Raadsvoorstel Pijpleiding defensie
Tekst van het document
Samenvatting raadsvoorstel
Onderwerp
: vaststellen bestemmingsplan Buitengebied herziening 2020, Defensie Pijpleiding
Kern van het raadsvoorstel Ten behoeve van de vervanging van de bestaande kerosine buisleiding van Defensie is een herziening noodzakelijk van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied. Het betreffende deel van de buisleiding binnen Maasdriel loopt van de Harenseweg tot aan de Maas en zal afwijken van het bestaande tracé. De aanleg van de buisleiding is ruimtelijk en milieuplanologisch aanvaardbaar en voldoet aan de eisen en normen voor externe veiligheid. Tegen het bestemmingsplan en de milieueffectrapportage zijn gedurende de ontwerpfase geen zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van het advies van de commissie m.e.r. moeten er nog ambtshalve wijzigingen worden doorgevoerd. Gerelateerde raadsstukken *
Raadsvoorstel
Onderwerp
: vaststellen bestemmingsplan Buitengebied herziening 2020, Defensie Pijpleiding
Zaaknummer
: 181597
Datum collegevergadering
: 28 april 2021
Datum raadsbesluit
: 10 juni 2021
Datum raadsvergadering
: 10 juni 2021
Portefeuillehouder
: Wethouder De Vries
Inlichtingen bij
: Gemeente Maasdriel, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling MSD, Sander S Bosch
Voorstel 1. Geen exploitatieplan vast te stellen zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening; 2. De voorstellen uit de “Nota ambtshalve voorgestelde wijzigingen” d.d. 28 april 2020 over te nemen. 3. De milieueffectrapportage behorende bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2020, defensie Pijpleiding’ vast te stellen met in achtneming van de opmerkingen zoals aangegeven in het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. van 12 januari 2021; 4. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2020, Defensie Pijpleiding’, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0263.BP1203-VG01 met de bijbehorende bestanden, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond ontleend aan “basisregistratie grootschalige topografie (BGT) van d.d. 17 december 2019”, gewijzigd vast te stellen. Inleiding Aanleiding Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) exploiteert verscheidene kerosine transportleidingen in Nederland die onderdeel uitmaken van het NATO pijpleidingnetwerk. De transportleidingen zijn voor een groot deel aangelegd in de jaren ‘50 en ’60 en hebben een dekking en capaciteit die niet meer aan de huidige regels en standaarden voldoet.
De pijpleiding vervoert vliegtuigbrandstof vanuit de Botlek via een eigen ondergronds pijpleidingnetwerk naar militaire en civiele vliegvelden (zie ook https://www.defensie.nl/ onderwerpen/taken-in-nederland/defensie-pijpleidingen/pijpleidingnetwerk). DPO heeft een inventarisatie uitgevoerd naar de ligging van het huidige leidingnetwerk om de risico's van ondiepe buisleidingen op structurele wijze in kaart te brengen. Uit deze inventarisatie blijkt dat de ondiepe ligging van de pijpleiding in de Maas ter hoogte van Ammerzoden een veiligheidsrisico vormt dat binnen een paar jaar opgelost moet zijn. Andere delen van het netwerk worden op een later moment aangepakt. Ook de capaciteit en
2
daarmee de diameter van de buisleiding moet worden vergroot van 6 inch naar 10 inch. Een van de redenen om de Maas op een andere locatie te kruisen is het feit dat de bestaande pijpleiding deels onder de kern van Bokhoven is gelegen. In overleg met alle partijen (provincie Gelderland, Noord-Brabant, Rijkswaterstaat, waterschap Rivierenland en Aa en Maas en de gemeenten ‘s-Hertogenbosch, Vlijmen en Maasdriel) zijn een aantal potentiële tracés besproken. Vanuit de gemeente Maasdriel zijn randvoorwaarden gesteld dat de nieuwe leiding buiten de kern wordt gelegd, dat de belangen van eigenaren en de landschappelijke waarden zo min mogelijk worden geschaad en dat toekomstige ontwikkelingen niet worden beperkt. Eind 2019 heeft het college ingestemd met het voorkeursalternatief voor een wijziging in het tracé van de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) ter hoogte van de kruising met de Maas bij Ammerzoden. Het tracé betreft het deel van de pijpleiding tussen Ammerzoden en Vlijmen. Na aanleg en ingebruikname van de nieuwe buisleiding zal de oude buisleiding worden verwijderd. Indien verwijdering op bepaalde delen niet mogelijk is zal de buis op dat deel worden dichtgemaakt.
Afb. 1. Ligging nieuwe tracé (groen-blauw), bestaande tracé (roze)
3
Overwegingen/context Omdat de leiding zowel door het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2016’ loopt als door het provinciale inpassingsplan ‘Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard’ hebben we binnen de gemeente Maasdriel te maken met twee verschillende bevoegde gezagen, te weten de gemeenteraad van Maasdriel en Provinciale Staten van Gelderland. Om de boringen en de open ontgraving te kunnen uitvoeren en de aanwezigheid van de leiding te beschermen, is het noodzakelijk dat het bestemmingsplan Buitengebied en het provinciale inpassingsplan worden herzien. Ook de (juridische) verwijdering van de buisleiding is opgenomen in de plannen. Vanaf begin 2020 zijn alle noodzakelijke stukken voor de planherziening aangeleverd, beoordeeld en vervolgens door de verschillende bevoegde gezagen als ontwerp ter inzage gelegd. Getracht is de planning zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen. MER De aanleg van de leiding zorgt voor een tijdelijke, geringe, toename van stikstofdepositie. Op grond van artikel 7.2a Wet milieubeheer en artikel 2.8 Wet natuurbescherming is daarom een milieueffectrapportage voor plannen doorlopen. Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan heeft deze verplichte milieueffectrapportage (plan m.e.r.) in de verschillende gemeenten als ontwerp ter inzage gelegen. In de plan m.e.r.
zijn alle effecten, die de verwijdering van de oude buisleidingen en aanleg en ligging van de nieuwe buisleiding op de omgeving hebben, onderzocht en in beeld gebracht. De commissie m.e.r. heeft in januari 2021 advies uitgebracht over het rapport. Op de plan m.e.r. moet door de raad afzonderlijk worden besloten alvorens het bestemmingsplan kan worden vastgesteld. De commissie m.e.r. vindt dat de bijlagerapporten over het te realiseren tracé gedegen en zorgvuldig zijn opgesteld. Het hoofdrapport zou volgens de commissie echter ook de stappen die zijn gezet om het tracé te kiezen en de bevindingen uit de bijlagerapporten goed moeten samenvatten. Dit is onvoldoende gebeurd. Wat ontbreekt, is het volgende: 1. Een paragraaf die de mogelijke tracés, de kenmerken van de leidingen en de uit te voeren werkzaamheden integraal en in samenhang met elkaar beschrijft; 2. Een helder beeld van de criteria die zijn gehanteerd bij de keuze van het tracé en van de wijze waarop ze gemaakte keuzes hebben beïnvloed. Zo is onduidelijk welke rol milieuargumenten daarbij hebben gespeeld; 3. Een helder beeld van de criteria die zijn gehanteerd voor de keuze van de aanlegmethode voor ieder onderdeel van het tracé (open ontgraving of gestuurde boring) en om te bepalen of de bestaande leiding al dan niet wordt verwijderd.
Ook op dit punt ontbreekt een helder beeld van de wijze waarop de criteria gemaakte keuzes hebben beïnvloed; 4. De beschrijving van een alternatief waarmee de effecten van de emissies van stikstof door vrachtwagens en mobiele werktuigen op het nabijgelegen Natura 2000-gebied “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek” worden voorkomen. De commissie adviseert om, vóór er over de bestemmingsplannen wordt besloten, in een aanvulling op het MER, het volgende te doen:
4
bepaal met de meest actuele versie van het AERIUS-model de omvang van de (tijdelijke) stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek”, die door het gebruik van vrachtwagens en mobiele werktuigen wordt veroorzaakt; beschrijf een passende maatregel, bijvoorbeeld in vorm van externe saldering, die ongewenste effecten voorkomt; de planregel die gaat over de beperking van de stikstofdepositie, specifiek te maken.
In het bijgevoegde addendum is de initiatiefnemer ingegaan op de opmerkingen en het advies van de commissie m.e.r. De initiatiefnemer komt daarbij tot de volgende conclusie: De keuze voor het tracé, de wijze van aanleg en het al of niet verwijderen van de oude leiding is onderbouwd tot stand gekomen, mede op basis van milieuoverwegingen. Voor wat betreft de beperkte tijdelijk toename van stikstofdepositie als gevolg van de aanleg van de nieuwe leiding en het verwijderen van de bestaande leiding, ligt een aanvraag om een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor. De ruimtelijke plannen kunnen worden vastgesteld, omdat een reëel uitzicht bestaat op een positief besluit. De inhoud van dit addendum in combinatie met een reeds verleende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zorgt er voor dat de tekortkomingen, die de commissie m.e.r. in haar advies van 12 januari 2021 heeft geconstateerd, zijn opgeheven. Gelet op het bovenstaande adviseren wij daarom in te stemmen met de milieueffectrapportage in combinatie met het advies van de commissie m.e.r. en het addendum. Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen In de periode dat het plan ter inzage lag, zijn er geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. Wel heeft Rijkswaterstaat bij de provincie Gelderland een zienswijze ingediend tegen het ontwerpinpassingsplan DPO Bommelerwaard.
Deze zienswijze is door partijen besproken. De zienswijze heeft geen invloed op de vaststelling van het inpassingsplan en het bestemmingsplanWel zijn er ambtshalve wijzigingen die moeten worden doorgevoerd. In bijlage 15 is de zienswijze en de reactie daarop beschreven. In de bijgevoegde toelichting en regels van het bestemmingsplan zijn de voorgestelde ambtelijke wijzigingen met geel gearceerd. De verbeelding is ongewijzigd. Kernvraag Wilt u de milieueffectrapportage en het bestemmingsplan vaststellen? Beoogd effect De aanleg en ligging van een vernieuwde kerosinebuisleiding tussen Ammerzoden en Vlijmen om het transport van brandstof voor defensie- en burgerluchthavens voor de toekomst te garanderen. Participatie Met zowel de betrokken overheidspartijen als met de grondeigenaren is uitgebreid overleg gevoerd over de aanleg en de ligging van de buisleiding.
5
Argumenten 1.1 Een anterieure overeenkomst is niet verplicht. Een planschadeovereenkomst is wel gesloten. Artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening schrijft voor dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld voor bepaalde ruimtelijke initiatieven die in een bestemmingsplan planologisch vastgelegd worden. Artikel 6.12 lid 2 Wro bepaalt echter dat dit niet hoeft als a. het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is. b. fasering niet noodzakelijk is en c. het stellen van eisen of regels niet nodig is. Het bestemmingsplan voorziet echter niet in de realisering van bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Voor deze ontwikkeling is het vaststellen van een exploitatieplan of het afsluiten van een anterieure overeenkomst dan ook geen verplichting. De ambtelijke kosten worden vergoed op basis van de legesverordening. Met de initiatiefnemer is wel een planschadeovereenkomst gesloten. 2.1
Het plan bevat nog enkele omissies. In het ontwerpplan zijn een aantal omissies geconstateerd. In de “Nota ambtshalve voorgestelde wijzigingen d.d. 28 april 2021” is hier op ingegaan en worden voorstellen gedaan voor herstel.
3.1
Het plan m.e.r. voldoet aan de vereisten en geeft inzicht in de ruimtelijke ingreep van de leiding In de plan m.e.r. zijn alle relevante aspecten in beeld gebracht. Het plan geeft aan wat de aanleiding van de ingreep is en of de ingreep een negatief effect heeft op de omgeving. Uit het plan blijkt dat er geen of nauwelijks negatieve effecten zijn op de omgeving. Alle onderzoeksrapporten zijn ook onderdeel van het bestemmingsplan. Hiermee wordt voldaan aan een zorgvuldige voorbereiding van de planvorming.
4.1
Zonder vaststelling krijgt het bestemmingsplan geen rechtskracht Het bestemmingsplan heeft van 19 november tot en met 30 december 2020 als ontwerp ter inzage gelegen. Het is nodig het (digitale) bestemmingsplan op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen om het ook rechtskracht te geven.
4.2
De vervanging van de defensie pijpleiding ter plaatse van de kruising met de Maas is noodzakelijk om de veiligheid en de levering van kerosine te garanderen De leidingen zijn noodzakelijk om de activiteiten van militaire en civiele vliegvelden nu en ook in een crisissituatie te kunnen blijven garanderen.
4.3
De wijziging in het tracé heeft geen nadelige effecten voor ontwikkelingen binnen de gemeente Maasdriel Binnen het gewijzigde tracé zijn geen ontwikkelingen voorzien. Het gewijzigde tracé is gelegen in onbebouwd en agrarisch gebied.
6
4.4
Ruimtelijk en milieuplanologisch zijn er geen belemmeringen tegen het vervangen van de leiding Ten behoeve van het vervangen van de defensie pijpleiding heeft het bureau onderzoek gedaan naar alle relevante aspecten zoals stikstof, archeologie, flora & fauna, bodem en andere zaken. Uit de onderzoeken komt naar voren dat er geen belemmeringen zijn te verwachten.
4.5
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de aanleg van de buisleiding Omdat de nieuwe buisleiding grote hoeveelheden kerosine zal vervoeren is uitvoerig onderzoek gedaan naar het gevaar voor de omgeving. Deze onderzoeksrapporten zijn zowel door de omgevingsdiensten als door de Veiligheidsregio beoordeeld. Uit het onderzoek komt naar voren dat de nieuwe leiding voldoet aan de eisen van het Besluit externe veiligheid Buisleidingen. Gelet op de ligging van de buisleiding in agrarisch gebied en diep in de bodem is de kans op ongelukken en dodelijke slachtoffers gering.
4.6
De belangen van derden worden niet onevenredig geschaad De gronden waarbinnen de ondergrondse pijpleiding wordt aangelegd hebben een agrarische functie als grasland en een functie voor het stroomvoerende deel van de rivier. Deze functies worden door de aanleg van de pijpleiding niet belemmerd. RWS en waterschappen zijn bij de keuze voor dit tracé betrokken.
Kanttekeningen/risico’s Gezien het feit dat er geen zienswijzen zijn ingediend tegen het bestemmingsplan is de kans dat er ook beroep zal worden ingesteld gering. Als er beroep wordt ingesteld duurt het langer voor het plan onherroepelijk wordt. Tegen de wijzigingen in het bestemmingsplan kunnen alle belanghebbenden beroep instellen. Programma duurzaamheid Niet van toepassing. Financiën (incl. BTW-effect) De kosten van de ambtelijke inzet voor het begeleiden van de procedures en het beoordelen van de onderzoeksrapporten wordt betaald uit de legeskosten die de initiatiefnemer is verschuldigd. De verwachting is dat dit bedrag toereikend is. Met de initiatiefnemer is een planschadeovereenkomst gesloten. Bedrijfsvoering Geen bijzonderheden. Uitvoering Planning Defensie wil nog in 2021 starten met de aanleg van de buisleiding. Handhaving Niet van toepassing
7
Communicatie De vaststelling van het bestemmingsplan wordt gepubliceerd via de gebruikelijke kanalen (Carillon, gemeentelijke website en www.officielebekendmakingen.nl). Tegen de gewijzigde vaststelling kunnen belanghebbenden beroep instellen. Evaluatie / controle Nota van wijzigingen Bijlagen
8