Rapportage sociaal domein 2, 2020
Tekst van het document
Rapportage Sociaal Domein 01-07-2020 t/m 31-12-2020
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1. Jeugd ................................................................................................................................................... 4 Inleiding ................................................................................................................................................ 4 Instroom ............................................................................................................................................... 4 Uitstroom .............................................................................................................................................. 4 Verwijzingen ......................................................................................................................................... 5 Aantal lopende individuele voorzieningen ........................................................................................... 6 Begroting en uitgaven 2020 ................................................................................................................. 6 Bezwaar en beroep 2020 Jeugd ..........................................................................................................
6 Toelichting Jeugd ................................................................................................................................. 7 2. Wmo 2015 ......................................................................................................................................... 10 Inleiding .............................................................................................................................................. 10 Instroom ............................................................................................................................................. 10 Uitstroom ............................................................................................................................................ 11 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen ............................................................................................ 11 Begroting en uitgaven Wmo 2020 ..................................................................................................... 12 Bezwaar en beroep 2020 Wmo ......................................................................................................... 12 Toelichting Wmo ................................................................................................................................ 13 3.
Schuldhulpverlening, peutertoeslag, minimabeleid en statushouders .............................................. 17 Inleiding .............................................................................................................................................. 17 Schuldhulpverlening ........................................................................................................................... 17 Minimaregelingen ............................................................................................................................... 18 Peutertoeslag ..................................................................................................................................... 18 Collectieve zorgverzekering ............................................................................................................... 19 Bezwaar en beroep 2020 minimaregelingen ..................................................................................... 19 Huisvesting statushouders ................................................................................................................. 19 Begroting en uitgaven minimaregelingen 2020 ................................................................................. 20 4.
Participatiewet ................................................................................................................................... 21
2
Inleiding De rapportage Sociaal Domein over het tweede halfjaar van 2020 geeft u een overzicht van de ondersteuning die we bieden binnen de Jeugdwet, de Wmo 2015 en de Participatiewet. Het tweede halfjaar van 2020 ligt inmiddels achter ons. Van de coronapandemie kan dat helaas nog niet gezegd worden. Ook in deze halfjaarrapportage kunt u lezen over de impact van de pandemie op onze inwoners, en op de geboden ondersteuning. Desondanks kon de dienstverlening en ondersteuning in het Sociaal Domein ook in het achterliggende halfjaar doorgaan. In oktober 2020 is door uw raad het Plan van Aanpak voor het Sociaal Domein vastgesteld. De stuurgroep en de projectgroep zijn binnen de gemeentelijke organisatie hiermee aan de slag gegaan. In het eerste helft van 2021 zult u separaat over de voortgang geïnformeerd worden. De opzet van deze rapportage is inmiddels bekend. In figuur 1 is het model opgenomen dat is toegepast in deze rapportage. Dit model bestaat uit drie lagen (inwoner, gemeente en budget). Met dit model geven we duiding aan de gepresenteerde cijfers. Aan de basis staat de inwoner: wat zeggen de gepresenteerde cijfers over de ervaringen van de inwoners uit de gemeente Maasdriel? Bij het onderdeel ‘gemeente’ kan gedacht worden aan de kwaliteit van de dienstverlening, de toegankelijkheid en de wachtlijst. De derde laag betreft de beschikbare financiële middelen.
Hoe vertalen de gepresenteerde cijfers zich in de bestedingen en welke trends zijn daarin te onderkennen?
Figuur 1 - Model duiding cijfers halfjaarrapportage
Indien figuren in deze rapportage het cijfer ‘0’ bevatten, betekent dit dat 5 of minder producten zijn afgegeven. Het is gebruikelijk om dergelijke lage aantallen niet te vermelden omdat ze in dat geval herleidbaar kunnen zijn naar specifieke personen.
3
1. Jeugd Inleiding Dit hoofdstuk bevat de cijfers over de jeugdhulp. We presenteren allereerst de figuren met de instroom, de uitstroom, het aantal jeugdproducten in zorg, de begroting voor 2020 en de gerealiseerde uitgaven over 2020. Bij elk figuur is een legenda en een korte toelichting opgenomen. De inhoudelijke toelichting is vanaf pagina 8 weergegeven.
Instroom Onder instroom verstaan we het aantal afgegeven nieuwe (zorg)producten in deze periode. Het aantal producten hoeft niet gelijk te zijn aan het aantal beschikkingen (besluiten). Eén beschikking kan meerdere producten bevatten. De instroomcijfers zijn weergegeven in figuur 2.
Figuur 2 – Instroomcijfers jeugd
Uitstroom De uitstroomcijfers zijn opgenomen in figuur 3. Onder uitstroom verstaan we het aantal uitgestroomde jeugdigen in de betreffende periode. Dit betreft een momentopname. Op een later moment kan een deel van deze jeugdigen weer in zorg komen.
Figuur 3 – Uitstroomcijfers jeugd
4
Verwijzingen Figuur 4 toont de onderverdeling naar type verwijzer van de instroom voor alle vormen van jeugdhulp in het tweede halfjaar 2020. Ter vergelijking is in figuur 5 dezelfde uitsplitsing voor het eerste halfjaar 2020 toegevoegd. Figuur 6 toont over het tweede halfjaar 2020 voor de belangrijkste categorie met externe verwijzingen (de JeugdGGZ) de verhouding tussen het gebiedsteam en externe verwijzers. In figuur 7 is ter vergelijking ook de verhouding voor het eerste halfjaar 2019 toegevoegd.
Totaal: 168
Totaal: 214
Figuur 4 – Verwijzers instroom 2de halfjaar 2020
Figuur 5 – Verwijzers instroom 1ste halfjaar 2020
Totaal: 136
Totaal: 89 Figuur 6 – Verwijzers instroom 2de halfjaar 2020 J-GGZ
Figuur 7 – Verwijzers instroom 1ste halfjaar 2020 J-GGZ
5
Aantal lopende individuele voorzieningen
Categorieën Jeugd GGZ Jeugd ambulant Jeugdbescherming Jeugd residentieel Pleegzorg Landelijke inkoop
ja nu ar i-1 8 de ce m be r- 1 ju ni 8 -1 9 de ce m be r-1 ju ni 9 -2 0 de ce m be r -2 0
Tabel 1 toont het verloop in het aantal lopende individuele voorzieningen vanaf begin 2018 tot heden. Eén jeugdige kan meerdere individuele voorzieningen tegelijk hebben.
198
238
263
247
283
289
187
165
179
168
170
188
36
45
50
55
54
50
16
12
13
12
11
14
22
23
25
24
28
31
13
13
16
14
8
9
Legenda Rode cijfers - aantal individuele voorzieningen hoger dan gemiddelde voor periode 2018-2020 Zwarte cijfers - aantal individuele voorzieningen gelijk aan het gemiddelde voor periode 2018-2020 Groene cijfers - aantal individuele voorzieningen hoger dan gemiddelde voor periode 2018-2020 Tabel 1 – Ontwikkeling in aantal individuele voorzieningen per categorie
Begroting en uitgaven 2020 Figuur 8 bevat een overzicht van de gerealiseerde uitgaven voor de Jeugdwet over 2020, de begroting over 2020 en de vergelijkende cijfers met de uitgaven over het jaar 2019.
Figuur 8 – Jeugd begroting versus realisatie 2020
Bezwaar en beroep 2020 Jeugd In 2020 zijn geen bezwaarschriften ontvangen in het kader van de Jeugdwet. Signalen van onvrede nemen we serieus, het gebiedsteam pakt deze pro-actief op. Door deze signalen in vroegtijdig stadium met elkaar op te lossen is het indienen van een klacht of bezwaar meestal niet nodig. 6
Toelichting Jeugd Inwoner Overall kan gesteld worden dat er nog geen causale relatie vastgesteld kan worden tussen de coronacrisis en het aantal jeugdcasussen. Verwachting is wel dat er veel uitgestelde zorg is. We verwachten nog een boeggolf van nieuwe jeugdcasussen. Deze toename zal met name de J-GGZ treffen, waardoor deze aantallen nog veel verder stijgen. Eén van de opvallende aspecten in de cijfers is de eenzaamheid bij jongeren. Veel jongeren die kampen met deze problematiek en die te maken hebben met depressieve klachten melden zich bij de huisarts. De jeugdhulp wordt vervolgens overgenomen door zorgaanbieders in de Jeugd-GGZ. Bij het gebiedsteam is het aantal binnengekomen signalen van kindermishandeling niet toegenomen. Toch is de verwachting ook landelijk dat door lockdowns de risicogezinnen meer onder de radar blijven. Het enige dat we kunnen doen is vanuit het gebiedsteam investeren in de contacten met scholen (ook rondom de noodopvang), de jongerenwerkers en met de leerplichtambtenaar. Doel is bij alle ketenpartners duidelijk scherp te krijgen en te houden dat dit mogelijk speelt en als netwerk hier meer oog voor krijgen. Uit rapportages van Veilig Thuis blijkt dat in 2020 opnieuw veel meer adviesvragen zijn gedaan door consulenten van gemeenten. De wachtlijst bij Veilig Thuis neemt ook toe.
We zien ook dat Veilig Thuis veel vaker en veel eerder afschaalt na een onderzoek. Dit zorgt opnieuw voor een toenemende druk op het gebiedsteam omdat de terugverwijzingen van Veilig Thuis volgens afspraak voorrang krijgen van het gebiedsteam. Voor de jaren 2021 en 2022 wordt vanuit de beschikbaar gestelde middelen Veilig Thuis een extra medewerker geworven voor het gebiedsteam specifiek voor de afhandeling van zaken die zijn terugverwezen door Veilig Thuis. Bij de vorige halfjaarrapportage schreven we dat de interne wachtlijst van het gebiedsteam toeneemt. Dit zien we terug in de cijfers per eind 2020. Eind december telde de wachtlijst 31 aangemelde jongeren. Opvallend is dat in steeds meer situaties complexe casusregie nodig is. De meldingen vragen vaker om urgentie en de complexiteit van de hulpvragen neemt toe. Aanmeldingen worden voortdurend gescreend op urgentie om het escalatierisico zoveel mogelijk te ondervangen. Daarnaast is er structureel overleg met de gedragswetenschappers uit het gebiedsteam over de interne wachtlijst. Dit betreft jeugdigen waarbij op basis van de gemaakte inschattingen geen (directe) veiligheids- of escalatierisico’s aanwezig zijn. Op de lengte van de wachtlijst bij gecontracteerde zorgaanbieders hebben we geen invloed1.
Het gebiedsteam probeert wel in de tussentijd te anticiperen op mogelijke signalen die duiden op het ontstaan van een crisissituatie en bij andere tussentijdse ontwikkelingen. Dit is dus geen hulpverlening maar inzet om verergering van problematiek tijdig te signaleren. Verder wordt voor deze problematiek voortdurend aandacht gevraagd in de landelijke politiek. Doordat de wachtlijsten bij zorgaanbieders steeds langer worden komt de gehele keten onder druk te staan. De tendens zoals beschreven bij de interne wachtlijst wordt hierdoor versterkt. Dit pleit er eens te meer voor om de beschreven transitie in het Plan van Aanpak zo snel mogelijk door te zetten, zodat binnen het gebiedsteam er ruimte ontstaat om zelf casussen op te kunnen pakken en kortdurende hulp te verlenen. Op deze wijze kan ook overbruggingszorg goed vorm worden gegeven. Met de huidige omvang van het gebiedsteam zijn deze mogelijkheden voor doorontwikkeling niet mogelijk.
1
De factsheet wachttijdinformatie GGZ geeft een beeld van de huidige wachtlijsten (per regio). Zie hiervoor https://www.sociaalweb.nl/nieuws/factsheet-wachttijdinformatie-ggz 7
Gemeente Op 10 februari 2021 hebben we u als raad geïnformeerd2 over de belangrijkste ontwikkelingen in het jeugdbeleid. In deze raadsinformatiebrief is een update gegeven over stand van zaken van de uitvoeringsplannen jeugd en gezondheid. In deze brief is onder andere een toelichting gegeven op de doorontwikkeling van het gebiedsteam, Integrale VroegHulp (IVH), toekomstgericht werken en de toekomstcoach, pilot POH-JGGZ en algemene voorzieningen voor jeugd. Voor een verdere toelichting verwijzen we naar de betreffende raadsinformatiebrief. Een belangrijke ontwikkeling in het achterliggende halfjaar is het uitgebracht AEF-rapport3 over de financiën in de Jeugdwet. AEF heeft in opdracht van het Rijk (en de VNG) onderzocht of er structureel extra middelen nodig zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet en welke maatregelen er genomen kunnen worden om de kosten te verlagen. De belangrijkste bevindingen zijn: Een brede inzet op preventie en vroegsignalering kan weliswaar bijdragen aan meer kwaliteit van leven en aan besparingen in andere wetten, maar leidt niet per definitie tot kostenbesparing binnen de Jeugdwet; De toename in het jeugdhulpvolume komt niet louter door een stijgende instroom, maar door achterblijvende uitstroom. Dit verklaart voor een deel de stijging in de kosten.
Andere verklaringen zijn een stijging van de gemiddelde kosten per cliënt per jaar en een toename van kosten voor wijkteams en voorliggend veld; Het tekort op jeugd was tot 1,8 miljard euro in 2019. Gemeenten hebben nog een beperkt aantal mogelijkheden om een doelmatigheidswinst te behalen, er kan 190 –240 miljoen euro bespaard worden met vijf onderzochte maatregelen4; Samengevat blijft er op basis van de huidige uitgangspunten een stevig tekort over. Als algemene conclusie geven de onderzoekers aan dat het onderzoek de noodzaak aantoont van een gesprek over het gewenste voorzieningenniveau. In het verlengde daarvan is een goede positionering en een aanpak met visie van essentieel belang. Door de uitvoering van het Plan van Aanpak wordt hier vol op ingezet door de gemeente Maasdriel. Bij het financiële aspect (het aangetoonde structurele tekort) is helaas op landelijk niveau weinig beweging zichtbaar. Bij de nieuwe inkoopronde 2022 inzake de Jeugdwet en de Wmo 2015 (huishoudelijke hulp, dagbesteding en begeleiding) samen is met Zaltbommel de inkoopstrategie vastgesteld. Eind maart 2021 is de aanbesteding gestart. Er is een tussenrapport gekomen naar aanleiding van het rapport van de Inspectie Jeugdzorg inzake kinderen in de knel (kinderen en jongeren met een jeugdbeschermings- of reclasseringsmaatregel die nog geen hulp krijgen).
Uit inventarisatie blijken dit 28 kinderen te betreffen in de provincie Gelderland, waarvan gelukkig geen in Regio Rivierenland. Inmiddels is de doorbraakaanpak opgestart voor een betere jeugdbescherming. Door deze aanpak moeten eventuele nieuwe jeugdigen in de knel adequaat opgepakt worden door de gecertificeerde instellingen. Zoals beschreven in de vorige halfjaarrapportage zijn de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel gezamenlijk begonnen met Integrale Vroeg Hulp (IVH). Na ruim een halfjaar is duidelijk dat de eerder genoemde verwachtingen zowel in aantallen als in dienstverlening gerealiseerd worden. Twee keer per jaar organiseren we een overleg met alle huisartsen, waarbij ook externe partijen worden uitgenodigd voor kennisdeling. Doel is het ontwikkelen van een goede samenwerking tussen de huisartsen en de gemeente. Dit geschiedt tussentijds ook door het informeren over actuele ontwikkelingen en door onderlinge afspraken te maken. Door de gezamenlijke investering kan expertise van beide kanten optimaal ingezet worden.
2
https://maasdriel.raadsinformatie.nl/document/9764361/1/RIB%20stand%20van%20zaken%20uitvoeringspla nnen%20jeugd%20en%20gezondheid_def 3 Stelsel in groei (aef.nl) 4 Belangrijkste maatregel is inzet op POH J-GGZ. Maasdriel brengt deze maatregel al in praktijk. De overige maatregelen worden eveneens zo veel als mogelijk is toegepast. 8
Budget In figuur 8 zijn de Jeugdwet-uitgaven over geheel 2020 weergegeven. Figuur 8 biedt tevens een vergelijking met de begroting 2020 en de gerealiseerde uitgaven 2019. De totale bestedingen over 2020 bedragen € 4.935.000. Dit betreft een stijging van € 673.000 ten opzichte van 2019. Deze stijging is volledig te verklaren door gestegen uitgaven in de Jeugd-GGZ. Hierdoor zijn de uitgaven aan de Jeugd-GGZ nu 1/3 van de totale jeugdwet-uitgaven. De gestegen kosten in de Jeugd-GGZ zijn tweeledig. Ten eerste omdat bij meerdere crisissituaties voorlopig verblijf nodig was. Door lange wachttijden in de (Jeugd-)GGZ zijn gedurende 2020 meerdere verblijfplaatsen permanent bezet geweest. De bijbehorende kosten bedroegen in 2020 € 380.000 (ter vergelijking: in 2019 bedroegen de uitgaven voor verblijfplaatsen € 85.000). Ten tweede is het aantal jeugdigen met Jeugd-GGZ structureel hoger is 2020 (tabel 1). In figuur 6 en 7 is zichtbaar dat het gemeentelijk aandeel van de verwijzingen naar de Jeugd-GGZ marginaal is. In de al eerder genoemde raadsinformatiebrief is beschreven hoe ingezet is op het terugdringen van het aantal verwijzingen. Een voorbeeld hiervan is de inzet van de POH J-GGZ, wat een remmend effect heeft op de toename in het aantal voorzieningen.
Vooruitkijkend is een toekomstvisie op de Jeugd-GGZ en de aanpak van het gebiedsteam één van de belangrijkste speerpunten uit het Plan van Aanpak voor de komende jaren. Een daling van de uitgaven is zichtbaar bij de jeugdhulp ambulant. Ondanks de indexatie van de tarieven over 2020 is hier een besparing gerealiseerd van € 70.000, doordat in het eerste halfjaar het aantal lopende voorzieningen onder het gemiddelde lag. In het tweede halfjaar is het aantal lopende voorzieningen wel toegenomen, in lijn ook met de landelijke ontwikkelingen en de gevolgen van de coronacrisis. De wens blijft om een verschuiving te realiseren van dure uitgaven in andere categorieën naar maatwerkuitgaven in de jeugdhulp ambulant. Zoals zichtbaar in tabel 1 is het aantal individuele voorzieningen bij jeugd residentieel relatief beperkt. Dit betreft hoofdzakelijk externe verwijzingen waar de gemeente geen invloed op kan uitoefenen. In 2020 zijn de uitgaven met € 65.000 gedaald ten opzichte van 2019. Gedurende 2020 is er wel een stijging zichtbaar in het aantal lopende voorzieningen, waardoor er per saldo een lichte overschrijding is van de gebudgetteerde uitgaven voor 2020. Bij jeugdbescherming is de stijging van het aantal voorzieningen afgevlakt. Het totaalbedrag aan uitgaven voor jeugdbescherming blijft echter hoog, doordat ook het aantal lopende voorzieningen hoog blijft.
Jeugdigen die een jeugdbeschermingsmaatregel opgelegd krijgen worden vaak voor een periode langer dan 1 jaar onder toezicht gesteld. Voor voogdijmaatregelen geldt daarbij dat deze vaak doorlopen tot het 18de levensjaar. De uitgaven voor pleegzorg zijn hoger dan begroot. Het aantal jeugdigen in pleegzorg is over de jaren heen tamelijk stabiel. Door een hogere instroom in 2020 zijn de werkelijke uitgaven hoger uitgevallen. Tot slot blijven de uitgaven voor de landelijke inkoop ruim binnen de begroting. Voor deze categorie is het lastig om een kostenraming te maken. Dit is het gevolg van landelijke afspraken die door de VNG zijn gemaakt. Hierdoor is vooraf niet duidelijk welke type zorg ingezet wordt en wat de omvang van de bestede uren zullen zijn. Het betreft hoog-specialistische jeugdzorg. Voor 2020 zijn de kosten licht lager dan over 2019.
9
2. Wmo 2015 Inleiding Dit hoofdstuk bevat de cijfers over de Wmo 2015 (hierna: Wmo). We presenteren allereerst de figuren met de instroomcijfers, de uitstroomcijfers en het aantal lopende maatwerkvoorzieningen in de Wmo, de begroting voor 2020 en de gerealiseerde uitgaven. Vervolgens is een tekstuele toelichting opgenomen op basis van het model zoals zichtbaar in figuur 1.
Instroom Regiotaxi: het aantal uitgegeven vervoerspassen voor de regiotaxi. Hulpmiddelen: rolstoelen, scootmobielen, etc. Dit betreft de nieuwe ingezette hulpmiddelen. Voor de ontwikkeling in de uitgaven zijn ook de vervangen hulpmiddelen relevant. In het tweede halfjaar van 2020 waren dit 13 hulpmiddelen. Woonvoorzieningen: het aantal toegekende woningvoorzieningen en woningaanpassingen. Wmo Begeleiding en dagbesteding: het aantal toegekende maatwerkvoorzieningen voor begeleiding, dagbesteding en vervoer. Deze categorie bestaat uit twee doelgroepen: - (jong)volwassenen met autisme, psychiatrische aandoening, niet-aangeboren hersenletsel, LVB; - ouderen, onder wie dementerenden Hulp bij het huishouden: zowel zorg in natura (ZIN) als vanuit persoonsgebonden budget (PGB).
Figuur 9 – Instroomcijfers Wmo
10
Uitstroom Onder uitstroom verstaan we het aantal uitgestroomde cliënten uit de Wmo in de betreffende periode. Dit betreft meestal uitstroom als gevolg van overlijden, verhuizing naar een andere gemeente of overgang naar de Wet Langdurige Zorg. Overigens blijft een deel van de cliënten die overgaan naar de Wlz, ook cliënt voor de Wmo (voor regiotaxi, hulpmiddelen of woonvoorzieningen).
Figuur 10 – Uitstroomcijfers Wmo
Aantal lopende maatwerkvoorzieningen
Categorie Regiotaxi Hulp bij het huishouden Begeleiding & dagbesteding Hulpmiddelen Woonvoorziening
ja nu ar i-1 8 de ce m be r- 1 ju ni 8 -1 9 de ce m be r- 1 ju ni 9 -2 0 de ce m be r- 2 0
Tabel 2 bevat het verloop in het aantal actieve maatwerkvoorzieningen bij de Wmo over de periode 2018 tot heden. Bij bijvoorbeeld woonvoorzieningen betreffen dit de gerealiseerde en actieve voorzieningen (zoals trapliften en tilliften) waarvoor de gemeente Maasdriel huur- en/of onderhoudskosten verschuldigd is.
551
581
593
610
645
609
460
460
503
532
546
551
257
272
281
263
266
283
319
327
333
303
307
309
123
126
131
97
118
135
Legenda Rode cijfers - aantal individuele voorzieningen hoger dan gemiddelde voor periode 2018-2020 Zwarte cijfers - aantal individuele voorzieningen gelijk aan het gemiddelde voor periode 2018-2020 Groene cijfers - aantal individuele voorzieningen hoger dan gemiddelde voor periode 2018-2020
Tabel 2 – Aantal lopende maatwerkvoorzieningen Wmo
11
Begroting en uitgaven Wmo 2020 Figuur 11 bevat een overzicht van de gerealiseerde uitgaven voor de Wmo over 2020, de begroting over 2020 en de vergelijkende cijfers met de uitgaven over het jaar 2019.
Figuur 11 – Wmo begroting versus realisatie 2020
Bezwaar en beroep 2020 Wmo In 2020 zijn vier bezwaarschriften ontvangen in het kader van de Wmo, waarvan er één niet ontvankelijk is verklaard. Eén bezwaarschrift is ingetrokken, één besluit is herzien en één bezwaarprocedure loopt nog.
12
Toelichting Wmo Inwoner De coronacrisis heeft impact op iedereen, en in het bijzonder op onze kwetsbare inwoners. Het beeld van Corona is genormaliseerd, de eerste angst is voorbij, maar de uitwerking in de praktijk is onverkort aanwezig. Ten opzichte van het eerste halfjaar is het verschil dat de zorg wel doorgeleverd werd, maar met inachtneming van de 1,5 meter samenleving. Daardoor is de capaciteit beperkter, bijvoorbeeld bij dagbestedingslocaties en bij vervoer. Ook indien sprake is van besmetting of coronagerelateerde klachten zien we dat de mogelijkheden steeds afgeschaald worden. We zien ook dat bij steeds meer inwoners de reeds ingezette Wmo-zorg verhoogd moet worden als gevolg van Corona. De lockdown maatregelen kunnen leiden tot ontregelde relaties. Dit kan zorgen voor (ouderen)mishandeling en geweld in relaties en gezinnen. Mensen die niet zichtbaar willen zijn voor zorg- of hulpverlening verdwijnen makkelijker uit beeld. In het gebiedsteam is een aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en (kinder)mishandeling aangesteld. Elk signaal dat hierop duidt proberen we te onderzoeken. De risico-afweging die we voortdurend moeten maken ten aanzien van eventueel besmettingsgevaar maakt het voor onze consulenten soms echter lastig om op huisbezoek te gaan. Bij het gebiedsteam komen in toenemende mate vragen rondom huisvesting binnen.
Dit hangt opnieuw samen met de coronacrisis. We zien dat het eigen netwerk voorheen nog wat kon betekenen, maar dat mensen voorzichtig(er) zijn om hulp te bieden en/of te vragen aan hun netwerk. In hoofdstuk 3 en 4 komt de problematiek rondom faillissementen terug in financiële zin. Ook ons gebiedsteam merkt hierin een toename. Een faillissement – of meer in bredere zin: geldzorgen – heeft voor mensen vaak ook psychosociale gevolgen en/of impact op de participatiemogelijkheden binnen de maatschappij. Het gebiedsteam krijgt regelmatig vragen die hiermee samenhangen. Heel anders dan corona, maar niet minder ingrijpend, is de situatie rondom de firma De Groot in Hedel. Het gebiedsteam besteedt veel tijd en aandacht aan de traumatische impact op onze inwoners, zowel medewerkers, naaste familie als ooggetuigen. In de vorige halfjaarrapportage hebben we gemeld dat er een groot appèl op mantelzorgers wordt gedaan. Dit is onverminderd van toepassing. Mantelzorgers zijn gelukkig ontzien tijdens de avondklok in het nieuwe jaar, maar op veel fronten is de belasting van mantelzorgers hoog. In 2021 is het eerste uitvoeringsplan voor het mantelzorgbeleid tot stand gekomen. Hierin is veel aandacht voor respijtzorg, waarmee mantelzorgers zoveel mogelijk worden ontzien.
Voor het vervoer van inwoners naar de vaccinatielocaties hebben we afspraken gemaakt met de vervoerders van Versis en met provincie Gelderland. De locatie in Wijchen is aangemerkt als puntbestemming, waardoor inwoners tegen gereduceerd tarief kunnen reizen naar deze locatie5. Ook inwoners zonder Wmo-indicatie kunnen van de vervoersmogelijkheid gebruik maken. De meerkosten voor deze laatste groep worden vergoed door de provincie Gelderland. Vermeldenswaardig voor de hulpmiddelen is dat een gecontracteerde lokale aanbieder zijn diensten heeft uitgebreid met de levering van rolstoelen en scootermobielen. Hierdoor wordt de keuzevrijheid van onze inwoners verder vergroot. In het tweede halfjaar van 2020 heeft een aanbieder van huishoudelijke hulp aangegeven te stoppen met het leveren van deze dienst. Alle inwoners die deze hulp ontvingen van de betreffende aanbieder hebben hierover een brief ontvangen van de gemeente, waarin aangegeven is dat zij de vertrouwde hulp kunnen blijven krijgen omdat een andere aanbieder de personeelsleden overneemt. In deze brief is ook aangegeven dat inwoners desgewenst een andere aanbieder kunnen kiezen. De overgang voor onze inwoners is inmiddels soepel verlopen. 5
In 2021 is een priklocatie in Zaltbommel geopend. 13
De genoemde capaciteitsproblemen in de vorige halfjaarrapportage voor inzet van maatschappelijk werk door Farent zijn in het 4de kwartaal 2020 opgelost. Voor het jaar 2021 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor in totaal 30 trajecten. Voor de arbeidsmigranten is vanuit het gebiedsteam nauw contact met toezichthouders arbeidsmigranten, Burgerzaken en de leerplichtambtenaar, om zo beter in beeld te krijgen wat de aard en omvang is van de problematiek en wat er speelt op individueel niveau. In deze doelgroep is ook sprake van diverse Veilig Thuismeldingen.
Gemeente In het hoofdstuk Jeugd is al toegelicht dat de inkoopcontracten voor huishoudelijke hulp en begeleiding & dagbesteding verlengd zijn tot eind 2021. De inkoopstrategie voor 2022 is inmiddels gestart. Ook in het tweede halfjaar van 2020 zijn bij het gebiedsteam veel aanvragen binnengekomen voor de inzet van huishoudelijke hulp. Het lage abonnementstarief maakt deze voorziening aantrekkelijk en de stijging van het aantal voorzieningen huishoudelijke hulp vlakt daarom nog niet af. Bij begeleiding en dagbesteding zien we dat het aantal voorzieningen in de afgelopen jaren niet zozeer toeneemt, maar wel zien we dat de omvang van het aantal geïndiceerde uren en de complexiteit toeneemt. In tabel 3 is de instroom in 2020 uitgesplitst naar categorie en naar niet-complex versus complex. Opvallend daarbij is dat in het tweede halfjaar net zo vaak complexe begeleiding nodig was als reguliere begeleiding. Uit de cijfers blijkt verder dat bij de dagbesteding de instroom voornamelijk al bestaande Wmo-cliënten betreft. Dit is eveneens een indicatie van de toegenomen complexiteit van de hulpvragen.
Begeleiding Dagbesteding Vervoer Instroom
1ste halfjaar Niet complex Complex 30 17 5 3 6 41 20
2de halfjaar Niet complex Complex 17 17 9 2 8 34 19
Tabel 3 – specificatie instroomcijfer Wmo begeleiding en dagbesteding
Bij de regiotaxi is sprake van een afbouw van de provinciale subsidie over een aantal jaren. De provincie gaat bovendien zelf het OV-vangnet per 1-1-2022 vormgeven. Op plaatsen waar geen regulier OV is, zal de provincie zorgdragen voor adequate alternatieven zoals buurtbusjes, etc. Dat geeft de gemeenten meer mogelijkheden om de regiotaxi naar lokale behoefte in te richten. In de Regio Rivierenland zal in 2021 daarom opnieuw gekeken worden hoe de regiotaxi voor sociaal-recreatief vervoer wordt ingezet. Voor de woonvoorzieningen lopen, in samenwerking met de gemeente Zaltbommel, nog steeds de gesprekken met de woningcorporaties binnen de Bommelerwaard. Afgesproken is om zo spoedig mogelijk te komen tot een convenant woningaanpassingen. Indien mogelijk worden in het convenant ook afspraken gemaakt over situaties waarin een medische of sociale urgentie reden voor verhuizing is. Indien er mogelijkheden zijn voor verhuizing van inwoners met een beperking naar een bestaande aangepaste woning, dan worden daar op individuele basis al afspraken over gemaakt met woningcorporaties. Per 1 januari is de Wet langdurige zorg (Wlz) opgesteld voor mensen met psychiatrische problematiek (de zogeheten Wlz-GGZ). Indien sprake is van langdurige problematiek krijgen deze inwoners een Wlz-indicatie.
In het tweede halfjaar 2020 is door het gebiedsteam tijd geïnvesteerd in het toeleiden van de betreffende inwoners naar de Wlz, in samenspraak met de centrumgemeente Den Bosch en de betrokken zorgaanbieders. De benodigde zorg wordt daarmee geleverd vanuit de Wlz en niet langer vanuit de Wmo. In 2021 zal duidelijk worden om hoeveel inwoners het gaat.
14
Voor de kinderopvangtoeslag-affaire vervullen gemeenten een belangrijke rol om de getroffen gezinnen te ondersteunen. In de gemeente Maasdriel gaat het om 20 gezinnen, die door de Belastingdienst in de categorie “niet schrijnend” zijn ingedeeld. Omdat de gegevens van de betreffende gezinnen niet zijn verstrekt, heeft de wethouder een oproep gedaan aan gedupeerde gezinnen om zich te melden bij het gebiedsteam. Inmiddels zijn hier diverse reacties op ontvangen. Opvallend is dat enkele gezinnen zich melden die door de Belastingdienst niet als gedupeerde zijn aangemerkt. Deze gezinnen zijn door het gebiedsteam begeleid naar de contactpersoon bij de Belastingdienst, om dit te onderzoeken. Voor de dienstverlening is van de Rijksoverheid een bijdrage ontvangen van € 11.000. Deze bijdrage is gericht op de volgende vier elementen: Registratie van gedupeerden, eerste contact en inventarisatie van de hulpvragen; Opstellen van een door de gemeente en gedupeerde ondertekend plan van aanpak en begeleiding van de gedupeerde; Inkoop en uitvoering van trajectzorg op de vijf leefgebieden: financiën, wonen, zorg, gezin en werk; Verrichten van nazorg. Per 1 januari 2021 is samen met de Regio Rivierenland een contract afgesloten voor de levering van trapliften. In dit contract zijn prijsafspraken gemaakt, maar ook afspraken over onderhoud en service.
Ook is per 1 januari 2021 de nieuwe deelovereenkomst voor de hulpmiddelen ingegaan. De belangrijkste doorontwikkelingen zijn een aanpassing in de prijsstelling door toepassing van kortingstarieven, aanpassing van de financieringsconstructie en inzet op duurzaamheid door het bevorderen van herverstrekking van de door leverancier teruggekochte hulpmiddelen. Ook is de afspraak gemaakt dat alle eerste-lijnsonderhoud wordt uitgevoerd door lokale partijen, die hiervoor bovendien niet langer aan de leveranciers hoeven factureren maar rechtstreeks aan de gemeente. Belangrijk daarbij is dat keuzevrijheid voor de inwoner en de mogelijkheid tot inzetten van maatwerk onverkort gehandhaafd is.
Budget In figuur 11 zijn de Wmo-uitgaven over geheel 2020 weergegeven. Figuur 11 biedt tevens een vergelijking met de begroting 2020 en de gerealiseerde uitgaven 2019. De totale bestedingen over 2020 bedragen € 4.120.000. Dit betreft een stijging van € 308.000 ten opzichte van 2019. De stijging ziet voor € 100.000 toe op indexering van de tarieven in 2020. Andere stijgingen betreffen de uitgaven voor huishoudelijke hulp (+ € 132.000) en aan woningvoorzieningen (+ € 115.000). Beide stijgingen zijn gerelateerd aan de invoering van het abonnementstarief. De categorieën met de grootste Wmo-uitgaven betreffen de huishoudelijke hulp en begeleiding en dagbesteding. Bij de huishoudelijke hulp is door invoering van het abonnementstarief het open-einde karakter van de Wmo versterkt. Ook de opbouw van tarieven is wettelijk verankerd6. De uitgaven aan huishoudelijk hulp zijn daardoor niet beïnvloedbaar door de gemeente. De sterke stijging in de instroom is wel afgevlakt gedurende 2020. Bij begeleiding en dagbesteding zetten we sinds het eerste halfjaar 2020 in op het afschalen van maatwerkvoorzieningen. Hier zien we de positieve gevolgen van. De uitgaven zijn over het eerste halfjaar beduidend lager dan over dezelfde periode in 2019. Over het tweede halfjaar zijn de uitgaven toegenomen, een onderliggende ontwikkeling is op de vorige pagina al toegelicht.
Bij de hulpmiddelen zien we in 2020 opnieuw een fors bedrag aan uitgaven. Positief is dat ten opzichte van 2019 er een daling is van de werkelijke uitgaven inclusief de terugontvangsten. De verwachting is dat de nieuwe deelovereenkomst vanaf 2021 deze lijn zal bestendigen.
De uitgaven voor de regiotaxi betreffen de daadwerkelijke gemaakte vervoerskosten, vermeerderd met de betaalde coronacompensatie via Regio Rivierenland aan de vervoerbedrijven. Over de periode maart tot en met
6
https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/amvb-leidt-tot-toename-financiele-drukgemeenten.13507381.lynkx 15
augustus 2020 is dit voor de gemeente Maasdriel een bedrag ad € 55.000. De totale uitgaven voor de regiotaxi zijn daardoor met € 62.000 toegenomen ten opzichte van 2019. Tot slot de woonvoorzieningen. In 2020 was sprake van meerdere grote woningaanpassingen. Daarnaast zijn er in 2020 25 trapliften verstrekt. Ter vergelijking: over de jaren 2016 tot en met 2019 werden in totaal 25 trapliften verstrekt.
16
3. Schuldhulpverlening, peutertoeslag, minimabeleid en statushouders Inleiding In dit hoofdstuk presenteren we cijfers omtrent de schuldhulpverlening, het minimabeleid, de peutertoeslag en de huisvesting van statushouders.
Schuldhulpverlening Figuur 12 geeft een overzicht van nieuwe aanmeldingen voor trajecten schuldhulpverlening, het aantal trajecten dat is afgesloten en het aantal lopende trajecten. In 2020 zijn er minder aanmeldingen geweest dan in de jaren hiervoor, ondanks de coronacrisis. Wat opvalt is dat de aanmeldingen die binnenkomen vaak meer aandacht vragen en dat inwoners vaak op meerdere vlakken ondersteuning kunnen gebruiken. Verder is het aandeel van de aanmeldingen waarbij inwoners ZZP-er of op een andere manier ondernemer zijn of waren, toegenomen. Dit vergt specialisatie en vaak een langere adem. Aan deze expertise is in 2020 flink aandacht besteed, zodat we ook deze inwoners zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Tot slot is de positieve uitwerking van de inzet van 2 budgetcoaches zichtbaar in de cijfers, waardoor meer preventief gewerkt wordt en trajecten voor schuldhulpverlening worden voorkomen voor inwoners. De budgetcoaches zijn in 2020 in totaal bij 27 trajecten betrokken geweest.
Figuur 12 - Schuldhulpverlening
17
Minimaregelingen Figuur 13 geeft een totaaloverzicht van alle minimaregelingen (bijzondere bijstand, maatschappelijke participatie en individuele inkomenstoeslag). Voor de minimaregelingen is geen wachtlijst. Aanvragen worden ruim binnen de wettelijke termijn afgehandeld. De cijfers zijn niet exact op casusniveau te bepalen. De cijfers betreffen een momentopname. Voor 2021 zal mogelijk sprake zijn van een stijging van het aantal binnengekomen aanvragen.
Figuur 13 – Minimaregelingen: totaal
Peutertoeslag Figuur 14 geeft een overzicht van de toekenningen peutertoeslag. Vanaf 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang in werking getreden. Sindsdien verstrekt de gemeente een tegemoetkoming aan ouders met een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Er zijn in de eerste helft van 2019 minder aanvragen voor peutertoeslag ingediend en toegekend. Dit komt doordat in 2018 de regeling is gestart. In 2018 is peutertoeslag toegekend aan kinderen in de leeftijdscategorie van 2 tot 4 jaar. Een toekenning heeft een looptijd tot het kind 4 jaar wordt. Dit betekent dat de meeste aanvragen die nu worden ingediend voor het grootste deel nog de kinderen betreffen die binnenkort 2 jaar worden. In december 2019 zijn veel aanvragen voor herzieningen van het bestaande recht op peutertoeslag ingediend. Vanaf 1 januari 2020 is een nieuwe Verordening Peutertoeslag van kracht met daarin een urenuitbreiding van 1 uur naar 8 uur per peuter per week. In het eerste halfjaar 2020 zijn dan ook meer aanvragen afgehandeld. In het tweede halfjaar is het aantal ingediende aanvragen terug op een gemiddeld niveau.
Figuur 14 - Peutertoeslag
18
Collectieve zorgverzekering De gemeente Maasdriel biedt al jaren een collectieve zorgverzekering voor minima aan. Vanaf 1 januari 2020 is VGZ de enige aanbieder van de collectieve zorgverzekering. De ontwikkeling in het aantal verzekerden via de collectieve zorgverzekering voor minima is zichtbaar in figuur 15. Gedurende 2019 is een daling zichtbaar in het aantal deelnemers aan de collectieve zorgverzekering. De reden hiervan is dat een aantal inwoners niet is overgestapt van Menzis naar VGZ vanwege machtigingen die nog actief zijn bij Menzis. Een voorbeeld hiervan is een machtiging die door de zorgverzekering is afgegeven voor een bepaalde behandeling die normaliter niet zondermeer wordt vergoed. Per 1 januari 2021 is het aantal inwoners met een collectieve zorgverzekering bij VGZ gestegen naar 465.
Figuur 15 – Verzekerden collectieve zorgverzekering voor minima
Bezwaar en beroep 2020 minimaregelingen In 2020 zijn 4 bezwaarschriften ontvangen voor de minimaregelingen. 2 hiervan zijn niet-ontvankelijk verklaard, 1 is ingetrokken door de bezwaarmaker en 1 bezwaarschrift is ongegrond verklaard. Er zijn geen beroepsprocedures of voorlopige voorzieningen geweest.
Huisvesting statushouders Alle gemeenten hebben van het Rijk een opdracht gekregen tot het huisvesten van statushouders. Deze taak kan worden gesplitst in twee onderdelen: 1) het begeleiden van gezinnen bij het inrichten van de woning en het wonen in de toegewezen buurt en 2) het toewijzen van woningen. Het eerste onderdeel is ondergebracht bij de stichting Vluchtelingenwerk. Het tweede aspect voert de gemeente uit in samenwerking met de woningbouwcorporaties. De cijfers hiervan zijn opgenomen in figuur 16.
Figuur 16 - Huisvesting statushouders
19
Begroting en uitgaven minimaregelingen 2020 Figuur 17 bevat een overzicht van de uitgaven over 2020. Figuur 17 bevat ter vergelijking ook de begroting over 2020 en de werkelijke uitgaven over 2019.
Figuur 17 – Minimaregelingen
20
4. Participatiewet Werkzaak Rivierenland (hierna: Werkzaak) is de uitvoeringsorganisatie voor werk en inkomen in de regio Rivierenland, waaronder de gemeente Maasdriel. Werkzaak begeleidt mensen bij het vinden en behouden van werk. Zij versterkt werkzoekenden, medewerkers en werkgevers bij het ontdekken, benutten en vergroten van talenten. Daarnaast biedt Werkzaak inkomensondersteuning aan degenen die het nodig hebben of werk aan in een aangepaste omgeving. Werkzaak heeft haar bijstandsgerechtigden onderverdeeld in 4 klantprofielen. Om eenduidig het onderscheid te maken tussen klantprofiel 1,2,3 en 4 worden alle bijstandsgerechtigden getoetst met het instrument Dariuz. Dit betreft een landelijk erkend instrument dat mede ontwikkeld is door de voormalige Sociale Werkplaats Lander. De bijstandsgerechtigden uit klantprofiel 1,2 en 3 hebben de potentie om in meer of mindere mate economisch zelfstandig te zijn. Zij zijn in staat om loon te verdienen. Werkzaak ondersteunt hen zowel op het gebied van inkomen (rechtmatigheid) als op het gebied van arbeidsinschakeling (doelmatigheid). Bijstandsgerechtigden uit klantprofiel 4 zijn niet in staat om zelfstandig meer dan 20% van het wettelijk minimumloon te verdienen. Hun belastbaarheid is beperkt en de afstand tot de arbeidsmarkt is te groot. Werkzaak biedt hen wel ondersteuning op het gebied van inkomen maar niet richting werk.
De (participatie)begeleiding van deze groep wordt tot op heden gedaan door de gemeenten. Voor de gemeente Maasdriel is de begeleiding van deze groep uitbesteed aan Welzijn Bommelerwaard. Zoals besproken in uw raad op 8 april is als onderdeel van de Bestuurlijke Agenda 2020 opgenomen om de begeleiding van cliënten in klantprofiel 4 onder te brengen bij Werkzaak. Daarbij gaat het om participatieactiviteiten gericht op ondersteuning bij het zoeken van betaald of onbetaald werk. In de loop van 2021 zullen gesprekken worden gevoerd met Werkzaak over de randvoorwaarden en de precieze dienstverlening en hoe lokale initiatieven daarin een plek krijgen. De gemeente Maasdriel heeft per eind 2020 68 cliënten die behoren tot klantprofiel 4. 32 cliënten zijn jonger dan 55 jaar. De trajectbegeleidster van Welzijn Bommelerwaard verleent aan deze cliënten individuele begeleiding om sociale redzaamheid, sociale activering en maatschappelijke participatie te bevorderen en een sociaal isolement te doorbreken en/of te voorkomen. Ook heeft de trajectbegeleidster contacten met vrijwilligersorganisaties en zorgpartners. Van belang is dat deze cliënten op hun eigen niveau kunnen deelnemen aan de samenleving.
In de vorige rapportage is beschreven dat Werkzaak in samenwerking met de deelnemende gemeenten bezig is met een screening van een aantal mensen met klantprofiel 4, omdat de verwachting is dat zij wellicht arbeidsvermogen hebben en naar klantprofiel 3 kunnen. In 2020 zijn 2 cliënten naar klantprofiel 3 gegaan. Maandelijkse rapportage Naar aanleiding van de coronacrisis is afgesproken om de gemeenten maandelijks te informeren over de stand van zaken van de begroting van Werkzaak. De rapportages over 2020 en begin 2021 zijn reeds eerder toegestuurd aan uw raad7. De rapportages laten de ontwikkelingen zien van het uitkeringsbestand en de ontwikkeling van de werkelijke kosten afgezet tegen het deel van de begroting dat Werkzaak verwacht. Ontwikkeling aantallen Als we kijken naar de ontwikkeling van het uitkeringsbestand dan zien we een daling in het tweede halfjaar van 2020. Het uitkeringsbestand bevat wel meer jongeren. Jongere inwoners kunnen vaak sneller aan werk geholpen worden. De verwachting is echter dat het uitkeringsbestand zal groeien in de komende jaren, onder meer als gevolg van de coronacrisis. Werkzaak houdt deze ontwikkeling nauwlettend in de gaten. De rapportage van Werkzaak bevat ook een bijlage per gemeente.
In de gemeente Maasdriel is zichtbaar dat het aantal uitkeringsgerechtigden dat inkomensondersteuning (exclusief Tozo) ontvangt gedaald is van 221 per juni 2020 naar 210 per december 2020.
7
https://maasdriel.raadsinformatie.nl/document/9953798/1/20210330__Maandrapportage_februari_2021_def_ 21
Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) De Tozo is een van de maatregelen van het kabinet om zelfstandige ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Deze regeling voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Daarnaast biedt de regeling een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. Het kabinet heeft de Tozo-regeling verlengd tot 1 juli 2021 met aangepaste voorwaarden8. Bijlage 2 bij de rapportage van Werkzaak bevat het aantal zelfstandigen uit Maasdriel dat een Tozo-uitkering heeft ontvangen. Per januari 2021 ontvingen 100 inwoners een TOZOuitkering.
8
Dit betreft Tozo 3. De regeling Tozo 1 liep tot 1 juni 2020. De regeling Tozo 2 liep tot 1 oktober 2020. 22