Raadsvoorstel omgevingsvisie Bommelerwaard
Tekst van het document
Samenvatting raadsvoorstel
Onderwerp
: Ontwerp-omgevingsvisie Bommelerwaard
Kern van het raadsvoorstel De gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen met de ontwerp-omgevingsvisie Bommelerwaard en om in te stemmen met het ter inzage leggen van de ontwerpomgevingsvisie. De ontwerpvisie is opgesteld na een uitgebreid participatie- en communicatietraject. In de ontwerpvisie zijn opmerkingen meegenomen die door de raadsleden en samenwerkingspartners zijn gemaakt. Na instemming van de raad wordt de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage gelegd voor zienswijzen. De vaststelling van de omgevingsvisie vindt plaats na de gemeenteraadsverkiezingen door de nieuwe raad. Gerelateerde raadsstukken Voorstel kernopgaven en waardenkaart Bommelerwaard (documentnummer 175489, 8 april 2021). Voorstel werkversie omgevingsvisie (documentnummer 183970, 16 juni 2021). Raadsinfomatiebrief ‘Afhandeling motie strategische visie Bommelerwaard’ (documentnummer 232058, 7 september 2021).
Raadsvoorstel
Onderwerp
: Ontwerp-omgevingsvisie Bommelerwaard
Zaaknummer
: 235993
Datum collegevergadering
: 28 september 2021
Datum raadsbesluit
: 11 november 2021
Datum raadsvergadering
: 11 november 2021
Portefeuillehouder
: Wethouder De Vries, Wethouder Sørensen
Inlichtingen bij
: Gemeente Maasdriel, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling MSD, Edith EAJM Vos
Voorstel 1. In te stemmen met het schrappen van het woord ‘kwetsbare’ in kernopgave 10. 2. In te stemmen met de ontwerp-omgevingsvisie Bommelerwaard. 3. In te stemmen met het ter inzage leggen van de ontwerp-omgevingsvisie Bommelerwaard. Inleiding De gemeenten Maasdriel en Zaltbommel stellen samen een omgevingsvisie voor de Bommelerwaard op. Uw raad stelde hiervoor op 18 december 2019 een plan van aanpak vast. Vervolgens hebben wij in de periode januari tot en met oktober 2020 een uitgebreid participatie- en communicatietraject doorlopen. Dit traject heeft mede aan de basis gestaan voor het bepalen van de kernopgaven voor de visie. U stemde op 8 april 2021 in met de kernopgaven – de belangrijkste inhoudelijke vraagstukken – voor de omgevingsvisie. Vervolgens legden wij de commissie Ruimte op 16 juni een werkversie van de omgevingsvisie voor ter bespreking in een opiniërende bijeenkomst. In de werkversie werkten wij de kernopgaven uit en in de bijeenkomst legden wij u nog enkele vraagpunten voor over botsende belangen en leidende thema’s. Op basis van uw reacties hebben wij de werkversie aangepast en ligt nu de ontwerp-omgevingsvisie aan u voor. Participatie Participatie is een belangrijk onderdeel in de omgevingswet.
Wij hebben dan ook een uitgebreid participatie- en communicatietraject doorlopen met inwoners, organisaties, andere overheden, samenwerkingspartners (waaronder de dorps- en wijkplatforms) en andere belangstellenden. U heeft zelf ook aan diverse bijeenkomsten deelgenomen. In hoofdstuk 3 van de ontwerp-omgevingsvisie beschrijven wij uitgebreid dit proces. In eerdere voorstellen, onder meer bij de besluitvorming over de kernopgaven voor de omgevingsvisie op 8 april 2021, en voortgangsrapportages over de implementatie van de Omgevingswet zijn we ook uitgebreid op het participatie- en communicatietraject ingegaan. Na behandeling van de werkversie in de commissie/raad is er het volgende gebeurd: - Verwerken opmerkingen commissie/raad; - Raadplegen samenwerkingspartners waarmee aanvullend overleg nodig was; - Aanpassen visiekaart; - Invulling geven aan strategische visie.
2
We lichten deze punten hieronder bij ‘argumenten’ nader toe. Argumenten 1.1 Het woord ‘kwetsbare’ in kernopgave 10 schrappen Het college van Maasdriel stelt voor om kernopgave 10 aan te passen, namelijk om “kwetsbare” te schrappen uit de opgave “We hebben voldoende bereikbare zorg-, welzijnsen overige voorzieningen, voor alle kwetsbare inwoners van onze gemeente”. De reden hiervoor is dat wij willen dat de voorzieningen in onze gemeente goed bereikbaar zijn voor alle inwoners en niet uitsluitend voor kwetsbare inwoners. In de gemeente Zaltbommel besloot de raad al bij instemming met de kernopgaven om het woord ‘kwetsbare’ te schrappen. 2.1 Uw reacties op de werkversie en vraagpunten uit de opiniërende nota hebben wij in de ontwerp-omgevingsvisie verwerkt. In de ontwerpvisie hebben wij diverse inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd op basis van uw inbreng tijdens de opiniërende commissie. Daarnaast hebben wij de visie op enkele onderdelen aangevuld. In de werkversie stonden immers nog enkele paragrafen als ‘PM’ aangemerkt. Wij gaan hieronder in op de belangrijkste inhoudelijke wijzingen en aanpassingen. Vervolgens geven wij op hoofdlijnen aan hoe wij met uw inbreng (en die van de raadsleden uit Zaltbommel) over onze vragen aan u uit de opiniërende nota zijn omgegaan in de ontwerpvisie. Het betreft hier uw reactie op vragen over ‘botsende belangen’ en ‘leidende thema’s’.
2.2.1 Belangrijkste inhoudelijke wijzigingen en aanpassingen In hoofdstuk 1 (inleiding) maken wij duidelijk hoe de verschillende planvormen (omgevingsvisie en omgevingsplan) zich tot elkaar verhouden. Daarnaast besteden we aandacht aan de andere rol van de burger waar de Omgevingswet vanuit gaat (initiatiefnemers moeten zich ook eigenaar voelen van een probleem); Hoofdstuk 5 geeft het kader stellend beleid van hogere overheden weer; In hoofdstuk 7 beschrijven wij ‘het verhaal’ van de Bommelerwaard (‘Eiland tussen Maas & Waal’). Hier gaan wij ook in op wat kenmerkend is voor het karakter van beide gemeenten; In hoofdstuk 8 werken wij de kernopgaven uit. In de kopjes is duidelijk gemaakt dat uw raad/ de raad van de gemeente Zaltbommel de kernopgaven op enkele punten heeft aangepast; In kernopgave 4 ‘In het buitengebied is agrarisch ondernemen, wonen, natuur, erfgoed en recreatie/toerisme in balans’ is de motie van juni 2019 van de raad van Maasdriel verwerkt met betrekking tot het monitoren en intrekken van onbenutte gebruiks- en bouwrechten van intensieve veehouderijen; In kernopgave 4 is ook de regeling voor niet-agrarische nevenactiviteiten nader omschreven. Daarnaast is hier ook beschreven hoe gemeenten aankijken tegen uitbreiding van grondgebonden agrarische bedrijven; In kernopgave 8 hebben wij het tuinbouwmanifest van de sector opgenomen.
Ook hebben wij vermeld wat het gemeentelijk beleid voor wat betreft de tuinbouw is. Zie hiervoor argument 2.3; De uitwerking van kernopgaven 9 en 12 gaan over het onderwerp wonen. We hebben ze samengevoegd omdat er veel inhoudelijke overlap bestaat. Door de uitwerkingen samen te voegen wordt de tekst van de omgevingsvisie compacter. Dit
3
geldt eveneens voor de uitwerkingen van de kernopgaven 10 en 15 over welzijn. De kernopgaven zelf blijven wel bestaan; In Maasdriel stellen we voor om kernopgave 10 aan te passen, namelijk om “kwetsbare” te schrappen (“We hebben voldoende bereikbare zorg-, welzijns- en overige voorzieningen, voor alle kwetsbare inwoners van onze gemeente”). Zie ook onder argument 1.1. Voor de gemeente Zaltbommel zijn in kernopgave 10 drie stappen benoemd hoe wij willen omgaan met het voorzieningenniveau in de kernen (‘drietrapsraket’) (p. 70); In kernopgave 14 wijzigen wij het begrip “levensstijl” in “leefstijl”. Dit sluit aan bij de terminologie die in het betreffende beleidsveld gangbaar is.
2.2.2 Botsende belangen In de opiniërende nota stelden wij u de vraag hoe u aankijkt tegen een aantal ‘botsende belangen’ oftewel potentieel strijdige belangen tussen kernopgaven. A. Uitbreiding versus inbreiding Uit de discussie over de opiniërende nota blijkt dat beide gemeenten eerst willen kijken naar de mogelijkheden van inbreiding voordat uitbreiding wordt overwogen (‘inbreiden waar het kan, uitbreiden waar het moet’). We hebben dat als volgt in de ontwerp-omgevingsvisie verwoord. De gemeenten Maasdriel en Zaltbommel gaan met de afweging inbreiding versus uitbreiding zorgvuldig om. Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij ook wordt gekeken naar de impact van ontwikkelingen op, met name, de beschikbare landbouwgrond, wordt niet per definitie gekozen voor uitbreiding. De gemeenten willen hier per situatie een afweging in maken maar de nadruk ligt op inbreiding. In de periode tussen omgevingsvisie 1.0 en 2.0 bekijken we nader, bijvoorbeeld in visies op kernniveau, wat gewenste uitbreidingsrichtingen en –locaties voor de kernen zijn. Daarbij bekijken we ook onder welke concrete kaders en voorwaarden ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Duurzaamheid, klimaatbestendigheid en voldoende ruimte voor parkeren, groen, sport/spel en ontspanning worden daarbij meegenomen.
Indien overgegaan wordt tot uitbreiding, heeft uitbreiden in de richting van het ‘droge land’ de voorkeur. In de gebieden ‘open kom’ ligt het primaat bij de agrarische bedrijvigheid en het beschermen van waarden als ‘openheid’. Ook dit werken wij nader uit in de visies op kernniveau. In de gemeente Maasdriel is er nog een aantal mogelijke inbreidingslocaties, (met name herstructureringslocaties). Bij inbreiding bekijken we of compacter bouwen een optie is of eventueel bouwen in meerdere lagen passend in de omgeving, bijvoorbeeld een levensloopbestendige benedenwoning met een maisonnette erboven. In de kernenvisies die opgesteld worden voor Kerkdriel, Hedel en Ammerzoden moet duidelijk worden in welke richting deze kernen (na 2030) kunnen uitbreiden. In de gemeente Zaltbommel wordt binnen de stad Zaltbommel (bij de omgeving passende) hoogbouw overwogen om snel voldoende (betaalbare en compacte) woningen te kunnen realiseren (p. 61). Ruimteclaims buitengebied Naast de primaire focus op inbreiding is in beide gemeenten uitgesproken dat de balans in het buitengebied bewaard moet blijven, de agrarische bedrijven voldoende ontwikkelingsruimte moeten behouden en dat de openheid van het buitengebied breed wordt gewaardeerd.
4
In de ‘open kom’ staat de ontwikkeling van (grondgebonden) agrarische bedrijvigheid en het beschermen en het behouden van landschappelijke waarden centraal. Bij nieuwe ontwikkelingen bekijken wij in hoeverre dit (niet) leidt tot belemmeringen voor agrarische bedrijven of dat een te grote impact ontstaat op landschappelijke waarden. Steeds maken wij een situationele afweging. In dit landschap is openheid karakteristiek en grondgebonden agrarisch gebruik draagt bij aan het behoud van deze openheid. Daarom is ook vanuit landschappelijk oogpunt van belang dat deze vorm van landbouw ontwikkelperspectief houdt in de Bommelerwaard. In het ‘droge land’ is ruimte voor een ‘mix’ aan functies. De (grondgebonden) agrarische bedrijvigheid heeft hier niet het primaat. Het is één van de functies in het gebied, naast wonen, recreatie, niet-agrarische en andere agrarische bedrijven (fruitteelt, paardenhouderijen), natuur en duurzaamheid. Hier is meer ruimte voor andere activiteiten. Wel dient rekening gehouden te worden met bestaande rechten en moeten ontwikkelingen ingepast worden in het landschap. Gelet op de verschillende ruimteclaims, onder andere de druk die er ligt op bouwen vanuit de woningmarkt hecht het college van Maasdriel eraan dat de raad in de komende jaren duidelijk richting gaat kiezen. 2.2.3. Couleur Locale In hoofdstuk 7 (p.
27-28) beschrijven wij per gemeente – kort en bondig – hoe de gemeenten zich over 20 jaar zien en wat dan kenmerkend is voor hun identiteit. Hier komen verschillen tussen de gemeenten naar boven (de ‘couleur locale’). Maasdriel is ondernemend met veel zelfstandige startende en familiebedrijven en is gewild als zzp-gemeente. In de kernen is ruimte voor sport, spel, ontmoeten en ontspanning. Maasdriel richt zich op de Maas: het toerisme groeit en recreanten genieten van het landschap. Dit heeft gevolgen voor het buitengebied, waar de nadruk komt te liggen op belevingswaarde (landschappelijke kwaliteit) in plaats van de gebruikswaarde (verdere intensivering landbouw) waarbij bestaande rechten gerespecteerd worden. In Zaltbommel ligt de nadruk op het agrarische karakter, een vitale, duurzame lokale bedrijvigheid en op de cultuurhistorische parels. De kernen hebben een passend aanbod van voorzieningen, kennen een geleidelijke groei en liggen in een landelijk gebied met kwaliteiten als natuur, openheid, ruimte en rust. De stad Zaltbommel heeft een regionale aantrekkingskracht. 2.2.3 Leidende thema’s In de opiniërende nota legden wij u de thema’s “gezondheid’ en ‘klimaat’ als leidende thema’s voor.
De reden hiervan is dat wij bij de conceptuitwerking van de kernopgaven merkten dat de thema’s ‘gezondheid’ en ‘klimaat’ bij vrijwel elke opgave terugkomen en daarmee een ‘rode draad’ door de gehele omgevingsvisie vormen (sterk integraal karakter). Daarnaast zijn het relatief nieuwe thema’s in de beleidsontwikkeling voor de fysieke leefomgeving en de thema’s komen naar voren uit de analyse van trends en ontwikkelingen (ook vanuit het landelijk beleid) en uit het participatietraject. De commissieleden in Maasdriel onderschrijven de leidende thema’s maar willen daar een derde leidend thema aan toevoegen namelijk ‘economie’ (inclusief recreatie en toerisme). Dit thema is dan ook toegevoegd in de ontwerp omgevingsvisie.
5
De gemeente Zaltbommel kiest er niet voor om in de omgevingsvisie bepaalde thema’s als ‘leidend’ te bestempelen en daarmee geen leidende thema’s te definiëren. Hiermee wordt een differentiatie in belang tussen de opgaven gecreëerd, terwijl alle in de omgevingsvisie genoemde thema’s van belang zijn. Bovendien kan het belang van een bepaald thema variëren in de tijd en verschillen per locatie. Voor de uitwerking van de kernopgaven heeft deze keuze geen consequenties. 2.2 In de ontwerp-omgevingsvisie hebben wij de reacties van samenwerkingspartners op de werkversie verwerkt. Wij ontvingen van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid, de GGD Gelderland, de Adviesraad voor het Sociaal Domein en de Participatieraad een reactie op de werkversie van de omgevingsvisie. De reacties hebben wij zoveel mogelijk verwerkt in de tekst van de ontwerpomgevingsvisie. Zo hebben wij het begrip inclusie nadrukkelijk een plek gegeven in de uitwerking van de kernopgaven. Ook ontvingen wij van de tuinbouwsector het ‘Tuinbouwmanifest Bommelerwaard’ en van de LTO/ZTLO de ‘Agrovisie 2030’. In de Agrovisie 2030 beschrijft de agrarische sector zijn visie op de toekomst. De sector wijst op het belang van het behouden van ontwikkelmogelijkheden in de Bommelerwaard. De sector wil de verbinding met de opgaven rondom energie, landschap, natuur en recreatie versterken.
Wij zijn met LTO/ZLTO in gesprek over (de uitvoering van) hun visie. De tuinbouwsector schetst in het manifest zijn langetermijnvisie. Ze werken dat in een tiental ambities voor de toekomst uit. De sector zet sterk in op een verduurzaming en innovatie en een betere inbedding van de bedrijvigheid in de omgeving (landschap, sociaal maatschappelijk en verkeer) en een optimale benutting van de beschikbare ruimte. De gemeenten herkennen dit als belangrijke opgaven. Het manifest van de sector richt zich alleen op de glastuinbouw. Het tuinbouwbeleid van de gemeenten heeft betrekking op zowel de glastuinbouw (overwegend in Zaltbommel) als de paddenstoelenteelt (overwegend in Maasdriel). De gemeenten Maasdriel en Zaltbommel houden vast aan het bestaande volume van de intensiveringsgebieden. De gemeente Zaltbommel wil onderzoeken of flexibiliteit mogelijk is door (delen van) de huidige intensiveringsgebieden te verschuiven of uit te ruilen naar meer geschikte gebieden. Dat heeft uitsluitend betrekking op Zaltbommels grondgebied. De gemeente Maasdriel blijft terughoudend ten aanzien van uitbreiding buiten de reeds aangewezen intensiveringsgebieden en het inzetten van het reserveconcentratiegebied. 2.3 De visiekaart hebben wij in de ontwerp-omgevingsvisie aangepast en aangevuld. De visiekaart geeft een (globale) ruimtelijke vertaling van de uitgewerkte kernopgaven weer.
In de ontwerp-omgevingsvisie is de visiekaart ten opzichte van de werkversie op de volgende onderdelen aangepast. De opgaven op het gebied van wonen zijn op de kaart weergegeven door middel van icoontjes die de woningbouwopgave (aantallen per cluster) symboliseren; In de gemeente Zaltbommel geven we met icoontjes aan als in een kern veel inbreidingslocaties bekend zijn. Bij enkele kernen in Zaltbommel is een indicatie voor een uitbreidingsrichting afgebeeld; Op de kaart beelden wij indicatieve zoekgebieden voor bedrijventerrein af;
6
Wij hebben accentverschillen tussen de Waal- en Maasuiterwaarden aangebracht; Recreatieve hotspots en cultuurhistorische locaties met (bij de omgeving passende) ontwikkelopgaven zijn weergegeven; Wij visualiseren de opgaven gericht op het voorkomen van verrommeling (en versterking) van de kernranden en het behouden/creëren van buffers (ruimte voor openheid, groen, recreatie en ontspanning) tussen de kernen (voorkomen aan elkaar groeien) door middel van pijlen. 2.4 Strategische visie Naar aanleiding van het rapport ‘Bestuurlijke Toekomst Bommelerwaard’ vroegen beide raden met een motie aan hun colleges om met inwoners in gesprek te gaan over de toekomst van de Bommelerwaard. Dit gesprek zijn we aangegaan in het participatietraject rond de omgevingsvisie voor zover het ruimtelijke vraagstukken betrof. Daarmee is deze omgevingsvisie de strategische voor de ruimtelijke toekomst van de Bommelerwaard. Met een raadsinfomatiebrief ‘Afhandeling motie strategische visie Bommelerwaard’ (documentnummer 232058) wordt u uitgebreider over de afhandeling van deze motie geïnformeerd. In hoofdstuk 2 van de ontwerpvisie geven wij per thema aan hoe de input uit het participatietraject een plek heeft gekregen in de ontwerp-omgevingsvisie. Voor toekomstvraagstukken die vallen buiten het fysiek-ruimtelijke domein is nog geen of weinig inbreng van inwoners opgehaald.
In Maasdriel wordt hiervoor de geplande bestuurskrachtmeting in 2023 aangedragen als geschikt moment voor een aanvullend participatietraject. 2.5 Uit extern advies blijkt dat er voor de omgevingsvisie geen milieueffectrapportage (m.e.r.) opgesteld hoeft te worden. Wij, als college, hebben besloten om geen m.e.r. op te stellen. Wij zijn hiertoe bevoegd omdat dit onder de voorbereidende werkzaamheden van de visie valt. De omgevingsvisie heeft een globaal karakter en heeft daarmee niet de concreetheid om een onderwerp te kunnen zijn van een milieueffectrapport. In de omgevingsvisie zijn geen concrete activiteiten in combinatie met concrete locaties aangewezen. Voor wat betreft woningbouw zijn wel de opgaven (aantallen) vermeld en – dit geldt ook voor bedrijventerreinen – in enkele gevallen indicatieve uitbreidingsrichtingen. Het gaat hierbij echter om ‘zoekgebieden’ of ‘mogelijke uitbreidingsrichtingen’ die nader onderzocht en uitgewerkt moeten worden (waarvan het uitvoeren van een MER-onderdeel kan zijn). Daarbij is van belang dat er geen individuele woningbouwontwikkelingen zijn die meer dan 2.000 woningen in één aaneengesloten gebied mogelijk maken (drempel m.e.r. plicht). Het niet-opstellen van een m.e.r. kent nauwelijks procedurele risico’s. Het besluit tot vaststellen van een omgevingsvisie is namelijk niet vatbaar voor beroep. Het advies heeft zowel betrekking op de m.e.r.
plicht onder de Wet ruimtelijke ordening als onder de Omgevingswet. 3.1 Wij zijn wettelijk verplicht om de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage te leggen. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing op de voorbereiding van een omgevingsvisie. Dit betekent dat het plan gedurende zes weken ter inzage ligt en iedereen zienswijzen naar voren kan brengen over het ontwerp van een omgevingsvisie. Tegen een omgevingsvisie staat geen beroep open. Een omgevingsvisie bindt alleen de gemeente zelf zoals bij het nemen van besluiten op grond van de Omgevingswet
7
(bijvoorbeeld bij het vaststellen van een omgevingsplan en het verlenen van een omgevingsvergunning). De omgevingsvisie heeft geen (directe) bindende werking voor derden. De binding voor derden vindt plaats door ander gemeentelijk instrumentarium (het omgevingsplan en de omgevingsvergunning) die uitvoering geven aan de visie. Wij anticiperen met onze omgevingsvisie op de Omgevingswet. Pas wanneer de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 juli 2022) kan pas juridisch gezien sprake zijn van een omgevingsvisie zoals bedoeld is in artikel 3.1 van de Omgevingswet. Tot de inwerkingtreding mag de naam ‘omgevingsvisie’ wel worden gebruikt, maar heeft het document feitelijk de juridische status van een structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De visie moet dan ook voldoen aan de eisen uit de Wro en het Bro (Besluit ruimtelijke ordening). Kanttekeningen/risico’s 2.1 Proceswijzer In de ontwerp-omgevingsvisie staat in hoofdstuk 3 “Uw initiatief en de Omgevingsvisie” op hoofdlijnen hoe wij een initiatief van een inwoner, dat niet binnen de geldende omgevingsplannen past, toetsen aan de omgevingsvisie. Verder geven wij aan wat een inwoner kan doen om over zijn initiatief in gesprek met de gemeente te gaan.
Dit hoofdstuk hebben wij bewust op hoofdlijnen gehouden, omdat de processen rondom de toetsing en de beoordeling van initiatieven als onderdeel van de implementatie van de Omgevingswet nog volop in ontwikkeling zijn. Zodra duidelijk is hoe wij deze processen vormgeven, wat de inwoner daarin van de gemeente mag verwachten en wat de gemeente van de inwoner verwacht, stellen een uitgebreidere procedurewijzer op. Deze procedurewijzer publiceren wij samen met de omgevingsvisie op onze website. 2.2 Grondbeleid Met het in werking treden van de Omgevingswet, krijgen ook de wettelijke kaders voor grondbeleid en kostenverhaal in die wet een plek. Op dit moment kunnen bepaalde kostensoorten (bovenplanse kosten en ‘Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkelingen’) alleen verhaald worden als daarvoor een basis is gelegd in de gemeentelijke structuurvisie. Met het vaststellen van de omgevingsvisie komen deze structuurvisies te vervallen. Daarom is nagegaan in hoeverre het voor beide gemeenten noodzakelijk is die basis voor kostenverhaal over te nemen in deze omgevingsvisie. Zaltbommel verhaalt tot op heden alleen gebiedseigen kosten en kosten voor bovenwijkse voorzieningen. Daarvoor is geen wettelijke basis in een structuurvisie c.q. omgevingsvisie nodig. Maasdriel had in haar structuurvisie wél de basis gelegd voor kostenverhaal voor een aantal specifiek in de visie aangeduide projecten.
Deze lijst met projecten is echter niet meer helemaal actueel. In de komende periode gaan we kijken wat er nodig is om het kostenverhaalsbeleid van Maasdriel helemaal ‘omgevingswetproof’ te krijgen. 2.3 Bevoegdheid tot besluitvorming Formeel juridisch gezien stelt het college van B&W de ontwerpvisie vast en geeft het plan vrij om het ter inzage te leggen. Besluitvorming door de raad is niet noodzakelijk. Wij, als college, kiezen ervoor om dat wel te doen vanwege uw nauwe betrokkenheid bij het proces en belang dat wij zien in een breed draagvlak voor de omgevingsvisie. Bovendien vinden wij het passend dat de huidige raad dit deel van het proces goed afsluit en overdraagt aan de nieuwe raad. De nieuwe raad stelt de omgevingsvisie uiteindelijk vast.
8
Programma duurzaamheid Het thema ‘duurzaamheid’ komt integraal terug in de uitwerking van de kernopgaven, in het bijzonder in de kernopgaven binnen het thema ‘klimaat, duurzaamheid en landschap’. Daarnaast hebben wij bij de uitwerking van de kernopgaven aangesloten bij het beleid rondom duurzaamheid van de gemeenten – in het bijzonder bij de recent vastgestelde gemeentelijke visies voor zonne- en windenergie. Financiën (incl. BTW-effect) De ontwerp omgevingsvisie maakt deel uit van het programma omgevingswet. De financiering voor dit traject loopt via het programma en hangt bovendien sterk samen met een aantal andere deelprojecten in het programma. Binnenkort wordt een update van het programmaplan voorgelegd aan het college. Hierin wordt de financiering van het totale programma en van de deelsporen meegenomen. Tot op heden blijven de (extra) kosten voor het maken en vaststellen van de omgevingsvisie binnen het totale budget van het programma Omgevingswet. Bedrijfsvoering De omgevingsvisie wordt samen met gemeente Zaltbommel opgesteld. Uitvoering Planning Na uw besluit leggen wij de ontwerp-omgevingsvisie minimaal 6 weken ter inzage. Daarna zullen wij de zienswijzen verwerken in een definitieve omgevingsvisie. De definitieve visie wordt vastgesteld door de nieuwe gemeenteraad. Wij verwachten dat dit op zijn vroegst in het tweede kwartaal van 2022 zal zijn.
Handhaving Geen opmerkingen. Communicatie Wij informeren onze samenwerkingspartners, de partijen die wij in de eerdere communicatie- en participatiefasen betrokken, over de ter inzagelegging van de ontwerpvisie. Ook informeren wij inwoners hierover via ons platform www.toekomstbommelerwaard.nl. Daarnaast organiseren wij maximaal twee (digitale) inloopsessies voor samenwerkingspartners en inwoners. Tijdens deze sessies krijgen zij een toelichting op de ontwerpvisie en is gelegenheid tot het stellen van vragen. Via de griffie informeren wij u over deze data. U kunt als toehoorder aanwezig zijn. Evaluatie / controle In de periode tussen de ontwerp omgevingsvisie en de vaststelling van de visie bekijken we hoe we een tussentijdse (ambtelijke en /of bestuurlijke) evaluatie van de omgevingsvisie kunnen vormgeven. Daarbij is onder andere van belang hoe toepasbaar de omgevingsvisie is voor gebruikers in de praktijk, in hoeverre de omgevingsvisie inhoudelijk nog actueel is en of bijstelling nodig is als gevolg van de implementatie van overig instrumentarium uit de Omgevingswet (omgevingsplan). Nota van wijzigingen
9
Bijlagen Ontwerp-omgevingsvisie ‘Bommelerwaard’ (inclusief waardenkaart en visiekaart) d.d 0610-21; Visiekaart A3 formaat; Concept raadsbesluit.
10