, waarvan EUR 1,97 miljoen betreft niet-rechtmatig verlengde inhuurcontracten. Om herhaling te voorkomen zijn de interne als niet acceptabel is aangemerkt, onder meer door niet Europese aanbestedingen beheersmaatregelen aangescherpt. Zo wordt eerder gestart met aanbestedingstrajecten, is het voor EUR 1,28 miljoen. contractbeheer verbeterd en wordt voor externe inhuur gebruikgemaakt van Flextender, zodat inhuur 1. Kan het college gespecificeerd aangeven op welke programma’s en taakvelden conform de aanbestedingsregels plaatsvindt. deze niet acceptabele onrechtmatigheden betrekking hebben, welke bedragen per contract of opdracht zijn gemoeid en welke interne beheersmaatregelen en De aanbestedingsonrechtmatigheden hebben betrekking op bestaande contracten uit eerdere jaren die in aanbestedingsplanning in 2026 zijn aangescherpt om herhaling te voorkomen? 2025 zijn verlengd. Er zijn geen nieuwe aanbestedingsonrechtmatigheden geconstateerd die voortvloeien 2.
Kan het college aangeven hoeveel van de geconstateerde uit nieuw afgesloten inhuurcontracten in 2025. Voor zover bekend zijn de onrechtmatigheden die betrekking aanbestedingsonrechtmatigheden betrekking hebben op contracten die reeds in hebben op deze contracten in 2026 reeds meegenomen in het totaalbedrag van circa € 1,28 miljoen aan eerdere jaren bestonden en hoeveel betrekking hebben op nieuwe verplichtingen geconstateerde aanbestedingsonrechtmatigheden. die in 2025 zijn aangegaan?
93 VVD
Programma Volkshuisvesting Bij het programma Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening is sprake van een sterk verbeterd saldo van baten en lasten (van een geraamd tekort van EUR 3,2 miljoen naar een gerealiseerd tekort van EUR 1,0 miljoen), mede door hogere baten op grondexploitaties niet bedrijventerreinen (EUR 1,4 miljoen voordeel) en wonen en bouwen (EUR 573k voordeel) en lagere lasten op grondexploitaties (EUR 814k nadeel). 1. Kan het college een overzicht geven van de belangrijkste grondexploitaties (zoals Paddenstoelenbuurt en Onderwaard Ammerzoden), met per exploitatie de geraamde en gerealiseerde kosten, opbrengsten en rente in 2025 en de onderbouwing van de afwijkingen? 2. Op welk moment in 2025 werd voor het college redelijkerwijs duidelijk dat de gerealiseerde opbrengsten substantieel zouden afwijken van de gewijzigde begroting en waarom is dit niet verwerkt in een aanvullende begrotingswijziging of tussentijdse rapportage? En welke lering kan hieruit worden getrokken voor toekomstig vergelijkbare situaties?
De gemeente Maasdriel heeft ultimo 2025 twee lopende grondexploitaties. De Paddenstoelenbuurt (vanaf 2017) en Onderwaard Ammerzoden. De laatst genoemde is in 2025 geopend. Jaarlijks worden beide grondexploitaties geactualiseerd door een planeconoom. De actualisatie wordt wat betreft de kosten en opbrengsten opgenomen in de begroting. Het saldo wordt als mutatieboekwaarde geboekt, waardoor de begroting budgetneutraal wordt opgenomen. De werkelijke kosten en opbrengsten worden door het jaar heen geboekt en jaarlijks via een mutatieboekwaarde overgebracht naar de balans (voorraad). Door diverse omstandigheden kunnen bijvoorbeeld verwachte grondverkopen en grondverwervingen verschuiven in de jaren waardoor verschillen ontstaan in baten en lasten. Ook de verschillen worden jaarlijks toegelicht in de actualisatie en de toelichting op de actualisatie. 2) Dit wordt jaarlijks gemonitord bij de jaarrekening, omdat dan de grondexploitatie wordt geactualiseerd. Alle werkelijk gemaakte kosten en opbrengsten worden dan als een saldo opgenomen in de nieuwe actualisatie zijnde de boekwaarde. Een eerdere verwerking heeft geen impact omdat het uiteindelijk toch budgetneutraal blijft in de begroting. De rente wordt jaarlijks geboekt o.b.v. de boekwaarde per 01-01 van het betreffende jaar. De werkelijke rentekosten zijn daarmee gelijk aan de begrote rentekosten.
94 VVD
Overhead en personele bezetting 1. Een dergelijk overzicht is niet standaard voorhanden en zal opgesteld moeten worden. Dat lukt echter De lasten voor Overhead zijn in 2025 EUR 938k hoger uitgevallen dan de niet binnen de termijn waarop deze vragen beantwoord moeten zijn. gewijzigde begroting, met onder andere een nadeel van EUR 437k op de 2. Dit overzicht wordt nog nagestuurd. Vanwege afwezigheid van medewerkers is het niet gelukt om deze teambudgetten en een totale inhuur van EUR 4,7 miljoen (waarvan EUR 3,2 nu mee te sturen. miljoen ten laste van personele budgetten). 1. Kan het college per organisatieonderdeel aangeven hoeveel van deze inhuur structureel nodig is ter vervanging van onvervulbare vaste formatie en hoeveel samenhangt met tijdelijk projectwerk, en hoe dit zich verhoudt tot de reguliere personeelsbegroting (fte en loonsom)? 2. Kan het college tevens aangeven hoeveel vacatures ultimo 2025 openstonden, hoeveel maanden deze gemiddeld open stonden en in welke mate deze vacatures zijn vervangen door externe inhuur?a
95 VVD
Onderhoud kapitaalgoederen 1. Voor wegen is de onderhouds- en investeringsopgave financieel vertaald in het wegenbeleidsplan dat in In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt vermeld dat in 2025 EUR 1,1 december 2025 aan de raad is voorgelegd/vastgesteld. Daarin zijn middelen opgenomen voor onder meer miljoen is besteed aan groot onderhoud wegen en EUR 3,8 miljoen aan dagelijks onderhoud, planmatig onderhoud en rehabilitatie/vervangingsmaatregelen. Voor wegen is de investeringen in verkeer en vervoer (waaronder de Wordenseweg en structureel onderhoudsopgave daarmee voor de komende jaren in beginsel financieel verwerkt via exploitatiebudgetten wegbeheer). en investeringskredieten. 2 Op dit moment is er nog geen afzonderlijk structureel exploitatiebudget voor 1. Kan het college inzichtelijk maken in hoeverre de huidige afschrijvingslasten dagelijks en klein onderhoud aan civieltechnische kunstwerken en ook nog geen volledig geautoriseerd voor verkeer en vervoer (circa EUR 1,0 miljoen in 2025) aansluiten op de investeringsprogramma voor rehabilitaties/vervangingen. Het meest noodzakelijke onderhoud, met name meerjarenonderhoudsplanning. vanuit veiligheidsoverwegingen, wordt op dit moment binnen de beschikbare middelen voor wegen 2. Kan het college per 31 december 2025 aangeven wat de omvang is van de opgevangen.
De verdere financiële vertaling vindt plaats via de besluitvorming over het beheerplan berekende onderhoudsachterstand voor wegen en civiele kunstwerken volgens de kunstwerken. meest recente inspecties en welk deel daarvan financieel is afgedekt via voorzieningen, exploitatiebudgetten of reeds geautoriseerde investeringskredieten?
96 D66
1. Het raadsbesluit noemt een voordelig saldo van € 236.000; de jaarstukken Het correcte saldo is € 230.000. Dit is verkeerd opgenomen in het raadsvoorstel en - besluit. We passen dit zelf (inleiding, balans, toelichting baten en lasten) noemen consequent € 230.000. nog aan. Kan dit bedrag eenduidig worden gemaakt op het correcte saldo, zodat de raad over het juiste bedrag een besluit vaststelt?
97 D66
2. Rechtmatigheid. Een groot zorgpunt is de rechtmatigheid. Het college schrijft Het college onderschrijft het belang van rechtmatige aanbestedingen. Vanwege de continuïteit van de dat continuïteit van inhuur zwaarder woog dan naleving van de dienstverlening is de inzet in enkele gevallen tijdelijk voortgezet. De daaruit voortvloeiende aanbestedingsregels. Dat is een politieke keuze die vooraf expliciet aan de raad onrechtmatigheid is transparant verantwoord in de jaarrekening. Om herhaling te voorkomen zijn voorgelegd had moeten worden, en niet achteraf in de jaarrekening gemeld. Wij maatregelen getroffen, waaronder tijdigere aanbestedingen, beter contractbeheer en het verplicht inzetten hebben hierover de volgende vragen: van Flextender voor externe inhuur. De raad wordt hierover geïnformeerd via de Planning & Control-cyclus. – Hoe ziet het college dit, en kan deze afweging - en de borging dat de raad voortaan vooraf wordt betrokken - in het verbeterplan worden opgenomen? Het niet naleven van de aanbestedingsregels brengt juridische en financiële risico's met zich mee, zoals – Welk juridisch en financieel risico loopt de gemeente op deze niet-rechtmatig mogelijke claims van benadeelde marktpartijen. Op dit moment zijn er geen concrete aanwijzingen dat aanbestede contracten (vernietigbaarheid, claims van passieve inschrijvers)? hiervan sprake is.
Met de inzet van Flextender worden deze risico's zoveel mogelijk beperkt. – De nu beschreven inzet om herhaling te voorkomen komt op D66 mager over voor een bedrag van bijna € 2 mln aan niet-acceptabele onrechtmatigheden. Welk Het uitgangspunt is dat nieuwe aanbestedingsonrechtmatigheden worden voorkomen. De voortgang van de concreet streefcijfer en tijdpad hanteert het college, en hoe wordt de raad verbetermaatregelen wordt gemonitord en de raad wordt hierover geïnformeerd via de Planning & Controltussentijds geïnformeerd? cyclus. – De overschrijding van de teambudgetten is “ook in voorgaande jaren” geconstateerd. Welke concrete normen hanteert het college in 2026 (declarabele In 2026 is de sturing op personeelsbudgetten aangescherpt door invoering kwartaalrapportages. Daarbij uren, dekking doorbelastingen) en wanneer kan de raad zien of de wordt periodiek gestuurd op formatie, bezetting, externe inhuur en budgetten. De effecten hiervan worden maandrapportages effect hebben? zichtbaar in de jaarrekening 2026.
98 D66
3. Het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma Integraal Veiligheidsplan is in 2025 niet vastgesteld; dat volgt pas in het eerste kwartaal van 2026, terwijl het onderliggende IVP 2022-2026 dan al afloopt. Welk nut heeft een uitvoeringsprogramma dat de doelen concretiseert nog, als het pas in het laatste jaar van de looptijd wordt vastgesteld? Betekent dit dat in 2025 onvoldoende of geen gestructureerde uitvoering is gegeven aan de doelen uit het IVP 2022-2026, en hoe wordt de aansluiting op een nieuw IVP geborgd?
De uitvoering van het veiligheidsbeleid door cluster Openbare Orde en Veiligheid vond de afgelopen jaren plaats op basis van het Integraal Veiligheidsplan (IVP), de actuele veiligheidsontwikkelingen en de reguliere samenwerking met ketenpartners. Daarnaast is er begin 2024 een uitvoeringsprogramma (UVP) opgesteld wat de afgelopen twee jaar als leidraad heeft gediend. Dit UVP is echter niet formeel vastgesteld. Het opstellen van een zo'n uitvoeringsprogramma draagt bij aan het beter plannen, monitoren en verantwoorden van de uitvoering van het veiligheidsbeleid. Het uitvoeringsprogramma heeft daarmee vooral een versterkende en structurerende functie en is niet bedoeld als voorwaarde voor de uitvoering van de doelen uit het IVP. De doelen uit het IVP 2022–2026 zijn dus ook in 2025 uitgevoerd, ondanks dat er geen vastgesteld UVP was. Ter informatie; voor het jaar 2026 is inmiddels wel een UVP vastgesteld. Dit uitvoeringsprogramma 2026 biedt inzicht in de lopende en geplande activiteiten en vormt een goede basis voor de overgang naar het nieuwe IVP 2027–2030, waarvoor eveneens een uitvoeringsprogramma zal worden opgesteld.
99 D66
4. Specifieke uitkeringen verduurzaming (paragraaf 7.4). In paragraaf 7.4 Antwoorden: (per punt, volledige antwoord zichtbaar wanneer vlak aangeklikt is) worden drie SPUK’s genoemd waarvan aan het einde van 2025 forse bedragen 1*) De gemeente krijgt middelen van het rijk voor de aanpak van energiearmoede, het doel van deze SPUK onbesteed zijn: energiearmoede (€ 194.000 resterend, € 37.000 besteed), het is om huishoudens die het hardst getroffen zijn te ondersteunen met energiebesparende maatregelen. De Nationaal Isolatieprogramma NIP (€ 2,36 mln resterend, € 188.600 besteed) en de gemeente zet in op meerdere sporen om huishoudens in energiearmoede te bereiken, mede omdat de CDOKE-regeling voor capaciteit (€ 794.000 resterend). Hierover hebben wij de doelgroep moeilijk bereikbaar is door o.a. privacywetgeving. Huishoudens die al in beeld zijn via de volgende vragen: energietoeslag ontvangen brieven over beschikbare regelingen. Inwoners die bekend zijn bij het sociaal – Energiearmoede: wat is het doelbereik van deze regeling, en in hoeverre zijn domein worden doorverwezen naar het energieloket. Voor onbekende huishoudens zet de gemeente in op inwoners die op of onder bijstandsniveau leven bekend met de mogelijkheid om brede toegankelijkheid: flyers, markten en bewonersavonden.
Het energieloket brengt daarnaast kleine en hiervan gebruik te maken? middelgrote energiebesparende maatregelen aan bij inwoners aan huis. Ketenpartners verwijzen inwoners – NIP: het resterende bedrag van € 2,36 mln - is dit uitsluitend aan Maasdriel ter door naar het energieloket en een energiecoach of klusser brengt de maatregelen vervolgens aan. beschikking gesteld, voor welke jaren geldt het, en hoe zijn inwoners hiervan op de 2*) Ja, deze middelen zijn uitsluitend aan de Gemeente Maasdriel ter beschikking gesteld voor uitvoering hoogte gebracht? tot uiterlijk 2030. De middelen zijn via tranches beschikbaar gesteld. Deze middelen worden pas na – CDOKE: in hoeverre heeft Maasdriel deze middelen voor klimaat- en uitvoering verrekend en per periode betaald, dus het beschikbare bedrag is daarom geen directe vertaling energiecapaciteit benut, gelet op het forse restant? En klopt het dat de CDOKEvan wat al uitgevoerd is. De eerste tranche is beschikt in 2023, maar de gemeente heeft de start bewust middelen vanaf 2026 via een decentrale uitkering (vrij besteedbaar, niet langer uitgesteld. Isolatie stimuleren bleek niet verantwoord zolang inwoners geen vergunning hadden voor geoormerkt) binnenkomen - met het risico dat het restant in de algemene middelen gebouwbewonende diersoorten zoals vleermuizen.
De gemeente is daarom een Soortenmanagementsplan vervalt als het niet expliciet wordt bestemd? (SMP) gestart, dit is een intensief traject dat nu in de opstartfase zit. Hierdoor zullen inwoners niet meer – De restanten van deze SPUK’s worden budgetneutraal in de jaarbegroting individueel onderzoeken hoeven te doen om te kunnen isoleren. Vanwege deze belemmeringen is in opgenomen. Onze indruk is dat SPUK-middelen geoormerkt horen te blijven; kan november 2024 gestart met de eerste isolatieaanpak. Inwoners vragen een voucher aan en dienen de het college dit toelichten? En belangrijker: is het college bereid deze middelen subsidie pas na het isoleren in, met een termijn van maximaal zes maanden. De kosten worden daarna per apart te houden als verduurzamingsfonds voor inwoners en ondernemers, zodat periode verrekend met de middelen. ze ook daadwerkelijk aan verduurzaming worden besteed? Per tranche gelden andere voorwaarden en doelgroepen, wat een andere aanpak vraagt. Voor de eerste tranche moet 80% van de middelen naar koopwoningen met een WOZ-waarde onder een bepaalde grens én een energielabel D, E, F of G óf geen label maar twee aantoonbaar slechte bouwdelen. De tweede tranche is in voorbereiding; de uitvoering start op 1 januari 2027. De communicatie naar inwoners loopt zoals hierboven benoemd via verschillende kanalen.
3*) De overgebleven (SPUK) CDOKE-middelen van het jaar 2025 worden in 2026 besteed. In 2026 wordt de vervanger van de CDOKE middelen als een decentrale uitkering via het gemeente fonds ontvangen. Dit geldt ook voor 2027. Deze middelen worden vanuit de circulaires 'geoormerkt'. Voor de besteding van deze middelen wordt / is een bestedingsopzet gemaakt. 4*) Deze middelen blijven ook 'geoormerkt' en blijven behouden aan daar waar ze voor bedoeld zijn. Anders uitgeven kan en mag niet. Bij de jaarrekenining dienen alle uitgave worden opgenomen in een SISAverantwoording en worden beoordeeld door de accountant.
100 D66
5. De rioolheffing viel € 459.000 lager uit en de voorziening riolering daalt naar € Het WRP 2027 is nog onderhanden, en nog niet in het stadium dat dit besluitrijp is voor het college. De 4,06 mln. Wij hebben hierover twee vragen: stelling klopt. – Welke uitgangspunten voor heffing en voorziening hanteert het college in het nieuwe WRP (vanaf 2027)? – De feitelijke kostendekkendheid van riolering was 77% en van begraven 35%. Klopt de stelling in de paragraaf dat riolering “ieder jaar 100%” dekkend is via de voorziening, nu de voorziening structureel wordt aangesproken?
101 D66
6. In 2025 is € 15 mln aan nieuwe onderhandse leningen aangetrokken en € 3,3 Gemeente Maasdriel financiert inderdaad integraal, waardoor niet één op één kan worden aangegeven mln afgelost, waarmee de vaste schuld per saldo steeg van € 40,2 mln naar € 51,9 waar de financieringsbehoefte door ontstaat. Uit de jaarstukken blijkt wel het volgende: mln. Gemeenten financieren integraal, maar kan het college aangeven welke investeringen of tekorten deze financieringsbehoefte van € 15 mln in 2025 hebben - Het saldo van incidentele baten en lasten (pagina 178 t/m 180) bedraagt € 227.000 voordelig. Dit betekent veroorzaakt, en of het overwegend incidentele of structurele uitgaven betreft? dat er incidenteel meer inkomsten dan uitgaven zijn. Welke omvang aan vaste schuld acht het college voor Maasdriel nog financieel - Op investeringskredieten is € 5,5 miljoen uitgegeven (pagina 172). verantwoord, gelet op de netto schuldquote (51,4%), de renterisiconorm en de nog - Op grondexploitaties is € 1,4 miljoen uitgegeven. uit te voeren kredieten van € 22,3 mln plus de aankomende investeringen in IHP - Er is op leningen € 3,3 miljoen afgelost. en De Woerd? Daarnaast zijn er nog onderwerpen waarbij de inkomende en uitgaande geldstromen niet op hetzelfde moment plaatsvinden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij anterieure overeenkomsten en bij specifieke uitkeringen.
Uit de bedragen kan geen harde conclusie worden getrokken. Wel geeft dit een beeld dat met de aangetrokken financiering een deel van de structurele uitgaven zijn gefinancierd. We begrijpen en herkennen de vraag. Richting de begroting 2027 bekijken en analyseren we dit in meer detail. Ten aanzien van de netto-schuldquote: de begroting is het moment waarop de effecten inclusief investeringen die in de begroting zijn opgenomen, worden vertaald in de financiële kengetallen. Voor de kengetallen hanteren we drie categorieën: A (goed), B (voldoende) en C (slecht). Voor de netto-schuldquote is sprake van categorie A (goed) als deze lager is dan 90%. Overigens zien we voor de kengetallen grote verschillen tussen begroting en realisatie. In de begroting 2025 gingen we uit van een financieringsbehoefte van € 28,7 miljoen, werkelijk aangetrokken is dus € 15 miljoen langlopend.