Raadsvoorstel Onderzoekrapport overdracht Avri-stortplaats
Tekst van het document
Samenvatting raadsvoorstel: Onderwerp: Onderzoeksrapport Avri-stortplaats
Kern van het voorstel: De acht Avri-gemeenten hebben samen een onderzoek laten verrichten naar de feiten, omstandigheden en communicatie rondom de overdracht van de stortplaats naar de provincie Gelderland. Het onderzoeksrapport is nu beschikbaar. De raden worden voorgesteld hier kennis van te nemen en zich uit te spreken over de conclusies en aanbevelingen
Pagina 1 van 7
Raadsvoorstel Onderwerp
: Onderzoeksrapport overdracht Avri-stortplaats
Raadsvergadering d.d.
: 14 oktober 2021
Portefeuillehouder
: Burgemeester Van Kooten
Inlichtingen bij
: Griffie Maasdriel, Hermie van Ommeren
Voorstel 1. 2.
3.
kennis te nemen van het onderzoeksrapport ‘Storten en tekorten. Gezamenlijk raadsonderzoek naar de stortplaats Avri’; in te stemmen met de conclusies: 1. De opvolging van het signaal over mogelijke rekenrenteverlaging en contact met de provincie bleef te lang en te veel een ambtelijke kwestie. 2. Het beeld van Avri en de provincie bij de uitgangspunten van het overlegtraject over de rekenrenteverlaging verschilde. De bestuurlijke afstand tussen Avri en de provincie was groot. 3. Avri is te weinig politiek-bestuurlijk sensitief geweest bij het inschatten van de gevolgen van het advies om de rekenrente te verlagen en het contact met de provincie. 4. De gemeenteraden en het AB zijn stap voor stap geïnformeerd over ontwikkelingen rondom de verlaging van de rekenrente via P&C-documenten en platformbijeenkomsten, maar ook hierin heeft Avri te weinig politiek-bestuurlijke sensitiviteit laten zien. 5. Het informeren van gemeenteraden na het besluit van GS om PS voor te stellen de rekenrente te verlagen, had in belangrijke mate tot doel hen te mobiliseren tot protest tegen de provincie. Dit heeft deels averechtse gevolgen gehad. 6. Dé Avri bestaat niet. Gemeenten nemen verschillende diensten af en betrokkenheid van raden is verschillend georganiseerd. Dit bemoeilijkt het gezamenlijk en eensgezind tegemoet treden van Avri. 7.
Gemeenten geven beperkt invulling aan hun eigenaarschap van Avri. Meer aandacht voor die rol had kunnen bijdragen aan het tijdig signaleren van de urgentie van – toen nog – mogelijke rekenrenteverlaging. 8. De lijnen van informatievoorziening en sturing tussen gemeenteraden, colleges en Avri zijn niet eenduidig en lopen in de praktijk door elkaar. De rol van het AB is beperkt, in tegenstelling tot wat op basis van de GR Avri verwacht mag worden. 9. Gemeenteraden, colleges en ambtelijke organisaties van gemeenten zijn onvoldoende toegerust om adequaat tegenspel te bieden aan Avri. de aanbevelingen (lessen) over te nemen: 1. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een politieke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 2. Aandacht vanuit de gemeenten voor de eigenaarsrol verdient versterking. Dat betekent onder meer een zichtbare en duidelijke rol voor colleges (in AB/DB) en ambtelijk tegenspel vanuit gemeenten zelf. 3. Het goed betrekken en positioneren van gemeenteraden gaat niet vanzelf, maar vergt een stevige investering. Hierin hebben zowel Avri en colleges, als de gemeenteraden zelf een rol.
Pagina 2 van 7
4.
Dat een goede ontsluiting van informatie belangrijk is in sturing op en verantwoording door een gemeenschappelijke regeling spreekt voor zich. De asynchrone betrokkenheid van de verschillende spelers binnen de gemeenschappelijke regeling onderstreept het belang van dit punt echter extra.
.
Inleiding: De acht in Avri deelnemende gemeenten spraken in het laatste kwartaal van 2020 per motie de wens uit voor een onderzoek naar de gang van zaken rondom (het ontstaan van) een financieel tekort bij de gemeenschappelijke regeling Avri, samenhangende met de overdracht van de stortplaats naar de provincie Gelderland, alsmede de communicatie daarover naar de raden Begin 2021 namen de acht raden het besluit om dit onderzoek te laten verrichten door een extern bureau. Daarbij werd ook een kader voor de onderzoeksopdracht vastgesteld. Voor de begeleiding van het onderzoek uit de raden werd een tijdelijke begeleidingscommissie ingesteld, waarin uit elke raad één raadslid werd afgevaardigd. Het onderzoeksproces is inmiddels afgerond. Bijgevoegd vindt u het onderzoeksrapport ‘Storten en tekorten. Gezamenlijk raadsonderzoek naar de stortplaats Avri’ (bijlage 1). De onderzoekers van Necker van Naem hebben op 13 september 2021 hun bevindingen toegelicht. Het rapport kan nu in de raden worden besproken. Beoogd effect: De raad kan zich uitspreken over de conclusies en aanbevelingen Argumenten: 1.1 Het onderzoek is binnen de door de raden vastgestelde kaders verricht De vragen van de raden gingen over twee sporen: ‘waarheidsvinding’ en ‘communicatie’.
Bij het spoor ‘waarheidsvinding’ gaat het om de volgende onderzoeksvragen, zowel vanuit het perspectief van de Avri, als het perspectief van de provincie Gelderland: 1. Wanneer werd voor het eerst duidelijk dat er aanleiding was voor bijstelling van de rente van het nazorgfonds? 2. Wat is met deze informatie gedaan? 3. Wanneer bereikte deze informatie het algemeen bestuur van de Avri? 4. Wanneer en op welke wijze is de discussie over de rente van het nazorgfonds vervolgens inhoudelijk gevoerd tussen de Avri en de provincie Gelderland (zowel ambtelijk als bestuurlijk)? 5. Wanneer en op welke wijze zijn de financiële consequenties van de voorgenomen besluiten van de provincie voor de Avri en deelnemende gemeenten (colleges en raden) duidelijk geworden? Bij het spoor ‘communicatie’ gaat het om de volgende onderzoeksvragen: 6. Wanneer en hoe zijn de gemeenteraden ingelicht over de consequenties van de (voorgenomen) provinciale besluitvorming voor de gemeentelijke financiën? 7. In hoeverre is dit regionaal gebeurd en in hoeverre hebben afzonderlijke colleges dit gedaan? 8. Wanneer hadden de gemeenteraden hierover ingelicht kunnen c.q. moeten worden? 9. Op welke wijze zijn de gemeenteraden c.q. de gemeenteraadsleden hierover ingelicht? 10. Hoe is de communicatie naar de gemeenteraden te duiden in het licht van de actieve informatieplicht van de colleges?
Pagina 3 van 7
Voor de bevindingen wordt verwezen naar het bijgevoegde rapport. 1.2 De begeleidingscommissie is van oordeel dat het onderzoeksproces is afgerond De tijdelijke begeleidingscommissie kreeg van de raden onder meer als taak mee om te beoordelen of het onderzoek voldoet aan de uitgangspunten zoals de raden die vaststelden. De commissie is hier positief over. 2.1 De onderzoekers komen tot negen conclusies: 1. De opvolging van het signaal over mogelijke rekenrenteverlaging en contact met de provincie bleef te lang en te veel een ambtelijke kwestie. 2. Het beeld van Avri en de provincie bij de uitgangspunten van het overlegtraject over de rekenrenteverlaging verschilde. De bestuurlijke afstand tussen Avri en de provincie was groot. 3. Avri is te weinig politiek-bestuurlijk sensitief geweest bij het inschatten van de gevolgen van het advies om de rekenrente te verlagen en het contact met de provincie. 4. De gemeenteraden en het AB zijn stap voor stap geïnformeerd over ontwikkelingen rondom de verlaging van de rekenrente via P&C-documenten en platformbijeenkomsten, maar ook hierin heeft Avri te weinig politiek-bestuurlijke sensitiviteit laten zien. 5. Het informeren van gemeenteraden na het besluit van GS om PS voor te stellen de rekenrente te verlagen, had in belangrijke mate tot doel hen te mobiliseren tot protest tegen de provincie. Dit heeft deels averechtse gevolgen gehad. 6.
Dé Avri bestaat niet. Gemeenten nemen verschillende diensten af en betrokkenheid van raden is verschillend georganiseerd. Dit bemoeilijkt het gezamenlijk en eensgezind tegemoet treden van Avri. 7. Gemeenten geven beperkt invulling aan hun eigenaarschap van Avri. Meer aandacht voor die rol had kunnen bijdragen aan het tijdig signaleren van de urgentie van – toen nog – mogelijke rekenrenteverlaging. 8. De lijnen van informatievoorziening en sturing tussen gemeenteraden, colleges en Avri zijn niet eenduidig en lopen in de praktijk door elkaar. De rol van het AB is beperkt, in tegenstelling tot wat op basis van de GR Avri verwacht mag worden. 9. Gemeenteraden, colleges en ambtelijke organisaties van gemeenten zijn onvoldoende toegerust om adequaat tegenspel te bieden aan Avri. 3.1 De onderzoekers komen tot vier aanbevelingen (lessen): 1. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een politieke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 2. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een politieke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 3.
Het goed betrekken en positioneren van gemeenteraden gaat niet vanzelf, maar vergt een stevige investering. Hierin hebben zowel Avri en colleges, als de gemeenteraden zelf een rol. 4. Dat een goede ontsluiting van informatie belangrijk is in sturing op en verantwoording door een gemeenschappelijke regeling spreekt voor zich. De asynchrone betrokkenheid van de verschillende spelers binnen de gemeenschappelijke regeling onderstreept het belang van dit punt echter extra. Kanttekeningen: Niet van toepassing. Financiën: De voorgestelde beslispunten hebben geen financiële consequenties.
Pagina 4 van 7
Communicatie: Het onderzoeksrapport wordt besproken in de raden van de acht gemeenten. Vervolgstappen: De uitkomst van de besluitvorming van de raden van de acht gemeenten zal worden gepubliceerd op de website www.zienswijzenrivierenland.nl.
Bijlagen: 1. Rapport ‘Storten en tekorten. Gezamenlijk raadsonderzoek naar de stortplaats Avri’ 2. Aanbiedingsbrief begeleidingsgroep onderzoek
Pagina 5 van 7
Raadsbesluit
Zaaknr.: Z/21/074264/RAAD/21/02886
De raad van de gemeente Neder-Betuwe; gelezen het voorstel van de agendacommissie; overwegende dat de raad op 10 november 2020 een motie aannam waarin hij uitsprak een onderzoek te willen naar de feiten, omstandigheden en communicatie naar de raden rondom de overdracht van de Avri-stortplaats naar de provincie Gelderland; overwegende dat de raad op 11 februari 2021 besloot over de kaders voor dit onderzoek; overwegende dat Necker van Naem de opdracht heeft gekregen dit onderzoek te gaan verrichten onder begeleiding van een tijdelijke begeleidingscommissie bestaande uit vertegenwoordigers van de raden van de in Avri deelnemende gemeenten;
BESLUIT:
1. 2.
kennis te nemen van het onderzoeksrapport ‘Storten en tekorten. Gezamenlijk raadsonderzoek naar de stortplaats Avri’; in te stemmen met de conclusies: 1. De opvolging van het signaal over mogelijke rekenrenteverlaging en contact met de provincie bleef te lang en te veel een ambtelijke kwestie. 2. Het beeld van Avri en de provincie bij de uitgangspunten van het overlegtraject over de rekenrenteverlaging verschilde. De bestuurlijke afstand tussen Avri en de provincie was groot. 3. Avri is te weinig politiek-bestuurlijk sensitief geweest bij het inschatten van de gevolgen van het advies om de rekenrente te verlagen en het contact met de provincie. 4. De gemeenteraden en het AB zijn stap voor stap geïnformeerd over ontwikkelingen rondom de verlaging van de rekenrente via P&C-documenten en platformbijeenkomsten, maar ook hierin heeft Avri te weinig politiek-bestuurlijke sensitiviteit laten zien. 5. Het informeren van gemeenteraden na het besluit van GS om PS voor te stellen de rekenrente te verlagen, had in belangrijke mate tot doel hen te mobiliseren tot protest tegen de provincie. Dit heeft deels averechtse gevolgen gehad. 6. Dé Avri bestaat niet. Gemeenten nemen verschillende diensten af en betrokkenheid van raden is verschillend georganiseerd. Dit bemoeilijkt het gezamenlijk en eensgezind tegemoet treden van Avri. 7.
Gemeenten geven beperkt invulling aan hun eigenaarschap van Avri. Meer aandacht voor die rol had kunnen bijdragen aan het tijdig signaleren van de urgentie van – toen nog – mogelijke rekenrenteverlaging. 8. De lijnen van informatievoorziening en sturing tussen gemeenteraden, colleges en Avri zijn niet eenduidig en lopen in de praktijk door elkaar. De rol van het AB is beperkt, in tegenstelling tot wat op basis van de GR Avri verwacht mag worden. 9. Gemeenteraden, colleges en ambtelijke organisaties van gemeenten zijn onvoldoende toegerust om adequaat tegenspel te bieden aan Avri.
3.
de aanbevelingen (lessen) over te nemen: 1. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een politieke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 2. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een politieke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 3. Het goed betrekken en positioneren van gemeenteraden gaat niet vanzelf, maar vergt een stevige investering. Hierin hebben zowel Avri en colleges, als de gemeenteraden zelf een rol. 4. Dat een goede ontsluiting van informatie belangrijk is in sturing op en verantwoording door een gemeenschappelijke regeling spreekt voor zich. De asynchrone betrokkenheid van de verschillende spelers binnen de gemeenschappelijke regeling onderstreept het belang van dit punt echter extra.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 23 september 2021 de griffier, de voorzitter,
E. van der Neut
Pagina 7 van 7
A.J. Kottelenberg