Startnotitie Welzijnsbeleid Bommelerwaard
Tekst van het document
Startnotitie Welzijnsbeleid Bommelerwaard 1. Aanleiding De maatschappij is de afgelopen decennia veranderd van een verzorgingsmaatschappij naar een participatiemaatschappij. De rol van de overheid is daarbij ook veranderd. De overheid gaat uit van de kracht van de burger. De overheid neemt niet langer meer over, maar zet in op ondersteunen en versterken van initiatieven van burgers. Dit kan het beste georganiseerd worden in de directe omgeving van de burger. Met de decentralisaties in het sociaal domein (2015) zijn er meer taken en verantwoordelijkheden bij de gemeenten komen te liggen. Gemeenten zetten in op het bevorderen van de zelfredzaamheid van de burger. Deze ontwikkeling levert op termijn winst op, zowel voor de burger als voor de maatschappij. Het gaat om investeren aan de voorkant, in plaats van repareren aan de achterkant. Welzijnswerk is een belangrijk instrument om de zelfredzaamheid en de kwaliteit van leven van burgers te vergroten. De afgelopen jaren is bij bestuurders, ambtenaren en welzijnspartners in de Bommelerwaard de wens gegroeid om te komen tot een integraal welzijnsbeleid Bommelerwaard. Deze startnotitie is daarvoor de eerste stap. We willen hiermee uitnodigen tot reflectie en discussie over een nieuwe visie op welzijn en welzijnswerk. Door het welzijnswerk te herpositioneren, willen we de kracht van het welzijnswerk beter benutten.
We willen in 2020 op een interactieve wijze komen tot nieuw meerjarig welzijnsbeleid voor de Bommelerwaard. Deze startnotitie is een belangrijke start. De notitie geeft een definitie van welzijn en welzijnswerk (hoofdstuk 2), beschrijft het vertrekpunt van beide gemeenten (hoofdstuk 3), geeft inzicht in landelijke ontwikkelingen (hoofdstuk 4) en beschrijft de input van lokale welzijnspartners (hoofdstuk 5). Op basis van eerdere hoofdstukken formuleren we in hoofdstuk 6 de uitgangspunten voor het nieuwe welzijnsbeleid. Na de zomer stellen we op basis van deze startnotitie een meerjarige beleidsagenda op. De beleidsagenda beschrijft de doelstellingen, de wijze waarop we de doelstellingen willen realiseren en wie waar verantwoordelijk voor is. Deze beleidsagenda wordt samen met maatschappelijke organisaties opgesteld.
2. Welzijn & welzijnswerk Welzijn is een gevoel van welbevinden, je prettig en gelukkig voelen. Welzijnswerk draagt bij aan het welzijn van inwoners. Met elkaar werken we aan een samenleving die prettig is voor alle inwoners. Welzijnswerk moet aansluiten op de essentie van de decentralisaties: de eigen kracht en zelfredzaamheid van inwoners stimuleren en versterken, ondersteuning dichtbij organiseren en inwonersinitiatieven faciliteren en stimuleren.
3. Vertrekpunt Dit hoofdstuk geeft inzicht in de vertrekpunten van beide gemeenten. De eerste tabel geeft inzicht in het huidige subsidiebeleid.
Kaders
Doel
Huidig subsidiebeleid welzijn Gemeente Maasdriel Gemeente Zaltbommel De Algemene subsidieverordening gemeente De Algemene subsidieverordening Maasdriel 2017 en Subsidieregeling Zaltbommel 2018 en de beleidsregel Meedoen in Maasdriel gemeente Maasdriel participatie. 2019. Het stimuleren en vergroten van Kwetsbare inwoners behouden of vergroten zelfredzaamheid, samenredzaamheid en hun zelfredzaamheid, door het versterken meedoen van (kwetsbare) inwoners van de van de eigen kracht en het verbeteren van de gemeente Maasdriel. zelfregie en het eigen en sociale netwerk.
1
De tweede tabel geeft inzicht in de bestuursakkoorden van de beide gemeenten. Bestuursakkoorden 2018 - 2022 Gemeente Maasdriel Gemeente Zaltbommel Het is essentieel dat de drempel om hulp te zoeken Voor het bestuur blijft participatie, het samen met voor onze inwoners zo laag mogelijk is. Het partijen en inwoners in de gemeente werken aan gebiedsteam heeft zich al bewezen in de een optimale leefomgeving, een belangrijk speerpunt. laagdrempelige toegang tot zorg en ondersteuning. Verdere doorontwikkeling van het gebiedsteam en de Inzet op zelfredzaamheid. We hechten groot belang aan samenwerking met andere partners op het gebied van zelfredzaamheid van mensen, zodat zij hun leven zorg, welzijn en onderwijs blijft nodig. kunnen inrichten zonder een constante bemoeienis van allerlei zorg-/overheidsinstanties. Voorop staat dat onze inwoners de zorg krijgen die nodig is. We staan aan het begin van investeren in Blijven vasthouden aan het uitgangspunt ‘voorkomen is collectieve voorzieningen die het mogelijk maken om beter dan genezen’. De (financiële) inzet op preventie individuele zorg te verminderen of uit te stellen. blijft daarom gehandhaafd. Ditzelfde geldt voor de inzet Hierdoor kunnen we de uitgaven voor het sociaal van de buurteams en buurtzorg jong waardoor domein op termijn beter sturen. Er zijn nu relatief doorverwijzing naar dure zorg kan worden verminderd.
weinig collectieve voorzieningen waardoor relatief vroeg maatwerkvoorzieningen moeten worden Inspelen op meer mantelzorgers in de toekomst. In de ingezet. Voor nieuwe collectieve voorzieningen doen toekomst neemt de behoefte aan mantelzorg alleen we een beroep op inwoners en verenigingen. maar toe. De gemeente past waar nodig het beleid aan De kunst is om de komende jaren te zorgen voor: om mantelzorg dragelijk te laten zijn voor de behoud en versterking van het verenigingsleven; mantelzorgverleners. ontwikkeling van sociale initiatieven om de Veel (oudere) Inwoners functioneren prima en weten leefbaarheid te vergroten; het bedienen van kwetsbare inwoners met lang hun weg zelfstandig en zonder hulp te vinden. Soms voorzieningen waardoor ze langer zelfstandig ontstaat door lichamelijke of geestelijke klachten een kunnen blijven wonen en maatschappelijk actief verminderde mobiliteit. Eenzaamheid wordt dan een risico. Dat wil de gemeente Zaltbommel tegengaan. kunnen zijn; ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers Daarom blijven we bij de keukentafelgesprekken bij hun gewaardeerde bijdrage aan onze aandacht besteden aan eenzaamheid en zingeving. We samenleving, bijvoorbeeld door de inzet van maken hiervoor gebruik van deskundigheid en het respijtzorg, het mantelzorgcompliment en netwerk van organisaties en kerken. ondersteuning door Stichting Welzijn Bommelerwaard.
Ten slotte is in artikel 213a van de Gemeentewet opgenomen dat het college periodiek onderzoek moet verrichten naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hen gevoerde bestuur. De colleges van Maasdriel en Zaltbommel hebben recentelijk dergelijke onderzoeken laten uitvoeren naar hun sociaal domein. Beide onderzoeken geven aanknopingspunten voor het op te stellen welzijnsbeleid. 213a onderzoeken sociaal domein Gemeente Maasdriel Gemeente Zaltbommel Uit het onderzoek blijkt dat het aantal hulpvragen in de De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat het gemeente toeneemt en dat de hulpvragen steeds gevoerde beleid in de praktijk wordt waargemaakt. In complexer worden. de transitie in 2015 van de Wmo en jeugdwet is in Zaltbommel gekozen voor een visie die gericht is op Doordat het aantal cliënten en de gemiddelde kosten preventief, outreachend en laagdrempelig werken, per cliënt stijgen, wordt de zorg steeds lastiger waarbij de geboden zorg en ondersteuning voor de betaalbaar. Als gevolg van de oplopende tekorten zal inwoners leidend is. Hierin is een belangrijke rol het huidige beleid op termijn niet meer betaalbaar zijn. weggelegd voor de werkwijze van Buurtzorg Jong en Buurtteam. Uit het onderzoek blijkt dat de nulde en eerste lijn beter benut kunnen worden.
De beweging van individuele Welzijn is benoemd als een van de zes uit te werken naar collectieve voorzieningen is nog onvoldoende speerpunten. Het welzijnswerk biedt de basis waaruit
2
ingezet. Dit leidt tot meer verwijzingen naar duurdere en complexere zorg. Het preventieve beleid en het voorliggende veld is nog onvoldoende ontwikkeld. Op dit moment heeft het gebiedsteam nog te weinig verbinding met het voorliggende veld. Het succes van preventief beleid valt of staat met een goede samenwerking tussen het gebiedsteam en welzijnspartners.
mensen aan de samenleving deel kunnen nemen. Het organiseren van een passend netwerk aan algemene voorzieningen, het ondersteunen van mantelzorg en vrijwilligerswerk raakt direct de kwaliteit van het zorgaanbod. Een deel van het werk van het Buurtteam vindt plaats op het snijvlak tussen zorg en welzijn. Het versterken van de samenwerking tussen zorg en welzijn is daarmee een belangrijke investering in de samenleving. Er valt veel winst te behalen op onder andere een betere samenwerking. Er is behoefte aan het (her)positioneren van het welzijnswerk o.a. in relatie tot het werk van het Buurtteam, het welzijnswerk door Stichting Welzijn Bommelerwaard (SWB) en de andere betrokken maatschappelijke organisaties. Hoe wordt het welzijnswerk ingezet in de gemeente Zaltbommel en welke rol spelen we als gemeente in dit geheel? In samenspraak met de betrokken organisaties wordt dit in kaart gebracht en uitgewerkt in beleid en samenwerkingsafspraken.
4. Welzijn Nieuwe Stijl Om gericht welzijnsbeleid te kunnen ontwikkelen en de gemeentelijke middelen doelmatig en doeltreffend te gebruiken, hebben het ministerie van VWS, de VNG en Sociaal Werk Nederland hiervoor het programma Welzijn Nieuwe Stijl (WNS) ontwikkeld. Het programma WNS heeft drie doestellingen: Doelstellingen Welzijn Nieuwe Stijl 1. Gemeenschappelijker: het is van belang dat er een lokale of regionale ‘maatschappelijke agenda’ is. Deze agenda komt tot stand door een dialoog met maatschappelijke organisaties en het lokaal bestuur. 2. Professioneler en effectiever: het aanbod van welzijnspartners moet zijn afgestemd op de vraag van de inwoner en de visie van de gemeente. Het gaat er dus om niet te sturen op producten, maar op resultaten en waar mogelijk op maatschappelijke effecten. 3. Efficiënter: het welzijnswerk is gericht op het versterken van het zelfregelend vermogen van de burger en het betrekken van de eigen sociale omgeving bij de ondersteuning. Meer efficiëntie ontstaat ook als de welzijnspartners meer (gaan) samenwerken. Het programma Welzijn Nieuwe Stijl heeft acht bakens: 1. gericht op de vraag achter de vraag (vraaggericht werken); 2. gebaseerd op de eigen kracht van de burger (wat kan de burger zelf of met hulp van zijn omgeving?); 3. direct er op af (om erger te voorkomen); 4.
formeel en informeel in optimale verhouding (inzet moet licht zijn waar mogelijk en zwaar waar nodig); 5. doordachte balans van collectief en individueel (collectieve aanpakken zijn vaak niet alleen goedkoper, maar bieden ook een betere oplossing); 6. integraal werken (vragen en problemen in samenhang en met elkaar oplossen); 7. niet blijvend, maar resultaatgericht (concrete afspraken over welke resultaten we willen halen); 8. gebaseerd op ruimte voor de professional (professionals krijgen de ruimte om hun kennis en ervaring in te zetten en te delen); Een voorwaarde voor het slagen van Welzijn Nieuwe Stijl is een goede relatie tussen gemeenten en welzijnsorganisaties. Daarbij gaat het in de kern over de wijze waarop gemeenten afspraken maken met welzijnsorganisaties over de realisatie van beleidsdoelen. De kern van opdrachtgeverschap is dat er keuzes gemaakt worden: welke maatschappelijke problemen moeten worden aangepakt en welke doelen willen we realiseren? Welzijnsorganisaties houden zich bezig met de vraag hoe deze doelen gerealiseerd moeten worden en welke activiteiten daarvoor nodig zijn. 3
5. Input welzijnspartners Voor deze startnotitie hebben wij met een aantal welzijnspartners gesproken, te weten Stichting Welzijn Bommelerwaard, Stichting Humanitas, Stichting Kompas en Elliz in Company. Deze gesprekken hebben waardevolle input gegeven voor het toekomstig welzijnsbeleid. In onderstaande tabel een samenvatting. Input welzijnspartners Doelstellingen - Formuleer met elkaar een aantal concrete en realistische doelstellingen voor de komende jaren. - Werk opgavegericht met elkaar. Mogelijke opgaves: zelfredzaamheid, eenzaamheid, armoede en zingeving. - Leg een koppeling met het concept positieve gezondheid. - Werk doelgroep overstijgend: hiermee voorkom je dat mensen tussen wal en schip vallen. - Speel in op maatschappelijke veranderingen. Zo vraagt de Coronacrisis om een herpositionering. Hierdoor moeten we inspelen op andere hulpvragen (en daardoor bestaande activiteiten loslaten en nieuwe activiteiten initiëren). - Sommige welzijnsactiviteiten vragen om een structureel karakter, terwijl andere activiteiten een meer tijdelijk karakter hebben doordat inwoners de activiteiten zelf kunnen organiseren of doordat de behoeften van inwoners veranderen. Gemeentelijke regierol - Gemeenten moeten de regierol pakken. Formuleer duidelijke doelen en geef organisaties een duidelijke opdracht.
- Tijdens de opdracht moeten de gemeenten vinger aan de pols houden hoe de uitvoering verloopt en weten wat er speelt in de praktijk: regelmatig afstemmen, monitoren en bijsturen waar nodig. Samenwerking welzijnspartners - Organisaties werken nu nog te veel individueel en weten onvoldoende van elkaar. - Organisaties willen structureel meer samenwerken (is nu nog te incidenteel). Allianties vormen rondom opgaven: gezamenlijk doelstellingen bereiken. - Organisaties zouden elkaars kwaliteiten en specialiteiten meer moeten gaan gebruiken. Van belang daar bij dat ze onderscheidend werken: elkaar aanvullen in plaats van elkaar ‘concurreren’. - Maak bespreekbaar waarin je goed bent en waarin je ook minder goed bent. - Per opgave zou er gekozen kunnen worden dat één organisatie een coördinerende en verbindende rol op zich neemt (vraag en aanbod matchen en partijen mobiliseren). - Wellicht kan er ook meer samengewerkt worden op bedrijfsvoering: het delen van kennis en kunde (professionele organisaties kunnen vrijwilligersorganisaties helpen om minder kwetsbaar te worden). Wel moet er rekening gehouden worden met de verschillende organisatieculturen. - Korte lijnen met gebiedsteam/buurtteams. Samenredzaamheid - Zet in op samenredzaamheid en benut de kracht van vrijwillig welzijnswerk: mensen willen elkaar in de directe omgeving helpen.
- Professioneel welzijnswerk is ook jezelf overbodig maken (dit geldt echter niet voor alle onderdelen). Meerjarige afspraken - Behoefte aan een meerjarige “welzijnsalliantie”. - Meerjarige afspraken leidt tot minder kwetsbaarheid, meer onderling vertrouwen en minder bureaucratie. Dit mag echter niet leiden tot achterover leunen; we moeten elkaar scherp houden.
4
6. Uitgangspunten welzijnsbeleid Bommelerwaard Op basis van ons vertrekpunt (hoofdstuk 3), Welzijn Nieuwe Stijl (hoofdstuk 4) en input van welzijnspartners (hoofdstuk 5) hebben we elf uitgangspunten geformuleerd. Uitgangspunten welzijnsbeleid Bommelerwaard 1. We streven naar een inclusieve samenleving: een samenleving waarin iedereen kan deelnemen en waarin niemand buiten de boot valt1. 2. We geloven in het concept positieve gezondheid. Gezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. 3. Iedere inwoner of groep van inwoners is primair zelf verantwoordelijk voor deelname aan de samenleving (zelfredzaamheid en samenredzaamheid). 4. We willen de inwoners in hun eigen kracht zetten en willen de kracht van de samenleving versterken, door een ondersteunende maar niet overnemende rol. 5. We werken opgavegericht en integraal samen. 6. We werken preventief: we signaleren ondersteuningsvragen vroegtijdig en bieden tijdig passende ondersteuning aan. 7. Collectieve voorzieningen hebben de voorkeur ten opzichte van individuele voorzieningen. 8. De gemeenten formuleren duidelijke doelen en opdrachten en houden in de gaten of de doelen gerealiseerd worden. 9. De welzijnspartners werken samen om opgaves te realiseren, ieder vanuit hun expertise. 10.
Er zijn korte lijnen tussen de gemeenten, de toegang en de welzijnspartners. 11. Op basis van de gezamenlijk opgestelde beleidsagenda maken we afspraken met elkaar over gewenste resultaten, afstemming en bijsturing. Hierbij streven we naar een langdurige samenwerking. De uitgangspunten vormen de basis voor de op te stellen Beleidsagenda Welzijn Bommelerwaard.
1 Dit uitgangspunt staat in relatie tot de lokale inclusieagenda: beide gemeenten streven naar een inclusieve samenleving.
We hebben de opgave om ervoor te zorgen dat onze inwoners zoveel mogelijk gelijke kansen en mogelijkheden hebben. Dat betekent ook dat wij ons inzetten voor het verbeteren van sociale en fysieke toegankelijkheid.
5