Raadsvoorstel wijziging van de gemeenschappelijke regelingen
Tekst van het document
Samenvatting raadsvoorstel Onderwerp
: Zienswijze tekstvoorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen
Kern van het raadsvoorstel Uiterlijk voor 1 juli 2024 moeten alle gemeenschappelijke regelingen zijn aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regelingen in Rivierenland hebben adviesbureau Proof ingehuurd om dit proces te begeleiden. De gemeenteraden kunnen tot 16 februari een reactie indienen op de gewijzigde teksten. Na verwerking van de reacties door de gemeenschappelijke regelingen worden de nieuwe regelingen uiterlijk voor 1 juli 2024 vastgesteld. Het college deelt haar observaties met de raad om in de commissievergadering op 23 januari 2024 te komen tot een gezamenlijke zienswijze die vastgesteld wordt in de raadsvergadering op 8 februari 2024. Gerelateerde raadsstukken Niet van toepassing.
Raadsvoorstel Onderwerp Zaaknummer Datum collegevergadering Datum raadsbesluit Datum raadsvergadering Portefeuillehouder Inlichtingen bij
: Zienswijze tekstvoorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen : 876073 : 9 januari 2024 : 8 februari 2024 : 8 februari 2024 : Burgemeester Geurts : Gemeente Maasdriel, afdeling Stafburo MSD
Voorstel 1. In te stemmen met de observaties van het college ten aanzien van de tekstvoorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen Avri, BSR, BVEB, GGD Gelderland-Zuid, ODR, RAR, Regio Rivierenland, UBR, VRGZ en Werkzaak Rivierenland Inleiding Eerder heeft uw raad kennisgenomen van het feit dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is gewijzigd. Doel van de wetswijziging is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van raden te versterken. Gevolg van de wijziging is dat alle GR-en vóór 1 juli 2024 gewijzigd dienen te zijn. De colleges, raden en besturen van de samenwerkingsverbanden in de regio hebben ermee ingestemd dat er in regio Rivierenland een gezamenlijk traject wordt doorlopen voor het implementeren van de gewijzigde Wgr met ruimte voor maatwerk voor elk samenwerkingsverband. Tijdens de raadsavonden voor dit traject in april en september 2023 is uitgebreid aandacht voor dit proces geweest. Onderdeel van dit traject is dat de (dagelijks) besturen van de samenwerkingsverbanden alle tekstvoorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen gebundeld aanbieden, eerst voor zienswijze en reactie en vervolgens in de volgende fase in de besluitvorming.
Onderhavig bestuursvoorstel en bijbehorend raadsvoorstel zijn dan ook tot stand gekomen binnen het gezamenlijke traject voor implementatie van de gewijzigde Wgr dat de gemeenten in Rivierenland en de in totaal 11 samenwerkingsverbanden waarin zij samenwerken samen doorlopen. De recreatieschappen die aangesloten zijn bij Uiterwaarde doorlopen een eigen wijzigingstraject, dat wel inhoudelijk wordt afgestemd met het regionale traject zoals hier beschreven. Een deel van de wetswijziging is direct in werking getreden, hetgeen ook invloed heeft op het proces van besluitvorming inzake wijziging van een gemeenschappelijke regeling. Voor alle gemeenschappelijke regelingen waaraan raden geen deelnemer zijn geldt dat deze voorafgaand aan de uiteindelijke besluitvorming voor zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. In het regionale proces is ervoor gekozen de gemeenschappelijke regelingen waaraan de raden deelnemen te laten meelopen in deze processtap. In plaats van een zienswijze wordt in die gevallen gevraagd om een reactie. Voor de Regio Rivierenland geldt dat deze op dit moment nog gemengde regeling is, wat wil zeggen dat zowel raad als college deelnemer zijn. Het in dit voorstel voorgestelde tekstvoorstel voor die GR houdt tevens een wijziging in naar een collegeregeling, omdat er geen raadsbevoegdheden meer over- of opgedragen zijn aan Regio Rivierenland.
Voor de GR-tekst van de Regio Rivierenland wordt daarom ook zienswijze gevraagd. Voor de gemengde regeling Avri wordt om een reactie gevraagd. Als uiterlijke termijn voor zienswijze
2
en reactie geldt 16 februari. Door het kerstreces is de termijn iets ruimer genomen dan de wettelijk vereiste acht weken. Dit bestuursvoorstel bevat drie bijlage. In bijlage I wordt ingegaan op de achtergrond en proces. In bijlage II wordt het afwegingskader en planning van de gehele regionale aanpak besproken. Ook wordt ingegaan op het beoogd effect, argumenten, communicatie, financiën en uitvoering. In bijlage III wordt per GR toegelicht welke keuze is gemaakt voor het implementeren van de gewijzigde Wgr. De gewijzigde tekstvoorstellen van de GR-en zijn bijgevoegd. Dit raadsvoorstel is tot stand gekomen in nauwe samenspraak met de verschillende gremia die voor dit traject zijn opgericht. Participatie Niet van toepassing. Argumenten 1.1 Het informatieprotocol is van toepassing op enkele wettelijk bepaalde instrumenten In de gewijzigde Wgr zijn 5 wettelijk bepaalde instrumenten opgenomen die terug te vinden zijn in bijlage II – Afwegingskader. Het betreft: Gewijzigde procedure totstandkoming GR wijziging Reactie van (dagelijks)bestuur op zienswijze begroting Aanpassing termijnen begrotingscyclus Gezamenlijke enquête naar gevoerde bestuur als raden geen deelnemer zijn Uitbreiding bevoegdheid rekenkamers Het eind 2020 door alle colleges in Rivierenland vastgestelde Informatieprotocol bevat termijnen voor de begrotingscyclus.
Dit Informatieprotocol is op 3 juni 2021 gedeeld met alle directeuren van de gemeenschappelijke regelingen met als doel de daarin gesteld termijnen op te nemen in de teksten van de gemeenschappelijke regelingen zodra deze aangepast worden. Daar is nu het moment voor. De gemeenschappelijke regelingen hebben echter nu de uiterlijke wettelijke termijnen opgenomen. De uiterlijke termijnen dragen echter niet bij aan het versterken van de controlerende rol van de raden. Voorgesteld wordt de in het Informatieprotocol gestelde termijnen aan te houden. Dat resulteert in de volgende aanlevertermijnen; Kaderbrief uiterlijk 1 december (in plaats van 30 april) Jaarrekening en begroting uiterlijk 15 april (in plaats van 30 april) 1.2 Wijziging gemeenschappelijke regeling Avri Op het voorstel van de regeling staan 3 overwegingen die niet meer relevant zijn (bullits 3 t/ m 5) en weggelaten kunnen worden. Op de laatste pagina staat dat de regeling in werking treedt op 1 juli 2019. Dat is niet juist, de regeling treedt in werking op 1 juli 2024. Avri wijkt op de onderdelen actieve informatieplicht, evaluatie en uittreding af van de in september 2023 door de gezamenlijke raden voorgestelde variant. Avri heeft geen enkele evaluatiebepaling opgenomen waardoor ook de uittredingsregeling niet aan evaluatie onderhevig is.
1.3 Wijziging gemeenschappelijke regeling BSR Op de onderdelen participatie, actieve informatieplicht en evaluatie wijkt de BSR af van de in september 2023 door de gezamenlijke raden voorgestelde variant. De afwijking dient duidelijk gemotiveerd te worden.
3
Verder staat in de gewijzigde GR tekst, artikel 30 lid 6 en 32 lid 3 dat het algemeen bestuur jaarlijks de begroting en jaarstukken voor 1 juli vaststelt. Deze termijn lijkt niet afgestemd met de griffierskring en met deze data wordt het praktisch onmogelijk voor de gemeenten om tijdig hun zienswijzen aan te leveren (relatie met argument 1.1). Goede afstemming met de griffierskring over de termijnen is essentieel. 1.4 Wijziging gemeenschappelijke regeling BVEB Ten aanzien van het instellen van een onderzoekscommissie naar het gevoerde bestuur en het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie dient concessie te zijn tussen beide deelnemende gemeenten en/of raden. Het instellen van een auditcommissie kan daarvoor uitkomst bieden. Voor wat betreft evaluatie wijkt de BVEB af van de in september 2023 door de gezamenlijke raden voorgestelde variant om in een evaluatiemoment te voorzien halverwege de bestuursperiode. In het gewijzigde artikel 20 lid 3 over de bestemming jaarrekening wordt gesproken om een batig of nadelig saldo toe te voegen of te onttrekken aan de daarvoor gecreëerde reserve. De BVEB beschikt momenteel niet over een eigen reserve. Geadviseerd wordt om binnen de BVEB een beperkte reserve op te bouwen (zoals ook bij de andere GR-en het geval is) waaruit autonome ontwikkelingen gefinancierd kunnen worden.
1.5 Wijziging gemeenschappelijke regeling GGD Gelderland-Zuid De termijn voor het aanleveren van een zienswijze op de jaarrekening loopt volledig uit de pas met de termijnen die de griffiers en raden in regio Rivierenland hanteren. Het is met de huidige planning van de griffierskring niet mogelijk om voor 1 juni een zienswijze aan te leveren op de jaarrekening. 1.6 Wijziging gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland Regio Rivierenland kiest voor de (huidige) minimale variant ten aanzien van de Informatieplicht. Raadsleden kozen in september 2023 voor de dynamische variant. Door de raden actief te laten informeren over de te nemen besluiten in de loop van het jaar, bijvoorbeeld in de Kaderbrief, worden de raden in de gelegenheid gesteld te reageren op deze voorgenomen besluiten en inspelen op de mogelijkheid om besluiten ter zienswijze voorgelegd te krijgen. Bijvoorbeeld in geval sprake is van besluiten met een aanzienlijk politiek of financieel belang. Dit betekent dat een voorkeur is uitgesproken voor de dynamische variant. Een dynamische variant maakt het mogelijk om per geval een eigen dynamiek te creëren. Dit geeft als voordeel dat ingespeeld kan worden op wisselende situaties. Een nadeel kan zijn dat op voorhand niet onomstotelijk vaststaat hoe in toekomstige gevallen het instrument ingezet gaat worden.
Bij de minimale variant wordt voldaan aan het wettelijke vereiste voor de inzet van het instrument, maar daarbij wordt niet of niet veel afgeweken van de huidige, goed werkende praktijk. 1.7 Wijziging gemeenschappelijke regeling Werkzaak In artikel 36 lid 6 wordt gesproken over ‘acht werken’, in plaats van ‘acht weken’. Kanttekeningen/risico’s De zienswijze heeft het grootste effect indien de andere raden tot eenzelfde zienswijze komen. Deelname aan de regionale raadsinformatieavond op 15 januari 2024 kan daaraan een bijdrage leveren. Inclusie Niet van toepassing.
4
Programma duurzaamheid Niet van toepassing. Financiën (incl. BTW-effect) Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. De elf samenwerkingsverbanden hebben met elkaar afgesproken ieder een gelijk aandeel van het regionale proces te bekostigen. Binnen elk algemeen bestuur zal de bijdrage aan het regionale proces bij behandeling van begroting/begrotingswijziging worden geagendeerd om te bepalen of het ten laste van de lopende begrotingen 2023 en 2024 dient te komen of dat hiervoor aanvullend een bijdrage wordt gevraagd van de deelnemers. Het maatwerktraject wordt door elk samenwerkingsverband zelf bekostigd. Bedrijfsvoering Niet van toepassing. Uitvoering Planning De raden hebben tien weken de gelegenheid om hun zienswijze aan de colleges aan te bieden. Dit wettelijke termijn van acht weken is i.v.m. de kerstvakantie met twee weken verlengd. De zienswijzen worden vervolgens in de (dagelijks) besturen beoordeeld en op elkaar afgestemd. Op 15 januari 2024 is een regionale raadsinformatieavond gepland waarop de raadsleden over dit voorstel met elkaar in gesprek kunnen gaan. Op 23 januari 2024 volgt een inhoudelijke bespreking over dit voorstel in de commissievergadering. In maart 2024 worden de herziene tekstvoorstellen gebundeld en aan de gemeenten aangeboden voor definitieve besluitvorming in colleges en raden.
Ook dat gaat gepaard met een integraal voorstel vanuit alle (dagelijks en algemeen) besturen van de samenwerkingsverbanden. In dat voorstel wordt ook een reactie gegeven op de zienswijze van de raden. Het besluitvormingsproces in maart behoeft de volgende besluiten wanneer het collegeregelingen treft: 1. Besluit van het college om het definitieve ontwerp van de gemeenschappelijke regeling met gewijzigde tekst vast te stellen en de raad om toestemming voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling te vragen. 2. Besluit van de raad om toestemming aan het college te geven om de gemeenschappelijke regeling met gewijzigde tekst vast te stellen. 3. Een besluit van het college om de gemeenschappelijke regeling met gewijzigde tekst vast te stellen, gelet op de toestemming van de raad. Wanneer er sprake is van een gemengde regeling worden de volgende besluiten genomen: 1. Een besluit van de raad om de gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen. 2. Een besluit van de raad om het college toestemming te verlenen om de gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen. 3. Een besluit van het college om de gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen. Handhaving Niet van toepassing.
5
Communicatie Na beraadslaging in de commissie vergadering van 23 januari 2024 wordt een zienswijzebrief opgesteld ter vaststelling door de raad in haar vergadering van 8 februari 2024. Na besluitvorming door de gemeenteraad op 8 februari wordt de zienswijzebrief naar de gemeenschappelijke regeling gestuurd. De besluiten tot vaststelling door raden en colleges dienen ook in het eigen Gemeenteblad gepubliceerd te worden. Dit zal in de zomer van 2024 plaatsvinden. Evaluatie / controle Het besluitvormingsproces komt tot een einde op 1 juli 2024 wanneer alle gewijzigde gemeenschappelijke regelingen zijn gepubliceerd door het college dat daartoe in de gemeenschappelijke regeling is aangewezen. Nota van wijzigingen Bijlagen
6